Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2015/1513 betreffende [...] bevordering van gebruik energie uit hernieuwbare bronnen)

Geldend van 01-07-2018 t/m heden

Wet van 18 april 2018 tot wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2015/1513 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen alsmede in verband met de operationalisering van de reductieverplichting uit Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is om in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2015/1513 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof en tot wijziging van Richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen alsmede in verband met de operationalisering van de reductieverplichting uit Richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof de Wet milieubeheer te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel IV

  • 1 De verplichtingen bij of krachtens titel 9.7 van de Wet milieubeheer, zoals deze luidde onmiddellijk voor de inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing voor het direct aan de datum van inwerkingtreding van deze wet voorafgaande kalenderjaar.

  • 2 Indien na toepassing van artikel 9.7.5.6 van de Wet milieubeheer, zoals dit luidde onmiddellijk voor inwerkingtreding van deze wet, een aantal hernieuwbare brandstofeenheden is gespaard, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit deze hernieuwbare brandstofeenheden bij op de rekening van de leverancier tot eindverbruik als hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel als bedoeld in artikel 9.7.4.6, eerste lid, onderdeel a.

Artikel V

  • 1 Indien de vaststelling, bedoeld in artikel 9.7.2.4, tweede lid, leidt tot een verhoging van de jaarverplichting van de jaren onmiddellijk voor de inwerkingtreding van deze wet, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit het aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel, dat overeenkomt met die verhoging, af van de rekening van de leverancier tot eindverbruik. Indien uit de vaststelling, bedoeld in artikel 9.7.4.13, eerste lid, volgt dat de inboeker teveel hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen, wordt het aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel afgeschreven dat overeenkomt met het aantal hernieuwbare brandstofeenheden dat de inboeker teveel heeft ontvangen. Het bepaalde krachtens artikel 9.7.2.5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 2 Indien uit de vaststelling, bedoeld in artikel 9.7.2.4, tweede lid, of artikel 9.7.4.13, eerste lid, die betrekking heeft op de jaren onmiddellijk voor de inwerkingtreding van deze wet, volgt dat de leverancier tot eindverbruik dan wel inboeker te weinig hernieuwbare brandstofeenheden heeft ontvangen, wordt het aantal hernieuwbare brandstofeenheden conventioneel dat die leverancier dan wel inboeker te weinig heeft ontvangen, bijgeschreven op de rekening van die leverancier tot eindverbruik dan wel inboeker. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.7.5.6.

Artikel VI

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

Wassenaar, 18 april 2018

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

S. van Veldhoven-van der Meer

Uitgegeven de vierentwintigste mei 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina