Regeling aanduiding motor- en bromfietshelmen

Geraadpleegd op 06-07-2022.
Geldend van 01-01-2017 t/m 31-08-2020

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 11 november 2016, nr. IENM/BSK-2016/138653, houdende vaststelling van regels betreffende de aanduiding op motor- en bromfietshelmen (Regeling aanduiding motor- en bromfietshelmen)

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Gelet op artikel 22, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • reglement 22: ‘Uniform provisions concerning the approval of protective helmets and of their visors for drivers and passengers of motor cycles and mopeds’ behorende bij het Verdrag betreffende het aannemen van eenvormige goedkeuringsvoorwaarden en de wederzijdse erkenning van goedkeuring van uitrustingsstukken en onderdelen van motorvoertuigen, gesloten te Genève op 20 maart 1958 (Trb. 1959, 83);

  • speed-pedelec: speed-pedelec als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Artikel 2

  • 1 Helmen die op grond van artikel 60 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 worden gedragen, zijn voorzien van een goedkeuringsmerk:

    • a. overeenkomstig het merk dat in bijlage I behorende bij deze regeling als model 1 is weergegeven en dat op de helm is aangebracht naar aanleiding van goedkeuring op grond van de bepalingen van reglement 22, of

    • b. overeenkomstig voorschriften of normen die door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn gelijkgesteld met het veiligheidsniveau van reglement 22.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan de helm van de bestuurder van een speed-pedelec zijn voorzien van een markering overeenkomstig NTA 8776:2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Infrastructuur en Milieu,

M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Naar boven