Beleidsregel bevoegdheid basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs voor buitenlandse diploma’s

Geraadpleegd op 26-06-2022.
Geldend van 01-09-2018 t/m heden

Beleidsregel van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 20 april 2017, nr. 1230279, houdende voorwaarden en beperkingen voor verlening van de bevoegdheid tot het geven van onderwijs door personen die in het bezit zijn van een buitenlands bewijsstuk waarmee de bekwaamheid en bevoegdheid in het betreffende land wordt aangetoond (Beleidsregel bevoegdheid basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs voor buitenlandse diploma’s)

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Voorwaarden voor het verkrijgen van een bevoegdheid

  • 1 De Minister kan op verzoek een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs op een school, een basisschool, een school voor speciaal basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs, aan degene die:

    • a. in het bezit is van een buiten Nederland verkregen bewijsstuk of meerdere buiten Nederland verkregen bewijsstukken:

      • waaraan in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen de bevoegdheid is verbonden tot het geven van onderwijs aan 4- tot en met 12-jarigen;

      • waarmee in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen bekwaamheid als leraar wordt aangetoond; en

      • waaraan een opleiding ten grondslag ligt die voor wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan de Nederlandse opleiding die ten grondslag ligt aan het getuigschrift leraar basisonderwijs uit het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de WHW; en

    • b. in het bezit is van:

      • 1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Nederlandse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst; of

      • 2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Nederlands als examenvak.

  • 2 In aanvulling op het eerste lid kan de Minister op verzoek ook een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs op een school in het openbare lichaam Bonaire, aan degene die:

    • a. voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a; en

    • b. in het bezit is van:

      • 1. een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Papiamentse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst; of

      • 2. een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Papiaments als examenvak.

  • 3 In aanvulling op het eerste lid kan de Minister op verzoek ook een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs op een school in de openbare lichamen Saba en Sint Eustatius en het geven van basisonderwijs op een afdeling van internationaal georiënteerd basisonderwijs, als bedoeld in artikel 85a van de WPO, aan degene die:

    • a. voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a; en

    • b. in het bezit is van:

      • een of meerdere certificaten waaruit blijkt dat de Engelse taal op of gelijkwaardig aan niveau B2 volgens het Europees Referentiekader wordt beheerst; of

      • een diploma van hoger algemeen voortgezet onderwijs, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of onderwijs dat wat betreft het niveau minstens gelijkwaardig kan worden geacht aan voorgaande, gericht op doorstroming naar het hoger onderwijs met Engels als examenvak.

Artikel 3. Voorwaarden voor het verkrijgen van een bevoegdheid vakonderwijs

  • 1 De Minister kan op verzoek een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs in een of meerdere van de vakken bedoeld in artikelen 11 en 12 van de WPO BES, artikel 9 van de WPO, artikel 13 van de WEC of de artikelen 14a, 14c en 14f van de WEC, aan degene die:

    • a. in het bezit is van een buiten Nederland verkregen bewijsstuk of meerdere buiten Nederland verkregen bewijsstukken:

      • 1. waaraan in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen de bevoegdheid is verbonden tot het geven van vakonderwijs;

      • 2. waarmee in het land waarin deze bewijsstukken zijn verkregen bekwaamheid als vakleraar wordt aangetoond; en

      • 3. waaraan een opleiding ten grondslag ligt die voor wat betreft het niveau gelijkwaardig kan worden geacht aan een opleiding als bedoeld in artikel 1.1 van de WHW; en

    • b. voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b.

Artikel 4. Reikwijdte

  • 2 Een persoon in het bezit van een buitenlands diploma, waarmee de bevoegdheid en bekwaamheid van leraar wordt aangetoond, die na 10 oktober 2010 in dienst is genomen door een bevoegd gezag en op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel in dienst is van een bevoegd gezag, kan in ieder geval les blijven geven in dienst van dit bevoegd gezag, wanneer deze persoon in dienst is genomen op basis van:

    • a. een bewijsstuk van een door de NVAO als positief beoordeelde opleiding waarmee de bevoegdheid en bekwaamheid van leraar wordt aangetoond; of

    • b. een positief oordeel van Nuffic over het bewijsstuk waarmee de bevoegdheid en bekwaamheid van leraar wordt aangetoond.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Naar boven