Instellingsbesluit beoordelingscommissie technisch vmbo 2018–2023

[Regeling vervalt per 01-01-2026.]
Geldend van 28-12-2018 t/m heden

Besluit van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 17 december 2018, nr. VO/1433973, houdende instelling van de beoordelingscommissie technisch vmbo voor de periode 2018 tot en met 2023 (Instellingsbesluit beoordelingscommissie technisch vmbo 2018–2023)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Instelling en taak

  • 1 Er is een Beoordelingscommissie sterk techniekonderwijs.

  • 2 De commissie wordt ingesteld met ingang van 1 december 2018 en wordt opgeheven per 1 januari 2025.

  • 3 De commissie heeft tot taak:

    • a. subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 1.6 en 1.8, tweede lid, van de regeling te beoordelen op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 1.7 van de regeling;

    • b. subsidieaanvragen van penvoerders in techniekarme regio’s die voldoen aan de criteria, bedoeld onder a, te rangschikken volgens de voorschriften, bedoeld in artikel 3.4 van de regeling;

    • c. de Minister te adviseren over de subsidieverstrekking, bedoeld in artikel 1.8 van de regeling, en dat advies te voorzien van een draagkrachtige motivering per beoordeling;

    • d. te reflecteren op de midtermreviews en de eindevaluatie van het onderzoeksconsortium dat de regionale planvorming en de uitvoering van die plannen monitort en evalueert;

    • e. te adviseren over de structurele inzet van de investeringsmiddelen van € 100 mln. per jaar vanaf 2024.

  • 5 Leden van de commissie zijn ook na 1 januari 2025 te consulteren door de Minister in verband met de rechten en plichten die voortvloeien uit de in het derde lid genoemde taken van de commissie.

Artikel 3. Samenstelling, benoeming en ontslag

  • 1 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste vijftien andere leden.

  • 2 De voorzitter en de overige leden worden door de Minister benoemd en, in voorkomend geval, geschorst of tussentijds ontslagen.

  • 3 De voorzitter of een ander lid kan worden geschorst of tussentijds ontslagen indien:

    • a. daarom door de betreffende persoon is verzocht;

    • b. het functioneren van de voorzitter of het lid daartoe aanleiding geeft; of

    • c. gebleken is dat de onafhankelijkheid van de voorzitter of het lid niet gewaarborgd is.

  • 4 Bij tussentijds ontslag van een lid kan de Minister een ander lid benoemen.

  • 5 Een lid neemt niet deel aan de beoordeling van of advisering over een subsidieaanvraag, indien het de beoordeling van of het advies over een aanvraag betreft, waarbij dat lid een persoonlijk of zakelijk belang heeft.

Artikel 4. Leden

Tot leden van de commissie worden benoemd:

  • a. de heer M. van Stralen, tevens voorzitter;

  • b. de heer A. van Andel;

  • c. de heer J. Bergman;

  • d. de heer M. Boogers;

  • e. de heer B. Buddingh;

  • f. mevrouw A. Dijkstra;

  • g. de heer R. Fastenau;

  • h. mevrouw C. de Graaff;

  • i. de heer G. van der Helm;

  • j. de heer J. de Kruijf;

  • k. de heer J. Plak;

  • l. de heer A. Smits;

  • m. mevrouw R. Verhulst;

  • n. mevrouw I. Vugs;

  • o. de heer M. van Willigen;

  • p. mevrouw J. Westerhuis.

Artikel 5. Secretariaat

  • 1 De commissie wordt ondersteund door een secretariaat.

  • 2 Het secretariaat is voor de inhoudelijke uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.

  • 3 In het secretariaat wordt voorzien door de Minister.

Artikel 6. Werkwijze

  • 1 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 2 De commissie kan zich, na toestemming van de Minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 7. Informatieplicht

De commissie verstrekt aan de Minister desgevraagd de door hem gewenste inlichtingen. De Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

Artikel 8. Vergoeding

  • 1 De vergoeding van de voorzitter van de commissie bedraagt 333 euro per dagdeel.

  • 2 De vergoeding van de overige leden bedraagt 256 euro per dagdeel.

  • 3 Per beoordeelde aanvraag worden voor een commissielid ten hoogste vier dagdelen vergoed, blijkend uit de taakverdeling tussen de commissieleden.

Artikel 9. Kosten van de commissie

De kosten van de commissie komen, voor zover goedgekeurd, voor rekening van de Minister. Onder kosten worden in ieder geval verstaan de kosten voor de faciliteiten van vergaderingen.

Artikel 10. Openbaarmaking

Rapporten, notities, verslagen, adviezen en andere producten die door of namens de commissie worden vervaardigd of vergaard, worden niet door de commissie openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de Minister uitgebracht of overgedragen.

Artikel 11. Archiefbescheiden

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Voortgezet Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 12. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant, waarin het wordt geplaatst.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit beoordelingscommissie technisch vmbo 2018–2023.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan betrokkenen.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Terug naar begin van de pagina