Circulaire Maatregelen Eigenrisicodragerschap WGA sector Rijk

Geldend van 01-01-2018 t/m heden

Circulaire Maatregelen Eigenrisicodragerschap WGA sector Rijk

Aanleiding

In november 2012 heeft de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk besloten dat het Eigenrisicodragerschap Werkhervattingsregeling Gedeeltelijk Arbeidsgeschikte (WGA) een rijksbrede norm zou worden. Met ingang van 1 juli 2017 zijn alle ministeries, met positief advies van de ondernemingsraden, eigenrisicodrager.

Eigenrisicodrager zijn houdt in dat de uitkeringslasten ingevolge de WGA rechtstreeks worden gedragen door het ministerie zelf in plaats van dat hiervoor een premie wordt afgedragen aan het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Het ministerie betaalt de factuur van de uitkering aan het UWV. Het UWV keert de uitkering uit. Daarnaast heeft het ministerie als eigenrisicodrager een re-integratieverantwoordelijkheid ten aanzien van de WGA-gerechtigde, indien deze tot re-integratie in staat moet worden geacht. De uitvoering van deze wettelijke verplichting is voor de ministeries ondergebracht bij het Expertisecentrum Organisatie en Personeel (ECO&P) dienstenstroom bedrijfszorg, met uitzondering van de Belastingdienst (en mogelijk ook de Dienst Justitiële Inrichtingen) die zelf voor die uitvoering zorg draagt.

De verplichtingen van de WGA-gerechtigde zijn neergelegd in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA). In de WIA is bepaald dat de eigenrisicodrager maatregelen kan treffen als de WGA-gerechtigde zich niet aan zijn wettelijke verplichtingen houdt. Het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten geeft hiervoor nadere regels aan UWV.

Omdat het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten niet geldt voor eigenrisicodragers, dient een eigenrisicodrager binnen de wettelijke kaders invulling te geven aan een eigen maatregelenbeleid. Deze circulaire stelt het maatregelenbeleid vast jegens de (voormalige) rijksambtenaren die WGA-gerechtigd zijn en hun wettelijke verplichtingen niet nakomen. Dit beleid is gebaseerd op het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten UWV en bepaalt hoe de werkgevers binnen de sector Rijk uitvoering geven aan toepassen van maatregelen vanwege het eigenrisicodragerschap WGA. Daarbij is aangesloten bij de uitvoering van het maatregelenbeleid door het UWV zoals vastgelegd in de Beleidsregel maatregelen UWV. De reden is versnippering van de uitvoering van het sanctiebeleid te voorkomen. Hierdoor worden WGA-gerechtigden niet geconfronteerd met uiteenlopende sancties bij gelijke overtreding van de verplichtingen.

Verplichtingen en maatregelen

Indien de WGA-gerechtigde zijn plichten niet, niet behoorlijk of niet tijdig nakomt, dan kan de eigenrisicodrager een maatregel opleggen (ingevolge artikel 89, eerste lid van wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)). De verplichtingen van de WGA-gerechtigde zijn beschreven in de wet (artikelen 27 tot en met 32 van de WIA) en worden ingedeeld in een vijftal categorieën zoals beschreven in het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten. Aan iedere categorie wordt een bepaalde maatregel verbonden. Binnen de categorie geldt een bandbreedte waarbinnen een mogelijkheid is tot afwijking van de maatregel met een boven en ondergrens.

De verplichtingen van de WGA-gerechtigde

In het kort worden hieronder de verplichtingen beschreven van de WGA-gerechtigde ten aanzien waarvan de eigenrisicodrager een maatregel kan opleggen aangeduid per categorie, waarbij steeds is verwezen naar het betreffende artikel van de WIA.

Categorie 1:

Informatieplicht1: op verzoek of uit eigen beweging zo spoedig mogelijk verstrekken van relevante informatie (artikel 27, eerste lid, WIA).

Categorie 2:

Categorie 3

Categorie 4

Categorie 5

De hoogte en duur van de maatregel

Binnen de kaders van het Maatregelenbesluit Socialezekerheidswetten en in aansluiting op de Beleidsregel maatregelen UWV kunnen maatregelen worden opgelegd welke uiteenvallen in de hieronder aangegeven mogelijkheden. Het opleggen van een maatregel is een discretionaire bevoegdheid van de Minister zelf. Het is dus geen verplichting om een maatregel op te leggen, het kan, maar hoeft niet. In de wet is geregeld dat een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de verzekerde de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.

De ingangsdatum van de maatregel

Een maatregel kan volgens de Centrale Raad van Beroep nooit eerder ingaan dan de datum waarop de verplichting niet is nageleefd. Uitvoeringstechnisch is het wenselijk om de maatregel op te leggen met ingang van de begindatum van de eerstvolgende betaling. Omdat de uitkering per maand wordt betaald wordt de maatregel dus opgelegd met ingang van de eerste van de maand, volgend op het niet naleven van de verplichting.

Hieronder volgt een opsomming van de te treffen maatregelen.

De maatregelen:

  • Categorie 1: 5% van het uitkeringsbedrag korten gedurende een maand, bij overtreding van verplichtingen.

  • Categorie 2: 10% van het uitkeringsbedrag korten gedurende 2 maanden, bij overtreding van verplichtingen.

  • Categorie 3: 25% van het uitkeringsbedrag korten gedurende vier maanden, bij overtreding van verplichtingen.

  • Categorie 4: Blijvend gehele weigering van de uitkering, bij overtreding van verplichtingen.

  • Categorie 5: Gehele of gedeeltelijke weigering van de uitkering gedurende ten hoogste drie maanden, bij overtreding van verplichtingen.

Bandbreedte

Binnen de hierboven aangegeven categorieën geldt voor categorie 1 tot en met 3 een bandbreedte waarbinnen een mogelijkheid is tot afwijking van de maatregel met een boven- en ondergrens. De keuze om af te wijken behoeft (extra) motivatie in het besluit en dient te worden gebaseerd op een advies van EC O&P. Door het advies van EC O&P wordt bevorderd dat in vergelijkbare situaties vergelijkbare maatregelen worden genomen. Hieronder is de bandbreedte weergegeven. Op deze manier wordt rekening gehouden met de ernst van de gedraging en de mate waarin de WGA-gerechtigde de gedraging verweten kan worden. Voor het bepalen van de bandbreedte dienen de artikelen 5 tot en met 8 van de Beleidsregel maatregelen UWV als richtlijn.

  • Categorie 1: 2% tot ten hoogste 20% gedurende ten minste een maand.

  • Categorie 2: 5% tot ten hoogste 30% gedurende ten minste twee maanden.

  • Categorie 3: 15% tot ten hoogste 100% gedurende ten minste vier maanden.

  • Categorie 4: geen bandbreedte.

  • Categorie 5: geen bandbreedte.

Waarschuwing

Vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid zal de WGA-gerechtigde zo mogelijk eerst gewaarschuwd worden bij overtreding van een verplichting, alvorens een maatregel wordt opgelegd. De mogelijkheid om een schriftelijke waarschuwing te geven is afhankelijk van de ernst en de aard van de schending van de wettelijke verplichtingen. Aan de WGA-gerechtigde zal zo mogelijk een redelijke termijn worden gesteld waarbinnen hij in staat zal worden gesteld om alsnog aan de verplichting te voldoen. Deze termijn wordt in het besluit vermeld.

Schorsing

De eigenrisicodrager is bevoegd om de betaling van de WGA-uitkering geheel dan wel gedeeltelijk op te schorten of te schorsen voor de duur van ten hoogste acht weken. Deze bevoegdheid geldt als een van de hierboven vermelde verplichtingen niet of niet behoorlijk wordt nagekomen (artikel 67 tweede lid, onderdeel c, in samenhang met artikel 89, vierde lid, van de WIA).

Recidive

Indien de WGA-gerechtigde aan wie een maatregel is opgelegd, opnieuw dezelfde verplichting niet of niet behoorlijk nakomt binnen twee jaar na de datum van het besluit tot de eerste maatregel, wordt het percentage van de op te leggen maatregel verhoogd met 50%.

De inrichting van het administratieve proces

De maatregelen die de eigenrisicodrager kan opleggen aan een WGA-gerechtigde en de afhandeling daarvan zijn besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en moeten voldoen aan de daaruit voortvloeiende eisen.

Een maatregel wordt bij besluit opgelegd door of namens een Minister. De ingangsdatum van de maatregel wordt in het besluit schriftelijk vastgelegd. Het UWV ontvangt een kopie van deze beschikking om de uitvoering van de opgelegde maatregel te bewerkstellingen. ECO&P kan het ministerie faciliteren bij de voorbereiding en het opstellen van een schriftelijk besluit.

Tegen dit besluit kan binnen zes weken bezwaar worden ingesteld bij de afdeling bezwaar van ECO&P. De WGA-gerechtigde zal worden gehoord door een daartoe aangewezen commissie, zoals bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.

Na het horen wordt een besluit op bezwaar opgesteld en verzonden naar de betrokken partijen, waaronder de WGA-gerechtigde. Vervolgens is het mogelijk om van dit besluit op bezwaar in beroep te komen bij de bestuursrechter.

De Groepsondernemingsraad Rijk (GOR Rijk) heeft ingestemd met de inhoud van deze circulaire.

Ik verzoek u uitvoering te geven aan de circulaire.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

namens deze,

S. Roos

Directeur-generaal Overheidsorganisatie

  1. Hierbij gaat het alleen om de informatieplicht jegens de eigenrisicodrager. Als de verzekerde desgevraagd niet tijdig informatie verstrekt dan is de eigenrisicodrager bevoegd om een maatregel op te leggen. Bij schending van de informatieplicht jegens het UWV kan alleen het UWV een bestuursrechtelijke boete opleggen

    ^ [1]
Terug naar begin van de pagina