Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Stichting Raad voor Accreditatie

Geldend van 22-06-2018 t/m heden

Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Raad voor Accreditatie

Het bestuur van de Stichting Raad voor Accreditatie;

gelet op de afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht, Het huishoudelijk reglement RvA-QA007 en de Statuten van de Stichting Raad voor Accreditatie RvA-QA002;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. De statuten: De Statuten van de Stichting Raad voor Accreditatie.

  • b. Het bestuur: Het bestuur van de Stichting Raad voor Accreditatie als bedoeld in artikel 2 lid 2 Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie, te weten het bestuursorgaan dat de in de verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli (PbEU) L 218 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 339/93 en in voornoemde wet aan de nationale accreditatie-instantie opgedragen taken uitvoert. Daarnaast wordt in het kader van dit besluit onder bestuur verstaan: het orgaan als bedoeld in artikel 2:291 van het Burgerlijk Wetboek en in artikel 4 en artikel 5 van de statuten, te weten het bestuur van de Stichting Raad voor Accreditatie. Het bestuur bestaat uit één persoon. De Raad van Toezicht heeft, conform artikel 4 lid 11 van de statuten, aan het bestuur de titel: ‘Algemeen Directeur’ toegekend.

  • c. De directie: de dagelijkse leiding van de Raad voor Accreditatie bestaande uit de algemeen directeur en de operationeel directeur.

  • d. Operationeel directeur: de functionaris die is belast met de dagelijkse leiding van de primaire – en bedrijfsondersteunende processen van de Raad voor Accreditatie.

  • e. Manager Strategisch & Technisch Management: de functionaris die leiding geeft aan Strategisch & Technisch Management.

  • f. Unitmanager: de functionaris die verantwoordelijk is voor het functioneren van de eigen unit.

Artikel 2. Organisatie

De Raad voor Accreditatie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen.

Het bestuur

Het bestuur als bedoeld in artikel 1 b van deze regeling.

De directie

De directie als bedoeld in artikel 1 c van deze regeling.

Bestuursondersteuning

Bestuursondersteuning bestaat uit Strategisch & Technisch Management, Finance & Control en het Bestuurssecretariaat.

Strategisch & Technisch Management verkent en beoordeelt nationale en internationale ontwikkelingen en vraagstukken binnen de terreinen waarop de RvA en haar klanten actief zijn en informeert en adviseert hierover aan de directie. Ze vertaalt de strategische koers van de Raad voor Accreditatie naar bruikbare systemen, methoden en technieken die de Raad voor Accreditatie toepast bij accreditatiebeoordelingen en draagt zorg voor de instandhouding van het kwaliteitssysteem conform de vereisten die op de RvA van toepassing zijn.

Finance & Control is verantwoordelijk voor ondersteuning, advisering en monitoring van het bestuur en de directie op het vlak van het financieel management.

Het Bestuurssecretariaat is belast met de ondersteuning van het bestuur en waar nodig de directie bij de uitvoering van hun taken.

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering bestaat uit HRM & Facilitair Management en Informatie & Procesmanagement en levert bedrijfsmatige ondersteuning aan de primaire processen van de Raad voor Accreditatie. Daarbij gaat het om de reguliere bedrijfsvoeringsprocessen. Daarnaast is Bedrijfsvoering verantwoordelijk voor ondersteuning, advisering en monitoring van het bestuur en de directie op het vlak van HRM, Informatie- en Procesmanagement (waaronder ICT) en facilitaire zaken.

De operationele units

De Unit Teamleiders, de Unit Certificatie & Inspectie en de Unit Laboratoria vormen samen de lijnorganisatie die verantwoordelijk is voor het primair proces. Aan het hoofd van een unit staat de unitmanager. De unitmanagers binnen de lijnorganisatie zijn integraal verantwoordelijk voor het functioneren van de eigen unit.

Artikel 3. Afwezigheid of verhindering

  • 1 De bestuurder is eindverantwoordelijk voor de leiding van de in artikel 2 genoemde organisatie-onderdelen.

  • 2 Bij afwezigheid of verhindering van de bestuurder worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, een aantal taken en bevoegdheden waargenomen door de operationeel directeur of de manager Strategisch & Technisch Management. Over de invulling van deze waarneming worden nadere afspraken gemaakt.

Artikel 4. Mandatering operationeel directeur en manager Strategisch & Technisch Management

  • 1 De operationeel directeur en de manager Strategisch & Technisch Management zijn bevoegd om namens het bestuur beschikkingen te nemen, met uitzondering van beschikkingen op bezwaar.

  • 2 Uitsluitend in geval van afwezigheid of verhindering van de bestuurder, is de operationeel directeur dan wel de manager Strategisch &Technisch Management bevoegd om namens het bestuur beschikkingen op bezwaar te nemen. Deze bevoegdheid geldt uitsluitend voor zover de functionaris niet in mandaat het besluit heeft genomen waartegen het bezwaar is gericht en voor zover het primaire besluit niet is genomen door de bestuurder zelf.

  • 3 De operationeel directeur en de manager Strategisch & Technisch Management wordt, met instemming van het bestuur, toegestaan ondermandaat te verlenen.

  • 4 Een ondermandaatregeling bevat in ieder geval de functiebenaming van de te mandateren functionarissen alsmede de aan deze functionarissen in ondermandaat verleende bevoegdheden.

Artikel 5. Volmacht

Het bestuur vertegenwoordigt ingevolge de wet en artikel 6 lid 1 van de statuten de stichting en is derhalve bevoegd tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Het bestuur is ingevolge artikel 6 lid 2 van de statuten bevoegd tot het verlenen van een volmacht aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden. Onder ‘derden’ wordt in het kader van deze regeling verstaan: de operationeel directeur.

Artikel 6. Machtiging

  • 1 Het bestuur is gemachtigd tot het verrichten van handelingen die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

  • 2 Het bestuur is bevoegd tot het doorverlenen van de in het vorige lid bedoelde machtiging aan de operationeel directeur.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 8. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging Stichting Raad voor Accreditatie.

Utrecht, 11 juni 2018

Het bestuur van de Stichting Raad voor Accreditatie,

J.C. van der Poel

Terug naar begin van de pagina