Instellingsbesluit Sturing Digitale Overheid

Geldend van 23-02-2018 t/m heden

Besluit van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 januari 2018, kenmerk 2018-43396, houdende de instelling van het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid en de Programmeringsraad Logius

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Overwegende dat;

  • het functioneren van de overheid in toenemende mate wordt bepaald door digitalisering;

  • digitalisering een belangrijk middel is dat overheden inzetten ter behartiging van de publieke zaak;

  • de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris voor de digitale overheid voor burgers en bedrijven evenals maatschappelijke instellingen de volgende aspecten omvat:

    • te zorgen voor wettelijke en beleidsmatige kaders van de digitale overheid;

    • de zorg voor het op peil houden van het stelsel van de generieke digitale infrastructuur;

    • de zorg voor de realisatie van voorzieningen van de generieke digitale infrastructuur;

    • de zorg voor het agentschap Logius, dat uitvoering geeft aan een groot aantal voorzieningen;

  • naast deze verantwoordelijkheid sectorale verantwoordelijkheden bestaan voor de digitalisering, die binnen het Rijk bij de desbetreffende bewindspersonen, en binnen de medeoverheden bij de besturen van gemeenten, provincies en waterschappen belegd zijn;

  • er een interbestuurlijke opgave en verantwoordelijkheid is, die vraagt om coördinatie, eenduidigheid en een interbestuurlijke governance;

  • de governance onder regie van de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (de Digicommissaris) per 17 januari 2018 zal worden beëindigd;

  • de beleidsmatige randvoorwaarden en samenwerking voor een overheidsbrede agenda voor het digitaliseren van het openbaar bestuur nopen tot adequate gremia;

  • de beleidsmatige vraagstukken van de digitale overheid, die verdeeld zijn over verschillende sectoren en bestuurslagen, alleen kunnen worden opgelost als zij gezamenlijk geagendeerd worden en digitaliseringsambities gezamenlijk worden opgepakt;

  • de sturing op de generieke digitale infrastructuur aan moet sluiten op de financiering.

BESLUIT:

Artikel 1. definities

  • a. de Staatssecretaris: de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b. de Aanvullende Post GDI (AP): de middelen (structurele reeks) die geplaatst zijn op de Aanvullende Post bij het Ministerie van Financiën.

  • c. de Basisinfrastructuur: het geheel van generieke ICT-voorzieningen die overheden, (semi)publieke organisaties en bepaalde private organisaties, die gerechtigd zijn het burgerservicenummer te verwerken, in staat stellen hun primaire digitale processen doelmatig in te richten en te communiceren met burgers, instellingen en bedrijven (de GDI).

  • d. de formeel opdrachtgever: degene die gemandateerd is namens de Staatssecretaris opdrachten te verlenen ter realisatie van de basisinfrastructuur.

  • e. de opdrachtnemer: degene die de opdrachten ter realisatie van de basisinfrastructuur uitvoert.

  • f. de afnemers: organisaties die voorzieningen van de basisinfrastructuur afnemen en deze gebruiken voor hun interactie met burgers en bedrijven evenals maatschappelijke instellingen.

Artikel 2

Indien dit naar het oordeel van de Staatssecretaris, of één van de andere bestuurlijke partijen wenselijk is, wordt een bestuurlijk overleg bijeengeroepen.

Artikel 3

Er wordt een hoogambtelijk Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) ingesteld.

Artikel 4

  • 1 Het OBDO heeft tot taak de Staatssecretaris te adviseren over de volgende onderwerpen:

    • a. het beleid voor de digitale overheid, waarbij met name wordt gewaarborgd dat deze snel, gemakkelijk, betrouwbaar, veilig en begrijpelijk en inclusief is voor burgers en bedrijven evenals maatschappelijke instellingen (mens centraal);

    • b. het gebruik van digitale technologie als integraal onderdeel van beleidsontwikkeling, met als doel maatschappelijke resultaten te realiseren en de daartoe noodzakelijke modernisering van de overheid te stimuleren;

    • c. de aansluiting van sectorale digitaliseringsambities op generiek beleid;

  • 2 Het OBDO bevordert de interoperabiliteit, en stelt – op advies van het Forum Standaardisatie – de samenstelling van de lijst met open standaarden vast, waarvoor voor overheidsorganisaties een ‘pas-toe-of-leg-uit regime’ geldt. Het OBDO stimuleert en volgt het gebruik van de standaarden op die lijst.

  • 3 Het OBDO zorgt voor de inrichting van adequate, thematische vooroverleggen, waarbij de agenda van het OBDO bepalend is.

Artikel 5

Deze taken van het OBDO worden in ieder geval vertaald in de volgende producten:

  • a. een voorstel aan de Staatssecretaris voor een overheidsbrede visie op digitale overheidsdienstverlening aan burgers, instellingen en bedrijven.

  • b. de voorbereiding van een brede agenda digitalisering van het openbaar bestuur, met gemeenschappelijke doelen en in verbinding met sectorale doelen en ambities voor de digitale overheid.

  • c. het organiseren van uitvoeringstoetsen als onderdeel van beleidsvoorstellen.

  • d. een zwaarwegend beleidsadvies aan de Staatssecretaris in het kader van het reguliere begrotingsproces ten aanzien van de allocatie van middelen uit de Aanvullende Post (of zijn opvolger) te besteden aan innovaties binnen de digitale overheid en het Programmaplan Basisinfrastructuur.

Artikel 6

  • 1 Het OBDO wordt voorgezeten door de directeur-generaal Overheidsorganisatie en bestaat uit de volgende leden:

    • a. Een lid van de directie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten,

    • b. de algemeen directeur van het Interprovinciaal Overleg,

    • c. de algemeen directeur van de Unie van Waterschappen,

    • d. een vertegenwoordiger van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

    • e. een vertegenwoordiger van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;

    • f. een vertegenwoordiger van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    • g. een vertegenwoordiger van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

    • h. een vertegenwoordiger van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

    • i. een vertegenwoordiger van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;

    • j. de CIO-rijk;

    • k. de voorzitter van de Programmeringsraad Logius, zoals genoemd in artikel 10.

      Deze kan ad hoc een ander lid van de Programmeringsraad Logius aan het overleg laten deelnemen.

  • 2 De vertegenwoordiging van departementen vindt plaats op het niveau van secretaris-generaal of directeur-generaal.

  • 3 De Ministeries van Algemene Zaken (op het niveau van raadadviseur), Financiën, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Buitenlandse Zaken en Defensie, zijn agendalid en kunnen, op niveau van secretaris-generaal of directeur-generaal, op eigen verzoek aan het overleg van het OBDO deelnemen. Andere organisaties kunnen op uitnodiging deelnemen.

  • 4 Bij afwezigheid van de voorzitter wordt deze vervangen door zijn plaatsvervanger. Bij afwezigheid van andere leden, wordt diens inbreng aan één van de andere leden van het overleg meegegeven.

  • 5 Het secretariaat van het OBDO wordt verzorgd door het Bureau Digitale Overheid. Het bureau berust bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en kent een interbestuurlijke samenstelling.

Artikel 9

De PL heeft tot taak:

  • a. adviezen te geven aan het OBDO ten aanzien van gewenste en/of noodzakelijke doorontwikkeling van de voorzieningen bij Logius, voor zover die bekostigd moeten worden uit de Aanvullende Post of zijn opvolger;

  • b. het opstellen van een meerjarig concept-programmaplan voor de voorzieningen van Logius ten behoeve van het Programmaplan Basisinfrastructuur, binnen de gestelde beleidsmatige en financiële kaders.

  • c. invulling te geven aan het materiële opdrachtgeverschap binnen het vastgestelde programmaplan Basisinfrastructuur voor de voorzieningen van Logius:

    • 1. advies te geven aan de formeel opdrachtgever over de opdrachten.

    • 2. advies te geven aan de formeel opdrachtgever en de opdrachtnemers over de cyclus van beheer en (door)ontwikkeling, implementatie en gebruik van de GDI-voorzieningen bij Logius;

    • 3. advies te geven aan de eigenaar van Logius ten aanzien van begroting, tarieven, jaarplan en leenaanvragen.

  • d. adequate vooroverleggen in te richten.

Artikel 10

  • 1 De PL wordt voorgezeten door een voorzitter voortkomend uit de organisatie van een van de afnemers.

  • 2 De Staatssecretaris benoemt de voorzitter.

  • 3 De voorzitter geeft vanuit een breed perspectief op de digitale overheid op een objectieve wijze invulling aan het voorzitterschap;

  • 4 De PL bestaat voorts uit de volgende leden op minimaal directeurenniveau:

    • a. een vertegenwoordiger namens het UWV/SVB,

    • b. een vertegenwoordiger namens de VNG,

    • c. een vertegenwoordiger van VWS namens de zorg,

    • d. een vertegenwoordiger namens de Unie van Waterschappen,

    • e. een vertegenwoordiger namens DUO,

    • f. een vertegenwoordiger namens de Pensioenfondsen,

    • g. een vertegenwoordiger namens de Belastingdienst,

    • h. een vertegenwoordiger namens de beleidsdirectie I&O,

    • i. een vertegenwoordiger van de Kamer van Koophandel,

    • j. de directeur FEZ van BZK,

    • k. de directeur Logius neemt deel als adviserend lid,

    • l. alsmede, afhankelijk van het onderwerp, de betrokken (kleine) uitvoeringsorganisatie(s).

    Bij afwezigheid wordt de inbreng aan een van de andere leden van de PL meegegeven.

  • 5 Overige afnemers kunnen op verzoek agendalid zijn.

  • 6 Het secretariaat van het PL berust bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en kent een interbestuurlijke samenstelling, waarbij opdrachtgever, afnemers, opdrachtnemers en de beleidsverantwoordelijke vertegenwoordigd zijn.

Artikel 12

Wijziging van dit besluit geschiedt na advies of op initiatief van het OBDO of de PL.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden gepubliceerd.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

R.W. Knops

Terug naar begin van de pagina