Regeling toezicht trustkantoren 2018

Geldend van 01-01-2019 t/m heden

Regeling van de Minister van Financiën van 27 november 2018, kenmerk 2018-0000202559, directie Financiële Markten, houdende de vaststelling van vrijstellingen en de te verstrekken gegevens voor vergunningaanvragen en voor het melden van incidenten (Regeling toezicht trustkantoren 2018)

Hoofdstuk 2. Vrijstelling vergunning

Artikel 2. Vrijstelling besturen stichting voor certificaathouders

Vrijstelling van het verbod wordt verleend aan natuurlijke personen, voor zover deze in opdracht bestuurder zijn van een stichting die uitsluitend aandelen houdt voor certificaathouders.

Artikel 3. Vrijstelling besturen door natuurlijke persoon

Vrijstelling van het verbod wordt verleend aan natuurlijke personen, voor zover deze in opdracht bestuurder zijn:

Artikel 4. Vrijstelling bemiddeling bij verkoop

  • 1 Vrijstelling van het verbod wordt verleend aan personen die bemiddelen bij de verkoop van rechtspersonen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder ‘trustdienst’, onderdeel d, van de wet voor zover:

    • a. de bemiddeling is gericht op de verkoop van een rechtspersoon door een trustkantoor dat beschikt over een vergunning; of

    • b. de rechtspersoon op welke de bemiddeling betrekking heeft een onderneming drijft en de verkoop van die rechtspersoon geen verband houdt met beëindiging van die onderneming onder voortzetting van die rechtspersoon.

  • 2 Voor de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, gelden de volgende voorschriften:

    • a. de bemiddelaar beschikt over procedures gericht op het achterhalen van de intentie van de beoogde koper van de rechtspersoon met betrekking tot de onderneming die de rechtspersoon drijft en legt die intentie schriftelijk vast;

    • b. de bemiddelaar leeft de procedures, bedoeld in onderdeel a, na;

    • c. de bemiddelaar draagt zorg voor schriftelijke vastlegging van de overeenkomst tot bemiddeling en de overeenkomst tot verkoop van de rechtspersoon; en

    • d. de bemiddelaar bewaart de stukken, bedoeld in de onderdelen a en c, gedurende ten minste vijf jaar en houdt deze op een voor de Nederlandsche Bank toegankelijke wijze beschikbaar.

Artikel 5. Vrijstelling voor doorstroomvennootschap verleend door bepaalde dienstverleners

  • 1 Vrijstelling van het verbod wordt verleend aan de hierna te noemen personen onder de hierna te noemen voorwaarden, voor zover deze de dienst verlenen genoemd in artikel 1, eerste lid, onder ‘trustdienst’, onderdeel c, van de wet:

    • a. advocaten en personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten gericht op het incasseren van vorderingen, voor zover zij de bedoelde dienst verlenen door middel van een stichting die:

      • 1°. als enige activiteit heeft het tijdelijke beheer van gelden ten behoeve van de rechthebbenden of degenen die zullen blijken de rechthebbenden te zijn; en

      • 2°. uitsluitend werkzaam is voor personen die niet zelf gerechtigd zijn tot de gelden, hetgeen uit een schriftelijke overeenkomst tussen de stichting en de betrokken personen blijkt; of

    • b. betaaldienstverleners die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in of vanuit Nederland het bedrijf van betaaldienstverlener mogen uitoefenen voor zover de bedoelde dienst betrekking heeft op gelden die zijn of worden ontvangen van betaaldienstgebruikers in verband met het verlenen van betaaldiensten;

    • c. bewindvoerders die:

  • 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de begrippen ‘betaaldienstverlener’, ‘betaaldienstgebruiker’, ‘betaaldienst’ en ‘bewindvoerder’ verstaan: hetgeen daaronder in de Wet op het financieel toezicht wordt verstaan.

Artikel 6. Vrijstelling besturen vereniging van eigenaars

Vrijstelling van het verbod wordt verleend aan rechtspersonen, vennootschappen of natuurlijke personen voor zover die in hoofdzaak of uitsluitend in opdracht bestuurder zijn van verenigingen van eigenaars als bedoeld in Boek 5, titel 9, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 7. Vrijstelling besturen pensioenfondsen

Vrijstelling van het verbod wordt verleend aan rechtspersonen, voor zover deze in opdracht bestuurder zijn van een pensioenfonds als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

Hoofdstuk 3. Gegevens vergunningaanvraag

Artikel 8. Gegevens vergunningaanvraag

  • 1 De aanvrager van een vergunning verstrekt in ieder geval de volgende gegevens:

    • a. de identiteit en de antecedenten van de bestuurders en commissarissen van het trustkantoor;

    • b. de identiteit en de antecedenten van degenen die het beleid van het trustkantoor bepalen of mede bepalen;

    • c. de identiteit en de antecedenten van degenen die al dan niet middellijk een gekwalificeerde deelneming houden in het trustkantoor, alsmede de omvang van de desbetreffende gekwalificeerde deelneming;

    • d. de formele en feitelijke zeggenschapsstructuur van de groep waartoe het trustkantoor behoort;

    • e. de naam, het adres en de statutaire zetel van het trustkantoor en, indien van toepassing, de naam en het adres van zijn bijkantoren;

    • f. de voorziene bedrijfsvoering, waaronder begrepen de maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering, en de voorziene administratieve organisatie en interne controle van het trustkantoor; en

    • g. overige gegevens en bescheiden die de toezichthouder nodig acht in het belang van de beoordeling van de aanvraag.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, wordt voor de antecedenten van de personen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, indien deze eerder zijn beoordeeld voor de toepassing van de Wet op het financieel toezicht, bij de aanvraag volstaan met vermelding hiervan en een verwijzing naar de datum van beoordeling van deze antecedenten.

Hoofdstuk 4. Gegevens melding incidenten

Artikel 9. Gegevens melding incident

Een trustkantoor vermeldt bij een melding van een incident als bedoeld in artikel 20 van de wet in ieder geval:

  • a. de identiteit van de betrokken persoon of personen;

  • b. de namen van de betrokken doelvennootschappen, doorstroomvennootschappen en uiteindelijk belanghebbenden;

  • c. een structuurtekening van de groep waar de doelvennootschap onderdeel van uitmaakt;

  • d. de periode waarin het incident plaats heeft gevonden;

  • e. een beschrijving van het incident;

  • f. een beschrijving van de integriteitsrisico’s van het incident;

  • g. de aanleiding voor het melden van het incident en verstrekt daarbij, indien voor zover van toepassing, de relevante documenten van openbare publicaties die aanleiding vormden voor de melding;

  • h. de maatregelen, bedoeld in artikel 20, tweede lid van de wet;

  • i. de datum waarvoor de maatregelen, bedoeld onder h, uitgevoerd zullen zijn;

  • j. of de Financiële Inlichtingen eenheid, genoemd in artikel 12 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, is ingelicht of ingelicht zal worden en de redenen om dit, al dan niet, te doen;

  • k. of het incident aanleiding geeft of heeft gegeven om eerder uitgevoerde transacties nogmaals te beoordelen, en of deze gemeld moeten worden bij de Financiële Inlichtingen eenheid; en

  • l. overige gegevens en bescheiden die de toezichthouder nodig acht.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën,

W.B. Hoekstra

Terug naar begin van de pagina