Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties

[Regeling vervalt per 01-01-2024.]
Geldend van 01-01-2020 t/m heden

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 12 juli 2018, kenmerk 1373516-177691-S, houdende regels voor de subsidiëring van de bouw en het onderhoud van sportaccommodaties en de aanschaf van sportmaterialen (Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties)

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op artikel 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • amateursport: activiteiten op het gebied van sport die niet worden uitgeoefend in loondienst of als bezoldigde dienst, ongeacht of er een formele arbeidsovereenkomst is opgesteld tussen de sportbeoefenaar en de sportorganisatie;

  • amateursportorganisatie: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk die als doelstelling heeft om sportaccommodaties ter beschikking te stellen aan de amateursport voor lokale gebruikers;

  • kosten: de investeringskosten van de subsidieontvanger voor zover die samenhangen met de te subsidiëren of gesubsidieerde activiteit;

  • minister: Minister voor Medische Zorg;

  • sportaccommodatie: voorziening, bestemd en in gebruik voor activiteiten op het gebied van amateursport;

  • sportmaterialen: materialen die tot doel hebben om amateursportbeoefening te ondersteunen.

Artikel 2. Activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie

  • 1 De minister kan subsidie verstrekken aan amateursportorganisaties voor de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties, of voor de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen.

  • 2 Op grond van deze regeling wordt slechts subsidie verstrekt voor activiteiten die aanvangen vanaf 1 januari 2019.

  • 3 Op grond van deze regeling wordt geen subsidie verstrekt indien voor de kosten van subsidiabele activiteiten op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op aftrek van omzetbelasting bestaat.

  • 5 Wanneer bestedingen van een amateursportorganisatie door de gemeente in haar aanvraag voor een subsidie uit de Regeling specifieke uitkering stimulering sport worden meegenomen, komt deze amateursportorganisatie in het geheel niet meer in aanmerking voor een subsidie uit onderhavige Regeling voor het jaar van aanvraag.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

  • 1 De subsidie bedraagt ten hoogste 20% van de kosten van de subsidiabele activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, inclusief btw, tot een maximum van € 2.500.000 per kalenderjaar.

  • 2 Subsidies van minder dan € 5.000 worden niet verstrekt.

Artikel 5. Voorwaarden voor subsidie

  • 1 Subsidie wordt voor ten hoogste drie jaar verstrekt.

  • 2 De minister kan, ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste een jaar.

Artikel 6. Aanvullende subsidie voor prioriteiten

  • 1 De minister kan aanvullend subsidie verstrekken voor activiteiten die zijn opgenomen in Bijlage I bij deze regeling.

  • 2 De aanvullende subsidie bedraagt ten hoogste 10% van de kosten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, inclusief btw.

  • 3 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot verlening.

Artikel 7. Subsidieplafond

  • 1 Het subsidieplafond bedraagt voor het subsidiejaar 2019 € 80.000.000.

  • 2 Het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van aanvragen.

Artikel 8. Wijze van subsidieverstrekking bij subsidies tot € 25.000

  • 1 Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt wordt subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd.

  • 2 De aanvraag tot vaststelling wordt uiterlijk 12 maanden na voltooiing van de subsidiabele activiteiten ingediend.

  • 3 Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 4 De aanvraag tot vaststelling van een subsidie gaat vergezeld van een factuur voor de subsidiabele activiteiten op naam van de subsidie‑ontvanger en een betalingsbewijs voor betalingen boven de € 500, waaruit blijkt dat de subsidie‑ontvanger de factuur heeft betaald.

  • 5 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 9. Wijze van subsidieverstrekking bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000

Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000 kan een aanvraag worden ingediend voor aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd of na afloop van de subsidiabele activiteiten.

Artikel 10. Subsidieverstrekking bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000 waarbij de subsidiabele activiteiten reeds hebben plaatsgevonden

  • 1 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000 en de subsidiabele activiteiten reeds hebben plaatsgevonden wordt subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd.

  • 2 De aanvraag tot vaststelling wordt uiterlijk 12 maanden na voltooiing van de subsidiabele activiteiten ingediend.

  • 3 Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 4 De aanvraag tot vaststelling van een subsidie gaat vergezeld van een factuur voor de subsidiabele activiteiten op naam van de subsidieontvanger en een betalingsbewijs voor betalingen boven de € 1000, waaruit blijkt dat de subsidieontvanger de factuur heeft betaald.

  • 5 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 11. Subsidieverstrekking bij subsidies tot € 125.000 waarbij de subsidiabele activiteiten nog plaats zullen vinden

  • 1 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000 en de subsidiabele activiteiten niet reeds zijn aangevangen wordt subsidie verstrekt door middel van een aanvraag tot verlening voor aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een vaststelling na de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2 Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van een offerte voor de subsidiabele activiteiten, die door beide partijen is ondertekend of een offerte waaruit blijkt dat het om een eenzijdige offerte gaat.

  • 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de activiteiten binnen 9 maanden na toekenning van de subsidie zijn gestart.

  • 5 De minister verleent bij het besluit tot verlening van een subsidie een voorschot ter hoogte van 80% van het bedrag van de subsidie.

  • 5 De minister verleent bij het besluit tot verlening van een subsidie een voorschot dat gelijkmatig zal worden betaald over het aantal maanden waarvoor de subsidie wordt verleend.

  • 6 Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie, wordt uiterlijk ingediend binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht.

  • 7 De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het zesde lid.

  • 8 Voor de aanvraag tot vaststelling van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 9 De ontvanger van een subsidie legt rekening en verantwoording af aan de hand van een factuur voor de subsidiabele activiteit die op zijn naam staat en een betalingsbewijs waaruit blijkt dat hij heeft betaald.

  • 10 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling, waarbij afrekening tot maximaal de resterende 20% van het bedrag van de subsidie plaatsvindt.

Artikel 12. Subsidieverstrekking bij subsidies vanaf € 125.000

  • 1 Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt wordt een subsidie verstrekt door middel van een aanvraag tot verlening voor aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een vaststelling na de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • 2 Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 3 De aanvraag tot verlening van een subsidie gaat vergezeld van een liquiditeitsprognose en een offerte voor de subsidiabele activiteiten, die door beide partijen is ondertekend of een offerte waaruit blijkt dat het om een eenzijdige offerte gaat.

  • 4 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de activiteiten binnen 9 maanden na toekenning van de subsidie zijn gestart.

  • 5 De minister verleent bij het besluit tot verlening van een subsidie een voorschot ter hoogte van 80% van het bedrag van de verlening.

  • 6 Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie wordt uiterlijk ingediend binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht.

  • 7 De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het vijfde lid.

  • 8 Voor de aanvraag tot vaststelling van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

  • 9 De ontvanger van een subsidie legt rekening en verantwoording af aan de hand van een financieel verslag, met uitzondering van een rapport van feitelijke bevindingen omtrent de naleving van de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger.

  • 10 Indien er sprake is van een subsidie op grond van artikel 6, gaat de aanvraag tot vaststelling vergezeld van een door de minister vastgesteld formulier waarin wordt verklaard dat de activiteiten overeenkomstig de voorwaarden in Bijlage I van deze subsidieregeling zijn verricht.

  • 11 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling, waarbij afrekening tot maximaal de resterende 20% van het bedrag van de subsidie plaatsvindt.

Artikel 13. Aanvullende verplichtingen

  • 2 De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat gesubsidieerde sportaccommodaties gedurende 10 jaren na afloop van de subsidieperiode ter beschikking gesteld blijven voor de amateursport voor lokale gebruikers.

  • 3 Indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt voldaan doet de subsidieontvanger onverwijld melding daarvan aan de minister.

Artikel 14. Inwerkingtreding en vervaldatum

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019 en vervalt met ingang van 1 januari 2024.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg,

B.J. Bruins

Bijlage 1. Activiteiten die in aanmerking komen voor aanvullende subsidie

Deze bijlage hoort bij de Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties.

Het betreft de maatregelen waarvoor een aanvullende subsidie kan worden aangevraagd zoals geformuleerd in artikel 6 van deze regeling. Deze maatregelen zijn onder te verdelen in drie categorieën: energiebesparing, toegankelijkheid en circulair.

A. Maatregelen energiebesparing

De maatregelen voor energiebesparing en duurzame energieopwekking zijn overeenkomstig de maatregelen van de Energie Investeringsaftrek en voor zover zij toegepast kunnen worden op de sportaccommodaties.

Bestaande sportaccommodaties:

Sommige maatregelen zijn alleen van toepassing op bestaande sportaccommodaties. Onder bestaande sportaccommodatie wordt verstaan het renoveren van een bestaand gebouw. Gaat u deels renoveren en deels nieuwbouwen dan komen deze maatregelen alleen voor het gedeelte van de renovatie in aanmerking. U dient dan aan te tonen welk percentage bestaande bouw is en welk percentage nieuwbouw.

1 Verlichting

1.1

Sportveldverlichting

Bestemd voor: sportveldverlichting,

en bestaande uit: LED armaturen, met een specifieke lichtstroom van ten minste 100 lm/W, (eventueel) met een voorziening voor dynamische lichtschakeling (per armatuur of mast te schakelen, en/of een regelbare lichtopbrengst), (eventueel) mast en (eventueel) schakelmateriaal.

1.2

LED verlichting

Bestemd voor: nieuwe en bestaande sportaccommodaties,

en bestaande uit: LED-buis (eventueel armatuur) of LED lamp (eventueel armatuur) met een specifieke lichtstroom van ten minste 100 lm/W.

2 Ventilatie, verwarming en tapwater

2.1

Warmteterugwinning voor bestaande sportaccommodaties

Bestemd voor: het koelen of verwarmen van bestaande sportaccommodaties door het benutten van koude of warmte in de afzuiglucht,

en bestaande uit: warmtewisselaar, (eventueel) luchtbehandelingskast en (eventueel) kanalen.

2.2

Warmtepomp

Bestemd voor: het verwarmen van sportaccommodaties of het nuttig aanwenden van warmte voor de verwarming van tapwater in sportaccommodaties,

en bestaande uit: een elektrisch gedreven warmtepomp, (eventueel) bronsysteem (eventueel) bodemwarmtewisselaar of grondwaterbron (eventueel) restwarmteopslagvat, (eventueel) geïntegreerd opslagvat.

2.3

Warmteterugwinning uit douchewater

Bestemd voor: het terugwinnen van warmte uit (douche)water,

en bestaande uit: warmtewisselaar die is aangesloten op de douchewaterafvoer of douchebak met geïntegreerde douchewaterwarmtewisselaar.

3 Bouwkundig

3.1

HR-glas voor bestaande sportaccommodaties

Bestemd voor: beglazing in buitengevel- of dakconstructies van bestaande sportaccommodaties,

en bestaande uit: meervoudig glas met een warmtewerende coating en/of gasgevulde spouw met een warmte-doorlatingscoëfficiënt van maximaal 1,1 W/m2K, (eventueel) kozijn.

3.2

HR-glas voor nieuwe sportaccommodaties

Bestemd voor: beglazing in buitengevel- of dakconstructies van nieuwe sportaccommodaties,

en bestaande uit: meervoudig glas met een warmtewerende coating en/of gasgevulde spouw met een warmte-doorlatingscoëfficiënt van maximaal 0,7 W/m2K.

3.3

Isolatie wand, vloer, dak voor bestaande sportaccommodaties

Bestemd voor: de verbetering van de isolatie van bestaande vloeren, daken, plafonds of wanden van ruimten,

en bestaande uit: isolatiemateriaal waarbij de warmteweerstand R = Σ(Rm) = Σ(d/λ) ten minste 2,5 m2.K/W bedraagt.

4 Duurzame energieopwekking

4.1

Zonnecollectorsysteem

Bestemd voor: het verwarmen van water of lucht,

en bestaande uit: een zonnecollector, (eventueel) (rest)warmtebuffer.

4.2

Zonnepanelen voor elektriciteitsopwekking

Bestemd voor: het opwekken van elektrische energie uit zonlicht met behulp van zonnecellen,

en bestaande uit: panelen met fotovoltaïsche zonnecellen, (eventueel) stroom/spanningsomvormer, (eventueel) aansluiting het elektriciteitsnet.

B. Maatregelen toegankelijkheid

Op 14 juli 2016 is het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap in Nederland in werking getreden. Het doel van dit verdrag is de positie van mensen met een beperking versterken. Hiervoor is het ook van belang dat zij niet belemmerd worden om sportieve activiteiten te ondernemen, doordat sportaccommodaties niet goed toegankelijk zijn.

Tot deze maatregelen is gekomen in samenwerking met de sportsector, vertegenwoordigers van de betreffende doelgroepen en bouwkundig experts. Voor de geselecteerde maatregelen is gekozen omdat zij tot verregaande verbetering van de toegankelijkheid van de sportaccommodatie voor de doelgroepen leiden. Het kan bij alle maatregelen gaan om nieuwbouw of renovatie van bestaande accommodaties. Daarnaast zijn onderstaande maatregelen omvangrijk in kosten. De investering in deze maatregelen is, zeker voor kleinere verenigingen en stichtingen, nu vaak een drempel. Door subsidie te verstrekken voor deze maatregelen hoopt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een extra stimulans te geven om onderstaande investeringen in toegankelijkheid te doen.

Er is voor deze maatregelen gekozen omdat en de maatregelen ook omvangrijke extra kosten voor de aanvrager meebrengen dat deze voor het nemen van de maatregelen een extra stimulans nodig heeft.

1

Automatische deur

Randvoorwaarde:

• Netto vrije doorgangsbreedte ≥ 0.85m, gemeten bij 90° geopende deur.

(of ≥ 1.20m, zie 2. Toegang sportrolstoelen).

• Netto vrije doorgangshoogte ≥ 2.10m.

• Hoogteverschil (dorpel) ≤ 0.02m.

Uitvoering

• Afstelling automatische deuropening en -sluiting gebaseerd op loopsnelheid van 0,5m/s.

• Op de vloer ter plaatse van het draaivlak van de deur een attentiemarkering of afwijkende kleurstelling

(contrastwaarde ≥ 30).

Bediening door middel van sensor en/of drukknop:

• Drukknop direct in de looproute vrij benaderbaar, geheel buiten draaivlak van automatische deur.

• Bedieningshoogte tussen 0.90m en 1.20m+, plaatsing ≥ 0.50m uit een inwendige hoek.

• Bedieningsknop is duidelijk herkenbaar: voelbaar (reliëf) en zichtbaar (contrastwaarde ≥ 30).

• Bedieningsknop ook met verminderde hand-/armfunctie bedienbaar:

• minimale afmeting 0.08 x 0.08m; maximale bedieningsweerstand ≤30 Newton.

2

Toegang sportrolstoelen

Uitvoering:

• Netto vrije doorgangsbreedte ≥ 1.20m.

• Netto vrije doorgangshoogte ≥ 2.10m.

• Hoogteverschil (dorpel) ≤ 0.02m.

• Bediening (deurontgrendeling) tussen 0.90m en 1.20m+.

• Bedieningskracht (inclusief eventuele dranger) op de kruk ≤ 30 Newton.

De vrije doorgang ≥ 1.20m is vanuit een rolstoel zelfstandig te creëren.

Indien een toegang bestaat uit twee (ongelijke) deurdelen, dan gelden de bedieningseisen voor beide deurdelen (dus óók voor de ontgrendeling van het tweede deurdeel).

3

Lift

Randvoorwaarde:

• De lift maakt onderdeel uit van de primaire route tussen entree, kleed-/sanitaire ruimten en sportruimte.

• Netto vrije doorgangsbreedte in de route ≥ 1.20m.

• Overige hoogteverschillen in de route ≤ 0.02m.

Uitvoering Lift:

• Kooibreedte ≥ 1.10m (of ≥ 1.20m, zie 2. Toegang sportrolstoelen).

• Kooidiepte ≥ x 2.20m (beschikbare inrijdiepte).

Noot: Kooiafmeting eventueel afgestemd op vervoer van sportinventaris.

• Vóór lifttoegang vrije opstelruimte: ≥ 1.50 x 1.50m.

• Automatische lift deuren:

• Vrije doorgangsbreedte ≥ 0.90m (of ≥ 1.20m, zie 2. Toegang sportrolstoelen)

• Vrije doorgangshoogte toegang ≥ 2.100mm.

• Alle bedieningselementen in en buiten de lift (ook alarmknop en -telefoon) bereikbaar en bedienbaar

tussen 0.90 en 1.20m+, ≥ 0.50m uit een inwendige hoek (niet in nis/negge).

• Bedieningselementen duidelijk herkenbaar: voelbaar (reliëf) en zichtbaar (contrastwaarde ≥ 30).

• Geen tiptoetsbediening toepassen, dit werkt zeer verwarrend.

• Zowel binnen als buiten de lift verdiepings- en bestemmingsaanduiding

Bij voorkeur gebruikmaken van zowel visuele als akoestische verdiepingssignalering.

• Minimaal aan één lange zijde een leuning tussen 0.85 en 0.95m+.

• Spiegel op achter- of zijwand van 1.00 tot 2.00m+

• (als ‘achteruitkijkspiegel’ ten behoeve van het met rolstoel of scootmobiel achterwaarts verlaten van de

lift).

• Spleetbreedte tussen liftkooi en aansluitend vloerveld ≤ 0.02m.

• Stopnauwkeurigheid tussen liftkooi en aansluitend vloerveld ≤ +/- 0.02m.

• Draagvermogen ≥ 4.000N.

4

Integraal toegankelijk toilet

Randvoorwaarde:

• Toilet is voor beide seksen bruikbaar, óf beide seksen hebben een eigen integraal toegankelijk toilet.

• De toiletruimte is in elk geval vanuit de entree, de kleedvoorziening en de sportruimte obstakelvrij

bereikbaar via een route met een vrije doorgangsbreedte ≥1.20m breed.

• Alle deuren in de toegangsroute ≥0.85m resp. ≥ 1.20m (zie 2. Toegang sportrolstoelen).

Uitvoering:

• Vrij vloeroppervlak in de ruimte (exclusief closetpot) ≥ 1.65 x 2.20m

• (gemeten vanaf de eventuele voorzetwand bij een inbouwspoeling).

Bijlage 263149.png

Illustratie toont een standaardopstelling op basis van de minimale ruimteafmetingen. Andere opstellingen zijn mogelijk mits in afgewerkte toestand ten minste onderstaande gebruiksruimten obstakelvrij beschikbaar zijn.

Gebruiksruimten

In de ruimte zijn de volgende gebruiksruimten obstakelvrij beschikbaar:

• Keermogelijkheid/draaicirkel ≥ Ø 1.50m, gemeten op 0.30m+ (onder wastafel).

• Vrije ruimte vóór toiletpot ≥ 1.20 x 1.20m.

• Opstelruimte aan één zijde van de toiletpot ≥ 0.90 x 1.20m.

• Assistentievlak aan de andere zijde van de toiletpot ≥ 0.35 x 0.70m.

• Opstelruimte voor (onderrijdbare) wastafel ≥ 0.90 x 1.20m.

• Vrije doorgang tussen toiletpot en wastafel ≥ 0.90m.

Toegang

• Vrije doorgangsbreedte ≥ 0.85m (≥ 1.20m, zie 2. Toegang sportrolstoelen).

• Hoogteverschil (dorpel) ≤ 0.02m.

• Deur niet naar binnen toe openend.

• Aantrekbeugel: op de binnenzijde van de deur op 0.90m+ een horizontale beugel voor dichttrekken, over de volle breedte van de deur.

• Slot in geval van calamiteiten zonder unieke sleutel van buitenaf te openen (géén cilinderslot toepassen!).

• Géén deurdranger toepassen.

Toilet

• Zithoogte closetpot 0.47m+ (bovenzijde zitting).

• Voorzijde zitting 0.70m uit de (voorzet-)wand (verlengde closetpot).

• Aan weerszijden opklapbare steun (toiletbeugels):

– lengte beugels 0.90m

– hart op hart afstand beugels 0.60-0.65m (300-325mm uit hart pot)

– bovenzijde beugels 0.25-0.30m+ vanaf bovenzijde zitting.

• Toiletpapierhouder in een van de armsteunen of op de muur binnen 0.65m reikwijdte, gemeten vanuit het midden van de closetpot.

   

Wastafel

• Afmeting wastafel ≥ 0.40 x 0.50m.

• Moet onderrijdbaar zijn (sifon tegen achterwand).

• Hoogte bovenzijde wastafel 0.80m+.

• Hart wastafel ≥ 0.50m vanuit inwendige hoek.

• Kraan moet ook met verminderde hand-/armfunctie bedienbaar zijn:

• voldoende lange hendel (éénhandelkraan) op maximaal 1.00m+.

• Boven de wastafel (of elders in de ruimte) een vaste vlakke spiegel tegen de wand plaatsen van 1.00m tot

2.00m+. Geen kantelspiegel toepassen!

Alarminstallatie

• Bediening door middel van koord op 0.35-0.40m+ rondom de gehele toiletruimte (op alle wanden).

• Koord in contrasterende kleur ten opzichte van de wand.

• Alarmmelding aan de buitenzijde van de ruimte zichtbaar en hoorbaar. Bij voorkeur gekoppeld aan melding op een continu bezette post, zoals beheerdersruimte of bar.

• Alarm alleen uit te schakelen (resetten) in de toiletruimte zelf door middel van een afzonderlijke schakelaar op een hoogte tussen 0.70 en 1.35m+, ≥ 0.50m uit een inwendige hoek.

Inrichting

• Ten minste één kledinghaak op 1.35m+.

• Alle bedieningselementen (schakelaars, spoelknop, planchet en dergelijke) tussen 0.70 en 1.35m+, ≥ 0.50m uit een inwendige hoek.

• Afvalbakken, hygiënebakken, commodes en andere inrichting bevindt zich buiten de vrije gebruiksruimte

(zie Gebruiksruimten, pagina 8).

• Warmwaterleidingen en radiatoren buiten bereik van armen en benen. Radiatoren tevens buiten de beschikbare gebruiksruimte houden (zie Gebruiksruimten, pagina 8) en zo nodig afschermen om verbranding te voorkomen of hoog (tegen plafond) plaatsen.

• Inrichtingselementen en sanitair bij voorkeur in een kleur die contrasteert met vloer en wanden.

5 Doelgroep specifieke sportvoorzieningen

5.1

Zwembadlift

Uitvoering:

• Hefapparaat (badlift) is ten minste voorzien van een stoel/zitting die voldoende diep reikt: 0.40-0.60m onder het waterpeil.

• Hefapparaat staat buiten de looproute of is verplaatsbaar.

• Hefapparaat is licht bedienbaar. Elektronische bediening heeft de voorkeur.

De voorkeur gaat uit naar een badlift of systeem waaraan diverse constructies opgehangen kunnen worden: stoel, badrolstoel, ligraam of tildoek.

Specificaties en technische uitvoering mede afhankelijk van het bad (met name randafwerking).

5.2

Luie zwembadtrap

Uitvoering:

• Bovenaan trap vrije opstelruimte ≥ 1.20 x 1.20m

• Vaste rechte trap vanaf omloop tot aan bodem bassin

• of beweegbare trap vanaf omloop tot aan beweegbare bodem bassin

• Breedte ≥ 0.70m tussen leuningen

• Optrede ≤ 0.18m

• Aantrede: 1x aantrede + 2x optrede = 0.57 – 0.63m

• Aan beide zijden leuning tussen 0.85 en 0.95m+

• Bovenaan trap start leuning ten minste 0.30m vóór eerste trede.

5.3

Akoestiek

Uitvoering:

• In alle sportruimten over het gehele frequentiebereik gemiddelde nagalmtijd conform de akoestieknorm ISA-US1-BF1.

Te beoordelen aan de hand van een akoestisch rapport.

• Achtergrondgeluidsniveau Leq ≤ 40 dB (ten gevolge van installaties of andere niet met de sport verwante geluidsbronnen.

5.4

Voorziening slechthorenden

Uitvoering:

• Ringleidingsysteem voldoen aan de norm NEN 10-118/4.

Te beoordelen aan de hand van te overleggen testrapport na oplevering.

5.5

Klok

Uitvoering:

• Aan klok gekoppeld een lichtsignaal (lichtfluit) of stroboscoop.

• Aan klok gekoppeld een geluidssignaal.

C. Maatregelen circulair

In de Routekaart Duurzame Sport, voor een duurzame en betaalbare sport, wordt voor de Sportsector uitgewerkt hoe zij kunnen voldoen aan de uitdagingen zoals die in het Klimaatakkoord zijn gesteld. De te behalen CO2 reductie in het Klimaatakkoord zit met name in het besparen en opwekken van energie, maar de sportsector wil haar CO2 footprint als geheel verkleinen. Circulair gebruik van materialen past hier naadloos binnen.

De maatregelen in deze maatregelenlijst zijn dan ook bedoelt om het circulair gebruik van materialen binnen de sportsector te stimuleren. Het gaat hierbij zowel om nieuwbouw als renovatie van bestaande bouw.

1

Hergebruikt infillzand

Bestemd voor: bestaande en nieuwe kunstgrasvelden.

Randvoorwaarden: Aantoonbaar door keuringsrapport waarin staat wat de bron van herkomst van het zand is en waaruit blijkt dat het gaat om gerecycled zand.

2

Kunststof slagplanken

Bestemd voor: bestaande en nieuwe kunstgrasvelden ter voorkoming van de verspreiding van microplastics (infill).

Randvoorwaarden: gemaakt van gerecycled kunstgras dat is getoetst door een onafhankelijke instantie met daarbij behorende productcertificaat.

3

Schoonloopvoorziening

Bestemd voor: een betere schoonloop- en opvangvoorziening van microplastics (infill) bij de in- en uitgang van de kunstgrasvelden ter voorkoming van verspreiding.

Randvoorwaarden: gemaakt van gerecycled kunstgras of (verzinkt) metaal.

4

Gerecyclede sportvloer in sporthal (ten minste 80% gerecycled materiaal)

Bestemd voor: nieuwe sporthalvloeren of vervangen van bestaande sporthalvloeren.

Randvoorwaarden: gemaakt van gerecyclede sportvloeren dat is getoetst door een onafhankelijke instantie met daarbij behorende productcertificaat.

Terug naar begin van de pagina