Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie

Geldend van 01-03-2020 t/m heden

Besluit van 28 november 2016 tot uitvoering van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 september 2016, nr. 2016-0000193477;

Gelet op de artikelen 6, derde lid, 10, zesde lid, en 15, derde, vierde en vijfde lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie en 2a, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 2 november 2016, No.W12.16.0281/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 november 2016, nr. 2016-0000252779;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • IMI: het Informatiesysteem interne markt, bedoeld in de IMI-verordening;

  • IMI-verordening: Verordening (EU) Nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt en tot intrekking van Beschikking 2008/49/EG van de Commissie (PbEU 2012, L 316);

  • wet: Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.

Hoofdstuk II. Gegevensverwerking

Artikel 2

  • 1 Op grond van een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde instantie van een andere lidstaat verstrekken de door Onze Minister aangewezen ambtenaren die instantie onverwijld de gegevens over gedetacheerde werknemers en dienstverrichters in verband met het toezicht op de naleving van de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsomstandigheden, bedoeld in artikel 3 van de detacheringsrichtlijn, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de administratieve samenwerking, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een nationaal identificatienummer, met inbegrip van het burgerservicenummer.

  • 2 Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid ontoereikend is gemotiveerd, kan Onze Minister de verzoekende instantie in de gelegenheid stellen het verzoek binnen een redelijke termijn aan te vullen.

  • 3 In geval van een redelijk vermoeden van onregelmatigheden, verstrekken de door Onze Minister aangewezen ambtenaren de bevoegde instantie van het land van vestiging van de dienstverrichter uit eigen beweging alle relevante gegevens over gedetacheerde werknemers en dienstverrichters, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de administratieve samenwerking, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een nationaal identificatienummer, met inbegrip van het burgerservicenummer.

  • 4 De gegevens, genoemd in het eerste en derde lid worden kosteloos verstrekt. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het IMI, tenzij dit voor onevenredige vertraging zou zorgen.

  • 5 Voor het langs elektronische weg verstrekken van informatie waar de bevoegde instanties in andere lidstaten of de Europese Commissie om hebben verzocht, gelden de volgende termijnen:

    • a. Voor urgente gevallen: uiterlijk twee werkdagen na ontvangst van het verzoek.

    • b. Voor alle overige verzoeken om informatie: uiterlijk 25 werkdagen na ontvangst van het verzoek.

  • 6 Wanneer er zich problemen voordoen om aan een verzoek om informatie te voldoen, stellen de door Onze Minister aangewezen ambtenaren de verzoekende instantie daarvan onverwijld in kennis, en geven daarbij aan op welke wijze invulling kan worden gegeven aan het verzoek. Wanneer er sprake is van aanhoudende problemen bij de uitwisseling van informatie stellen de door Onze Minister aangewezen ambtenaren de Europese Commissie hiervan op de hoogte via het IMI.

Artikel 3

  • 2 Onze Minister is bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek de gegevens met betrekking tot dienstverrichters, dienstontvangers, contactpersonen, de voor uitbetaling van het loon verantwoordelijke personen en gedetacheerde werknemers, die zijn verwerkt in verband met artikel 8 van de wet, waaronder een nationaal identificatienummer zoals het burgerservicenummer begrepen kan worden, kosteloos te verstrekken aan de Immigratie- en naturalisatiedienst, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de taken in verband met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000.

Artikel 4

  • 2 De gegevens, die Onze Minister op grond van artikel 10a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten kan verstrekken uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties, betreffen:

    • a. de identiteit van de dienstverrichter;

    • b. de identiteit van de contactpersoon;

    • c. de voor de uitbetaling van het loon verantwoordelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon;

    • d. het adres van de hoofdvestiging;

    • e. het aantal gedetacheerde werknemers;

    • f. het adres van de werkplek;

    • g. de opgaven als bedoeld in artikel 626 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek van de gedetacheerde werknemers, met inbegrip van de maand en het jaar van de geboortedatum, dan wel de leeftijd, indien de werknemer nog niet de leeftijd van 23 jaar heeft bereikt, de maand en het jaar van indiensttreding en de functie;

    • h. bescheiden waaruit blijkt hoeveel uren de gedetacheerde werknemer heeft gewerkt; en

    • i. de arbeidsovereenkomsten met de gedetacheerde werknemers.

  • 3 De gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen g tot en met i, worden gepseudonimiseerd.

Artikel 5

  • 1 De gegevens, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4, worden vernietigd na een periode van maximaal 7 jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het gegeven.

  • 2 Indien blijkt dat gegevens onjuist zijn of ten onrechte worden verwerkt, worden deze verbeterd onderscheidenlijk verwijderd. Onze Minister doet daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan de personen en instanties die de gegevens hebben ontvangen.

  • 3 De gegevens die niet meer noodzakelijk zijn, gelet op het doel waarvoor zij worden verwerkt, worden verwijderd.

  • 4 De verwijderde gegevens worden vernietigd, tenzij wettelijke regels omtrent bewaring daaraan in de weg staan.

  • 5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in acht te nemen termijnen bij de verwerking van gegevens, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4.

Hoofdstuk III. Beoordeling transnationale dienstverrichting

Artikel 6

De elementen, bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel a, van de wet, ter beoordeling of een onderneming daadwerkelijk substantiële activiteiten verricht om werknemers ter beschikking te stellen in het kader van transnationale dienstverrichting, bestaan uit:

  • a. de plaats waar de onderneming haar statutaire zetel heeft en waar haar administratie wordt verricht;

  • b. de plaats waar de onderneming kantoren heeft, belasting en socialezekerheidspremies betaalt en waar zij, indien van toepassing, een vergunning voor de uitoefening van een beroep heeft of als onderneming is ingeschreven in registers die door de bevoegde instanties kunnen worden geraadpleegd of bij beroepsorganisaties;

  • c. de plaats waar gedetacheerde werknemers worden geworven en de plaats van waaruit ze worden gedetacheerd;

  • d. het op de overeenkomsten van de onderneming met de gedetacheerde werknemer en met de dienstontvanger toepasselijke recht;

  • e. de plaats waar de onderneming haar belangrijkste ondernemingsactiviteiten ontplooit en waar zij administratief personeel heeft;

  • f. het aantal overeenkomsten van dienstverrichting die worden uitgevoerd of de grootte van de omzet in de lidstaat van vestiging;

  • g. de aard van de werkzaamheden van de onderneming in de lidstaat waar zij is gevestigd; en

  • h. of de werknemer rechtmatig verblijft en rechtmatig zijn hoofdactiviteit uitoefent in de lidstaat waar de onderneming is gevestigd.

Artikel 7

De elementen, bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel b, van de wet, ter beoordeling of er sprake is van een gedetacheerde werknemer die tijdelijk arbeid in Nederland verricht, bestaan uit:

  • a. de periode waarin het werk wordt verricht in een andere lidstaat;

  • b. de datum waarop de detachering begint;

  • c. de detachering vindt plaats in een andere lidstaat dan die waar of van waaruit de gedetacheerde werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht;

  • d. de gedetacheerde werknemer keert na de beëindiging van de werkzaamheden of de dienstverrichting waarvoor hij was gedetacheerd, terug naar de lidstaat van waar of van waaruit hij is gedetacheerd of waar hij wordt geacht weer te gaan werken;

  • e. de aard van de activiteiten;

  • f. de dienstverrichter die de werknemer detacheert, draagt zorg voor het vervoer, kost en inwoning of accommodatie of hij betaalt de kosten hiervoor terug aan de gedetacheerde werknemer;

  • g. de wijze waarop is voorzien in het vervoer, kost en inwoning of accommodatie en de wijze van terugbetaling, bedoeld in onderdeel f;

  • h. alle eerdere tijdvakken waarin dezelfde of een andere gedetacheerde werknemer de betrokken werkzaamheden heeft verricht;

  • i. een bewijs waaruit de bijdrage voor de toepasselijke socialezekerheidsregelingen blijkt;

  • j. de plaats van waaruit, de wijze waarop en de frequentie waarmee feitelijk leiding wordt gegeven aan de werkzaamheden;

  • k. wie de gedetacheerde persoon voor zijn arbeid betaalt en hoe deze betaling zich verhoudt tot het contract met de dienstverrichter en de dienstontvanger; en

  • l. hoe er feitelijk toezicht wordt gehouden en leiding wordt gegeven aan de werkzaamheden en of hierbij sprake is van een gezagsverhouding.

Hoofdstuk IV. Melding

Artikel 8

  • 1 De verplichtingen van artikel 8, eerste en tweede lid, van de wet zijn, voor wat betreft de identiteit van de persoon die de werkzaamheden uitvoert, de identiteit van de voor de uitbetaling van het loon verantwoordelijke persoon, met dien verstande dat daaronder wordt begrepen de voor de uitbetaling van de financiële tegenprestatie verantwoordelijke persoon, en de aard en vermoedelijke duur van de werkzaamheden, van overeenkomstige toepassing op zelfstandigen, die tijdelijk arbeid verrichten in Nederland in de sectoren van het beroeps- of bedrijfsleven, die in de Standaard Bedrijfsindeling worden aangeduid met de volgende classificaties:

    • a. van de sectie A Landbouw, bosbouw en visserij:

      • 01 Landbouw, jacht en dienstverlening voor de landbouw en jacht;

      • 03.12 Binnenvisserij;

    • b. van de sectie C Industrie:

      • 10.1 Slachterijen en vleesverwerking;

      • 10.2 Visverwerking;

      • 10.3 Verwerking van aardappels, groente en fruit;

      • 23 Vervaardiging van overige niet-metaalhoudende minerale producten;

      • 24 Vervaardiging van metalen in primaire vorm;

      • 25 Vervaardiging van producten van metaal (geen machines en apparaten);

      • 27 Vervaardiging van elektrische apparatuur (elektromotoren, batterijen, huishoudapparaten etc.);

      • 28 Vervaardiging van overige machines en apparaten;

      • 30 Vervaardiging van overige transportmiddelen;

      • 33 Reparatie en installatie van machines en apparaten;

    • c. de sectie F Bouwnijverheid;

    • d. van de sectie H Vervoer en opslag:

      • 49.4 Goederenvervoer over de weg, tenzij de tijdelijke arbeid uitsluitend bestaat uit het vervoeren van goederen door Nederland zonder in Nederland te laden of te lossen;

    • e. de sectie I Logies-, maaltijd- en drankverstrekking;

    • f. van de sectie N Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening:

      • 81.2 Reiniging;

      • 81.3 Landschapsverzorging;

    • g. van de sectie Q Gezondheids- en welzijnszorg:

      • 86.1 Ziekenhuizen en geestelijke gezondheids- en verslavingszorg met overnachting;

      • 87.1 Verpleeghuizen;

      • 87.2 Huizen en dagverblijven voor verstandelijk gehandicapten;

      • 87.3 Huizen en dagverblijven voor niet-verstandelijk gehandicapten en verzorgingshuizen;

      • 87.9 Jeugdzorg en maatschappelijke opvang met overnachting;

      • 88.1 Maatschappelijke dienstverlening zonder overnachting gericht op ouderen en gehandicapten;

      • 88.9 Maatschappelijke dienstverlening zonder overnachting niet specifiek gericht op ouderen en gehandicapten.

  • 2 Bij de beoordeling van de sector waartoe de werkzaamheden worden gerekend, nemen de toezichthoudende ambtenaren achtereenvolgens de volgende criteria in aanmerking:

    • a. de aard van de feitelijk verrichte werkzaamheden;

    • b. de activiteiten en werkzaamheden, zoals die zijn benoemd in de vervoersovereenkomst of de overeenkomst van opdracht of aanneming van werk;

    • c. de bedrijfsindelingscode die aan de zelfstandige is toegekend op basis van diens economische activiteiten; en

    • d. de locatie waar de werkzaamheden worden verricht.

Artikel 9

Een melding in de zin van artikel 8 van de wet is geldig voor de duur van een jaar voor:

  • a. een in het buitenland gevestigde dienstverrichter, die:

    • 1°. ten minste 1 en ten hoogste 9 werknemers in dienst heeft;

    • 2°. is gevestigd binnen een straal van 100 kilometer van de Nederlandse grens;

    • 3°. is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, of een vergelijkbaar register in aangrenzende landen;

    • 4°. in het voorafgaande kalenderjaar ten minste 3 transnationale diensten in Nederland heeft verricht, dan wel in het voorafgaande kalenderjaar een melding als bedoeld in dit artikel heeft verricht; en

    • 5°. niet werkzaam is in een sector die in de Standaard Bedrijfsindeling is ingedeeld in:

      • de sectie F Bouwnijverheid; of

      • de afdeling 78 Arbeidsbemiddeling, uitzendbureaus en personeelsbeheer;

  • b. een in het buitenland gevestigde zelfstandige, die:

    • 1°. werkzaam is in een in artikel 8, eerste lid, genoemde sector van het beroeps- of bedrijfsleven;

    • 2°. is gevestigd binnen een straal van 100 kilometer van de Nederlandse grens;

    • 3°. is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, of een vergelijkbaar register in aangrenzende landen;

    • 4°. in het voorafgaande kalenderjaar ten minste 3 transnationale diensten in Nederland heeft verricht, dan wel in het voorafgaande kalenderjaar een melding als bedoeld in dit artikel heeft verricht; en

    • 5°. niet werkzaam is in de sector die in de Standaard Bedrijfsindeling is ingedeeld in de sectie F Bouwnijverheid;

  • c. een dienstverrichter of in het buitenland gevestigde zelfstandige die werkzaam is in de sector die in de Standaard Bedrijfsindeling is ingedeeld in de groep 49.4 Goederenvervoer over de weg, met inbegrip van de dienstverrichter of zelfstandige die in Nederland in opdracht van een in Nederland gevestigde dienstontvanger goederen levert.

Artikel 10

  • 1 Artikel 8 van de wet is niet van toepassing op de dienstverrichter, die uitsluitend de volgende categorieën van werknemers detacheert naar Nederland:

    • a. werknemers die werkzaamheden uitvoeren in een sector die in de Standaard Bedrijfsindeling is ingedeeld in de groepen:

      • 49.1 Personenvervoer per spoor (geen tram of metro);

      • 49.2 Goederenvervoer per spoor;

    • b. werknemers die werkzaamheden uitvoeren in de sector die in de Standaard Bedrijfsindeling is ingedeeld in de groep 49.3 Personenvervoer over de weg;

    • c. werknemers die werkzaamheden uitvoeren in de sector die in de Standaard Bedrijfsindeling is ingedeeld in de sector 49.4 Goederenvervoer over de weg, mits die werkzaamheden uitsluitend bestaan in het vervoeren van goederen door Nederland zonder in Nederland te laden of te lossen;

    • d. werknemers die werkzaamheden uitvoeren in de sector die in de Standaard Bedrijfsindeling is ingedeeld in de afdeling 50 Vervoer over water;

    • e. werknemers die werkzaamheden uitvoeren in de sector die in de Standaard Bedrijfsindeling is ingedeeld in afdeling 51 Luchtvaart;

    • f. werknemers die werkzaamheden uitvoeren in de sector die in de Standaard Bedrijfsindeling is ingedeeld in de groep 53 Post en koeriers;

    • g. werknemers die werkzaamheden uitvoeren in een sector die in de Standaard Bedrijfsindeling is ingedeeld in de groep:

      • 84.1 Openbaar bestuur; of

      • 84.2 Overheidsdiensten;

    • h. werknemers die werkzaamheden uitvoeren in de sector die in de Standaard Bedrijfsindeling is ingedeeld in de sectie U Extraterritoriale organisaties en lichamen.

    • i. gekwalificeerde of gespecialiseerde werknemers die de initiële assemblage of de eerste installatie uitvoeren van een goed, mits de werkzaamheden een wezenlijk bestanddeel uitmaken van een overeenkomst voor de levering van goederen, noodzakelijk zijn voor het in werking stellen daarvan en de duur van de werkzaamheden niet meer dan acht dagen bedraagt, tenzij het werkzaamheden in de sector bouwbedrijf betreft;

    • j. werknemers die dringend onderhoud of reparaties uitvoeren aan werktuigen, machines of apparatuur, die door de dienstverrichter zijn geleverd aan de dienstontvanger ten behoeve waarvan de reparaties of het onderhoud plaatsvinden, dan wel werknemers die door de dienstverrichter geleverde software installeren, aanpassen, of die instrueren over het gebruik van die software, mits hun verblijf noodzakelijk is voor deze activiteiten en niet meer dan 12 aaneengesloten weken binnen een tijdsbestek van 36 weken bedraagt;

    • k. werknemers die in Nederland wetenschappelijke congressen bijwonen, mits hun verblijf niet meer dan 5 dagen per kalendermaand bedraagt;

    • l. werknemers die in Nederland zakelijke besprekingen voeren of overeenkomsten sluiten met bedrijven of instellingen, mits hun verblijf niet meer dan 13 aaneengesloten weken binnen een tijdsbestek van 52 weken bedraagt;

    • m. werknemers die als correspondent werkzaam zijn in dienst van een publiciteitsmedium dat zijn hoofdzetel buiten Nederland gevestigd heeft;

    • n. deelnemers aan internationale sportwedstrijden en hun vaste persoonlijke begeleiders, mits hun verblijf niet meer dan 6 aaneengesloten weken binnen een tijdsbestek van 13 weken bedraagt;

    • o. artiesten en musici, en hun vaste persoonlijk begeleiders die een voorstelling uitvoeren, beeldend kunstenaars, conservators of restauratoren, mits hun verblijf niet meer dan 6 aaneengesloten weken binnen een tijdsbestek van 13 weken bedraagt;

    • p. gastdocenten die werkzaam zijn aan een Nederlandse instelling voor wetenschappelijk onderwijs;

    • q. onderzoekers en leden van een wetenschappelijk team die door een universiteit of een wetenschappelijke instelling worden tewerkgesteld, die in Nederland aan een wetenschappelijk programma van een universiteit of een wetenschappelijke instelling deelnemen, mits hun verblijf niet meer dan 13 aaneengesloten weken binnen een tijdsbestek van 52 weken bedraagt.

  • 2 De dienstverrichter, die niet uitsluitend in het eerste lid genoemde categorieën van werknemers detacheert naar Nederland, meldt de in artikel 8, eerste lid, van de wet genoemde gegevens, met uitzondering van de identiteit van de gedetacheerde werknemer die valt onder een van de in het eerste lid genoemde categorieën en de bijdrage voor toepasselijke socialezekerheidsregelingen voor deze werknemer.

Artikel 11

  • 2 Artikel 10, eerste lid, is niet van toepassing op de dienstverrichter die een vreemdeling als bedoeld in artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen detacheert. Indien artikel 10, tweede lid, van toepassing is, meldt deze dienstverrichter de in artikel 8, eerste lid, van de wet genoemde gegevens, met uitzondering van de identiteit van de gedetacheerde werknemer die valt onder een van de in artikel 10, eerste lid, genoemde categorieën en die geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, en de bijdrage voor toepasselijke socialezekerheidsregelingen voor deze werknemer.

Hoofdstuk V. Wederzijdse bijstand bij handhaving en bestuurlijke handhaving

Artikel 12

  • 1 De aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, kunnen een verzoek tot invordering afwijzen op de volgende gronden:

    • a. de verwachte kosten of middelen van de invordering van de administratieve sanctie of boete niet in verhouding staan tot het in te vorderen bedrag;

    • b. de administratieve sanctie of boete bedraagt minder dan € 350,– of indien het vreemde valuta betreft het equivalent van dit bedrag; of

    • c. met de uitvoering van het verzoek wordt gehandeld in strijd met een wettelijk voorschrift.

  • 2 Een verzoek als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet kan worden afgewezen, indien het verzoek niet voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de wet, onvolledig is of onmiskenbaar niet strookt met de onderliggende beslissing.

Artikel 13

  • 4 Bij ministeriële regeling kan het aantal gedetacheerde werknemers, bedoeld in het eerste lid, worden aangepast.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Amsterdam, 28 november 2016

Willem-Alexander

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher

Uitgegeven de achtste december 2016

De Minister van Veiligheid en Justitie,

G.A. van der Steur

Terug naar begin van de pagina