Besluit basisregistratie ondergrond

Geldend van 01-01-2020 t/m heden

Besluit van 25 oktober 2017, houdende regels met betrekking tot de basisregistratie ondergrond (eerste tranche) (Besluit basisregistratie ondergrond)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 26 juni 2017, nr. IenM/BSK-2017/141798, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 9, eerste lid, 10, tweede lid, 23, eerste lid, en 30, derde lid, van de Wet basisregistratie ondergrond;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 4 augustus 2017, nr. W14.17.0181/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu van 23 oktober 2017, nr. IenM/BSK-2017/224255, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. (begripsbepalingen)

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • document: document in welke vorm dan ook met voor de registratie ondergrond relevante gegevens;

  • registratieobject: beschrijving van een object in of waarneming of schematische weergave van de werkelijkheid, waarover onderling samenhangende gegevens worden vastgelegd;

  • wet: Wet basisregistratie ondergrond.

Hoofdstuk 2. Het register brondocumenten ondergrond

§ 1. Bodem- en grondonderzoek

Artikel 2.1.1

Als brondocument met betrekking tot de in deze paragraaf genoemde registratieobjecten wordt uitsluitend aangewezen een document met de resultaten van een onderzoek in het kader van een verkenning dat door of in opdracht van een bestuursorgaan is uitgevoerd.

Artikel 2.1.2

Met betrekking tot het registratieobject geotechnisch sondeeronderzoek binnen de categorie verkenningen wordt als brondocument aangewezen een document met:

  • a. de resultaten van een onderzoek met een conus naar de mechanische weerstand van de ondergrond op een locatie;

  • b. een beschrijving van de bij het onderzoek gebruikte conus, en

  • c. indien gemeten, de resultaten van een onderzoek met meetinstrumenten die aan de conus zijn gemonteerd en die kunnen worden vastgelegd conform de catalogus registratie ondergrond, bedoeld in artikel 17 van de wet.

Artikel 2.1.3

Met betrekking tot het registratieobject booronderzoek binnen de categorie verkenningen wordt als brondocument aangewezen een document over een bodemkundige boormonsterbeschrijving met de resultaten van een onderzoek naar de bodemopbouw op een locatie door middel van een boorgat waaruit grondmonsters zijn verkregen aan de hand waarvan de bodemopbouw nauwkeurig in verschillende horizonten is beschreven.

Artikel 2.1.4

Met betrekking tot het registratieobject booronderzoek binnen de categorie verkenningen wordt als brondocument aangewezen een document over een geotechnische boormonsterbeschrijving. Daarin zijn de resultaten opgenomen van geotechnisch onderzoek naar de opbouw en de eigenschappen van de ondergrond op de onderzoekslocatie. Het onderzoek vindt plaats door middel van een boorgat waaruit grondmonsters zijn verkregen en aan de hand waarvan de grondopbouw in verschillende lagen is beschreven.

Artikel 2.1.5

Met betrekking tot het registratieobject booronderzoek binnen de categorie verkenningen wordt als brondocument aangewezen een document over een geotechnische boormonsteranalyse dat bij een veld- of laboratoriumonderzoek is opgemaakt over de waarnemingen inzake het grondmonster dat is genomen tijdens de geotechnische boring.

Artikel 2.1.6

Met betrekking tot het registratieobject wandonderzoek binnen de categorie verkenningen wordt als brondocument aangewezen een document over een bodemkundige wandbeschrijving met de resultaten van een onderzoek van de wand van een profielkuil op een locatie naar de bodemkundige eigenschappen van de bodem door middel van grondmonsters die zijn verkregen van de wand van een profielkuil of andere ontsluiting aan de hand waarvan de bodemopbouw in verschillende horizonten is beschreven.

§ 3. Grondwatermonitoring

Artikel 2.3.1

Met betrekking tot het registratieobject grondwatermonitoringput binnen de categorie constructies wordt als brondocument aangewezen een bij de realisatie of wijziging van een constructie opgemaakt document over de constructie op een locatie voor één of meer peilbuizen die door of in opdracht van een bestuursorgaan is gerealiseerd, gewijzigd of wordt gebruikt om grondwaterstanden of de grondwatersamenstelling te registreren:

  • a. met de bedoeling om dat voor ten minste één jaar te doen,

  • b. voor het genereren van gegevens die worden verstrekt in het kader van een aanvraag van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6.4, eerste lid, en 6.5, onderdeel b, van de Waterwet of bij een melding als bedoeld in artikel 6.11, eerste lid, van het Waterbesluit, of

  • c. voor het verkrijgen van representatief inzicht in de geohydrologische situatie ter plaatse indien de ruimtelijk spreiding van de overige grondwatermonitoringputten in de nabijheid niet afdoende is om dat inzicht te krijgen.

§ 6. Modellen

Artikel 2.6.1

Met betrekking tot het registratieobject bodemkaart binnen de categorie authentieke modellen wordt als brondocument aangewezen een document met kaartvlakken die informatie geven over de bodemopbouw en bodemkenmerken tot een diepte van 1,2 meter onder het maaiveld.

Artikel 2.6.2

Met betrekking tot het registratieobject geomorfologische kaart binnen de categorie authentieke modellen wordt als brondocument aangewezen een document met een model dat de vorm van het aardoppervlak beschrijft, waaronder:

  • a. het karakter van het reliëf,

  • b. een omschrijving van de gedaante van de vorm, en

  • c. gegevens over de ontstaanswijze van de inhoud en de opzet van het model.

Artikel 2.6.3

Met betrekking tot het registratieobject hydrogeologisch model binnen de categorie authentieke modellen wordt als brondocument aangewezen een document met een digitaal model van de ondergrond tot een diepte van 500 meter met een beschrijving van:

  • a. de diepteligging van hydrogeologische eenheden,

  • b. de dikte van hydrogeologische eenheden, en

  • c. hydraulische eigenschappen van hydrogeologische eenheden.

Artikel 2.6.4

Met betrekking tot het registratieobject GeoTOP binnen de categorie authentieke modellen wordt als brondocument aangewezen een document met een geologisch model van de laagopbouw en grondsoort van de ondergrond tot een diepte van maximaal 50 meter.

Artikel 2.6.5

Met betrekking tot het registratieobject digitaal geologisch model binnen de categorie authentieke modellen wordt als brondocument aangewezen een document met een lagenmodel van de geologische eenheden, die worden onderscheiden tot een diepte van 500 meter op basis van de aard en samenstelling van de gesteenten of grondsoorten.

Hoofdstuk 3. De registratie ondergrond

Artikel 3.1

  • 1 Naast de gegevens, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de wet, bevat de registratie ondergrond over een verkenning, voor zover van toepassing:

    • a. het in het handelsregister opgenomen unieke nummer van de onderneming of rechtspersoon die:

      • 1°. in opdracht van een bestuursorgaan zorg draagt voor de levering van brondocumenten aan Onze Minister, of

      • 2°. belast is met de uitvoering van een verkenning of een deel daarvan,

    • b. een aanduiding dat de gegevens deel hebben uitgemaakt van de Registratie Data en Informatie Nederlandse Ondergrond of het Bodemkundig Informatie Systeem en als brondocument zijn aangeleverd op grond van artikel 39, eerste lid, van de wet,

    • c. over het registratieobject geotechnisch sondeeronderzoek: gegevens over de gebruikte conus, en

    • d. over de geotechnische boormonsterbeschrijving in het registratieobject booronderzoek: gegevens over het gebruikte bemonsteringsapparaat.

  • 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, c en d, zijn authentieke gegevens.

Artikel 3.2

[Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit onderdeel is (nog) niet in werking getreden; zie het overzicht van wijzigingen

Artikel 3.3

  • 1 Naast de gegevens, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, bevat de registratie ondergrond over een constructie:

    • a. de bronhouder van het registratieobject,

    • b. voor zover van toepassing, het in het handelsregister opgenomen unieke nummer van de onderneming of rechtspersoon die:

      • 1°. in opdracht van een bestuursorgaan zorg draagt voor de levering van brondocumenten aan Onze Minister,

      • 2°. belast is met de realisatie van een constructie,

      • 3°. belast is met de uitvoering van een onderzoek of een deel daarvan, of

      • 4°. belast is met het onderhoud van een constructie, en

    • c. voor zover van toepassing, een aanduiding dat de gegevens deel hebben uitgemaakt van de Registratie Data en Informatie Nederlandse Ondergrond of het Bodemkundig Informatie Systeem en als brondocument zijn aangeleverd op grond van artikel 39, eerste lid, van de wet.

  • 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, zijn authentieke gegevens.

Artikel 3.4

  • 1 Naast de gegevens, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de wet, bevat de registratie ondergrond over een authentiek model, voor zover van toepassing:

    • a. de identificatiecode van een of meer in de registratie ondergrond opgenomen geometrische eenheden,

    • b. de ruimtelijke begrenzing van één of meer gegevens,

    • c. de schaal die van toepassing is op de gegevens,

    • d. een methodisch bepaalde inhoudelijke classificatie of gebiedsaanduiding,

    • e. de gegevens over de totstandkoming van het model of een deel daarvan.

  • 2 De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn authentieke gegevens.

Hoofdstuk 4. Wijziging van de in de registratie ondergrond opgenomen gegevens

Artikel 4.1

  • 2 De melding, bedoeld in artikel 30, eerste en tweede lid, van de wet, kan achterwege blijven indien de gerede twijfel, bedoeld in artikel 30, eerste en tweede lid, van de wet, betrekking heeft op de juistheid van:

    • a. inhoudelijke waarnemingen en meetresultaten die met een verkenning of gebruiksrecht zijn verkregen, indien na de vaststelling van de gegevens boven het maaiveld bouwactiviteiten hebben plaatsgevonden of de locatie is afgegraven,

    • b. de verticale positie ten opzichte van het maaiveld en de gerede twijfel is ontstaan door een afwijking ten opzichte van het gegeven die is veroorzaakt door bodembeweging, of

    • c. grondwaterstanden, indien de gerede twijfel is ontstaan door een afwijking ten opzichte van het gegeven ten gevolge van het handhaven van waterstanden die zijn vastgesteld in een peilbesluit als bedoeld in artikel 5.2 van de Waterwet.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 25 oktober 2017

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.H. Ollongren

Uitgegeven de zeventiende november 2017

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina