Bijlage 1. Verbruiksprofielen elektriciteit
B1.0. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B1.0.1
Ten behoeve van de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen, zoals bedoeld
in 5.3.2.5 en 6.3.2.1, organiseert een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met
het transporteren, leveren of meten van elektriciteit een overlegplatform, waarin
naast een delegatie van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden
met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit tevens zitting hebben alle
programmaverantwoordelijken die balanceringsverantwoordelijkheid dragen voor aansluitingen
met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B1.0.2
De door het in B1.0.1 bedoelde platform vastgestelde rekenregels voor de verbruiksprofielen
zijn vastgelegd in paragraaf B1.1.
B1.0.3
De op grond van B1.0.1 vastgestelde verbruiksprofielen worden door een door een representatief
deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten
van elektriciteit aangewezen uitvoeringsorganisatie op een geschikte wijze openbaar
gemaakt.
B1.1. Standaardprofielen elektriciteit
B1.1.1
Een standaardprofiel voor afname respectievelijk standaardprofiel voor invoeding is
opgebouwd uit profielfracties van de standaardjaarafname respectievelijk standaardjaarinvoeding
voor ieder klokkwartier van het jaar. De profielfracties worden afgerond op 8 cijfers
achter de komma.
B1.1.2
Uiterlijk op 1 augustus van elk jaar stelt het overlegplatform bedoeld in B1.0.1 per
profielcategorie de profieldata ter beschikking aan de netbeheerders en de programmaverantwoordelijken
die balansverantwoordelijkheid dragen voor profielafnemers.
B1.1.3
[Red: Vervallen.]
B1.1.4
De netbeheerder gebruikt de aldus ter beschikking gestelde profieldata bij de profielberekeningen
vanaf de eerste kalenderdag van het volgende kalenderjaar.
B1.2. Indeling van aansluitingen in profielcategorieën
B1.2.1
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning
die beschikken over een niet op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting, worden
ingedeeld in profielcategorie E1A van de overeenkomstig B1.1.3 van deze bijlage vastgestelde
set standaardprofielen.
B1.2.2
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning
die beschikken over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting waarbij
het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 23:00 uur valt, worden ingedeeld
in profielcategorie E1B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.3
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning
die beschikken over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting waarbij
het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 21:00 uur valt, worden ingedeeld
in profielcategorie E1C van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.4
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner
dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een niet op afstand uitleesbare
kleinverbruikmeetinrichting, worden ingedeeld in profielcategorie E2A van de overeenkomstig
B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.5
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner
dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een op afstand uitleesbare
kleinverbruikmeetinrichting, worden ingedeeld in profielcategorie E2B van de overeenkomstig
B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.6
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A op laagspanning die, onverminderd
het bepaalde in 2.4.1 van de Meetcode elektriciteit, zijn voorzien van een profielgrootverbruikmeetinrichting
worden ingedeeld in profielcategorie E3 van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde
set standaardprofielen.
B1.2.7
[Red: Vervallen.]
B1.2.8
[Red: Vervallen.]
B1.2.9
[Red: Vervallen.]
B1.2.10
In afwijking van B1.2.1 tot en met B1.2.3 worden aansluitingen ten behoeve van openbare
verlichting, behoudens aansluitingen zoals bedoeld in B2.1.1, ingedeeld in profielcategorie
E4A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.11
Indien de lampen (inclusief voorschakelapparatuur) voor openbare verlichting zich
niet direct achter de aansluiting bevinden, maar deel uitmaken van een OV-installatie,
verstrekt de aangeslotene de netbeheerder desgevraagd een bestuurdersverklaring waarin
door de bestuurder van de beheerder van de desbetreffende OV-installatie of een door
hem daartoe gemachtigd persoon, wordt verklaard dat op de desbetreffende OV-installatie
uitsluitend lampen (inclusief voorschakelapparatuur) zijn aangesloten ten behoeve
van openbare verlichting en daarmee gelijk te stellen verlichting, zoals ten behoeve
van reclame- of feestverlichting, abri’s, verkeersbordverlichting etc., mits deze
op dezelfde wijze geschakeld worden.
B1.3. De standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding elektriciteit
B1.3.1
De netbeheerder bepaalt de standaardjaarafname respectievelijk standaardjaarinvoeding
van een aansluiting die op grond van B1.2.1 tot en met B1.2.5 of B1.2.10 is ingedeeld
in de profielcategorieën E1A, E1B, E1C, E2A, E2B of E4A, door de gemeten afname respectievelijk
invoeding op die aansluiting over de kleinst mogelijke afname- respectievelijk invoedingsperiode
van minimaal 300 dagen te delen door de som van de profielfracties in het, bij de
profielcategorie behorende, standaardafnameprofiel respectievelijk standaardinvoedingprofiel
over de desbetreffende periode. De afname- respectievelijk invoedingsperiode gaat
in de eerste hele dag (vanaf 00:00 uur) na de eerste meteropname en loopt tot en met
de dag van de laatste meteropname (tot 24:00 uur). De netbeheerder maakt hierbij uitsluitend
gebruik van afgelezen of uitgelezen meterstanden. De standaardjaarafname respectievelijk
standaardjaarinvoeding bestaat uit een positief getal of nul.
B1.3.2
De netbeheerder bepaalt de standaardjaarafname van een aansluiting als bedoeld in
B1.2.6 door de gemeten afname op die aansluiting over de kleinst mogelijke afnameperiode
van minimaal 345 dagen te delen door de som van de profielfracties in het, bij de
profielcategorie behorende, standaardafnameprofiel over de desbetreffende periode.
De afnameperiode gaat in de eerste hele dag (vanaf 00:00 uur) na de eerste meteropname
en loopt tot en met de dag van de laatste meteropname (tot 24:00 uur). Hierbij wordt
uitsluitend gebruik gemaakt van afgelezen of uitgelezen meterstanden. De standaardjaarafname
bestaat uit een positief getal of nul.
B1.3.2a
De netbeheerder bepaalt de standaardjaarafname respectievelijk standaardjaarinvoeding
van een telemetriegrootverbruikaansluiting elektriciteit, alsmede de standaardjaarinvoeding
van een aansluiting als bedoeld in B1.2.6, door de gemeten afname respectievelijk
invoeding op die aansluiting over de kleinst mogelijke afname- respectievelijk invoedingsperiode
van minimaal 345 dagen te delen door het aantal dagen van de desbetreffende afname-
respectievelijk invoedingsperiode maal 365. De standaardjaarafname respectievelijk
standaardjaarinvoeding bestaat uit een positief getal of nul.
B1.3.3
De netbeheerder actualiseert de standaardjaarafname of standaardjaarinvoeding van
een aansluiting als er een nieuwe vastgestelde meterstand op grond van hoofdstuk 5, of een nieuw vastgesteld maandvolume op grond van hoofdstuk 6, bij de netbeheerder bekend is.
B1.3.4
Voor een kleinverbruikaansluiting als bedoeld in B1.3.1 waarvan geen gemeten afname
bekend is, bepaalt de netbeheerder de standaardjaarafname in afwijking van B1.3.1
door het gemiddelde te nemen van de standaardjaarafnames van de aansluitingen in dezelfde
afnemerscategorie, bedoeld in artikel 3.7.13a van de Tarievencode elektriciteit, waarvan de standaardjaarafname is bepaald op basis van B1.3.1.
B1.3.4a
Voor een kleinverbruikaansluiting waarvan het kenmerk, als bedoeld in 2.1.3 onderdeel j, wordt gewijzigd in de waarde die aangeeft dat invoeding mogelijk is, stelt de netbeheerder
de standaardjaarinvoeding op 1008 kWh (dit is bepaald door de capaciteit zoals bedoeld
in artikel 3.4 van de Netcode elektriciteit te vermenigvuldigen met 1800 bedrijfsuren
en daarvan 70% te nemen), wanneer:
-
– de aansluiting is voorzien van een op afstand uitleesbare meetrichting, en;
-
– geen gemeten volume-invoeding bekend is dan wel een gemeten volume-invoeding bekend
is over een periode korter dan 300 dagen.
B1.3.4b
Voor een kleinverbruikaansluiting, als bedoeld in B1.3.1, waarvan alleen een gemeten
afnamevolume of invoedingvolume bekend is over een periode korter dan 300 dagen, past
de netbeheerder de standaardjaarafname, zoals bepaald in B1.3.4, respectievelijk de
standaardjaarinvoeding, zoals bepaald in B1.3.4a, niet aan.
B1.3.5
Voor grootverbruikaansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A waarvan alleen
een gemeten volume bekend is over een kortere periode dan 345 dagen, gebruikt de netbeheerder
het volume over deze kortere periode voor de berekening van de standaardjaarafname
en de standaardjaarinvoeding.
B1.3.6
Voor grootverbruikaansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x80A waarvan geen
gemeten volume bekend is, bepaalt de netbeheerder de standaardjaarafname en de standaardjaarinvoeding,
eventueel in overleg met de aangeslotene.
B1.3.7
Voor een aansluiting met een meetinrichting met actieve telwerken voor normaaluren
en laaguren stelt de netbeheerder voor zowel de normaaluren als de laaguren een bijbehorende
standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding vast en legt deze vast in het aansluitingenregister.
B1.3.7a
De standaardjaarafname van de aansluiting is de som van de normaalurenstandaardjaarafname
en de laagurenstandaardjaarafname.
B1.3.7b
De standaardjaarinvoeding van de aansluiting is de som van de normaalurenstandaardjaarinvoeding
en de laagurenstandaardinvoeding.
B1.3.8
De netbeheerder bepaalt de standaardjaarafname en de standaardjaarinvoeding volgens
de methode, bedoeld in B1.3.1 tot en met B1.3.7b, uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst
van een vastgestelde meterstand van de leverancier of uiterlijk vijf werkdagen nadat
de netbeheerder namens de leverancier een meterstand heeft vastgesteld.
B1.3.9
De netbeheerder muteert het aansluitingenregister met de standaardjaarafname en de
standaardjaarinvoeding, bedoeld in B1.3.8, uiterlijk vijf werkdagen na het bepalen
van de standaardjaarafname en de standaardjaarinvoeding overeenkomstig 2.1.8.
B1.3.10
De uitvoeringsorganisatie, bedoeld in 9.1.3, bepaalt op basis van de gegevens in het centraal aansluitingenregister, bedoeld
in 2.1.2, de in B1.3.4 genoemde gemiddelde standaardjaarafnames.
B1.3.11
De uitvoeringsorganisatie, bedoeld in 9.1.3, maakt de in B1.3.10 genoemde gemiddelde standaardjaarafnames toegankelijk voor de
netbeheerders, de leveranciers, de programmaverantwoordelijken en de meetverantwoordelijken.
B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit
B1.4.1
De netbeheerder bepaalt per verrekenperiode Σ SJAPV,PC,TC, zijnde de som van de standaardjaarafnames van alle aansluitingen per programmaverantwoordelijke
(PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC).
B1.4.2
De netbeheerder bepaalt per tariefperiode TFPV,PC,TC,TP, zijnde de tarieffactor voor de desbetreffende tariefperiode (TP) voor de groep van
alle aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC)
en per tariefcategorie (TC), door de som van de standaardjaarafnames van alle aansluitingen
per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie
(TC) voor die tariefperiode (TP) te delen door de som van de standaardjaarafnames
van alle aansluitingen per programmaverantwoordelijke (PV), per profielcategorie (PC)
en per tariefcategorie (TC). In formulevorm:
TFPV,PC,TC,TP= Σ SJAPV,PC,TC,TP / Σ SJAPV,PC,TC
B1.4.3
De netbeheerder bepaalt per tariefperiode TFPC,TC,TP, zijnde de tarieffactor voor de desbetreffende tariefperiode (TP) per profielcategorie
(PC) en per tariefcategorie (TC), door voor de desbetreffende profielcategorie alle
profielfracties behorend bij de desbetreffende tariefperiode te sommeren volgens de
formule:
TFPC,TC,TP = ∑ PFPC,TC,TP
B1.4.4
De netbeheerder bepaalt per tariefperiode TCFPV,PC,TC,TP, zijnde de tariefcorrectiefactor voor de desbetreffende tariefperiode (TP) per programmaverantwoordelijke
(PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC), door de volgens B1.4.2
bepaalde tarieffactor voor die tariefperiode voor een groep aansluitingen per programmaverantwoordelijke
(PV), per profielcategorie (PC) en per tariefcategorie (TC) te delen door de volgens
B1.4.3 bepaalde tarieffactor voor die tariefperiode per profielcategorie (PC) en per
tariefcategorie (TC) volgens de formule:
TCFPV,PC,TC,TP = TFPV,PC,TC,TP / TFPC,TC,TP
B1.4.5
De in B1.4.2, B1.4.3 en B1.4.4 bepaalde tarieffactoren respectievelijk tariefcorrectiefactoren
worden afgerond op 3 cijfers achter de komma.
B1.5. De klimaatcorrectiefactor
B1.5.1
De klimaatcorrectiefactor wordt vooralsnog vastgesteld op 1.
B1.6. De bepaling van de gegevens
B1.6.1
De netbeheerder bepaalt per verrekenperiode het veronderstelde geprofileerde verbruik
(VGV) per programmaverantwoordelijke (PV) per leverancier (LV) per profielcategorie
(PC) en per tariefcategorie (TC) van alle aansluitingen van de desbetreffende programmaverantwoordelijke
in de desbetreffende profielcategorie en de desbetreffende tariefcategorie volgens
de formule:
VGVPV,LV,PC,TC = PFPC x TCFPV,PC,TC,TP x KCF x Σ SJAPV,LV,PC,TC
waarin:
PFPC = de profielfractie van de desbetreffende profielcategorie voor de desbetreffende
verrekenperiode.
TCFPV,PC,TC,TP = de tariefcorrectiefactor voor de tariefperiode waarin de desbetreffende verrekenperiode
valt met betrekking tot de desbetreffende programmaverantwoordelijke, de desbetreffende
profielcategorie en de desbetreffende tariefcategorie.
KCF = de klimaatcorrectiefactor voor de desbetreffende verrekenperiode.
Σ SJAPV,LV,PC,TC = de som van alle standaardjaarafnames van aansluitingen van de desbetreffende programmaverantwoordelijke,
de desbetreffende leverancier in de desbetreffende profielcategorie en de desbetreffende
tariefcategorie die niet beschikken over een meetinrichting overeenkomstig 2.3.4 van
de Meetcode elektriciteit.
B1.6.2
De netbeheerder bepaalt per verrekenperiode het totale veronderstelde geprofileerde
verbruik (TVGV) door het overeenkomstig B1.6.1 per programmaverantwoordelijke, per
leverancier, per profielcategorie en per tariefcategorie bepaalde veronderstelde geprofileerde
verbruik (VGV) te sommeren over alle programmaverantwoordelijken en alle profielcategorieën
en alle tariefcategorieën.
B1.6.3
De netbeheerder bepaalt per verrekenperiode het restverbruik (RV) in zijn net volgens
de formule:
RV = TNI – GV – BV – NV
B1.6.4
De netbeheerder bepaalt voor de desbetreffende verrekenperiode de meetcorrectiefactor
(MCF) door het overeenkomstig B1.6.3 bepaalde restverbruik (RV) te delen door het
overeenkomstig B1.6.2 bepaalde totale veronderstelde geprofileerde verbruik (TVGV)
volgens de formule:
MCF = RV / TVGV
B1.6.5
De netbeheerder bepaalt per verrekenperiode per programmaverantwoordelijke, per leverancier
en per profielcategorie het gecorrigeerde geprofileerde verbruik (GGV) van alle aansluitingen
van de desbetreffende programmaverantwoordelijke in de desbetreffende profielcategorie
volgens de formule:
GGVPV, LV,PC,TC = VGVPV, LV,PC,TC x MCF
waarin:
VGV = het overeenkomstig B1.6.1 bepaalde veronderstelde geprofileerde verbruik voor
de desbetreffende verrekenperiode de desbetreffende programmaverantwoordelijke, de
desbetreffende leverancier en de desbetreffende profielcategorie
MCF = de overeenkomstig B1.6.4 bepaalde meetcorrectiefactor voor de desbetreffende
verrekenperiode
B1.6.6
De netbeheerder stelt de overeenkomstig B1.6.4 bepaalde meetcorrectiefactoren de volgende
werkdag ter beschikking aan de programmaverantwoordelijken die het aangaan.