Deelreglement Realisering van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film

Geldend van 01-03-2018 t/m heden

Deelreglement Realisering van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film

De Stichting Nederlands Fonds voor de Film,

gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht,

gelet op artikel 10, lid 4, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid,

gelet op artikel 2 van het Algemeen Reglement,

besluit:

Algemeen

Artikel 1. - Definities -

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • afwerking: het voor bioscoopvertoning en verdere exploitatie gereed maken van een filmproductie na voltooiing van de werkkopie (maakt onderdeel uit van realisering);

  • animatic: opeenvolging van meestal getekende storyboard-beelden die het scenario weergeven, dezelfde lengte als de te produceren animatiefilm heeft en minimaal van dialogen is voorzien;

  • animatie: een filmproductie die een kunstmatige filmtechniek hanteert waarbij door het na elkaar afspelen van verschillende stilstaande beelden de illusie van beweging ontstaat;

  • arthouse film: een speelfilm waarbij de nadruk op de artistieke kwaliteit ligt en het eindresultaat dusdanig eigenzinnig en bijzonder is dat dit in potentie nationaal en/of internationaal herkend en gewaardeerd wordt;

  • beginnend: een scenarist, regisseur of producent die minder dan twee filmproducties binnen de desbetreffende categorie in de professionele film- en televisiesector gerealiseerd en uitgebracht heeft;

  • bestuur: de directeur/bestuurder van het Fonds;

  • bioscoopuitbreng: de landelijke distributie van een filmproductie, die na de première met een dagelijkse vertoning gedurende meerdere weken en in meerdere bioscopen en/of filmtheaters voor een betalend publiek in Nederland wordt uitgebracht;

  • categorie: een soort filmproductie;

  • completion bond: de verzekering die waarborgt dat de filmproductie zal worden afgemaakt en opgeleverd onder in de verzekeringspolis opgenomen (budgettaire) voorwaarden, of dat – als de productie zou worden gestaakt – de tot dan toe gemaakte productiekosten worden terugbetaald;

  • coproductie: een filmproductie, waaraan twee of meer coproducenten risicodragend, op basis van een door alle partijen goedgekeurd filmplan en/of scenario een inhoudelijke en financiële bijdrage leveren;

  • crossover film: auteursfilm die de potentie heeft om een breder publiek in binnen- en buitenland te bereiken en in Nederland zowel in filmtheaters als in bioscopen wordt uitgebracht;

  • crossmediaal marketing & distributieplan: een gedetailleerd plan van alle activiteiten op het gebied van marketing en distributie, waarbij gebruik gemaakt wordt van alle mogelijke vormen van promotie, publiciteit en (social) media, ten behoeve van de bioscoopuitbreng en verdere exploitatie van de filmproductie;

  • DCP: (digital cinema package) de digitaal opgeslagen kopie van de filmprint, die in een bioscoop kan worden vertoond;

  • debutant: een scenarist, regisseur of producent die nog geen filmproductie binnen de desbetreffende categorie in de professionele film- en televisiesector gerealiseerd en uitgebracht heeft;

  • distributie: de professionele uitbreng en exploitatie van filmproducties;

  • documentaire: een non-fictie filmproductie geschikt voor bioscoopvertoning die een aspect van de werkelijkheid belicht waarbij de eigen visie van de regisseur wordt vormgegeven met creatieve gebruikmaking van filmische middelen in een persoonlijke stijl;

  • ervaren: een producent, regisseur of scenarist van wie twee of meer filmproducties binnen de desbetreffende categorie in de professionele film- en televisiesector gerealiseerd en uitgebracht zijn;

  • filmconsulent: een gespecialiseerd filmprofessional die voor een beperkte periode door het Fonds is aangesteld om te adviseren over aanvragen bij het Fonds;

  • filmisch experiment: een filmproductie die naar het oordeel van het bestuur binnen de categorieën speelfilm, documentaire, animatie en korte film onderzoekend en/of grensverleggend is dan wel experimentele of kunstzinnige filmproducties of een interactieve filmproductie met een duidelijk aanwijsbaar filmische component waarin het visueel verhalende en de inzet van nieuwe mediatoepassingen samenkomen;

  • filmdistributeur: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de distributie en exploitatie van filmproducties in de Nederlandse bioscoop en via andere distributiekanalen. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • filmplan: het plan tot uitvoering; een met elkaar samenhangend geheel van activiteiten dat bestaat uit het financieren, het tot stand brengen en (doen) exploiteren van een filmproductie;

  • filmprint: het negatief c.q. de definitieve (digitale) eindversie van de filmproductie waarvan later (digitale) kopieën worden gemaakt;

  • filmproductie: een cinematografisch werk;

  • het Fonds: Stichting Nederlands Fonds voor de Film;

  • internationale coproductie: een in Nederland uit te brengen, internationaal gecoproduceerde filmproductie;

  • korte film: een filmproductie met een vertoningsduur tot 60 minuten;

  • lange animatiefilm: een speelfilm die een kunstmatige filmtechniek hanteert waarbij door het na elkaar afspelen van verschillende stilstaande beelden de illusie van beweging ontstaat;

  • mainstream film: een speelfilm waarbij de nadruk ligt op de publiekspotentie, dat wil zeggen de grootte van het publieksbereik in samenhang met de beoogde exploitatieresultaten;

  • majoritair (co)producent: een productiemaatschappij van een in de Nederlandse bioscoop en/of filmtheaters uit te brengen (internationale) filmproductie, die risicodragend investeert, hoofdverantwoordelijk en in doorslaggevende mate beslissingsbevoegd is en die een meerderheid van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht (of zal brengen);

  • marketing: het creëren van een optimale publieksbenadering voor een filmproductie die moet aansluiten op verwachtingen van doelgroepen (bioscoop)bezoekers waardoor deze overtuigd worden de filmproductie te gaan zien. De juiste marketingstrategie is gericht op maximaliseren van het publieksbereik en bestaat uit een heldere positionering aansluitend op de doelgroep, de invulling en uitvoering van de filmproductie zelf, een marketing en distributieplan met uitwerking van de plaats van uitbreng, een media- en publiciteitsplan, de promotie en eventuele merchandising en de prijsstrategie.

  • marketing- en distributiestrategie: de uitgewerkte strategie, gericht op marketing en promotie alsmede de feitelijke bioscoopuitbreng en de verdere exploitatie van een specifieke filmproductie;

  • marktpartijen: partijen wier reguliere professionele activiteiten zijn gericht op het distribueren en exploiteren van filmproducties, in de ruimste zin des woords, ofwel partijen die risicodragende investeringen doen;

  • matching bijdrage: een bijdrage van het Fonds die wordt toegekend indien specifieke partijen ook een bepaalde bijdrage leveren;

  • minoritair coproducent: een productiemaatschappij van een in de Nederlandse bioscoop en/of filmtheaters uit te brengen (internationale) coproductie, die risicodragend investeert maar in beperkte mate beslissingsbevoegd en verantwoordelijk is en die een minderheid van de financiering van de filmproductie bijeen heeft gebracht (of zal brengen);

  • minoritaire coproductie: een internationale coproductie waarbij de Nederlandse producent een minoritaire coproducent is;

  • New Screen NL: het programma dat zich primair richt op ontwikkeling van nieuw talent, de korte film in alle categorieën en filmisch experiment;

  • non theatrical release: alle mogelijke vormen van distributie van een filmproductie, uitgezonderd die via bioscopen en filmtheaters, waaronder in ieder geval wordt begrepen de distributie op DVD en Blu ray, via televisie, Video On Demand, pay per view- en online distributiekanalen;

  • openbaarmaking: het aan het publiek bekend maken middels vertoning van de filmproductie;

  • outreach campagne: een marketingmethode waarbij gericht gezocht wordt naar geloofwaardige ‘influencers’ (mensen, organisaties, stichtingen enz.) die een duidelijke en sterke link hebben met het onderwerp van de film, die op hun beurt een heel gerichte doelgroep kunnen bereiken en informeren over de film;

  • overbruggingskrediet: een gegarandeerd financieel krediet ten behoeve van de totstandkoming van een filmproductie dat beschikbaar is gesteld door een derde gedurende de gehele productieperiode van waaruit productiekosten in afwachting van de betalingstermijnen van financiers worden voorgefinancierd;

  • picture lock: de door producent en regisseur definitief vastgestelde montageversie van de filmproductie, op basis waarvan de verdere nabewerking plaatsvindt;

  • printkosten: de kosten voor het verveelvoudigen van de filmprint en/of vervaardigen van een DCP (Digital Cinema Package) voor vertoning van de filmproductie;

  • prints & advertising (P&A): de directe kosten na de fase van realisering die samenhangen met de bioscoopuitbreng en marketing van de voor vertoning gereed zijnde filmproductie, inclusief VPF en de kosten voor de uitbrengkopieën (printkosten);

  • producent: de natuurlijke persoon die de productiemaatschappij rechtsgeldig vertegenwoordigt en binnen de organisatie van de productiemaatschappij beleidsmatig, bedrijfsmatig en inhoudelijk eindverantwoordelijk is;

  • productiekosten: de kosten gemoeid met de realisering van een filmproductie;

  • productiemaatschappij: een rechtspersoon die op continue basis bedrijfsactiviteiten ontplooit met als hoofddoel de productie en exploitatie van filmproducties en andere audiovisuele mediaproducties. De rechtspersoon is ten tijde van de subsidieaanvraag gedurende minimaal twee jaar daarvoor gevestigd en actief geweest in Nederland, een Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland;

  • programma: een samengesteld subsidieprogramma van het Fonds met een specifieke doelstelling;

  • realisering: alle werkzaamheden na de fase van ontwikkeling die verbonden zijn aan het tot stand brengen en voor vertoning gereed maken van een filmproductie die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng in Nederland;

  • regisseur: een natuurlijk persoon die de artistieke regie voert over de uitvoering van een filmproductie;

  • sales deliveries: de (promotie) materialen, waaronder een internationale presskit, die een internationale sales agent nodig heeft ten behoeve van de internationale verkoop van de filmproductie;

  • scenario: een beschrijving van opeenvolging van scènes en geschreven tekst met dialoog geschikt om te verfilmen tot een filmproductie;

  • scenarist: de schrijver van een synopsis, treatment, scenario of documentairescript;

  • Screen NL: het programma voor ontwikkeling en productie van speelfilms, lange animatiefilms en lange documentaires die zijn gericht op zowel theatrical als non-theatrical release.

  • speelfilm: een filmproductie in het genre fictie met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten, die primair bestemd is voor bioscoopuitbreng;

  • theatrical release: de distributie van de filmproductie in de bioscoop of filmtheater;

  • toeslag: een aanvullende fondsbijdrage op grond van vooraf vastgestelde criteria opgenomen in het Financieel & Productioneel Protocol;

  • VPF: de virtual print fee is een bedrag dat een filmdistributeur betaalt per DCP voor de uitbreng in de bioscoop of het filmtheater.

  • werkkopie: de montageversie die voorafgaand aan de ‘picture lock’ van de filmproductie ter bespreking wordt voorgelegd aan het Fonds en een duidelijke opzet van de definitieve filmproductie toont.

Artikel 2. - Toepasselijkheid Reglementen -

  • 1 Dit deelreglement is van toepassing op subsidies die het bestuur verstrekt voor realisering en afwerking in de categorieën speelfilm, documentaire, animatie, korte film en filmisch experiment en, met inachtneming van artikel 8, op subsidies die worden verstrekt in het kader van de samenwerkingsprojecten met andere instellingen die tot realisering van deze filmproducties strekken.

  • 2 Het Algemeen Reglement is van toepassing naast en in aanvulling op dit deelreglement.

Artikel 3. – Aanvraag -

  • 1 Per programma en categorie wordt een aanvraag digitaal ingediend, waarbij een schriftelijke, door de aanvrager ondertekende, kopie van deze digitale aanvraag aan het Fonds wordt overgelegd.

  • 2 Bij aanvragen voor realisering gelden in beginsel vaste indienmomenten per categorie. Aanvragen voor realisering, zoals de afwerking van een filmproductie waarvoor geen vast indienmoment geldt kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend, tot uiterlijk acht weken voor de eerste openbaarmaking. Voor korte filmproducties kan de uiterste indientermijn verkort worden tot vijf weken voor de eerste openbaarmaking. Informatie over indienrondes en eventuele indienstops wordt gepubliceerd op de website van het Fonds (www.filmfonds.nl).

  • 3 Aanvragen voor realisering van eenzelfde filmproductie kunnen, na een afwijzend besluit daarover, eenmaal opnieuw worden ingediend. Een aanvraag voor eenzelfde filmproductie, die tweemaal door het bestuur is afgewezen, wordt niet meer in behandeling genomen.

  • 4 De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert dat zijn financiële positie, en dan met name de relatie tussen beschikbare middelen en aangegane verplichtingen, voorafgaand aan de aanvraag geen negatieve ontwikkeling heeft gekend die bedreigend is geweest voor de stabiliteit en solvabiliteit van de aanvrager en, naar reële verwachting, deze ook niet zal kennen.

  • 5 Bij aanvragen voor realisering van filmproducties overlegt de aanvrager de verklaring(en) van de (film)distributeurs en/of derden die zich wat betreft financiering, vertoning en/of exploitatie aan de filmproductie verbinden.

  • 6 De aanvrager overlegt bij de aanvraag in ieder geval een verklaring waarin hij garandeert over (een exclusieve optie op) de voor de filmproductie noodzakelijke exclusieve verfilmings- en exploitatierechten rechten te beschikken.

  • 7 De aanvrager overlegt een planning en daarop aansluitende begroting en financieringsplan waaruit blijkt dat er aantoonbaar sprake is geweest van een grondige artistieke en productionele ontwikkeling van de filmproductie in voorbereiding op de realisering.

Artikel 4. - Aanvrager -

  • 1

    • a. Realiseringsaanvragen in de categorie speelfilm worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent die als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het voortbrengen van tenminste twee speelfilms met een bioscoopuitbreng in Nederland.

    • b. Indien de aanvrager zoals bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a een beroep doet op een (extra) matching bijdrage voor mainstream films (artikel 19 lid 3) dan dient de aanvrager in de voorliggende vijf kalenderjaren verantwoordelijk te zijn geweest voor een in de Nederlandse bioscopen uitgebrachte speelfilm of lange animatiefilm die na première door minimaal 150.000 betalende bezoekers in de Nederlandse bioscopen is bezocht. In het geval van een kinder- of jeugdfilm geldt in plaats hiervan een minimale eis van 100.000 betalende bioscoopbezoekers.

    • c. Voor een realiseringsaanvraag voor een minoritaire coproductie in de categorie speelfilm geldt dat de desbetreffende Nederlandse minoritaire coproducent reeds als majoritair producent hoofdverantwoordelijk geweest is voor tenminste één speelfilm met een bioscoopuitbreng in Nederland.

  • 2

    • a. Realiseringsaanvragen in de categorie documentaire worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent, die als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het voortbrengen van tenminste twee (lange) documentaires met een bioscoopuitbreng of landelijke televisie-uitzending in Nederland.

    • b. Voor een realiseringsaanvraag voor een minoritaire coproductie in de categorie documentaire geldt dat de desbetreffende Nederlandse minoritaire coproducent reeds als majoritair producent hoofdverantwoordelijk geweest is voor tenminste één (lange) documentaire met een bioscoopuitbreng of landelijke televisie-uitzending in Nederland.

  • 3 In afwijking van de voorgaande leden 1 en 2 kan bij een relatief laag productiebudget binnen het programma New Screen NL een aanvraag worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een beginnend producent.

  • 4 Realiseringsaanvragen in de categorie animatie met een vertoningsduur tot zestig minuten worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent die als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het realiseren en uitbrengen van tenminste twee vrije, niet in opdracht vervaardigde filmproducties op het gebied van animatie in Nederland. In voorkomende gevallen kan bij een relatief laag productiebudget van dit vereiste afgeweken worden.

    Voor een realiseringsaanvraag voor een minoritaire coproductie in de categorie animatie met een vertoningsduur tot zestig minuten geldt dat de desbetreffende producent als majoritair producent hoofdverantwoordelijk geweest is voor het realiseren en uitbrengen van tenminste één vrije, niet in opdracht vervaardigde filmproductie op het gebied van animatie in Nederland.

  • 5 Realiseringsaanvragen in de categorie filmisch experiment worden gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent die als majoritair producent hoofdverantwoordelijk is geweest voor het realiseren en uitbrengen van tenminste twee vrije filmproducties in Nederland. In voorkomende gevallen kan bij een relatief laag productiebudget van dit vereiste afgeweken worden.

  • 6 Een aanvraag voor de realisering van een korte film in de categorie fictie of documentaire van een regisseur die minder dan 4 jaar geleden is afgestudeerd aan een erkende beroepsopleiding voor film, wordt aangevraagd door een beginnend of ervaren producent. De betreffende producent dient een erkende beroepsopleiding voor film te hebben afgerond of tenminste één filmproductie binnen de desbetreffende categorie in de professionele film- en televisiesector te hebben gerealiseerd en uitgebracht.

  • 7 Een aanvraag voor subsidie voor afwerking wordt gedaan door een productiemaatschappij, vertegenwoordigd door een producent met aantoonbare ervaring in de professionele film-televisiepraktijk en ervaring op het gebied van de betreffende categorie.

  • 8 In afwijking van het voorgaande lid kan op grond van artikel 16 lid 5 een beperkte afwerkingsbijdrage worden aangevraagd door beginnende of ervaren producenten of door regisseurs die hun filmproductie zelf hebben geproduceerd.

Artikel 5. - Subsidievorm -

  • 1 De subsidie die op grond van dit deelreglement wordt verstrekt dient uit inkomsten die worden verkregen uit exploitatie van de filmproductie te worden terugbetaald.

  • 2 Aan de subsidie voor realisering verbindt het bestuur nadere voorwaarden.

Artikel 6. - Beoordeling subsidie voor realisering -

Voor toekenning van de aanvraag dient het oordeel over de kwaliteit van de filmproductie positief te zijn. De kwaliteit van de filmproductie wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingscriteria in artikel 5 van het Algemeen Reglement.

Artikel 7. - Onderlinge verhouding financiële bijdragen -

  • 1 Het verstrekken van een subsidie voor de realisering van een filmproductie bindt het bestuur in geen geval tot het verlenen van enige andere subsidie.

  • 2 Eerder door het bestuur aan een bepaalde filmproductie verleende subsidies maken onderdeel uit van de financiële bijdrage voor realisering.

Artikel 8. - Samenwerkingsprojecten -

  • 1 Het bestuur kan in samenwerking met andere (subsidie verlenende) instellingen subsidies verstrekken ten behoeve van de realisering van filmproducties en daartoe samenwerkingsovereenkomsten met deze instellingen en/of uitvoeringsovereenkomsten met de aanvragers aangaan.

  • 2 Het bestuur kent een subsidie voor realisering in het kader van een samenwerking zoals bedoeld in het eerste lid, voor zover mogelijk en relevant, overeenkomstig dit reglement toe. Het bestuur kan daarbij afwijken van het bepaalde in dit deelreglement.

  • 3 Het bestuur publiceert op de website van het Fonds: www.filmfonds.nl de nadere voorwaarden, procedures en werkwijze van de samenwerkingsprojecten.

Artikel 9. - Voorbereiding besluitvorming en aanvullende bijdragen -

  • 1 Het besluit tot subsidieverlening (Fase 2) kan worden voorafgegaan door een voornemen tot subsidieverlening (Fase 1).

  • 2 Het bestuur kan bij het besluit tot subsidieverlening, indien de noodzaak en de (financiële) onderbouwing daarvoor in de aanvraag is opgenomen, een aanvullende bijdrage verlenen voor:

    • a. de vervaardiging van sales deliveries ten behoeve van internationale verkoop van een filmproductie; en/of

    • b. audiodescriptie en ondertiteling om de filmproductie bij exploitatie ervan via de verschillende platforms toegankelijk te maken voor visueel en auditief gehandicapten; en/of

    • c. preproductie; en/of

    • d. de kosten van de productiemaatschappij voor marketingactiviteiten in de realiseringsfase van een arthouse film, een crossover film en documentaire, zoals opgenomen in het Financieel & Productioneel Protocol van het Fonds, indien de inzet en de effectiviteit daarvan naar het oordeel van het bestuur voldoende wordt onderbouwd.

Artikel 10. - Aanvullende eisen -

  • 1 Indien er sprake is van een filmproductie die naar het oordeel van het bestuur als risicovol wordt gekwalificeerd kan het bestuur aanvullende eisen stellen aan het financieel en productioneel toezicht op de filmproductie dan wel een gegarandeerd overbruggingskrediet en/of het afsluiten van een completion bond verplicht stellen.

  • 2 De voorwaarden waaronder het toezicht wordt ingevuld dan wel een overbruggingskrediet of de completion bond wordt afgesloten dienen vooraf te worden goedgekeurd door het bestuur.

  • 3 Indien een completion bond is vereist op grond van het eerste lid, dient de ontvanger van de subsidie bij het afsluiten van de uitvoeringsovereenkomst een schriftelijke verklaring te overleggen van een completion guarantor, waaruit onomstotelijk blijkt dat de begrote productiekosten van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend, zoals opgenomen in de productiebegroting, toereikend zijn en dat de voortbrenging en voltooiing van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend vallen onder de dekking van deze completion guarantor vanaf het moment waarop de opnamen van de filmproductie starten. Tevens dient de ontvanger van de subsidie een afschrift van een geldende completion bond te overleggen waarin het Fonds als medebegunstiger is aangewezen.

Artikel 11. - Verplichtingen subsidieontvanger -

  • 1 De ontvanger is verplicht om:

    • a. binnen een termijn van uiterlijk twaalf maanden na het voornemen tot subsidieverlening, of bij het ontbreken daarvan het besluit tot subsidieverlening, de ter zake van de financiering en exploitatie van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend definitieve schriftelijke overeenkomsten met alle bij de financiering van de filmproductie betrokken partijen te overleggen. Hieruit blijkt dat naar het oordeel van het bestuur elk van deze partijen zich onvoorwaardelijk heeft verbonden tot het hem betreffende aandeel in de financiering ten behoeve van de realisering van de filmproductie overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag overgelegde gegevens en op voorwaarden die verenigbaar zijn met de voorwaarden die zijn verbonden aan de subsidieverlening, dit deelreglement en het Algemeen Reglement;

    • b. ervoor te zorgen dat de opnamen, of in het geval van animatie de uitvoering van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend, niet eerder starten dan nadat én door het Fonds is bericht dat de aanvrager heeft voldaan aan de verplichtingen, zoals bedoeld in het eerste lid onder a., én – indien van toepassing – het overbruggingskrediet gegarandeerd is of de completion guarantor definitieve dekking heeft verleend voor de voortbrenging en voltooiing van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend;

    • c. het bestuur voorafgaand in kennis te stellen van het moment waarop de opnamen, of in het geval van animatie de uitvoering van de filmproductie waarvoor subsidie is verleend, starten en ervoor te zorgen dat de filmproductie 24 maanden na de start gereed en openbaar is gemaakt.

  • 2 De ontvanger is verplicht een actueel en waarheidsgetrouw overzicht van alle opbrengsten, uitgaven en de territoriale besteding die met de realisering van de filmproductie samenhangen aan het Fonds te overleggen.

  • 3 De ontvanger is verplicht een werkkopie van de filmproductie op te leveren, die in overeenstemming is met de aanvraag en het bijbehorende filmplan.

  • 4 De ontvanger is verplicht het Fonds adequaat en schriftelijk te informeren over de kosten, het publieksbereik en de opbrengsten die door distributie en exploitatie van de filmproductie, waarvoor subsidie is verleend, worden voortgebracht.

Artikel 12. - Uitvoeringsovereenkomst -

  • 1 Nadat de in artikel 10 en 11 bedoelde overeenkomsten en stukken door het bestuur zijn ontvangen zullen de aanvrager en het bestuur, een uitvoeringsovereenkomst aangaan, tenzij anders bepaald.

  • 2 In de tussen de aanvrager en het bestuur na subsidieverlening af te sluiten uitvoeringsovereenkomst worden de aan de subsidie verbonden nadere verplichtingen vastgelegd. In deze overeenkomst wordt onder meer vastgelegd:

    • a. welke zekerheden, voor zover daartoe naar het oordeel van het bestuur gerede aanleiding bestaat, de aanvrager dient te stellen met betrekking tot de nakoming van de verplichtingen van andere partijen die financieringsbijdragen hebben toegezegd aan de filmproductie waarvoor subsidie is verleend;

    • b. de frequentie waarbinnen en de vorm waarin de aanvrager voldoet aan eventuele rapportageverplichtingen;

    • c. de wijze waarop de met exploitatie van de filmproductie te genereren opbrengsten worden verdeeld tussen de rechthebbenden en financiers en op welk moment deze opbrengsten dienen te worden aangewend om de op grond van dit reglement verleende subsidie terug te betalen of aan te wenden voor een volgende filmproductie.

Artikel 13. - Betrokkenheid regisseurs en scenaristen -

Het bestuur kan, gelet op de doelmatige besteding van middelen, voorwaarden dan wel beperkingen stellen aan de betrokkenheid van regisseurs en scenaristen.

Artikel 14. - Bestedingsverplichting -

De betreffende filmproductie dient een impact te hebben op de audiovisuele sector en het filmklimaat in Nederland. De aanvrager is verplicht een bedrag gelijk aan de verleende subsidie te besteden in Nederland. Het deel van de productiekosten dat in Nederland wordt uitgegeven wordt, evenals de besteding in mogelijke andere territoria, separaat aangegeven in de ingediende productiebegroting. In het geval dat andere bijdragen of subsidies zijn verstrekt die kwalificeren als staatssteun, waaraan een (gedeeltelijke) bestedingsverplichting in Nederland is verbonden, dan staat het de aanvrager te allen tijde vrij om 20% van de begrote productiekosten te besteden in een andere Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland.

Artikel 15. - Subsidiabele activiteit realisering minoritaire coproductie -

Voor een aanvraag voor subsidie voor een internationale minoritaire coproductie gelden de volgende voorwaarden:

  • 1. Uitsluitend minoritaire coproducties die geen andere bijdrage in de realisering van het Fonds op grond van het Deelreglement Realisering hebben ontvangen komen in aanmerking voor een bijdrage.

  • 2. Minoritaire coproducties met een vertoningsduur van tenminste 60 minuten voor de categorieën speelfilm (waaronder lange animatiefilm) en documentaire en ten hoogste 60 minuten voor de categorie korte animatie en de categorie filmisch experiment komen in aanmerking, indien het aandeel in de filmproductie van de Nederlandse minoritaire coproducent, alsmede de aard van de betrokken Nederlandse inbreng evident zijn.

  • 3. Er wordt prioriteit gegeven aan:

    • a. minoritaire coproducties waarvan de buitenlandse majoritaire coproducent is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, of in een staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland, of een staat waarmee de Nederlandse overheid een bilateraal verdrag aangaande filmproducties heeft afgesloten; en,

    • b. eigenzinnige, artistieke minoritaire coproducties met gerede kans op internationale festivalselectie en internationale distributie en met een substantiële creatieve en technische inbreng vanuit Nederland; en,

    • c. filmproducties die geregisseerd worden door regisseurs die met (een) eerdere filmproductie(s) zijn geselecteerd op een toonaangevend internationaal filmfestival en waarvan (een) eerdere filmproductie(s) in meerdere landen is (zijn) uitgebracht; en,

    • d. minoritaire coproducties waarvan de wederkerigheid op basis van eerdere of toekomstige coproducties is aangetoond; en,

    • e. filmproducties van regisseurs waarvan (een) eerdere filmproductie(s) in Nederland theatrical is (zijn) uitgebracht.

  • 4. Op het moment van indiening van de aanvraag bij het Fonds, dient minimaal 50% van de financiering uit de staat van de buitenlandse majoritaire coproducent afkomstig en schriftelijk toegezegd te zijn.

  • 5. De totale inbreng van Nederlandse fondsen en marktpartijen in de realisering van de filmproductie dient minimaal 10% te bedragen van de totale productiekosten.

  • 6. Tenzij in bilaterale verdragen met het Fonds anders is overeengekomen of het bestuur zwaarwegende redenen ziet hiervan af te wijken, dient de aanvrager met inachtneming van artikel 14, de bijdrage van het Fonds volledig in Nederland te besteden. Het deel van de productiekosten dat in Nederland wordt uitgegeven wordt in een aparte kolom aangegeven in de ingediende productiebegroting. Deze bestedingsverplichting staat los van eventuele verdere bestedingsverplichtingen op basis van andere regelingen van het Fonds of die door andere (Nederlandse) financiers worden opgelegd.

  • 7. De aanvrager dient een verklaring of overeenkomst ondertekend door de buitenlandse majoritaire coproducent te overleggen waaruit blijkt hoe de coproductie vorm krijgt en wat de verdeling van taken en verantwoordelijkheden zal zijn.

  • 8. De aanvrager dient te beschikken over de exclusieve verfilmings- en exploitatierechten voor bij voorkeur de Benelux en, indien de rechten voor België en Luxemburg reeds vergeven zijn, tenminste over deze rechten op het Nederlandse territorium.

  • 9. De aanvrager deelt in verhouding tot de buitenlandse majoritaire coproducent pro rato mee in de wereldopbrengsten van de filmproductie.

  • 10. De aanvrager verplicht zich in de af te sluiten coproductieovereenkomst met de buitenlandse majoritaire coproducent te bedingen dat eventuele financiële bijdragen in het kader van Eurimages en/of andere Europese financiering pro rato toegerekend worden aan de aanvrager.

  • 11. Voor de categorieën speelfilm en documentaire dient de aanvrager een schriftelijke verklaring ondertekend door een Nederlandse filmdistributeur en/of indien van toepassing van een Nederlandse zendgemachtigde te overleggen, alsmede een plan voor de uitbreng van de filmproductie in Nederland.

Artikel 16. - Subsidiabele activiteit afwerking -

  • 1 Het bestuur verleent uitsluitend subsidie voor afwerking indien de aanvraag een filmproductie, niet zijnde een mainstream film, betreft die zonder realiseringssubsidie op grond van deze regeling tot stand is gebracht, nog niet openbaar is gemaakt en de kosten voor afwerking niet of niet geheel door een derde partij worden gefinancierd. De bijdrage van het Fonds dient minimaal 5% van het productiebudget uit te maken.

  • 2 Het bestuur kent een subsidie voor afwerking, voor zover mogelijk en relevant, overeenkomstig dit deelreglement toe.

  • 3 Bij een aanvraag wordt een crossmediaal marketing plan ingediend. In de categorieën speelfilm en documentaire dient tevens een schriftelijke verklaring van een filmdistributeur te worden overgelegd, waarmee de filmdistributeur zich jegens de aanvrager verbindt tot bioscoopuitbreng en een non-theatrical release waarbij een gedegen exploitatie voorafgaand aan televisie uitzending mogelijk is.

  • 4 De picture lock dient bij de aanvraag te worden opgeleverd alsmede een actuele debiteuren- en crediteurenlijst indien het Fonds dat wenst. Het bestuur kan besluiten een gedeeltelijke hermontage als onderdeel van de afwerkingskosten toe te staan.

  • 5 Het bestuur kan uitsluitend een beperkte subsidie voor afwerking verlenen indien het een filmproductie betreft die geselecteerd is voor tenminste:

    • één gerenommeerd (inter)nationaal filmfestival; of

    • een tentoonstelling/expositie van een gerenommeerd museum en/of galerie; of

    • een toonaangevend internationaal digitaal videoplatform waarbij de curatoren de programmering bepalen en de filmproductie zich onderscheid in bereik of waardering; of de filmproductie als voorfilm bij een hoofdfilm met een bioscoopuitbreng zal worden vertoond.

Artikel 17. - Oplevering werkkopie en picture lock -

  • 1 De aanvrager is verplicht de werkkopie en picture lock versie te overleggen volgens de procedure die is beschreven in het Financieel & Productioneel Protocol.

  • 2 Het bestuur beoordeelt of de werkkopie en de uiteindelijke picture lock in overeenstemming zijn met de aanvraag en het bijbehorende filmplan.

Artikel 18. - Digitale conservering en exploitatie -

  • 1 Ter behoud van het cultureel erfgoed is de aanvrager verplicht om tijdig, dat wil zeggen ten tijde van de afwerking van de filmproductie contact op te nemen met EYE Film Instituut Nederland en hen toegang te verschaffen tot het digitale en analoge (indien van toepassing) moedermateriaal van de uiteindelijke filmprint. De aanvrager gaat bij verlening van de subsidie akkoord met het conserveren en het met dat doel digitaal opslaan van de film door EYE Film Instituut Nederland. De condities verbonden aan de conservering en daaraan verbonden digitale opslag door EYE Film Instituut Nederland zullen worden vastgelegd in een separate overeenkomst tussen de aanvrager en EYE Film Instituut Nederland.

  • 2 Met het oog op de innovatie van de filmsector en de brede toegankelijkheid van mede door het Fonds gesubsidieerde filmproducties voor het publiek, wordt de subsidie verleend onder de voorwaarde dat de aanvrager op non exclusieve basis de beschikking houdt over de rechten tot digitale exploitatie van de filmproductie, echter met in achtneming van een redelijke termijn, waarin de aanvrager zich gedurende een bepaalde periode ten gunste van de filmdistributeur onthoudt van exploitatie van deze rechten.

  • 3 De aanvrager is gerechtigd – en jegens het Fonds verplicht – de filmproducties waar mogelijk digitaal te (doen) ontsluiten via onafhankelijke digitale platforms zodat filmproducties in de volle breedte voor het publiek blijvend toegankelijk zijn.

Bijzondere bepalingen ten aanzien van de categorieën

Speelfilm

Artikel 19. - Subsidiabele activiteit -

  • 1 De subsidie voor realisering van een speelfilm wordt beschikbaar gesteld ten behoeve van de vervaardiging van een werkkopie en de definitieve digitale filmprint die in de bioscoop en/of filmtheaters en tevens non theatrical zal worden uitgebracht.

  • 2 Om tot een besluit van subsidieverlening te komen dient de producent op grond van een voornemen tot subsidieverlening de volgende stukken voor te leggen aan het bestuur van het Fonds:

    • een onderbouwde intentieverklaring of garantieverklaring van een filmdistributeur; en

    • een marketing- en distributiestrategie, in gezamenlijkheid met een filmdistributeur.

  • 3 Een besluit tot subsidieverlening wordt genomen onder de voorwaarde dat voorafgaand aan de uiterlijke datum dat de uitvoeringsovereenkomst moet worden ondertekend een gedetailleerd crossmediaal marketing en distributieplan, in gezamenlijkheid met de filmdistributeur, aan het bestuur van het Fonds ter beoordeling en goedkeuring wordt voorgelegd. Dit plan dient gericht te zijn op het behalen van een optimaal publieksbereik via een theatrical en non theatrical release.

  • 4 Indien de speelfilm of lange animatiefilm een mainstream film betreft en de aanvrager voldoet aan de vereisten van artikel 4 lid 1 sub b, kan een (extra) matching bijdrage beschikbaar worden gesteld. In afwijking van artikel 6 van dit deelreglement worden aanvragen voor deze matching bijdrage niet beoordeeld aan de hand van artikel 5 van het Algemeen Reglement maar aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:

    • a. De regisseur heeft zich bewezen met eerdere filmproducties, het filmplan is solide en is inhoudelijk van zodanige kwaliteit dat deze naar het oordeel van het bestuur bijdraagt aan versterking van de cinematografische kwaliteit en diversiteit van de mainstreamfilm;

    • b. De mainstream film is gericht op het bereiken van minimaal 150.000 betalende bezoekers in de Nederlandse bioscopen dan wel 100.000 betalende bezoekers in het geval van een kinder- en jeugdfilm;

    • c. Ten genoegen van het bestuur van het Fonds dient te worden aangetoond dat:

      • 1. de publieksprognose onderbouwd is door het filmplan met alle daartoe behorende bijlagen en stukken;

      • 2. e beoogde uitbreng middels een financiële toezegging van een filmdistributeur en/of exploitanten gegarandeerd is;

      • 3. 70% van de benodigde financiering van de productiekosten reeds onvoorwaardelijk en aantoonbaar is toegezegd door (markt)partijen in de vorm van financiële toezeggingen;

      • 4. de filmproductie landelijk aantoonbaar in de Nederlandse bioscopen zal worden uitgebracht en tevens een non theatrical release zal krijgen;

      • 5. het Fonds op grond van het beoogde publieksbereik vanaf een medium exploitatiescenario een substantieel deel van zijn subsidie kan terug ontvangen uit de exploitatieopbrengsten.

Documentaire

Artikel 20. - Subsidiabele activiteit -

  • 1 De subsidie voor realisering van een documentaire met een vertoningsduur van tenminste 70 minuten wordt beschikbaar gesteld ten behoeve van een werkkopie en een definitieve voor vertoning gereed zijnde kopie die naast een brede non theatrical release ook in de bioscopen of filmtheaters zal worden vertoond.

  • 2 Om tot een besluit van subsidieverlening te komen dient de producent op grond van een voornemen tot subsidieverlening de volgende stukken voor te leggen aan het bestuur van het Fonds:

    • een onderbouwde intentieverklaring of garantieverklaring van een filmdistributeur en

    • een marketing- en distributiestrategie, in gezamenlijkheid met een filmdistributeur.

  • 3 Een besluit tot subsidieverlening wordt genomen onder de voorwaarde dat voorafgaand aan de uiterlijke datum dat de uitvoeringsovereenkomst moet worden ondertekend een gedetailleerd crossmediaal marketing en distributieplan, eveneens in gezamenlijkheid met de filmdistributeur, aan het bestuur van het Fonds ter beoordeling en goedkeuring wordt voorgelegd. Dit plan dient gericht te zijn op het behalen van een optimaal publieksbereik via een non theatrical en theatrical release.

Animatie

Artikel 21. - Subsidiabele activiteit -

  • 1 Dit artikel is van toepassing op animatie met een vertoningsduur tot maximaal 60 minuten.

  • 2 De subsidie voor realisering van animatie wordt beschikbaar gesteld ten behoeve van een werkkopie en een definitieve voor vertoning gereed zijnde kopie die via audiovisuele media en/of de bioscoop en/of filmtheaters vertoond zal worden.

  • 3 De aanvraag dient voorzien te zijn van een gedetailleerde marketing- en distributiestrategie, gericht op het behalen van een optimaal publieksbereik via verschillende platforms.

  • 4 Op een aanvraag voor een animatiefilm van tenminste 60 minuten gelden de bijzondere bepalingen in artikel 19 voor de categorie ‘speelfilm’.

Filmisch experiment

Artikel 22. - Subsidiabele activiteit -

  • 1 De subsidie voor realisering van een Filmisch experiment wordt beschikbaar gesteld ten behoeve van een eindproduct dat geschikt is voor openbare vertoning aan een publiek.

  • 2 De aanvrager dient de keuze voor de vertoningswijze en de locatie daarvan te onderbouwen in de aanvraag.

  • 3 De aanvraag dient voorzien te zijn van een gedetailleerde marketing- en distributiestrategie, gericht op het behalen van een optimaal publieksbereik via verschillende platforms.

Artikel 23. - Beoordelingscriterium -

Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag beoordeelt het bestuur, in aanvulling op de criteria van Artikel 5 van het Algemeen Reglement of de filmproductie in de categorie filmisch experiment naar het oordeel van het bestuur bijdraagt aan de creatieve en technische innovatie van de cinematografie. Voor een toekenning dient ook de beoordeling van dit criterium positief te zijn.

Korte film

Artikel 24. - Ssubsidiabele activiteit -

De subsidie voor realisering van een korte film in de categorie fictie en documentaire wordt beschikbaar gesteld ten behoeve van een werkkopie en een definitieve, voor vertoning gereed zijnde kopie, met minimaal een aantoonbare non theatrical release.

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 25

  • 1 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

  • 2 Het bestuur kan om zwaarwegende redenen afwijken van dit reglement, voor zover dergelijke afwijkingen verenigbaar zijn met het beoordelingskader voor staatssteun aan de filmsector, zoals dat wordt gehanteerd door de Europese Commissie.

  • 3 Per 1 maart 2018 zijn wijzigingen in het reglement geïmplementeerd welke zijn vastgesteld door het bestuur met goedkeuring van de Raad van Toezicht op 7 december 2017.

  • 4 Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 maart 2018.

  • 6 Op alle aanvragen die door het Fonds voor 1 maart 2018 zijn ontvangen blijft het Deelreglement Realisering zoals dit gold tot 1 maart 2018 van toepassing.

  • 7 Dit reglement wordt aangehaald als Deelreglement Realisering van de Stichting Nederlands Fonds voor de Film.

  • 8 Dit reglement wordt bekendgemaakt middels kennisgeving in de Staatscourant en op de website van het Nederlands Fonds voor de Film (www.filmfonds.nl).

Terug naar begin van de pagina