Tarievencode gas

Geldend van 01-01-2019 t/m heden

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, kenmerk ACM/DE/2016/202166, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 12a van de Gaswet (Tarievencode gas)

De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op artikel 12f, eerste lid van de Gaswet;

Besluit:

1. Algemene bepalingen

1.1. Werkingssfeer

1.1.1

Dit document bevat de door netbeheerders jegens netgebruikers, waaronder afnemers, te hanteren tariefstructuur die de elementen en wijze van berekening beschrijft van het tarief waarvoor transport van gas, met inbegrip van invoer, uitvoer en doorvoer van gas, de met het transport ondersteunende diensten ten behoeve van netgebruikers en het gebruik van een of meer installaties van het verwante bedrijf zullen worden doorgevoerd en van het tarief waarvoor de netbeheerder van het landelijk gastransportnet uitvoering zal geven aan zijn in artikel 10a, eerste lid, omschreven wettelijke taken, zoals bedoeld in artikel 12a van de Gaswet.

2. Regionale netbeheerders

2.1. Algemeen

2.1.1

Dit hoofdstuk bevat de door regionale netbeheerders jegens netgebruikers, waaronder afnemers, te hanteren tariefstructuur die de elementen en wijze van berekening beschrijft van het tarief waarvoor: transport van gas, met inbegrip van invoer, uitvoer en doorvoer van gas, de met het transport ondersteunende diensten ten behoeve van netgebruikers en het gebruik van een of meer installaties van het verwante bedrijf zullen worden doorgevoerd, zoals bedoeld in artikel 12a van de Gaswet.

2.2. Tariefstructuur voor de transportdienst

2.2.1. Beschrijving transportdienst

2.2.1.1

De transportdienst omvat het transporteren van gas voor netgebruikers door gebruik te maken van het regionale gastransportnet1. Hieronder wordt mede verstaan:

  • a. de instandhouding van het gastransportnet;

  • b. de handhaving van het drukniveau;

  • c. de kwaliteitsbewaking van het gas;

  • d. de facturering;

  • e. dataverwerking;

  • f. marktfacilitering.

2.2.1.2

Per onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a t/m d van de Wet waardering onroerende zaak is er sprake van één aansluiting. Indien er sprake is van gasinstallaties of samenstel van gasinstallaties op een onroerende zaak die afzonderlijk met het gastransportnet zijn verbonden en niet warmtezijdig en ook niet anderszins met elkaar zijn verbonden, is in uitzondering op deze regel sprake van verschillende aansluitingen.

2.2.2. Kosten gedekt door de transporttarieven

2.2.2.1

De transporttarieven dienen ter dekking van de kosten van het door de netbeheerder beheerde gastransportnet voor zover deze kosten ten grondslag liggen aan de transportdienst of aan een transportondersteunende dienst zoals bedoeld in artikel 2.1.1.

2.2.2.2

De kosten, welke worden bepaald conform de Regulatorische Accountingregels voor Regionale Netbeheerders Gas2 worden ingedeeld in twee categorieën:

  • a. de transportonafhankelijke kosten, zijnde alle kosten die geen directe relatie hebben met de benodigde transportcapaciteit of het transportvolume. Dit zijn:

    • administratiekosten;

    • kosten voor dataverwerking, alsmede de kosten voor allocatie, reconciliatie en validatie;

    • kosten voor marktfacilitering (kosten voor het beheer van het aansluitingenregister en het afhandelen van switch- en verhuisberichten);

    • factureringskosten;

    • kosten voor kwaliteitsbewaking van het gas;

    • kosten voor gebouwen en magazijnen niet behorende bij de netinfrastructuur;

    • kosten het opstellen van transportcontracten.

  • b. de transportafhankelijke kosten, zijnde alle kosten die een directe relatie hebben met de benodigde transportcapaciteit of het transportvolume. Dit zijn:

    • kosten inkoop bij andere netbeheerders;

    • kosten voor het gastransportnet;

    • kosten voor instandhouding van het gastransportnet;

    • kosten voor handhaving drukniveau;

    • kosten voor gebouwen en magazijnen behorende bij de netinfrastructuur.

2.3. De tariefstructuur van de transporttarieven voor afnemers met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur

2.3.1. Tariefcomponenten

2.3.1.1

De transporttarieven voor afnemers met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur bestaan uit de volgende componenten:

  • a. een transportonafhankelijk verbruikerstarief (TOVT);

  • b. een transportafhankelijk verbruikerstarief-volume (TAVTv);

  • c. een transportafhankelijk verbruikerstarief-capaciteit (TAVTc).

2.3.2. Indeling in tariefcategorie

2.3.2.1

Voor de aansluitingen van afnemers met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur worden zes afnemerscategorieën onderscheiden. Iedere aansluiting wordt in één van deze categorieën ingedeeld. In Tabel 1 Tariefcategorieën zijn de verschillende afnemerscategorieën weergegeven.

Tabel 1 Tariefcategorieën

Afnemerscategorie

Capaciteit

[m3(n)/uur]

Grootte gasmeter*

Standaard jaarverbruik**

[m3(n;35,17)]

1

≤ 10

≤ G6

< 500

2

≤ 10

≤ G6

≥ 500 en < 4.000

3

≤ 10

≤ G6

≥ 4.000

4

> 10 en ≤ 16

G10

n.v.t.

5

> 16 en ≤ 25

G16

n.v.t.

6

> 25 en ≤ 40

G25

n.v.t.

* Deze indeling in gasmeters geldt alleen bij een overdruk van ≤ 200 mbar.

** Dit betreft het standaardjaarverbruik zoals bedoeld in artikel 2.1.3, onderdeel r, van de Informatiecode elektriciteit en gas.

2.3.2.2

Afnemers worden op basis van de grootte van de gasmeter ingedeeld in een afnemersgroep zoals weergegeven in Tabel 1 Tariefcategorieën. Voor de eerste drie afnemersgroepen geldt dat het standaardjaarverbruik bepaalt of afnemers in groep 1, 2 of 3 worden ingedeeld. Voor aansluitingen met een hoge druk (groter dan 200 mbar overdruk) of een extra hoge druk (groter dan 16 bar overdruk) geldt de procedure zoals is beschreven in artikel 2.3.2.3.

2.3.2.3

Voor aansluitingen waarbij de gasmeter meet in de hoge druk (groter dan 200 mbar overdruk) of extra hoge druk (groter dan 16 bar overdruk) dient de capaciteit gecorrigeerd te worden voor druk. De correctie dient te geschieden door toepassing van onderstaande formule. Na toepassing hiervan wordt de aansluiting conform Tabel 1 Tariefcategorieën in de afnemersgroep ingedeeld.

De formule die hiervoor wordt gebruikt, luidt:

Cn = C * (P/Pn)

waarin:

C = Maximum capaciteit (m3/uur) van de gasmeter;

Cn = Herleide capaciteit (m3(n)/uur), gecorrigeerd voor druk;

P = De absolute meetdruk in bar;

Pn = Absolute druk onder normaalconditie (1,01325 bar).

2.3.2.4

Voor de in 2.3.1 genoemde tariefcomponenten wordt uitgegaan van een waarde voor de transportcapaciteit die voor onbepaalde tijd geldt.

2.3.2.5

De procedure voor indeling in een andere afnemersgroep is als volgt:

  • a. indien een afnemer met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur op grond van zijn benodigde maximale (gesommeerde) transportcapaciteit van mening is dat hij in aanmerking komt voor indeling in een andere afnemersgroep, dient hij daartoe een schriftelijk verzoek in bij de netbeheerder op wiens net zijn installatie is aangesloten;

  • b. de netbeheerder beoordeelt het verzoek, binnen vijf werkdagen na de dag van ontvangst van het verzoek, aan de hand van de volgende criteria:

    • kan de gevraagde transportcapaciteit geleverd worden op de aansluiting;

    • indien het een verzoek tot neerwaartse bijstelling behelst dan mag er gedurende de afgelopen 12 maanden geen bijstelling opwaarts hebben plaatsgevonden;

  • c. de netbeheerder doet de afnemer uiterlijk op de tiende werkdag na de dag van ontvangst van het verzoek schriftelijk verslag van zijn bevindingen. Bij honorering van het verzoek wordt de afnemer zonodig geadviseerd om contact op te nemen met zijn meetverantwoordelijke;

  • d. daarna neemt de afnemer contact op met zijn meetverantwoordelijke om ervoor te zorgen dat zijn metercapaciteit op kosten van de afnemer wordt bijgesteld door aanpassing (wisseling) van de meter;

  • e. indien de meetinrichting is aangepast, informeert de meetverantwoordelijke de netbeheerder;

  • f. vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand dat de netbeheerder van de meetverantwoordelijke vernomen heeft dat de metercapaciteit naar boven is bijgesteld, geldt voor de tariefstelling de hogere afnemersgroep, mits deze gereedmelding voor de 15e van de maand bij de netbeheerder ontvangen is. Bij gereedmelding na de 15e van de maand gaat de aangepaste tariefstelling een maand later in werking;

  • g. een bijstelling van de tariefstelling in een lagere afnemersgroep kan alleen plaatsvinden indien de metercapaciteit gedurende de afgelopen 12 maanden niet naar boven is bijgesteld. Op het moment dat aan deze voorwaarde is voldaan, geldt voor de tariefstelling vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand dat de netbeheerder van de meetverantwoordelijke vernomen heeft dat de metercapaciteit naar beneden is bijgesteld de lagere afnemersgroep, mits deze gereedmelding voor de 15e van de maand bij de netbeheerder ontvangen is. Bij gereedmelding na de 15e van de maand gaat de aangepaste tariefstelling een maand later in werking.

2.3.3. Het transportonafhankelijke verbruikerstarief voor afnemers met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur (TOVT)

2.3.3.1

Het transportonafhankelijke verbruikerstarief voor afnemers met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur (TOVT) wordt bepaald door de aan deze afnemers toegerekende transportonafhankelijke kosten te delen door het aantal aansluitingen van deze afnemers.

2.3.3.2

Het TOVT is een bedrag voor de periode van een jaar en wordt per aansluiting in rekening gebracht.

2.3.4. Het transportafhankelijke verbruikerstarief-volume voor afnemers met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur (TAVTv)

2.3.4.1

Het transportafhankelijke verbruikerstarief-volume voor afnemers met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur (TAVTv) is gelijk aan 0.

2.3.5. Het transportafhankelijke verbruikerstarief-capaciteit voor afnemers met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur (TAVTc)

2.3.5.1

Het transportafhankelijke verbruikerstarief voor afnemers met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur (TAVTc) dekt de totale op basis van capaciteit aan deze afnemers toegerekende transportafhankelijke kosten. Het TAVTc wordt op basis van dagevenredigheid in rekening gebracht.

2.3.5.2

Het TAVTc wordt berekend door de totale op basis van capaciteit aan afnemers met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur toegerekende transportafhankelijke kosten te delen door de som van het aantal aansluitingen per afnemerscategorie vermenigvuldigd met de respectievelijke rekencapaciteiten uit tabel 2 in artikel 2.3.6.1.

2.3.5.3

Het TAVTc is een bedrag per kubieke meter Groningen gas per uur [m3(n; 35,17)/uur] voor de periode van een jaar.

2.3.5.4

Het TAVTc wordt in rekening gebracht over de rekencapaciteit per aansluiting. Voor aansluitingen met meerdere verbindingen wordt het TAVTc berekend over de som van de rekencapaciteiten van die verbindingen.

2.3.6. Rekencapaciteiten

2.3.6.1

De rekencapaciteit wordt gebruikt om de capaciteitsafhankelijke tarieven voor de in paragraaf 2.3.2 onderscheiden afnemerscategorieën te bepalen. De rekencapaciteiten zijn als volgt:

Tabel 2 Rekencapaciteit per afnemerscategorie

Afnemerscategorie

Capaciteit

[m3(n)/uur]

Standaardjaarverbruik*

[m3(n;35,17)]

Rekencapaciteit

[m3(n;35,17)/uur]

1

≤ 10

< 500

2

≤ 10

≥ 500 en < 4.000

3

3

≤ 10

≥ 4.000

6

4

> 10 en ≤ 16

n.v.t.

10

5

> 16 en ≤ 25

n.v.t.

16

6

> 25 en ≤ 40

n.v.t.

25

* Dit betreft het standaardjaarverbruik zoals bedoeld in artikel 2.1.3, onderdeel r, van de Informatiecode elektriciteit en gas.

2.3.6.2

Aansluitingen van afnemers met een aansluitcapaciteit van ten hoogste 40 m3(n)/uur zonder meetinrichting worden tot afnemerscategorie 1 uit tabel 2 in artikel 2.3.6.1 gerekend, te weten met een capaciteit kleiner dan 10 m3(n)/uur en een standaardjaarverbruik kleiner dan 500 m3(n; 35,17).

2.3.8. Bijzondere bepalingen

2.3.8.1

Indien een netbeheerder door faillissement van een leverancier als gevolg van toepassing van het leveranciersmodel zoals bedoeld in artikel 44b van de Gaswet tariefinkomsten derft, dan mogen deze gederfde inkomsten worden verrekend in de tarieven van de netbeheerder.

2.3.8.2

De in artikel 2.3.8.1 bedoelde verrekening heeft ten hoogste betrekking op de gederfde tariefinkomsten gedurende twee maanden voorafgaand aan het moment waarop de vergunninghouder in staat van faillissement is verklaard (jaar t). Dit is de datum waarop melding wordt gemaakt van het betreffende faillissement in de Nederlandse Staatscourant.

2.3.8.3

Het moment van de in artikel 2.3.8.1 bedoelde verrekening is in het jaar t+2 na het jaar waarin de vergunninghouder in staat van faillissement is verklaard. De netbeheerder dient dit verzoek tot correctie voor gederfde tariefinkomsten te doen met het tariefvoorstel voor het betreffende jaar. Daarbij moet de netbeheerder aan de Autoriteit Consument en Markt een overzicht overleggen, voorzien van goedkeurende accountantsverklaring, van de gederfde tariefinkomsten.

2.3.8.4

Indien een netbeheerder, zoals bedoeld in artikel 2.3.8.1, gederfde inkomsten verrekent, dan dient deze netbeheerder in het jaar van het einde van het faillissement van de betreffende vergunninghouder een verklaring van de curator bij de Autoriteit Consument en Markt te overleggen van de uitkomsten van het faillissement. Het einde van een faillissement is de dag waarop het einde van een faillissement wordt gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant. Inkomsten die de netbeheerder alsnog heeft kunnen verhalen op de failliete boedel worden in mindering gebracht op de tarieven twee jaar na het jaar van het einde van het faillissement van de vergunninghouder, zoals bedoeld in artikel 2.3.8.1.

2.3a. De tariefstructuur van de transporttarieven voor profielgrootverbruikers

2.3a.1. Tariefcomponenten

2.3a.1.1

De transporttarieven voor profielgrootverbruikers bestaan uit de volgende componenten:

  • a. een transportonafhankelijk verbruikerstarief (TOVT);

  • b. een transportafhankelijk verbruikerstarief (TAVT).

2.3a.2. Indeling in tariefcategorie

2.3a.2.1

Voor de aansluitingen van profielgrootverbuikers worden vijf afnemerscategorieën onderscheiden. Iedere aansluiting wordt in één van deze categorieën ingedeeld. In Tabel 3 Tariefcategorieën zijn de verschillende afnemerscategorieën weergegeven.

Tabel 3 Tariefcategorieën

Afnemerscategorie

Capaciteit [m3(n)/uur]

Grootte gasmeter*

1

> 40 en ≤ 65

G40

2

> 65 en ≤ 100

G65

3

> 100 en ≤ 160

G100

4

> 160 en ≤ 250

G160

5

> 250

> G160

* Deze indeling in gasmeters geldt alleen bij een overdruk van ≤ 200 mbar.

2.3a.2.2

Afnemers worden op basis van de grootte van de gasmeter ingedeeld in een afnemerscategorie zoals weergegeven in Tabel 3 Tariefcategorieën. Voor aansluitingen met een hoge druk (groter dan 200 mbar overdruk) of een extra hoge druk (groter dan 16 bar overdruk) geldt de procedure zoals is beschreven in artikel 2.3a.2.3.

2.3a.2.3

Voor aansluitingen waarbij de gasmeter meet in de hoge druk (groter dan 200 mbar overdruk) of extra hoge druk (groter dan 16 bar overdruk) dient de capaciteit gecorrigeerd te worden voor druk. De correctie dient te geschieden door toepassing van onderstaande formule. Na toepassing hiervan wordt de aansluiting conform Tabel 3 Tariefcategorieën in de afnemerscategorie ingedeeld.

De formule die hiervoor wordt gebruikt, luidt:

Cn = C * (P/Pn)

waarin:

C = Maximum capaciteit (m3/uur) van de gasmeter;

Cn = Herleide capaciteit (m3(n)/uur), gecorrigeerd voor druk;

P = De absolute meetdruk in bar;

Pn = Absolute druk onder normaalconditie (1,01325 bar).

2.3a.2.4

Voor de in 2.3a.1 genoemde tariefcomponenten wordt uitgegaan van een waarde voor de transportcapaciteit die voor onbepaalde tijd geldt.

2.3a.2.5

De procedure voor indeling in een andere afnemerscategorie is als volgt:

  • a. indien een profielgrootverbruiker op grond van zijn benodigde maximale (gesommeerde) transportcapaciteit van mening is dat hij in aanmerking komt voor indeling in een andere afnemerscategorie, dient hij daartoe een schriftelijk verzoek in bij de netbeheerder op wiens net zijn installatie is aangesloten;

  • b. de netbeheerder beoordeelt het verzoek, binnen vijf werkdagen na de dag van ontvangst van het verzoek, aan de hand van de volgende criteria:

    • kan de gevraagde transportcapaciteit geleverd worden op de aansluiting;

    • indien het een verzoek tot neerwaartse bijstelling behelst dan mag er gedurende de afgelopen 12 maanden geen bijstelling opwaarts hebben plaatsgevonden;

  • c. de netbeheerder doet de profielgrootverbruiker uiterlijk op de tiende werkdag na de dag van ontvangst van het verzoek schriftelijk verslag van zijn bevindingen. Bij honorering van het verzoek wordt de profielgrootverbruiker zonodig geadviseerd om contact op te nemen met zijn meetverantwoordelijke;

  • d. daarna neemt de profielgrootverbruiker contact op met zijn meetverantwoordelijke om ervoor te zorgen dat zijn metercapaciteit op kosten van de profielgrootverbruiker wordt bijgesteld door aanpassing (wisseling) van de meter;

  • e. indien de meetinrichting is aangepast, informeert de meetverantwoordelijke de netbeheerder;

  • f. vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand dat de netbeheerder van de meetverantwoordelijke vernomen heeft dat de metercapaciteit naar boven is bijgesteld, geldt voor de tariefstelling de hogere afnemersgroep, mits deze gereedmelding voor de 15e van de maand bij de netbeheerder ontvangen is. Bij gereedmelding na de 15e van de maand gaat de aangepaste tariefstelling een maand later in werking;

  • g. een bijstelling van de tariefstelling in een lagere afnemerscategorie kan alleen plaatsvinden indien de metercapaciteit gedurende de afgelopen 12 maanden niet naar boven is bijgesteld. Op het moment dat aan deze voorwaarde is voldaan, geldt voor de tariefstelling vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand dat de netbeheerder van de meetverantwoordelijke vernomen heeft dat de metercapaciteit naar beneden is bijgesteld de lagere afnemersgroep, mits deze gereedmelding voor de 15e van de maand bij de netbeheerder ontvangen is. Bij gereedmelding na de 15e van de maand gaat de aangepaste tariefstelling een maand later in werking.

2.3a.3. Het transportonafhankelijke verbruikerstarief profielgrootverbruik (TOVT)

2.3a.3.1

Het transportonafhankelijke verbruikerstarief profielgrootverbruik (TOVT) wordt bepaald door de aan profielgrootverbruikers toegerekende transportonafhankelijke kosten te delen door het aantal aansluitingen van profielgrootverbruikers.

2.3a.3.2

Het TOVT is een bedrag voor de periode van een jaar en wordt per aansluiting in rekening gebracht.

2.3a.4. Het transportafhankelijke verbruikerstarief-capaciteit profielgrootverbruik (TAVT)

2.3a.4.1

Het transportafhankelijke verbruikerstarief profielgrootverbruik (TAVT) dekt de totale op basis van capaciteit aan profielgrootverbruikers toegerekende transportafhankelijke kosten. Het TAVT wordt berekend door de totale op basis van capaciteit aan profielgrootverbruikers toegerekende transportafhankelijke kosten te delen door de som van het aantal aansluitingen per afnemerscategorie vermenigvuldigd met de respectievelijke rekencapaciteiten uit tabel 4 in artikel 2.3a.5.1.

2.3a.4.2

Het TAVT is een bedrag per kubieke meter Groningen gas [m3(n;35,17)/uur] voor de periode van een jaar.

2.3a.4.3

Het TAVT wordt in rekening gebracht over de rekencapaciteit per aansluiting. Voor aansluitingen bestaande uit meer verbindingen wordt het TAVT berekend over de som van de rekencapaciteiten van die verbindingen.

2.3a.5. Rekencapaciteiten

2.3a.5.1

De rekencapaciteit wordt gebruikt om de capaciteitsafhankelijke tarieven voor de in paragraaf 2.3a.2 onderscheiden afnemerscategorieën te bepalen. De rekencapaciteiten zijn als volgt:

Tabel 4 Rekencapaciteit per afnemerscategorie

Afnemerscategorie

Capaciteit [m3(n)/uur]

Rekencapaciteit [m3(n;35,17)/uur]

1

> 40 en ≤ 65

40

2

> 65 en ≤ 100

65

3

> 100 en ≤ 160

100

4

> 160 en ≤ 250

160

5

> 250

250

2.4. De tariefstructuur van de transporttarieven voor telemetriegrootverbruikers

2.4.1. Structuur van de transporttarieven voor telemetriegrootverbruikers

2.4.1.1

De transporttarieven voor telemetriegrootverbruikers bestaan uit de volgende componenten:

  • a. een transportonafhankelijk verbruikerstarief (TOVTgv);

  • b. een transportafhankelijk verbruikerstarief-capaciteit (TAVTgv).

2.4.2. Het transportonafhankelijke verbruikstarief voor telemetriegrootverbruikers

2.4.2.1

Het transportonafhankelijke verbruikerstarief voor telemetriegrootverbruikers (TOVTgv) wordt bepaald door de aan telemetriegrootverbruikers toegerekende transportonafhankelijke kosten te delen door het aantal aansluitingen van telemetriegrootverbruikers.

2.4.2.2

Het TOVTgv is een bedrag voor de periode van een jaar en wordt per aansluiting in rekening gebracht.

2.4.3. Het transportafhankelijke verbruikstarief voor telemetriegrootverbruikers

2.4.3.1

Het transportafhankelijke verbruikerstarief voor telemetriegrootverbruikers (TAVTgv) wordt berekend door de totale op basis van capaciteit aan telemetriegrootverbruikers toegerekende transportafhankelijke kosten te delen door de som van de door telemetriegrootverbruikers gecontracteerde transportcapaciteit.

2.4.3.2

De transportafhankelijke tarieven voor telemetriegrootverbruikers kunnen erin voorzien dat de transportafhankelijke kosten worden onderbouwd aan de hand van een kostenverdeling op basis van drukniveaus. In het geval de netbeheerder hiertoe kiest dient een cascademodel gehanteerd te worden, hetgeen resulteert in een TAVTgv voor extra hoge druk, een voor hoge druk en een voor lage druk.

2.4.3.3

De verdeelsleutel voor de kostentoerekening van de kosten van het EHD-net aan het HD- en LD-net volgens het cascadebeginsel is de volgende:

Bijlage 257150.png

De verdeelsleutel voor de kostentoerekening van de kosten van het HD-net aan het LD-net volgens het cascadebeginsel is de volgende:

Bijlage 257151.png

2.4.3.4

Het TAVTgv wordt op basis van de gecontracteerde transportcapaciteit per aansluiting in rekening gebracht. In dit verband wordt onder gecontracteerde transportcapaciteit verstaan de capaciteit (herleid naar m3(n; 35,17)/uur) die een telemetriegrootverbruiker verwacht op enig moment in een kalenderjaar maximaal gedurende één uur nodig te hebben voor de betreffende aansluiting.

2.4.3.5

In de in artikel 2.4.1.1 genoemde tariefdragers wordt uitgegaan van een waarde voor de gecontracteerde transportcapaciteit die voor onbepaalde tijd geldt.

2.4.3.6

Een telemetriegrootverbruiker heeft het recht om de gecontracteerde transportcapaciteit aan te passen, met uitzondering wanneer:

  • a. de telemetriegrootverbruiker verzoekt om verlaging van de gecontracteerde transportcapaciteit binnen 12 maanden na aanvang van een eerdere verhoging, tenzij er sprake is van sterk gewijzigde omstandigheden bij de telemetriegrootverbruiker die vooraf niet in redelijkheid hadden kunnen worden voorzien;

  • b. de netbeheerder niet op de gewenste termijn over voldoende transportcapaciteit kan beschikken.

2.4.3.7

Een aanpassing van de gecontracteerde transportcapaciteit is van kracht met ingang van de maand volgend op de instemming met en de uitvoering van het verzoek door de netbeheerder. Binnen 10 werkdagen na het indienen van het verzoek tot aanpassing van de transportcapaciteit wordt de afnemer door de netbeheerder geïnformeerd of instemming wordt verleend. In het geval de netbeheerder geen instemming verleent wordt de reden hiervoor door de netbeheerder aan de afnemer toegelicht. Daarnaast ligt de netbeheerder aan de afnemer toe welke aanpassingen in het net dienen te worden gedaan om wel aan het verzoek te kunnen voldoen en op welke termijn deze aanpassingen gerealiseerd kunnen worden.

2.4.3.8

Het transportafhankelijke tarief wordt bepaald op basis van gecontracteerde transportcapaciteit en uitgedrukt in Euro’s per kubieke meter Groningen gas [m3(n; 35,17)] per uur per jaar.

2.4.3.9

Wanneer een telemetriegrootverbruiker op enig moment de gecontracteerde transportcapaciteit overschrijdt dan wordt hem een overschrijdingsvergoeding in rekening gebracht over de hoeveelheid capaciteit waarmee de gecontracteerde capaciteit wordt overschreden. Deze vergoeding wordt met terugwerkende kracht voor het gehele contractjaar berekend, tenzij het contract op een later tijdstip in het jaar ingaat, en bestaat uit het TAVTgv.

2.4.4. Tarief voor afschakelbare contracten voor telemetriegrootverbruikers

2.4.4.1

Indien een afnemer met de netbeheerder een afschakelbaar transportcontract heeft afgesloten en afschakeling daadwerkelijk heeft plaatsgevonden dan wordt hem gedurende twaalf maanden vanaf de maand dat de afschakeling heeft plaatsgevonden een korting toegekend. De korting per m3(n; 35,17)/uur wordt bepaald door het quotiënt te nemen van de duur van de afschakelingen uitgedrukt in dagen en 365 en dat te vermenigvuldigen met het TAVTgv. De korting is onafhankelijk van de duur van de afschakeling op een dag.

2.4.4.2

Indien een verzoek van de netbeheerder tot afschakeling gericht aan de afnemer met een afschakelbaar transportcontract niet wordt opgevolgd dan wordt aan de afnemer een additioneel tarief in rekening gebracht per af te schakelen m3(n; 35,17)/uur. Het additionele tarief per m3(n; 35,17)/uur wordt bepaald door het quotiënt te nemen van de duur van de door de netbeheerder gewenste afschakelingen die door de afnemer niet worden opgevolgd uitgedrukt in dagen en 365 en dat te vermenigvuldigen met het TAVTgv. Het additionele tarief is onafhankelijk van de duur van de afschakeling op een dag.

2.4.5. Tarief voor dagcontracten voor telemetriegrootverbruikers

2.4.5.1

Onder een dagcontract wordt een overeenkomst verstaan die een kortere looptijd heeft dan een jaar.

2.4.5.2

Het tarief voor dagcontracten is opgebouwd uit de volgende tariefcomponenten:

  • a. het in rekening te brengen transportafhankelijke tarief per dag voor dagcontracten is gelijk aan het transportafhankelijke tarief voor jaarcontracten maal een maandfactor en gedeeld door 15. Voor een wintermaand, flankmaand of zomermaand is de maandfactor 0,3, 0,15 of 0,075.

  • b. wanneer een telemetriegrootverbruiker op enig moment de gecontracteerde dagcapaciteit overschrijdt dan wordt hem een overschrijdingsvergoeding in rekening gebracht over de hoeveelheid capaciteit waarmee de gecontracteerde capaciteit wordt overschreden. Deze vergoeding wordt met terugwerkende kracht voor de gehele dag berekend en bestaat uit het TAVTgv per dag.

2.4.5.3

De netbeheerder werkt mee aan een aanvraag voor een dagcontract, indien:

  • a. capaciteit beschikbaar is voor het transport van de desbetreffende hoeveelheid gas;

  • b. de aansluiting geschikt is voor de gewenste totale capaciteit;

  • c. de meetinrichting geschikt is voor de gewenste totale hoeveelheid capaciteit.

2.5. Tariefstructuur voor de aansluitdienst

2.5.1. Algemene bepalingen

2.5.1.1

De aansluitdienst omvat voor aansluitingen met een capaciteit tot en met 40 m3(n)/uur het verrichten van alle werkzaamheden en het leveren van alle benodigdheden die nodig zijn om een aansluiting aan te leggen en in stand te houden, daaronder mede begrepen straatwerk, zoals beschreven in artikel 2.5.1.10. De aansluitdienst omvat voorts voor aansluitingen met een capaciteit boven 40 m3(n)/uur het verrichten van alle werkzaamheden en het leveren van alle benodigdheden die nodig zijn om een aansluitpunt aan te leggen en in stand te houden, daaronder mede begrepen straatwerk, zoals beschreven in artikel 2.5.1.10. Indien in deze paragraaf (2.5.1) wordt gesproken over een aansluiting, wordt hiermee bedoeld de volledige aansluiting indien de aansluiting een capaciteit heeft tot en met 40 m3(n)/uur, behoudens daar waar expliciet een uitzondering hierop wordt gemaakt. Indien in deze paragraaf (2.5.1) wordt gesproken over een aansluiting, wordt hiermee bedoeld het aansluitpunt indien de aansluiting een capaciteit heeft boven 40 m3(n)/uur, behoudens daar waar expliciet een uitzondering hierop wordt gemaakt.

2.5.1.2

Bijlage A bij deze Tarievencode gas beschrijft de reikwijdte van de aansluiting. Componenten buiten deze reikwijdte die de netbeheerder aanlegt dan wel in stand houdt, vallen buiten het bereik van de aansluitdienst.

2.5.1.3

Behoudens werkzaamheden die nodig zijn om het aansluitpunt tot stand te brengen en in stand te houden, vallen werkzaamheden aan het transportnet van de netbeheerder, ongeacht de aard of bedoeling daarvan, niet onder het bereik van de aansluitdienst.

2.5.1.4

Voor het leveren van de aansluitdienst brengt de netbeheerder de aansluitvergoeding in rekening bij de aangeslotene. Daarbij onderscheidt de netbeheerder uitsluitend de aansluitcategorieën zoals vermeld in de artikelen 2.5.2.3 en 2.5.3.3.

2.5.1.5

Met inachtneming van artikel 2.5.1.4 wordt de aansluitvergoeding bepaald door de aansluitcategorie die de aangeslotene wenst.

2.5.1.6

De aansluitvergoeding dient ter dekking van de kosten die de netbeheerder maakt voor het leveren van de aansluitdienst. Deze kosten zijn te onderscheiden in:

  • a. Kosten voor het aanleggen en in bedrijf nemen van een nieuwe aansluiting.

  • b. Kosten voor het in stand houden van een aansluiting.

2.5.1.7

Met betrekking tot de in artikel 2.5.1.6 genoemde kosten geldt dat slechts de kosten in aanmerking worden genomen van werkzaamheden en benodigdheden die rechtstreeks met de aanleg en instandhouding van de aansluiting zijn gemoeid, waarbij de netbeheerder uitgaat van de aansluitcategorieën zoals genoemd in de tabellen in de artikelen 2.5.2.3 en 2.5.3.3 en van gemiddelde kosten in elk van die aansluitcategorieën.

2.5.1.8

De aansluitvergoeding zoals bedoeld in artikel 2.5.1.6 bestaat uit twee componenten:

2.5.1.9

De componenten van het onder artikel 2.5.2.1 genoemde tarief waaruit de eenmalige aansluitvergoeding bestaat worden afzonderlijk gespecificeerd op de factuur aan de aangeslotene.

2.5.1.10

Onder straatwerk worden de werkzaamheden verstaan die de netbeheerder aan de bestrating moet verrichten om een aansluiting te maken of in stand te houden. Hieronder wordt mede verstaan het openen, dichten en definitief terugleggen van alle soorten bestrating op de openbare weg, onroerende zaken van derden en onroerende zaken van de aangeslotene die doorkruist worden.

2.5.1.11

Bij wijziging van een aansluiting op verzoek van de aangeslotene wordt een eenmalige bijdrage in rekening gebracht tot een maximum van de eenmalige aansluitvergoeding zoals genoemd in artikel 2.5.1.8 onderdeel a plus eventueel en met inachtneming van de systematiek van voorcalculatie zoals beschreven in artikel 2.5.1.15 een eenmalige bijdrage voor het verwijderen dan wel fysiek afschakelen van de bestaande aansluiting.

2.5.1.12

Bij de beëindiging van de aansluitovereenkomst worden eventuele kosten voor het fysiek afschakelen van de aansluiting dan wel het verwijderen van de aansluiting via een eenmalige bijdrage in rekening gebracht bij de “voormalige” aangeslotene, met inachtneming van de systematiek van voorcalculatie zoals beschreven in artikel 2.5.1.15.

2.5.1.13

Indien een nieuwe aansluitovereenkomst voor een reeds aangelegde en eerder beheerde aansluiting wordt aangegaan, worden de eventuele kosten voor het fysiek inschakelen van de aansluiting via een eenmalige bijdrage in rekening gebracht bij de aangeslotene met wie de nieuwe aansluitovereenkomst wordt aangegaan, met inachtneming van de systematiek van voorcalculatie zoals beschreven in artikel 2.5.1.15.

2.5.1.14

Indien een aangeslotene het aanleggen van de aansluiting en/of het in stand houden daarvan zelf zal verrichten of zal laten verrichten door een derde partij en daarbij de netbeheerder wel een deel van de werkzaamheden zal verrichten, dan brengt de netbeheerder de kosten voor de betreffende eenmalige werkzaamheden voor dat deel in rekening als een eenmalige vergoeding met inachtneming van de systematiek van voorcalculatie zoals beschreven in artikel 2.5.1.15 en de kosten voor de betreffende periodieke werkzaamheden als een periodieke vergoeding met inachtneming van de systematiek van voorcalculatie zoals beschreven in artikel 2.5.1.17. Indien daarbij de aansluiting een capaciteit heeft van meer dan 40 m3(n)/uur en het gehele aansluitpunt valt onder de werkzaamheden van de netbeheerder, dan is op het aansluitpunt paragraaf 2.5.3 van toepassing en worden de kosten van het aansluitpunt onttrokken aan de systematiek van de artikelen 2.5.1.15 en 2.5.1.17.

2.5.1.15

De hoogte van de in de artikelen 2.5.1.11, 2.5.1.12, 2.5.1.13 en 2.5.1.14 bedoelde voorcalculaties voor eenmalige werkzaamheden is gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten, met toepassing van de standaard offerte/factuur voor eenmalige werkzaamheden in artikel 2.5.1.16.

2.5.1.16

Standaard offerte/factuur voor eenmalige werkzaamheden.

 

Beschrijving

Eenheid

Hoeveelheid (A)

Eenheidskosten (B)

Subtotaal (A*B)

Bouwmaterialen en componenten

Materiaal 1

... [tekst]

... [eenheid]

... [aantal]

Euro...

Euro...

Materiaal 2

... [tekst]

... [eenheid]

... [aantal]

Euro...

Euro...

Etc.

         

Totaal bouwmaterialen en componenten

Euro...

Arbeid

Activiteit 1

... [tekst]

Uur

... [aantal]

Euro...

Euro...

Activiteit 2

... [tekst]

Uur

... [aantal]

Euro...

Euro...

Etc.

         

Totaal arbeid

Euro...

Inzet gereedschap en werktuigen

Gereedschap 1

... [tekst]

... [eenheid]

... [aantal]

Euro...

Euro...

Gereedschap 2

... [tekst]

... [eenheid]

... [aantal]

Euro...

Euro...

Etc.

         

Totaal inzet gereedschappen en werktuigen

Euro...

Transport en opslag

Kostenpost 1

... [tekst]

... [eenheid]

... [aantal]

Euro...

Euro...

Kostenpost 2

... [tekst]

... [eenheid]

... [aantal]

Euro...

Euro...

Etc.

         

Totaal transport en opslag

Euro...

Kosten van overheidswege (niet BTW)

Kostenpost 1

... [tekst]

... [eenheid]

... [aantal]

Euro...

Euro...

Kostenpost 2

... [tekst]

... [eenheid]

... [aantal]

Euro...

Euro...

Etc.

         

Totaal kosten van overheidswege

Euro...

SUBTOTAAL (exclusief BTW)

EURO...

BTW

Specificatie BTW

Euro...

TOTAAL (inclusief BTW)

EURO...

2.5.1.17

De in artikel 2.5.1.14 bedoelde voorcalculatie voor periodieke werkzaamheden bestaat uit vaste periodieke bedragen waarvan de netbeheerder de hoogte alsmede de vaste frequentie waarmee wordt gefactureerd aangeeft in de offerte. Daarbij neemt de netbeheerder de systematiek van artikel 2.5.1.15 in acht, met dien verstande dat de standaard offerte/factuur voor eenmalige werkzaamheden in artikel 2.5.1.16 in onderhavig geval de periodieke werkzaamheden en kosten specificeert. Eventuele kosten die een afwijkende of onregelmatige frequentie kennen, worden omgerekend naar de vaste facturatiefrequentie.

2.5.1.18

Slechts indien op schriftelijk verzoek van de aangeslotene wordt afgeweken van de standaard aansluiting, worden de meerkosten daarvan door de netbeheerder aanvullend op de standaard vergoeding in rekening gebracht, met inachtneming van de systematiek van voorcalculatie zoals beschreven in de artikelen 2.5.1.15 en 2.5.1.17. Binnen de definitie van standaard vallen daarbij in elk geval alle materialen, toebehoren en handelingen die nodig zijn om een aansluiting in de door de aangeslotene gewenste aansluitcategorie aan te leggen, te onderhouden en te beheren, als ware er geen verzoek tot afwijking.

2.5.1.19

Met betrekking tot elk van de werkzaamheden “verwijderen van een aansluiting“, ”fysiek afschakelen van een aansluiting” en “fysiek inschakelen van een aansluiting” zoals bedoeld in de artikelen 2.5.1.11 tot en met 2.5.1.13, kan de netbeheerder op de standaard offerte/factuur zoals omschreven in artikel 2.5.1.16 volstaan met het uitsplitsen van kosten naar de drie volgende verzamelposten:

  • Materiaal, gereedschap, transport en opslag;

  • Arbeid;

  • Kosten van overheidswege (niet BTW).

Onder deze verzamelposten mag de netbeheerder volstaan met het aangeven van “Niet van toepassing” onder “Eenheid”, “1” onder “Hoeveelheid A” en de totale kosten voor die post onder “Eenheidskosten (B)” en “Subtotaal (A*B)”.

2.5.1.20

Voor hetgeen bepaald is in artikel 2.5.1.8 geldt de volgende overgangsbepaling:

  • a. De vermogenskosten die voortvloeien uit het aanleggen en in bedrijf nemen van een nieuwe aansluiting kunnen, voor zover deze kosten gedekt worden door de aansluitvergoedingen van 2011, in de aansluitvergoedingen van 2011 geheel of gedeeltelijk worden gedekt door de in artikel 2.5.1.8 onderdeel b genoemde periodieke aansluitvergoeding in plaats van de in artikel 2.5.1.8 onderdeel a genoemde eenmalige aansluitvergoeding.

  • b. Maximaal de helft van de vermogenskosten die voortvloeien uit het aanleggen en in bedrijf nemen van een nieuwe aansluiting kunnen, voor zover deze kosten gedekt worden door de aansluitvergoedingen van 2012, in de aansluitvergoedingen van 2012 worden gedekt door de in artikel 2.5.1.8 onderdeel b genoemde periodieke aansluitvergoeding in plaats van de in artikel 2.5.1.8 onderdeel a genoemde eenmalige aansluitvergoeding.

2.5.2. Specifieke bepalingen voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit tot en met 40 m3(n)/uur

2.5.2.1

De onder artikel 2.5.1.8 onderdeel a genoemde eenmalige aansluitvergoeding is opgebouwd uit twee componenten:

  • a. een vast tarief ter dekking van de kosten voor het aanleggen en in bedrijf nemen van een nieuwe aansluiting, uitgaande van een maximale lengte van de aansluitleiding van 25 meter.

  • b. een vast tarief per meter ter dekking van de meerkosten van de aanleg als direct gevolg van het langer zijn van de aansluitleiding dan de in onderdeel a van dit artikel genoemde 25 meter.

2.5.2.3

Tabel: aansluitcategorieën voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit tot en met 40 m3(n)/uur.

Leveringsdruk (bar)

Aansluitcapaciteit (m3(n)/uur)

Grootte gasmeter*

≤ 0,2 (lage druk)

≤ 10

≤ G6

 

> 10 en ≤ 16

G10

 

> 16 en ≤ 25

G16

 

> 25 en ≤ 40

G25

> 0,2 en ≤ 16 (hoge druk)

≤ 10

 
 

> 10 en ≤ 16

 
 

> 16 en ≤ 25

 
 

> 25 en ≤ 40

 

> 16 (extra hoge druk)

≤ 40

 

* Deze indeling in gasmeters geldt alleen bij een overdruk van ≤ 200 mbar.

2.5.2.4

In het geval dat op een bestaande aansluiting een nieuwe aansluiting wordt gemaakt, zodat een deel van de bestaande aansluitleiding in een transportnet verandert, zal de netbeheerder onder de volgende voorwaarden overgaan tot restitutie aan de “eerstaangeslotene” van een deel van de voor de aanleg van de bestaande aansluiting betaalde eenmalige aansluitvergoeding zoals genoemd in artikel 2.5.1.8 onderdeel a:

  • a. Deze restitutieregeling is niet van toepassing op aansluitingen die zijn aangelegd voor 1 januari 2011.

  • b. Gedurende de eerste zeven jaar wordt de restitutie op initiatief van de netbeheerder verstrekt. Na zeven jaar wordt de restitutie verstrekt indien de aangeslotene hiertoe een schriftelijk, met bewijsstukken ondersteund, verzoek bij de netbeheerder indient.

Na aanleg van de nieuwe aansluiting is dit artikel van overeenkomstige toepassing op deze nieuwe aansluiting. Met “eerstaangeslotene” wordt bedoeld de aangeslotene op wiens naam de bestaande aansluiting staat in het aansluitingenregister. De in de onderdelen a en b van dit artikel genoemde termijnen zijn bedoeld ten opzichte van het moment van eerste registratie van de aansluiting. Voor aansluitingen die op grond van onderdeel a niet zijn uitgesloten van toepassing van de restitutieregeling, heeft de netbeheerder de plicht om de “eerstaangeslotene” op de hoogte te stellen van het maken van een nieuwe aansluiting op de bestaande aansluiting, onder expliciete verwijzing naar de restitutieregeling.

2.5.2.5

De hoogte van de restitutie genoemd in artikel 2.5.2.4 wordt berekend als 1/39-deel van de restlevensduur van het tot transportnet te verworden deel van de bestaande aansluitleiding vermenigvuldigd met de restitutiebasis. De restlevensduur is daarbij gelijk aan 39 jaar minus de ouderdom van de bestaande aansluiting, dan wel nul jaar indien de bestaande aansluiting ouder is dan 39 jaar. De ouderdom wordt bepaald ten opzichte van het moment van eerste registratie van de bestaande aansluiting. De restitutiebasis is gelijk aan de lengte van het tot transportnet te verworden deel van de bestaande aansluitleiding vermenigvuldigd met het destijds voor de aanleg van de bestaande aansluitleiding in rekening gebrachte tarief genoemd in artikel 2.5.2.1 onderdeel b (meerlengte aansluitleiding), met een maximum van het deel van de destijds voor de aanleg in rekening gebrachte aansluitvergoeding als bedoeld in artikel 2.5.1.8 onderdeel a dat betrekking heeft op de vergoeding van meerlengte als bedoeld in artikel 2.5.2.1 onderdeel b.

2.5.2.6

Indien een tijdelijke nieuwe aansluiting wordt gemaakt op een, al dan niet tijdelijke, bestaande aansluiting, is de restitutieregeling niet van toepassing. Indien op enig moment de tijdelijke situatie geheel of gedeeltelijk permanent wordt, is de restitutieregeling alsnog van toepassing op de nieuw ontstane situatie alsof deze nieuwe situatie reeds vanaf het begin van de voorafgaande (tijdelijke) situatie bestond. Ten behoeve van de restitutieregeling wordt een aansluiting geacht een permanent karakter te hebben niet later dan een jaar na eerste aanleg.

2.5.2.7

Ten behoeve van het bepalen van de eenmalige vergoeding zoals bedoeld in artikel 2.5.2.1 onderdeel b (vergoeding voor meerlengte), bepaalt de netbeheerder de lengte van de aansluitleiding zoals bedoeld in artikel 2.5.2.1 als de lengte van het tracé tussen het overdrachtspunt en het punt in het gastransportnet of, indien van toepassing, de bestaande aansluiting waarop wordt aangesloten. Daar waar het tracé van de aansluitleiding de openbare weg volgt, wordt gemeten over het hart van de betreffende openbare weg. Indien het punt in het gastransportnet danwel de bestaande aansluiting waarop wordt aangesloten onder of aan de openbare weg ligt, wordt gemeten tot aan het hart van de openbare weg ter plaatse. De zodanig te bepalen meerlengte is gemaximeerd op 1,3 (één komma drie) maal de afstand tot het dichtstbijzijnde punt in het gastransportnet met een drukniveau dat tenminste gelijk is aan de leveringsdruk, gemeten in rechte lijn vanaf het overdrachtspunt. De met dit artikel bepaalde wijze van bepaling van de lengte van de aansluitleiding geschiedt ten opzichte van het gastransportnet zoals dat bestaat op het moment van aanleg van het aansluitpunt. Indien sprake is van een geveldoorvoer, wordt in het kader van dit artikel de lengte van de aansluitleiding bepaald op de som van vier meter en de in dit artikel voormelde systematiek waarbij daar waar “overdrachtspunt” staat “geveldoorvoer” gelezen dient te worden.

2.5.2.8

De kosten voor straatwerk zoals beschreven in artikel 2.5.1.10, dienen gedekt te worden door middel van een standaard opslag in de aansluitvergoedingen zoals genoemd in de artikelen 2.5.2.1 en 2.5.2.2. De standaard opslag dient daarbij gebaseerd te zijn op gemiddelde kosten.

2.5.3. Specifieke bepalingen voor het aansluitpunt van aansluitingen met een aansluitcapaciteit boven 40 m3(n)/uur

2.5.3.3

Tabel: aansluitcategorieën voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit boven 40 m3(n)/uur.

Leveringsdruk (bar)

Aansluitcapaciteit (m3(n)/uur)

Grootte gasmeter*

≤ 0,2 (lage druk)

> 40 en ≤ 65

G40

 

> 65 en ≤ 100

G65

 

> 100 en ≤ 160

G100

 

> 160 en ≤ 250

G160

 

> 250 en ≤ 400

G250

 

> 400 en ≤ 650

G400

 

> 650 en ≤ 1000

G650

 

> 1000 en ≤ 1600

G1000

 

> 1600 en ≤ 2500

G1600

 

> 2500

≥ G2500

> 0,2 en ≤ 16 (hoge druk)

> 40 en ≤ 65

 
 

> 65 en ≤ 100

 
 

> 100 en ≤ 160

 
 

> 160 en ≤ 250

 
 

> 250 en ≤ 400

 
 

> 400 en ≤ 650

 
 

> 650 en ≤ 1000

 
 

> 1000 en ≤ 1600

 
 

> 1600 en ≤ 2500

 
 

> 2500

 

> 16 (Extra Hoge Druk)

> 40

 

* Deze indeling in gasmeters geldt alleen bij een overdruk van ≤ 200 mbar.

2.5.3.4

De kosten voor straatwerk zoals beschreven in artikel 2.5.1.10 en voor zover bedoeld voor het aanleggen en in stand houden van het aansluitpunt, dienen gedekt te worden door middel van een standaard opslag in de aansluitvergoedingen zoals genoemd in de artikelen 2.5.3.1 en 2.5.3.2. De standaard opslag dient daarbij gebaseerd te zijn op gemiddelde kosten.

2.5.3.5

De onder artikelen 2.5.3.1 en 2.5.3.2 bedoelde vergoedingen voor het aansluitpunt worden op de factuur afzonderlijk van de vergoedingen voor de “rest van de aansluiting” gespecificeerd.

3. Landelijk netbeheerder

3.1. Algemeen

3.1.1

De toegestane inkomsten van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet als bedoeld in artikel 3, onder 11, van NC-TAR zijn de inkomsten zoals jaarlijks vastgesteld ten behoeve van het besluit bedoeld in artikel 82, vijfde lid, van de Gaswet. De inkomsten verkregen met de uitvoering van de taak als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel p, van de Gaswet en het deel van de inkomsten verkregen met de uitvoering van de taak bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel a, van de Gaswet, dat dient ter dekking van de kosten van gaslevering zijn hiervan uitgezonderd.

3.1.2

De capaciteitsgebaseerde entry- en exittarieven worden vastgesteld op een hoogte, zodanig dat het somproduct van de capaciteitsgebaseerde entry- en exittarieven en de voorspelde gecontracteerde capaciteit per entry- en exitpunt overeenkomt met de toegestane inkomsten van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, als bedoeld in 3.1.1.

3.1.3

De netbeheerder van het landelijk gastransportnet genereert geen inkomsten middels op commodity gebaseerde tarieven of niet-transmissietarieven als bedoeld in artikel 4, derde lid, respectievelijk artikel 4, vierde lid, van NC-TAR.

3.2. Entry- en exittarieven

3.2.1. Algemeen

3.2.1.1

De entry- en exittarieven worden uitgedrukt in euro per gecontracteerde entry- of exitcapaciteit per looptijd van het contract, waarbij de gecontracteerde capaciteit is uitgedrukt in kWh/uur.

3.2.1.2

De entry- en exittarieven worden afgeleid van de referentieprijs als bedoeld in artikel 3, sub 1, van NC-TAR, die van toepassing is op het betreffende entry- of exitpunt.

3.2.2. Referentieprijsmethodologie

3.2.2.1

De niet-aangepaste referentieprijs is de referentieprijs vóór aanpassingen als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van NC-TAR.

3.2.2.2

De niet-aangepaste referentieprijs wordt als volgt berekend:

Bijlage 261885.png
Bijlage 261886.png

Waarbij:

Bijlage 261887.png

de niet-aangepaste referentieprijs van toepassing op een entrypunt uitgedrukt in euro/kWh/uur/jaar is;

Bijlage 261888.png

de niet-aangepaste referentieprijs van toepassing op een exitpunt uitgedrukt in euro/kWh/uur/jaar is;

Bijlage 261889.png

het procentuele aandeel van de toegestane inkomsten van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet dat moet worden geïnd via de entrytarieven is, zoals vastgesteld in 3.2.2.3;

Bijlage 261890.png

de toegestane inkomsten van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet uitgedrukt in euro is;

3.2.2.3

De verdeling van de toegestane inkomsten over entry- en exitcapaciteit is als volgt: 40% van de toegestane inkomsten van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet wordt geïnd via de entrytarieven, 60% van de toegestane inkomsten van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet wordt geïnd via de exittarieven.

3.2.2.4

De niet-aangepaste referentieprijzen worden op grondslag van artikel 6, vierde lid, van NC-TAR aangepast door een korting toe te passen op de niet-aangepaste referentieprijzen die van toepassing zijn op een entrypunt van of een exitpunt naar een opslaginstallatie en door de niet-aangepaste referentieprijzen die van toepassing zijn op alle entry- en exitpunten te herschalen. Voor deze aanpassingen gelden de volgende formules:

Bijlage 261891.png

Waarbij:

Bijlage 261892.png

het inkomstenverlies als gevolg van de korting op de niet-aangepaste referentieprijzen van toepassing op entrypunten van en exitpunten naar een opslaginstallatie uitgedrukt in euro is;

Bijlage 261893.png

de procentuele korting op de niet-aangepaste referentieprijzen van toepassing op entrypunten van en exitpunten naar een opslaginstallatie is, zoals vastgesteld in 3.2.2.5;

Bijlage 261894.png

de niet-aangepaste referentieprijs van toepassing op een entrypunt uitgedrukt in euro/kWh/uur/jaar is;

Bijlage 261895.png

de verzameling van entrypunten van opslaginstallaties is;

Bijlage 261896.png

de voorspelde gecontracteerde capaciteit op entry- of exitpunt uitgedrukt in kWh/uur/jaar is;

Bijlage 261897.png

de niet-aangepaste referentieprijs van toepassing op een exitpunt uitgedrukt in euro/kWh/uur/jaar is;

Bijlage 261898.png

de verzameling van exitpunten naar opslaginstallaties is;

Bijlage 261899.png

de constante voor herschaling van de niet-aangepaste referentieprijzen is;

Bijlage 261900.png

de toegestane inkomsten van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet uitgedrukt in euro is;

Bijlage 261901.png

de referentieprijs van toepassing op een entrypunt niet zijnde een entrypunt van een opslaginstallatie uitgedrukt in euro/kWh/uur/jaar is;

Bijlage 261902.png

de referentieprijs van toepassing op een entrypunt van een opslaginstallatie uitgedrukt in euro/kWh/uur/jaar is;

Bijlage 261903.png

de referentieprijs van toepassing op een exitpunt niet zijnde een exitpunt naar een opslaginstallatie uitgedrukt in euro/kWh/uur/jaar is; en

Bijlage 261904.png

de referentieprijs van toepassing op een exitpunt naar een opslaginstallatie uitgedrukt in euro/kWh/uur/jaar is.

3.2.2.5

De procentuele korting op de niet-aangepaste referentieprijzen van toepassing op entrypunten van en exitpunten naar een opslaginstallatie als bedoeld in 3.2.2.4 is 60%.

3.2.3. Berekening reserveringsprijzen van toepassing op interconnectiepunten en te betalen prijzen van toepassing op binnenlandse entry- en exitpunten

3.2.3.1

De reserveringsprijzen voor standaard jaar-, kwartaal-, maand-, dag- en within-day-capaciteitsproducten worden berekend als bepaald in 3.2.3.3 tot en met 3.2.3.7.

3.2.3.2

Voor binnenlandse entry- en exitpunten wordt de te betalen prijs voor jaar-, kwartaal-, maand-, dag- en within-day-capaciteitsproducten op dezelfde wijze berekend als de berekeningswijze als bedoeld in 3.2.3.1. In aanvulling daarop geldt voor binnenlandse exitpunten die de verbinding vormen tussen het landelijk gastransportnet en een regionaal gastransportnet dat de te betalen prijs die van toepassing is voor op grond van artikel 2.1.2d of 2.1.2e van de Transportcode gas LNB door een erkende programmaverantwoordelijke met erkenning LB in een bepaald netgebied en een bepaalde maand gecontracteerde exitcapaciteit wordt afgeleid van de te betalen prijs voor jaar-, kwartaal- en maandcapaciteitsproducten, als bepaald in 3.2.3.8 en 3.2.3.9.

3.2.3.3

De reserveringsprijs voor vaste jaarcapaciteitsproducten is gelijk aan de referentieprijs. De reserveringsprijs voor een jaarcapaciteitsproduct, dat meerdere kalenderjaren beslaat, is gelijk aan het gewogen gemiddelde van de referentieprijzen van de twee betreffende kalenderjaren, waarbij het gewicht bepaald wordt door het aantal maanden per kalenderjaar.

3.2.3.4

De reserveringsprijzen voor kwartaal-, maand-, dag- en within-day-capaciteitsproducten komen tot stand door multiplicatoren en seizoensfactoren toe te passen op de referentieprijzen overeenkomstig artikel 14 en 15 van NC-TAR.

3.2.3.5

De multiplicator als bedoeld in 3.2.3.4 is:

  • a. 1,25 voor kwartaalcapaciteitsproducten;

  • b. 1,5 voor maandcapaciteitsproducten;

  • c. 1,75 voor dagcapaciteitsproducten; en

  • d. 1,75 voor within-day-capaciteitsproducten.

3.2.3.6

De seizoensfactoren als bedoeld in 3.2.3.4 voor kwartaalcapaciteitsproducten zijn:

Kwartaal

Seizoensfactoren kwartaalcapaciteitsproducten

Januari – maart

1,553

April – juni

0,712

Juli – september

0,552

Oktober – december

1,183

3.2.3.7

De seizoensfactoren als bedoeld in 3.2.3.4 voor maand-, dag- en within-day-capaciteitsproducten zijn:

Maand

Seizoensfactoren dag- en within-day-capaciteitsproducten

Seizoensfactoren maandcapaciteitsproducten

Januari

1,877

1,785

Februari

1,753

1,667

Maart

1,269

1,207

April

0,903

0,859

Mei

0,711

0,676

Juni

0,631

0,600

Juli

0,583

0,555

Augustus

0,555

0,528

September

0,604

0,574

Oktober

0,784

0,745

November

1,269

1,207

December

1,677

1,595

3.2.3.8

De te betalen prijs voor op grond van artikel 2.1.2d van de Transportcode gas LNB door een erkende programmaverantwoordelijke met erkenning LB in een bepaald netgebied in een bepaalde maand gecontracteerde exitcapaciteit ten behoeve van profielafnemers wordt bepaald door:

  • a. Allereerst te bepalen met welke combinatie van jaar-, kwartaal- en maandcapaciteitsproducten de standaardcapaciteit profielafnemers zo goedkoop mogelijk kan worden gecontracteerd. Dit resulteert voor elke maand van de standaardcapaciteit profielafnemers in een verhouding tussen respectievelijk jaar-, kwartaal- en maandcapaciteitsproducten.

  • b. Vervolgens wordt de te betalen prijs voor door een erkende programmaverantwoordelijke met erkenning LB gecontracteerde exitcapaciteit ten behoeve van profielafnemers in een bepaald netgebied in een bepaalde maand afgeleid van de verhouding tussen jaar-, kwartaal- en maandcapaciteitsproducten bepaald overeenkomstig onderdeel a en de te betalen prijs voor jaar-, kwartaal- en maandcapaciteitsproducten op grond van de volgende formule:

Bijlage 261905.png

Waarbij:

Bijlage 261906.png

De te betalen prijs voor door een erkende programmaverantwoordelijke met erkenning LB gecontracteerde exitcapaciteit ten behoeve van profielafnemers in netgebied i in maand m is;

Bijlage 261907.png

Het aandeel van de standaardcapaciteit profielafnemers in de maand m dat als maandcapaciteitsproduct is gecontracteerd is;

Bijlage 261908.png

De te betalen prijs voor een maandcapaciteitsproduct in netgebied i in maand m is;

Bijlage 261909.png

Het aandeel van de standaardcapaciteit profielafnemers in maand m dat als kwartaalcapaciteitsproduct is gecontracteerd is;

Bijlage 261910.png

De te betalen prijs voor het kwartaalcapaciteitsproduct dat de maand m omvat is;

Bijlage 261911.png

Het aandeel van de standaardcapaciteit profielafnemers in maand m dat als jaarcapaciteitsproduct is gecontracteerd is; en

Bijlage 261912.png

De te betalen prijs voor het jaarcapaciteitsproduct in netgebied i in maand m is.

3.2.3.9

De te betalen prijs voor op grond van artikel 2.1.2e van de Transportcode gas LNB door een erkende programmaverantwoordelijke met erkenning LB in een bepaald netgebied in een bepaalde maand gecontracteerde exitcapaciteit ten behoeve van telemetriegrootverbruikers wordt bepaald door:

  • a. Allereerst te bepalen met welke combinatie van jaar-, kwartaal- en maandcapaciteitsproducten de plancapaciteit telemetriegrootverbruikers zo goedkoop mogelijk kan worden gecontracteerd. Dit resulteert voor elke maand van de plancapaciteit telemetriegrootverbruikers in een verhouding tussen respectievelijk jaar-, kwartaal- en maandcapaciteitsproducten.

  • b. Vervolgens wordt de te betalen prijs voor door een erkende programmaverantwoordelijke met erkenning LB gecontracteerde exitcapaciteit ten behoeve van telemetriegrootverbruikers in een bepaald netgebied in een bepaalde maand afgeleid van de verhouding tussen jaar-, kwartaal- en maandcapaciteitsproducten bepaald overeenkomstig onderdeel a en de te betalen prijs voor jaar-, kwartaal- en maandcapaciteitsproducten op grond van de volgende formule:

Bijlage 261913.png

Waarbij:

Bijlage 261914.png

De te betalen prijs voor door een erkende programmaverantwoordelijke met erkenning LB gecontracteerde exitcapaciteit ten behoeve van telemetriegrootverbruikers in netgebied i in maand m is;

Bijlage 261915.png

Het aandeel van de plancapaciteit telemetriegrootverbruikers in maand m dat als maandcapaciteitsproduct is gecontracteerd is;

Bijlage 261916.png

De te betalen prijs voor een maandcapaciteitsproduct in netgebied i in maand m is;

Bijlage 261917.png

Het aandeel van de plancapaciteit telemetriegrootverbruikers in maand m dat als kwartaalcapaciteitsproduct is gecontracteerd is;

Bijlage 261918.png

De te betalen prijs voor het kwartaalcapaciteitsproduct dat de maand m omvat is;

Bijlage 261919.png

Het aandeel van de plancapaciteit telemetriegrootverbruikers in maand m dat als jaarcapaciteitsproduct is gecontracteerd is; en

Bijlage 261920.png

De te betalen prijs voor het jaarcapaciteitsproduct in netgebied i in maand m is.

3.2.3.10. Korting afschakelbare capaciteit

De te betalen prijs voor entry- en exitcapaciteit in de vorm van afschakelbare capaciteit, wordt berekend door:

  • a. Het entry- en exittarief te bepalen dat een netgebruiker verschuldigd is voor het contracteren van vaste entry-of exitcapaciteit; en

  • b. Op de waarde berekend op grond van onderdeel a een korting van 0,01% toe te passen.

3.2.3.11. Korting wheelingcapaciteit

De te betalen prijs voor entry- en exitcapaciteit in de vorm van wheelingcapaciteit als bedoeld in artikel 2.1.2h van de Transportcode gas LNB, wordt berekend door:

  • a. Het entry- en exittarief te bepalen dat een netgebruiker verschuldigd is voor het contracteren van zowel vaste entry- als exitcapaciteit op het betreffende entry- en exitpunt voor dezelfde capaciteitsproducten; en

  • b. Op de waarde berekend op grond van onderdeel a een korting van 94% toe te passen.

3.2.3.12. Tarief voor overschrijding gecontracteerde entry- of exitcapaciteit

Indien de gecontracteerde entry- of exitcapaciteit wordt overschreden brengt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet de netgebruiker een tarief in rekening voor de overschrijding van de gecontracteerde entry- of exitcapaciteit. De overschrijding wordt per gasdag bepaald en vastgesteld op de grootste in een uur geconstateerde overschrijding. Het tarief voor de overschrijding is gelijk aan het tarief voor een maandcapaciteitsproduct voor de maand van overschrijding. Voor een overschrijding van volgens 2.1.2b van de Transportcode gas LNB gecontracteerde exitcapaciteit wordt geen tarief voor overschrijding berekend. In het geval overschrijding van de gecontracteerde entry- of exitcapaciteit het gevolg is van een aanwijzing van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet als bedoeld in artikel 4.4.6 van de Transportcode gas LNB wordt geen tarief voor deze overschrijding berekend.

3.3. Tariefstructuur bewerken, behandelen en mengen van gas conform artikel 10a, eerste lid, onderdeel p Gaswet

3.3.2

De tarieven voor de in 3.3.1 omschreven dienst dienen ter dekking van de kostencomponenten die samenhangen met deze dienst.

  • a. Het tarief komt tot stand met inachtneming van, voor zover van toepassing, de volgende elementen:

    • 1°. kapitaalkosten, waaronder in ieder geval wordt begrepen kosten die samenhangen met de financiering van een ten behoeve van de dienst gerealiseerde investering, zoals het redelijk rendement, het investeringsbedrag en de gehanteerde afschrijvingstermijn;

    • 2°. operationele kosten, waaronder in ieder geval wordt begrepen de rechtstreekse kosten en (via een kostenverdeelsleutel toegerekende) indirecte kosten, ten behoeve van beheer en onderhoud van de gerealiseerde investering en gebruikskosten, waaronder de kosten die samenhangen met het gebruik van de dienst, zoals het gebruik van energie en stikstof en eventueel in te zetten hulpmiddelen; en

    • 3°. overige kosten, waaronder de rechtstreekse kosten en (via een kostenverdeelsleutel toegerekende) indirecte kosten worden begrepen die niet onder de voornoemde categorieën vallen.

  • b. De keuze van de in het tarief toegepaste kostenverdeelsleutel(s) zal kwalitatief worden toegelicht.

  • c. Het tarief kan bestaan uit vaste en variabele elementen.

  • d. Het tarief kan zowel eenmalig als verdeeld over verschillende periodes in rekening worden gebracht bij de afnemer. Over de looptijd van de dienst en verdeling van de kosten worden nadere afspraken gemaakt.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 21 april 2016

De Autoriteit Consument en Markt,

namens deze:

F.J.H. Don

bestuurslid

Bijlage A. Standaard elementen van de aansluiting

A.1. Algemeen

Deze bijlage beschrijft de reikwijdte van de aansluiting door het begin en einde van de aansluiting te markeren en de begrippen aansluiting, aansluitpunt, overdrachtspunt, etc., toe te lichten aan de hand van tekeningen van de meest voorkomende situaties. Deze bijlage heeft niet tot doel alle onderdelen van de aansluiting in detail te benoemen maar wel om aan te geven waar de aansluiting begint en eindigt. Op basis hiervan kan de netbeheerder bepalen welke materialen, toebehoren en werkzaamheden behoren tot de aansluitdienst en welke kosten gedekt dienen te worden door de aansluitvergoeding. De meetinrichting is geen onderdeel van de aansluiting en wordt niet getoond in paragrafen A.2 en A.3 van deze bijlage.

A.2. Netbeheerder legt de gehele aansluiting aan

Bijlage 259909.png

Bovenstaande schets bevat enkele markante componenten van de aansluiting. In de praktijk kan een en ander afwijken. De aansluiting loopt van het T-stuk tot het overdrachtspunt en wordt gemarkeerd door een T-stuk, de eerste afsluiter, de tweede afsluiter, een regelaar, het overdrachtspunt en de verbindende leidingen. Het aansluitpunt bestaat uit het T-stuk, de eerste afsluiter en de leiding daartussen. De gasinstallatie loopt van het overdrachtspunt tot en met de toestellen. Onder regelaar wordt mede verstaan eventuele toebehoren om de leveringsdruk te realiseren. Onder verbindende leidingen wordt mede verstaan eventuele toebehoren om deze leidingen te dragen. De tussen haakjes vermelde partij is de voor dat gedeelte aanleggende partij in bedoelde situatie.

A.3. Netbeheerder legt slechts het aansluitpunt aan

Bijlage 259910.png

Bovenstaande schets bevat enkele markante componenten van de aansluiting. In de praktijk kan een en ander afwijken. De aansluiting loopt van het T-stuk tot de gasinstallatieverbinding en wordt gemarkeerd door een T-stuk, de eerste afsluiter, een overdrachtspunt, de tweede afsluiter, een regelaar en de verbindende leidingen. Het deel van de netbeheerder loopt van het T-stuk tot en met het overdrachtspunt. Het overdrachtspunt markeert het einde van de eerste afsluiter (en dus ook van het aansluitpunt). Onder verbindende leidingen wordt mede verstaan eventuele toebehoren om deze leidingen te dragen. De tussen haakjes vermelde partijen zijn de voor dat gedeelte aanleggende partij in bedoelde situatie.

  1. Meters en aansluitingen worden buiten beschouwing gelaten, omdat deze tot het vrije domein behoren.

    ^ [1]
  2. DTe, Regulatorische Accountingregels voor Regionale Netbeheerders Gas, oktober 2004. nummer: 101763/11.

    ^ [2]
Terug naar begin van de pagina