Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied physician assistant

Geldend van 01-09-2018 t/m heden

Besluit van 19 april 2018, houdende regels inzake de opleiding tot en de deskundigheid van de physician assistant en wijziging van enkele daarmee samenhangende besluiten (Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied physician assistant)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Medische Zorg van 19 februari 2018, kenmerk 1298944-173614-WJZ;

Gelet op de artikelen 33a, 33b, 41, vijfde lid, en 94 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en artikel 24, tweede lid, Wet bescherming persoonsgegevens;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 14 maart 2018, no. W13.18.0034/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Medische Zorg van 17 april 2018, kenmerk 1327484-173614-WJZ;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 2. Titel

Artikel 2

Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van physician assistants te kunnen worden ingeschreven, is vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg het afsluitende examen van een opleiding voor physician assistant heeft afgelegd, welke opleiding is opgenomen in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs, genoemd in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en die voldoet aan de artikelen 3 en 4.

§ 3. Opleiding

Artikel 3

De opleiding, bedoeld in artikel 2, heeft een studielast van 150 studiepunten, omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs, en is erop gericht dat de betrokkene de competenties verwerft die betrekking hebben op het gebied van deskundigheid als bedoeld in artikel 4, ter zake van:

  • a. medische deskundigheid;

  • b. communicatie;

  • c. organisatie;

  • d. samenwerking;

  • e. kennis en wetenschap;

  • f. maatschappelijk handelen;

  • g. professionaliteit.

Artikel 4

  • 1 De competentie medische deskundigheid omvat de bekwaamheid om:

    • a. met betrekking tot veelvoorkomende aandoeningen, doeltreffende, ethisch verantwoorde diagnostische, therapeutische, prognostische en op het individu gerichte preventieve vaardigheden toe te passen in de praktijk;

    • b. relevante informatie aangaande diagnostische, therapeutische, prognostische en op het individu gerichte preventieve opties op te zoeken en te integreren in de klinische praktijk;

    • c. doeltreffend in woord en geschrift te communiceren met andere zorgverleners over de aan hem toevertrouwde patiëntenzorg;

    • d. medische deskundigheid te tonen in situaties die niet te maken hebben met directe patiëntenzorg.

  • 2 De competentie communicatie omvat de bekwaamheid om:

    • a. met patiënten een therapeutische relatie aan te gaan dan wel te onderhouden op basis van wederzijds begrip, empathie en vertrouwen;

    • b. informatie te verzamelen over de aandoening van de patiënt, van familie of van relevante derden uit de omgeving van de patiënt en de verzamelde informatie te integreren;

    • c. relevante informatie te bespreken met de patiënt, de familie of andere zorgverleners om zo optimale zorg aan de patiënt te leveren;

    • d. de patiënt en de bij de patiënt betrokkenen te begeleiden;

    • e. met diverse patiëntengroepen zoals kinderen, ouderen, mannen en vrouwen en patiënten met verschillende culturele achtergronden om te gaan.

  • 3 De competentie organisatie omvat de bekwaamheid om:

    • a. doeltreffend gebruik te maken van informatietechnologie;

    • b. een visie en doelstelling te formuleren, een strategie te ontwikkelen en adequate actie te ondernemen en daarbij adequaat taken en verantwoordelijkheden te delegeren;

    • c. middelen effectief in te zetten voor gezondheidszorg, onderzoek en onderwijs.

    • d. goed geïnformeerd te zijn over het Nederlandse gezondheidszorgsysteem, de invloed hierop van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, en deze kennis doeltreffend en efficiënt te benutten voor de eigen functie en organisatie;

    • e. de uitgangspunten van kwaliteitszorg, zijnde bewaking, bevordering en waarborging, in de praktijk toe te passen.

  • 4 De competentie samenwerking omvat de bekwaamheid om:

    • a. in samenspraak met de patiënt op doeltreffende wijze te komen tot samenwerking met andere zorgverleners binnen de gezondheidszorgorganisatie;

    • b. een doeltreffende bijdrage aan interdisciplinaire teams op het gebied van patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek te leveren.

  • 5 De competentie kennis en wetenschap omvat de bekwaamheid om:

    • a. toegepast empirisch wetenschappelijk onderzoek op te zetten en uit te voeren;

    • b. de principes van kritisch denken toe te passen op bronnen van medische informatie en in interactie met anderen;

    • c. bij concrete beslissingen in de klinische praktijk het beschikbare wetenschappelijke bewijs te betrekken;

    • d. een persoonlijke leerstrategie te ontwikkelen, implementeren en documenteren.

  • 6 De competentie maatschappelijk handelen omvat de bekwaamheid om:

    • a. kennis over de determinanten van gezondheid en ziekte toe te passen in de praktijk en mee te werken aan maatregelen die de gezondheid van individuen en groepen bevorderen;

    • b. risicovolle determinanten van gezondheid op het niveau van het individu, patiëntengroepen en maatschappij te herkennen;

    • c. adequaat te reageren op risicovolle determinanten van gezondheid op het niveau van het individu, patiënten-groepen en de maatschappij.

  • 7 De competentie professionaliteit omvat de bekwaamheid om:

    • a. op een eerlijke, betrokken wijze hoog-gekwalificeerde zorg te leveren, met aandacht voor de integriteit van de patiënt;

    • b. adequaat professioneel gedrag te demonstreren in gezondheidszorg, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs;

    • c. geneeskunde te beoefenen op een ethisch verantwoorde manier, die de medische, juridische en professionele verplichtingen van het lidmaatschap van een zelfregulerende groep respecteert;

    • d. op sterke en zwakke kanten in het eigen functioneren te reflecteren en daardoor sturing te geven aan het eigen leerproces en verantwoordelijkheid te nemen voor de eigen professionele groei, met als doel levenslange ontwikkeling als professional;

    • e. te reflecteren op het eigen handelen in de medische praktijk, in relatie tot de eigen gevoelens en cognities;

    • f. te reflecteren op de invloed van eigen attitude, normen en waarden op het eigen medisch handelen.

§ 4. Deskundigheid

Artikel 5

  • 1 Tot het gebied van deskundigheid van de physician assistant wordt gerekend het verrichten van handelingen op het deelgebied van de geneeskunst waarbinnen de physician assistant is opgeleid. Deze handelingen omvatten het onderzoeken, behandelen en begeleiden van patiënten met veel voorkomende aandoeningen binnen dat deelgebied van de geneeskunst.

  • 2 Tot de handelingen, bedoeld in het eerste lid, behoren:

    • a. het onderzoeken en beoordelen van een patiënt en het op basis van de verkregen gegevens stellen van een diagnose en het opstellen van een behandelplan;

    • b. het uitvoeren van het behandelplan en het daartoe verrichten van gangbare medische handelingen;

    • c. het verrichten van handelingen waartoe de physician assistant op grond van artikel 36 van de wet bevoegd is;

    • d. het stellen van indicaties en het herkennen van complicaties van medische handelingen en verrichtingen en het daarop anticiperen;

    • e. het verlenen van spoedeisende hulp, het bewaken van vitale lichaamsfuncties en waar nodig het treffen van maatregelen ter herstel daarvan;

    • f. het verwijzen naar, consulteren van en samenwerken met artsen en met andere gezondheidszorgmedewerkers;

    • g. het geven van advies, voorlichting en het verlenen van preventieve zorg.

  • 3 De handelingen, bedoeld in het tweede lid, onder c, worden uitsluitend verricht voor zover het betreft:

    • a. handelingen van een beperkte complexiteit;

    • b. routinematige handelingen;

    • c. handelingen waarvan de risico’s te overzien zijn;

    • d. handelingen die worden uitgeoefend volgens landelijk geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.

§ 5. Overgangsrecht

Artikel 6

  • 1 Onze Minister kan voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de Wet van 4 oktober 2017, houdende wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de physician assistant in de lijst van registerberoepen, het toekennen van zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde voorbehouden handelingen aan physician assistants en verpleegkundig specialisten en het opnemen van de mogelijkheid tot het instellen van een tijdelijk register voor experimenteerberoepen (Stb. 2017, 374) reeds besluiten op aanvragen tot inschrijving in het register voor physician assistants. Indien Onze Minister in dat geval besluit tot inschrijving, wordt de inschrijving van kracht met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, als bedoeld in de eerste volzin.

  • 2 Indien het besluit tot inschrijving op een aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen op een tijdstip na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, van de Wet van 4 oktober 2017, houdende wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de physician assistant in de lijst van registerberoepen, het toekennen van zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde voorbehouden handelingen aan physician assistants en verpleegkundig specialisten en het opnemen van de mogelijkheid tot het instellen van een tijdelijk register voor experimenteerberoepen (Stb. 2017, 374), vindt de inschrijving in afwijking van het eerste lid plaats op dat tijdstip.

§ 6. Overige bepalingen

Artikel 9

  • 2 De overige artikelen treden in werking op 1 september 2018.

  • 3 Artikel I, onderdelen A, B, C, D, F, G en H van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met het opnemen van de physician assistant in de lijst van registerberoepen, het toekennen van zelfstandige bevoegdheid voor bepaalde voorbehouden handelingen aan physician assistants en verpleegkundig specialisten en het opnemen van de mogelijkheid tot het instellen van een tijdelijk register voor experimenteerberoepen (Stb. 2017, 374), treden in werking op 1 september 2018.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 19 april 2018

Willem-Alexander

De Minister voor Medische Zorg,

B.J. Bruins

Uitgegeven de elfde mei 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina