Beleidsregel veiligheidsonderzoeken

Geldend van 01-03-2018 t/m heden

Beleidsregel veiligheidsonderzoeken

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Defensie

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht alsmede de artikelen 8 en 10 van de Wet veiligheidsonderzoeken;

Besluiten:

Artikel 1. Definities en toepassing

  • 1 In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    • a. wet: Wet veiligheidsonderzoeken;

    • b. verklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de wet;

    • c. vertrouwensfunctie: een functie die krachtens artikel 3, eerste lid, van de wet als zodanig is aangewezen;

    • d. veiligheidsonderzoek: een onderzoek als bedoeld in de artikelen 7 en 9 van de wet;

    • e. betrokkene: de persoon die belast is met een vertrouwensfunctie; de persoon, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet, die de werkgever wil belasten met de vervulling van een vertrouwensfunctie; de persoon als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet, die belast is met de vervulling van een functie die nadien als vertrouwensfunctie is aangewezen;

    • f. gegevens: gegevens, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet;

    • g. partner:

      • (1) de echtgenoot of geregistreerd partner van de betrokkene; of

      • (2) degene met wie betrokkene een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste of tweede graad; of

      • (3) degene ten aanzien van wie uit het veiligheidsonderzoek blijkt dat deze een duurzame affectieve relatie met betrokkene onderhoudt, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste of tweede graad;

    • h. AIVD: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

    • i. MIVD: Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.

  • 2 Deze beleidsregel bevat regels die worden toegepast bij de uitoefening van de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Defensie tot het afgeven, weigeren of intrekken van een verklaring.

  • 3 Deze beleidsregel is niet van toepassing op de beoordeling van gegevens als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder a, van de wet, indien het de uitvoering betreft van veiligheidsonderzoeken ten behoeve van de vervulling van een vertrouwensfunctie op een Nederlandse burgerluchthaven.

Artikel 2. Beoordelingsperiodes

  • 1 Bij een veiligheidsonderzoek op niveau A worden de gegevens over in beginsel een periode van tien jaar direct voorafgaande aan de aanmelding van de betrokkene voor het veiligheidsonderzoek beoordeeld. Bij een veiligheidsonderzoek op niveau B geldt in beginsel een periode van acht jaar. Bij een veiligheidsonderzoek op niveau C geldt in beginsel een periode van vijf jaar.

  • 2 Met betrekking tot de partner van betrokkene worden in beginsel de gegevens over een periode van vijf jaar direct voorafgaande aan de aanmelding van betrokkene voor het veiligheidsonderzoek beoordeeld.

Artikel 3. Onvoldoende gegevens

  • 1 Het weigeren van een verklaring als bedoeld in artikel 8 van de wet en het intrekken van een verklaring als bedoeld in artikel 10 van de wet, kan plaatsvinden indien het veiligheidsonderzoek onvoldoende gegevens heeft opgeleverd om een oordeel te geven of sprake is van voldoende waarborgen dat de betrokkene onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen, doordat de betrokkene en/of diens partner direct voorafgaande aan het veiligheidsonderzoek gedurende de in artikel 2 bedoelde beoordelingsperiode niet aantoonbaar in Nederland heeft verbleven.

  • 2 Het weigeren van een verklaring als bedoeld in artikel 8 van de wet en het intrekken van een verklaring als bedoeld in artikel 10 van de wet, kan voorts plaatsvinden indien het veiligheidsonderzoek onvoldoende gegevens heeft opgeleverd om een oordeel te geven of sprake is van voldoende waarborgen dat betrokkene onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal volbrengen, doordat:

    • a. de betrokkene en/of diens partner direct voorafgaande aan het veiligheidsonderzoek gedurende de in artikel 2 bedoelde beoordelingsperiode buiten Nederland heeft verbleven; en

    • b. het voor de AIVD dan wel de MIVD niet mogelijk is over de ontbrekende periode voldoende gegevens over de betrokkene en/of diens partner te verkrijgen, wegens het ontbreken van een daartoe geëigende samenwerkingsrelatie met de collegadienst van het land of de landen waar de betrokkene en/of diens partner heeft verbleven.

  • 3 In afwijking van het tweede lid kan bij een ontbrekende periode alsnog sprake zijn van voldoende waarborgen dat de betrokkene onder alle omstandigheden de uit de vertrouwensfunctie voortvloeiende plichten getrouwelijk zal vervullen. Daarbij wordt rekening gehouden met de volgende factoren:

    • a. de bestemming(en);

    • b. of het verblijf of de verblijven verband houden met studie, stage of werk in het buitenland;

    • c. de duur en de frequentie van het verblijf of de verblijven;

    • d. de kwetsbaarheid van de specifieke functie.

Artikel 4. Justitiële antecedenten

Bij de beoordeling van gegevens, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder a, van de wet wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. de aard van het gegeven;

  • b. het aantal binnen de beoordelingsperiode vastgelegde gegevens;

  • c. de strafbedreiging;

  • d. de pleegdatum van het strafbare feit;

  • e. de zwaarte van de opgelegde straf of maatregel waarop het gegeven betrekking heeft;

  • f. de leeftijd van betrokkene op de pleegdatum;

  • g. de relatie van dit gegeven tot de specifieke (te vervullen) vertrouwensfunctie.

Artikel 5. Persoonlijke gedragingen en omstandigheden

Bij de beoordeling van gegevens, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder d, van de wet wordt in ieder geval gelet op de criteria eerlijkheid, onafhankelijkheid, loyaliteit, integriteit en veiligheidsbewustzijn.

Artikel 6. Overgangsregeling

Ten aanzien van veiligheidsonderzoeken die zijn ingesteld vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregel blijven de Beleidsregel veiligheidsonderzoeken Defensie respectievelijk de Beleidsregel justitiële gegevens veiligheidsonderzoeken en de Beleidsregel beoordelingsperiodes en onvoldoende gegevens veiligheidsonderzoekenvan toepassing, tenzij de toepassing van deze beleidsregel voor betrokkene gunstiger is.

Artikel 7. Vervallen regelingen

De Beleidsregel veiligheidsonderzoeken Defensie, de Beleidsregel justitiële gegevens veiligheidsonderzoeken en de Beleidsregel beoordelingsperiodes en onvoldoende gegevens veiligheidsonderzoekenworden ingetrokken.

Artikel 9. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel veiligheidsonderzoeken. Deze beleidsregel wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

’s-Gravenhage, 16 februari 2018

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

K.H. Ollongren

De Minister van Defensie

A.Th.B. Bijleveld-Schouten

Terug naar begin van de pagina