Regeling periodiek evaluatieonderzoek

Geldend van 27-03-2018 t/m heden

Regeling van de Minister van Financiën van 15 maart 2018, houdende regels voor periodiek evaluatieonderzoek (Regeling periodiek evaluatieonderzoek)

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begrippen

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • beleidsdoorlichting: een syntheseonderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid van een substantieel, samenhangend deel van het beleid, dat wordt gevoerd op grond van één of meer beleidsartikelen van de rijksbegroting;

    • beleidsevaluatie: een onderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid;

    • doelmatigheid van het beleid: de mate waarin het optimale effect tegen zo min mogelijk kosten en ongewenste neveneffecten wordt bewerkstelligd.

    • doeltreffendheid van het beleid: de mate waarin de beleidsdoelstelling dankzij de inzet van de onderzochte beleidsinstrumenten wordt gerealiseerd;

    • onafhankelijk deskundige: een inhoudelijk deskundige die geen verantwoordelijkheid draagt voor het te onderzoeken beleid;

§ 2. Onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

Artikel 2. Onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid

  • 1 Het onderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onder c , van de Comptabiliteitswet 2016 voldoet aan de volgende eisen:

    • a. het onderzoek maakt duidelijk welk beleid wordt onderzocht en wat de doelstellingen van dat beleid zijn;

    • b. het onderzoek geeft antwoord op de vraag in hoeverre het beleid, alsmede de daarmee samenhangende uitgaven, doeltreffend en doelmatig is;

    • c. de conclusies van het onderzoek worden onderbouwd door onderliggende bevindingen;

    • d. de in het onderzoek gebruikte onderzoeksmethode is valide en betrouwbaar;

    • e. het rapport geeft inzicht in de gebruikte evaluatiemethode en in de mogelijkheden en onmogelijkheden om de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het betreffende beleid vast te stellen.

  • 2 Bij de uitvoering van een onderzoek naar de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het beleid wordt minimaal één onafhankelijk deskundige betrokken.

  • 3 De deskundige, bedoeld in het tweede lid, geeft een onafhankelijk oordeel over het uitgevoerd onderzoek.

  • 4 Het onderzoeksrapport beschrijft de manier waarop een of meer onafhankelijk deskundigen bij het onderzoek is of zijn betrokken.

Artikel 3. De beleidsdoorlichting

  • 1 Het beleid dat (mede) wordt gevoerd op grond van één of meer beleidsartikelen uit de rijksbegroting, wordt ten minste eens in de zeven jaar geëvalueerd in een beleidsdoorlichting.

  • 2 De begroting en het jaarverslag geven aan welke beleidsdoorlichtingen in welk jaar zijn of worden uitgevoerd.

  • 3 De eisen in artikel 2 zijn op de beleidsdoorlichtingen van toepassing.

  • 4 Een beleidsdoorlichting bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

    • a. een afbakening van het te onderzoeken beleidsterrein;

    • b. de gehanteerde motivering voor het beleid en de met het beleid beoogde doelen;

    • c. een beschrijving van het beleidsterrein en de onderbouwing van de daarmee gemoeide uitgaven;

    • d. een overzicht van eerder uitgevoerd onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid en een onderbouwing van de gekozen evaluatieprogrammering;

    • e. de effecten van het gevoerde beleid en een analyse en beoordeling van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid, dit wil zeggen alle beleidsinstrumenten in hun onderlinge samenhang, en – indien relevant – de effecten van het beleid op economische groei en regeldruk;

    • f. een beschouwing over de maatregelen die genomen kunnen worden ter verdere verhoging van de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het beleid;

    • g. een beschrijving van beleidsopties indien er significant minder middelen (-/- 20%) beschikbaar zijn.

  • 5 De Minister die het aangaat, zendt de beleidsdoorlichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

  • 6 Bij elke beleidsdoorlichting geeft ten minste één onafhankelijk deskundige een oordeel over de kwaliteit van de beleidsdoorlichting en een toelichting op de betrokkenheid en inbreng van de onafhankelijk deskundige bij de totstandkoming van de beleidsdoorlichting. Deze toelichting wordt opgenomen in de beleidsdoorlichting of als bijlage meegestuurd naar de Tweede Kamer.

  • 7 De onafhankelijk deskundige die bij een beleidsdoorlichting is betrokken, is niet werkzaam bij ministeries en is niet betrokken geweest bij de totstandkoming van het te onderzoeken beleid. Medewerkers van de inspectiediensten van het Rijk, de Auditdienst Rijk en de departementale onderzoeksinstellingen met een onafhankelijke status kunnen wel als onafhankelijk deskundigen optreden.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 5. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte en de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Financiën,

W.B. Hoekstra

Terug naar begin van de pagina