Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg 2018

[Regeling vervalt per 01-01-2020.]
Geldend van 15-06-2018 t/m heden

Besluit van de Minister voor Medische Zorg van 15 januari 2018, kenmerk 1277576-171878 PZo, houdende vaststelling van beleidsregels en subsidieplafond inzake het subsidiëren van transparantie over de kwaliteit van zorg 2018 (Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg 2018)

De Minister voor Medische Zorg,

Gelet op de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS,

Besluit:

Artikel 1. Vaststellen beleidskader 2018

De beleidsregels inzake de verstrekking van subsidies voor de stimulering van de transparantie door middel van het gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen door patiënt en zorgverlener over de best passende behandeling in haar/zijn persoonlijke situatie, worden vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2. Intrekking beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg 2017

Het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg van 22 december 2016 (Staatscourant 2017, nr. 1501) wordt ingetrokken, met dien verstande dat dit beleidskader van toepassing blijft op subsidies die op grond van dit beleidskader zijn verstrekt.

Artikel 3. Subsidieplafond

Voor de subsidieverlening op grond van dit besluit is voor 2018 € 11,1 miljoen beschikbaar.

Artikel 4. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

  • 2 Dit besluit vervalt met ingang van 1 januari 2020.

Artikel 5. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg 2018.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Medische Zorg,

B.J. Bruins

Deze bijlage hoort bij het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring transparantie over de kwaliteit van zorg 2018.

Beleidsregels betreffende de verstrekking van subsidies voor de stimulering van de transparantie door middel van het gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen door patiënt en zorgverlener over de best passende behandeling in haar/zijn persoonlijke situatie.

I. Inleiding en doel

In de brief van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) van 2 maart 2015 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal1 zijn beleidsdoelstellingen op het terrein van transparantie over de kwaliteit van zorg uiteengezet. Deze beogen de transparantie op het terrein van de kwaliteit van zorg te bevorderen, te verbeteren dan wel het bestaande aanbod op dit gebied te versterken, zodat de patiënt de benodigde informatie heeft en zelf kan meebeslissen over de best passende behandeling. Om het belang van het bevorderen van transparantie te onderstrepen, is 2015 betiteld als het Jaar van de Transparantie. Om de beleidsdoelstellingen te realiseren, zijn door de Minister van VWS extra middelen beschikbaar gesteld waardoor het mogelijk is om met een specifieke subsidie een impuls te geven aan de beoogde transparantie. De doelstelling is om een onomkeerbare beweging op dit onderwerp in gang te zetten met breed gedragen activiteiten waardoor de informatievoorziening over de zorg en het zorgaanbod en over de kwaliteit daarvan op toegankelijke wijze beschikbaar komt.

Subsidiëring op het terrein van VWS geschiedt op basis van de Kaderwet VWS-subsidies. De subsidies worden verstrekt met inachtneming van de voorschriften van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS. Daarin zijn de verplichtingen die over en weer tussen subsidieontvanger en subsidiegever gelden, neergelegd.

In artikel 1.2 van de Kaderregeling staat dat subsidies worden verstrekt die passen binnen het beleid, genoemd in artikel 2 van de Kaderwet VWS-subsidies. Overeenkomstig artikel 1.3 kunnen die activiteiten en de voorwaarden waaronder subsidie kan worden verstrekt in een ministeriële regeling of in een beleidsregel nader worden bepaald.

Onderhavige beleidsregels vormen het kader voor de subsidieverstrekking ten behoeve van activiteiten die de transparantie op het terrein van zorg, het zorgaanbod en de kwaliteit daarvan bevorderen of verbeteren. Op de verstrekking van de subsidies zijn dus zowel de Kaderregeling als deze beleidsregels van toepassing.

Het terrein van de zorg is veelomvattend. Daarom worden in principe jaarlijks prioriteiten benoemd waarvoor impulssubsidies verstrekt kunnen worden. In deze beleidsregels wordt in onderdeel III het algemene kader uiteengezet dat voor de totale subsidieperiode, te weten de jaren 2016 tot 2020, geldt. Daarna volgt in onderdeel IV specifiek het beleid voor 2018.

In 2015 zijn financiële middelen ter beschikking gesteld om een impuls te geven aan de transparantie over de kwaliteit van de medisch specialistische zorg. De nadruk lag in 2016 op het thema ‘Transparantie in de context van Samen beslissen’. Behandelaar en patiënt beslissen samen welke zorg het beste past en maken daarvoor gebruik van informatie over de (kwaliteit van) zorg. In 2017 was het onderwerp het stimuleren van transparantie over ‘Mogelijke psychosociale gevolgen bij ingrijpende somatische aandoeningen’. In 2018 is het thema ‘Gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen’. In onderdeel IV is dit verder uiteengezet.

II. Rol Zorginstituut Nederland

Zorginstituut Nederland (hierna: het Zorginstituut) heeft met betrekking tot transparantie over de kwaliteit van zorg een belangrijke rol. Deze taken zijn beschreven in de artikelen 66a tot en met 66e van de Zorgverzekeringswet. Zo houdt het Zorginstituut een openbaar register bij waarin kwaliteitsstandaarden, informatiestandaarden en meetinstrumenten worden opgenomen die voldoen aan de criteria van het toetsingskader dat door het Zorginstituut is opgesteld. Daarnaast stelt het Zorginstituut een Meerjarenagenda op en draagt het zorg voor het verzamelen, samenvoegen en beschikbaar maken van informatie over de kwaliteit van de verleende zorg. Uit deze taken vloeit de regierol van het Zorginstituut voort om zorgbreed meer kwaliteitsgegevens en kwaliteitsinformatie beschikbaar en toegankelijk te maken voor de patiënt. In dat kader vraagt het Zorginstituut de subsidieontvangers om mee te werken aan rapportages aan het Zorginstituut ten behoeve van beleidsmatige informatie, die inzicht geven in de vorderingen van het project en daarmee ook van de vorderingen van de beleidsdoelstellingen.

De relevante partijen, patiënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars, werken samen bij het vergroten van transparantie, ieder vanuit hun eigen perspectief. Het Zorginstituut heeft vanuit zijn wettelijke taken een regierol om de samenwerking tussen de relevante partijen bij het transparant maken van kwaliteitsinformatie te bevorderen. Het Zorginstituut is daarom de meest aangewezen organisatie om samen met deze drie partijen de transparantie een impuls te geven. De Minister van VWS heeft daarom het Zorginstituut gemandateerd om de subsidies voor transparantie over de kwaliteit van zorg te verstrekken. De basis voor de subsidieverstrekking in 2018 is dit beleidskader.

Ter voorbereiding op een nadere, concretere invulling van het beleidsthema heeft het Zorginstituut de relevante partijen geconsulteerd. Aan de hand van deze consultatie is het specifieke beleid voor 2018 nader geconcretiseerd in dit beleidskader. Met deze werkwijze is voldoende afstemming met partijen gezocht en is een zeker draagvlak gecreëerd dat kan bijdragen aan een succesvolle uitvoering en implementatie van de te subsidiëren projecten.

III. Algemeen kader voor subsidiëring van Transparantie over de kwaliteit van zorg

Wie komen in aanmerking voor subsidie

De subsidies die verstrekt worden op grond van deze beleidsregels zijn aan te merken als projectsubsidie. Uit de definitie van projectsubsidie in artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS vloeit voort dat de subsidieontvanger van een projectsubsidie een rechtspersoon of een natuurlijk persoon moet zijn.

Organisaties die werkzaam zijn op het terrein van zorg en die een impuls geven aan het door de Minister voor Medische Zorg vastgestelde jaarthema zoals vastgesteld in onderdeel IV, komen in aanmerking voor subsidie.Projecten zijn alleen subsidiabel indien zij aantoonbaar aan de hierna te noemen algemene criteria en de thema specifieke criteria voor 2018 uit onderdeel IV voldoen.

Algemene voorwaarden en verplichtingen (algemene criteria voor 2018)

De Minister voor Medische Zorg wil met dit subsidieprogramma met jaarlijks wisselende thema’s een impuls geven aan transparantie over de kwaliteit van zorg. In algemene zin richt dit subsidieprogramma zich op projecten die leiden tot het beschikbaar komen en benutten van begrijpelijke keuze- en vergelijkingsinformatie voor de patiënt en betere vindbaarheid en toegankelijkheid van betrouwbare informatie voor patiënt en zorgverlener.

Voor het aanvragen van de subsidie wordt gebruik gemaakt van een formulier voor de subsidieaanvraag. In dit formulier dient door de aanvrager te worden aangetoond dat zij aantoonbaar voldoet aan alle volgende algemene criteria onder A. tot en met L.:

  • A. Het project wordt gedragen door de voor het specifieke project relevante partijen.

  • B. De opgedane ervaringen binnen het project zijn in potentie geschikt om op landelijke schaal te worden gebruikt.

  • C. De projectactiviteiten en/of resultaten worden na afloop van het project met eigen mensen en middelen ingebed in het langetermijnbeleid van de aanvragende en samenwerkende organisatie(s). Dat betekent dat in de aanvraag wordt beschreven hoe de activiteiten of resultaten na afronding van het project worden onderhouden.

  • D. De projectresultaten zijn om niet voor iedereen toegankelijk en te gebruiken.

  • E. De projectactiviteiten of resultaten daarvan zijn er niet op gericht om een commercieel verdienmodel op te bouwen of in stand te houden.

  • F. Het project leidt tot zo min mogelijk regeldruk voor zorgaanbieders. De regeldruk moet in redelijke en onderbouwde verhouding staan tot de resultaten van het project. Het principe van eenmalig vastleggen voor meervoudig gebruik is daarbij het uitgangspunt.

  • G. Het project start niet voor 1 juli 2018 en eindigt niet na 31 december 2020. Het project duurt maximaal 24 maanden.

  • H. Uurtarieven zijn subsidiabel tot het niveau van de tarieven zoals opgenomen in de Handleiding Overheidstarieven2. Hierbij is het benodigde functieniveau bepalend voor het te subsidiëren tarief.

  • I. De raming van de benodigde uren voor het project is gebaseerd op een reële inschatting.

  • J. De gevraagde subsidie voor het project staat in redelijke verhouding tot de resultaten.

  • K. Een subsidieaanvrager ontvangt of ontving niet elders subsidie voor hetzelfde of een vergelijkbaar project, opdat dezelfde kostenposten niet meermaals gefinancierd worden.

  • L. Aanvragen voor een subsidie van meer dan € 1 miljoen komen niet in aanmerking. Er is geen ondergrens. Aanvragen dienen ongeacht de financiële omvang wel aan alle gestelde criteria te voldoen.

Niet subsidiabel zijn:

  • (Wetenschappelijk) onderzoek. Ook het verkrijgen van subsidie voor een hoogleraarschap of promovendus is uitgesloten.

  • Projecten die primair gericht zijn op opleiding of scholing.

  • Projecten die primair betrekking hebben op het versterken van randvoorwaardelijke onderwerpen zoals kwaliteitsstandaarden, het ontwikkelen van indicatoren, kwaliteitsregistraties, databases, terminologiestelsels etc.

Ter toelichting

De ontvangers van de subsidies werken samen in een programma. Dit betekent dat ze op verzoek van het Zorginstituut afspraken maken over samenwerking met andere projecten binnen het subsidieprogramma. Verder werken zij gedurende het project mee aan symposia die door het Zorginstituut in het kader van dit programma worden georganiseerd. Daarnaast stellen de subsidieontvangers op verzoek van het Zorginstituut gegevens beschikbaar aan het Zorginstituut over de gemaakte keuzes op basis van Samen beslissen, bijvoorbeeld ten behoeve van het borgen van uitkomstinformatie in kwaliteitsstandaarden en/of richtlijnen. Dit gebeurt overeenkomstig de algemeen aanvaarde standaarden voor gegevensuitwisseling in de gezondheidszorg. Ten slotte vermelden subsidieontvangers bij publieksuitingen over de projectresultaten dat deze zijn behaald met behulp van deze toegekende subsidie voor transparantie.

Hoogte, berekening en vaststelling van de projectsubsidie

De subsidie is aan te merken als een projectsubsidie. De bepalingen uit de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS die op dat type subsidie betrekking hebben, zijn van toepassing. De kosten die gerelateerd zijn aan het in stand houden van de organisatie (exploitatiekosten) komen niet voor subsidiëring in aanmerking.

Transparantie over de kwaliteit van zorg kan tot het reguliere werkterrein en de verantwoordelijkheid van de betrokken organisaties worden gerekend. De subsidie op basis van deze beleidsregels is daarom aanvullend op de inzet van eigen middelen.

Voor de vaststelling van de subsidie wordt overeenkomstig artikel 7.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gebruik gemaakt van een formulier subsidievaststelling.Afhankelijk van de hoogte van het subsidiebedrag is een van de arrangementen bedoeld in artikel 1.5, onder a, c of d, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing. Bij deze arrangementen wordt rekening gehouden met de bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage.

IV. Activiteiten en criteria voor 2018

Thema voor 2018: Gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen

Aanleiding

Voor 2018 is het beleidsthema ‘Gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen’. Projecten die een impuls geven aan het gebruiken van uitkomstinformatie in het proces van Samen beslissen door patiënt en zorgverlener over de best passende behandeling, kunnen in aanmerking komen voor subsidie. Uitgangspunt voor het thema is de brief van de Minister van VWS van 21 februari 2017 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal3. Hierin geeft de minister aan dat het resultaat van een behandeling voor patiënten steeds meer centraal komt te staan. Patiënten en zorgverleners moeten weten hoe het best passende resultaat van een behandeling kan worden bereikt. Hier is transparantie voor nodig. Het is daarom tijd voor een volgende fase, waarin er – meer dan nu – informatie beschikbaar komt over voor patiënten relevante uitkomsten, zodat de patiënt beter kan kiezen ‘in welke spreekkamer zij of hij terecht komt’ en dat vervolgens ‘in die spreekkamer gezamenlijk de juiste beslissingen kunnen worden genomen over de best passende behandeling voor die patiënt’. In het regeerakkoord van het Kabinet Rutte III wordt deze ontwikkeling ondersteund, waarbij wordt ingezet op uitkomsten van de zorg voor patiënten die bij voorkeur aansluiten bij internationale initiatieven.

Het thema ‘Gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen’ sluit nauw aan bij het jaarthema voor 2016 ‘Transparantie in de context van Samen beslissen’. Het thema in 2016 was in het algemeen gericht op het benutten van bestaande (keuze ondersteunende) informatie in het proces van Samen beslissen. In 2018 ligt het accent op het gebruiken van voor patiënten relevante uitkomstinformatie bij Samen beslissen.

De bedoeling van ‘Gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen’

De bedoeling is dat patiënt en zorgverlener samen beslissen over de best passende behandeling. Daarvoor is informatie nodig over de uitkomsten van een behandeling en over de invloed die uitkomsten kunnen hebben op de kwaliteit van leven van de patiënt. Deze informatie wordt uitkomstinformatie genoemd.

Informatie over uitkomsten van zorg kan zorginhoudelijk van aard zijn (percentage succesvolle operaties of percentage complicaties, optreden van psychosociale gevolgen e.d.). Uitkomstinformatie kan daarnaast betrekking hebben op aspecten die van belang zijn voor de persoonlijke situatie van patiënten. Hiervoor is inbreng van patiënten nodig over de resultaten van een behandeling. Zij moeten informatie verstrekken over de persoonlijke ziektebeleving. Het gaat hierbij om informatie over vragen als: Wanneer kan ik weer werken? Kan ik voor mijzelf zorgen? Wanneer verdwijnen de symptomen? Omdat duidelijker is wat de impact van een behandeling kan zijn, kunnen patiënt en zorgverlener met de inzet van uitkomstinformatie beter samen beslissen wat voor haar/hem de best passende zorg is. De ‘beste zorg’ bestaat niet. Het gaat om de ‘best passende zorg voor een patiënt’. Hetzelfde geldt voor ´de beste aanpak´ voor Samen beslissen. Wat werkt, wanneer en hoe, is mede afhankelijk van de doelgroep: mensen met bepaalde aandoeningen of in bepaalde omstandigheden. Een project kan een impuls geven aan zo’n specifieke doelgroep.

Uitkomstinformatie is een belangrijk instrument om succesvol samen te kunnen beslissen. Naast de beschikbaarheid van uitkomstinformatie zijn ook vaardigheden nodig bij zorgverleners en patiënten en/of hun naasten. Samen beslissen is een interactief, dynamisch proces. Daarvoor zijn informatiemiddelen nodig. Maar ook vaardigheden op het terrein van communicatie en omgaan met informatie, of bijvoorbeeld inlevingsvermogen. Samen beslissen vraagt om een omslag van denken en doen in termen van behandelen (kwaliteit van behandeling) naar denken en doen in termen van hoe iemand te helpen weer te komen waar hij wil zijn (kwaliteit van leven). Een project dat een impuls geeft aan ‘het gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen’ dient altijd ingebed te zijn in het bredere kader van instrumenten en vaardigheden dat nodig is voor succesvol Samen beslissen.

Doelstelling van deze subsidieregeling

Met de subsidieregeling ondersteunen we voorlopers die uitkomstinformatie voor Samen beslissen in de spreekkamer maken én gebruiken. Van belang hierbij is dat uitkomstinformatie wordt benut of ingezet op een wijze waardoor deze relevant is voor de persoonlijke situatie van de patiënt.

Daarnaast is het de bedoeling dat ook derden kunnen leren van de opgedane ervaringen binnen de gesubsidieerde projecten. Bijvoorbeeld door middel van het uitwisselen van ‘best practices’ en ‘do’s en don’ts’.

De subsidieregeling richt zich op de eerste en/of tweedelijnszorg.

Subsidiabele activiteiten waaraan kan worden gedacht zijn4:

  • Projecten die uitkomstinformatie maken van gegevens uit bestaande registraties, deze verwerken in hulpmiddelen (bijvoorbeeld app’s, portals, dashboards, zorg-logs etc.) én deze middelen gebruiken in het proces van Samen beslissen;

  • Projecten die bestaande instrumenten voor Samen beslissen (zoals keuzehulpen, consultkaarten etc.) verrijken met uitkomstinformatie én deze middelen gebruiken in het proces van Samen beslissen;

  • Projecten die er aan bijdragen dat samen met de huisarts, op basis van uitkomstinformatie, de keuze voor de best passende behandelaar/behandelplek wordt gemaakt;

  • Projecten die er aan bijdragen dat in de spreekkamer in het ziekenhuis gezamenlijke besluitvorming plaatsvindt over de best passende behandeling en verwijzing naar de juiste spreekkamer.

Themaspecifieke criteria voor 2018

De beleidsprioriteiten zijn aan de hand van een veldconsultatie door het Zorginstituut nader uitgewerkt. Projecten dienen, naast aan de in onderdeel III genoemde algemene criteria, aantoonbaar te voldoen aan alle volgende themaspecifieke criteria onder a. tot en met j.:

  • a. Het doel van het project is het gebruiken van uitkomstinformatie in het proces van Samen beslissen door patiënt en/of naasten en zorgverlener;

  • b. Het project maakt gebruik van bestaande meetinstrumenten voor uitkomstinformatie, of van een selectie van dat deel van het bestaande meetinstrument, dat nodig is om het doel van het project mogelijk te maken;

  • c. Het project maakt gebruik van gegevens uit bestaande registraties. Het aanpassen of verbeteren van registraties kan onderdeel zijn van een project;

  • d. Het project gebruikt uitkomstinformatie in relatie met informatie over de persoonlijke situatie van de patiënt;

  • e. Het project versterkt de vaardigheden van zorgverlener en/of de patiënt en/of naasten bij Samen beslissen, in relatie tot het gebruiken van uitkomstinformatie;

  • f. De uitkomstinformatie die gebruikt wordt beschrijft in principe alle mogelijke behandelopties en is dus niet beperkt tot de zorg die de zorgverlener zelf levert. Ook behandelopties die door andere zorgverleners worden uitgevoerd worden -indien relevant- beschreven;

  • g. Het project wordt uitgevoerd in de eerste en/of de tweedelijns curatieve zorg;

  • h. Het project is een samenwerking tussen (vertegenwoordigers van) de bij het project betrokken patiënten en/of hun naasten en zorgverleners;

  • i. Projecten stellen hun producten en/of diensten beschikbaar in het publieke domein (via relevante websites) en via open standaarden, die passen binnen de afsprakenstelsels en architectuur die in het Informatieberaad5 zijn overeengekomen;

  • j. Het project verspreidt actief de opgedane kennis en ervaring over het gebruiken van uitkomstinformatie bij Samen beslissen (bijvoorbeeld via publicaties op relevante websites en tijdens symposia), zodat uitkomstinformatie door meer organisaties en meer aandoeningen kan worden gebruikt bij Samen beslissen.

Niet subsidiabel zijn:

  • Projecten die gaan over de juistheid van uitkomstmaten/meetinstrumenten of het ontwikkelen van nieuwe uitkomstmaten/meetinstrumenten;

  • Algemene publieksvoorlichting (bijvoorbeeld mediacampagnes).

Subsidieplafond en verdelingsmaatstaf

Het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidies ten behoeve van de transparantie activiteiten bedraagt € 5 miljoen. Aanvragen kunnen tot 1 april 2018 worden ingediend bij het Zorginstituut. Het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld via een tendersysteem. Dit betekent dat voorrang wordt gegeven aan de aanvragen die naar verwachting meer geschikt zijn om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidieverstrekking. In verband met deze verdeelregel is het noodzakelijk dat de aanvragen voor 1 april 2018 zijn ontvangen. Daarna wordt op grond van de navolgende criteria de rangorde bepaald. Naarmate de projecten aan meer aanvullende themaspecifieke criteria voldoen, krijgen ze aanvullend pluspunten. Hierbij geldt dat de afzonderlijke criteria even zwaar wegen. De projecten worden in de volgorde van de rangorde gesubsidieerd totdat het subsidieplafond van € 5 miljoen is bereikt. Indien meerdere aanvragen hetzelfde aantal aanvullende pluspunten hebben en het plafond zou worden overschreden, wordt de onderlinge rangschikking overeenkomstig artikel 2.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS door middel van loting vastgesteld.

De aanvullende themaspecifieke criteria luiden als volgt:

  • i. Het project sluit aan bij een lopend project of programma in het kader van Samen beslissen (dit kan bijvoorbeeld een project of programma zijn dat loopt in het kader van de 30 aandoeningen van de Kwaliteit- en Doelmatigheidsagenda6);

  • ii. Het project is een samenwerking tussen de eerste en de tweedelijns curatieve zorg;

  • iii. Het project richt zich op een doelgroep met lage gezondheidsvaardigheden7.

Aanvragen die na 1 april 2018 worden ontvangen, worden buiten beschouwing gelaten bij deze tender.

Als blijkt dat het subsidieplafond na de tender nog niet is overschreden worden aanvragen die op of na 1 april 2018 maar voor 1 oktober 2018 zijn ontvangen in behandeling genomen. Het resterende bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen die voldoen aan de criteria uit onderdeel III en IV. De aanvullende criteria zijn hierbij niet relevant. De datum van ontvangst van de complete aanvraag is bepalend bij het hanteren van deze verdeelregel. Indien meerdere aanvragen op een tijdstip binnen zouden komen, wordt de onderlinge rangschikking overeenkomstig artikel 2.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS door middel van loting vastgesteld.

V. Regeldrukgevolgen

Door het uitvoeren van de processtappen, zoals die onder onderdeel II van onderhavige beleidsregels zijn omschreven, blijft de regeldruk voor de subsidieaanvrager beperkt. Daarnaast staat in de onderdelen III en IV van onderhavige beleidsregels een heldere set criteria waaraan de subsidieaanvraag moet voldoen, zodat de subsidieaanvrager op voorhand weet of hij in aanmerking komt voor het verkrijgen van subsidie. De eisen die worden gesteld aan de aanvraag voor de verlening en voor de vaststelling zijn geregeld in de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, zodat deze eisen overeenkomen met wat gebruikelijk is. In deze beleidsregels wordt vanuit de regierol van het Zorginstituut aanvullend gevraagd om gedurende het project mee te werken aan relevante symposia over transparantie en wordt medewerking aan periodieke rapportages ten behoeve van beleidsinformatie gevraagd. Dit kan tot beperkte aanvullende regeldruk voor subsidieaanvragers leiden.

VI. Procedure

De algemene procedure voor het verstrekken van een projectsubsidie is vastgelegd in de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS8.

Aanvragen kunnen worden ingediend bij Zorginstituut Nederland. Op de website van het Zorginstituut is het formulier voor de aanvraag van subsidie beschikbaar. Hierin dient aantoonbaar onderbouwd te worden hoe voldaan wordt aan de criteria.

  1. Kamerstukken II, 32 620, nr. 149

    ^ [1]
  2. Deze is te raadplegen via de website van Zorginstituut Nederland

    ^ [2]
  3. Kamerstukken II, 32 765 nr. 263

    ^ [3]
  4. Dit is geen volledige opsomming van denkbare activiteiten

    ^ [4]
  5. Het Informatieberaad maakt afspraken ten behoeve van een duurzaam informatiestelsel in de zorg (zie ook de website www.informatieberaadzorg.nl)

    ^ [5]
  6. Zie voor een overzicht van deze 30 aandoeningen bijvoorbeeld Kamerstukken II, 32 620, nr. 168 (bijlage 2)

    ^ [6]
  7. Hierbij wordt uitgegaan van de brede WHO definitie van gezondheidsvaardigheden (‘health literacy’), waarbij functionele (geletterdheid, rekenen), communicatieve (actief participeren) en kritische (kritisch beoordelen van informatie ten behoeve van de eigen gezondheid) vaardigheden een rol spelen.

    ^ [7]
  8. Deze is te raadplegen via www.wetten.nl (of www.overheid.nl)

    ^ [8]
Terug naar begin van de pagina