Inleiding
Toepassingsgebied van deze Standaard
1
Deze Standaard behandelt de verantwoordelijkheid van de accountant voor het identificeren
en inschatten van de risico's op een afwijking van materieel belang in de financiële
overzichten door het verwerven van inzicht in de entiteit en haar omgeving, met inbegrip
van haar interne beheersing.
Ingangsdatum
2
Voor de ingangsdatum wordt verwezen naar de slotbepalingen.
Doelstelling
3
De doelstelling van de accountant is het identificeren en inschatten van de risico's
op een afwijking van materieel belang op het niveau van de financiële overzichten
en beweringen als gevolg van fraude of van fouten, door inzicht te verwerven in de
entiteit en haar omgeving, met inbegrip van haar interne beheersing, zodat een basis
wordt verkregen voor het opzetten en implementeren van manieren om op de ingeschatte
risico's op een afwijking van materieel belang in te spelen.
Definities
4
Voor de toepassing van de Standaarden hebben de volgende termen de hierna weergegeven
betekenis:
-
a.
beweringen – al dan niet expliciete uitspraken door het management die in de financiële overzichten
zijn opgenomen en door de accountant worden gebruikt bij het in aanmerking nemen van
de verschillende soorten afwijkingen die kunnen voorkomen;
-
b.
bedrijfsrisico – een risico dat voortkomt uit significante voorwaarden, gebeurtenissen, omstandigheden,
handelingen of het achterwege laten van handelingen die een nadelig effect kunnen
hebben op de mogelijkheid van de entiteit om haar doelstellingen te bereiken en haar
strategieën uit te voeren, of dat voortkomt uit het vaststellen van ongepaste doelstellingen
en strategieën;
-
c.
interne beheersing – het proces dat is opgezet, wordt geïmplementeerd en onderhouden door de met governance
belaste personen, het management en andere personeelsleden met als doel een redelijke
mate van zekerheid te verschaffen dat de doelstellingen van de entiteit met betrekking
tot de betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving, de effectiviteit en efficiëntie
van de activiteiten alsmede de naleving van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving
worden bereikt. De term 'interne beheersingsmaatregelen' slaat op alle aspecten van
een of meer componenten van de interne beheersing;
-
d.
risico-inschattingswerkzaamheden – de controlewerkzaamheden die worden uitgevoerd met het oog op het verwerven van
inzicht in de entiteit en haar omgeving, met inbegrip van haar interne beheersing,
teneinde de risico's op een afwijking van materieel belang op het niveau van de financiële
overzichten en beweringen als gevolg van fraude of van fouten te identificeren en
in te schatten;
-
e.
significant risico – een geïdentificeerd en ingeschat risico op een afwijking van materieel belang waaraan,
op grond van de oordeelsvorming van de accountant, tijdens de controle bijzondere
aandacht moet worden besteed.
Vereisten
Risico-inschattingswerkzaamheden en daarmee verband houdende werkzaamheden
5
De accountant dient risico-inschattingswerkzaamheden uit te voeren om een basis te
verkrijgen voor het identificeren en inschatten van risico's op een afwijking van
materieel belang op het niveau van de financiële overzichten en beweringen. Risico-inschattingswerkzaamheden
op zich verschaffen echter geen voldoende en geschikte controle-informatie waarop
de accountant zijn controleoordeel kan baseren. (Zie Par. A1, A2, A3, A4, A5)
6
De risico-inschattingswerkzaamheden dienen het volgende te omvatten:
-
a. verzoeken om inlichtingen bij het management, bij de juiste personen binnen de interne
auditfunctie (indien deze functie bestaat), en bij anderen binnen de entiteit die
in de oordeelsvorming van de accountant over informatie kunnen beschikken die waarschijnlijk
ondersteunend is bij het identificeren van risico's op een afwijking van materieel
belang die het gevolg is van fraude of van fouten; (Zie Par. A6, A7, A8, A9, A10,
A11, A12 en A13)
-
b. cijferanalyses; (Zie Par. A14, A15, A16 en A17)
-
c. waarneming en inspectie. (Zie Par. A18)
7
De accountant dient te overwegen of de informatie die hij uit het proces van aanvaarding
of continuering van de cliëntrelatie heeft verkregen relevant is voor het identificeren
van risico's op een afwijking van materieel belang.
8
Indien de opdrachtpartner andere opdrachten voor de entiteit heeft uitgevoerd, dient
hij te overwegen of de verkregen informatie relevant is voor het identificeren van
risico's op een afwijking van materieel belang.
9
Indien de accountant voornemens is gebruik te maken van informatie die is verkregen
uit eerdere ervaringen met de entiteit en/of uit controlewerkzaamheden die bij eerdere
controles zijn uitgevoerd, dient hij na te gaan of er zich na de vorige controle veranderingen
hebben voorgedaan die een effect kunnen hebben op de relevantie van deze informatie
voor de lopende controle. (Zie Par. A19 en A20)
10
De opdrachtpartner en de andere kernleden van het opdrachtteam dienen te bespreken
in welke mate de financiële overzichten van de entiteit vatbaar zijn voor een afwijking
van materieel belang, en dienen de toepassing van het van toepassing zijnde stelsel
inzake financiële verslaggeving op de feiten en omstandigheden van de entiteit te
bespreken. De opdrachtpartner dient te bepalen welke aangelegenheden moeten worden
meegedeeld aan de leden van het opdrachtteam die niet aan deze bespreking hebben deelgenomen.
(Zie Par. A21,A22, A23 en A24)
Het vereiste inzicht in de entiteit en haar omgeving, met inbegrip van haar interne
beheersing
De entiteit en haar omgeving
11
De accountant dient inzicht te verwerven in:
-
a. de relevante sectorspecifieke factoren, regelgeving en andere externe factoren, met
inbegrip van het van toepassing zijnde stelsel inzake financiële verslaggeving; (Zie
Par. A25, A26, A27, A28, A29 en A30)
-
b. de aard van de entiteit, met inbegrip van:
-
1. haar activiteiten;
-
2. haar eigendoms- en governance-structuur;
-
3. de soorten investeringen die de entiteit doet en voornemens is te doen, met inbegrip
van investeringen in voor een bijzonder doel opgerichte entiteiten; en
-
4. de wijze waarop de entiteit is gestructureerd en wordt gefinancierd;
teneinde in staat te zijn inzicht te verwerven in de transactiestromen, rekeningsaldi
en toelichtingen die in de financiële overzichten zijn te verwachten; (Zie Par. A31,
A32, A33, A34 en A35)
-
c. de keuze en toepassing door de entiteit van grondslagen voor financiële verslaggeving,
met inbegrip van de redenen voor wijzigingen in die grondslagen. De accountant dient
te evalueren of de door de entiteit gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving
geschikt zijn voor haar activiteiten en in overeenstemming zijn met het van toepassing
zijnde stelsel inzake financiële verslaggeving en met de grondslagen voor financiële
verslaggeving die in de desbetreffende sector worden gebruikt; (Zie Par. A36)
-
d. de doelstellingen en strategieën van de entiteit alsmede de daarmee verband houdende
bedrijfsrisico's die tot risico's op een afwijking van materieel belang kunnen leiden;
(Zie Par. A37, A38, A39, A40, A41, A42 en A43)
-
e. de wijze waarop de entiteit haar financiële prestaties meet en beoordeelt. (Zie Par.
A44, A45, A46, A47, A48 en A49)
De interne beheersing van de entiteit
12
De accountant dient inzicht te verwerven in de interne beheersing die relevant is
voor de controle. Hoewel de meeste voor een controle relevante interne beheersingsmaatregelen
betrekking hebben op de financiële verslaggeving, zijn niet alle interne beheersingsmaatregelen
die betrekking hebben op de financiële verslaggeving relevant voor de controle. Of
een interne beheersingsmaatregel, alleen of in combinatie met andere interne beheersingsmaatregelen,
relevant is voor de controle, is een kwestie van professionele oordeelsvorming door
de accountant. (Zie Par. A50, A51, A52, A53, A54, A55, A56, A57, A58, A59, A60, A61,
A62, A63, A64, A65, A66, A67, A68, A69, A70, A71, A72 en A73)
Aard en omvang van het inzicht in relevante interne beheersingsmaatregelen
13
Tijdens het verwerven van inzicht in de interne beheersingsmaatregelen die voor de
controle relevant zijn, dient de accountant de opzet van deze beheersingsmaatregelen
te evalueren en na te gaan of ze zijn geïmplementeerd, door werkzaamheden uit te voeren
in aanvulling op het verzoeken om inlichtingen bij personeelsleden van de entiteit.
(Zie Par. A74, A75 en A76)
Componenten van de interne beheersing
Interne beheersingsomgeving
14
De accountant dient inzicht te verwerven in de interne beheersingsomgeving. Als onderdeel
van het verwerven van inzicht in de interne beheersingsomgeving dient de accountant
te evalueren of:
-
a. het management, onder het toezicht van de met governance belaste personen, een cultuur
van eerlijkheid en ethisch gedrag heeft gecreëerd en in stand houdt; en
-
b. de sterke punten in de elementen van de interne beheersingsomgeving samen een geschikte
basis vormen voor de andere componenten van de interne beheersing, en of deze andere
componenten niet door tekortkomingen in de interne beheersingsomgeving worden aangetast.
(Zie Par. A77, A78, A79, A80, A81, A82, A83, A84, A85, A86 en A87)
Het risico-inschattingsproces van de entiteit
15
De accountant dient inzicht te verwerven in de vraag of er binnen de entiteit een
proces bestaat voor:
-
a. het identificeren van bedrijfsrisico's die relevant zijn voor de doelstellingen van
de financiële verslaggeving;
-
b. het inschatten van de significantie van deze risico's;
-
c. het inschatten van de waarschijnlijkheid dat deze risico's zich zullen voordoen; en
-
d. het nemen van beslissingen over te ondernemen acties om op deze risico's in te spelen.
(Zie Par. A88)
16
Indien de entiteit een dergelijk proces heeft vastgesteld (hierna het risico-inschattingsproces
van de entiteit genoemd), dient de accountant inzicht te verwerven in dat proces en
in de resultaten ervan. Indien de accountant risico's op een afwijking van materieel
belang identificeert die door het management niet zijn geïdentificeerd, dient hij
te evalueren of er een onderliggend risico bestond van een type waarvan de accountant
verwacht dat het door het risico-inschattingsproces van de entiteit wordt geïdentificeerd.
Indien een dergelijk risico bestaat, dient de accountant inzicht te verwerven in de
reden waarom het risico-inschattingsproces dat risico niet heeft geïdentificeerd,
en dient hij te evalueren of het proces in de gegeven omstandigheden geschikt is of
dient hij te bepalen of er sprake is van een significante tekortkoming in de interne
beheersing met betrekking tot het risico-inschattingsproces van de entiteit.
17
Indien de entiteit geen dergelijk proces heeft vastgesteld of indien de entiteit over
een ad-hoc proces beschikt, dient de accountant met het management te bespreken of
er bedrijfsrisico’s zijn geïdentificeerd die relevant zijn voor de doelstellingen
van de financiële verslaggeving en hoe daarop is ingespeeld. De accountant dient te
evalueren of het ontbreken van een gedocumenteerd risico-inschattingsproces passend
is in de gegeven omstandigheden, dan wel een significante tekortkoming in de interne
beheersing vormt. (Zie Par. A89)
Het voor de financiële verslaggeving relevante informatiesysteem, met inbegrip van
de daarmee verband houdende bedrijfsprocessen, en de communicatie
18
De accountant dient inzicht te verwerven in het informatiesysteem, met inbegrip van
de daarmee verband houdende bedrijfsprocessen, dat relevant is voor de financiële
verslaggeving, met inbegrip van: (Zie Par. A90, A91, A92, A95, A96 en A97)
-
a. de transactiestromen in de activiteiten van de entiteit die significant zijn voor
de financiële overzichten;
-
b. de procedures, binnen zowel de IT- als handmatige systemen, waardoor de transacties
tot stand worden gebracht, vastgelegd, verwerkt, naargelang nodig gecorrigeerd, overgenomen
in het grootboek en in de financiële overzichten gerapporteerd;
-
c. de daarmee verband houdende administratieve vastleggingen, onderbouwende informatie
en specifieke in de financiële overzichten opgenomen rekeningen die voor het tot stand
brengen, vastleggen, verwerken en rapporteren van transacties worden gebruikt; dit
omvat de correctie van onjuiste informatie en de wijze waarop informatie in het grootboek
wordt verwerkt. De vastleggingen kunnen handmatig of elektronisch tot stand worden
gebracht;
-
d. de wijze waarop in het informatiesysteem gebeurtenissen en omstandigheden, uitgezonderd
transacties, die significant zijn voor de financiële overzichten worden vastgelegd;
-
e. het proces van financiële verslaggeving dat wordt gebruikt om de financiële overzichten
van de entiteit op te stellen, met inbegrip van significante schattingen en toelichtingen;
en
-
f. interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot journaalboekingen, met inbegrip
van journaalboekingen die geen standaardjournaalboekingen zijn en worden gebruikt
om eenmalige, ongebruikelijke transacties of correcties vast te leggen. (Zie Par.
A93 en A94)
Dit inzicht in het informatiesysteem dat relevant is voor de financiële verslaggeving
dient relevante aspecten van dat systeem met betrekking tot informatie die in de financiële
overzichten wordt toegelicht die wordt verkregen binnen of buiten het grootboek en
subgrootboeken, te omvatten.
19
De accountant dient inzicht te verwerven in de wijze waarop de entiteit taken en verantwoordelijkheden
met betrekking tot de financiële verslaggeving alsmede significante zaken in verband
met de financiële verslaggeving meedeelt, met inbegrip van: (Zie Par. A97 en A98)
-
a. communicatie tussen het management en de met governance belaste personen; en
-
b. externe communicatie, bijvoorbeeld met regelgevende of toezichthoudende instanties.
Interne beheersingsactiviteiten die relevant zijn voor de controle
20
De accountant dient inzicht te verwerven in interne beheersingsactiviteiten die voor
de controle relevant zijn, te weten die waarvan hij van oordeel is dat het noodzakelijk
is dat hij er inzicht in krijgt om de risico's op een afwijking van materieel belang
op het niveau van beweringen in te schatten en om verdere controlewerkzaamheden die
op de ingeschatte risico's inspelen op te zetten. Een controle vereist niet dat de
accountant inzicht verwerft in alle interne beheersingsactiviteiten die betrekking
hebben op alle significante transactiestromen, rekeningsaldi en in de financiële overzichten
opgenomen toelichtingen of op elke bewering die daarvoor relevant is. (Zie Par. A99,
A100, A101, A102, A103, A104, A105 en A106)
21
Bij het verwerven van inzicht in de interne beheersingsactiviteiten van de entiteit
dient de accountant inzicht te verwerven in de wijze waarop de entiteit op uit IT
voortkomende risico's heeft ingespeeld. (Zie Par. A107, A108 en A109)
Monitoring van interne beheersingsmaatregelen
22
De accountant dient inzicht te verwerven in de belangrijkste activiteiten die de entiteit
uitvoert om de interne beheersing met betrekking tot de financiële verslaggeving te
monitoren, met inbegrip van de activiteiten die verband houden met de interne beheersingsactiviteiten
die voor de controle relevant zijn, alsmede in de wijze waarop de entiteit acties
onderneemt ter correctie van tekortkomingen in haar interne beheersing. (Zie Par.
A110, A111 en A112)
23
Indien de entiteit over een interne auditfunctie beschikt217, dient de accountant inzicht te verwerven in de aard van de verantwoordelijkheden
en de organisatorische positie van de interne auditfunctie, alsmede in de activiteiten
die zijn uitgevoerd of die zijn uit te voeren. (Zie Par. A113, A114, A115, A116, A117,
A118, A119 en A120)
24
De accountant dient inzicht te verwerven in de bronnen van de informatie die bij de
monitoringactiviteiten van de entiteit wordt gebruikt en in de basis waarop het management
de informatie voldoende betrouwbaar acht voor het doel. (Zie Par. A121)
Risico's op een afwijking van materieel belang identificeren en inschatten
25
De accountant dient de risico's op een afwijking van materieel belang op het niveau
van:
-
a. de financiële overzichten; en (Zie Par. A122, A123, A124 en A125)
-
b. de beweringen met betrekking tot transactiestromen, rekeningsaldi en in de financiële
overzichten opgenomen toelichtingen, (Zie Par. A126, A127, A128, A129, A130 en A131)
te identificeren en in te schatten om een basis voor het opzetten en uitvoeren van
verdere controlewerkzaamheden te verkrijgen.
26
Hiertoe dient de accountant:
-
a. risico's te identificeren gedurende het gehele proces van het verwerven van inzicht
in de entiteit en haar omgeving, met inbegrip van relevante interne beheersingsmaatregelen
die betrekking hebben op deze risico's, rekening houdend met de transactiestromen,
rekeningsaldi en in de financiële overzichten opgenomen toelichtingen inclusief de
kwantitatieve of kwalitatieve aspecten van dergelijke toelichtingen); (Zie Par. A132,
A133, A134 en A135)
-
b. de geïdentificeerde risico's in te schatten en te evalueren of ze een diepgaande invloed
op de financiële overzichten als geheel hebben en of ze mogelijk van invloed zijn
op een groot aantal beweringen;
-
c. de geïdentificeerde risico's te relateren aan wat op het niveau van beweringen verkeerd
kan gaan, rekening houdend met de relevante interne beheersingsmaatregelen die de
accountant voornemens is te toetsen; en (Zie Par. A137, A138 en A139)
-
d. de waarschijnlijkheid van een afwijking in aanmerking te nemen, met inbegrip van de
mogelijkheid van meerdere afwijkingen, en te overwegen of de mogelijke afwijking tot
een afwijking van materieel belang zou kunnen leiden. (Zie Par. A140)
Risico's waaraan tijdens de controle speciale aandacht moet worden besteed
27
Als onderdeel van de risico-inschatting zoals in paragraaf 25 beschreven, dient de
accountant te bepalen of er geïdentificeerde risico's zijn die op grond van zijn oordeelsvorming
significante risico's vormen. Bij het toepassen van deze oordeelsvorming dient de
accountant de effecten van interne beheersingsmaatregelen die op het risico betrekking
hebben, buiten beschouwing te laten.
28
Bij het toepassen van oordeelsvorming over de vraag welke risico's significante risico's
zijn, dient de accountant ten minste rekening te houden met:
-
a. de vraag of het risico een frauderisico betreft;
-
b. de vraag of het risico verband houdt met recente significante ontwikkelingen op economisch,
boekhoudkundig of ander gebied en daarom specifieke aandacht vereist;
-
c. de complexiteit van transacties;
-
d. de vraag of het risico verband houdt met significante transacties met verbonden partijen;
-
e. de mate van subjectiviteit bij het waarderen van financiële informatie met betrekking
tot het risico, vooral als de waardering veel onzekerheid inhoudt; en
-
f. de vraag of het risico verband houdt met significante transacties die buiten het kader
van de normale bedrijfsvoering van de entiteit vallen of die anderszins ongebruikelijk
lijken. (Zie Par. A141, A142, A143, A144 en A145)
29
Indien de accountant heeft bepaald dat er een significant risico bestaat, dient hij
inzicht te verwerven in de interne beheersingsmaatregelen van de entiteit inclusief
interne beheersingsactiviteiten die op dat risico betrekking hebben. (Zie Par. A146,
A147 en A148)
Risico's waarvoor gegevensgerichte controles alleen geen voldoende en geschikte controle-informatie
verschaffen
30
Bij sommige risico's kan de accountant van oordeel zijn dat het niet mogelijk of praktisch
uitvoerbaar is voldoende, en geschikte controle-informatie te verkrijgen door middel
van gegevensgerichte controles alleen. Dergelijke risico's kunnen verband houden met
de onnauwkeurige of onvolledige vastlegging van routinematige en significante transactiestromen
of rekeningsaldi, waarvan de kenmerken vaak een hoge mate van geautomatiseerde gegevensverwerking
met weinig of geen handmatige interventie mogelijk maken. In dergelijke gevallen zijn
de interne beheersingsmaatregelen van de entiteit die op dergelijke risico's betrekking
hebben relevant voor de controle en dient de accountant er inzicht in te verwerven.
(Zie Par. A149, A150 en A151)
Bijstelling van de risico-inschatting
31
De door de accountant gemaakte inschatting van de risico's op een afwijking van materieel
belang op het niveau van beweringen kan in de loop van de controle veranderen naarmate
aanvullende controle-informatie wordt verkregen. Indien de accountant uit de uitvoering
van verdere controlewerkzaamheden controle-informatie verkrijgt, of als nieuwe controle-informatie
wordt verkregen, en deze informatie niet in overeenstemming is met de controle-informatie
waarop hij zijn eerste inschatting heeft gebaseerd, dient hij zijn inschatting bij
te stellen en de verdere geplande controlewerkzaamheden daarop af te stemmen. (Zie
Par. A152)
Documentatie
32
De accountant dient de volgende punten in de controledocumentatie op te nemen:218
-
a. de bespreking tussen de leden van het opdrachtteam indien vereist op grond van paragraaf
10, en de significante beslissingen die zijn genomen;
-
b. de belangrijke elementen van het verworven inzicht in elk van de in paragraaf 11 gespecificeerde
aspecten van de entiteit en haar omgeving alsmede in elk van de in de paragrafen 14-24
gespecificeerde componenten van de interne beheersing; de informatiebronnen waaruit
dat inzicht werd verkregen; en de uitgevoerde risico-inschattingswerkzaamheden;
-
c. de geïdentificeerde en ingeschatte risico's op een afwijking van materieel belang
op het niveau van de financiële overzichten en beweringen zoals op grond van paragraaf
25 vereist; en
-
d. de risico's, en daarmee verband houdende interne beheersingsmaatregelen waarin de
accountant inzicht heeft verworven, die zijn geïdentificeerd als gevolg van de vereisten
in de paragrafen 27-30. (Zie Par. A153, A154, A155 en A156)
Toepassingsgerichte en overige verklarende teksten
Risico-inschattingswerkzaamheden en daarmee verband houdende werkzaamheden
(Zie Par. 5)
A1
Het verwerven van inzicht in de entiteit en haar omgeving, met inbegrip van de interne
beheersing van de entiteit (hierna 'inzicht in de entiteit' genoemd) is een continu,
dynamisch proces van het verzamelen, actualiseren en analyseren van informatie gedurende
de gehele controle. Het inzicht vormt een referentiekader waarbinnen de accountant
de controle plant en professionele oordeelsvorming toepast gedurende de gehele controle,
bijvoorbeeld bij:
-
• het inschatten van de risico's op een afwijking van materieel belang in de financiële
overzichten;
-
• het bepalen van de materialiteit in overeenstemming met Standaard 320;219
-
• het overwegen of de keuze en toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving
passend zijn en of de in de financiële overzichten opgenomen toelichtingen adequaat
zijn;
-
• het bepalen van de gebieden met betrekking tot bedragen of toelichtingen in de financiële
overzichten waaraan tijdens de controle mogelijk speciale aandacht moet worden besteed,
zoals: transacties met verbonden partijen, of de inschatting van het management van
de mogelijkheid van de entiteit om haar continuïteit te handhaven of bij het onderzoeken
van het zakelijke doel van transacties;
-
• het ontwikkelen van verwachtingen die bij de uitvoering van cijferanalyses zullen
worden gebruikt;
-
• het inspelen op de ingeschatte risico's op een afwijking van materieel belang, waaronder
het opzetten en uitvoeren van verdere controlewerkzaamheden teneinde voldoende en
geschikte controle-informatie te verkrijgen; en
-
• het evalueren of voldoende controle-informatie is verkregen en of deze geschikt is,
zoals de geschiktheid van veronderstellingen en van mondelinge en schriftelijke bevestigingen
van het management.
A2
De informatie die is verkregen uit het uitvoeren van risico-inschattingswerkzaamheden
en daarmee verband houdende werkzaamheden kan door de accountant worden gebruikt als
controle-informatie ter onderbouwing van de inschatting van de risico's op een afwijking
van materieel belang. Bovendien kan de accountant controle-informatie verkrijgen over
transactiestromen, rekeningsaldi of in de financiële overzichten opgenomen toelichtingen
en daarmee verband houdende beweringen alsmede over de effectieve werking van interne
beheersingsmaatregelen, zelfs indien deze werkzaamheden niet specifiek als gegevensgerichte
controles of als toetsingen van interne beheersingsmaatregelen waren gepland. De accountant
kan er om redenen van efficiëntie ook voor opteren om gegevensgerichte controles of
toetsingen van interne beheersingsmaatregelen gelijktijdig met risico-inschattingswerkzaamheden
uit te voeren.
A3
De accountant past professionele oordeelsvorming toe om de omvang van het vereiste
inzicht te bepalen. Het belangrijkste aandachtspunt van de accountant is of het verworven
inzicht volstaat om aan de in deze Standaard vermelde doelstelling te voldoen. Het
algehele inzicht dat de accountant nodig heeft is minder diepgaand dan het inzicht
dat het management bezit bij het leiden van de entiteit.
A4
De in te schatten risico's omvatten zowel die welke het gevolg zijn van fouten, als
die welke het gevolg zijn van fraude. Beide worden in deze Standaard behandeld. De
significantie van fraude is echter zodanig dat in Standaard 240 verdere vereisten en leidraden zijn opgenomen met betrekking tot inschattingswerkzaamheden
en daarmee verband houdende werkzaamheden voor het verkrijgen van informatie die wordt
gebruikt om de risico's op een afwijking van materieel belang die het gevolg is van
fraude te identificeren.220
A5
Hoewel van de accountant vereist wordt alle in paragraaf 6 beschreven risico-inschattingswerkzaamheden
uit te voeren tijdens het verwerven van het vereiste inzicht in de entiteit (Zie Par.
11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23 en 24), wordt niet van de accountant
vereist dat hij voor elk aspect van deze kennisverwerving al deze werkzaamheden uitvoert.
Er kunnen andere werkzaamheden worden uitgevoerd indien de informatie die daaruit
kan worden verkregen nuttig kan zijn bij het identificeren van risico's op een afwijking
van materieel belang. Voorbeelden van dergelijke werkzaamheden zijn:
-
• het beoordelen van informatie verkregen uit externe bronnen, zoals handels- en economische
tijdschriften; rapporten van analisten, banken of kredietbeoordelaars; of publicaties
van regelgevende of toezichthoudende instanties of financiële publicaties;
-
• het verzoeken om inlichtingen bij de externe juridisch adviseur van de entiteit of
bij deskundigen op het gebied van waardering op wie de entiteit een beroep heeft gedaan.
Verzoeken om inlichtingen bij het management en bij anderen binnen de entiteit
(Zie Par. 6(a))
A6
Een groot deel van de informatie die de accountant uit zijn verzoeken om inlichtingen
heeft verkregen, is afkomstig van het management en van degenen die verantwoordelijk
zijn voor de financiële verslaggeving. De accountant kan ook informatie verkrijgen
door middel van verzoeken om inlichtingen bij de interne auditfunctie, indien de entiteit
over een dergelijke functie beschikt, en ook bij anderen binnen de entiteit.
A7
De accountant kan tevens informatie verkrijgen, of een ander perspectief bij het identificeren
van risico’s op een afwijking van materieel belang, door middel het verzoeken om inlichtingen
bij anderen binnen de entiteit en ook bij andere werknemers met verschillende bevoegdheidsniveaus.
Bijvoorbeeld:
-
• verzoeken om inlichtingen bij de met governance belaste personen kunnen de accountant
helpen om de omgeving waarin de financiële overzichten zijn opgesteld te begrijpen.
Standaard 260221 onderkent het belang van effectieve wederzijdse communicatie als hulpmiddel voor
de accountant bij het verkrijgen van informatie in dit verband van de met governance
belaste personen;
-
• het verzoeken om inlichtingen bij interne auditmedewerkers kan informatie verschaffen
over de interne auditwerkzaamheden die gedurende het boekjaar zijn uitgevoerd met
betrekking tot de opzet en effectieve werking van de interne beheersing van de entiteit
en over de vraag of het management bevredigend op de bevindingen uit deze werkzaamheden
heeft gereageerd;
-
• het verzoeken om inlichtingen bij werknemers die betrokken zijn bij het tot stand
brengen, verwerken of vastleggen van complexe of ongebruikelijke transacties kan de
accountant helpen bij het evalueren in welke mate de keuze en toepassing van bepaalde
grondslagen voor financiële verslaggeving passend zijn;
-
• het verzoeken om inlichtingen bij de interne juridisch adviseur kan informatie verschaffen
over aangelegenheden als rechtszaken, de naleving van wet- en regelgeving, kennis
van fraude of vermoede fraude die van invloed is op de entiteit, garanties, verplichtingen
na verkoop, overeenkomsten (zoals joint ventures) met zakenpartners en de betekenis
van contractuele bepalingen;
-
• het verzoeken om inlichtingen bij marketing- of verkoopmedewerkers kan informatie
verschaffen over wijzigingen in de marketingstrategieën van de entiteit, verkooptrends
of contractuele overeenkomsten met cliënten.
A8
Aangezien het verwerven van inzicht in de entiteit en haar omgeving een voortdurend,
dynamisch proces is, kunnen de verzoeken om inlichtingen van de accountant gedurende
de hele controleopdracht plaatsvinden.
Verzoeken om inlichtingen bij de interne auditfunctie
A9
Indien een entiteit over een interne auditfunctie beschikt, kunnen verzoeken om inlichtingen
bij de juiste personen binnen de functie informatie verschaffen die voor de accountant
nuttig is bij het verwerven van inzicht in de entiteit en haar omgeving, alsmede bij
het identificeren en inschatten van risico’s op een afwijking van materieel belang
op het niveau van de financiële overzichten en op het niveau van beweringen. Bij het
uitvoeren van haar werkzaamheden zal de interne auditfunctie waarschijnlijk inzicht
hebben verworven in de activiteiten en bedrijfsrisico’s op de entiteit en kan het
bevindingen hebben gebaseerd op haar werkzaamheden, zoals onderkende tekortkomingen
in de interne beheersing of risico’s, die waardevolle input kunnen verschaffen voor
het inzicht van de accountant in de entiteit, de risico-inschattingen van de accountant
of andere aspecten van de controle. De verzoeken om inlichtingen van de accountant
worden derhalve gedaan ongeacht de vraag of de accountant verwacht van de werkzaamheden
van de interne auditfunctie gebruik te zullen maken teneinde de aard of timing van
uit te voeren controlewerkzaamheden aan te passen, of de omvang hiervan te verminderen.222 Verzoeken om inlichtingen die in het bijzonder relevant zijn kunnen zowel aangelegenheden
betreffen die de interne auditfunctie heeft besproken met de met governance belaste
personen als de uitkomsten van het proces van risico-inschatting van de interne auditfunctie
zelf.
A10
Indien op basis van de reacties op de verzoeken om inlichtingen van de accountant
blijkt dat er bevindingen zijn die relevant kunnen zijn voor de financiële verslaggeving
van de entiteit en voor de controle, kan de accountant het als passend beschouwen
om over te gaan tot het lezen van daaraan gerelateerde rapportages van de interne
auditfunctie. Voorbeelden van rapportages van de interne auditfunctie die relevant
kunnen zijn omvatten de strategie- en planningsdocumenten van de functie, alsmede
rapportages die de bevindingen van onderzoeken van de interne auditfunctie beschrijven
en die zijn opgesteld voor het management of voor de met governance belaste personen.
A11
Bovendien, overeenkomstig Standaard 240223, indien de interne auditfunctie informatie aan de accountant verschaft met betrekking
tot feitelijke, vermoede of vermeende fraude, houdt de accountant hier rekening mee
bij het door de accountant identificeren van risico’s op een afwijking van materieel
belang die het gevolg is van fraude of van fouten.
A12
Juiste personen binnen de interne auditfunctie bij wie verzoeken om inlichtingen worden
gedaan, zijn degenen die, naar het oordeel van de accountant, over passende kennis,
ervaring en autoriteit beschikken zoals de chief internal audit executive, of, afhankelijk
van de omstandigheden, overige medewerkers binnen de interne auditfunctie. De accountant
kan het tevens passend achten om met deze personen periodiek overleg te plegen.
Overwegingen specifiek voor entiteiten in de publieke sector
(Zie Par. 6(a))
A13
Accountants van entiteiten in de publieke sector hebben vaak aanvullende verantwoordelijkheden
met betrekking tot interne beheersing en het naleven van de van toepassing zijnde
wet- en regelgeving. Verzoeken om inlichtingen bij juiste personen van de interne
auditfunctie kunnen de accountant ondersteunen bij het identificeren van het risico
van het materiële niet-naleven van van toepassing zijnde wet- en regelgeving, alsmede
van het risico van tekortkomingen in de interne beheersing inzake de financiële verslaggeving.
Cijferanalyses
(Zie Par. 6(b))
A14
Als risico-inschattingswerkzaamheden uitgevoerde cijferanalyses kunnen aspecten van
de entiteit aan het licht brengen waarvan de accountant niet op de hoogte was en kunnen
helpen bij het inschatten van de risico's op een afwijking van materieel belang teneinde
een basis te verkrijgen voor het opzetten en implementeren van manieren om op de ingeschatte
risico's in te spelen. Als risico-inschattingswerkzaamheden uitgevoerde cijferanalyses
kunnen zowel financiële als niet-financiële informatie omvatten, bijvoorbeeld het
verband tussen omzet en de oppervlakte van de verkoopruimte of het volume van de verkochte
goederen.
A15
Cijferanalyses kunnen helpen bij het identificeren van het bestaan van ongebruikelijke
transacties of gebeurtenissen, alsmede bedragen, ratio's en trends die kunnen duiden
op aangelegenheden die gevolgen hebben voor de controle. Geïdentificeerde ongebruikelijke
of onverwachte verbanden kunnen de accountant helpen bij het identificeren van risico's
op een afwijking van materieel belang, met name risico's op een afwijking van materieel
belang die het gevolg is van fraude.
A16
Als deze cijferanalyses echter gebruikmaken van op een hoog niveau samengevoegde gegevens
(wat het geval kan zijn bij cijferanalyses die worden uitgevoerd in het kader van
risico-inschattingswerkzaamheden), geven de resultaten van deze cijferanalyses slechts
een eerste globale indicatie of er al dan niet sprake is van een afwijking van materieel
belang. Bijgevolg kan in die gevallen de beschouwing van andere informatie die bij
het identificeren van de risico's op een afwijking van materieel belang is verzameld
samen met de resultaten van deze cijferanalyses de accountant helpen bij het verwerven
van inzicht in en het evalueren van de resultaten van de cijferanalyses.
Overwegingen die specifiek voor kleinere entiteiten gelden
A17
Sommige kleinere entiteiten hebben geen tussentijdse of maandelijkse financiële informatie
die voor cijferanalyses kan worden gebruikt. In dat geval is het mogelijk dat, hoewel
de accountant in staat kan zijn om beperkte cijferanalyses voor de planning van de
controle uit te voeren dan wel om bepaalde informatie te verkrijgen via het inwinnen
van inlichtingen, de accountant de uitvoering van cijferanalyses moet plannen om de
risico's op een afwijking van materieel belang te identificeren en in te schatten
indien een voorlopig concept van de financiële overzichten van de entiteit beschikbaar
is.
Waarneming en inspectie
(Zie Par. 6(c))
A18
Waarnemingen en inspecties kunnen het verzoeken om inlichtingen bij het management
en bij anderen ondersteunen, en kunnen tevens informatie verschaffen over de entiteit
en haar omgeving. Voorbeelden van dergelijke controlewerkzaamheden zijn de waarneming
of inspectie van:
-
• de activiteiten van de entiteit;
-
• documentatie (zoals ondernemingsplannen en bedrijfsstrategieën), administratieve vastleggingen
en handboeken over de interne beheersing;
-
• verslagen opgesteld door het management (zoals kwartaalverslagen van het management
en tussentijdse financiële overzichten) en de met governance belaste personen (zoals
notulen van vergaderingen van de raad van bestuur);
-
• de panden en fabrieksinstallaties van de entiteit.
In eerdere verslagperiodes verkregen informatie
(Zie Par. 9)
A19
De ervaring van de accountant met de entiteit en de controlewerkzaamheden die bij
eerdere controles zijn uitgevoerd, kunnen de accountant informatie verschaffen over
zaken als:
-
• afwijkingen in het verleden en of deze al dan niet tijdig zijn gecorrigeerd;
-
• de aard van de entiteit en haar omgeving, en haar interne beheersing (met inbegrip
van tekortkomingen in de interne beheersing);
-
• significante wijzigingen in de entiteit of haar activiteiten sinds de vorige verslagperiode
die de accountant kunnen helpen bij het verwerven van voldoende inzicht in de entiteit
om risico's op een afwijking van materieel belang te identificeren en in te schatten.
-
• die bijzondere soorten transacties en andere gebeurtenissen of rekeningsaldi (en daarmee
samenhangende toelichtingen) waar de accountant moeilijkheden ondervond bij het uitvoeren
van de noodzakelijke controlewerkzaamheden, bijvoorbeeld als gevolg van hun complexiteit.
A20
Van de accountant wordt vereist dat deze bepaalt of de in eerdere verslagperiodes
verkregen informatie nog steeds relevant is indien hij voornemens is die informatie
in het kader van de lopende controle te gebruiken. De reden hiervoor is dat wijzigingen
in de interne beheersingsomgeving bijvoorbeeld van invloed kunnen zijn op de relevantie
van de informatie die in het voorgaande jaar is verkregen. Om na te gaan of er zich
wijzigingen hebben voorgedaan die mogelijk van invloed zijn op de relevantie van deze
informatie, kan de accountant om inlichtingen verzoeken en andere passende controlewerkzaamheden
uitvoeren, zoals lijncontroles van relevante systemen.
Bespreking tussen de leden van het opdrachtteam
(Zie Par. 10)
A21
De bespreking tussen de leden van het opdrachtteam van de mate waarin de financiële
overzichten van de entiteit vatbaar zijn voor een afwijking van materieel belang:
-
• biedt meer ervaren leden van het opdrachtteam, waaronder de opdrachtpartner, de gelegenheid
om de op hun kennis van de entiteit gebaseerde inzichten met de anderen te delen;
-
• biedt de leden van het opdrachtteam de mogelijkheid om informatie uit te wisselen
over de bedrijfsrisico's waaraan de entiteit is blootgesteld en over hoe en waar de
financiële overzichten mogelijk vatbaar zijn voor een afwijking van materieel belang
die het gevolg is van fraude of fouten;
-
• helpt de leden van het opdrachtteam om een beter inzicht te verwerven in de mogelijkheid
dat een afwijking van materieel belang in de financiële overzichten kan voorkomen
in de specifieke gebieden die aan hen zijn toegewezen, en om inzicht te verwerven
in hoe de resultaten van de door hen uitgevoerde controlewerkzaamheden van invloed
kunnen zijn op andere aspecten van de controle, met inbegrip van beslissingen over
de aard, timing en omvang van verdere controlewerkzaamheden;
-
• verschaft een platform waarop de leden van het opdrachtteam communiceren en nieuwe
informatie uitwisselen die gedurende de controle is verkregen en die van invloed kan
zijn op de inschatting van de risico's op een afwijking van materieel belang of op
de controlewerkzaamheden die worden uitgevoerd om op deze risico's in te spelen;
-
•
Standaard 240 bevat verdere vereisten en leidraden met betrekking tot de bespreking van de frauderisico's
tussen de leden van het opdrachtteam.224
A22
Als onderdeel van de discussie binnen het opdrachtteam die vereist is op grond van
paragraaf 10, helpt rekening houden met de toelichtingsvereisten van het van toepassing
zijnde stelsel inzake financiële verslaggeving in het begin van de controle bij het
identificeren van mogelijke risico's van afwijkingen van materieel belang met betrekking
tot toelichtingen. Voorbeelden van aangelegenheden die het opdrachtteam kan bespreken
zijn:
-
• veranderingen in vereisten inzake financiële verslaggeving die kunnen leiden tot significante
nieuwe of herziene toelichtingen;
-
• veranderingen in de omgeving van de entiteit, de financiële toestand of activiteiten
die kunnen leiden tot significante nieuwe of herziene toelichtingen, bijvoorbeeld
een significante bedrijfscombinatie in de gecontroleerde periode;
-
• toelichtingen waarvoor het verkrijgen van voldoende en geschikte controle-informatie
moeilijk kan zijn geweest in het verleden; en
-
• toelichtingen over complexe aangelegenheden, waaronder die waarbij significante oordeelsvorming
van het management betrokken is over welke informatie moet worden toegelicht.
A23
Het is niet altijd noodzakelijk of praktisch uitvoerbaar dat alle leden op een bespreking
aanwezig zijn (bijvoorbeeld bij een controle die meerdere locaties betreft), en het
is evenmin noodzakelijk dat alle leden van het opdrachtteam op de hoogte worden gebracht
van alle beslissingen die tijdens de bespreking zijn genomen. De opdrachtpartner kan
bepaalde aangelegenheden bespreken met de kernleden van het opdrachtteam, met inbegrip
van, indien nodig geacht, deskundigen en de personen die verantwoordelijk zijn voor
de controle van groepsonderdelen, en kan besprekingen met anderen delegeren, rekening
houdend met de omvang van de communicatie die door iedereen in het opdrachtteam noodzakelijk
wordt geacht. Een door de opdrachtpartner goedgekeurd communicatieplan kan nuttig
zijn.
Overwegingen die specifiek voor kleinere entiteiten gelden
A24
Veel controles van kleine entiteiten worden volledig uitgevoerd door de opdrachtpartner
(die een zelfstandig werkende accountant kan zijn). In dat geval is het de opdrachtpartner
die in overweging moet nemen in welke mate de financiële overzichten van de entiteit
vatbaar zijn voor een afwijking van materieel belang die het gevolg is van fraude
of fouten, aangezien hij persoonlijk de planning van de controle heeft verricht.
Het vereiste inzicht in de entiteit en haar omgeving, met inbegrip van haar interne
beheersing
De entiteit en haar omgeving
Sectorgebonden factoren, regelgevingsfactoren en andere externe factoren
(Zie Par. 11(a))
Sectorgebonden factoren
A25
Relevante sectorgebonden factoren zijn onder meer de omstandigheden in de sector,
zoals de concurrentieomgeving, de relaties met leveranciers en klanten, en technologische
ontwikkelingen. Voorbeelden van zaken waarmee de accountant rekening kan houden, zijn:
-
• de markt en concurrentie, met inbegrip van de vraag, capaciteit en prijsconcurrentie;
-
• cyclische of seizoensgebonden activiteit;
-
• de technologie met betrekking tot de producten van de entiteit;
-
• de energievoorziening en -kosten.
A26
De sector waarin de entiteit actief is, kan aanleiding geven tot specifieke risico's
op een afwijking van materieel belang die voorkomt uit de aard van de activiteit of
de mate van regulering. Zo kunnen langlopende contracten significante schattingen
van opbrengsten en kosten bevatten die aanleiding geven tot risico's op een afwijking
van materieel belang. In dergelijke gevallen is het belangrijk dat in het opdrachtteam
medewerkers met voldoende relevante kennis en ervaring zijn opgenomen.225
Regelgevingsfactoren
A27
Het regelgevingskader behoort tot de relevante regelgevingsfactoren. Het regelgevingskader
omvat onder meer het van toepassing zijnde stelsel inzake financiële verslaggeving
en de juridische en politieke omgeving. Voorbeelden van aangelegenheden waarmee de
accountant rekening kan houden, zijn:
-
• de verslaggevingsprincipes en sectorspecifieke praktijken inzake administratieve verwerking;
-
• het regelgevingskader voor een gereguleerde sector inclusief vereisten voor toelichtingen;
-
• de wet- en regelgeving die in significante mate van invloed zijn op de activiteiten
van de entiteit, met inbegrip van directe toezichthoudende activiteiten;
-
• belastingen (vennootschaps- en andere belastingen);
-
• het overheidsbeleid dat op dat moment van invloed is op de uitvoering van de activiteiten
van de entiteit, zoals het monetaire beleid, met inbegrip van deviezencontroles, het
begrotingsbeleid, financiële stimuleringsmaatregelen (bijvoorbeeld programma's voor
overheidssteun) en het beleid inzake douanerechten of handelsbelemmeringen;
-
• milieueisen die van invloed zijn op de activiteiten van de sector en de entiteit.
A28
Standaard 250 bevat een aantal specifieke vereisten met betrekking tot het wet- en regelgevingskader
dat van toepassing is op de entiteit en de branche of sector waarin zij actief is.226
Overwegingen die specifiek voor entiteiten in de publieke sector gelden
A29
Bij controles van entiteiten in de publieke sector is het mogelijk dat wet- en regelgeving
of andere van kracht zijnde voorschriften van invloed zijn op de activiteiten van
de entiteit. Het is essentieel dat deze elementen in aanmerking worden genomen bij
het verwerven van inzicht in de entiteit en haar omgeving.
Andere externe factoren
A30
Voorbeelden van andere externe factoren die op de entiteit van invloed zijn en waarmee
de accountant rekening kan houden, zijn de algemene economische omstandigheden, de
rentevoeten, de beschikbaarheid van financiering, de inflatie en de revaluatie van
een munteenheid.
Aard van de entiteit
(Zie Par. 11(b))
A31
Inzicht in de aard van een entiteit stelt de accountant in staat zaken te begrijpen
zoals:
-
• of de entiteit al dan niet een complexe structuur heeft, bijvoorbeeld met dochtermaatschappijen
of andere groepsonderdelen op meerdere locaties. Complexe structuren brengen vaak
kwesties met zich mee die aanleiding kunnen geven tot risico's op een afwijking van
materieel belang. Deze kwesties kunnen betrekking hebben op de vraag of goodwill,
joint ventures, investeringen of voor een bijzonder doel opgerichte entiteiten op
de juiste wijze administratief zijn verwerkt en of adequate toelichting van dergelijke
kwesties is gegeven in de financiële overzichten;
-
• de eigendomsstructuur en verhoudingen tussen eigenaren en andere personen of entiteiten.
Deze kennis helpt bij het bepalen of transacties met verbonden partijen op de juiste
wijze zijn geïdentificeerd, administratief zijn verwerkt en adequaat in de financiële
overzichten zijn toegelicht. Standaard 550227 stelt vereisten vast en verschaft leidraden voor de elementen die de accountant in
aanmerking moet nemen met betrekking tot verbonden partijen.
A32
Voorbeelden van aangelegenheden waarmee de accountant bij het verwerven van inzicht
in de aard van de entiteit rekening kan houden, zijn:
-
• bedrijfsactiviteiten, zoals:
-
• de aard van opbrengstenbronnen, producten, diensten en markten, alsmede de betrokkenheid
bij elektronische handel zoals verkoop- en marketingactiviteiten via internet;
-
• de uitoefening van activiteiten (bijvoorbeeld productiefasen en -methoden, of activiteiten
die aan milieurisico's zijn blootgesteld);
-
• samenwerkingsverbanden, joint ventures en uitbesteding van activiteiten;
-
• de geografische spreiding en indeling van de sector in segmenten;
-
• de locatie van productievestigingen, magazijnen en kantoren, alsmede de locatie en
hoeveelheden van voorraden;
-
• de belangrijkste klanten en belangrijke leveranciers van goederen en diensten, arbeidsovereenkomsten
(waaronder het bestaan van cao's, pensioenrechten en andere vergoedingen na uitdiensttreding,
aandelenoptie- of incentiveregelingen en overheidsvoorschriften met betrekking tot
arbeidsaangelegenheden);
-
• activiteiten en kosten in verband met onderzoek en ontwikkeling;
-
• transacties met verbonden partijen.
-
• investeringen en investeringsactiviteiten, zoals:
-
• geplande en recent uitgevoerde verwervingen/overnames of desinvesteringen/afstotingen;
-
• investeringen in en verkoop van effecten en leningen;
-
• kapitaalinvesteringen;
-
• investeringen in niet-geconsolideerde entiteiten, met inbegrip van maatschappen, joint
ventures en voor een bijzonder doel opgerichte entiteiten.
-
• financiering en financieringsactiviteiten, zoals:
-
• belangrijke dochtermaatschappijen en verbonden entiteiten, met inbegrip van geconsolideerde
en niet-geconsolideerde structuren;
-
• structuur van de schulden en kredietvoorwaarden, met inbegrip van niet in de balans
opgenomen financierings- en leaseovereenkomsten;
-
• uiteindelijk gerechtigden (lokaal, buitenlands, zakelijke reputatie en ervaring) en
verbonden partijen;
-
• gebruik van afgeleide financiële instrumenten;
-
• praktijken inzake financiële verslaggeving, zoals:
-
• verslaggevingsprincipes en sectorspecifieke praktijken, met inbegrip van sectorspecifieke
significante transactiestromen, rekeningsaldi en daarop betrekking hebbende toelichtingen
in de financiële overzichten (bijvoorbeeld leningen en investeringen bij banken, of
onderzoek en ontwikkeling bij farmaceutische bedrijven);
-
• opbrengstverantwoording;
-
• administratieve verwerking tegen reële waarde;
-
• in vreemde valuta luidende activa, verplichtingen en transacties;
-
• administratieve verwerking van ongebruikelijke of complexe transacties, met inbegrip
van transacties in controversiële of nieuwe gebieden (bijvoorbeeld administratieve
verwerking van op aandelen gebaseerde personeelsbeloningen).
A33
Significante wijzigingen binnen de entiteit ten opzichte van voorgaande verslagperiodes
kunnen risico's op een afwijking van materieel belang doen ontstaan of veranderen.
Aard van voor een bijzonder doel opgerichte entiteiten
A34
Een voor een bijzonder doel opgerichte entiteit (ook wel special-purpose entity of special-purpose vehicle genoemd) is een entiteit die doorgaans voor een zeer beperkt en welomschreven doel
wordt opgericht, zoals een leasing of securitisatie van financiële activa, dan wel
om onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten uit te voeren. Zij kan de vorm aannemen
van een vennootschap, een trust, een maatschap of een entiteit zonder rechtspersoonlijkheid.
Vaak is het zo dat de entiteit namens welke de voor een bijzonder doel opgerichte
entiteit tot stand is gebracht activa transfereert naar deze laatste (bijvoorbeeld
als onderdeel van een transactie waarbij financiële activa van de balans worden gehaald),
het recht verkrijgt om de activa van de voor een bijzonder doel opgerichte entiteit
te gebruiken, of diensten uitvoert voor de voor een bijzonder doel opgerichte entiteit,
terwijl andere partijen mogelijk financiering verschaffen aan de voor een bijzonder
doel opgerichte entiteit. Zoals Standaard 550 aangeeft, kan een voor een bijzonder doel opgerichte entiteit in bepaalde omstandigheden
een verbonden partij van de entiteit zijn.228
A35
Stelsels inzake financiële verslaggeving specificeren vaak gedetailleerde voorwaarden
die geacht worden vergelijkbaar te zijn met die van zeggenschap, of omstandigheden
waaronder moet worden overwogen om de voor een bijzonder doel opgerichte entiteit
in de consolidatiekring op te nemen. De interpretatie van de door dergelijke stelsels
gestelde vereisten vergt vaak een gedetailleerde kennis van de relevante overeenkomsten
waarbij de voor een bijzonder doel opgerichte entiteit is betrokken.
De keuze en toepassing door de entiteit van grondslagen voor financiële verslaggeving
(Zie Par. 11(c))
A36
Inzicht in de keuze en toepassing door de entiteit van grondslagen voor financiële
verslaggeving kan aangelegenheden omvatten als:
-
• de methodes die de entiteit hanteert om significante en ongebruikelijke transacties
administratief te verwerken;
-
• het effect van significante grondslagen voor financiële verslaggeving op controversiële
of nieuwe gebieden waarvoor gezaghebbende leidraden ontbreken of waarover geen consensus
bestaat;
-
• wijzigingen in de door de entiteit gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving;
-
• standaarden inzake financiële verslaggeving en wet- en regelgeving die nieuw zijn
voor de entiteit alsmede het moment en de wijze waarop de entiteit deze vereisten
voor het eerst zal toepassen.
Doelstellingen en strategieën en daarmee verband houdende bedrijfsrisico's
(Zie Par.11(d))
A37
De entiteit oefent haar activiteiten uit in de context van sectorgebonden factoren,
regelgevingsfactoren en andere interne en externe factoren. Om op deze factoren in
te spelen, stellen de leden van het management of de met governance belaste personen
doelstellingen vast die de algehele plannen voor de entiteit vormen. Strategieën vormen
de benaderingswijzen waarop het management haar doelstellingen tracht te bereiken.
De doelstellingen en strategieën van een entiteit kunnen in de loop van de tijd veranderen.
A38
De term 'bedrijfsrisico' heeft een ruimere betekenis dan het risico op een afwijking
van materieel belang in de financiële overzichten, hoewel dit laatste risico wel tot
de bedrijfsrisico's behoort. Een bedrijfsrisico kan het gevolg zijn van veranderingen
of complexiteit. Het niet inzien van de noodzaak tot verandering kan ook aanleiding
geven tot een bedrijfsrisico. Een bedrijfsrisico kan bijvoorbeeld voortkomen uit:
-
• de ontwikkeling van nieuwe producten of diensten die mogelijk geen succes zijn;
-
• een markt die, zelfs als deze met goed gevolg is ontwikkeld, een product of dienst
niet op adequate wijze ondersteunt; of
-
• gebreken in een product of dienst die tot aansprakelijkheid en reputatieschade kunnen
leiden.
A39
Inzicht in de bedrijfsrisico's waarmee de entiteit wordt geconfronteerd vergroot de
kans op het identificeren van risico's op een afwijking van materieel belang, omdat
de meeste bedrijfsrisico's uiteindelijk financiële gevolgen hebben en bijgevolg van
invloed zijn op de financiële overzichten. De accountant is echter niet verantwoordelijk
voor het identificeren of inschatten van alle bedrijfsrisico's, omdat niet alle bedrijfsrisico's
risico's op een afwijking van materieel belang doen ontstaan.
A40
Voorbeelden van aangelegenheden die de accountant in aanmerking kan nemen bij het
verwerven van inzicht in de doelstellingen, strategieën en daarmee verband houdende
bedrijfsrisico's van de entiteit die kunnen leiden tot een risico op een afwijking
van materieel belang in de financiële overzichten, zijn:
-
• ontwikkelingen in de sector (een mogelijk daarmee verband houdend bedrijfsrisico zou
kunnen zijn dat de entiteit niet het personeel of de knowhow heeft om met de veranderingen
in de sector om te gaan);
-
• nieuwe producten en diensten (een mogelijk daarmee verband houdend bedrijfsrisico
zou een verhoogde productaansprakelijkheid kunnen zijn);
-
• de uitbreiding van het bedrijf (een mogelijk daarmee verband houdend bedrijfsrisico
zou kunnen zijn dat de vraag niet nauwkeurig is ingeschat);
-
• nieuwe voorschriften inzake administratieve verwerking (een mogelijk daarmee verband
houdend bedrijfsrisico zou kunnen zijn een onvolledige of onjuiste implementatie of
hogere kosten);
-
• vereisten op grond van regelgeving (een mogelijk daarmee verband houdend bedrijfsrisico
zou kunnen zijn een verhoogd juridisch risico);
-
• huidige en toekomstige financieringsbehoeften (een mogelijk daarmee verband houdend
bedrijfsrisico zou kunnen zijn het verlies van financiering doordat de entiteit niet
staat is haar verplichtingen na te komen);
-
• het gebruik van informatietechnologie (een mogelijk daarmee verband houdend bedrijfsrisico
zou kunnen zijn dat systemen en processen onverenigbaar zijn);
-
• de gevolgen van de implementatie van een strategie, in het bijzonder gevolgen die
tot nieuwe voorschriften inzake administratieve verwerking zullen leiden (een mogelijk
daarmee verband houdend bedrijfsrisico zou kunnen zijn de onvolledige of onjuiste
implementatie daarvan).
A41
Een bedrijfsrisico kan een direct gevolg hebben voor het risico op een afwijking van
materieel belang voor transactiestromen, rekeningsaldi en toelichtingen op het niveau
van beweringen of van financiële overzichten. Zo kan het bedrijfsrisico dat voorkomt
uit een inkrimpend klantenbestand het risico op een afwijking van materieel belang
in verband met de waardering van vorderingen verhogen. Hetzelfde risico kan echter,
vooral als het samengaat met een krimpende economie, ook gevolgen op langere termijn
hebben, waarmee de accountant rekening houdt bij de inschatting in welke mate de continuïteitsveronderstelling
passend is. Bij het inschatten of een bedrijfsrisico kan leiden tot een risico op
een afwijking van materieel belang wordt bijgevolg rekening gehouden met de omstandigheden
van de entiteit.
Voorbeelden van omstandigheden en gebeurtenissen die kunnen wijzen op risico's op
een afwijking van materieel belang zijn opgenomen in bijlage 2.
A42
Gewoonlijk identificeert het management bedrijfsrisico's en ontwikkelt het benaderingen
om op die risico's in te spelen. Een dergelijk risico-inschattingsproces maakt deel
uit van de interne beheersing en wordt behandeld in paragraaf 15 en de paragrafen
A88 en A89.
Overwegingen die specifiek voor entiteiten in de publieke sector gelden
A43
Bij controles van entiteiten in de publieke sector kunnen de 'doelstellingen van het
management' worden beïnvloed door punten van zorg over de publieke verantwoordingsplicht
en kunnen ze doelstellingen bevatten die hun oorsprong vinden in wet- en regelgeving
of andere van kracht zijnde voorschriften.
Meting en beoordeling van de financiële prestaties van de entiteit
(Zie Par. 11(e))
A44
Het management en anderen meten en beoordelen elementen die zij belangrijk achten.
Prestatiemetingen, zowel externe als interne, leggen druk op de entiteit. Deze druk
kan het management ertoe aanzetten maatregelen te nemen om de bedrijfsprestaties te
verbeteren of om in de financiële overzichten afwijkingen op te nemen. Daarom kan
het verwerven van inzicht in de prestatiemetingen van de entiteit de accountant helpen
bij het overwegen of de druk om prestatiedoelstellingen te realiseren tot gevolg kan
hebben dat het management maatregelen neemt die de risico's op een afwijking van materieel
belang vergroten, waaronder die welke het gevolg zijn van fraude. Zie Standaard 240 voor vereisten en leidraden met betrekking tot frauderisico's.
A45
De meting en beoordeling van financiële prestaties is niet hetzelfde als het monitoren
van interne beheersingsmaatregelen (besproken als een onderdeel van de interne beheersing
in de paragrafen A110–A121), hoewel ze mogelijk overlappende doelstellingen hebben:
-
• de meting en beoordeling van prestaties is gericht op de vraag of de bedrijfsprestaties
aan de door het management (of derden) vastgestelde doelstellingen voldoen;
-
• het monitoren van interne beheersingsmaatregelen is specifiek gericht op de effectieve
werking van de interne beheersing.
In sommige gevallen kunnen prestatie-indicatoren echter ook informatie verschaffen
die het management in staat stelt tekortkomingen in de interne beheersing te identificeren.
A46
Voorbeelden van intern gegenereerde informatie die door het management wordt gebruikt
voor het meten en beoordelen van financiële prestaties en waarmee de accountant rekening
kan houden, zijn:
-
• belangrijke (financiële en niet-financiële) prestatie-indicatoren en kernratio's,
trends en bedrijfsstatistieken;
-
• vergelijkingen van financiële prestaties tussen verslagperiodes;
-
• budgetten, prognoses, verschillenanalyses, gesegmenteerde informatie en prestatieverslagen
op divisie-, afdelings- of ander niveau;
-
• maatstaven voor de personeelsprestaties en beleid inzake op incentives gebaseerde
beloningen;
-
• vergelijking van de prestaties van de entiteit met die van de concurrentie.
A47
Externe partijen kunnen ook overgaan tot de meting en beoordeling van de financiële
prestaties van de entiteit. Zo kan externe informatie, zoals rapporten van analisten
en kredietbeoordelaars, nuttige informatie zijn voor de accountant. Dergelijke rapporten
zijn vaak bij de gecontroleerde entiteit zelf te verkrijgen.
A48
Interne metingen kunnen de aandacht vestigen op onverwachte resultaten of trends die
vereisen dat het management de oorzaak ervan bepaalt en corrigerende maatregelen neemt
(met inbegrip van, in sommige gevallen, het tijdig detecteren en corrigeren van afwijkingen).
Prestatiemetingen kunnen voor de accountant ook een aanwijzing zijn van het feit dat
risico's op een afwijking van daarmee verband houdende informatie in de financiële
overzichten daadwerkelijk bestaan. Zo kunnen prestatiemetingen aangeven dat de entiteit
een ongewoon snelle groei doormaakt of ongewoon winstgevend is in vergelijking met
andere entiteiten in dezelfde sector. Deze informatie kan, vooral in combinatie met
andere factoren zoals beloningen in de vorm van op prestaties gebaseerde bonussen
of incentives, een aanwijzing zijn voor het mogelijke risico op tendentie vanwege
het management bij het opstellen van de financiële overzichten.
Overwegingen die specifiek voor kleinere entiteiten gelden
A49
Kleinere entiteiten hebben vaak geen processen voor het meten en beoordelen van financiële
prestaties. Het verzoeken om inlichtingen bij het management kan aan het licht brengen
dat het management zich baseert op bepaalde belangrijke indicatoren voor het beoordelen
van financiële prestaties en het nemen van passende maatregelen. Indien dergelijke
verzoeken aan het licht brengen dat er geen prestatiemetingen of -beoordelingen bestaan,
kan er een verhoogd risico bestaan dat afwijkingen niet worden gedetecteerd en gecorrigeerd.
Interne beheersing van de entiteit
(Zie Par. 12)
A50
Inzicht in de interne beheersing is voor de accountant een hulpmiddel bij het identificeren
van soorten mogelijke afwijkingen en factoren die van invloed zijn op de risico's
op een afwijking van materieel belang, alsmede bij het bepalen van de aard, timing
en omvang van verdere controlewerkzaamheden.
A51
De volgende toepassingsgerichte teksten met betrekking tot interne beheersing worden
in de volgende vier secties weergegeven:
-
• algemene aard en kenmerken van de interne beheersing;
-
• interne beheersingsmaatregelen die relevant zijn voor de controle;
-
• aard en omvang van het inzicht in relevante interne beheersingsmaatregelen;
-
• componenten van de interne beheersing.
Algemene aard en kenmerken van de interne beheersing
Doel van de interne beheersing
A52
Interne beheersing wordt opgezet, geïmplementeerd en onderhouden om in te spelen op
geïdentificeerde bedrijfsrisico's die een bedreiging vormen voor het bereiken van
een of meer doelstellingen van de entiteit die betrekking hebben op:
-
• de betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving van de entiteit;
-
• de effectiviteit en efficiëntie van haar activiteiten; en
-
• de naleving van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving door de entiteit.
De wijze waarop de interne beheersing wordt opgezet, geïmplementeerd en onderhouden,
is afhankelijk van de omvang en complexiteit van de entiteit.
Overwegingen die specifiek voor kleinere entiteiten gelden
A53
Kleinere entiteiten kunnen minder gestructureerde middelen en eenvoudiger processen
en werkwijzen hanteren om hun doelstellingen te bereiken.
Beperkingen van de interne beheersing
A54
Hoe effectief de interne beheersing ook is, zij kan een entiteit slechts een redelijke
mate van zekerheid verschaffen dat haar doelstellingen met betrekking tot de financiële
verslaggeving worden bereikt. De kans dat die doelstellingen worden bereikt, wordt
beïnvloed door de inherente beperkingen van de interne beheersing. Deze omvatten het
feit dat mensen bij hun besluitvorming foutieve beoordelingen kunnen maken en dat
verstoringen van de interne beheersing als gevolg van menselijke fouten kunnen voorkomen.
Er kan bijvoorbeeld een fout optreden in de opzet of wijziging van een interne beheersingsmaatregel.
Eveneens is het mogelijk dat een interne beheersingsmaatregel niet effectief werkt,
bijvoorbeeld als informatie die wordt verzameld ten behoeve van de interne beheersing
(bijvoorbeeld een uitzonderingsrapport) niet effectief wordt gebruikt omdat de persoon
die verantwoordelijk is voor het beoordelen van deze informatie het doel ervan niet
begrijpt of nalaat passende maatregelen te nemen.
A55
Bovendien kunnen interne beheersingsmaatregelen worden omzeild doordat twee of meer
personen samenspannen of doordat het management op ongepaste wijze interne beheersingsmaatregelen
doorbreekt. Zo kan het management met klanten nevenovereenkomsten sluiten die de in
de standaardverkoopcontracten van de entiteit opgenomen bepalingen en voorwaarden
wijzigen, wat tot een onjuiste opbrengstverantwoording kan leiden. Ook kunnen de in
een computerprogramma geïntegreerde wijzigingscontroles die gericht zijn op het identificeren
en rapporteren van transacties die gespecificeerde kredietlimieten overschrijden,
worden doorbroken, of kunnen deze worden uitgeschakeld.
A56
Verder kan het management bij het opzetten en implementeren van interne beheersingsmaatregelen
oordeelsvormingen maken met betrekking tot de aard en omvang van de interne beheersingsmaatregelen
die het wil implementeren alsmede de aard en omvang van de risico's die het wenst
te aanvaarden.
Overwegingen die specifiek voor kleinere entiteiten gelden
A57
Kleinere entiteiten hebben vaak minder werknemers, waardoor de mate waarin functiescheiding
praktisch uitvoerbaar is beperkt kan zijn. Het is echter mogelijk dat in een kleine
door de eigenaar bestuurde entiteit de eigenaar-bestuurder op effectievere wijze toezicht
kan uitoefenen dan bij een grotere entiteit mogelijk is. Dit toezicht kan de doorgaans
beperktere mogelijkheden voor functiescheiding compenseren.
A58
Anderzijds is de eigenaar-bestuurder mogelijk beter in staat om interne beheersingsmaatregelen
te doorbreken omdat het systeem van interne beheersing minder gestructureerd is. De
accountant houdt hier rekening mee bij het identificeren van risico's op een afwijking
van materieel belang die het gevolg is van fraude.
Onderverdeling van de interne beheersing in componenten
A59
De onderverdeling van de interne beheersing in de volgende vijf componenten, voor
de toepassing van de Standaarden, verschaft een nuttig kader voor accountants bij
het overwegen op welke wijze verschillende aspecten van de interne beheersing van
een entiteit van invloed kunnen zijn op de controle:
-
a. de interne beheersingsomgeving;
-
b. het risico-inschattingsproces van de entiteit;
-
c. het voor de financiële verslaggeving relevante informatiesysteem, met inbegrip van
de daarmee verband houdende bedrijfsprocessen, en de communicatie;
-
d. de interne beheersingsactiviteiten; en
-
e. het monitoren van de interne beheersingsmaatregelen.
Deze onderverdeling geeft niet noodzakelijkerwijs weer hoe een entiteit de interne
beheersing opzet, implementeert en onderhoudt of hoe zij een specifieke component
classificeert. Accountants mogen daarom andere dan de in deze Standaard gebruikte
terminologie of stelsels hanteren om de verschillende aspecten van de interne beheersing
en de invloed daarvan op de controle te beschrijven, mits alle in deze Standaard beschreven
componenten in aanmerking worden genomen.
A60
De toepassingsgerichte teksten met betrekking tot de vijf componenten van de interne
beheersing zoals die verband houden met de controle van financiële overzichten zijn
hieronder in de paragrafen A77-A121 uiteengezet. Bijlage 1 geeft verdere uitleg over
deze componenten van de interne beheersing.
Kenmerken van handmatige en geautomatiseerde elementen van de interne beheersing die
relevant zijn voor de risico-inschatting door de accountant
A61
Het systeem van interne beheersing van een entiteit bevat naast handmatige elementen
vaak ook geautomatiseerde elementen. De kenmerken van handmatige of geautomatiseerde
elementen zijn relevant voor de risico-inschatting door de accountant en voor de daarop
gebaseerde verdere controlewerkzaamheden.
A62
Het gebruik van handmatige of geautomatiseerde elementen in de interne beheersing
is ook van invloed op de wijze waarop transacties tot stand worden gebracht, vastgelegd,
verwerkt en gerapporteerd:
-
• interne beheersingsmaatregelen in een handmatig systeem kunnen werkzaamheden omvatten
zoals het goedkeuren en beoordelen van transacties, het maken van aansluitingen en
het opvolgen van aansluitposten. Een entiteit kan ook geautomatiseerde werkwijzen
hanteren voor het tot stand brengen, vastleggen, verwerken en rapporteren van transacties,
in welk geval papieren documenten worden vervangen door vastleggingen in elektronische
vorm.
-
• interne beheersingsmaatregelen in IT-systemen bestaan uit een combinatie van geautomatiseerde
interne beheersingsmaatregelen (bijvoorbeeld interne beheersingsmaatregelen die in
computerprogramma's zijn geïntegreerd) en handmatige interne beheersingsmaatregelen.
Daarnaast kunnen handmatige interne beheersingsmaatregelen onafhankelijk zijn van
IT-systemen, informatie gebruiken die met behulp van IT-systemen is gegenereerd of
beperkt zijn tot het monitoren van de effectieve werking van IT-systemen en geautomatiseerde
interne beheersingsmaatregelen en tot het afhandelen van uitzonderingen. Indien voor
het tot stand brengen, vastleggen, verwerken of rapporteren van transacties of voor
andere in de financiële overzichten op te nemen financiële gegevens gebruik wordt
gemaakt van informatietechnologie, is het mogelijk dat de systemen en programma's
interne beheersingsmaatregelen bevatten die betrekking hebben op de overeenkomstige
beweringen voor van materieel belang zijnde rekeningen of dat zij cruciaal zijn voor
de effectieve werking van handmatige interne beheersingsmaatregelen die afhankelijk
zijn van informatietechnologie.
De combinatie van handmatige en geautomatiseerde elementen in de interne beheersing
van een entiteit is afhankelijk van de aard en complexiteit van het gebruik van IT
door de entiteit.
A63
Over het algemeen komt informatietechnologie de interne beheersing van een entiteit
ten goede omdat ze de entiteit in staat stelt:
-
• vooraf bepaalde bedrijfsregels consistent toe te passen en complexe berekeningen uit
te voeren bij het verwerken van grote hoeveelheden transacties of gegevens;
-
• de tijdigheid, beschikbaarheid en nauwkeurigheid van informatie te verbeteren;
-
• aanvullende analyses van informatie te vergemakkelijken;
-
• de uitvoering van haar activiteiten, alsmede haar beleidslijnen en procedures beter
te monitoren;
-
• het risico te beperken dat interne beheersingsmaatregelen worden omzeild; en
-
• de mogelijkheid te verbeteren om een effectieve functiescheiding te bereiken door
beveiligingsmaatregelen te implementeren in toepassingen, databanken en besturingssystemen.
A64
IT houdt ook specifieke risico's voor de interne beheersing van een entiteit in, zoals:
-
• het vertrouwen op systemen of programma's die gegevens onnauwkeurig verwerken, onnauwkeurige
gegevens verwerken, of beide;
-
• ongeautoriseerde toegang tot gegevens die tot gevolg kan hebben dat gegevens worden
vernietigd of dat onjuiste wijzigingen in gegevens worden aangebracht, met inbegrip
van het vastleggen van ongeautoriseerde of onbestaande transacties of de onnauwkeurige
vastlegging van transacties; Er kunnen specifieke risico's ontstaan indien meerdere
gebruikers een gemeenschappelijke databank gebruiken;
-
• de kans dat IT-medewerkers toegangsrechten verkrijgen die verder gaan dan die welke
zij voor het uitvoeren van de aan hen toegewezen taken nodig hebben, waardoor functiescheidingen
worden tenietgedaan;
-
• ongeautoriseerde wijzigingen van gegevens in stambestanden;
-
• ongeautoriseerde wijzigingen van systemen of programma's;
-
• het niet aanbrengen van noodzakelijke wijzigingen in systemen of programma's;
-
• ongeoorloofd handmatig ingrijpen;
-
• potentieel verlies van gegevens of de onmogelijkheid om toegang te krijgen tot benodigde
gegevens.
A65
Soms zijn handmatige elementen in de interne beheersing geschikter wanneer oordeelsvorming
en oordeelkundigheid vereist zijn, bijvoorbeeld in de volgende gevallen:
-
• grote, ongebruikelijke of eenmalige transacties;
-
• situaties waarin fouten moeilijk te omschrijven, te voorzien of te voorspellen zijn;
-
• in veranderende omstandigheden die een interne beheersingsmaatregel vereisen die buiten
het toepassingsgebied van een bestaande geautomatiseerde interne beheersingsmaatregel
valt;
-
• bij het monitoren van de effectiviteit van geautomatiseerde interne beheersingsmaatregelen.
A66
Handmatige elementen in de interne beheersing zijn soms minder betrouwbaar dan geautomatiseerde
elementen omdat ze eenvoudiger kunnen worden omzeild, genegeerd of doorbroken en zijn
ook vatbaarder voor eenvoudige fouten en vergissingen. Daarom mag er niet van worden
uitgegaan dat handmatige elementen van de interne beheersing consistent worden toegepast.
Handmatige elementen van de interne beheersing zijn mogelijk minder geschikt in de
volgende gevallen:
-
• grote aantallen of terugkerende transacties, of in situaties waarin te voorziene of
te voorspellen fouten kunnen worden voorkomen, of gedetecteerd en gecorrigeerd, door
geautomatiseerde elementen van de interne beheersing;
-
• interne beheersingsactiviteiten waarbij de specifieke wijzen voor de uitvoering van
de interne beheersingsmaatregel adequaat kunnen worden opgezet en geautomatiseerd.
A67
De omvang en aard van de risico's voor de interne beheersing zijn afhankelijk van
de aard en kenmerken van het informatiesysteem van de entiteit. De entiteit speelt
in op de risico's die uit het gebruik van IT of van handmatige elementen in de interne
beheersing voortkomen door effectieve interne beheersingsmaatregelen vast te stellen
rekening houdend met de kenmerken van het informatiesysteem van de entiteit.
Interne beheersingsmaatregelen die voor de controle relevant zijn
A68
Er is een rechtstreeks verband tussen de doelstellingen van een entiteit en de interne
beheersingsmaatregelen die zij implementeert om een redelijke mate van zekerheid te
verkrijgen dat deze doelstellingen worden bereikt. De doelstellingen, en dus de interne
beheersingsmaatregelen, van de entiteit hebben betrekking op de financiële verslaggeving,
de activiteiten en de naleving van wet- en regelgeving en andere voorschriften; het
is echter niet zo dat al deze doelstellingen en interne beheersingsmaatregelen relevant
zijn voor de risico-inschatting door de accountant.
A69
Factoren die relevant zijn voor de oordeelsvorming van de accountant of een interne
beheersingsmaatregel afzonderlijk of in combinatie met andere interne beheersingsmaatregelen
relevant is voor de controle zijn onder meer:
-
• de materialiteit;
-
• de significantie van het desbetreffende risico;
-
• de omvang van de entiteit;
-
• de aard van de activiteiten van de entiteit, met inbegrip van haar organisatiestructuur
en eigendomskenmerken;
-
• de diversiteit en complexiteit van de activiteiten van de entiteit;
-
• de van toepassing zijnde voorschriften van wet- en regelgeving;
-
• de omstandigheden en de van toepassing zijnde component van de interne beheersing;
-
• de aard en complexiteit van de systemen die deel uitmaken van de interne beheersing
van de entiteit, met inbegrip van het gebruik van serviceorganisaties;
-
• de vraag of en op welke wijze een specifieke interne beheersingsmaatregel, afzonderlijk
of in combinatie met andere interne beheersingsmaatregelen, een afwijking van materieel
belang voorkomt of detecteert en corrigeert.
A70
Interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot de volledigheid en nauwkeurigheid
van de door de entiteit gegenereerde informatie kunnen relevant zijn voor de controle
als de accountant voornemens is deze informatie te gebruiken bij het opzetten en uitvoeren
van verdere controlewerkzaamheden. Het is mogelijk dat interne beheersingsmaatregelen
die betrekking hebben op doelstellingen op het gebied van de activiteiten en de naleving
van wet- en regelgeving ook relevant zijn voor een controle indien zij betrekking
hebben op gegevens die de accountant bij de uitvoering van controlewerkzaamheden beoordeelt
of gebruikt.
A71
De interne beheersing met betrekking tot de bescherming van activa tegen het ongeoorloofd
verwerven, gebruiken of vervreemden ervan kan interne beheersingsmaatregelen omvatten
die betrekking hebben op doelstellingen op het gebied van zowel de financiële verslaggeving
als de activiteiten. Bij het overwegen van dergelijke interne beheersingsmaatregelen
beperkt de accountant zich gewoonlijk tot die welke relevant zijn voor de betrouwbaarheid
van de financiële verslaggeving.
A72
Een entiteit heeft gewoonlijk interne beheersingsmaatregelen die betrekking hebben
op doelstellingen die niet relevant zijn voor een controle en waarmee bijgevolg geen
rekening moet worden gehouden. Een entiteit kan bijvoorbeeld een geavanceerd systeem
van geautomatiseerde interne beheersingsmaatregelen opzetten om in efficiënte en effectieve
activiteiten te voorzien (zoals het systeem van geautomatiseerde interne beheersingsmaatregelen
bij een luchtvaartmaatschappij om de vluchtschema's bij te houden), maar deze interne
beheersingsmaatregelen zouden gewoonlijk niet relevant zijn voor de controle. Hoewel
interne beheersing betrekking heeft op de entiteit als geheel of op een of meer van
haar operationele onderdelen of bedrijfsprocessen, is het verder mogelijk dat inzicht
in de interne beheersing die betrekking heeft op elk van de operationele onderdelen
en bedrijfsprocessen van de entiteit niet relevant is voor de controle.
Overwegingen die specifiek voor entiteiten in de publieke sector gelden
A73
Accountants in de publieke sector hebben vaak aanvullende verplichtingen met betrekking
tot interne beheersing, bijvoorbeeld het rapporteren over de naleving van een vastgestelde
gedragscode. Accountants in de publieke sector kunnen ook verplicht zijn te rapporteren
over de naleving van wet- en regelgeving of andere van kracht zijnde voorschriften.
Bijgevolg kan hun beoordeling van de interne beheersing uitgebreider en gedetailleerder
zijn.
Aard en omvang van het verwerven van inzicht in relevante interne beheersingsmaatregelen
(Zie Par. 13)
A74
Bij de evaluatie van de opzet van een interne beheersingsmaatregel wordt overwogen
of die maatregel afzonderlijk dan wel in combinatie met andere interne beheersingsmaatregelen
afwijkingen van materieel belang op effectieve wijze kan voorkomen of detecteren en
corrigeren. De implementatie van een interne beheersingsmaatregel houdt in dat deze
bestaat en dat de entiteit deze ook toepast. Het heeft weinig zin de implementatie
te beoordelen van een interne beheersingsmaatregel die niet effectief is, en daarom
wordt eerst de opzet van een interne beheersingsmaatregel overwogen. Een niet-adequaat
opgezette interne beheersingsmaatregel kan een significante tekortkoming in de interne
beheersing vormen.
A75
Risico-inschattingswerkzaamheden die gericht zijn op het verkrijgen van controle-informatie
over de opzet en implementatie van relevante interne beheersingsmaatregelen kunnen
de volgende werkzaamheden omvatten:
-
• het verzoeken om inlichtingen bij werknemers van de entiteit;
-
• het waarnemen van de toepassing van specifieke interne beheersingsmaatregelen;
-
• het inspecteren van documenten en rapporten;
-
• het traceren van transacties met behulp van het informatiesysteem dat relevant is
voor de financiële verslaggeving. Het verzoeken om inlichtingen alleen volstaat niet
voor deze doeleinden.
A76
Het verwerven van inzicht in de interne beheersingsmaatregelen van een entiteit volstaat
niet om hun effectieve werking te toetsen, tenzij er een bepaalde automatisering bestaat
dat de consistente werking van de interne beheersingsmaatregelen garandeert. Zo levert
het verkrijgen van controle-informatie over de implementatie van een handmatige interne
beheersingsmaatregel op een bepaald tijdstip geen controle-informatie op over de effectieve
werking van de interne beheersingsmaatregel op andere tijdstippen tijdens de gecontroleerde
periode. Vanwege de inherente consistentie van geautomatiseerde gegevensverwerking
(zie paragraaf A63) kan het uitvoeren van controlewerkzaamheden om na te gaan of een
geautomatiseerde interne beheersingsmaatregel is geïmplementeerd echter wel dienen
als een toetsing van de effectieve werking van die interne beheersingsmaatregel, afhankelijk
van de inschatting van de accountant en het toetsen door de accountant van interne
beheersingsmaatregelen zoals die welke betrekking hebben op programmawijzigingen.
De toetsing van de effectieve werking van interne beheersingsmaatregelen wordt nader
beschreven in Standaard 330.229
Componenten van de interne beheersing – Interne beheersingsomgeving
(Zie Par. 14)
A77
De interne beheersingsomgeving omvat de governance-en managementfuncties alsmede de
houding, de bekendheid met en de acties van de met governance belaste personen en
het management met betrekking tot de interne beheersing van de entiteit en het belang
daarvan in de entiteit. De interne beheersingsomgeving zet de toon van een organisatie
en beïnvloedt daarmee het bewustzijn van de interne beheersing onder haar medewerkers.
A78
Elementen van de interne beheersingsomgeving die relevant kunnen zijn bij het verwerven
van inzicht in de interne beheersingsomgeving omvatten:
-
a. de communicatie over en handhaving van integriteit en ethische waarden – dit zijn essentiële elementen die de effectiviteit van de opzet, het beheer en de
monitoring van de interne beheersingsmaatregelen beïnvloeden;
-
b.
streven naar competentie – aangelegenheden zoals de overweging door het management van de competentieniveaus
voor specifieke taken en de wijze waarop die niveaus naar de benodigde vaardigheden
en kennis worden vertaald;
-
c.
betrokkenheid door de met governance belaste personen – eigenschappen van de met governance belaste personen, zoals:
-
• hun onafhankelijkheid van het management;
-
• hun ervaring en gezag;
-
• de mate van hun betrokkenheid en de informatie die zij ontvangen, alsmede het nauwkeurig
onderzoek van activiteiten;
-
• de geschiktheid van hun acties, met inbegrip van de mate waarin moeilijke vragen worden
gesteld en samen met het management worden opgevolgd, alsmede hun interactie met interne
auditors en accountants;
-
d. de filosofie en werkstijl van het management – kenmerken van het management zoals:
-
• zijn houding ten aanzien van het nemen en beheersen van bedrijfsrisico's;
-
• zijn houding en handelingen ten aanzien van de financiële verslaggeving;
-
• zijn houding ten aanzien van functies met betrekking tot informatieverwerking en administratieve
verwerking, en het daarbij betrokken personeel;
-
e.
organisatiestructuur – het kader waarbinnen de activiteiten van een entiteit die gericht zijn op het bereiken
van haar doelstellingen worden gepland, uitgevoerd, beheerst en beoordeeld;
-
f.
toewijzing van bevoegdheden en verantwoordelijkheden – zaken zoals de wijze waarop bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor operationele
activiteiten worden toegekend, alsmede de wijze waarop rapporteringsstructuren en
hiërarchische autorisatieniveaus worden vastgesteld;
-
g.
beleidslijnen en praktijken inzake personeelszaken – beleidslijnen en praktijken die bijvoorbeeld betrekking hebben op personeelswerving,
oriëntatie, training, evaluatie, begeleiding, promotie, beloning en corrigerende maatregelen.
Controle-informatie over elementen van de interne beheersingsomgeving
A79
Relevante controle-informatie kan worden verkregen door een combinatie van het verzoeken
om inlichtingen en andere risico-inschattingswerkzaamheden, zoals het bevestigen van
ingewonnen inlichtingen door waarnemingen of inspectie van documenten. Zo kan de accountant
via het verzoeken om inlichtingen bij het management en werknemers inzicht verwerven
in de wijze waarop het management zijn visie op bedrijfspraktijken en ethisch gedrag
op zijn werknemers overbrengt. De accountant kan vervolgens nagaan of relevante interne
beheersingsmaatregelen zijn geïmplementeerd door bijvoorbeeld te overwegen of het
management een schriftelijke gedragscode heeft opgesteld en of het zich daaraan houdt.
A80
De accountant kan tevens in overweging nemen hoe het management heeft gereageerd op
de bevindingen en aanbevelingen van de interne auditfunctie die betrekking hebben
op onderkende tekortkomingen in de interne beheersing die voor de controle relevant
zijn, met inbegrip van de vraag of en op welke wijze deze reacties zijn geïmplementeerd,
en of deze daarna door de interne auditfunctie zijn geëvalueerd.
Invloed van de interne beheersingsomgeving op de inschatting van de risico's op een
afwijking van materieel belang
A81
Sommige elementen van de interne beheersingsomgeving van een entiteit hebben een diepgaande
invloed op het inschatten van de risico's op een afwijking van materieel belang. Zo
wordt het bewustzijn van de interne beheersing in significante mate beïnvloed door
de met governance belaste personen, omdat één van hun taken erin bestaat een tegenwicht
te vormen tegen de van marktverwachtingen of beloningsregelingen uitgaande druk op
het management met betrekking tot de financiële verslaggeving. De effectiviteit van
de opzet van de interne beheersingsomgeving met betrekking tot de betrokkenheid van
de met governance belaste personen wordt bijgevolg beïnvloed door zaken als:
-
• hun onafhankelijkheid van het management en de mate waarin zij in staat zijn de handelingen
van het management te evalueren;
-
• de vraag of zij inzicht hebben in de zakelijke transacties van de entiteit;
-
• de mate waarin zij evalueren of de financiële overzichten zijn opgesteld in overeenstemming
met het van toepassing zijnde stelsel inzake financiële verslaggeving inclusief of
de financiële overzichten voldoende toelichtingen omvatten.
A82
Een actieve en onafhankelijke raad van bestuur kan invloed uitoefenen op de filosofie
en werkstijl van het senior management. Andere elementen kunnen echter een beperktere
invloed hebben. Hoewel bijvoorbeeld beleidslijnen en praktijken die gericht zijn op
het werven van competent financieel, boekhoudkundig en IT-personeel het risico op
fouten in de verwerking van financiële informatie kunnen beperken, is het mogelijk
dat zij de sterke neiging van het topmanagement om een te hoge winst voor te stellen
niet kunnen afzwakken.
A83
Het bestaan van een bevredigende interne beheersingsomgeving kan een positieve factor
zijn bij het inschatten van de risico's op een afwijking van materieel belang en kan
het risico op fraude helpen beperken. Toch is een bevredigende interne beheersingsomgeving
geen absoluut afschrikmiddel voor fraude. Omgekeerd kunnen tekortkomingen in de interne
beheersingsomgeving de effectiviteit van interne beheersingsmaatregelen ondermijnen,
in het bijzonder met betrekking tot fraude. Als het management bijvoorbeeld nalaat
voldoende middelen in te zetten om in te spelen op de risico's met betrekking tot
de IT-beveiliging, kan dat een negatieve invloed hebben op de interne beheersing doordat
wordt toegelaten dat onjuiste wijzigingen worden aangebracht in computerprogramma's
of gegevens, of dat ongeautoriseerde transacties worden verwerkt. Zoals in Standaard 330 toegelicht, is de interne beheersingsomgeving ook van invloed op de aard, timing
en omvang van de verdere controlewerkzaamheden van de accountant.230
A84
De interne beheersingsomgeving op zich kan een afwijking van materieel belang niet
voorkomen of detecteren en corrigeren. Zij kan echter wel van invloed zijn op de evaluatie
door de accountant van de effectiviteit van andere interne beheersingsmaatregelen
(bijvoorbeeld de monitoring van interne beheersingsmaatregelen en de werking van specifieke
interne beheersingsactiviteiten) en bijgevolg op de inschatting door de accountant
van de risico's op een afwijking van materieel belang.
Overwegingen die specifiek voor kleinere entiteiten gelden
A85
De interne beheersingsomgeving van kleinere entiteiten verschilt meestal van die van
grotere entiteiten. Zo is het mogelijk dat zich onder de met governance belaste personen
in kleine entiteiten geen onafhankelijk of extern lid bevindt, en dat de governancefunctie
direct door de eigenaar-bestuurder wordt waargenomen als er geen andere eigenaren
zijn. De aard van de interne beheersingsomgeving kan ook van invloed zijn op het belang
van andere interne beheersingsmaatregelen of het ontbreken daarvan. Zo kan de actieve
betrokkenheid van een eigenaar-bestuurder bepaalde risico's die voortkomen uit een
gebrek aan functiescheiding in een kleine entiteit beperken; zij kan evenwel andere
risico's doen toenemen, zoals het risico dat interne beheersingsmaatregelen worden
doorbroken.
A86
Bovendien is controle-informatie voor elementen van de interne beheersingsomgeving
in kleinere entiteiten niet altijd beschikbaar in de vorm van documenten, met name
als de communicatie tussen het management en het overige personeel informeel verloopt
maar toch effectief is. Zo is het mogelijk dat kleine entiteiten niet over een schriftelijke
gedragscode beschikken, maar in plaats daarvan een cultuur ontwikkelen die het belang
van integriteit en ethisch gedrag onderstreept via mondelinge communicatie en doordat
het management het goede voorbeeld geeft.
A87
Bijgevolg zijn de houding, de kennis en de handelingen van het management of de eigenaar-bestuurder
van bijzonder belang voor het inzicht van de accountant in de interne beheersingsomgeving
van een kleinere entiteit.
Componenten van de interne beheersing – Het risico-inschattingsproces van de entiteit
(Zie Par. 15)
A88
Het risico-inschattingsproces van de entiteit vormt de basis voor de wijze waarop
het management de te beheersen risico's bepaalt. Als dat proces in de gegeven omstandigheden,
met inbegrip van de aard, omvang en complexiteit van de entiteit, passend is, is het
voor de accountant een hulpmiddel bij het identificeren van risico's op een afwijking
van materieel belang. Of het risico-inschattingsproces van de entiteit in de gegeven
omstandigheden geschikt is, is een kwestie van oordeelsvorming.
Overwegingen die specifiek voor kleinere entiteiten gelden
(Zie Par. 17)
A89
Het is onwaarschijnlijk dat in een kleine entiteit een vastgesteld risico-inschattingsproces
bestaat. In dat geval is het waarschijnlijk dat het management risico's zal identificeren
door directe persoonlijke betrokkenheid bij de bedrijfsactiviteiten. Ongeacht de omstandigheden
zal het toch noodzakelijk zijn inlichtingen in te winnen over de geïdentificeerde
risico's en de wijze waarop er door het management op wordt ingespeeld.
Componenten van de interne beheersing – Het voor de financiële verslaggeving relevante
informatiesysteem, met inbegrip van de daarmee verband houdende bedrijfsprocessen,
en communicatie
Het voor de financiële verslaggeving relevante informatiesysteem, met inbegrip van
de daarmee verband houdende bedrijfsprocessen
(Zie Par. 18)
A90
Het informatiesysteem dat relevant is voor de doelstellingen van de financiële verslaggeving,
met inbegrip van het administratieve systeem, bestaat uit de procedures en vastleggingen
die zijn opgezet en ingericht teneinde:
-
• transacties (alsook gebeurtenissen en omstandigheden) van de entiteit tot stand te
brengen, vast te leggen, te verwerken en te rapporteren, en teneinde de verantwoordingsplicht
voor de daarmee verband houdende activa, verplichtingen en eigen-vermogenscomponenten
te handhaven;
-
• de onjuiste verwerking van transacties op te lossen, bijvoorbeeld geautomatiseerde
tussenrekeningen en procedures die worden gevolgd om de op deze rekeningen geboekte
elementen tijdig uit te zoeken;
-
• het doorbreken van het systeem of het omzeilen van interne beheersingsmaatregelen
te verwerken en te verantwoorden;
-
• informatie afkomstig van systemen die transacties verwerken over te brengen naar het
grootboek;
-
• informatie te verkrijgen die relevant is voor de financiële verslaggeving en die betrekking
heeft op gebeurtenissen en omstandigheden die geen transacties vormen, zoals de afschrijving
van materiële en immateriële vaste activa en wijzigingen in de invorderbaarheid van
vorderingen; en
-
• ervoor te zorgen dat de informatie die in overeenstemming met het van toepassing zijnde
stelsel inzake financiële verslaggeving in de financiële overzichten moet worden opgenomen,
wordt verzameld, vastgelegd, verwerkt, samengevat en op de juiste wijze in de financiële
overzichten wordt gerapporteerd.
A91
Financiële overzichten kunnen informatie die is verkregen buiten het grootboek en
subgrootboeken bevatten. Voorbeelden van dergelijke informatie kunnen omvatten:
-
• Informatie verkregen uit leaseovereenkomsten toegelicht in de financiële overzichten,
zoals vernieuwingsopties of toekomstige lease betalingen.
-
• De informatie toegelicht in de financiële overzichten die wordt geproduceerd door
het risicomanagementsysteem van een entiteit.
-
• Informatie over reële waarde die door deskundigen ingeschakeld door het management
zijn geproduceerd en toegelicht in de financiële overzichten.
-
• De informatie toegelicht in de financiële overzichten die is verkregen van modellen,
of van andere berekeningen die gebruikt zijn om schattingen te ontwikkelen die opgenomen
of toegelicht worden in de financiële overzichten inclusief informatie met betrekking
tot de onderliggende gegevens en veronderstellingen die gebruikt zijn in die modellen,
zoals:
-
• Intern ontwikkelde veronderstellingen die de gebruiksduur van een actief kunnen beïnvloeden;
of
-
• Gegevens zoals rentevoeten die worden beïnvloed door factoren waarover de entiteit
geen controle heeft.
-
• Informatie toegelicht in de financiële overzichten over de gevoeligheidsanalyses afgeleid
van financiële modellen die aantoont dat het management alternatieve veronderstellingen
heeft overwogen.
-
• Informatie die is opgenomen of toegelicht in de financiële overzichten die is verkregen
uit de belastingaangiften en fiscale vastleggingen van een entiteit.
-
• Informatie toegelicht in de financiële overzichten die is verkregen uit analyses die
zijn opgesteld om de beoordeling van het management van de mogelijkheid van de entiteit
om haar continuïteit te handhaven te ondersteunen, zoals eventuele toelichtingen met
betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die zijn geïdentificeerd die gerede
twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van de entiteit om haar continuïteit
te handhaven.231
A92
Het inzicht in het informatiesysteem dat relevant is voor de financiële verslaggeving
vereist op grond van paragraaf 18 van deze Standaard (inclusief het inzicht in relevante
aspecten van dat systeem met betrekking tot informatie die in de financiële overzichten
wordt toegelicht die wordt verkregen binnen of buiten het grootboek en de subgrootboeken)
is een kwestie van professionele oordeelsvorming van de accountant. Zo kunnen bepaalde
bedragen of toelichtingen in de financiële overzichten van de entiteit (zoals toelichtingen
over kredietrisico, liquiditeitsrisico en marktrisico) bijvoorbeeld gebaseerd zijn
op informatie verkregen van het risicomanagementsysteem van de entiteit. Echter, van
de accountant is niet vereist om inzicht te verwerven in alle aspecten van het risicomanagement
systeem, en hij past professionele oordeelsvorming toe bij het bepalen van het noodzakelijke
inzicht.
Journaalboekingen
(Zie Par. 18f)
A93
Het informatiesysteem van een entiteit omvat gewoonlijk ook het gebruik van standaardjournaalboekingen
die regelmatig worden gebruikt om transacties vast te leggen. Voorbeelden daarvan
zijn journaalboekingen voor het vastleggen van verkopen, inkopen en kasuitgaven in
het grootboek, of voor het vastleggen van periodiek door het management gemaakte schattingen,
zoals wijzigingen in de schatting van oninbare vorderingen.
A94
Het proces van financiële verslaggeving van een entiteit omvat ook het gebruik van
niet-standaardjournaalboekingen voor het vastleggen van eenmalige, ongebruikelijke
transacties of correcties. Voorbeelden van dergelijke posten zijn consolidatiecorrecties
en boekingen voor een bedrijfscombinatie of afstoting of eenmalige schattingen zoals
de bijzondere waardevermindering van een actief. Bij handmatige grootboeksystemen
kunnen niet-standaardjournaalboekingen mogelijk worden geïdentificeerd door inspectie
van de grootboeken, journaals en ondersteunende documentatie. Indien voor het bijhouden
van het grootboek en het opstellen van financiële overzichten gebruik wordt gemaakt
van geautomatiseerde procedures, is het mogelijk dat deze boekingen alleen in elektronische
vorm bestaan, waardoor ze gemakkelijker zijn op te sporen door middel van auditsoftwaretoepassingen.
Gerelateerde bedrijfsprocessen
(Zie Par. 18)
A95
De bedrijfsprocessen van een entiteit zijn de activiteiten die erop gericht zijn:
-
• producten en diensten van de entiteit te ontwikkelen, te kopen, te produceren, te
verkopen en te distribueren;
-
• te zorgen voor de naleving van wet- en regelgeving; en
-
• informatie vast te leggen, met inbegrip van boekhoudkundige en financiële-verslaggevingsinformatie.
Bedrijfsprocessen resulteren in de transacties die door het informatiesysteem worden
vastgelegd, verwerkt en gerapporteerd. Het verwerven van inzicht in de bedrijfsprocessen
van de entiteit, met inbegrip van de wijze waarop transacties ontstaan, helpt de accountant
bij het verwerven van inzicht in het voor de financiële verslaggeving relevante informatiesysteem
van de entiteit op een wijze die passend is voor de omstandigheden van de entiteit.
Overwegingen die specifiek voor kleinere entiteiten gelden
A96
Het informatiesysteem en daarmee verband houdende bedrijfsprocessen die relevant zijn
voor de financiële verslaggeving in kleine entiteiten, inclusief relevante aspecten
van dat systeem met betrekking tot informatie die is toegelicht in de financiële overzichten
die is verkregen binnen of buiten het grootboek en de subgrootboeken, is meestal minder
geavanceerd dan bij grotere entiteiten, maar het belang ervan is even groot. Kleine
entiteiten met een actieve betrokkenheid van het management hebben mogelijk geen behoefte
aan uitgebreide beschrijvingen van administratieve-verwerkingsprocedures, ingewikkelde
administratieve vastleggingen of uitgeschreven beleidslijnen. Bijgevolg is het mogelijk
dat het verwerven van inzicht in het informatiesysteem van de entiteit dat relevant
is voor de financiële verslaggeving bij een controle van kleinere entiteiten gemakkelijker
is en in grotere mate afhankelijk is van het verzoeken om inlichtingen dan van het
beoordelen van documenten. De noodzaak om inzicht te verwerven blijft echter belangrijk.
Communicatie
(Zie: Par. 19)
A97
Communicatie door de entiteit over de taken en verantwoordelijkheden inzake financiële
verslaggeving en over significante zaken met betrekking tot financiële verslaggeving
houdt in dat inzicht wordt verschaft in individuele taken en verantwoordelijkheden
die verband houden met de interne beheersing met betrekking tot de financiële verslaggeving.
Dit omvat aangelegenheden zoals de mate waarin werknemers begrijpen hoe hun activiteiten
in het systeem van financiële verslaggeving zich verhouden tot de werkzaamheden van
anderen en de middelen om uitzonderingen aan een passend hoger niveau binnen de entiteit
te rapporteren. Deze communicatie kan bijvoorbeeld de vorm aannemen van handboeken
over beleidsprocedures of over financiële verslaggeving. Open communicatiekanalen
helpen ervoor te zorgen dat uitzonderingen worden gerapporteerd en dat erop wordt
gereageerd.
Overwegingen die specifiek voor kleinere entiteiten gelden
A98
Het is mogelijk dat de communicatie minder gestructureerd en makkelijker te bereiken
is in een kleine entiteit dan in een grotere entiteit vanwege het kleinere aantal
verantwoordelijkheidsniveaus en de grotere zichtbaarheid en beschikbaarheid van het
management.
Componenten van de interne beheersing – Interne beheersingsactiviteiten
(Zie Par. 20)
A99
Interne beheersingsactiviteiten zijn de beleidslijnen en -procedures die ervoor helpen
te zorgen dat de instructies van het management worden uitgevoerd. Interne beheersingsactiviteiten,
hetzij in IT-systemen, hetzij in handmatige systemen, hebben verschillende doelstellingen
en worden op verschillende organisatie- en functieniveaus uitgevoerd. Voorbeelden
van specifieke interne beheersingsactiviteiten zijn die welke betrekking hebben op:
A100
Interne beheersingsactiviteiten die relevant zijn voor de controle zijn:
-
• die welke als zodanig moeten worden behandeld, te weten interne beheersingsactiviteiten
die betrekking hebben op significante risico's en die welke betrekking hebben op risico's
waarvoor gegevensgerichte controles alleen geen voldoende, en geschikte controle-informatie
verschaffen, zoals vereist op grond van respectievelijk paragraaf 29 en paragraaf
30; of
-
• die welke op grond van de oordeelsvorming van de accountant relevant zijn.
A101
De oordeelsvorming van de accountant over de vraag of een interne beheersingsactiviteit
al dan niet relevant is voor de controle wordt beïnvloed door het door de accountant
geïdentificeerde risico dat aanleiding kan geven tot een afwijking van materieel belang
en door de vraag of de accountant al dan niet van mening is dat het waarschijnlijk
passend is de effectieve werking van de interne beheersing te toetsen teneinde de
omvang van de gegevensgerichte controles te bepalen.
A102
De accountant kan de nadruk leggen op het identificeren van en verwerven van inzicht
in interne beheersingsactiviteiten die inspelen op de gebieden waar volgens zijn inschatting
de risico's op een afwijking van materieel belang waarschijnlijk groter zijn. Als
meerdere interne beheersingsactiviteiten elk op hetzelfde doel gericht zijn, is het
niet noodzakelijk inzicht te verwerven in elk van de interne beheersingsactiviteiten
die op dat doel betrekking hebben.
A103
Interne beheersingsactiviteiten die relevant zijn voor de controle kunnen interne
beheersingsmaatregelen omvatten die door het management zijn vastgesteld om in te
spelen op de risico's van een afwijking van materieel belang met betrekking tot toelichtingen
die niet worden opgesteld in overeenstemming met het van toepassing zijnde stelsel
inzake financiële verslaggeving, in aanvulling op de interne beheersingsmaatregelen
die inspelen op de risico's met betrekking tot rekeningsaldi en transacties. Dergelijke
interne beheersingsactiviteiten kunnen betrekking hebben op informatie die is opgenomen
in de financiële overzichten die is verkregen buiten het grootboek en de subgrootboeken.
A104
De kennis van de accountant over het bestaan of ontbreken van interne beheersingsactiviteiten
die is verkregen uit de verwerving van inzicht in de andere componenten van de interne
beheersing helpt hem bij het bepalen of het noodzakelijk is aanvullende aandacht te
besteden aan het verwerven van inzicht in de interne beheersingsactiviteiten.
Overwegingen die specifiek voor kleinere entiteiten gelden
A105
De concepten die aan interne beheersingsactiviteiten bij kleine entiteiten ten grondslag
liggen zijn waarschijnlijk vergelijkbaar met die bij grotere entiteiten, maar de wijze
waarop ze werken kan verschillen. Voorts is het mogelijk dat kleine entiteiten bepaalde
soorten interne beheersingsactiviteiten niet relevant vinden vanwege de door het management
toegepaste interne beheersingsmaatregelen. Zo is het mogelijk dat de exclusieve bevoegdheid
van het management om aan klanten krediet te verstrekken en om significante aankopen
goed te keuren leidt tot een effectieve interne beheersing van belangrijke rekeningsaldi
en transacties, waardoor minder of geen behoefte is aan meer gedetailleerde interne
beheersingsactiviteiten.
A106
Interne beheersingsactiviteiten die relevant zijn voor de controle van een kleinere
entiteit hebben waarschijnlijk betrekking op de belangrijkste transactiecycli, zoals
opbrengsten, inkopen en personeelskosten.
Risico's die voortkomen uit IT
(Zie Par. 21)
A107
Het gebruik van IT is van invloed op de wijze waarop interne beheersingsactiviteiten
worden geïmplementeerd. Vanuit het gezichtspunt van de accountant zijn interne beheersingsmaatregelen
met betrekking tot IT-systemen effectief als ze de integriteit van de informatie en
de beveiliging van de door dergelijke systemen verwerkte gegevens handhaven en ze
effectieve general IT controls en application controls omvatten.
A108
General IT controls zijn beleidslijnen en procedures die betrekking hebben op een groot aantal toepassingen
en die de effectieve werking van application controls ondersteunen. Ze zijn van toepassing op mainframe-, miniframe- en eindgebruikersomgevingen.
General IT controls die de integriteit van de informatie en de beveiliging van gegevens handhaven, omvatten
gewoonlijk:
-
• de werking van het computercentrum en het netwerk;
-
• aanschaf, wijziging en onderhoud van systeemsoftware;
-
• programmawijzigingen;
-
• toegangsbeveiliging;
-
• aanschaf, ontwikkeling en onderhoud van toepassingssystemen.
Ze worden over het algemeen geïmplementeerd om in te spelen op de risico's die hierboven
in paragraaf A64 zijn genoemd.
A109
Application controls zijn handmatige of geautomatiseerde procedures die doorgaans op het niveau van een
bedrijfsproces werken en van toepassing zijn op de verwerking van transacties door
individuele toepassingen. Application controls kunnen preventief of detecterend van aard zijn, en zijn opgezet om te zorgen voor
de integriteit van de administratieve vastleggingen. Application controls hebben derhalve betrekking op procedures die worden gehanteerd om transacties of
andere financiële gegevens tot stand te brengen, vast te leggen, te verwerken en te
rapporteren. Deze interne beheersingsmaatregelen helpen ervoor te zorgen dat transacties
die zich hebben voorgedaan worden geautoriseerd en volledig en nauwkeurig worden vastgelegd
en verwerkt. Voorbeelden zijn wijzigingscontroles van invoergegevens en controles
op nummervolgorde met handmatige opvolging van uitzonderingsrapporten of correctie
van gegevens op het moment waarop ze worden ingevoerd.
Componenten van de interne beheersing – monitoring van interne beheersingsmaatregelen
(Zie Par. 22)
A110
Het monitoren van interne beheersingsmaatregelen is een proces om de effectieve werking
van de interne beheersing in de tijd in te schatten. Dit houdt onder meer in dat de
effectiviteit van interne beheersingsmaatregelen tijdig wordt ingeschat en dat de
noodzakelijke corrigerende maatregelen worden genomen. Het management monitort interne
beheersingsmaatregelen door middel van doorlopende activiteiten, afzonderlijke evaluaties
of een combinatie van beide. Doorlopende monitoringactiviteiten worden vaak in de
normale terugkerende activiteiten van een entiteit geïntegreerd en omvatten reguliere
management- en toezichthoudende activiteiten.
A111
Tot de monitoringactiviteiten van het management kan behoren het gebruikmaken van
informatie die uit communicatie met derden is verkregen, zoals klachten van klanten
en opmerkingen van regelgevende instanties die kunnen duiden op problemen of die de
aandacht vestigen op gebieden waarop verbeteringen nodig zijn.
Overwegingen die specifiek voor kleinere entiteiten gelden
A112
Het monitoren van de interne beheersing door het management komt vaak tot stand door
de nauwe betrokkenheid van het management of de eigenaar-bestuurder bij de bedrijfsactiviteiten.
Deze betrokkenheid zal vaak significante afwijkingen van verwachtingen en onjuistheden
in financiële gegevens aan het licht brengen en tot corrigerende maatregelen leiden.
De interne auditfuncties van een entiteit
(Zie Par. 23)
A113
Indien de entiteit over een interne auditfunctie beschikt, draagt het verwerven van
inzicht in die functie bij aan het inzicht van de accountant in de entiteit en haar
omgeving, met inbegrip van de interne beheersing, in het bijzonder de rol die de interne
auditors spelen bij het monitoren van de interne beheersing van de entiteit inzake
de financiële verslaggeving. Dit inzicht, gezamenlijk met de informatie die is verkregen
door middel van de verzoeken om inlichtingen in paragraaf 6(a) van deze Standaard,
kan tevens informatie verschaffen die direct relevant is voor het door de accountant
identificeren en inschatten van de risico’s op een afwijking van materieel belang.
A114
De doelstellingen en reikwijdte van een interne auditfunctie, de aard van haar verantwoordelijkheden
en haar status binnen de organisatie, met inbegrip van de bevoegdheid en verantwoordingsplicht
van de functie, variëren in grote mate en zijn afhankelijk van de omvang en structuur
van de entiteit en van de vereisten van het management en, voor zover van toepassing,
van de met governance belaste personen. Deze aangelegenheden kunnen worden uiteengezet
in een internal audit charter of taakomschrijving.
A115
De verantwoordelijkheden van een interne auditfunctie kunnen het uitvoeren van werkzaamheden
omvatten en het evalueren van de resultaten hiervan teneinde aan het management en
aan de met governance belaste personen een bepaalde mate van zekerheid te verschaffen
met betrekking tot de opzet en effectiviteit van risicobeheersing, interne beheersing
en governance-processen. Wanneer dit het geval is, kan de interne auditfunctie een
belangrijke rol spelen bij het door de entiteit monitoren van de interne beheersing
inzake de financiële verslaggeving. De verantwoordelijkheden van de interne auditfunctie
kunnen echter zijn gericht op het evalueren van kostenefficiëntie, de doelmatigheid
en doeltreffendheid van activiteiten en, wanneer dit het geval is, kunnen de werkzaamheden
van de functie niet direct gerelateerd zijn aan de financiële verslaggeving van de
entiteit.
A116
De verzoeken om inlichtingen door de accountant bij juiste personen binnen de interne
auditfunctie in overeenstemming met paragraaf 6(a) van deze Standaard ondersteunen
de accountant bij het verwerven van inzicht in de aard van de verantwoordelijkheden
van de interne auditfunctie. Indien de accountant bepaalt dat de verantwoordelijkheden
van de interne auditfunctie verband houden met de financiële verslaggeving van de
entiteit kan de accountant meer inzicht verwerven in de activiteiten die door de interne
auditfunctie zijn uitgevoerd, of zijn uit te voeren, door het voor de verslagperiode
vastgestelde auditplan van de interne auditfunctie, voor zover dit bestaat, te beoordelen
en dat plan met de juiste personen binnen de interne auditfunctie te bespreken.
A117
Indien de aard van de verantwoordelijkheden en van de assurance-activiteiten van de
interne auditfunctie verband houden met de financiële verslaggeving van de entiteit,
kan de accountant tevens gebruikmaken van de werkzaamheden van de interne auditfunctie,
om de aard of timing van de controlewerkzaamheden die door de accountant zelf worden
uitgevoerd bij het verkrijgen van controle-informatie aan te passen, of om de omvang
hiervan te verminderen. Het is waarschijnlijker dat accountants in staat zullen zijn
gebruik te maken van de werkzaamheden van een interne auditfunctie van een entiteit
wanneer bijvoorbeeld blijkt dat, op basis van ervaring in voorgaande controles of
van de risico-inschattingswerkzaamheden van de accountant, de entiteit over een interne
auditfunctie beschikt die adequate en gepaste middelen heeft die in verhouding staan
tot de omvang van de entiteit en de aard van de uit te voeren werkzaamheden en die
een directe rapportagelijn heeft met de met governance belaste personen.
A118
Indien, op basis van het voorlopige inzicht van de accountant in de interne auditfunctie,
de accountant verwacht gebruik te zullen maken van de werkzaamheden van de interne
auditfunctie om de aard of timing van de controlewerkzaamheden die worden uitgevoerd
aan te passen, of om de omvang hiervan terug te brengen, is Standaard 610 van toepassing.
A119
Zoals verder in Standaard 610 wordt besproken, verschillen de werkzaamheden van een interne auditfunctie van andere
op monitoring gerichte interne beheersingsmaatregelen die voor de financiële verslaggeving
relevant kunnen zijn, zoals de beoordelingen van management accounting informatie
die zijn opgezet om bij te dragen aan de wijze waarop de entiteit afwijkingen voorkomt
of detecteert.
A120
Het vroegtijdig in de opdracht tot stand brengen van communicatie met de juiste personen
binnen een interne auditfunctie van een entiteit, en het onderhouden van deze communicatie
gedurende de opdracht, kan het effectief delen van informatie bevorderen. Het creëert
een omgeving waarin de accountant kan worden geïnformeerd over significante aangelegenheden
die onder de aandacht van de interne auditfunctie kunnen komen, wanneer dergelijke
aangelegenheden de werkzaamheden van de accountant kunnen beïnvloeden. Standaard 200 behandelt het belang van de accountant om de controle te plannen en uit te voeren
met een professioneel kritische instelling, met inbegrip van het alert zijn op informatie
die de betrouwbaarheid van documenten en reacties op verzoeken om inlichtingen die
als controle-informatie worden gebruikt, ter discussie stelt. Dienovereenkomstig kan
overleg met de interne auditfunctie gedurende de opdracht aan de interne accountants
de gelegenheid bieden om dergelijke informatie onder de aandacht van de accountant
te brengen. De accountant is dan in staat om dergelijke informatie in overweging te
nemen bij het door de accountant identificeren en inschatten van risico’s op een afwijking
van materieel belang.
Informatiebronnen
(Zie Par. 24)
A121
Het is mogelijk dat een groot deel van de voor monitoringdoeleinden gebruikte informatie
afkomstig is uit het informatiesysteem van de entiteit. Als het management ervan uitgaat
dat de voor monitoringdoeleinden gebruikte gegevens nauwkeurig zijn maar het management
geen basis heeft voor deze veronderstelling, kunnen eventuele fouten in de informatie
ertoe leiden dat het management verkeerde conclusies trekt uit zijn monitoringactiviteiten.
Derhalve is inzicht vereist in:
-
• de bronnen van de informatie met betrekking tot de monitoringactiviteiten van de entiteit;
en
-
• de basis waarop het management de informatie voldoende betrouwbaar acht voor dit doel
als onderdeel van de verwerving van inzicht door de accountant in de door de entiteit
gevoerde monitoringactiviteiten die deel uitmaken van de interne beheersing.
Risico's op een afwijking van materieel belang identificeren en inschatten
Het inschatten van risico's op een afwijking van materieel belang op het niveau van
de financiële overzichten
(Zie Par. 25 (a))
A122
Risico's op een afwijking van materieel belang op het niveau van de financiële overzichten
betreffen risico's die een diepgaande invloed hebben op de financiële overzichten
als geheel en die mogelijk op een groot aantal beweringen van invloed zijn.
Risico's van deze aard zijn niet noodzakelijkerwijs risico's die in verband kunnen
worden gebracht met specifieke beweringen op het niveau van transactiestromen, rekeningsaldi
of in de financiële overzichten opgenomen toelichtingen. Zij zijn eerder het gevolg
van een situatie die de risico's op een afwijking van materieel belang op het niveau
van beweringen kan vergroten, bijvoorbeeld doordat het management de interne beheersing
doorbreekt. Risico's op het niveau van het financieel overzicht kunnen met name relevant
zijn voor de inschatting door de accountant van de risico's op een afwijking van materieel
belang die het gevolg is van fraude.
A123
Risico's op het niveau van de financiële overzichten kunnen in het bijzonder het gevolg
zijn van een tekortschietende interne beheersingsomgeving (hoewel deze risico's ook
verband kunnen houden met andere factoren, zoals verslechterende economische omstandigheden.)
Zo is het mogelijk dat tekortkomingen, zoals een gebrek aan competentie van het management
of een gebrek aan toezicht op het opstellen van de financiële overzichten, een diepgaander
effect op de financiële overzichten hebben en een algehele aanpak van de accountant
vereisen.
A124
Het inzicht dat de accountant heeft in de interne beheersing kan twijfel doen ontstaan
over de controleerbaarheid van de financiële overzichten van een entiteit. Bijvoorbeeld:
-
• de twijfels over de integriteit van het management van de entiteit kunnen zo ernstig
zijn dat de accountant tot de conclusie komt dat het risico dat het management in
de financiële overzichten een onjuiste voorstelling van zaken geeft dermate groot
is dat geen controle kan worden uitgevoerd;
-
• de punten van zorg over de staat en betrouwbaarheid van de vastleggingen van een entiteit
kunnen ertoe leiden dat de accountant tot de conclusie komt dat het onwaarschijnlijk
is dat voldoende en geschikte controle-informatie beschikbaar zal zijn ter onderbouwing
van een goedkeurend oordeel over de financiële overzichten.
A125
Standaard 705
232 stelt vereisten vast en verschaft leidraden voor het bepalen of het noodzakelijk
is dat de accountant een oordeel met beperking tot uitdrukking brengt of een oordeelonthouding
formuleert of, zoals in sommige situaties is vereist, de opdracht teruggeeft indien
dat op grond van de van toepassing zijnde wet- of regelgeving mogelijk is.
Het inschatten van risico's op een afwijking van materieel belang op het niveau van
beweringen
(Zie Par. 25(b))
A126
De risico's op een afwijking van materieel belang op het niveau van beweringen met
betrekking tot transactiestromen, rekeningsaldi en in de financiële overzichten opgenomen
toelichtingen moeten worden ingeschat, omdat een dergelijke inschatting direct helpt
bij het bepalen van de aard, timing en omvang van verdere controlewerkzaamheden op
het niveau van beweringen die nodig zijn om voldoende en geschikte controle-informatie
te verkrijgen. Bij het identificeren en inschatten van risico's op een afwijking van
materieel belang op het niveau van beweringen kan de accountant tot de conclusie komen
dat de geïdentificeerde risico's een diepgaandere invloed hebben op de financiële
overzichten als geheel en mogelijk op een groot aantal beweringen van invloed zijn.
Het gebruik van beweringen
A127
Met de bevestiging dat de financiële overzichten in overeenstemming zijn met het van
toepassing zijnde stelsel inzake financiële verslaggeving, doet het management op
impliciete of expliciete wijze beweringen met betrekking tot de opname, waardering
en presentatie van transactiestromen en gebeurtenissen, rekeningsaldi en toelichtingen.
A128
De accountant kan gebruikmaken van de beweringen zoals hieronder beschreven in paragraaf
A129a en A129b of kan ze op een andere wijze tot uitdrukking brengen mits alle hieronder
beschreven aspecten zijn behandeld. Zo kan de accountant ervoor opteren de beweringen
over transactiestromen en gebeurtenissen en daarop betrekking hebbende toelichtingen
te combineren met de beweringen over rekeningsaldi en de daarop betrekking hebbende
toelichtingen.
Beweringen over transactiestromen, rekeningsaldi en daarop betrekking hebbende toelichtingen
A129
De beweringen die de accountant gebruikt bij het inschatten van de verschillende soorten
afwijkingen die kunnen voorkomen, kunnen in de volgende categorieën worden ondergebracht:
-
a. beweringen over transactiestromen en gebeurtenissen en daarop betrekking hebbende
toelichtingen tijdens de gecontroleerde periode:
-
1.
voorkomen – de vastgelegde of toegelichte transacties en gebeurtenissen hebben inderdaad plaatsgevonden
en dergelijke transacties en gebeurtenissen hebben betrekking op de entiteit;
-
2.
volledigheid – alle transacties en gebeurtenissen die hadden moeten worden vastgelegd, zijn ook
vastgelegd en alle daarop betrekking hebbende toelichtingen die hadden moeten worden
opgenomen in de financiële overzichten, zijn opgenomen;
-
3.
nauwkeurigheid – bedragen en andere gegevens die betrekking hebben op vastgelegde transacties en
gebeurtenissen zijn op de juiste wijze vastgelegd en daarop betrekking hebbende toelichtingen
zijn op de juiste wijze vastgelegd en beschreven;
-
4.
afgrenzing – transacties en gebeurtenissen zijn in de juiste verslagperiode vastgelegd;
-
5.
classificatie – transacties en gebeurtenissen zijn op de juiste rekeningen vastgelegd.
-
6.
presentatie – transacties en gebeurtenissen zijn op de juiste wijze samengevoegd of uitgesplitst
en duidelijk beschreven en daarop betrekking hebbende toelichtingen zijn relevant
en begrijpelijk in de context van de vereisten van het van toepassing zijnde stelsel
inzake financiële verslaggeving.
-
b. beweringen over rekeningsaldi en daarop betrekking hebbende toelichtingen aan het
einde van de verslagperiode:
-
1.
bestaan – de activa, verplichtingen en eigenvermogensbelangen bestaan;
-
2.
rechten en verplichtingen – de entiteit bezit of heeft zeggenschap over de rechten op activa, en de verplichtingen
zijn de verplichtingen voor de entiteit;
-
3.
volledigheid – alle activa, verplichtingen en eigenvermogensbelangen die hadden moeten worden
vastgelegd, zijn ook vastgelegd en alle daarop betrekking hebbende toelichtingen die
hadden moeten worden opgenomen in de financiële overzichten, zijn ook opgenomen;
-
4.
nauwkeurigheid, waardering en toerekening – de activa, verplichtingen en eigenvermogensbelangen zijn voor de juiste bedragen
in de financiële overzichten opgenomen, en de daaruit voortvloeiende waarderings-
en toerekeningscorrecties zijn juist vastgelegd en daarop betrekking hebbende toelichtingen
zijn juist vastgelegd en beschreven;
-
5.
classificatie – de activa, verplichtingen en eigenvermogensbelangen zijn vastgelegd op de juiste
rekeningen.
-
6.
presentatie – activa, passiva en eigen vermogensbelangen zijn op juiste wijze samengevoegd of
uitgesplitst en duidelijk omschreven, en daarop betrekking hebbende toelichtingen
zijn relevant en begrijpelijk in de context van de vereisten van het van toepassing
zijnde stelsel inzake financiële verslaggeving.
Beweringen over andere toelichtingen
A130
De hierboven in paragraaf A129(a) – (b) beschreven beweringen, zo nodig aangepast,
kunnen ook door de accountant gebruikt worden bij het overwegen van de verschillende
soorten van mogelijke afwijkingen die zich kunnen voordoen in toelichtingen die niet
direct verband houden met vastgestelde transactiestromen, gebeurtenissen of rekeningsaldi.
Als voorbeeld van een dergelijke toelichting, kan van de entiteit vereist worden om
haar onderhevigheid aan risico’s die voortvloeien uit financiële instrumenten, inclusief
de wijze waarop de risico’s zich voordoen te beschrijven; de doelstellingen, het beleid
en de processen voor het beheer van de risico’s; en de methoden die worden gebruikt
om de risico’s te meten.
Overwegingen die specifiek voor entiteiten in de publieke sector gelden
A131
Indien het management naast de in paragraaf A129 uiteengezette beweringen ook beweringen
doet over de financiële overzichten van entiteiten in de publieke sector, houden die
beweringen vaak in dat transacties en gebeurtenissen zijn uitgevoerd in overeenstemming
met de wet- en regelgeving of andere van kracht zijnde voorschriften. Het is mogelijk
dat dergelijke beweringen binnen de reikwijdte van de controle van financiële overzichten
vallen.
Het proces van identificeren van risico's op een afwijking van materieel belang
(Zie Par. 26(a))
A132
Informatie verzameld tijdens het uitvoeren van risico-inschattingswerkzaamheden, met
inbegrip van de controle-informatie die is verkregen bij het evalueren van de opzet
van interne beheersingsmaatregelen en het nagaan of deze zijn geïmplementeerd, wordt
als controle-informatie gebruikt ter onderbouwing van de risico-inschatting. De risico-inschatting
bepaalt de aard, timing en omvang van de verdere controlewerkzaamheden die zullen
worden uitgevoerd. Bij het identificeren van de risico's van een afwijking van materieel
belang in de financiële overzichten, past de accountant een professioneel-kritische
instelling toe in overeenstemming met Standaard 200233.
A133
Bijlage 2 geeft voorbeelden van omstandigheden en gebeurtenissen die kunnen duiden
op het bestaan van risico's op een afwijking van materieel belang, inclusief risico’s
van een afwijking van materieel belang met betrekking tot toelichtingen.
A134
Zoals uiteengezet in ISA 320234 worden materialiteit en controlerisico overwogen bij het identificeren en inschatten
van de risico's van afwijkingen van materieel belang in de transactiestromen, rekeningsaldi
en toelichtingen. Het bepalen van materialiteit door de accountant is een kwestie
van professionele oordeelsvorming en wordt beïnvloed door de perceptie van de accountant
van de financiële rapportagebehoeften van de gebruikers van de financiële overzichten235.
A135
De overweging van de accountant van de toelichtingen in de financiële overzichten
bij het identificeren van risico's omvat kwantitatieve en kwalitatieve toelichtingen,
waarvan de afwijking van materieel belang zou kunnen zijn (dat wil zeggen, in het
algemeen, worden afwijkingen beschouwd als van materieel belang als redelijkerwijs
kan worden verwacht dat zij de economische beslissingen, die gebruikers op basis van
deze financiële overzichten als geheel nemen, beïnvloeden). Afhankelijk van de omstandigheden
van de entiteit en de opdracht, omvatten voorbeelden van toelichtingen die kwalitatieve
aspecten zullen hebben en die relevant kunnen zijn bij de inschatting van de risico's
van afwijkingen van materieel belang toelichtingen over:
-
• liquiditeit en schuldovereenkomsten van een entiteit in financiële nood;
-
• gebeurtenissen of omstandigheden die hebben geleid tot de opname van een bijzondere
waardevermindering;
-
• belangrijkste bronnen van schattingsonzekerheden, met inbegrip van veronderstellingen
over de toekomst;
-
• de aard van een wijziging in een grondslag voor financiële verslaggeving en andere
relevante toelichtingen vereist door het van toepassing zijnde stelsel inzake financiële
verslaggeving, waar bijvoorbeeld nieuwe financiële rapportagevereisten naar verwachting
een significante invloed op de financiële positie en de financiële prestaties van
de entiteit zullen hebben;
-
• op aandelen gebaseerde betalingsregelingen, inclusief informatie over hoe alle opgenomen
bedragen werden bepaald, en andere relevante toelichtingen;
-
• verbonden partijen en transacties met verbonden partijen;
-
• gevoeligheidsanalyses, inclusief de effecten van wijzigingen in de veronderstellingen
die in waarderingsmethoden van de entiteit gebruikt worden met de bedoeling om gebruikers
in staat te stellen de onderliggende waarderingsonzekerheid van een vastgelegd of
toegelicht bedrag te begrijpen.
Overwegingen specifiek voor kleinere entiteiten
A136
Toelichtingen in de financiële overzichten van kleinere entiteiten kunnen minder gedetailleerd
of minder complex zijn (bijvoorbeeld sommige stelsels inzake financiële verslaggeving
staan toe dat kleinere entiteiten minder toelichtingen verstrekken in de financiële
overzichten). Dit ontheft de accountant niet van zijn verantwoordelijkheid om inzicht
in de entiteit en haar omgeving te verwerven, inclusief de interne beheersing, als
het gaat om toelichtingen.
Interne beheersingsmaatregelen in verband brengen met beweringen
(Zie Par. 26(c))
A137
Tijdens de uitvoering van risico-inschattingen is het mogelijk dat de accountant identificeert
welke interne beheersingsmaatregelen waarschijnlijk een afwijking van materieel belang
in specifieke beweringen voorkomen, of detecteren en corrigeren. Doorgaans is het
nuttig inzicht te verwerven in interne beheersingsmaatregelen en ze in verband te
brengen met beweringen in de context van processen en systemen waarin ze bestaan,
omdat afzonderlijke interne beheersingsactiviteiten op zich vaak niet op een risico
inspelen. Vaak zijn alleen meerdere interne beheersingsactiviteiten, samen met andere
componenten van de interne beheersing, voldoende om op een risico in te spelen.
A138
Daartegenover staat dat bepaalde interne beheersingsactiviteiten een specifiek effect
kunnen hebben op een afzonderlijke bewering die in een bepaalde transactiestroom of
een bepaald rekeningsaldo vervat is. Zo houden de interne beheersingsactiviteiten
die een entiteit heeft ingesteld om ervoor te zorgen dat haar werknemers de fysieke
voorraad naar behoren opnemen en vastleggen rechtstreeks verband met de beweringen
'bestaan' en 'volledigheid' voor het rekeningsaldo van de voorraad.
A139
Interne beheersingsmaatregelen kunnen direct of indirect verband houden met een bewering.
Hoe indirecter het verband, hoe minder effectief die interne beheersingsmaatregel
kan zijn bij het voorkomen, of detecteren en corrigeren, van afwijkingen in die bewering.
Zo houdt de beoordeling door een verkoopleider van een overzicht van de verkoopactiviteiten
voor specifieke winkels per regio gewoonlijk slechts indirect verband met de bewering
'volledigheid' voor verkoopopbrengsten. Bijgevolg kan deze maatregel minder effectief
zijn voor het beperken van het risico voor die bewering dan interne beheersingsmaatregelen
die meer direct verband houden met die bewering, zoals de aansluiting van vervoersdocumenten
met factuurdocumenten.
Afwijkingen van materieel belang
A140
Mogelijke afwijkingen in individuele overzichten en toelichtingen kunnen worden beoordeeld
van materieel belang te zijn als gevolg van omvang, aard of omstandigheden. (Zie Par.
26 (d))
Significante risico's
Significante risico's identificeren
(Zie Par. 28)
A141
Significante risico's hebben vaak betrekking op significante niet-routinematige transacties
of op aangelegenheden die oordeelsvorming vereisen. Niet-routinematige transacties
zijn transacties die vanwege hun omvang of aard ongebruikelijk zijn en bijgevolg zelden
voorkomen. Aangelegenheden die de toepassing van oordeelsvorming vereisen zijn onder
meer de ontwikkeling van schattingen waarvoor significante onzekerheid omtrent de
waardering bestaat. Bij routinematige, niet-complexe transacties die systematisch
worden verwerkt is de kans kleiner dat ze aanleiding geven tot significante risico's.
A142
De risico's op een afwijking van materieel belang kunnen groter zijn voor significante
niet-routinematige transacties die voortkomen uit aangelegenheden als:
-
• een grotere interventie van het management bij het specificeren van de verwerkingswijze;
-
• een grotere handmatige interventie bij het verzamelen en verwerken van gegevens;
-
• complexe berekeningen of verslaggevingsprincipes;
-
• de aard van niet-routinematige transacties, waardoor het voor de entiteit moeilijk
kan zijn om effectieve interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot de risico's
te implementeren.
A143
De risico's op een afwijking van materieel belang kunnen groter zijn voor significante
inschattingsaangelegenheden die schattingen vereisen, onder meer voortkomend uit het
feit dat:
-
• verslaggevingsprincipes voor schattingen of opbrengstverantwoording mogelijk anders
worden geïnterpreteerd;
-
• de vereiste inschatting mogelijk subjectief of complex is, of mogelijk veronderstellingen
vereist omtrent de gevolgen van toekomstige gebeurtenissen, zoals de inschatting van
reële waarde.
A144
Standaard 330 beschrijft welke gevolgen het aanwijzen van een risico als zijnde significant
heeft voor de verdere controlewerkzaamheden.236
Significante risico's die verband houden met de risico's op een afwijking van materieel
belang die het gevolg is van fraude
A145
Standaard 240 stelt verdere vereisten vast en verschaft leidraden met betrekking tot het identificeren
en inschatten van risico's op een afwijking van materieel belang die het gevolg is
van fraude.237
Inzicht in interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot significante risico's
(Zie Par. 29)
A146
Hoewel risico's met betrekking tot significante niet-routinematige aangelegenheden
of inschattingsaangelegenheden minder vaak aan routinematige interne beheersingsmaatregelen
worden onderworpen, is het mogelijk dat het management op een andere wijze op deze
risico's inspeelt. Bijgevolg heeft het inzicht van de accountant in de vraag of de
entiteit interne beheersingsmaatregelen heeft opgezet en geïmplementeerd voor significante
risico's die voortkomen uit niet-routinematige aangelegenheden of inschattingsaangelegenheden,
onder meer betrekking op de vraag of en hoe het management op de risico's inspeelt.
De manieren om op risico's in te spelen kunnen het volgende omvatten:
-
• interne beheersingsactiviteiten zoals een beoordeling door het senior management of
deskundigen van veronderstellingen;
-
• gedocumenteerde procedures voor schattingen;
-
• goedkeuring door de met governance belaste personen.
A147
Indien er bijvoorbeeld eenmalige gebeurtenissen zijn geweest, zoals de ontvangst van
de kennisgeving van een significante rechtszaak, kan bij het overwegen van de wijze
waarop de entiteit hierop heeft ingespeeld onder meer rekening worden gehouden met
aangelegenheden zoals de vraag of de entiteit al dan niet geschikte deskundigen (zoals
interne of externe juridisch adviseurs) heeft ingeschakeld, de vraag of er een inschatting
is gemaakt van de mogelijke gevolgen, en de vraag hoe het management deze situatie
denkt toe te lichten in de financiële overzichten.
A148
In sommige gevallen heeft het management mogelijk niet op passende wijze ingespeeld
op significante risico's op een afwijking van materieel belang door interne beheersingsmaatregelen
met betrekking tot deze significante risico's te implementeren. Indien het management
nalaat dergelijke interne beheersingsmaatregelen te implementeren, wijst dat op een
significante tekortkoming in de interne beheersing.238
Risico's waarvoor gegevensgerichte controles alleen geen voldoende en geschikte controle-informatie
verschaffen
(Zie Par. 30)
A149
Risico's op een afwijking van materieel belang kunnen rechtstreeks verband houden
met de vastlegging van routinematige transactiestromen of rekeningsaldi en met de
opstelling van betrouwbare financiële overzichten. Voorbeelden van dergelijke risico's
zijn het risico op een onnauwkeurige of onvolledige verwerking van routinematige en
significante transactiestromen, zoals de opbrengsten, inkopen en contante ontvangsten
of betalingen van een entiteit.
A150
Indien dergelijke routinematige zakelijke transacties het voorwerp uitmaken van een
in hoge mate geautomatiseerde verwerking met weinig of geen handmatige interventie,
is het niet altijd mogelijk om alleen gegevensgerichte controles in verband met het
risico uit te voeren. De accountant kan dit bijvoorbeeld van toepassing achten in
situaties waar een significant gedeelte van de informatie van de entiteit alleen in
elektronische vorm tot stand wordt gebracht, vastgelegd, verwerkt of gerapporteerd,
zoals in een geïntegreerd systeem. In dergelijke gevallen:
-
• is de controle-informatie mogelijk alleen in elektronische vorm beschikbaar, en is
de toereikendheid en geschiktheid ervan gewoonlijk afhankelijk van de effectiviteit
van de interne beheersingsmaatregelen met betrekking tot de nauwkeurigheid en volledigheid
daarvan;
-
• is de kans dat informatie onjuist tot stand wordt gebracht of gewijzigd zonder dat
de fout wordt gedetecteerd mogelijk groter als geschikte interne beheersingsmaatregelen
niet effectief werken.
A151
In Standaard 330 is beschreven welke gevolgen het identificeren van dergelijke risico's heeft voor
de verdere controlewerkzaamheden.239
Bijstelling van de risico-inschatting
(Zie Par. 31)
A152
Tijdens de controle kan informatie onder de aandacht van de accountant komen die op
significante wijze afwijkt van de informatie waarop de risico-inschatting werd gebaseerd.
De risico-inschatting kan bijvoorbeeld gebaseerd zijn op de verwachting dat bepaalde
interne beheersingsmaatregelen effectief werken. Bij het toetsen van deze interne
beheersingsmaatregelen is het mogelijk dat de accountant controle-informatie verkrijgt
dat de interne beheersingsmaatregelen op relevante momenten tijdens de controle niet
effectief werkten. Zo ook kan de accountant tijdens de uitvoering van gegevensgerichte
controles afwijkingen detecteren die hogere bedragen vertegenwoordigen of vaker voorkomen
dan wat hij op basis van zijn risico-inschatting kon verwachten. In dat geval is het
mogelijk dat de risico-inschatting de werkelijke omstandigheden van de entiteit niet
passend weerspiegelt en dat de geplande verdere controlewerkzaamheden mogelijk niet
effectief zijn wat betreft het detecteren van afwijkingen van materieel belang. Zie
Standaard 330 voor verdere leidraden.
Documentatie
(Zie Par. 32)
A153
Het is de accountant die op basis van professionele oordeelsvorming bepaalt op welke
wijze de vereisten van paragraaf 32 worden gedocumenteerd. Zo kan hij de documentatie
bij de controle van kleine entiteiten opnemen in zijn documentatie van de algehele
controleaanpak en het controleprogramma.240 Zo kan hij de resultaten van de risico-inschatting afzonderlijk documenteren, of
documenteren als onderdeel van zijn documentatie van de verdere werkzaamheden.241 De vorm en omvang van de documentatie wordt mede bepaald door de aard, omvang en
complexiteit van de entiteit en haar interne beheersing, de beschikbaarheid van informatie
bij de entiteit en de in de loop van de controle gehanteerde controlemethodologie
en -technieken.
A154
Bij entiteiten die ongecompliceerde bedrijfsactiviteiten en processen hebben met betrekking
tot financiële verslaggeving, kan de documentatie in eenvoudige vorm worden opgesteld
en relatief beknopt zijn. De accountant hoeft niet zijn volledige kennis van de entiteit
en aangelegenheden die daarmee verband houden te documenteren. Belangrijke elementen
van de door de accountant gedocumenteerde kennis zijn onder meer de elementen waarop
hij de inschatting van de risico's op een afwijking van materieel belang heeft gebaseerd.
A155
De omvang van de documentatie kan ook een afspiegeling zijn van de ervaring en capaciteiten
van de leden van het controleteam. Mits altijd aan de vereisten van Standaard 230 is voldaan, kan een controle uitgevoerd door een opdrachtteam bestaande uit minder
ervaren personen meer gedetailleerde documentatie vereisen die hen helpt een juist
inzicht in de entiteit te verwerven dan wanneer het opdrachtteam uit ervaren personen
bestaat.
A156
Bij doorlopende controles kan bepaalde documentatie worden overgenomen uit de voorgaande
periode en, naargelang dit noodzakelijk is, worden geactualiseerd teneinde veranderingen
in de activiteiten of processen van de entiteit te weerspiegelen.
Bijlage 1: Componenten van de interne beheersing
(Zie Par. 4(c), 14-24 en A77-A121)
-
1. Deze bijlage geeft verdere uitleg over de componenten van de interne beheersing, zoals
in de paragrafen 4(c), 14-24 en A77-A121 uiteengezet, die relevant zijn voor een controle
van financiële overzichten.
Interne beheersingsomgeving
Risico-inschattingsproces van de entiteit
-
1. In het kader van de doelstellingen inzake financiële verslaggeving omvat het risico-inschattingsproces
van de entiteit onder meer de wijze waarop het management bedrijfsrisico's identificeert
die relevant zijn voor de opstelling van financiële overzichten in overeenstemming
met het door de entiteit toegepaste stelsel inzake financiële verslaggeving, het belang
ervan inschat, beoordeelt hoe groot de kans is dat ze zich zullen voordoen, en beslissingen
neemt over maatregelen om op die risico's in te spelen en ze te beheersen. Zo is het
mogelijk dat het risico-inschattingsproces van een entiteit inspeelt op de wijze waarop
de entiteit rekening houdt met de mogelijkheid van niet-vastgelegde transacties of
significante in de financiële overzichten vastgelegde schattingen bepaalt en analyseert.
-
2. De risico's die relevant zijn voor een betrouwbare financiële verslaggeving omvatten
externe en interne gebeurtenissen, transacties of omstandigheden die zich kunnen voordoen
en die een nadelig effect hebben op de mogelijkheid van de entiteit om financiële
gegevens tot stand te brengen, vast te leggen, te verwerken en te rapporteren in overeenstemming
met de beweringen van het management in de financiële overzichten. Het management
kan plannen, programma's of maatregelen opstellen om op specifieke risico's in te
spelen, of kan besluiten om een risico uit kostenoverwegingen of om andere redenen
te aanvaarden. Risico's kunnen ontstaan of veranderen als gevolg van omstandigheden
zoals:
-
•
veranderingen in de operationele omgeving. Wijzigingen in de regelgeving of operationele omgeving kunnen leiden tot veranderingen
in de concurrentiedruk en significante veranderingen in de risico's;
-
•
nieuw personeel. Nieuw personeel kan anders aankijken tegen of andere inzichten hebben in interne
beheersing;
-
•
nieuwe of vernieuwde informatiesystemen. Significante en snelle veranderingen in informatiesystemen kunnen het risico met
betrekking tot interne beheersing veranderen;
-
•
snelle groei. Een aanzienlijke en snelle uitbreiding van de activiteiten kan de interne beheersing
onder druk zetten en het risico op falen van de interne beheersingsmaatregelen doen
toenemen;
-
•
nieuwe technologie. De invoering van nieuwe technologieën in productieprocessen of informatiesystemen
kan het risico met betrekking tot de interne beheersing wijzigen;
-
•
nieuwe bedrijfsmodellen, producten of activiteiten. Het ondernemen van activiteiten of aangaan van transacties waarmee de entiteit weinig
ervaring heeft, kan leiden tot nieuwe risico's met betrekking tot de interne beheersing;
-
•
reorganisaties. Reorganisaties kunnen gepaard gaan met een inkrimping van de staf en met veranderingen
in toezicht en functiescheiding die het risico met betrekking tot de interne beheersing
kunnen wijzigen;
-
•
uitbreiding van activiteiten in het buitenland. De uitbreiding of overname van buitenlandse activiteiten brengt nieuwe en vaak unieke
risico's met zich die van invloed kunnen zijn op de interne beheersing, bijvoorbeeld
nieuwe of gewijzigde risico's die voortkomen uit in vreemde valuta luidende transacties;
-
•
nieuwe verslaggevingsregels. De toepassing van nieuwe verslaggevingsprincipes of wijziging van bestaande verslaggevingsprincipes
kan van invloed zijn op de risico's bij het opstellen van de financiële overzichten.
Het voor de financiële verslaggeving relevante informatiesysteem, met inbegrip van
de daarmee verband houdende bedrijfsprocessen, en de communicatie
-
1. Een informatiesysteem bestaat uit infrastructuur (fysieke en hardwarecomponenten),
software, mensen, procedures en gegevens. Veel informatiesystemen maken uitgebreid
gebruik van informatietechnologie (IT).
-
2. Het informatiesysteem dat relevant is voor de doelstellingen inzake financiële verslaggeving,
waartoe het systeem voor financiële verslaggeving behoort, omvat methoden en vastleggingen
die:
-
• alle geldige transacties identificeren en vastleggen;
-
• de transacties tijdig en voldoende gedetailleerd beschrijven om de juiste classificatie
van transacties voor verslaggevingsdoeleinden mogelijk te maken;
-
• de waarde van transacties bepalen op een wijze die het mogelijk maakt de juiste geldwaarde
ervan in de financiële overzichten vast te leggen;
-
• de periode bepalen waarin transacties hebben plaatsgevonden om de vastlegging van
transacties in de juiste verslagperiode mogelijk te maken;
-
• de transacties en daarmee verband houdende toelichtingen naar behoren in de financiële
overzichten presenteren.
-
3. De kwaliteit van door systemen gegenereerde informatie is van invloed op het vermogen
van het management om juiste beslissingen te nemen bij het leiden en beheersen van
de activiteiten van de entiteit en om betrouwbare financiële verslagen op te stellen.
-
4. Communicatie, d.w.z. het verschaffen van inzicht in individuele taken en verantwoordelijkheden
met betrekking tot de interne beheersing inzake de financiële verslaggeving, kan de
vorm aannemen van handboeken over beleidslijnen en -procedures, handboeken over administratieve
verwerking en financiële verslaggeving, en memoranda. Communicatie kan ook elektronisch,
mondeling of via handelingen van het management plaatsvinden.
Interne beheersingsactiviteiten
-
1. Interne beheersingsactiviteiten die mogelijk relevant zijn voor een controle kunnen
worden onderverdeeld in beleidslijnen en -procedures die betrekking hebben op:
-
•
prestatiebeoordelingen. Deze interne beheersingsactiviteiten bestaan onder meer uit het beoordelen en analyseren
van de werkelijke prestaties versus budgetten, prognoses en prestaties in voorgaande
verslagperiodes; het leggen van verbanden tussen verschillende gegevensreeksen – operationeel
of financieel – samen met analyses van de verbanden en onderzoekshandelingen of corrigerende
maatregelen; het vergelijken van interne gegevens met externe informatiebronnen; en
het beoordelen van functionele prestaties of prestaties van activiteiten;
-
•
informatieverwerking. De twee grote groepen van interne beheersingsactiviteiten met betrekking tot informatiesystemen
zijn ‘applicationcontrols’, die van toepassing zijn op de verwerking van individuele toepassingen, en general IT controls, zijnde de beleidslijnen en -procedures die betrekking hebben op een groot aantal
toepassingen en die de effectieve werking van ‘applicationcontrols’ ondersteunen door ertoe bij te dragen dat de informatiesystemen juist blijven werken.
Voorbeelden van ‘applicationcontrols’zijn het controleren van de rekenkundige nauwkeurigheid van vastleggingen, het onderhouden
en beoordelen van rekening- en proefbalanssaldi, geautomatiseerde interne beheersingsmaatregelen
zoals wijzigingscontroles van invoergegevens en controles op nummervolgorde, en handmatige
opvolging van uitzonderingsrapporten. Voorbeelden van ‘general IT controls’ zijn interne beheersingsmaatregelen voor programmawijzigingen, interne beheersingsmaatregelen
die de toegang tot programma's of gegevens beperken, interne beheersingsmaatregelen
voor de implementatie van nieuwe versies van softwarepakketten, en interne beheersingsmaatregelen
voor systeemsoftware die de toegang beperken tot of het gebruik monitoren van hulpprogramma's
die financiële gegevens of vastleggingen zouden kunnen wijzigen zonder een controlespoor
achter te laten;
-
•
Fysieke interne beheersingsmaatregelen. Deze interne beheersingsmaatregelen omvatten:
-
• de fysieke beveiliging van activa, met inbegrip van adequate veiligheidsmaatregelen
zoals beveiligde faciliteiten voor de toegang tot activa en vastleggingen;
-
• de autorisatie voor de toegang tot computerprogramma's en gegevensbestanden;
-
• periodieke tellingen en vergelijkingen met bedragen in controlebestanden (bijvoorbeeld
het vergelijken van de resultaten van tellingen van contant geld, effecten en voorraden
met de administratieve vastleggingen);
De mate waarin fysieke interne beheersingsmaatregelen die erop gericht zijn diefstal
van activa te voorkomen relevant zijn voor de betrouwbaarheid van de opstelling van
de financiële overzichten, en dus voor de controle, is afhankelijk van omstandigheden
zoals de situatie waarin activa in sterke mate vatbaar zijn voor oneigenlijke toe-eigening.
-
•
functiescheiding. De toewijzing aan verschillende personen van de verantwoordelijkheden voor het autoriseren
van transacties, het vastleggen van transacties en het bewaren van activa. Functiescheiding
is bedoeld om beperkingen aan te brengen in de mogelijkheden voor wie dan ook om bij
de uitvoering van zijn normale taken fouten te maken en te verhullen of fraude te
plegen en te verhullen.
-
2. Sommige interne beheersingsactiviteiten kunnen afhankelijk zijn van het bestaan van
passende beleidslijnen op een hoger niveau die door het management of de met governance
belaste personen zijn vastgesteld. Zo kunnen autorisatiecontroles worden gedelegeerd
overeenkomstig vastgestelde richtlijnen, zoals investeringscriteria die door de met
governance belaste personen zijn vastgesteld; anderzijds kan het voorkomen dat niet-routinematige
transacties, zoals belangrijke overnames/verwervingen of afstotingen/desinvesteringen,
de specifieke toestemming van een hoog niveau in de organisatie vereisen, met inbegrip
van, in sommige gevallen, de toestemming van de aandeelhouders.
Monitoring van interne beheersingsmaatregelen
-
1. Het opzetten en handhaven van een doorlopende interne beheersing is een belangrijke
verantwoordelijkheid van het management. Het monitoren door het management van de
interne beheersingsmaatregelen houdt onder meer in dat wordt overwogen of de interne
beheersingsmaatregelen op de beoogde wijze werken en of ze indien passend worden aangepast
aan gewijzigde omstandigheden.
Het monitoren van interne beheersingsmaatregelen kan onder meer inhouden dat het management
nagaat of de aansluiting van banksaldi tijdig wordt uitgevoerd, dat interne auditors
evalueren of de verkoopmedewerkers het beleid van de entiteit met betrekking tot de
voorwaarden van verkoopcontracten naleven en dat een juridische afdeling toeziet op
de naleving van het beleid van de entiteit inzake ethische of handelspraktijken.
Monitoring moet er ook voor zorgen dat interne beheersingsmaatregelen effectief blijven
werken. Als bijvoorbeeld de tijdigheid en nauwkeurigheid van bankreconciliaties niet
wordt gemonitord, is de kans groot dat het personeel stopt met het opstellen daarvan.
-
2. Interne auditors of personeelsleden die soortgelijke functies uitvoeren kunnen via
afzonderlijke evaluaties bijdragen aan het monitoren van de interne beheersingsmaatregelen
van een entiteit. Zij verschaffen doorgaans regelmatig informatie over de werking
van de interne beheersing, waarbij zij uitgebreid aandacht besteden aan het evalueren
van de effectiviteit van de interne beheersing, verstrekken informatie over de sterke
punten van en tekortkomingen in de interne beheersing en doen aanbevelingen ter verbetering
van de interne beheersing.
-
3. Monitoringactiviteiten kunnen onder meer inhouden dat informatie wordt gebruikt die
afkomstig is van derden en die kan duiden op problemen of die de aandacht kan vestigen
op gebieden die voor verbetering vatbaar zijn. Klanten bevestigen vaak impliciet de
factureringsgegevens door hun facturen te betalen of door klachten te formuleren over
de in rekening gebrachte bedragen.
Ook kunnen regelgevende instanties met de entiteit aangelegenheden bespreken die de
werking van de interne beheersing beïnvloeden, zoals mededelingen met betrekking tot
onderzoeken door regelgevende of toezichthoudende instanties voor de banksector. Tevens
kan het management bij de uitvoering van monitoringactiviteiten rekening houden met
mededelingen door accountants met betrekking tot de interne beheersing.
Bijlage 2: Omstandigheden en gebeurtenissen die kunnen wijzen op risico's op een afwijking
van materieel belang
(Zie Par. A41 en A133)
Hieronder volgen voorbeelden van omstandigheden en gebeurtenissen die kunnen wijzen
op het bestaan van risico's op een afwijking van materieel belang in de financiële
overzichten. De lijst beslaat een breed scala van omstandigheden en gebeurtenissen.
Niet alle omstandigheden en gebeurtenissen zijn echter relevant voor elke controleopdracht,
en de lijst met voorbeelden is niet noodzakelijk volledig.
-
− activiteiten in economisch instabiele regio's, bijvoorbeeld landen met een aanzienlijke
devaluatie van hun valuta of sterk inflatoire economieën;
-
− activiteiten die aan volatiele markten zijn blootgesteld, zoals de handel in futures;
-
− activiteiten die aan zeer complexe regelgeving zijn onderworpen;
-
− continuïteits- en liquiditeitsproblemen, waaronder het verlies van significante klanten;
-
− beperkingen met betrekking tot de beschikbaarheid van kapitaal en krediet;
-
− veranderingen in de sector waarin de entiteit actief is;
-
− veranderingen in de toeleveringsketen;
-
− ontwikkeling of aanbod van nieuwe producten of diensten, of het starten van nieuwe
bedrijfsactiviteiten;
-
− uitbreiding naar nieuwe locaties;
-
− veranderingen in de entiteit, zoals grote overnames of reorganisaties of andere ongebruikelijke
gebeurtenissen;
-
− entiteiten of bedrijfssegmenten die waarschijnlijk zullen worden verkocht;
-
− het bestaan van complexe samenwerkingsverbanden en joint ventures;
-
− het gebruik van financiering buiten de balans om, voor een bijzonder doel opgerichte
entiteiten en andere complexe financieringsovereenkomsten;
-
− significante transacties met verbonden partijen;
-
− een tekort aan personeel met de nodige vaardigheden op het gebied van administratieve
verwerking en financiële verslaggeving;
-
− veranderingen in personeel op sleutelposities, met inbegrip van het vertrek van belangrijke
executives;
-
− tekortkomingen in de interne beheersing, in het bijzonder die welke door het management
niet worden aangepakt;
-
− stimulansen voor het management en de werknemers om een deel te nemen in frauduleuze
financiële verslaggeving;
-
− inconsistenties tussen de IT-strategie van de entiteit en haar bedrijfsstrategieën;
-
− veranderingen in de IT-omgeving;
-
− installatie van significante nieuwe IT-systemen die verband houden met de financiële
verslaggeving;
-
− onderzoek door regelgevende of overheidsinstanties van de activiteiten of financiële
resultaten van de entiteit;
-
− afwijkingen in het verleden, een verleden van fouten of een aanzienlijk aantal correcties
aan het einde van de verslagperiode;
-
− een aanzienlijk aantal niet-routinematige of niet-systematische transacties, met inbegrip
van intercompanytransacties en transacties die gepaard gaan met grote opbrengsten
aan het einde van de verslagperiode;
-
− transacties die op aandringen van het management worden vastgelegd, zoals de herfinanciering
van schulden, te verkopen activa en classificatie van verhandelbare effecten;
-
− toepassing van nieuwe boekhoudkundige regels;
-
− boekhoudkundige waarderingen die gepaard gaan met complexe processen;
-
− gebeurtenissen of transacties die aanleiding geven tot een aanzienlijke onzekerheid
omtrent de waardering, met inbegrip van schattingen en daarop betrekking hebbende
toelichtingen;
-
− weglaten, of verhullen van significante informatie in de toelichtingen;
-
− lopende rechtszaken en voorwaardelijke verplichtingen, zoals garanties op verkopen,
financiële garanties en milieusanering.