Wet afschaffing van de btw-landbouwregeling

Geldend van 01-10-2018 t/m heden

Wet van 20 december 2017 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 en enkele andere wetten (Wet afschaffing van de btw-landbouwregeling)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de wetgeving inzake omzetbelasting aan te passen in verband met de afschaffing van de btw-landbouwregeling;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel V

  • 1 Voor de toepassing van dit artikel, met uitzondering van het derde lid, wordt onder goederen en diensten verstaan:

    • a. onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen;

    • b. roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen.

  • 2 De ondernemer die in het belastingtijdvak dat eindigde op 31 december 2017 geen omzetbelasting was verschuldigd op grond van artikel 27 van de Wet op de omzetbelasting 1968 zoals dat artikel luidde op 31 december 2017, past met betrekking tot goederen en diensten die op 1 januari 2018 bij hem in gebruik zijn, artikel 15, zesde lid, van die wet en de bij dat artikel vastgestelde ministeriële regeling toe. Voor de op 1 januari 2018 nog resterende boekjaren waarover herziening moet plaatsvinden vindt, voor zover deze goederen en diensten voor belaste handelingen zullen worden gebruikt gedurende de periode waarover nog herziening plaatsvindt, de aftrek van belasting in één keer plaats in de aangifte over een belastingtijdvak dat aanvangt in 2018.

  • 3 Voor goederen en diensten die bij de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, op 1 januari 2018 nog niet in gebruik zijn genomen en waarvan de bestemming wijzigt door het vervallen van artikel 27 van de Wet op de omzetbelasting 1968 ingevolge artikel I, onderdeel B, vindt over een belastingtijdvak dat aanvangt in 2018, maar uiterlijk over het belastingtijdvak waarin het goed of de dienst in gebruik is genomen, aftrek van belasting plaats overeenkomstig de gewijzigde bestemming ervan als ware het belasting die ter zake van de aanschaf in dat tijdvak in rekening is gebracht. Artikel 15, vierde lid, eerste volzin, van die wet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel VI

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

Wassenaar, 20 december 2017

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Financiën,

M. Snel

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

E.D. Wiebes

Uitgegeven de achtentwintigste december 2017

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina