Circulaire (onkosten)vergoeding 2018 en wijziging bezoldiging 2017 politieke ambtsdragers gemeenten

[Regeling materieel uitgewerkt per 01-01-2020.]
Geldend van 01-01-2018 t/m heden

Circulaire (onkosten)vergoeding 2018 en wijziging bezoldiging 2017 politieke ambtsdragers gemeenten

Inleiding

Door middel van deze circulaire wordt u, zoals elk jaar gebruikelijk, geïnformeerd over de wijzigingen van de bedragen van de (onkosten)vergoedingen voor burgemeesters, wethouders, raadsleden en commissieleden.

Daarnaast wordt u in deze circulaire geïnformeerd over de wijzigingen van de bezoldigingsbedragen per 1 januari 2017 voor de burgemeesters en de wethouders en over de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering voor de raadsleden.

Deze wijzigingen volgen de afspraken die in de arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2017 voor het personeel in de sector Rijk zijn gemaakt. Deze afspraken, en daarvan afgeleid de wijzigingen voor de burgemeesters, de wethouders en de raadsleden, moeten alle nog formeel in de regelgeving worden opgenomen.

Omdat deze regelgevingsprocedure tijd vergt, wordt u, vooruitlopend op het formeel van kracht worden van die wijzigingen, door middel van deze circulaire geïnformeerd over de aanstaande wijzigingen voor burgemeesters, wethouders en raadsleden.

U kunt deze wijzigingen nu al doorvoeren.

1. Bezoldiging burgemeesters

Onlangs is in de arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2017 voor het personeel in de sector Rijk afgesproken dat met ingang van 1 januari 2017 de salarisbedragen structureel worden verhoogd met 1,4%. Deze verhoging komt in december 2017 met terugwerkende kracht tot uitbetaling; ook voor medewerkers die sinds 1 januari 2017 uit dienst zijn getreden.

Verhoging bezoldiging burgemeesters

Op grond van artikel 8, derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters wijzigt de bezoldiging van burgemeesters overeenkomstig de wijziging van de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk.

Concreet betekent bovenstaande afspraak voor de burgemeesters dat de salarisverhoging bestaat uit 1,4% structureel met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017. Deze salarisverhoging komt in december 2017 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 tot uitbetaling.

In onderstaande tabel zijn de aangepaste bezoldigingsbedragen voor burgemeesters per 1 januari 2017 opgenomen.

Klasse

Aantal inwoners

Bezoldiging burgemeesters per maand was per 1 januari 2016

Bezoldiging burgemeesters per maand wordt per 1 januari 2017

1

Tot en met 8.000

€ 6.042,10

€ 6.126,69

2

8.001–14.000

€ 6.646,94

€ 6.740,00

3

14.001–24.000

€ 7.247,27

€ 7.348,73

4

24.001–40.000

€ 7.878,20

€ 7.988,49

5

40.001–60.000

€ 8.540,95

€ 8.660,52

6

60.001–100.000

€ 9.260,51

€ 9.390,16

7

100.001–150.000

€ 9.818,34

€ 9.955,80

8

150.001–375.000

€ 10.520,48

€ 10.667,77

9

375.001 en meer

€ 11.270,20

€ 11.427,98

Burgemeesters die sinds 1 januari 2017 het ambt hebben verlaten

De salarisverhoging per 1 januari 2017 moet ook met terugwerkende kracht worden betaald aan burgemeesters die sinds 1 januari 2017 of later het ambt hebben verlaten.

Waarnemend burgemeesters

Wellicht ten overvloede merk ik op dat het bovenstaande ook geldt voor waarnemend burgemeesters, die op grond van artikel 78 van de Gemeentewet door de commissaris van de Koning zijn aangesteld als waarnemend burgemeester. In artikel 17, derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters is artikel 8 van het Rechtspositiebesluit burgemeesters (dat de bezoldiging van de burgemeesters regelt) van toepassing verklaard voor door de commissaris aangestelde waarnemend burgemeesters.

Doorwerking naar uitkeringen en pensioenen

Uitkeringen

De structurele verhoging van het salaris heeft een algemeen karakter en werkt daarom op basis van artikel 133, derde lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) door naar al ingegane Appa-uitkeringen.

Pensioenen

De verhoging van het salaris is pensioengevend met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017. Dit komt pas tot uitdrukking bij de vaststelling van het pensioengevend salaris in 20181.

Reeds ingegane ABP-pensioenen worden echter aangepast overeenkomstig de stijgingen (indexatie) van de ABP-pensioenen. Dat betekent dat deze salarisaanpassing geen effect heeft op al lopende pensioenuitkeringen.

2. Ambtstoelage burgemeesters

In artikel 16, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters is bepaald dat de ambtstoelage van burgemeesters per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.

De consumentenprijsindex voor 2017 is bepaald op 102,03. Voor 2016 was dit indexcijfer 100,57. Procentueel is dat een verhoging van 1,5. Dit betekent dat het bedrag van de ambtstoelage per 1 januari 2018 wordt verhoogd met 1,5%.

Het bedrag genoemd in artikel 16, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters wordt per 1 januari 2018 gewijzigd in € 386,74 (was € 381,03).

3. Eindejaarsuitkering burgemeester

  • A. Op grond van artikel 15a van het Rechtspositiebesluit burgemeesters heeft de burgemeester recht op een eindejaarsuitkering. Voor de burgemeesters wordt wat betreft de eindejaarsuitkering aansluiting gezocht bij de afspraken die daarover zijn gemaakt voor het personeel in de sector Rijk.

    U bent over de eindejaarsuitkering van de burgermeesters geïnformeerd bij circulaire van 19 juni 2007, nr. 2007-181639. Deze informatie is nog steeds van toepassing.

    Voor uw informatie meld ik u dat voor burgemeesters sinds 1 december 2009 een eindejaarsuitkering geldt van 9,8%.

  • B. Wellicht ten overvloede wijs ik u nog op de circulaire van 25 september 2008, nr. 2008-434972. Hierin is gemeld dat elk jaar door gemeenten aan burgemeesters jaarlijks een éénmalige uitkering (in de vorm van een eindejaarsuitkering) ad € 450,– wordt uitgekeerd. Deze informatie is nog steeds van toepassing. Dat houdt in dat, naast de eindejaarsuitkering genoemd onder punt 3A, de éénmalige uitkering ad € 450,– door de gemeenten in de maand november aan de burgemeesters moet worden uitgekeerd.

4. Bezoldiging wethouders

Onlangs is in de arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2017 voor het personeel in de sector Rijk afgesproken dat met ingang van 1 januari 2017 de salarisbedragen structureel worden verhoogd met 1,4%. Deze verhoging komt in december 2017 met terugwerkende kracht tot uitbetaling; ook voor medewerkers die sinds 1 januari 2017 uit dienst zijn getreden.

Op grond van artikel 3, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders wijzigt de bezoldiging van wethouders overeenkomstig de wijziging van de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk.

Concreet betekent bovenstaande afspraak voor de wethouders dat de salarisverhoging bestaat uit 1,4% structureel met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017. Deze salarisverhoging komt in december 2017 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 tot uitbetaling.

De bezoldigingsbedragen voor wethouders per 1 januari 2017:

Klasse

Inwonertal

Bezoldiging wethouders per maand per 1 januari 2016

Bezoldiging wethouders per maand wordt per 1 januari 2017

1

Tot en met 8.000

€ 4.605,10

€ 4.669,57

2

8.001–14.000

€ 5.219,05

€ 5.292,12

3

14.001–24.000

€ 5.837,78

€ 5.919,51

4

24.001–40.000

€ 6.247,44

€ 6.334,90

5

40.001–60.000

€ 6.864,06

€ 6.960,16

6

60.001–100.000

€ 7.479,61

€ 7.584,32

7

100.001–150.000

€ 8.169,15

€ 8.283,52

8

150.001–375.000

€ 8.653,50

€ 8.774,65

9

375.001 en meer

€ 9.818,34

€ 9.955,80

Wethouders die sinds 1 januari 2017 het wethouderschap hebben verlaten

Deze salarisverhoging moet ook met terugwerkende kracht worden betaald aan wethouders die sinds 1 januari 2017 of later het wethouderschap hebben verlaten.

Doorwerking naar uitkeringen en pensioenen

Uitkeringen

De salarisverhoging heeft een algemeen karakter en werkt daarom op basis van artikel 133, derde lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) door naar al ingegane Appa-uitkeringen.

Pensioenen

De structurele verhoging van het salaris is pensioengevend met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017. In tegenstelling tot de ABP-regeling wordt het pensioengevend salaris in de Appa-regeling met terugwerkende kracht naar 1 januari 2017 aangepast.

Reeds ingegane Appa pensioenen worden echter aangepast overeenkomstig de stijgingen (indexatie) van de ABP-pensioenen. Dat betekent dat deze salarisaanpassing geen effect heeft op al lopende pensioenuitkeringen.

5. Onkostenvergoeding wethouders

In artikel 25, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders is bepaald dat de onkostenvergoeding voor wethouders per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.

De consumentenprijsindex voor 2017 is bepaald op 102,03. Voor 2016 was dit indexcijfer 100,57. Procentueel is dat een verhoging van 1,5. Dit betekent dat het bedrag van de onkostenvergoeding voor wethouders per 1 januari 2018 wordt verhoogd met 1,5%.

Het bedrag genoemd in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders wordt per 1 januari 2018 gewijzigd in € 355,80 (was € 350,54).

6. Eindejaarsuitkering wethouders

Gelet op artikel 3, derde lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders ontvangt een wethouder een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld.

U bent over de eindejaarsuitkering van de wethouders geïnformeerd bij circulaire van 19 juni 2007, nr. 2007-181639. Deze informatie is nog steeds van toepassing.

Voor uw informatie meld ik u dat voor wethouders sinds 1 december 2009 een eindejaarsuitkering geldt van 8,3%.

7. Vergoeding vervanging wethouders

Op grond van artikel 10 van het Rechtspositiebesluit wethouders ontvangt een tijdelijk vervanger van de wethouder die verlof heeft tijdens zwangerschap en bevalling of ziekte, per maand voor zijn verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden het bij zijn gemeentegrootte behorende bedrag.

Dit zijn vaste bedragen waarop geen indexering wordt toegepast.

De nu geldende bedragen voor de vergoeding vervanging wethouders zijn:

Aantal inwoners gemeente

Tegemoetkoming per maand i.v.m. verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden voor de tijdelijke ververvanger van de wethouder

Tot en met 8.000

€ 262,00

8.001-14.000

€ 303,00

14.001-24.000

€ 343,00

24.001-40.000

€ 369,00

40.001-60.000

€ 410,00

60.001-100.000

€ 450,00

100.001-150.000

€ 491,00

150.001-375.000

€ 518,00

375.001 en meer

€ 590,00

8. Vergoedingen raadsleden

In artikel 2, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is bepaald dat de vergoeding voor de werkzaamheden van raadsleden per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen overheid inclusief bijzondere beloningen geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.

Het indexcijfer CAO lonen overheid inclusief bijzondere beloningen voor 2017 is bepaald op 108,5. Voor 2016 was dit indexcijfer 108,6. Dat betekent in principe een geringe procentuele verlaging voor het bedrag dat geldt per 1 januari 2018. Deze verlaging wordt echter niet doorberekend in de raadsvergoeding voor 2018. De bedragen voor de vergoeding voor de werkzaamheden van de raadsleden voor 2018 blijven dus op hetzelfde niveau als de bedragen voor 2017.

De bedragen voor de vergoeding van de werkzaamheden van raadsleden per maand genoemd in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedragen per 1 januari 2018:

Tabel I

Klasse

Inwonertal

Vergoeding werkzaamheden per maand per 1 januari 2017

Vergoeding werkzaamheden per maand per 1 januari 2018

1

Tot en met 8.000

€ 250,82

€ 250,82

2

8.001–14.000

€ 396,33

€ 396,33

3

14.001–24.000

€ 617,77

€ 617,77

4

24.001–40.000

€ 958,91

€ 958,91

5

40.001–60.000

€ 1.248,42

€ 1.248,42

6

60.001–100.000

€ 1.460,84

€ 1.460,84

7

100.001–150.000

€ 1.658,52

€ 1.658,52

8

150.001–375.000

€ 1.932,14

€ 1.932,14

9

375.001–

€ 2.352,29

€ 2.352,29

9. Onkostenvergoeding raadsleden

In artikel 2, vierde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is bepaald dat de onkostenvergoeding voor raadsleden per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.

De consumentenprijsindex voor 2017 is bepaald op 102,03. Voor 2016 was dit indexcijfer 100,57. Procentueel is dat een verhoging van 1,5. Dit betekent dat het bedrag van de onkostenvergoeding voor raadsleden per 1 januari 2018 wordt verhoogd met 1,5%.

Het bedrag genoemd in artikel 2, derde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden wordt per 1 januari 2018: € 170,17 (was € 167,65).

Wat betreft de onkostenvergoeding van de raadsleden in de drie hoogste inwonersklassen (gemeenten met meer dan 100.000 inwoners) is er overgangsrecht. Hun onkostenvergoedingen waren namelijk hoger dan het per 1 juli 2014 geïntroduceerde bedrag van € 165,– per maand.

Als overgangsrecht is de onkostenvergoeding van de raadsleden in deze drie inwonersklassen gehandhaafd zoals die gold vóór inwerkingtreding van dit besluit, tot de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Hierdoor hebben de desbetreffende raadsleden ruimschoots de tijd gehad om zich in te stellen op deze aanpassing per 2018.

In verband met de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2018 betekent dit dat in de maand maart 2018 het bedrag van de onkostenvergoeding naar rato moet worden uitbetaald (zie artikel 1, onder letter d, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden).

Na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 geldt voor de hele gemeenteraad van alle inwonersklassen een onkostenvergoeding van € 170,17 per maand.

Op de bedragen behorende bij de drie inwonersklassen wordt ook de bovengenoemde indexering toegepast. Dat houdt in dat de bedragen voor deze inwonersklassen per 1 januari 2018 (tot maart 2018) als volgt gewijzigd worden:

Klasse

Inwonertal

Onkostenvergoeding per 1 januari 2017

Onkostenvergoeding per 1 januari 2018

7

100.001–150.000

€ 183,81

€ 186,56

8

150.001–375.000

€ 218,97

€ 222,26

9

375.001–

€ 262,64

€ 266,58

10. Tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering voor de raadsleden

Onlangs is in de arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk 2017 voor het personeel in de sector Rijk afgesproken dat met ingang van 1 januari 2017 de salarisbedragen structureel worden verhoogd met 1,4%. Deze verhoging komt in december 2017 met terugwerkende kracht tot uitbetaling; ook voor medewerkers die sinds 1 januari 2017 uit dienst zijn getreden.

In artikel 11, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is bepaald dat een raadslid ten laste van de gemeente een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering ontvangt.

In het tweede lid van artikel 11 van het rechtspositiebesluit is bepaald dat het bedrag van deze tegemoetkoming wijzigt overeenkomstig de wijzigingen die de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk ondergaat.

Concreet betekent dit voor de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering voor raadsleden, dat dit bedrag met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 wordt gewijzigd in € 103,98 per jaar (was € 102,54 per jaar).

Deze verhoging van de tegemoetkoming moet ook met terugwerkende kracht worden betaald aan raadsleden die sinds 1 januari 2017 of later het raadslidmaatschap hebben verlaten.

11. Commissieleden

In artikel 14, eerste lid, juncto artikel 2, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is bepaald dat de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van het indexcijfer CAO lonen overheid inclusief bijzondere beloningen geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.

Het indexcijfer CAO lonen overheid inclusief bijzondere beloningen voor 2017 is bepaald op 108,5. Voor 2016 was dit indexcijfer 108,6. Dat betekent in principe een geringe procentuele verlaging voor het bedrag dat geldt per 1 januari 2018. Deze verlaging wordt echter niet doorberekend in de bedragen over 2018. De bedragen voor de vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen voor 2018 blijven dus op hetzelfde niveau als de bedragen voor 2017.

De vergoeding voor de werkzaamheden per vergadering van leden van gemeentelijke commissies genoemd in het eerste lid van artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedraagt per 1 januari 2018:

Tabel IV

Klasse

Inwonertal

Vergoeding werkzaamheden per vergadering per 1 januari 2017

Vergoeding werkzaamheden per vergadering per 1 januari 2018

1

Tot en met 10.000

€ 60,25

€ 60,25

2

10.001–20.000

€ 66,61

€ 66,61

3

20.001–50.000

€ 79,91

€ 79,91

4

50.001–100.000

€ 98,32

€ 98,32

5

100.001–250.000

€ 125,57

€ 125,57

6

250.001–

€ 159,19

€ 159,19

12. Vragen en informatie op internet

Informatie die betrekking heeft op politieke ambtsdragers kunt u vinden op de volgende internetsite: www.politiekeambtsdragers.nl. Op deze site vindt u alle actuele wet- en regelgeving, circulaires en brochures over politieke ambtsdragers voor het Rijk, de provincie, de gemeente, de waterschappen en ook voor het Koninkrijk en de BES-eilanden voor zover deze afkomstig is van het Ministerie van BZK. U vindt hier dus niet de modelverordeningen van de VNG of de gemeentelijke of provinciale verordeningen.

Voor eventuele nadere vragen kunt u ook contact opnemen met het Ministerie van BZK via postbus.helpdeskpa@minbzk.nl.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

voor deze,

R. Bagchus

Directeur Democratie en Burgerschap

  1. Het pensioengevend inkomen wordt in de ABP-regeling volgens de zogenoemde ‘peildatumsystematiek’ berekend op basis van het vaste inkomen, zoals dat op 1 januari van elk kalenderjaar bekend is, verhoogd met de variabele pensioengevende inkomensbestanddelen van het voorgaande jaar. Het is vanwege de peildatumsystematiek niet mogelijk het pensioengevend inkomen met terugwerkende kracht te wijzigen. De verhoging van het salaris in verband met de wijziging van de salarisbedragen wordt daarom pas pensioengevend in 2018. Om de verhoging in 2017 ook te laten meetellen wordt deze als variabel inkomensbestanddeel behandeld, zodat daarover in 2018 opbouw en afdracht plaatsvindt. Hiervoor wordt berekend wat het ABP-jaarinkomen zou zijn geweest als de salarisverhoging per 1 januari 2017 was doorgevoerd. Het verschil tussen het daadwerkelijke ABP-jaarinkomen 2017 en het herberekende jaarinkomen 2017 wordt als variabel inkomensbestanddeel toegevoegd aan het ABP-jaarinkomen 2018.

    ^ [1]
Terug naar begin van de pagina