Besluit Auditdienst Rijk

Geldend van 18-07-2018 t/m heden

Besluit van 19 juni 2018, nr. 2017001795, houdende regels over de Auditdienst Rijk (Besluit Auditdienst Rijk)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 13 oktober 2017, nr. 2017-0000195198;

Gelet op artikel 4.20, vierde lid, aanhef en onder b, van de Comptabiliteitswet 2016;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 10 november 2017, no.W06.17.0353/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 12 juni 2018, 2017-000195198;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 2. Organisatie, taakuitvoering en kwaliteitsbeheersing

Artikel 2. Organisatie, taakuitvoering en kwaliteitsbeheersing

  • 2 Onze Minister van Financiën draagt er zorg voor dat de Auditdienst Rijk een stelsel van kwaliteitsbeheersing opzet en implementeert dat voldoet aan de bij of krachtens de wet bepaalde voorschriften, waarin begrepen de gedragsregels inzake onafhankelijkheid.

§ 3. Het onderzoek naar de verantwoording en het beheer van het Rijk

Artikel 3. Taken met betrekking tot het onderzoek naar de verantwoording en het beheer van het Rijk

  • 2 Onze Minister van Financiën draagt aan de Auditdienst Rijk de taak op om onderzoek uit te voeren naar het begrotingsbeheer, het financieel beheer, de materiële bedrijfsvoering en van de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk.

  • 4 Onze Ministers kunnen de Auditdienst Rijk de opdracht geven onderzoek uit te voeren naar een door de Tweede Kamer der Staten-Generaal aangewezen groot project.

Artikel 4. Reikwijdte taken met betrekking tot het onderzoek naar de verantwoording en het beheer van het Rijk

Artikel 5. Informatie en raadpleging bescheiden vanwege de taken met betrekking tot het onderzoek naar de verantwoording en het beheer van het Rijk

  • 1 Onze Ministers en de colleges zijn gehouden aan de Auditdienst Rijk:

    • a. de informatie te verstrekken die voor het onderzoek, bedoeld in artikel 3, van belang kan zijn;

    • b. alle goederen, administraties, documenten en andere informatiedragers waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor het onderzoek, bedoeld in artikel 3, voor dat doel beschikbaar te stellen.

  • 2 Het eerste is van overeenkomstige toepassing indien een administratie of de daarmee samenhangende taken aan een derde worden uitbesteed.

Artikel 6. Rapporten naar aanleiding van de taken met betrekking tot het onderzoek naar de verantwoording en het beheer van het Rijk

  • 2 Het rapport, bedoeld in het eerste lid, bevat een controleverklaring waarin een accountantsoordeel wordt gegeven over de getrouwheid van de financiële overzichten die zijn opgenomen in het jaarverslag. De financiële overzichten omvatten:

    • a. de verantwoordingsstaat met de financiële toelichting daarbij;

    • b. indien van toepassing, de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen met de toelichting daarbij;

    • c. de saldibalans met de toelichting daarbij;

    • d. de rapportage over de rechtmatigheid van de uitkomsten van de begrotingsuitvoering die wordt opgenomen in de uiteenzetting over de gevoerde bedrijfsvoering;

    • e. indien van toepassing, de overzichten met de gegevens, bedoeld in de artikelen 4.1 en 4.2 van de Wet normering topinkomens.

  • 4 De rapporten, bedoeld in artikel 3, eerste en vierde lid, worden aangeboden aan Onze Minister die het aangaat, het betrokken college of de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

  • 5 Onze Minister die het aangaat of het betrokken college wordt door of vanwege Onze Minister van Financiën geïnformeerd indien het onderzoek, bedoeld in artikel 3, daartoe aanleiding geeft.

§ 4. Overige taken en bevoegdheden

Artikel 7. Overige taken

  • 2 Onze Minister van Financiën kan aan de Auditdienst Rijk opdracht geven onderzoek uit te voeren naar de verklaring over de besteding van de Europese middelen in gedeeld beheer door de lidstaat Nederland, bedoeld in artikel 6.9 van de Comptabiliteitswet 2016.

Artikel 8. Informatie en raadpleging bescheiden vanwege overige taken

De artikelen 5 en 6, vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de taken, bedoeld in artikel 7.

Artikel 9. Rapporten naar aanleiding van overige taken

  • 1 De uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in artikel 7, worden in een rapport vastgelegd.

  • 2 Het rapport wordt aangeboden aan Onze Minister die het aangaat of het betrokken college.

§ 5. Evaluatie- en overige bepalingen

Artikel 10. Evaluatie taken en organisatie

  • 1 Onze Minister van Financiën draagt zorg dat de organisatie van de Auditdienst Rijk en de uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 3 en 7, elke vijf jaren worden geëvalueerd. De uitkomsten van de evaluatie worden in een rapport vastgelegd.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, kan voor de termijn van vijf jaren, bedoeld in het eerste lid, op verzoek van de interdepartementale commissie Auditdienst Rijk, bedoeld in artikel 11, een kortere termijn worden gehanteerd.

Artikel 11. Interdepartementale commissie Auditdienst Rijk

  • 1 Er is een interdepartementale commissie Auditdienst Rijk.

  • 2 De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën is voorzitter van de interdepartementale commissie Auditdienst Rijk.

  • 3 De commissie bestaat ten minste uit twee secretarissen-generaal van de ministeries.

  • 4 De commissie heeft als taak:

    • a. het toezien op de kwaliteit van de dienstverlening van de Auditdienst Rijk;

    • b. het bespreken van het jaarplan en het jaarverslag en indien van toepassing het transparantieverslag van de Auditdienst Rijk;

    • c. het adviseren over de evaluatie, bedoeld in artikel 10.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 19 juni 2018

Willem-Alexander

De Minister van Financiën,

W.B. Hoekstra

Uitgegeven de zeventiende juli 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina