Regeling Talent in de regio

[Regeling vervalt per 01-01-2025.]
Geldend van 28-02-2020 t/m heden

Regeling Talent in de regio

Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,

gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie;

met goedkeuring van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 december 2017;

besluit:

vast te stellen de Regeling Talent in de regio.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

  • 1) Actieve cultuurparticipatie: kunstzinnige of erfgoedactiviteiten die door een cultuurmaker in de vrije tijd worden beoefend;

  • 2) Adviescommissie: een externe adviescommissie als bedoeld in artikel 8 van het Huishoudelijk Reglement van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • 3) Algemeen Subsidiereglement: Algemeen Subsidiereglement stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • 4) Bestuur: het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • 5) Bovenlokaal: het lokale gemeentelijke niveau overstijgend;

  • 6) Cultuurmaker: persoon die in zijn of haar vrije tijd actief is als deelnemer op het gebied van kunst, e-cultuur, erfgoed of media;

  • 7) Fonds: stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;

  • 8) Regio: het geografische gebied buiten de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht;

  • 9) Talent: cultuurmaker met een intrinsieke motivatie en vermogen om zijn of haar vaardigheden door te ontwikkelen naar een hoger niveau;

  • 10) Talentontwikkeling: activiteiten gericht op de identificatie, selectie, begeleiding en ontwikkeling van talent;

Artikel 2. Doel

Met deze regeling wordt beoogd projecten in de regio te versterken die gericht zijn op talentontwikkeling en daaraan gekoppelde presentatiemogelijkheden, welke in samenwerking met andere (culturele) partijen uitgevoerd worden en bijdragen aan de bovenlokale infrastructuur voor talentontwikkeling.

Artikel 3. Wie kan aanvragen

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een in Nederland en buiten de vier grote steden gevestigde culturele instelling met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk die zich inzet voor actieve cultuurparticipatie en talentontwikkeling.

Artikel 4. Waarvoor kan worden aangevraagd

  • 1 De aanvrager kan subsidie aanvragen voor een project dat is gericht op talentontwikkeling en daaraan gekoppelde presentatiemogelijkheden welke in samenwerking met andere (culturele) partijen uitgevoerd wordt en bijdraagt aan de bovenlokale infrastructuur voor talentontwikkeling.

  • 2 Het project heeft een maximale looptijd van twee jaar en start in het jaar waarin de aanvraag is ingediend, doch niet eerder dan 13 weken nadat de aanvraag is ingediend.

Artikel 4a. Aanvraagrondes

De subsidie wordt verdeeld in drie aanvraagrondes, verdeeld over de jaren 2018, 2019 en 2020.

Artikel 5. Subsidieplafonds

Het subsidieplafond bedraagt:

  • a. € 670.000 in het jaar 2018;

  • b. € 720.000 in het jaar 2019;

  • c. € 1.130.000 in het jaar 2020.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

  • 1 Voor wat betreft de aanvraagrondes in 2018 en 2019 geldt: de subsidie wordt aan ten hoogste één aanvrager per provincie verleend, en bedraagt maximaal € 55.000 voor de aanvraagronde in het jaar 2018 en maximaal € 60.000 voor de aanvraagronde in het jaar 2019.

  • 2 Voor wat betreft de aanvraagronde in 2020 geldt:

    • a. Per provincie kunnen er maximaal twee aanvragen worden ingediend. Het maximale bedrag per aanvraag is € 60.000, en het maximale totaalbedrag per provincie is € 94.000.

    • b. Het maximaal beschikbare budget per provincie van € 94.000 kan worden verhoogd indien na de beoordeling van de aanvragen blijkt, dat het totaalbedrag van de gehonoreerde aanvragen lager is dan het in artikel 5, onder c, genoemde subsidieplafond.

    • c. Indien er per provincie twee aanvragen worden ingediend en het totaalbedrag van de twee aanvragen de € 94.000 overstijgt, dan worden de twee aanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld.

    • d. Indien sprake is van een gedeeltelijk toegewezen subsidie, dan dient de aanvrager met een aangepast projectplan aan te tonen dat het toegewezen bedrag voldoende bijdraagt aan het realiseren van het projectplan.

  • 3 De subsidieontvanger draagt aan de kosten van het project minimaal hetzelfde bedrag bij als het gevraagde subsidiebedrag, hetzij uit eigen middelen, hetzij door bijdragen van andere financiers.

  • 4 Provincies kunnen gezamenlijk één project aandragen. In afwijking van het eerste lid bedraagt de maximale subsidie voor dit project de optelling van de beschikbare subsidiebedragen per provincie.

Artikel 7. Weigeringsgronden

  • 1 Subsidie wordt geweigerd indien voor dezelfde activiteiten:

    • al subsidie is verleend door het Fonds,

    • subsidie is of zal worden verleend door een van de andere rijkscultuurfondsen,

    • subsidie is of zal worden verleend op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid (BIS / Basis infrastructuur).

  • 2 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:5 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in ieder geval geweigerd als:

    • a. door betreffende provincie of samenwerkende provincies geen ondertekende adhesieverklaring voor het ingediende plan van de aanvrager is afgegeven;

    • b. voor dezelfde activiteiten reeds subsidie is of zal worden verleend door het Fonds of door één van de andere publieke cultuurfondsen;

    • c. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd ten tijde van de aanvraag reeds worden uitgevoerd.

  • 3 Subsidie kan worden geweigerd als een aanvrager in voorgaande jaren subsidie van het Fonds heeft ontvangen en niet of niet geheel heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 4 Subsidie kan tevens worden geweigerd als het plan niet, of niet voldoende aansluit bij het doel van de regeling.

  • 5 Subsidie wordt geweigerd indien de aanvrager subsidie aanvraagt voor dezelfde activiteiten als waarvoor hij eerder subsidie heeft ontvangen vanuit deze regeling.

Artikel 8. Voorwaarden en beperkingen

  • 1 Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover:

    • a. er sprake is van een begrotingstekort en de behoefte aan ondersteuning door het Fonds wordt aangetoond; en

    • b. de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.

  • 2 De subsidie bedraagt niet meer dan 50% van de totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten.

  • 3 De hoogte van de subsidie dient in redelijke verhouding te staan tot de activiteiten waarvoor wordt aangevraagd.

  • 4 Slechts direct aan het project gerelateerde kosten komen voor subsidie in aanmerking.

  • 5 De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.

  • 6 Maximaal 10% van de subsidie van het Fonds mag worden ingezet voor materiële investeringen die benodigd zijn voor het project.

Artikel 9. Bijzondere verplichtingen

  • 1 De subsidieontvanger werkt overeenkomstig de principes van de Governance Code Cultuur.

  • 2 De subsidieontvanger is verplicht tot kennisdeling van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt.

Hoofdstuk 2. Aanvraag

Artikel 10

Een aanvraag kan worden ingediend in:

  • a. 2018: van maandag 2 april 2018 tot en met vrijdag 4 mei 2018;

  • b. 2019: van maandag 1 april 2019 tot en met vrijdag 3 mei 2019;

  • c. 2020: van maandag 6 april 2020 tot en met vrijdag 22 mei 2020.

Artikel 11. Indieningsvereisten

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend via de website van het Fonds middels een digitaal aanvraagformulier.

  • 2 Een aanvraag gaat ten minste vergezeld van een projectplan voor de gehele looptijd van het project, een ondertekende adhesieverklaring voor het ingediende plan van de betreffende provincie(s) en een sluitende begroting.

  • 3 Een onvolledige aanvraag wordt niet in behandeling genomen.

Artikel 12. Beoordelingscriteria

  • 1 Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a. Inhoudelijke kwaliteit van het project in relatie tot het doel van de regeling;

    • b. Organisatorische kwaliteit;

    • c. Duurzame samenwerking met andere partijen binnen de infrastructuur voor talentontwikkeling.

  • 2 Om voor subsidie in aanmerking te komen, dient een aanvraag op alle criteria als voldoende te zijn beoordeeld.

Artikel 13. Adviescommissie

  • 1 Het bestuur legt aanvragen boven € 25.000,– die voldoen aan de indieningsvereisten ter advisering voor aan een externe adviescommissie.

  • 2 Het aangepaste projectplan zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel d, wordt ter advisering voorgelegd aan een interne adviescommissie.

Artikel 15. Beslistermijn

  • 1 Het bestuur beslist binnen 13 weken nadat een aanvraag is ontvangen.

  • 2 Indien een aangepast projectplan is ingediend, zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel d, dan kan de beslistermijn worden verlengd.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 16. Hardheidsclausule

Het bestuur kan in uitzonderlijke gevallen ten gunste van een aanvrager van bepalingen in deze regeling afwijken indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 18. Begrotingsvoorbehoud

Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van verstrekking van de bijbehorende middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Artikel 19. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag nadat deze in de Staatscourant is gepubliceerd.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2025. Op bezwaar- en beroepsprocedures die op dat moment nog niet zijn afgerond blijft het bepaalde in deze regeling van toepassing.

Het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie,

namens deze,

J.J.K. Knol

directeur-bestuurder

Terug naar begin van de pagina