Omzetbelasting, toelichting Tabel I

[Regeling vervallen per 01-01-2018.]
Geraadpleegd op 04-12-2022.
Geldend van 09-09-2017 t/m 31-12-2017

Omzetbelasting, toelichting Tabel I

Dit besluit is een actualisering van het besluit van 4 september 2014, nr. BLKB 2014/123M (Omzetbelasting. Toelichting Tabel I). Er is een aantal tekstuele wijzigingen en inhoudelijke aanwijzingen opgenomen.

§ 1. Inleiding

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Dit besluit geeft een toelichting op de reikwijdte en toepassing van Tabel I bij de Wet op de omzetbelasting 1968. In deze tabel zijn goederen en diensten opgenomen waarvoor het verlaagde btw-tarief geldt.

De relevante inhoudelijke aanwijzingen betreffen:

  • post a 1 (voedingsmiddelen): voor de afbakening van het begrip ‘voedingsmiddelen’ is de aansluiting bij de Warenwet en de daarop gebaseerde Warenwetbesluiten en Warenwetregelingen losgelaten. Gebleken is dat deze aansluiting er soms toe leidt dat producten als voedingsmiddelen kwalificeren waar dat (in de context van deze tabelpost) naar maatschappelijke opvattingen niet het geval hoeft te zijn; alle soorten ijsjes die alcohol bevatten en die als consumptie-ijs worden verkocht, vallen onder de post;

  • post a 2 (granen en peulvruchten die niet zijn te rangschikken onder post a 1): de toelichting op de post is geactualiseerd; ook als granen en peulvruchten als vogelvoer worden verkocht, vallen deze onder de post;

  • post a 4 (rundvee, schapen, geiten, varkens en paarden enz.): de toelichting op onderdeel c van de post (slachtafvallen) is aangepast omdat bij de aanduiding van producten die onder de post vallen ook producten zijn genoemd die al vallen onder post a 1;

  • post a 6 (geneesmiddelen): een verzegelde radioactieve (stralings)bron die binnen het lichaam wordt ingezet bij de zogenoemde brachytherapie (bestrijding van tumoren) valt niet onder de post; aangegeven is wanneer bestanddelen voor nierdialysevloeistoffen onder de post vallen; naalden die onlosmakelijk zijn verbonden met bloedlijnen of infusiesets vallen onder deze post; bepaalde tandpasta’s en zonnebrandmiddelen vallen onder de post als gevolg van een uitspraak van de Hoge Raad; de begrippen toedienings- en aandieningscriterium zijn verduidelijkt;

  • post a 7 (diergeneesmiddelen): de toelichting op de post is aangepast aan de nieuwe regelgeving (Wet Dieren);

  • post a 8 (verbandmiddelen): loopsteunen, producten die luxatie van de heup voorkomen en producten die de knie ondersteunen als de kruis- of kniebanden zijn gescheurd, vallen niet onder de post omdat zij niet zijn aan te merken als spalken die een gewricht fixeren; een electrode die of een ander product dat wordt gebruikt voor het dichtbranden van een wond is geen hechtmiddel in de zin van de post; een zogenoemde vesselsealer die wordt gebruikt voor het sealen van bloedvaten waardoor het bloeden stopt, is geen hechtmiddel in de zin van de post; producten die als functie hebben het dichtbranden van gedurende een ingreep ontstane beschadigingen van het lichaamsweefsel vallen niet onder de post; een redressiehelm is geen spalk in de zin van de post; plaswekkers vallen onder de post (ook als ze niet op batterijen werken);

  • post a 29 (kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten): giclée art prints vallen onder de post; het onderdeel over de verhuur van kunstvoorwerpen dat tot nu toe in onderdeel 6 van de toelichting was opgenomen is voortaan opgenomen in onderdeel 3.8 omdat dat onderdeel mede ziet op de verhuur van kunstvoorwerpen door instellingen van kunstuitleen; de in onderdeel 3.8 opgenomen goedkeuring voor betalingen door abonnementhouders van instellingen voor kunstuitleen is vervallen. Voortaan is het abonnementsgeld belast en wordt bij een eventuele aankoop van een kunstwerk door de abonnementhouder alleen btw verschuldigd over de eventuele bijbetaling door de abonnementhouder. Een zogenoemd koop- of spaartegoed dat in mindering wordt gebracht op de verkoopprijs wordt aangemerkt als een korting op de verkoopprijs. Er is een overgangsregeling opgenomen;

  • post a 31 (braille-papier enz.): brillen met zogenoemde filterlenzen met een selectieve absorptie van meer dan 400 Nn van het licht met korte golflengte zijn aan te merken als hulpmiddelen voor visueel gehandicapten en vallen onder de post; zogenoemde tafelloeplampen vallen onder de post;

  • post a 32 (gas en minerale olie voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten enz.): het vereiste dat de leverancier van het gas bij de aanvang van het kalenderjaar per aansluiting over een verklaring moet beschikken en het vereiste dat de verklaring moet worden verstrekt voorafgaand aan de levering, vervallen; waterplanten zijn wél aan te merken als tuinbouwproduct (sierteelt), algen niet. Algen die voor menselijke consumptie zijn bestemd, vallen onder post a 1;

  • post a 34 (invalidenwagentjes en invalidenkrukken; sta-opstoelen; hooglaagbedden): een elektronisch all-terrainvoertuig dat specifiek is ontworpen voor invaliden en minder validen en waarmee onder zware rijomstandigheden en niet harder dan 20 km/u kan worden gereden, is aan te merken als een invalidenwagentje in de zin van de post; ventrale, dorsale en combiloophulpen vallen onder de post; aangegeven is wanneer een driewieler of ligfiets kwalificeert als een invalidenwagentje in de zin van de post;

  • post a 35 (kunstledematen enz.): in onderdeel 6 van de toelichting wordt niet langer verwezen naar de gecombineerde nomenclatuur: alle platen, pennen en schroeven enz. die worden gebruikt bij de behandeling van breuken in het beendergestel vallen onder de post. De producten behoeven daarbij niet meer blijvend in het lichaam te worden geplaatst; de zogenoemde ‘liftware lepel’ valt onder de post; de toelichting op ‘tandheelkundige producten’ is geactualiseerd; een stomadouche en een plakverwarmer zijn aan te merken als hulpmiddelen voor stomapatiënten en vallen derhalve onder de post; de zogenoemde OSC-schoen is aan te merken als een orthopedische schoen die onder de post valt. Een OSC-schoen is een (confectie) schoen die op medisch voorschrift is aangepast door een orthopedisch technicus; redressiehelmen (helmen die schedelafwijkingen van babies en jonge kinderen beogen te corrigeren) vallen niet onder de post; loopsteunen, producten die luxatie van de heup voorkomen en producten die de knie ondersteunen als de kruis- of kniebanden zijn gescheurd, vallen niet onder de post als ze niet op maat zijn gemaakt en/of als ze verkrijgbaar zijn in internetwinkels; de post is niet van toepassing op kunstledematen voor dieren; een zogenoemd EMG-systeem dat is ontwikkeld voor de diagnose en behandeling van problemen als incontinentie is geen spierstimulator in de zin van de post;

  • post a 36 (hulpmiddelen die plegen te worden aangewend voor het onderhuids toedienen van insuline enz.): pomptuigjes voor kinderen, afstandsbedieningen voor insulinepompen en riemen voor been- of taillezakjes vallen onder de post; kledingstukken met zakjes om insulinepompjes in op te bergen, vallen niet onder de post;

  • post a 37 (meetapparatuur enz., katheters enz.): de toelichting op het onderdeel ‘katheters’ is aangepast. Duidelijker is aangegeven dat het begrip ‘katheter’ naar maatschappelijke opvattingen en passend binnen doel en strekking van de wet moet worden uitgelegd. De transportfunctie van de katheter staat daarbij voorop. Dat betekent dat producten die bijvoorbeeld primair de functie van een chirurgisch instrument hebben niet (meer) als katheters kunnen worden aangemerkt;

  • post a 41 (land- en tuinbouwzaden voor zover dienende voor de teelt van de in deze tabel genoemde producten en oliehoudende zaden): bij ’oliehoudende zaden’ (onderdeel 3 van de toelichting op de post) zijn – gelet op de algemene aantekening bij Tabel I – niet langer hennepzaden genoemd;

  • post a 44 (stro en veevoeders): hennepstro en hennepstrooisel vallen onder de post; de toelichting op de post is aangepast omdat per 1 januari 2013 de Kaderwet Dieren is vervallen; granen en peulvruchten die als vogelvoer worden verkocht, vallen onder post a 2;

  • post a 48 (sierteeltproducten enz.): waterplanten zijn wél aan te merken als sierteeltproducten, algen niet. Algen die voor menselijke consumptie zijn bestemd, vallen onder post a 1; de alinea over hoe fiscaal dient te worden omgegaan met samengestelde bloemwerken is vervallen. Die regeling is opgenomen in een brancheconvenant met als annex een brief. Beiden zijn te vinden op de website van de Belastingdienst; gestabiliseerde bloemen vallen niet onder de post;

  • post b 3 (het geven van gelegenheid tot sportbeoefening en baden): het tegen vergoeding ter beschikking stellen van een ruimte die speciaal is ingericht voor de beoefening van de bridgesport, valt onder de post; aangegeven is dat bowlen een sport is en dat een bowlingbaan is aan te merken als een sportaccommodatie; beweegprogramma’s voor mensen met Parkinson, reuma of MS zijn aan te merken als het gelegenheid geven tot sportbeoefening als bedoeld in de post;

  • post b 8 (het schilderen en stukadoren van woningen na meer dan twee jaren na het tijdstip van eerste ingebruikneming): bij de definitie van het begrip ‘woning’ is aangegeven dat het bij panden die deels als woning en deels als bedrijfspand worden gebruikt en die in hun geheel als woning mogen worden aangemerkt, niet relevant is of de panden zijn gesplitst in appartementsrechten; de toelichting in onderdeel 4.4 waar het betreft het schuren en lakken van parketvloeren is verduidelijkt; het aanbrengen van flakes (bijvoorbeeld op trappen) is aan te merken als het aanbrengen van een verfsysteem en valt onder de post. Mits sprake is van een verfproduct, valt ook het aanbrengen van een giet- of coatingvloer onder het verlaagde btw-tarief; het aanbrengen van wrapfolie op objecten (zoals bijvoorbeeld keukendeuren) valt niet onder de post;

  • post b 9 (personenvervoer): de tekst van de post is aangepast aan de per 5 februari 2014 gewijzigde tekst van de Wet personenvervoer 2000 (Fiscale Verzamelwet 2015); in onderdeel 3.2 is ingevoegd dat het verlaagde btw-tarief geldt als de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel h, van de wet niet van toepassing is;

  • posten b 10 (het geven van gelegenheid tot kamperen binnen het kader van het kamp- en vakantiebestedingsbedrijf enz.) en b 11 (het verstrekken van logies binnen het kader van het hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijf enz.): voor de uitleg van het begrip ‘korte periode’ is aangesloten bij de uitleg van dat begrip in het besluit ‘Omzetbelasting. Levering en verhuur van onroerende zaken, BLKB 2013/1686’ van 19 september 2013;

  • post b 11 (het verstrekken van logies binnen het kader van het hotel-, pension- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen die daar slechts voor een korte periode verblijf houden): in het onderdeel 5 dat gaat over huisvesten van asielzoekers is de term ‘tijdelijk’ in onderdeel 5.1 vervangen door ‘verblijf voor een korte periode’, zodat onderdeel 4 en 5 van de toelichting in dat opzicht met elkaar in overeenstemming zijn. Verder is de aanduiding van het ministerie waaronder het COA valt geactualiseerd: het COA valt nu onder het ministerie van Veiligheid en Justitie;

  • post b 13 (diensten aan landbouwers enz): drone- en gps-werkzaamheden vallen onder de post omdat ze worden aangemerkt als werkzaamheden van een agrarisch loonbedrijf; zelfstandige, onsplitsbare diensten (zoals het opmaken van een jaarrekening en het voorbereiden van btw-aangiften) die door boekhoud- en belastingadviesbureaus worden verricht aan ondernemers die slechts deels zijn aan te merken als landbouwers enz. vallen onder de post mits de dienst door de afnemer voor tenminste een deel (mede) wordt gebruikt voor het landbouw-, bosbouw- of veeteeltgedeelte van zijn onderneming; een nertsenfokker kwalificeert naar maatschappelijke opvattingen als veehouder in de zin van de post; de dienst die bestaat in het laten begrazen door schapen van natuurgebieden valt onder de post; onderdeel 5 van de toelichting is aangepast – de diensten van boekhoud- en belastingadviesbureaus zijn opgesomd in bijlage 2 bij het besluit; bedrijfsdoorlichting door boekhoud- en belastingadviesbureaus valt onder de post;

  • post b 14 (het verlenen van toegang tot c. openbare musea of verzamelingen enz.): het verlenen van toegang tot steigers en dakgoten rond een monumentale kerk om reliëfs, luchtboogfiguren of andere beelden aan de buitenkant van die kerk te bezichtigen, valt onder de post;

  • post b 16 (de oplevering van roerende zaken als bedoeld in onderdeel a door degene die de zaken heeft vervaardigd): het op medisch voorschrift aanpassen door een orthopedisch technicus van confectieschoenen leidt tot de vervaardiging en oplevering van nieuw orthopedisch schoeisel dat onder de post valt;

  • post b 17 (het optreden door uitvoerende kunstenaars): het geven van gelegenheid tot deelname aan een optreden en het organiseren van optredens zijn prestaties die in een te ver verwijderd verband staan met het optreden van de uitvoerende kunstenaar. Die prestaties vallen niet onder de post;

  • post b 19 (het aanbrengen van isolatiemateriaal enz.): polyurethaan (PUR/PIR) is isolatiemateriaal in de zin van de post; de post is niet van toepassing op de arbeidscomponent die ziet op het vervangen van een bestaand kozijn in het kader van het aanbrengen van extra isolerend glas;

  • post b 21 (renovatie en herstel van woningen enz.): vanaf 1 juli 2015 is het verlaagde btw-tarief niet langer van toepassing op renovatie- en herstelwerkzaamheden in en aan een woning; reconditionering van brand-, roet- en waterschade aan woningen valt onder de post; lekdetectie valt niet onder de post; het verlaagde btw-tarief is van toepassing op de arbeidscomponent van renovatiewerkzaamheden die betrekking hebben op de bedrijfsruimte van een pand dat voor meer dan 50% bestaat uit woningen; het verlaagde btw-tarief is van toepassing op de arbeidscomponent van de kosten van een verbouwing van een kantoorgedeelte van een pand tot appartementen als het pand voorafgaand aan de verbouwing voor meer dan 50% bestaat uit woningen ouder dan twee jaar; de post is van toepassing op renovatie en herstel van een pand dat zowel vóór, tijdens als na voltooiing van de renovatie uitsluitend een woonbestemming heeft, maar dat na de renovatie feitelijk niet langer wordt gebruikt voor bewoning.

§ 2. Gebruikte begrippen en afkortingen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Waar in het besluit het begrip ‘levering’ wordt gebruikt, moeten daaronder ook de intracommunautaire verwerving en invoer worden begrepen.

De in dit besluit gehanteerde term ‘aan de hand van het spraakgebruik’ moet worden gelezen als synoniem van ‘naar maatschappelijke opvattingen’.

§ 3. Algemene opmerkingen bij de tabelposten

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

§ 3.1. Btw-tarief bij invoer

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

De manier waarop het btw-tarief bij invoer wordt bepaald, is vastgelegd in artikel 20 van de wet. Uit dit artikel blijkt dat voor de bepaling van het btw-tarief alleen de omzetbelastingwetgeving (en niet de douanewetgeving) van belang is. Het verlaagde btw-tarief is dus alleen van toepassing als de goederen zijn te rangschikken onder één van de posten van Tabel I. De douanewetgeving is alleen van belang als daar uitdrukkelijk bij wordt aangesloten.

§ 3.2. Samengestelde prestaties

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

§ 3.2.1. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Bij transacties die uit meerdere leveringen en/of diensten bestaan (samengestelde prestaties) moet voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief van Tabel I eerst worden bepaald of sprake is van één levering of één dienst of van meerdere afzonderlijke leveringen en/of diensten.

§ 3.2.2. Kwalificatieregels

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Voor de beoordeling van samengestelde prestaties gelden de criteria zoals omschreven door het HvJ in met name de uitspraken van 25 februari 1999, Card Protection Plan, zaak C-349/96, punten 28 t/m 31, en 27 oktober 2005, Levob, zaak C-41/04, punten 18 t/m 22. Voor de toepassing van die criteria is niet van belang of de te beoordelen prestaties alleen leveringen of diensten zijn. De criteria gelden ook voor combinaties van een levering van goederen en (bijkomende) diensten en omgekeerd.

§ 3.2.3. Belang van alle feiten en omstandigheden

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Bij de kwalificatie van een samengestelde prestatie moet rekening worden gehouden met alle feiten en omstandigheden. Uit arresten van het HvJ over de kwalificatie van prestaties casu quo de eenheid van prestatie volgt dat er geen eenvoudige absolute splitsingsregel bestaat die voor alle gevallen tot een correcte uitkomst leidt.

§ 3.2.4. In beginsel afzonderlijk beschouwen tenzij economisch sprake is van één geheel

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Elke prestatie (levering of dienst) moet normaliter als onderscheiden en zelfstandig worden beschouwd. Dat geldt in beginsel ook voor de afzonderlijke prestaties die deel uitmaken van een samengestelde prestatie. Als echter economisch gesproken, bezien vanuit de positie van de modale consument (objectief) één prestatie wordt verricht, moet deze niet kunstmatig uit elkaar worden gehaald. Van één prestatie is sprake als de samenstellende onderdelen van de prestatie zeer nauw met elkaar zijn verbonden en die elementen afzonderlijk niet het vereiste praktische nut hebben.

§ 3.2.5. Eén vergoeding is niet doorslaggevend

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Voor de beoordeling of sprake is van één of meer prestaties is het feit dat door de leverancier van de goederen of diensten één prijs in rekening wordt gebracht niet van doorslaggevende betekenis. Het gaat om de zienswijze van de modale consument. Het berekenen van één prijs kan wel een aanwijzing zijn. De omstandigheid dat één vaste prijs wordt berekend ongeacht of naast de hoofdprestatie ook andere prestaties worden afgenomen, zal er sneller toe leiden dat die andere prestaties als bijkomende prestaties worden aangemerkt (zie paragraaf 3.2.7).

§ 3.2.6. Kenmerken bepalen kwalificatie

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Bij een samengestelde prestatie bepalen de meest kenmerkende elementen van die prestatie of het geheel is aan te merken als één levering of dienst en hoe die prestatie moet worden gekwalificeerd, rekening houdend met de zienswijze van de modale consument.

§ 3.2.7. Bijkomende prestaties

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Bijkomende prestaties zijn prestaties die voor de modale consument geen doel op zich vormen. Zij maken de hoofdprestatie aantrekkelijker of zijn een middel om daarvan zo goed mogelijk te profiteren. Bijkomende prestaties zijn prestaties die samen met de hoofdprestatie worden verricht (in één transactie), die een kleine invloed hebben op de totaalprijs van de betreffende transactie en die door de leverancier van de hoofdprestatie worden verricht. Voor bijkomende prestaties geldt hetzelfde btw-tarief als voor de hoofdprestatie waaraan zij ondergeschikt zijn.

§ 3.2.8. Splitsen vergoeding

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Bij een samengestelde prestatie tegen één vergoeding die voor de tarieftoepassing in zelfstandige delen moet worden gesplitst, bestaan voor de methode van splitsing de volgende mogelijkheden:

  • de toerekening vindt plaats op basis van de gangbare prijzen (marktwaardemethode);

  • de vergoedingen voor de verschillende deelprestaties zijn in beginsel evenredig aan de bedragen die voor de verschillende prestaties als zodanig in rekening zijn gebracht/ontvangen;

  • de vergoeding kan aan de verschillende deelprestaties worden toegerekend op basis van de verhouding van de inkoopprijzen of kostprijzen;

  • de toerekening van de vergoeding aan de verschillende deelprestaties moet worden geschat (waarbij eventueel rekening wordt gehouden met de kostprijzen van de onderscheiden prestaties).

De belastingplichtige moet bij de splitsing van een vergoeding de marktwaardemethode hanteren, tenzij hij kan aantonen dat de methode van de werkelijke kosten voor het betrokken heffingstijdvak de werkelijke samenstelling van de als een geheel geleverde prestaties getrouw weergeeft.1

§ 4. Bijzondere situaties

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

§ 4.1. Verpakkingen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Verpakkingen dienen als omhulsel voor (andere) producten. Bij het begrip ‘verpakkingen’ kan worden gedacht aan:

  • wegwerpverpakkingen (bijv. het plastic, papieren, kartonnen, glazen of kunststof omhulsel van goederen);

  • kratten.

Verpakkingen zijn voor de modale afnemer niet meer dan een onderdeel van de producten die hij koopt. De verpakking gaat op in de levering van het product. Cadeauverpakkingen zijn in de regel een vorm van bijkomend dienstbetoon.

Bijzondere verpakkingen die voor de consument een zelfstandige gebruikswaarde hebben, moeten onder omstandigheden wel afzonderlijk worden beschouwd. Dat is bijvoorbeeld het geval als de verpakking een geldswaarde vertegenwoordigt die gelet op de waarde van het verpakte product aanzienlijk is (en die ook tot uitdrukking komt in de verkoopprijs van de combinatie).

§ 4.2. Verpakte combinaties van goederen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Combinaties van goederen kunnen ook samen verpakt worden aangeboden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een kerstpakket dat een verpakte combinatie vormt van onder post a 1 vallende eet- en drinkwaren, alcoholische dranken (algemeen btw-tarief) en gebruiks- of cadeauartikelen (algemeen btw-tarief). Voor de tarieftoepassing moeten de goederen die tot de combinatie behoren steeds afzonderlijk in aanmerking worden genomen, mits deze goederen ook afzonderlijk voor de modale consument te verkrijgen zijn.

§ 4.3. Candy novelties

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

’Candy novelties’ bestaan uit een combinatie van goederen waarbij bepaalde goederen onder het verlaagde btw-tarief vallen (meestal snoepgoed) en andere goederen (meestal speelgoed) onder het algemene btw-tarief. Candy novelties worden voor één prijs verkocht en op verschillende manieren aangeboden. Het komt voor dat het snoepgoed in het speelgoed is ‘verpakt’, maar de omgekeerde situatie is ook mogelijk. In een aantal gevallen worden het snoepgoed en het speelgoed los van elkaar, maar als één combinatie, aangeboden.

Candy novelties hebben betrekking op een breed assortiment goederen waarbij de waarde van de samenstellende delen sterk kan variëren. Bijvoorbeeld:

  • chocolade-eieren die speelgoedfiguurtjes bevatten;

  • speelgoedfiguurtjes waaraan snoepgoed is bevestigd;

  • plastic vormpjes met bijgeleverde bakmix, chocolade, kleurmiddelen e.d., waarmee kinderen zelf koekjes, figuurtjes en dergelijke kunnen maken;

  • ‘feest’pakketjes voor kinderen, bestaande uit zakjes die gevuld zijn met snoepgoed, kauwgom en dergelijke en speelgoedpoppetjes of ballonnen.

Voor de tarieftoepassing op een als candy novelty aan te merken combinatie van goederen geldt als uitgangspunt dat de verschillende delen (het snoepgoed en het speelgoed) afzonderlijk worden beoordeeld. Dit geldt niet als de zelfstandigheid van de delen verloren is gegaan of als één der delen ten opzichte van de andere delen zodanig belangrijk is dat de andere delen daarin kunnen worden geacht te zijn opgegaan. Als een ondernemer geen splitsing kan of wil aanbrengen tussen het snoepgoed en het speelgoed, moet de candy novelty worden belast naar het algemene btw-tarief.

Als de verkoopprijs (inclusief btw) van een candy novelty minder dan € 1,50 bedraagt, kan op de levering ervan het verlaagde btw-tarief worden toegepast. Voor deze gevallen wordt er door de in de praktijk opgedane ervaringen van uitgegaan dat het snoepgoed het kenmerkende element van de prestatie is en het bijgeleverde speelgoedfiguurtje alleen is bedoeld om het snoepgoed aantrekkelijker te maken. Dit geldt ook bij grootverpakkingen als de individuele candy novelty als zodanig op de markt wordt gebracht voor een prijs die lager is dan € 1,50.

§ 4.4. Paarden

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Pensionstalling van paarden

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

De door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch2 bepaalde driedeling in acht nemende, kan de ondernemer uitgaan van de navolgende toedeling van het bedrag dat aan de klant in rekening wordt gebracht voor de pensionstalling van paarden. 3

Ruitersportcentra met pensionstalling met zowel een buiten- als een binnenrijbaan (rijaccommodatie):

1/3

verhuur box v

rijgesteld van btw

1/3

gelegenheid bieden tot sportbeoefening verlaagd btw-tarief

1/3

overige prestaties

algemeen btw-tarief

Ruitersportcentra met pensionstalling met alleen een buitenrijbaan:

35%

verhuur box

vrijgesteld van btw

12,5%

gelegenheid bieden tot sportbeoefening

verlaagd btw-tarief

52,5%

overige prestaties

algemeen btw-tarief

Pensionstalling met alleen stalling en géén rijbaan:

35%

verhuur box

vrijgesteld van btw

65%

overige prestaties

algemeen btw-tarief

Het betreft hier een met de branche overeengekomen richtlijn. Wanneer een ondernemer van deze richtlijn wenst af te wijken omdat naar zijn mening zijn situatie wezenlijk afwijkt van de hiervoor opgenomen richtlijnen, dient hij dit aannemelijk te maken.

§ 4.5. Bezorgkosten

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Als de ondernemer goederen levert en hij ook degene is die zich verbonden heeft de goederen bij de klant te bezorgen, is voor wat de bezorging betreft sprake van een bijkomende prestatie die opgaat in de levering van de goederen. Bij levering van goederen naar verschillende btw-tarieven moeten de bezorgkosten naar verhouding van de vergoedingen exclusief de bezorgkosten worden toegerekend.

§ 5. Toelichting op de tabelposten

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Post A 1

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

voedingsmiddelen, te weten:

  • a. eet- en drinkwaren die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie;

  • b. producten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor de bereiding van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren en daarin geheel of ten dele opgaan;

  • c. producten die zijn bestemd om te worden aangewend als aanvulling op dan wel ter vervanging van de onder a bedoelde eet- en drinkwaren;

met dien verstande dat tot de voedingsmiddelen niet worden gerekend alcoholhoudende dranken;

2. Voedingsmiddelen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

2.1. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

De meeste voedingsmiddelen kunnen worden gerangschikt onder post a 1, onderdeel a (eet- en drinkwaren). De onderdelen b en c van de post zijn opgenomen om te bereiken dat deze producten, als zij niet rechtstreeks kunnen worden aangemerkt als eet- en drinkwaren, ook vallen onder het begrip voedingsmiddelen. Met voedingsmiddelen worden alleen producten bedoeld die zijn bestemd voor oraal gebruik. De vorm van de voedingsmiddelen is niet van belang; zowel verse, bereide als verduurzaamde voedingsmiddelen vallen onder de post.

Voor de uitleg van het begrip ‘voedingsmiddelen’ zijn de maatschappelijke opvattingen leidend.

2.2. Levering of dienst

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Het verstrekken van voedingsmiddelen voor gebruik ter plaatse binnen het kader van het hotel-, café-, restaurant-, pension- en aanverwant bedrijf is een dienst. Deze verstrekkingen vallen niet onder post a 1, maar worden in post b 12 onder het verlaagde btw-tarief gebracht.

De verstrekking van voedingsmiddelen in snackbars, snackwagens of bioscoopfoyers vormt een levering van goederen. Als de diensten overheersen waarmee de levering van de eetwaren gepaard gaat, is sprake van een dienst.

De activiteiten van een partyservice vormen dienstverrichtingen tenzij spijzen worden geleverd zonder verder aanvullende diensten te verrichten of wanneer blijkens andere bijzondere omstandigheden de levering van de spijzen het overheersende bestanddeel van de handeling is.4

3. Eet- en drinkwaren (onderdeel a van de post)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Het begrip eet- en drinkwaren moet ruim worden opgevat. De maatschappelijke opvattingen over wat het begrip inhoudt, zijn daarbij leidend. Ook producten die pas geschikt zijn voor menselijke consumptie na een bepaalde bewerking (zoals het ontdoen van de schil) of na bereiding (toevoeging van water, koken, opwarmen en dergelijke) vallen eronder.

Het moet gaan om eet- en drinkwaren die bestemd zijn en normaliter ook worden gebruikt voor menselijke consumptie. De daadwerkelijke bestemming en de vraag of ze uiteindelijk worden geconsumeerd, is dus niet van belang.

Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:

  • snoepgoed, waaronder kauwgom;

  • water dat niet onder post a 28 valt maar dat specifiek als voedingsmiddel herkenbaar is, bijvoorbeeld gesteriliseerd en gedemineraliseerd water;

  • alle soorten ijsjes die alcohol bevatten en die als consumptie-ijs worden verkocht. Dit geldt ook voor de zogenoemde push-up waterijsjes met alcohol. Het maakt daarbij niet uit of de koper deze ijsjes nog zelf moet invriezen, omdat het de bedoeling is dat het product als een ijsje en niet als drank wordt geconsumeerd.

Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:

  • pruimtabak en dergelijke genotmiddelen;

  • producten die in het algemeen niet door mensen worden geconsumeerd, zoals bevroren spiering die als aasvis wordt verkocht aan sportvissers.

4. Ingrediënten (onderdeel b van de post)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Onderdeel b van de post betreft producten die kennelijk zijn bestemd om te worden aangewend voor de bereiding van de in onderdeel a van de post bedoelde eet- en drinkwaren en die daarin geheel of ten dele opgaan.

Met het begrip bereiding wordt gedoeld op zowel de huishoudelijke als de industriële bereiding van eet- en drinkwaren. Voor de voedingsmiddelenindustrie gaat het om producten als vruchtenpulp, diverse extracten, conserveringsmiddelen en geur-, kleur- en smaakstoffen. Meer in het algemeen kan worden gedacht aan producten als gist, meel, bak- en braadmiddelen, kruiden, specerijen, zout, aroma's en essences.

Bij ingrediënten gaat het om een breed scala aan producten: niet alleen producten die zijn vervaardigd uit natuurlijke grondstoffen maar ook producten die zijn vervaardigd uit chemische grondstoffen. Producten waarvan alleen bepaalde − bijvoorbeeld aromatische − bestanddelen opgaan in de eet- en drinkwaren zijn ook aan te merken als ingrediënten (zoals koffie, thee, kruidnagels en laurierbladeren).

Soms moet binnen een groep producten een onderscheid worden gemaakt tussen producten die kennelijk wél voor menselijke consumptie zijn bestemd (verlaagd btw-tarief) en producten die kennelijk niet voor menselijke consumptie zijn bestemd (algemeen btw-tarief).

Voorbeelden:

Wel bestemd voor menselijke consumptie

Niet bestemd voor menselijke consumptie

tafelazijn

schoonmaakazijn

koolzuurgas (CO2) dat, gelet op de cilinder waarin het wordt geleverd, uitsluitend kan worden aangewend voor de bereiding van koolzuurhoudende frisdranken waarin het opgaat

koolzuurgas voor andere toepassingen

tuinkruiden: tuinkruiden die plegen te worden aangewend voor menselijke consumptie

tuinkruiden die (vrijwel) uitsluitend worden aangewend als grondstof voor de bereiding van geneesmiddelen

kaascoating die ter conservering op de kaaskorst wordt aangebracht en die geschikt is voor consumptie

kaascoating, zoals ‘plasticoat’, die niet geschikt is voor menselijke consumptie

Niet onder de post vallen essentiële oliën (ook wel etherische oliën genoemd) omdat ze gewoonlijk niet zijn bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren. Het gaat hier om sterk geurende oliën, bereid uit kruiden, planten of bomen, die worden gebruikt als luchtverfrisser, bij de lichaamsverzorging en in het kader van aromatherapie.

Ook plantaardige olie die wordt geleverd om te worden gebruikt als motorbrandstof valt niet onder de post.

De levering van stikstofcapsules, gevuld met lachgas, die zijn bestemd voor de bereiding van slagroom, is niet belast naar het verlaagde btw-tarief. Het lachgas wordt wel gebruikt voor de bereiding van de slagroom, ze gaat echter niet geheel of ten dele daarin op.

5. Producten die zijn bestemd als aanvulling op of als vervanging van de in onderdeel a van de post bedoelde eet- en drinkwaren (onderdeel c van de post)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

5.1. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Onderdeel c van de post betreft producten die zijn bestemd om te worden aangewend als aanvulling op of als vervanging van de in onderdeel a van de post bedoelde eet- en drinkwaren. Deze producten kunnen mogelijk niet in de strikte zin van het woord worden beschouwd als voedingsmiddelen maar het is wenselijk dat zij toch daaronder worden begrepen. Te denken valt aan voedingspreparaten en/of voedingssupplementen zoals vitaminen, mineralen, kruidenpreparaten, vermageringsproducten en vezeltabletten. Haarlemmerolie, een product dat wordt aangeprezen als een huismiddel ter bestrijding van tal van kwalen en ongemakken bij mens en dier, is vanwege de vele aanwendingsmogelijkheden niet aan te merken als een voedingspreparaat.

5.2. Kruidenpreparaten

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:

  • kruidenextracten waarvan volgens de gebruiksaanwijzing per keer enige druppels in water moeten worden opgelost;

  • kruidenhoestsiropen;

  • bloesem- en bloemenremedies. Bloesem- en bloemenremedies zijn tincturen – gemaakt van de bloesems van wilde struiken, bomen en planten – waarmee menselijke emoties worden beïnvloed;

  • door homeopaten verstrekte (kruiden)preparaten die niet zijn aan te merken als geneesmiddel in de zin van post a 6 van Tabel I.

Als de hiervoor opgesomde producten in vloeibare vorm worden geleverd, bevatten zij soms alcohol. Als volgens het gebruiksvoorschrift slechts enkele malen per dag een kleine hoeveelheid mag worden ingenomen – bijvoorbeeld enkele druppels of een lepel – worden zij niet als alcoholhoudende dranken aangemerkt.

Kruidenpreparaten die opgelost in alcohol in de handel worden gebracht, vallen niet onder de post. Deze producten worden aangemerkt als alcoholhoudende dranken. Te denken valt aan kruidenwijn en op likeuren lijkende kruidenextracten. Kruidendranken met een alcoholgehalte van niet meer dan 1,2% worden niet aangemerkt als alcoholhoudende dranken.

6. Alcoholhoudende dranken

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

6.1. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Alcoholhoudende dranken worden niet aangemerkt als voedingsmiddelen en vallen derhalve onder het algemene btw-tarief. Voor het onderscheid tussen alcoholvrije en alcoholhoudende dranken is het alcoholgehalte van belang. Voor bier (waaronder ook de mengsels van bier met wijn of limonade) ligt de grens op 0,5%. Voor andere alcoholhoudende dranken zoals wijn, port, sherry en gedistilleerd ligt de grens op 1,2%. Met het begrip dranken wordt gedoeld op producten die naar maatschappelijke opvatting als zodanig worden aangemerkt. In verband hiermee vallen onder het begrip alcoholhoudende dranken ook samengestelde alcoholhoudende dranken zoals advocaat, boerenjongens en boerenmeisjes. Eetwaren die alcoholhoudende stoffen bevatten (zoals bonbons en consumptie-ijsjes die alcohol bevatten) vallen niet onder het begrip alcoholhoudende dranken maar onder het begrip voedingsmiddel. De vergoeding voor alchoholhoudende dranken (ook bij all-in prijzen voor eten en drinken) valt nooit onder het verlaagde btw-tarief.

6.2. Alcoholhoudende essences

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Alcoholhoudende essences worden niet als alcoholhoudende dranken aangemerkt. Als zij kennelijk zijn bestemd voor de bereiding van eet- en drinkwaren die aan het verlaagde btw-tarief zijn onderworpen, vallen zij onder het verlaagde btw-tarief.

7. Verstrekking van voedingsmiddelen door commerciële internaten

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Commerciële internaten houden zich bezig met het verlenen van volledige verzorging van de aan hun zorgen toevertrouwde minderjarigen. De dienstverlening van de commerciële internaten bestaat onder meer uit het verlenen van huisvesting en bewassing en het vormen en begeleiden van de minderjarigen. De samenstellende elementen van deze dienstverlening zijn zo nauw met elkaar verbonden dat zij één prestatie vormen, waarop het algemene btw-tarief van toepassing is. Internaten verstrekken ook voedingsmiddelen. Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat het deel van de vergoeding dat is toe te rekenen aan de verstrekking van de in deze post bedoelde voedingsmiddelen wordt belast naar het verlaagde btw-tarief. Dat gedeelte wordt gesteld op de aan de voedingsmiddelen toe te rekenen kosten, met inbegrip van een toe te rekenen deel van de constante algemene kosten, vermeerderd met een op basis van de totale kosten bepaald deel van de winst.

Post A 2

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

2. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

De post heeft betrekking op de granen en peulvruchten die niet als voedingsmiddel als bedoeld in post a 1 kunnen worden aangemerkt.

3. Granen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Onder de post vallen bijvoorbeeld tarwe, rogge, haver, maïs, rijst, sorghumzaad, milletzaad, gierst, gerst en gort. Granen en peulvruchten die als vogelvoer worden verkocht, vallen onder de post. Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat de post ook van toepassing is als aan het vogelvoer voor maximaal 5% oliehoudende zaden zijn toegevoegd.

Voorbeelden van goederen die onder de post kunnen worden gerangschikt:

  • gepeld en gebroken graan;

  • rijstmeel (ook rijstvoedermeel), gerstvoermeel en havermoutafvalmeel;

  • zemelgrint;

  • maïs-, rogge- en tarwekiemen;

  • boekweit en boekweitdoppen;

  • mengsels die uitsluitend al dan niet gebroken granen en/of meel en bloem van granen bevatten.

Als er andere bestanddelen worden toegevoegd zoals (gemalen) veekoeken, dierlijke eiwitten, vitaminen en mineralen vallen de mengsels niet onder de post. Niet onder de post vallen pellets (kleine brokken die worden gemaakt door het persen van verschillende soorten meel en bloem).

4. Peulvruchten

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Getoaste sojabonen vallen onder de post. Dit zijn sojabonen waaruit – door verhitting met stoom – een stof wordt verwijderd die de groei van eenmagige dieren belemmert.

Niet onder de post vallen:

  • voor de teelt van peulvruchten bestemde zaden en serradellazaad. Wel vallen deze zaden onder post a 41;

  • erwten- en bonenmeel. Dit zijn gemalen schillen, delen van zaadlobben en kiemen die als bijproduct vrijkomen bij de bereiding van voedingsmiddelen uit erwten en bonen.

Post A 3

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

2. Achtergrond van de post

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

De toepassing van het verlaagde btw-tarief op pootgoed voor groenten en fruit heeft een relatie met de toepassing van de landbouwregeling van artikel 27 van de wet. Voor de toepassing van die regeling komen leveringen van goederen die zijn vermeld in Tabel I, onderdeel a, bij de wet, in aanmerking die door een landbouwer worden verricht in zijn hoedanigheid van landbouwer.

3. Pootgoed

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Onder de post vallen zowel de jonge groente- en fruitplanten die zijn bestemd voor de uitpoot van groenten en fruit als de delen van dergelijke planten (zoals wortels en wortelstokken). Voorbeelden van dergelijke planten zijn: plantuitjes, witlofwortelen, rabarberplanten, aardbeiplanten, champignonbroed en champignonmycelium.

Niet onder de post vallen champignoncompost en compost voor andere eetbare paddestoelen (zowel entbaar, geënt als doorgroeid) en champost, een champignoncompost die na de oogst is uitgeput en die als bodemverbeteraar kan worden gebruikt.

Post A 4

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

  • a. rundvee, schapen, geiten en varkens;

  • b. andere dan de onder a vallende dieren die kennelijk zijn bestemd voor de voortbrenging of de productie van de in post 1 bedoelde voedingsmiddelen of die kennelijk zijn bestemd voor gebruik in de landbouw, alsmede dieren die kennelijk zijn bestemd voor het fokken van die dieren;

  • c. slachtafvallen van de onder a en b vallende dieren;

  • d. goederen die kennelijk zijn bestemd voor de voortplanting van de onder a en b vallende dieren;

2. Dieren die kennelijk zijn bestemd voor de voortbrenging of de productie van voedingsmiddelen (onderdeel b van de post)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Onder de post vallen dieren die kennelijk zijn bestemd voor de voortbrenging of de productie van voedingsmiddelen als bedoeld in post a 1 doordat zij zelf rechtstreeks voedingsmiddelen voortbrengen of als voedingsmiddel zullen dienen.

Voorbeelden van dergelijke dieren zijn:

  • slachtpaarden;

  • slachtkuikens;

  • legkippen;

  • hazen;

  • fazanten;

  • garnalen, mosselen, en dergelijke zeeweekdieren;

  • diverse vissoorten zoals zalm en forel;

  • konijnen die kennelijk zijn bedoeld voor consumptie door de mens.

2.1. Dieren die kennelijk zijn bestemd voor gebruik in de landbouw (onderdeel b van de post)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Als dieren die kennelijk (=primair en daadwerkelijk) zijn bestemd voor gebruik in de landbouw worden bijvoorbeeld aangemerkt bosbouwpaarden of trekpaarden.

2.2. Fokmerries en dekhengsten

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Als de fokmerrie of dekhengst uitsluitend wordt gebruikt voor de fokkerij geldt voor de levering van dat dier het verlaagde btw-tarief.

Goedkeuring

Het komt regelmatig voor dat een dekhengst of fokmerrie zowel wordt gebruikt in de fokkerij als in de sport. Ik keur goed dat dan op praktische gronden de vergoeding die voor het dier in rekening wordt gebracht proportioneel mag worden gesplitst in een deel dat betrekking heeft op de fokactiviteiten van het dier en een deel dat betrekking heeft op zijn sportactiviteiten. Daarbij mag worden uitgegaan van een verdeling voor de dekhengst van 75% (verlaagd btw-tarief) – 25% (algemeen btw-tarief) en voor de fokmerrie van 50% (verlaagd btw-tarief) – 50% (algemeen btw-tarief). Het betreft hier een met de branche overeengekomen richtlijn. Als een ondernemer van deze richtlijn wenst af te wijken omdat naar zijn mening zijn situatie wezenlijk afwijkt van de hiervoor opgenomen richtlijn, dient hij dit aannemelijk te maken.

2.3. Voorbeelden van dieren die niet onder onderdeel b van de post vallen:

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

  • zangvogels, sierduiven, aquariumvissen en dergelijke;

  • hommelkolonies voor de bestuiving van cultuurgewassen in de tuinbouwsector;

  • gevogelte en wild dat niet is bestemd voor consumptie maar dat (bijvoorbeeld) is bestemd voor dierentuinen, onderwijsinstellingen of parken of dat is bestemd om als huisdier te worden gehouden;

3. Slachtafvallen (onderdeel c van de post)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Onder slachtafvallen vallen niet dierlijke resten die zijn aan te merken als voedingsmiddel als bedoeld in post a 1.

Slachtafvallen die alleen een gebruikelijke bewerking hebben ondergaan (zoals schoonmaken, zouten, drogen of bevriezen) vallen ook onder de post.

Onder de post vallen geen huiden, horens, haren en zwoerd.

Beenderen als afzonderlijke goederen vallen niet onder de post. Het verlaagde btw-tarief kan echter wel op beenderen van toepassing zijn als zij op grond van post a 1 als voedingsmiddelen zijn aan te merken (soepbeenderen kunnen bijvoorbeeld op grond van onderdeel b van post a 1 als ingrediënt worden aangemerkt).

Karkassen bestaan (nagenoeg) geheel uit beenderen en vallen derhalve niet onder de post. Vlees, spierweefsel of huid dat eventueel nog aan het karkas zit, heeft geen zelfstandige betekenis en gaat op in de beenderstructuur van het karkas.

Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat alleen slachtafvallen onder de post vallen die gemalen of gesneden, in zakjes verpakt of in worstvorm in de handel worden gebracht onder de benaming honden- en kattenvoer of een soortgelijke aanduiding. Daarbij mag het eindproduct maximaal 4% zetmeel bevatten. Andere bewerkingen (bijvoorbeeld steriliseren) of toevoegingen van andere producten dan slachtafvallen zelf, zoals groenten, mineralen, vitaminen, geneesmiddelen, (vermalen of gesneden) beenderen en vlees dat geen slachtafval is, zijn niet toegestaan. Als dat toch gebeurt, is het product belast naar het algemene btw-tarief.

4. Levering van sperma en embryo’s voor de voortplanting van de onder a en b vallende dieren (onderdeel d van de post)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Onderdeel d van de post is van toepassing op de levering en invoer van goederen, zoals sperma en embryo’s, bestemd voor de voortplanting van de in onderdeel a en b bedoelde dieren. Het gaat hier om de levering van deze goederen. De dienst van het kunstmatig insemineren en het transplanteren van embryo’s valt niet onder deze post, maar onder post b 13, onderdeel b (zie onderdeel 4 van de toelichting op dat onderdeel).

Post A 6

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet, voorbehoedmiddelen, infusievloeistoffen, alsmede kennelijk voor geneeskundige doeleinden bestemde inhalatiegassen;

2. Geneesmiddelen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

2.1. Definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ (artikel 1, eerste lid, onder b, van de Geneesmiddelenwet)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Een geneesmiddel is een substantie die of een samenstel van substanties dat is bestemd om te worden toegediend of aangewend voor dan wel op enigerlei wijze wordt gepresenteerd als zijnde geschikt voor:

  • 1e. het genezen of voorkomen van een ziekte, gebrek, wond of pijn bij de mens, of

  • 2e. het stellen van een geneeskundige diagnose bij de mens, of

  • 3e. het herstellen, verbeteren of anderszins wijzigen van fysiologische functies bij de mens door een farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect te bewerkstelligen.

Uit de definitie van het begrip geneesmiddel volgt dat een product een geneesmiddel is op basis van zijn therapeutische of profylactische werking (toedieningscriterium) of op basis van zijn presentatie (aandieningscriterium). Deze criteria zijn niet cumulatief: een product kwalificeert als geneesmiddel als het aan één van beide criteria voldoet.

2.1.1. Aandieningscriterium

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Aan het aandieningscriterium is voldaan als met een product een therapeutische (genezende) werking wordt geclaimd met betrekking tot ziekten (medische claim) of als het door zijn wijze van presentatie bij een gemiddelde consument de indruk wekt dat het een therapeutische of profylactische werking heeft (therapeutische indicatie)5.

Medische claim

De claim moet betrekking hebben op het voorkomen, behandelen of genezen van ziekte6, gebrek, wond of pijn bij de mens. Hierbij is niet van belang of het product ook daadwerkelijk de geclaimde therapeutische werking heeft.

Een medische claim moet worden onderscheiden van een gezondheidsclaim. Niet iedere claim die appelleert aan de gezondheid is een medische claim. Waar medische claims zijn gericht op het voorkomen, behandelen of genezen van een aangetaste gezondheid zijn gezondheidsclaims aanduidingen of aanbevelingen die stellen, de indruk wekken of impliceren dat er een verband bestaat tussen het product en de positieve effecten ervan op de gezondheid van de gebruiker.

De stichtingen Keuringsraad Openlijke Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG) en Keuringsraad Aanprijzing Gezondheidsproducten (KAG) hebben samen met marktpartijen regels vastgesteld voor publieksreclame voor geneesmiddelen, medische (zelfzorg) hulpmiddelen en gezondheidsproducten. De Keuringsraad houdt namens de stichtingen KOAG en KAG toezicht op de naleving van deze regels. De Code voor de Aanprijzing van Gezondheidsproducten (CAG) ziet op de categorie producten (gezondheidsproducten) die qua aanprijzing en/of verschijningsvorm een verwantschap hebben met geneesmiddelen. Het onderscheid tussen gezondheidsproducten en geneesmiddelen komt met name neer op het soms subtiele onderscheid in aanprijzing. In de bij de CAG behorende Indicatieve lijst gezondheidsaanprijzingen worden voorbeelden gegeven van toegelaten en niet-toegelaten gezondheidsaanprijzingen7. Een toegelaten gezondheidsaanprijzing dient in dit kader nooit te worden beschouwd als een medische claim. Op basis van dit subtiele onderscheid in de aanprijzing van geneesmiddelen en gezondheidsproducten worden bijvoorbeeld cosmeticaproducten of kruidenmiddelen met een toegestane gezondheidsclaim niet als geneesmiddelen aangemerkt. Een niet-toegelaten gezondheidsaanprijzing kan een medische claim impliceren; dit moet van geval tot geval worden getoetst.

Therapeutische indicatie

Uit jurisprudentie van het Hof8 van Justitie volgt dat bij de therapeutische indicatie breed wordt bezien hoe een product wordt gepresenteerd. Daarbij zijn onder meer relevant de aard van de producten, het verkoopkanaal, de markt waartoe de consument het product zal rekenen en de uiterlijke vorm van het product.

2.1.2. Toedieningscriterium

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Als een product voldoet aan het toedieningscriterium is sprake van een geneesmiddel naar werking. Onder een geneesmiddel naar werking valt alleen de enkelvoudige of samengestelde substantie waarvan wetenschappelijk is vastgesteld dat het kan worden gebruikt en daadwerkelijk geschikt is om fysiologische functies te herstellen, te verbeteren of te wijzigen door een farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect te bewerkstelligen of om een medische diagnose te stellen9.

Fluoridetandpasta en zonnebrand met UV-A of UV-B-filter

Op 11 november 2016 heeft de Hoge Raad op basis van de feiten in de desbetreffende zaak beslist dat het verlaagde btw-tarief voor geneesmiddelen van toepassing is op tandpasta met natriumfluoride en zonnebrandmiddel met UV-A en/of UV-B-filter10. Andere producten dan de producten waarover de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan vallen alleen onder het verlaagde btw-tarief als zij voldoen aan het aandienings- en/of toedieningscriterium (zie hiervóór). Dit zal per product moeten worden beoordeeld.

Van een geneesmiddel kan ook sprake zijn als het geneesmiddel onderdeel uitmaakt van een samengesteld product zoals:

  • gevulde injectiespuiten;

  • gassen die geneesmiddelen bevatten;

  • vernevelaars gevuld met geneesmiddelen;

  • pleisters die geneesmiddelen bevatten;

  • implantaten die geneesmiddelen bevatten;

  • spiraaltje dat hormonen (oestrogeen) afgeeft;

  • ioniserend apparaatje, dat via de huid medicijnen afgeeft;

  • wondbehandelingsmiddelen met geneesmiddelen;

  • wortelkanaalvullende middelen met geneesmiddelen.

2.2. Geneesmiddelen in de zin van de post

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

  • De definitie van het begrip ‘geneesmiddel’ onder 2.1 heeft tot gevolg dat ‘in vivo diagnostica’ onder de post vallen. Middelen voor het stellen van een medische diagnose via een laboratoriumonderzoek, de ‘in vitro diagnostica’, vallen niet onder de post.

  • Producten die naar spraakgebruik (primair) een andere functie hebben dan de functie van geneesmiddel, zoals verzorgingsproducten en cosmetica, vallen buiten het toepassingsbereik van de post. Niet onder de post vallen daarom:

    • de van oudsher bekende huismiddelen voor het opheffen van bepaalde kwalen of voor het versterken van de algemene fysieke gesteldheid van de mens (zoals bijvoorbeeld Pleegzuster Bloedwijn, wonderolie, glycerine, kamferspiritus en venkelwater);

    • collageen implantaten, steriele implantaten die in hoge mate gezuiverd rundercollageen bevatten en die zijn bestemd om in de menselijke huid te worden geïnjecteerd ter correctie van onregelmatigheden in de (opper)huid (zoals acnelittekens, fronslijnen en rimpels);

    • huidbeschermende preparaten die worden gebruikt als onderlaag voor verband ten einde de huid tegen beschadiging, irritatie, bloeding of ontsteking te beschermen bij de verwijdering van het verband (zie ook onderdeel 10 bij post a 8);

    • zogenoemde ’handalcoholen’, producten die worden toegepast voor de desinfectie van de handen of van de intacte huid.

  • Geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenwet vallen soms mede of zelfs uitsluitend onder de werking van een specifieke wettelijke regeling. Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief is dit niet van belang. Zo kan dit btw-tarief ook worden toegepast op de geneesmiddelen in farmaceutische vorm waarvoor mede het bepaalde in de Opiumwet (Stb. 1928, 167) van toepassing is (opiaten) en op geneesmiddelen waarvoor mede het bepaalde in de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82) van toepassing is (de zgn. radiofarmaca).

  • Dialysevloeistoffen zijn doorgaans aangemerkt als geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenwet (ze zijn als zodanig herkenbaar via het aan hen toegekende RVG-nummer) en vallen daarom onder de post. Bestanddelen voor nierdialysevloeistoffen zoals vloeibare nierdialyseconcentraten en bicarbonaat moeten op hun eigen merites worden beoordeeld. Bestanddelen met een RVG-nummer vallen onder de post. Bestanddelen (concentraten) zonder RVG-nummer kunnen onder de post vallen als ze naar aandiening en/of toediening een geneesmiddel zijn in de zin van de Geneesmiddelenwet. Of een dergelijk bestanddeel (concentraat) in een individueel geval voldoet aan het aandienings- en/of toedieningscriterium zal aan de hand van alle feiten en omstandigheden moeten worden beoordeeld. Nierdialyseconcentraten met een CE-markering als medisch hulpmiddel die in de aandiening een medische claim bevatten zoals bedoeld in onderdeel 2.1 en die alleen worden geproduceerd en gebruikt voor nierdialyse-doeleinden zijn geneesmiddelen in de zin van de Geneesmiddelenwet en vallen onder de post.

  • Botregeneratieve producten worden gebruikt om defecten in botten te herstellen. Botregeneratieve producten kunnen een synthetische basis hebben maar ook een natuurlijke basis (bestanddelen zijn dan afkomstig van dieren of overleden mensen; ook kan sprake zijn van lichaamseigen bot). Het basismateriaal wordt op een zodanige manier bewerkt dat een product ontstaat dat te vergelijken is met ‘eigen’ bot. Nadat het botregeneratieve product is geïmplanteerd in het defecte bot zorgt het ervoor dat het lichaam zelf weer botweefsel aanmaakt waardoor het defecte bot herstelt of aangroeit. Botregeneratieve producten zijn bestemd voor eenmalig gebruik en worden toegepast in de tandheelkunde en orthopedie. Gelet op de functie (herstel van botstructuren) zijn botregeneratieve producten aan te merken als geneesmiddelen in de zin van de post, ongeacht of het geïmplanteerde materiaal na korte of langere tijd weer uit het lichaam verdwijnt.

  • Een drukmeetset, bestemd voor het meten van drukverschillen in verschillende weefsels met als doel om op de juiste plaats in het lichaam een narcosevloeistof in te spuiten, valt niet onder de post.

  • Een middel om het inslikken van medicijnen te vergemakkelijken valt niet onder de post;

  • Een verzegelde radioactieve (stralings)bron die binnen het lichaam wordt ingezet bij de zogenoemde brachytherapie (bestrijding van tumoren) valt niet onder de post omdat de metabolische werking (het middel wordt door het lichaam zelf weer uitgescheiden) ontbreekt.

2.3. (niet) geregistreerde geneesmiddelen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Met de komst van de Geneesmiddelenwet per 1 juli 2007 wordt de term ’(niet) geregistreerde geneesmiddelen’ niet langer gebruikt. In bedoelde wet is sprake van ’het verlenen van een handelsvergunning’ aan degenen die een product als geneesmiddel in de handel willen brengen. Omdat materieel niets is gewijzigd en in de praktijk (ook bij VWS) nog steeds sprake is van (niet) geregistreerde geneesmiddelen, blijven die termen hierna gehanteerd.

2.3.1. Geregistreerde geneesmiddelen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Op grond van de Geneesmiddelenwet is het verboden om een geneesmiddel zonder handelsvergunning, parallelhandelsvergunning of expliciete vrijstelling op de markt te brengen. Vrijwel alle geneesmiddelen zijn geregistreerd. Dit geldt voor zowel de reguliere als de homeopathische geneesmiddelen. De door het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) voor Nederland toegelaten geneesmiddelen zijn voorzien van een registratienummer. Voor de reguliere geneesmiddelen is dit een RVG-nummer, voor homeopathische geneesmiddelen is dit een RVH-nummer. In de Regeling Geneesmiddelenwet (Stcrt. 29 juni 2007, nr. 123) is aangegeven aan welke voorwaarden (ten aanzien van aanduiding en dergelijke) homeopathische geneesmiddelen moeten voldoen.

2.3.2. Niet geregistreerde geneesmiddelen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Er zijn ook geneesmiddelen die (nog) niet zijn geregistreerd. Het betreft bijvoorbeeld geneesmiddelen die zich nog in het stadium van proefneming bevinden of geneesmiddelen die voor een individueel geval in een apotheek worden bereid. Ook medische hulpmiddelen 11waarvoor een medische claim is toegestaan hebben geen registratie als geneesmiddel omdat ze al zijn geregistreerd als medisch hulpmiddel (herkenbaar aan een CE-markering).

3. Voorbehoedmiddelen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Onder ’voorbehoedmiddelen’ worden verstaan alle niet als geneesmiddelen aan te merken anticonceptiva. De (anticonceptie)pil, zoals omschreven in de Geneesmiddelenwet, valt als geneesmiddel al onder de post. Als voorbehoedmiddel in de zin van de post kunnen worden aangemerkt het spiraaltje, het pessarium, het condoom (het klassieke condoom en het vrouwencondoom) en de zaaddodende pasta.

Glijmiddelen kunnen niet onder de post worden gerangschikt. Ik keur goed dat glijmiddelen die samen met één of meerdere condooms in één verpakking voor één prijs worden geleverd, delen in de toepassing van het verlaagde btw-tarief.

4. Infusievloeistoffen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

De levering van infusievloeistoffen is onderworpen aan het verlaagde btw-tarief. Tot infusievloeistoffen behoren onder meer suiker- of zoutoplossingen die zijn bestemd om door middel van een infuus te worden toegediend. Een spoelvloeistof voor het spoelen van een (verblijfs)katheter (een wat samenstelling betreft op een infusievloeistof gelijkende zoutoplossing) is overigens een aan registratie onderworpen farmaceutisch product.

Vloeibare voeding die via een sonde aan de mens wordt toegediend, is op grond van post a 1 onderworpen aan het verlaagde btw-tarief.

5. Hulpmiddelen bij transport en opslag van bloed e.d.

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Goedkeuring

Onder de volgende voorwaarden keur ik goed dat steriele medische hulpmiddelen voor eenmalig gebruik onder het verlaagde btw-tarief worden gerangschikt.

Voorwaarden

  • de hulpmiddelen zijn uitsluitend bestemd voor het transport en/of de opslag van bloed, bloedcomponenten en/of infusievloeistoffen en komen daarmee in aanraking en

  • de hulpmiddelen voldoen aan de eisen die zijn gesteld in het Besluit medische hulpmiddelen.12

Onder de in dit onderdeel van de post bedoelde steriele medische hulpmiddelen kunnen worden gerangschikt steriele, voor eenmalig gebruik bestemde

  • infusiesets;

  • transfusiesets;

  • verlengslangen;

  • infusiekranen;

  • infuus- en bloedfilters;

  • drukmeetsets;

  • adaptors;

  • lege zakken;

  • bloedafnamehulpmiddelen zoals bloedlijnen voor hartlongmachines;

  • wafers: hulpstukken waarmee de slangen van verschillende bloedzakken worden doorgesneden en aan elkaar kunnen worden gelast.

Ook de verwerkingsset van het intercept blood system valt onder het verlaagde btw-tarief. Deze set is een steriel medisch hulpmiddel voor eenmalig gebruik en bestaat uit verschillende zakken, een chemische stof en een filter. De verwerkingsset wordt als één geheel verkocht en is bestemd voor de opslag en het transport van bloedbestanddelen (Rechtbank Haarlem, 23 april 2009, nr. AWB 08/03677).

Losse herbruikbare naalden, katheters en dergelijke, die worden gebruikt om stoffen aan de patiënt toe te dienen worden, omdat hierbij de wensen van de gebruikers een zeer belangrijke rol spelen, nooit in een totaalsysteem geleverd. Losse katheters kunnen onder post a 37 vallen. Losse naalden vallen onder het algemene btw-tarief. (Wegwerp)naalden die onlosmakelijk zijn verbonden met bloedlijnen of infusiesets vallen onder deze post.

Voorbeelden van producten en productgroepen die niet onder de in dit onderdeel bedoelde steriele medische hulpmiddelen kunnen worden gerangschikt zijn:

  • infuuspompen;

  • bloedscheidingsapparatuur;

  • beluchters;

  • controllers of volumeregeling;

  • lege, niet steriele infuuszakken;

  • toedieningsystemen voor enterale voeding;

  • voedingssondes;

  • katheterspoellijnen;

  • sealapparatuur;

  • bloedbank hulpmateriaal, zoals tangetjes, klemmen en persen;

  • afsluitstopjes en -kapjes;

  • mandrijnen;

  • ampullen.

Blaasspoellijnen, katheterspoellijnen, intraveneuze katheters, afzuigkatheters en urologiekatheters vallen onder post a 37, mits ze op productniveau voldoen aan de daar gestelde voorwaarden.

Het komt voor dat in één set goederen worden geleverd die aan verschillende tarieven zijn onderworpen en die hun zelfstandigheid hebben behouden. In dat geval dient de vergoeding voor de set te worden gesplitst in een aan het verlaagde btw-tarief en een aan het algemene btw-tarief onderworpen deel. Wanneer een ondernemer geen splitsing wil aanbrengen, wordt de totale vergoeding belast naar het algemene btw-tarief.

Goederen die (ook) worden gebruikt voor diagnostische doeleinden vallen niet onder de goedkeuring. Daardoor vallen bloedbuisjes waarin afgenomen bloed wordt opgevangen en die bepaalde additieven, reagentia of testmiddelen bevatten, niet onder het verlaagde btw-tarief. Dat geldt ook als het doel van de in de bloedbuisjes aanwezige middelen niet verder reikt dan het afgenomen bloed geschikt te maken voor verder onderzoek, bijvoorbeeld door het voorkomen van stolling of door het afsplitsen van bestanddelen.

6. Inhalatiegassen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Onder de post kunnen mede worden gerangschikt inhalatiegassen die kennelijk zijn bestemd voor medische doeleinden. Het gaat hier bijvoorbeeld om zuurstof die en lachgas dat bij de behandeling van patiënten in ziekenhuizen enz. wordt gebruikt.

Bij de levering van zuurstof is voor de tarieftoepassing niet van belang in welke vorm (gas of vloeibaar) de zuurstof wordt aangeboden. Het verlaagde btw-tarief is ook van toepassing op de (eventuele) vergoeding die aan de gebruikers in rekening wordt gebracht voor de terbeschikkingstelling van zuurstofcilinders, -vaten en dergelijke. Zie verder de toelichting op post a 37.

Het inhalatiegas INOmax voor de behandeling van pulmonaire hypertensie bij pasgeborenen valt onder de post. De levering van de INOmax en de terbeschikkingstelling van de daarbij behorende INO-apparatuur (INOvent, INOcal en de INOmeter) wordt als één prestatie aangemerkt, namelijk als de levering van medisch inhalatiegas. INOmax kan niet worden toegediend zonder de bijbehorende INO-apparatuur. Vanuit de afnemer staat de levering en toediening van het inhalatiegas centraal. De elementen afzonderlijk hebben geen praktisch nut.

7. Administratiekosten apothekers.

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Apothekers brengen aan cliënten die de aan hen geleverde genees- en verbandmiddelen enz. niet contant betalen maar op rekening kopen een bedrag aan administratiekosten in rekening bovenop de prijs voor de geleverde genees- en verbandmiddelen. Dat bedrag moet worden geacht deel uit te maken van de vergoeding voor de geleverde genees- en verbandmiddelen. In verband daarmee zou, strikt genomen, het bedrag aan administratiekosten in voorkomende gevallen moeten worden gesplitst in een gedeelte dat betrekking heeft op aan het verlaagde btw-tarief onderworpen goederen en een gedeelte dat betrekking heeft op aan het algemene btw-tarief onderworpen goederen. Omdat de goederen die op rekening worden gekocht in overwegende mate aan het verlaagde btw-tarief zijn onderworpen, keur ik om praktische redenen het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur goed dat de vergoeding voor administratiekosten van apothekers voor geleverde genees- en verbandmiddelen in zijn geheel wordt geacht deel uit te maken van de vergoeding waarop het verlaagde btw-tarief van toepassing is.

Post A 7

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

diergeneesmiddelen als zijn bedoeld in de Wet Dieren, met uitzondering van diergeneesmiddelen voor in vitro gebruik;

2. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Producten die zijn aan te merken als diergeneesmiddel in de zin van de Wet Dieren (Stb. 2011, 345) zijn belast naar het verlaagde btw-tarief. Voorwaarde is dat zij worden toegepast bij of aan het dier zelf (in vivo gebruik). Niet onder het verlaagde btw-tarief vallen daarom de middelen die nodig zijn om een diagnose te stellen en die daartoe worden toegepast op weefsel dat, of lichaamsvloeistoffen die, uit dieren afkomstig zijn (in vitro gebruik). Ook middelen die in de verblijfsomgeving van het dier worden toegepast, vallen niet onder de post.

3. Diergeneesmiddel

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Op grond van artikel 1, eerste lid, onder 1. van de Wet Dieren wordt als diergeneesmiddel aangemerkt elke samenstelling van enkelvoudige of meervoudige substanties die

  • 1°. op enigerlei wijze wordt gepresenteerd als te beschikken over therapeutische of profylactische eigenschappen met betrekking tot ziekten bij dieren, of

  • 2°. bij dieren kan worden toegepast om:

    • fysiologische functies te herstellen, te verbeteren of te wijzigen door een farmacologisch, immunologisch of metabolisch effect te bewerkstelligen of

    • een medische diagnose te stellen.

4. Dierenartsen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

In gevallen waarin een dierenarts bij de geneeskundige behandeling van een ziek dier een diergeneesmiddel toedient, is sprake van een naar het algemene btw-tarief belaste dienst waarin het toedienen van het diergeneesmiddel opgaat.

Als de dierenarts na de behandeling van het zieke dier aan de verzorger van het dier diergeneesmiddelen levert, verricht de dierenarts een afzonderlijke aan het verlaagde btw-tarief onderworpen levering van diergeneesmiddelen.

In gevallen waarin het op correcte wijze splitsen van de aan de levering van diergeneesmiddelen toe te rekenen omzet vanuit de administratie onmogelijk is, kan de inspecteur een praktische regeling treffen. Een in dat kader aan te brengen forfaitaire splitsing van de omzet moet zijn gebaseerd op de praktijkgegevens van de betrokken dierenarts en dient daarbij zo nauwkeurig mogelijk aan te sluiten.

Post A 8

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

verbandmiddelen zoals watten, windsels, gaas, hechtmiddelen, pleisters, tampons, spalken en daarmee gelijk te stellen artikelen die kennelijk zijn bestemd voor geneeskundige doeleinden, alsmede gevulde verbanddozen, damesverband, kraammatrassen en incontinentiematerialen;

2. Verbandmiddelen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

De opsomming van verbandmiddelen is niet limitatief. Onder de post vallen niet alleen de met name genoemde verbandmiddelen maar ook middelen die:

  • 1. wat betreft gebruik aan de genoemde verbandmiddelen zijn gelijk te stellen en

  • 2. zijn ontwikkeld en worden aangeboden voor geneeskundige doeleinden.

Voor een ‘open’ omschrijving van het begrip verbandmiddelen is gekozen om ook de nieuwste artikelen op het gebied van de verbandmiddelen onder de post te doen vallen.

Het begrip verbandmiddel omvat naar spraakgebruik alleen producten die ertoe dienen een beschadigd (in het bijzonder: gewond) of ziek lichaamsdeel te bedekken.

Verbandmiddelen die gebruikt worden in de diergeneeskunde vallen ook onder de post (zie onderdeel 15 van de toelichting op deze post).

De zogenoemde bandagelens, een lens die na een oogoperatie wordt gebruikt om het oog af te dekken en die dient als verband, valt onder de post.

Geen verbandmiddelen zijn:

  • gebruiksartikelen zoals kleding, schoeisel en verbandsokken die ook een therapeutische werking bezitten;

  • een zogenoemd scheur-, krab- of verbandpak. Dit product is aan te merken als een gebruiksartikel. Een scheur-, krab- of verbandpak dat uit één stuk bestaat en dient ter fixatie van incontinentiemateriaal valt onder de post;13

3. Watten

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Onder watten zijn te begrijpen celstofwatten, geïmpregneerde watten, verbandwatten, vette watten, steriele wattenstaafjes die zijn bestemd voor chirurgische doeleinden en dergelijke producten. Niet onder de post vallen autopoetswatten, bijouteriewatten (juwelierswatten), poederdonsjes, toiletwatten en niet-steriele wattenstaafjes enz.

Ik keur goed dat witte watten die voor allerlei huishoudelijke doeleinden (waaronder geneeskundige) worden gebruikt, onder de post worden gerangschikt.

4. Windsels

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Windsels worden gemaakt uit diverse stoffen en gebruikt voor verschillende doeleinden. Het gaat bijvoorbeeld om elastische windsels, hydrofiele windsels, gipswindsels en dergelijke goederen.

Voorbeelden van goederen die onder de post vallen:

  • immobiliserende verbandsystemen (bijvoorbeeld een tricot kous waarin een twee-componenten-vloeistof wordt gegoten) die na het aanleggen dienen om het te fixeren lichaamsdeel te verharden;

  • al dan niet elastische kniebanden, dijbeenbanden, enkelbanden, elleboogbanden, zachte halskragen, rugbandages en polsbanden;

  • elastische kousen die door bedlegerige patiënten worden gedragen ter voorkoming van trombose;

  • elastische kousen met een drukwaarde van tenminste 25 mm kwik (daaruit volgt indeling in klasse 2 of hoger van de zgn. lijst van Bernink);

  • flexibele (kunst)stof omhulsels die zijn gevuld met een substantie die na verhitting of koeling als warmte- of koudekompres om (delen van) armen, benen en dergelijke worden gewikkeld om blessures te behandelen. Daarbij geldt de voorwaarde dat zij als (warmte- of koude) kompres in de handel worden gebracht;

  • zogenoemde stompsokken van wol, tricot enz. Dit zijn speciaal vervaardigde hoesjes die een gebruiker in staat stellen om een prothese permanent te gebruiken.

Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat ook oefenverbanden, ofwel dikke windsels, die als oefenmateriaal worden gebruikt bij o.a. EHBO-cursussen, onder de post vallen.

Producten die naar uiterlijk en gebruiksmogelijkheden als een kant-en-klaar kledingstuk moeten worden aangemerkt, vallen niet onder de post.

5. Gaas

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Het betreft hier niet alleen hydrofielgaas ter afdekking van wonden, maar ook allerlei artikelen van gaas zoals kompressen, stroken en kompressen van bijvoorbeeld celstof in gaas of celstof in textielvlies.

Goedkeuring

Ik keur goed dat incisiefolie (een uiterst dunne kleeffolie die op de huid van patiënten wordt aangebracht voordat de incisie wordt gemaakt), wondfolie en infusiefolie onder de post worden gerangschikt.

6. Hechtmiddelen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Bij hechtmiddelen kan worden gedacht aan de traditionele draad (catgut, zijde, kunststof) en hechtzijde, aan hechtkrammetjes en aan hechtnietjes en -clips.

Bij de levering van hechtdraad wordt de naald soms vast aan de hechtdraad meegeleverd. Ik keur goed dat draad en naald dan als één geheel als hechtmiddel onder de post valt.

Voor het aanbrengen van nietjes en clips wordt zogenoemde hechtapparatuur (nietmachines) gebruikt. Deze hechtapparatuur kan niet delen in het verlaagde btw-tarief voor hechtmiddelen. Ook de bij hechtapparatuur behorende instrumenten zoals een verwijdertang en een weefselmeetinstrument kunnen niet delen in het verlaagde btw-tarief voor hechtmiddelen. Vaak wordt een hechtapparaat samen met nietjes of clips tegen één vergoeding geleverd. De nietjes of clips, die meestal zijn vervaardigd van titanium of chirurgisch staal, vertegenwoordigen daarbij een niet onaanzienlijke waarde. Voor de tarieftoepassing moet de vergoeding worden gesplitst in een naar het verlaagde btw-tarief te belasten deel (de nietjes en/of clips) en een naar het algemene btw-tarief te belasten deel (het hechtapparaat). Voor het vaststellen van het naar het verlaagde btw-tarief te belasten deel van de vergoeding kan de prijs die voor een los te leveren cassette nietjes of clips in rekening wordt gebracht als richtsnoer dienen. Als een splitsing van de vergoeding niet mogelijk is, is op het gehele apparaat, inclusief nietjes, het algemene btw-tarief van toepassing.

Als hechtmiddelen in de zin van de post zijn niet aan te merken:

  • een electrode die of een ander product dat wordt gebruikt voor het dichtbranden (sealen) van een wond;

  • de zogenoemde vesselsealer die wordt gebruikt voor het sealen van bloedvaten en lichaamsweefseel waardoor het bloeden stopt;

  • producten die als functie hebben het dichtbranden van gedurende een ingreep ontstane beschadigingen van het lichaam.

7. Pleisters

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Tot pleisters in de zin van de post behoren niet alleen hecht- en wondpleisters, maar ook:

  • elastisch (net)verband waarmee bijvoorbeeld hydrofielgaas kan worden gefixeerd;

  • likdoornpleisters en likdoornringen;

  • katheterpleisters: speciaal gevormde pleisters die worden gebruikt om katheters op hun plaats te houden;

  • sporttapes die specifiek zijn ontwikkeld voor gebruik op het lichaam en die dienen om (de gevolgen van) blessures te bestrijden of te voorkomen.

Aften-gel, waarvan de ingrediënten zorgen voor een verzachting of verdoving van de wondpijn is, ook naar spraakgebruik, niet aan te merken als een pleister of daarmee gelijk te stellen product.

8. Tampons

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Het betreft alle tampons die worden gebruikt bij geneeskundige behandelingen, bijvoorbeeld gynaecologische tampons en tampons voor tandheelkundig gebruik.

9. Spalken

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Een spalk fixeert een gewricht (verbinding tussen twee botten). Naast de traditionele rechte spalken vallen (hulp)middelen die dezelfde functie hebben als deze spalken onder de post. Voorbeelden van dergelijke (hulp)middelen zijn:

  • buigzame aluminium strips voor de behandeling van gebroken vingers;

  • scharnierende spalken zoals knie- en elleboogscharnieren;

  • verstelbare hielbakjes van kunststof of metaal;

  • thermoplastisch polyethyleen schuim (plastazote) dat wordt gebruikt voor de vervaardiging van bijvoorbeeld lichte spalken.

Een redressiehelm die wordt gebruikt om schedelafwijkingen van een baby of jong kind te corrigeren, is geen spalk in de zin van de post. Ook loopsteunen, producten die luxatie van de heup voorkomen en producten die de knie ondersteunen als de kruis- of kniebanden zijn gescheurd zijn geen spalken. Deze producten voldoen niet aan de voorwaarde dat zij een gewricht fixeren.

10. Met verbandmiddelen gelijk te stellen artikelen die kennelijk zijn bestemd voor geneeskundige doeleinden

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Alleen producten die qua functie op één lijn zijn te stellen met verbandmiddelen kunnen onder de post worden gerangschikt. Onder de post kunnen bijvoorbeeld doekjes worden gerangschikt die zijn geïmpregneerd met een ontsmettingsstof en die zijn bestemd voor het ontsmetten van de huid bij het toedienen van injecties ter voorkoming van infecties.

Proceduretrays

Proceduretrays (ook wel aangeduid als behandelmodules, logist-O.K. of O.K.-setjes) zijn pakketten die diverse artikelen bevatten die bij operaties worden gebruikt zoals verbandmiddelen, afdekmaterialen, een operatiejas, handdoekjes, kleef- en steristrips en dergelijke. Omdat wordt aangenomen dat de samenstellende delen hun zelfstandigheid hebben behouden, geldt voor de verbandmiddelen in het pakket het verlaagde en voor de andere artikelen het algemene btw-tarief.

VAC

De Vacuum Assisted Closure (VAC) is een set bestaande uit een steriel verpakte polyurethaan wondbedekker met bijbehorende slangenset, pompenwondfolie en/of opvangbeker. De wondbedekker zorgt voor het ontstaan van onderdruk in de wondholte of onder een huidtransplantaat of -flap, waardoor de wondranden naar het centrum van de wond worden getrokken, wat de genezing van de wond bevordert. Het wondvocht wordt verzameld in de bij de set behorende opvangbeker. De set valt niet onder de post.

De voor eenmalig gebruik bestemde onderdelen van de VAC (de wondbedekker met slangenset, de wondfolie en de opvangbeker) kunnen onder de post kunnen worden gerangschikt. Voor pompen geldt het verlaagde btw-tarief alleen als zij:

  • geen andere bestemming kennen dan te worden gebruikt als onderdeel van de VAC en

  • uitsluitend zijn bestemd voor éénmalig gebruik door één patiënt.

Botregeneratie-membraan en ander botvervangend materiaal

Een botregeneratie-membraan is een soort vliesje dat door de tandarts/kaakchirurg onder het worteloppervlak van een tand of kies in het kaakbot wordt geïmplanteerd ter afsluiting van een defect in – onder meer – het kaakbot. Botregeneratie-membranen kunnen van verschillende materialen zijn vervaardigd (kunststof, maar ook dierlijk of humaan weefsel). De membranen zijn al dan niet door het menselijk lichaam afbreekbaar. Gelet op hun eigenschappen en toepassingsmogelijkheden zijn de membranen op één lijn te stellen met verband- of hechtmiddelen. Ze kunnen daarom onder de post worden gerangschikt.

Ook ander botvervangend materiaal dat zorgt voor het bijeenhouden van omliggend bot en dat nieuw eigen lichaamsbot laat opkomen op plaatsen waar het botvervangend materiaal is aangebracht (omdat daar bot is weggeslagen) kan onder de post worden gerangschikt. Botregeneratieve producten vallen onder post a 6.

Tourniquet

De zogenoemde tourniquet valt onder de post. De tourniquet bestaat – uit een band met een klemfunctie en zorgt ervoor dat beschadigd weefsel op die plaats zodanig wordt dichtgedrukt dat de (slag)ader stopt met bloeden.

Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:

  • operatielakens, slopen, afdekdoeken en dergelijke afdekmaterialen (al dan niet steriel en/of voor eenmalig gebruik of voorzien van een stukje incisiefolie), operatiemaskers, operatiekapjes, overtrekken, spuugdoekjes en dergelijke;

  • gebruiksartikelen met een bepaalde therapeutische en/of (veronderstelde) heilzame werking zoals speciale (reuma)hemden, steunkousen, ‘medische’ schapenvachten e.d.;

  • huidbeschermende preparaten, inclusief barrièrefilms, die worden gebruikt als onderlaag voor verband om de huid bij verwijdering van dat verband te beschermen tegen beschadiging, irritatie, bloeding of ontsteking;

  • proprioceptieve inlegzolen ter verbetering van de lichaamshouding en beweging (zie ook onderdelen 7.2 en 11 bij post a 35).

12. Damesverband

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Inwendig en uitwendig damesverband en inlegkruisjes vallen onder de post. Ook de zogenoemde ‘keeper’, een rubberen reservoirtje met een inhoud van 30 cc dat ertoe dient menstruatiebloed op te vangen en dat op dezelfde wijze wordt ingebracht als een damestampon, kan onder de post worden gerangschikt.

13. Kraammatrassen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Kraammatrassen vallen onder de post. Ik keur goed dat ook zoogkompressen, kraampakketten (met o.a. kraamverband) en sluitlakens onder de post worden gerangschikt. Ook herbruikbare zoogkompressen van siliconen vallen onder de post.

14. Incontinentiematerialen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Met het begrip ´incontinentiematerialen´wordt gedoeld op producten die tot doel hebben incontinentie te voorkomen of de gevolgen van incontinentie te verlichten, te fixeren of tegen te gaan. Bij incontinentie die niet het gevolg is van ziekte (zoals in het algemeen het geval is bij baby’s en kleine kinderen) kan de post geen toepassing vinden. Incontinentiematerialen zijn zowel producten die personen die incontinent zijn in/aan hun lichaam dragen als producten die op gebruiksartikelen zoals matrassen, meubilair e.d. worden gelegd om die artikelen te beschermen tegen de gevolgen van incontinentie. Onder incontinentiematerialen vallen zowel voor éénmalig gebruik als voor meermalig gebruik bestemde producten.

Bij incontinentiematerialen gaat het zowel om absorberende producten als om producten die juist voorkomen dat absorberende producten moeten worden gebruikt.

Voorbeelden van absorberende producten zijn:

  • (pyjama)luierbroekjes die speciaal zijn ontwikkeld voor kinderen vanaf vier jaar en/of met een gewichtsklasse van 17 tot 30 kilogram;

  • speciale luiers voor incontinente gehandicapte kinderen die op recept van een arts door apothekers worden verstrekt. Hierbij dient de apotheker met behulp van het recept van een arts aannemelijk te maken dat het verlaagde btw-tarief van toepassing is;

  • badslips die bij het zwemmen door incontinente personen worden gedragen.

Voorbeelden van producten die voorkomen dat absorberende producten moeten worden gebruikt zijn incontinentieklemmen en urethrastoppen.

Speciale slips of broeken (de zgn. fixatie- of netbroeken) die ten doel hebben incontinentieluiers die niet zijn voorzien van bevestigingspunten op hun plaats te houden, vallen onder de post. De post is ook van toepassing op de levering van zogenoemde anti-scheurpakken die in hoofdzaak zijn bestemd voor het op zijn plaats houden van incontinentiemateriaal. 14

De levering van de tot plaswekkersets (sets die ertoe dienen bedplassen bij kinderen van 6 jaar en ouder op te heffen) behorende plasbroekjes en plasmatten kunnen onder de post worden gerangschikt. De speciale plasbroekjes en -matten geven aan de plaswekker het signaal dat er urine in het plasbroekje of op de plasmat terecht is gekomen.

Goedkeuring

Ik keur goed dat als plaswekkersets als één geheel worden geleverd het verlaagde btw-tarief toepassing vindt op het geheel.

Goedkeuring

Ik keur goed dat op de levering van een losse plaswekker het verlaagde btw-tarief wordt toegepast, ongeacht of hij op batterijen werkt of niet. Voorwaarde voor toepassing van deze goedkeuring is dat de wekker uitsluitend is ontworpen en gefabriceerd om samen met speciale broekjes te worden gebruikt voor de training om bedplassen te voorkomen en dat de wekker ook daartoe wordt aangeboden.

De verhuur van een plaswekker is aan het algemene btw-tarief onderworpen.

Voorbeelden van goederen die niet onder de post vallen:

  • speciaal voor incontinente personen bestemde hygiënische middelen als speciale zepen en spray;

  • reguliere babyluiers;

  • matrassen en dergelijke die zijn bekleed met materiaal dat incontinentiebestendig is. De matrassen zijn bedoeld om op te slapen en hebben niet de primaire functie om de (gevolgen van) incontinentie tegen te gaan;

  • producten die niet specifiek zijn ontwikkeld om incontinentie te voorkomen, te verlichten of tegen te gaan maar alleen een (al dan niet verondersteld) zijdelings effect hierop hebben, zoals medische schapenvachten;

15. Dierverbandmiddelen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Aangezien met het begrip geneeskundige doeleinden wordt gedoeld op de aanwending binnen zowel de humane geneeskunde als de diergeneeskunde, kunnen ook de specifiek voor dieren bestemde verbandmiddelen – bijvoorbeeld speciale bandages – onder het verlaagde btw-tarief vallen. Onder het begrip dierverbandmiddelen zijn verder te rangschikken:

  • klauwzak/hondensok die een gewonde dierenpoot tegen vocht en vuil van buiten beschermt en die daarnaast dient voor het op de plaats houden van de − bijvoorbeeld met een gaasje − op de wond aangebrachte medicijnen;

  • breuknetje, een verstevigd stukje gaas dat bij een navelbreuk de naar buiten tredende darmen moet terugdringen;

  • hechtclips, hechtkrammen, pluggen voor de fixatie van de lebmaag en schede(hecht)band;

  • zogenoemde beendraden met behulp waarvan (soms) bij breuken in de kaak of van de tanden fixatie plaatsvindt;

  • uit twee componenten bestaande snelhardende kunststof (zoals ‘Technovit’) die bij de fixatie van breuken wordt gebruikt.

Paardenbandages hebben in hoofdzaak een preventieve functie (voorkomen van blessures e.d.) en zijn daarom niet als dierverbandmiddelen aan te merken.

16. Verbandmiddelensets

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Verbandmiddelensets zijn sets bestemd voor een bepaalde geneeskundige of chirurgische behandeling. De sets bevatten naast verbandmiddelen (gaas, watten, windsels en dergelijke) ook andere artikelen zoals bakjes, schaaltjes, pincetten, mesjes, handschoenen en dergelijke. De sets worden doorgaans gesteriliseerd in één verpakking geleverd. Omdat wordt aangenomen dat de samenstellende delen hun zelfstandigheid hebben behouden, geldt voor de verbandmiddelen het verlaagde btw-tarief. Voor de andere onderdelen van de sets geldt het algemene btw-tarief, tenzij ze kunnen worden gerangschikt onder één van de andere posten van de tabel.

Goedkeuring

Ik keur goed dat een set die is samengesteld uit verbandmiddelen, een bakje of schaaltje voor eenmalig gebruik en ten hoogste twee pincetten voor eenmalig gebruik, wordt gerangschikt onder het verlaagde btw-tarief.

Post A 28

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

2. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Met het begrip ‘water’ wordt gedoeld op het drinkwater dat via het openbare leidingnet wordt geleverd.

Onder de post vallen ook gedestilleerd water en warm water.

Ik keur goed dat ‘ander’ water, ook wel aangeduid als B-water, grijs water of huishoud/industrie/landbouwwater, onder het verlaagde btw-tarief valt. Het gaat hier om in mindere mate gezuiverd oppervlaktewater dat niet voor menselijke consumptie geschikt is maar dat wel bruikbaar is voor niet-consumptieve doeleinden zoals spoelwerkzaamheden en beregening van gewassen. Onder ander water kan ook regenwater worden begrepen.

Niet onder de post vallen:

  • gedemineraliseerd, ontijzerd en onthard water;

  • zeewater en rivierwater, al dan niet bestemd voor wetenschappelijke doeleinden;

  • ijs en stoom.

Water dat wordt aangemerkt als voedingsmiddel, zoals gedemineraliseerd en gesteriliseerd water, is op grond van post a 1 onderworpen aan het verlaagde btw-tarief.

3. Bijkomende verrichtingen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Het vastrecht en de belasting op leidingwater behoren tot de vergoeding voor de levering van water en vallen ook onder het verlaagde btw-tarief.

De bijkomende verrichtingen van de waterleverancier die rechtstreeks verband houden met de levering van water delen in de toepassing van het verlaagde btw-tarief. Het betreft onder meer de volgende vergoedingen/kosten:

  • de meterhuur voor het (ver)plaatsen, onderhouden en herstellen van watermeters;

  • de onder de benaming ‘leidinghuur’, ‘onderhoud dienstleiding’, ‘aansluitkosten’ en dergelijke aan de afnemers berekende kosten voor aanleg, aansluiting en onderhoud van een dienstleiding;

  • de vergoeding voor het aansluiten van een woonhuis op het openbare leidingnet;

  • de vergoeding voor het aanleggen van een tijdelijke aansluiting;

  • de vergoeding voor het plaatsen, verhuren, onderhouden en herstellen van brand- en bouwleidingen die als dienstleiding fungeren;

  • de vergoeding voor het beschikbaar houden van brandbluscapaciteit;

  • de vergoeding voor het plaatsen, verhuren, onderhouden en herstellen van standpijpen;

  • de vergoeding voor het inspecteren van binnenhuisaansluitingen en het controleren van watermeetinrichtingen;

  • de vergoeding voor het openen en sluiten van een dienstkraan bij de aanvang of de beëindiging van de levering van water;

  • de transport- en arbeidskosten voor de levering van water aan schepen, land- en tuinbouwbedrijven, of voor tijdelijke aansluitingen;

  • de vergoeding die wordt voldaan om te voorkomen dat de watertoevoer wordt afgesloten wegens wanbetaling.

Het verlaagde btw-tarief is niet van toepassing op:

  • het plaatsen, onderhouden en beproeven van brandkranen;

  • het aansluiten van een binnenleiding op een brandleiding;

  • het beproeven van tanks en meetinstrumenten;

  • het verrichten van laboratoriumwerkzaamheden;

  • het tegen vergoeding inspecteren van waterleidingen en/of installaties op de aanwezigheid van legionellabacteriën door een waterleidingbedrijf.

Post A 29 (vanaf 1 juli 2012)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

  • a. kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquitei- ten, voor zover deze worden ingevoerd;

  • b. kunstvoorwerpen voor zover deze worden geleverd door:

    • 1°. de maker of diens rechtverkrijgende onder algemene titel; of

    • 2°. een ondernemer, andere dan een wederverkoper, die ingevolge artikel 15, eerste lid, de belasting ter zake van zijn verkrijging volledig in aftrek brengt;

2. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten zijn gedefinieerd in artikel 2a, eerste lid, onderdeel m, van de wet in verbinding met artikel 4, tweede lid, van de uitvoeringsbeschikking en de bij die beschikking behorende bijlage J. Het verlaagde btw-tarief geldt voor leveringen en opleveringen (zie de toelichting op post b16).

3. Kunstvoorwerpen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

3.1. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

In post 1 van bijlage J zijn de volgende goederen als kunstvoorwerpen aangewezen:

  • a. schilderijen, collages en dergelijke decoratieve platen, schilderijen en tekeningen geheel van de hand van de kunstenaar, met uitzondering van bouwtekeningen en andere tekeningen voor industriële, commerciële, topografische en dergelijke doeleinden en van met de hand versierde voorwerpen alsmede van beschilderd doek voor theatercoulissen, voor achtergronden van studio's of voor dergelijk gebruik (GN-code 9701);

  • b. originele gravures, originele etsen en originele litho's, dat wil zeggen een of meer door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde platen die in een beperkte oplage rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt, ongeacht het materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde techniek, met uitzondering van de mechanische en van de fotomechanische reproductietechniek (GN-code 9702 00 00);

  • c. originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk, ongeacht het materiaal waarvan zij vervaardigd zijn, mits het werk geheel van de hand van de kunstenaar is; afgietsels van beeldhouwwerken in een oplage van maximaal acht exemplaren, die door de kunstenaar of diens rechthebbenden wordt gecontroleerd (GN-code 9703 00 00);

  • d. tapisserieën (GN-code 5805 00 00) en wandtextiel (GN-code 6304 00 00), met de hand vervaardigd volgens originele ontwerpen van kunstenaars, mits er niet meer dan acht exemplaren van elk zijn;

  • e. unieke voorwerpen van keramiek, geheel van de hand van de kunstenaar en door hem gesigneerd;

  • f. emailwerk op koper, geheel met de hand vervaardigd tot maximaal acht genummerde en door de kunstenaar of het atelier gesigneerde exemplaren, met uitsluiting van sieraden, juwelen en edelsmeedwerk;

  • g. foto's die genomen zijn door de kunstenaar, door hem of onder zijn toezicht zijn afgedrukt, gesigneerd en genummerd, met een oplage van maximaal 30 exemplaren voor alle formaten en dragers samen.

3.2. Kunstenaar

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

De kunstenaar is de ontwerper en maker van een kunstvoorwerp. Voor de beoordeling of iemand kunstenaar is, is bepalend of deze persoon schilderijen, beeldhouwwerken en dergelijke ontwerpt die naar maatschappelijke opvattingen als kunstvoorwerp worden aangemerkt.

Derden die een kunstvoorwerp in opdracht van de kunstenaar vervaardigen, zijn niet aan te merken als kunstenaar. De levering van een kunstvoorwerp door deze derden valt niet onder het verlaagde btw-tarief.

Op de levering van een kunstwerk door de kunstenaar vanuit een rechtspersoon (bijvoorbeeld een BV) is het verlaagde btw-tarief van toepassing. Daarbij gelden de voorwaarden dat het kunstwerk feitelijk geheel van de hand van de betreffende kunstenaar is, dat het als zodanig herkenbaar is en dat het kwalificeert als een kunstwerk. Onder dergelijke omstandigheden kan de rechtspersoon worden vereenzelvigd met de maker.

3.3. Gebruiksvoorwerpen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Voorwerpen die het karakter hebben van een gebruiksvoorwerp (met uitzondering van lijfsieraden die zijn aan te merken als beeldhouwwerk) vallen niet onder de post. Dit is het geval als het kunstzinnige karakter van de voorwerpen ondergeschikt is aan de gebruiksfunctie ervan.

Voorbeelden van voorwerpen die niet als kunstvoorwerp maar als gebruiksvoorwerp worden aangemerkt:

  • kunstzinnig vervaardigde tafels of stoelen;

  • namaakdieren van kunstbont die het karakter hebben van knuffeldier/speelgoed;

  • kledingstukken die door een kunstenaar zijn beschilderd, maar die naar hun functie zijn bestemd om als kleding te worden gedragen;

  • lijkkisten, urnen en kleding die door kunstenaars worden vervaardigd ter herdenking van overledenen of voor gebruik bij begrafenissen en crematies;

  • objecten die een soortgelijke functie vervullen als amuletten. Deze objecten worden aangeschaft vanwege de (veronderstelde) werking en niet zozeer vanwege een artistieke waarde;

  • rollen behang waarop per rol een gesigneerde zeefdruk is aangebracht door een kunstenaar.

3.4. Schilderijen enz. (post 1, onderdeel a, bijlage J)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Of een voorwerp als een schilderij kan worden aangemerkt moet naar het spraakgebruik worden beoordeeld. Beschilderde goederen zijn pas dan als schilderijen in de zin van de post aan te merken als zij het karakter hebben van schilderijen. Hierbij geldt de voorwaarde dat het eventuele overige gebruik dat van die goederen kan worden gemaakt onbetekenend van aard is.

3.5. Originele gravures, etsen en litho's ( post 1, onderdeel b,bijlage J)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Goedkeuring

Ik keur goed dat onder de post worden gerangschikt:

  • originele houtsneden;

  • zeefdrukken die door een kunstenaar − al dan niet in samenwerking met een zeefdrukker − handmatig zijn vervaardigd, mits zij door de kunstenaar handmatig zijn genummerd en gesigneerd in een maximale oplage van 250 exemplaren. Als de oplage hoger is dan 250 exemplaren geldt voor de gehele oplage het algemene btw-tarief.

Giclée art prints worden aangemerkt als een moderne variant van zeefdrukken en kunnen delen in de goedkeuring die geldt voor zeefdrukken. Een giclée is een druktechniek waarbij een inkjetprinter wordt gebruikt. Bij deze techniek wordt gebruikgemaakt van ononderbroken inktstralen die verschillende kleurlagen op het papier aanbrengen. De techniek wordt vooral gebruikt om reproducties van kunstwerken te maken. De term giclée is afgeleid van het Franse werkwoord ‘gicler’ dat stralen of vernevelen betekent. De giclée art prints worden in beperkte oplage vervaardigd en worden gecertificeerd door de Stichting Giclée Printers Europe.

3.6. Originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk (post 1, onderdeel c, bijlage J)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Voor de toepassing van het verlaagde btw-tarief maakt het niet uit van welk materiaal de standbeelden of het beeldhouwwerk zijn vervaardigd.

Lijfsieraden en ander ambachtswerk met een commercieel karakter en in serie vervaardigde reproducties en afgietsels van metaal, gips enz. met een commercieel karakter kunnen niet worden gerangschikt onder de post.

Een beeldhouwwerk met een commercieel karakter valt niet onder de post, zelfs niet als het is ontworpen of vervaardigd door kunstenaars. Er is sprake van een beeldhouwwerk met een commercieel karakter als dat werk naar maatschappelijke opvattingen uiterlijke gelijkenis vertoont met industriële of ambachtelijke producten. Daarbij zijn de vormgeving, de afmetingen, de materiaalkeuze, de kleur enz. van dat werk bepalend voor de beoordeling/waarneming van de gelijkenis. Door de gelijkenis moet voor de toepassing van het btw-tarief worden aangenomen dat het beeldhouwwerk concurreert met gelijkaardige industriële of ambachtelijke producten waarvoor het algemene btw-tarief geldt. In dergelijke gevallen is niet van belang of het betreffende beeldhouwwerk in een museumcollectie wordt opgenomen en of de prijs aanmerkelijk verschilt van de industrieel of ambachtelijk vervaardigde, gelijkaardige producten. Voorbeeld: een kunstenaar levert een door hem ontworpen gouden ring met edelstenen die alleen qua kleur van de edelstenen verschilt van een ambachtelijk vervaardigde gouden ring. Doorgaans zal er geen uiterlijke gelijkenis bestaan waar het gaat om volstrekt persoonlijke en unieke creaties waarmee de kunstenaar een esthetisch ideaal tot uitdrukking brengt.

Een door een kunstenaar ontworpen en geleverde gedenksteen is niet aan te merken als een beeldhouwwerk in de zin van de post. Omdat de gedenksteen uiterlijke gelijkenis vertoont met industriële of ambachtelijke gedenkstenen is de steen aan te merken als een grafmonument. Het verlaagde btw-tarief is daarop niet van toepassing.

3.7. Unieke voorwerpen van keramiek, geheel van de hand van de kunstenaar en door hem gesigneerd (post 1, onderdeel e, bijlage J);

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Het criterium dat de keramische voorwerpen uniek moeten zijn, houdt in dat van het uiteindelijke voorwerp geen tweede nagenoeg identiek exemplaar is of zal worden vervaardigd. Dit betekent dat in serie gemaakte producten waarbij de ambachtelijke vaardigheid het artistiek scheppend vermogen overheerst niet als kunstvoorwerpen in de zin van de post kunnen worden aangemerkt. Een serie met de hand vervaardigde vrijwel identieke bekers (bijvoorbeeld voorzien van een beschildering van een kat) is niet aan te merken als een serie unieke voorwerpen van keramiek.

3.8. Verhuur van kunstvoorwerpen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Goedkeuring

Ik keur goed dat de verhuur (of het op een andere manier tegen vergoeding ter beschikking stellen) van kunstvoorwerpen door de kunstenaar onder het verlaagde btw-tarief valt.

Het verlaagde btw-tarief is niet van toepassing als kunstwerken worden verhuurd of uitgeleend door een ander dan de kunstenaar die het kunstwerk heeft vervaardigd. De uitleen van kunstwerken door instellingen voor kunstuitleen is daarom onderworpen aan het algemene btw-tarief.

Instellingen voor kunstuitleen stellen zich ten doel hedendaagse beeldende kunstwerken onder een zo groot mogelijk publiek te verspreiden. Daartoe verwerven deze instellingen werken van kunstenaars die zij tegen vergoeding uitlenen. Dat gebeurt in het algemeen op basis van abonnement. Als de abonnementhouder dat wil, kan hij het kunstwerk op termijn kopen. De instelling voor kunstuitleen brengt bij verkoop van het kunstwerk aan de abonnementhouder soms een deel van het betaalde abonnementsgeld in mindering op de verkoopprijs. Dit deel wordt ook wel aangeduid als spaar- of kooptegoed. Een ondernemer die kunstwerken uitleent, moet btw voldoen over het totale abonnementsgeld (dus inclusief het zogenoemde spaar-of kooptegoed). Bij een eventuele aankoop van een kunstwerk door de abonnementhouder vormt het zogenoemde spaar- of kooptegoed een korting die buiten de btw-heffing blijft. De verkopende ondernemer is btw verschuldigd ter zake van de levering van het kunstwerk over de eventuele bijbetaling door de abonnementhouder.

De lopende contracten van abonnementshouders die gebruik maakten van de tot de inwerkingtreding van dit besluit geldende goedkeuring worden gerespecteerd.

4. Voorwerpen voor verzamelingen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

4.1. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

In post 2 van bijlage J zijn de volgende goederen als voorwerpen voor verzamelingen aangewezen:

  • a. postzegels, fiscale zegels, gefrankeerde enveloppen en postkaarten, eerstedag-enveloppen en dergelijke, gestempeld of ongestempeld, voor zover zij niet geldig zijn of zullen worden (GN-code 9704 00 00);

  • b. verzamelingen en voorwerpen voor verzamelingen, met een zoölogisch, botanisch, mineralogisch, anatomisch, historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatisch belang (GN-code 9705 00 00).

4.2. Postzegels enz. (post 2, onderdeel a, bijlage J)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Ongestempelde postzegels vallen alleen onder de post als zij niet (meer) voor het frankeren van poststukken kunnen worden gebruikt. De levering door PostNL van postzegels die in Nederland kunnen worden gebruikt voor het frankeren van poststukken valt onder de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, onderdeel m, van de wet.

4.3. Andere verzamelingen (post 2, onderdeel b, bijlage J)

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

De levering van bankbiljetten en munten die in enig land de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben, is vrijgesteld tenzij de bankbiljetten en munten gewoonlijk niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of verzamelwaarde hebben (artikel 11, eerste lid, letter i van de wet). Munten met verzamelwaarde kunnen worden ondergebracht in een verzameling van numismatisch belang in de zin van de post als zij:

  • c. de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben en bovendien verzamelwaarde hebben; of

  • d. de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben verloren en verzamelwaarde hebben; of

  • e. nooit de hoedanigheid van wettig betaalmiddel hebben gehad en uitsluitend verzamelwaarde hebben.

Bankbiljetten behoren tot (voorwerpen voor) verzamelingen van numismatisch belang als aan de hiervoor genoemde voorwaarden is voldaan.

Historische landkaarten kunnen onder ‘verzamelvoorwerpen van historisch belang’ worden gerangschikt.

5. Antiquiteiten

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

5.1. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

In post 3 van bijlage J zijn als antiquiteiten aangewezen andere voorwerpen dan kunstvoorwerpen en voorwerpen voor verzamelingen, ouder dan 100 jaar (GN-code 9706 00 00).

Post A 30

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

1. Inhoud van de post

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

boeken, met inbegrip van alle andere dan papieren fysieke dragers waarop de inhoud van een boek is aangebracht; digitale educatieve informatie die is aangebracht op fysieke dragers en die kennelijk uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is bestemd voor informatieoverdracht in het onderwijs; dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere tenminste driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven;

2. Boeken

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

2.1. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Of een drukwerk als boek kan worden aangemerkt moet naar spraakgebruik worden beoordeeld. Hierbij spelen verschillende kenmerken van dat drukwerk een rol, zoals:

  • f. de omvang en de inhoud;

  • g. de wijze waarop de bladen tot een geheel zijn verbonden;

  • h. de uiterlijke verschijningsvorm (die moet in belangrijke mate overeenkomen met de gangbare vorm waarin boeken verschijnen).

De hoedanigheid van de leverancier is niet van belang.

Losbladige boeken en losse banden voor boeken die samen met de inhoud worden geleverd, kunnen onder de post worden gerangschikt. Van belang is daarbij dat de inhoud van deze uitgaven voor iedere afnemer gelijk is en dat de tekst en afbeeldingen op de afzonderlijke bladzijden samenhang vertonen.

Voorbeelden van drukwerken die onder de post kunnen worden gerangschikt:

  • i. een ‘boekbol’: een boek in de vorm van een 3D-bol, bevestigd op een standaard en draaiend te lezen;

  • j. borduur- en handwerkpatronen, voor zover bestaande uit een samenstel van meerdere aan de rug samengehechte pagina’s, vervat in een verharde kaft en met een omvang van minimaal 8 pagina’s. De pagina’s zijn genummerd en er wordt informatie gegeven over de schrijver/ontwerper van de patronen en de uitgever. De borduur- en handwerkpatronen hebben de uiterlijke verschijningsvorm van een boek;

  • k. catalogi voor leesbibliotheken en boekhandelaren;

  • l. digitale fotoboeken (vanaf 18 december 2009);

  • m. fotoboeken met door een professionele fotograaf ingeplakte foto’s;

  • n. fotoboeken met foto’s van bijvoorbeeld een bruiloft of afscheid. Het maken van de reportage is een bijkomstige prestatie bij de levering van het fotoalbum. Het geheel is onderworpen aan het verlaagde btw-tarief;

  • o. jaarverslagen van bedrijven;

  • p. kleurboeken, al dan niet voorzien van teksten en/of versjes en dergelijke, mits zij de uiterlijke verschijningsvorm van een boek hebben;

  • q. losbladige uitgaven die zonder band worden geleverd en die door de gebruiker zelf worden opgeborgen in een band naar keuze. Het moet dan gaan om uitgaven die aan de hiervoor genoemde kenmerken van een boek voldoen, als zij van een band zouden zijn voorzien;

  • r. losse muziekuitgaven;

  • s. spoorboekjes en dienstregelingen voor autobusondernemingen van minimaal 8 pagina's;

  • t. standaard collegedictaten;

  • u. stripboeken;

  • v. supplementen op boeken;

  • w. voor kinderen bestemde producten (ongeacht het materiaal waarvan ze zijn vervaardigd) die de uiterlijke verschijningsvorm hebben van een boek, ook als ze speelse elementen bevatten;

  • x. voorbedrukte postzegelalbums (vanaf 12 april 2011);

  • y. zogenoemde blinde atlassen.

Voorbeelden van drukwerken die niet onder de post vallen:

  • z. bestekken voor woningbouw en dergelijke;

  • aa. blocnotes;

  • bb. bb. dagscheurkalenders, bestaande uit een schild met daarop bevestigd een kalenderblok, en losse blocs van dagscheurkalenders. Dit geldt ook als op de voorzijde van de kalenderbladen behalve de datum een religieuze tekst met een verklarend woord is vermeld of op de achterzijde van de kalenderbladen vervolgverhalen met een religieuze strekking zijn opgenomen;

  • cc. huishoudelijke reglementen en statuten van verenigingen of stichtingen;

  • dd. kantoor-, zak- of schoolagenda's, al dan niet voorzien van een informatief gedeelte;

  • ee. lege fotoalbums;

  • ff. losse banden voor boeken en stofomslagen voor boeken;

  • gg. met tekst en/of illustraties bedrukte planovellen, die deel gaan uitmaken van een werk dat in gerede staat als een boek kan worden aangemerkt;

  • hh. muziekschrijfboeken;

  • ii. muntalbums bestaande uit ringbanden met transparante plastic opbergvellen die voorbedrukte kaarten met afbeeldingen van originelen kunnen bevatten;

  • jj. notitieboekjes;

  • kk. plakboeken;

  • ll. poëziealbums;

  • mm. postcard books, dit zijn in boekvorm gebundelde kaarten met afbeeldingen van door een bepaalde kunstenaar vervaardigde kunstwerken (meestal schilderijen). De kaarten kunnen zonder verdere beschadiging uit de bundel worden verwijderd en vervolgens als ansicht-/wenskaart worden gebruikt. Er bestaat geen samenhang tussen de in de bundel opgenomen tekst en de op de kaarten afgedrukte afbeeldingen;

  • nn. schetsboeken;

  • oo. schoolboekenlijsten.

Drukwerken die hoofdzakelijk zijn aan te merken als reclamemateriaal vallen niet onder de post, zie ook onderdeel 5.

2.2. Schoolboeken e.d.

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

2.2.1. Algemeen

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Uitgevers van schoolboeken en ander lesmateriaal voor het primair-, voortgezet-, middelbaarberoeps- en hoger onderwijs bieden hun producten aan in de vorm van een leerpakket (leermethode) aan onderwijsinstellingen of rechtstreeks aan de leerlingen c.q. studenten van die instellingen. De leerpakketten bevatten dikwijls een leerboek, een werkboek of werkschrift, een docentenboek met eventueel cd-roms, maar ook andere artikelen zoals een kopieerboek, wandplaten, bewaarmappen en ringbanden.

2.2.2. Werkboeken en werkschriften

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Een werkboek met de uiterlijke verschijningsvorm van een boek kan worden aangemerkt als een boek in de zin van de post. Dat is het geval als dat boek leerstof en/of leeropdrachten bevat waarbij alleen op de desbetreffende pagina of de naastgelegen pagina ruimte is opengelaten voor het maken van aantekeningen en/of het uitwerken van opdrachten.

Werkschriften die niet de uiterlijke verschijningsvorm hebben van een boek vallen onder het verlaagde btw-tarief als ze uit minimaal 32 pagina’s bestaan (aaneengehecht). Bovendien moeten ze zijn voorzien van een omslag en leerstof en/of leeropdrachten bevatten waarbij ruimte is opengelaten voor het maken van aantekeningen en/of het uitwerken van leeropdrachten.

2.2.3. Digitale educatieve informatie op fysieke dragers

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Het verlaagde btw-tarief is van toepassing op de levering van fysieke dragers, zoals een dvd of een cd-rom, waarop digitale educatieve informatie is aangebracht die kennelijk uitsluitend of nagenoeg uitsluitend is bestemd voor het onderwijs (het ‘onderwijscriterium’, zie punt 3).

Daarbij geldt het volgende:

  • 1. Vóór het op de markt brengen van een nieuw digitaal educatief product beoordeelt de uitgever, zonodig in samenspraak met de Belastingdienst, of dat product voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van het verlaagde btw-tarief (zie punt 3). Zolang aan de voorwaarden wordt voldaan kan dat product, ook door andere ondernemers, onder het verlaagde btw-tarief worden geleverd.

  • 2. Als er andere fysieke dragers op de markt komen waarop uitgevers digitale educatieve informatie aanbrengen (bijvoorbeeld usb-sticks) vindt overleg plaats met de Belastingdienst om te beoordelen of de betreffende producten onder het verlaagde btw-tarief kunnen vallen.

  • 3. Als noodzakelijke voorwaarde voor toepassing van het verlaagde btw-tarief geldt dat het product is/wordt voorgeschreven door een onderwijsinstelling (zie onderdeel 7). Op verzoek moet de uitgever van het product aannemelijk maken dat het product is/wordt ontwikkeld voor de onderwijsmarkt. Hiermee wordt bedoeld dat het product (nagenoeg) uitsluitend is ontwikkeld met het oog op opname in de lespakketten van onderwijsinstellingen. Dit zal onder meer kunnen blijken uit zaken als gepleegd marktonderzoek en marketing. ‘Nagenoeg uitsluitend’ betekent voor minstens 90%. Dat criterium heeft hier betrekking op ‘bestemd voor’ en niet op het daadwerkelijke gebruik voor informatieoverdracht in het onderwijs. Dit impliceert dat de digitale educatieve informatie op fysieke dragers op zeer beperkte schaal ook aan anderen tegen het verlaagde btw-tarief kan worden geleverd. Daarbij kan worden gedacht aan de levering van een digitaal educatief product op een fysieke drager, dat is/wordt voorgeschreven door een onderwijsinstelling, aan de ouders van leerlingen bijvoorbeeld om zo samen met hun kind(eren) te kunnen oefenen.

  • 4. ‘Hybride’ producten. Hiermee worden bedoeld cd-roms, dvd’s of andere fysieke dragers die voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van de tabelpost en waarbij tevens is voorzien in toekomstige updates van de daarop aangebrachte informatie (en/of links naar het internet). Als de oorspronkelijke cd-rom, dvd of andere fysieke drager zonder de latere updates zelfstandig is te gebruiken, is daarop het verlaagde btw-tarief van toepassing. Als sprake is van één betaling vooraf voor zowel het basisproduct als de latere update(s), is het verlaagde btw-tarief van toepassing op die betaling (vergoeding). Daarbij is niet relevant in welke vorm de update(s) wordt/worden verstrekt (op een fysieke drager of via downloaden van internet).

    Als voor de latere updates apart moet worden betaald, kan sprake zijn van de volgende situaties:

    • a. De update moet worden aangemerkt als een bijkomende prestatie bij het basisproduct en is als zodanig niet zelfstandig te gebruiken. In dat geval is steeds het verlaagde btw-tarief van toepassing, dus zowel als de update wordt geleverd op een fysieke drager als wanneer de update wordt geleverd via internet;

    • b. De update kan niet worden aangemerkt als bijkomend maar heeft een zelfstandige gebruiksfunctie. Als de update wordt geleverd op een fysieke drager en ook overigens voldoet aan de voorwaarden van de tabelpost is daarop het verlaagde btw-tarief van toepassing. Als de update wordt geleverd in de vorm van een link naar het internet die door de afnemer moet worden gedownload, is sprake van een zelfstandige dienst waarop het algemene btw-tarief van toepassing is.

  • 5. Als gelijktijdig met de levering van de fysieke drager de op dat moment beschikbare updates worden ‘meegeleverd’ is op het geheel het verlaagde btw-tarief van toepassing. Als na dat moment updates worden geleverd geldt hetgeen onder punt 4 wordt opgemerkt.

  • 6. Als internetlinks kunnen worden aangemerkt als accessoir bij de informatie die op de fysieke drager staat en daarvoor éénmalig bij de levering van die fysieke drager een vergoeding wordt berekend, kan op het geheel het verlaagde btw-tarief worden toegepast.

  • 7. ‘Onderwijsinstelling’. Een onderwijsinstelling is een instelling die is genoemd of bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel o, van de wet juncto artikel 8 van het uitvoeringsbesluit. Daaronder vallen ook instituten die beroepsonderwijs verstrekken als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van het uitvoeringsbesluit en die niet zijn opgenomen in het Register Kort Beroeps Onderwijs, maar die overigens hetzelfde onderwijs verstrekken als instituten die wél daarin zijn opgenomen.

  • 8. Digitale leermiddelen worden in toenemende mate door aanbieders via de cloud aangeboden. Onderwijsinstellingen schaffen een licentie aan en leerlingen/studenten krijgen daarvoor toegang tot de leermiddelen. Het gaat hier om dienstverlening langs elektronische weg waarbij geen sprake is van een fysieke drager. Deze elektronische diensten worden belast naar het algemene btw-tarief.

2.3. Kopieerboeken

[Regeling vervallen per 01-01-2018]

Kopieerboeken zijn losbladige uitgaven met te kopiëren lesmateriaal, vervat in een ringband die speciaal voor de boeken is ontworpen. De boeken vallen onder het verlaagde btw-tarief. Het gekopieerde lesmateriaal wordt gebruikt in de lessen en wordt opgeborgen in een ringband. De ringbanden met de kopieën kunnen eveneens delen in het verlaagde btw-tarief.