Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Toezicht 2017

Geraadpleegd op 22-02-2024.
Geldend van 01-01-2022 t/m 30-04-2022

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 augustus 2017, 2017-0000141577, tot de inrichting van de directie Toezicht, alsmede de toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de onder de directeur ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Toezicht 2017)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 5, onderdeel k, en 12 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal SZW 2017;

Besluit:

§ 1. Begripsbepaling

Artikel 1. Begrippen

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • directeur: de directeur van de directie Toezicht;

  • directie: de directie Toezicht;

  • opdrachtgever: de functioneel leidinggevende van de programmamanager of de projectleider;

  • programmamanager: de functionaris die in zijn rol opdrachtnemer is en verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van één of meer programmaplannen en de realisatie van de programmadoelen binnen de daarvoor gegeven kaders, waaronder begrepen tijd, geld, capaciteit, in het vastgestelde programmaplan;

  • projectleider: de functionaris die in zijn rol verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en realisatie van één of meer projecten en de gestelde doelstellingen;

  • vakgroep: een vakgroep die valt onder de directie Mensen & Middelen van de Nederlandse Arbeidsinspectie;

  • vakgroep P&P: de vakgroep Programma- & Projectmanagement;

  • vakteam: eenheid van de vakgroep P&P waarin medewerkers zijn ondergebracht.

§ 2. Organisatie

Artikel 2. Organisatie directie

  • 1 De directie bestaat uit:

    • a. een aantal programmanagers op tactisch niveau;

    • b. de vakgroep P&P, waarbinnen vakteams zijn ingericht.

  • 2 De programmamanagers op tactisch niveau ressorteren rechtstreeks onder de directeuren Toezicht.

  • 3 De vakgroep P&P ressorteert rechtstreeks onder de directeur Toezicht, die niet tevens de directeur Opsporing is.

  • 4 De vakgroep P&P wordt als volgt geleid:

    • a. aan het hoofd van de vakgroep P&P staat een vakgroephoofd;

    • b. aan het hoofd van ieder vakteam staat een teammanager.

§ 3. Taken en verantwoordelijkheden

Artikel 3. Verantwoordelijkheden programmamanagers op tactisch niveau

De programmanagers op tactisch niveau zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. de functionele aansturing van de medewerkers die ondergebracht zijn in één of meer aan hem opgedragen programma’s of projecten, supervisie op en coördinatie van de programmawerkzaamheden en het rechtstreeks verantwoording afleggen hierover aan de directeur Toezicht die opdrachtgever is;

  • b. de ontwikkeling van het programmaplan en de (door)ontwikkeling van de doelenboom en interventiemix;

  • c. het doorgeleiden van externe signalen ten behoeve van onder meer de risico-analyses en het tijdig melden van bestuurlijke en politieke en maatschappelijke risico’s aan de opdrachtgever en het nemen van beheersmaatregelen;

  • d. het sturen op de realisatie van de programmadoelen binnen de daarvoor gegeven kaders, waaronder begrepen tijd, geld en capaciteit, in het vastgestelde programmaplan;

  • e. het oog houden voor de bijdrage van het programma aan Nederlandse Arbeidsinspectiebrede doelstellingen, het daarop bijsturen en het daartoe leggen van verbinding met andere programma’s;

  • f. het in de P&C-cyclus op programmaniveau aan de opdrachtgever uitbrengen van rapporten waarin de output is gekoppeld aan doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten;

  • g. het zorg dragen voor programmaspecifieke kennisontwikkeling en het actief afstemmen met de betreffende vakgroep of vakgroepen;

  • h. het onderhouden van de relevante externe contacten met samenwerkingspartners en beleidsmakers op tactisch niveau;

  • i. het behandelen van klachten, meldingen, signalen en verzoeken over het niet naleven van wet- en regelgeving door werkgevers en werknemers:

  • j. het verrichten of laten verrichten van onderzoek bij arbeidsongevallen, waaronder begrepen arbeidsongevallen in bedrijven met een hoog risico op zware ongevallen;

  • k. de uitvoering van de taken, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  • l. het verzorgen van de operationele leiding van de interventieteams;

  • m. het functioneel sturing geven aan projectleiders en projectsecretarissen bij het plannen, uitvoeren en evalueren van interventieprojecten;

  • n. het als tactisch manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van Nederlandse Arbeidsinspectiebrede plannen.

Artikel 3a. Verantwoordelijkheden vakgroephoofd P&P

Het vakgroephoofd P&P is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. het leiding geven aan de eigen vakgroep, waaronder begrepen de HRM-taken ten aanzien van de medewerkers, de coaching van de medewerkers en het bevorderen van de sociale cohesie van de eigen vakgroep;

  • b. het afleggen van verantwoording en het rapporteren aan de directeur over bijdragen van de eigen vakgroep aan de uitvoering van het jaarplan van de Nederlandse Arbeidsinspectie;

  • c. het doen van voorstellen aan de directeur Toezicht met betrekking tot het aantrekken en ontslaan van personeel;

  • d. het bijdragen aan de totstandkoming van Nederlandse Arbeidsinspectiebrede producten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdelen a, e, f, g en i, en artikel 8, onderdeel d, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie 2017, binnen de daarvoor geldende departementale kaders dan wel volgens door de inspecteur-generaal dan wel de directeur gegeven richtlijnen;

  • e. het in het kader van het proces van programmeren en alloceren zorg dragen voor een goede vertaalslag van strategische en tactische allocatie naar de feitelijke bemensing van programma’s en projecten;

  • f. het zijn van aanspreekpunt voor vakgroepbrede allocatievraagstukken en knelpunten gedurende de uitvoering van projecten en programma’s;

  • g. het managen van vakinhoudelijke processen en het actief zoeken naar samenwerking en afstemming met overige betrokkenen;

  • h. het zorg dragen voor de borging van vakgroepbrede vakkennis en van kwaliteit en innovatie van werkprocessen;

  • i. het bijdragen aan de ontwikkeling van de strategische personeelsplanning en zorg dragen voor de uitvoering daarvan binnen zijn vakgroep;

  • j. het actief bijdragen aan het platform voor kennisuitwisseling en netwerkbeheer op zijn vakgebied;

  • k. het vervullen van het proceseigenaarschap van het proces Programmatisch- en projectmatig werken, het als tactisch manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van Nederlandse Arbeidsinspectiebrede plannen.

Artikel 3b. Verantwoordelijkheden teammanagers

De teammanagers zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. de aansturing van uitvoerende of ondersteunende medewerkers;

  • b. de organisatie van een professionele thuisbasis voor de medewerkers en het vorm geven van de werkgeversrol, gericht op de vakontwikkeling, continuïteit, vitaliteit en inzetbaarheid van de medewerkers, waaronder in ieder geval de volgende taken worden begrepen:

    • 1°. het bevorderen van de persoonlijke ontwikkeling;

    • 2°. het begeleiden van ziekteverzuim;

    • 3°. het voeren van functionerings- en personeelsgesprekken.

  • c. het in het allocatieproces op dagelijkse basis leveren van de afgesproken kwantitatieve en kwalitatieve capaciteit aan programma’s en projecten en het oplossen van knelpunten rond de inzet van medewerkers;

  • d. het zicht houden op de voortgang van de realisatie van teamdoelen en zo nodig bijsturen;

  • e. het gestructureerd voeren van werkoverleg en behalen van afgesproken resultaten en het opleveren van producten en diensten conform de geldende kaders;

  • f. het zorg dragen voor de borging van kennis en kwaliteit binnen zijn team;

  • g. het rapporteren aan het vakgroephoofd en collega teammanagers met het oog op een optimale inzet van mensen, uniforme wijze van aansturen, kennismanagement en netwerkbeheer;

  • h. het zorg dragen voor de borging van uniformiteit en kwaliteit van vakspecifieke werkprocessen en leveren van input voor richtlijnen en procedures;

  • i. het verzamelen van input op hoofdprocessen vanuit het team;

  • j. het actief vorm geven aan ontwikkelingen, innovaties en verbetermogelijkheden en deze vertalen naar vakinhoudelijke producten en diensten;

  • k. het op tijdige en juiste wijze toepassen van personeelsinstrumenten, waaronder in ieder geval worden begrepen:

    • 1°. start-, functionerings- en personeelsgesprekken;

    • 2°. de ontwikkeling, opleiding en loopbaanbegeleiding van de medewerkers;

  • l. het analyseren van ontwikkelingen, innovaties en verbetermogelijkheden en dit vertalen naar nieuwe vakinhoudelijke producten en diensten;

  • m. de borging van regionale netwerken, voor zover deze programmaoverstijgend zijn;

  • n. het als operationeel manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van Nederlandse Arbeidsinspectiebrede plannen.

Artikel 3c. Taken en verantwoordelijkheden vakgroep P&P

  • 1 De vakgroep P&P draagt ten behoeve van het aansturen of ondersteunen van programma’s en projecten zorg voor het voorzien in vakbekwame programmamanagers, projectleiders of programma- en projectsecretarissen.

  • 2 Van de taak, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgezonderd de programmamanagers op tactisch niveau, die rechtstreeks ressorteren onder de directeur Toezicht.

  • 3 De programmamanagers op operationeel niveau zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

    • a. het opdrachtnemerschap van een of meerdere programma’s;

    • b. de ontwikkeling van het programmaplan en ontwikkeling of doorontwikkeling van de doelenboom en interventiemix;

    • c. het aansturen op de realisatie van de programmadoelen binnen de daarvoor gegeven kaders, waaronder begrepen tijd, geld en capaciteit, in het vastgestelde programmaplan;

    • d. het oog houden voor de bijdrage van het programma aan Nederlandse Arbeidsinspectiebrede doelstellingen, het daarop bijsturen en het daartoe leggen van verbinding met andere programma’s;

    • e. het functioneel aansturen van de medewerkers die onderdeel zijn van het programmateam, waaronder de projectleiders;

    • f. het in de P&C-cyclus op programmaniveau aan de opdrachtgever uitbrengen van rapporten waarin de output is gekoppeld aan doelstellingen en beoogde maatschappelijke effecten;

    • g. het samen met de projectleiders uitvoeren van de personeelszorg en het optreden als referent voor de personeelsgesprekken;

    • h. het zorg dragen voor programmaspecifieke kennisontwikkeling en het actief afstemmen met de betreffende vakgroep(en);

    • i. het onderhouden van de relevante externe contacten met samenwerkingspartners op operationeel niveau;

    • j. het als operationeel manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van Nederlandse Arbeidsinspectiebrede plannen.

  • 4 De projectleiders zijn verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

    • a. het opdrachtnemerschap van een of meerdere projecten;

    • b. het sturen op de realisatie van de projectdoelen; indien het project onderdeel is van een programma, rapporteert de projectleider aan de programmamanager dan wel aan de opdrachtgever;

    • c. het functioneel aansturen van de medewerkers die onderdeel zijn van het projectteam en het vorm geven aan de personele zorg voor zover passend binnen het project; de projectleider is referent voor de personeelsgesprekken van medewerkers die hij functioneel aanstuurt;

    • d. het opstellen van het projectplan, het uitvoeren van het projectplan, het opstellen van projectrapportages en het behalen van resultaten op operationeel niveau, de handhavingscorrespondentie en het zorg dragen voor de bij het project behorende communicatie;

    • e. het aansturen op een optimale bijdrage van het project aan de programmadoelen en het daartoe leggen van verbinding met andere projecten;

    • f. het als operationeel manager participeren in het ontwikkelen en implementeren van Nederlandse Arbeidsinspectiebrede plannen.

§ 4. Bevoegdheden

Artikel 4. Algemeen

De programmamanagers en de projectleiders zijn bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het werkterrein van hun organisatieonderdeel en voor zover zij niet zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal of de directeur.

Artikel 5. Machtiging stillegging in verband met recidive

De onder de directeur Mensen & Middelen ressorterende ambtenaren, belast met toezicht, zijn gemachtigd om een beschikking tot stillegging van werkzaamheden in verband met recidive te effectueren door het treffen van de nodige maatregelen, het geven van de nodige aanwijzingen en het inroepen van de hulp van de sterke arm.

Artikel 6. Mandaat openbaarmaking inspectiegegevens

De onder de directeur Mensen & Middelen ressorterende ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs, de Wet arbeid vreemdelingen en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, zijn bevoegd om namens een bewindspersoon te besluiten tot openbaarmaking van het feit dat na een afgerond onderzoek geen overtreding is geconstateerd.

Artikel 6a. Volmacht en machtiging betreffende personeelsaangelegenheden

  • 1 Aan het vakgroephoofd P&P en de teammanagers wordt volmacht en machtiging verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van medewerkers van de eigen organisatorische eenheid, voor zover het betreft:

    • a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;

    • b. het houden van personeelsgesprekken;

    • c. het beslissen over verlof van medewerkers;

    • d. het toekennen van kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, ten bedrage van minder dan € 250,– per medewerker, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur;

    • e. het accorderen van buitenlandse dienstreizen en declaraties van kosten in verband met buitenlandse dienstreizen op grond van de Reisregeling buitenland.

  • 2 In aanvulling op het eerste lid wordt in het geval een teammanager de beoordeling van een medewerker opmaakt, aan het vakgroephoofd dat boven de teammanager ressorteert ook volmacht en machtiging verleend met betrekking tot het vaststellen van deze beoordeling.

Artikel 7. Volmacht programmamanagers en vakgroephoofd P&P

  • 1 De programmamanagers op tactisch niveau, de programmamanagers op operationeel niveau en het vakgroephoofd P&P zijn binnen de daarvoor geldende departementale, dan wel door de inspecteur-generaal vaststelde financiële kaders gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten ter waarde van ten hoogste € 15.000,– per overeenkomst betreffende de ontwikkeling, uitvoering en verantwoording van programma’s en projecten.

  • 2 Het vakgroephoofd P&P is binnen de daarvoor geldende departementale, dan wel door de inspecteur-generaal vastgestelde financiële kaders gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten ter waarde van ten hoogste € 15.000,– per overeenkomst betreffende:

    • a. het opleiden van medewerkers van de eigen vakgroep binnen de kaders van het door het IG-team goedgekeurde opleidingsplan;

    • b. activiteiten ten behoeve van sociale en functionele cohesie, representatieve aangelegenheden, vergaderingen en recepties voor de eigen vakgroep.

Artikel 7a. Volmacht teammanagers

De teammanagers zijn gevolmachtigd tot het aangaan van overeenkomsten ter waarde van ten hoogste € 3.000,– per overeenkomst betreffende activiteiten ten behoeve van sociale en functionele cohesie, representatieve aangelegenheden, vergaderingen en recepties voor het eigen vakteam binnen de daarvoor geldende departementale, dan wel door de inspecteur-generaal vastgestelde financiële kaders.

Artikel 8. Plaatsvervanging

  • 1 Bij afwezigheid of verhindering van de directeur worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, zijn taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.

  • 2 Bij afwezigheid of verhindering van een programmamanager worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, zijn taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.

  • 3 Bij afwezigheid of verhindering van het vakgroephoofd P&P worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, zijn taken en bevoegdheden geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 31 augustus 2017

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze,

H.C. van Hoorn

directeur Toezicht

L.M.N. Kroon

directeur Toezicht

M.A. Zuurbier

directeur Toezicht

Naar boven