Uitvoeringsregeling Wkkgz

Geldend van 01-01-2022 t/m heden

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 8 december 2015, kenmerk 808179-144256-WJZ, houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 18, derde lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg en artikel 5.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz (Uitvoeringsregeling Wkkgz)

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 18, derde lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, artikel 5.5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz en artikel 6 van Richtlijn 2002/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het inzamelen, testen, bewerken, opslaan en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG van de Raad (PbEU L 33);

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Geschilleninstanties

§ 1. Erkenning

Artikel 2

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een opgave van de organisaties van cliënten en van zorgaanbieders die de geschilleninstantie hebben ingesteld;

    • b. het reglement van de geschilleninstantie en overige gegevens waaruit blijkt dat de geschilleninstantie voldoet aan de in de artikelen 19 tot en met 22 van de wet en deze regeling gestelde eisen.

Artikel 3

  • 1 Aan een erkenning van een geschilleninstantie zijn de navolgende voorschriften verbonden:

    • a. de geschilleninstantie deelt wijzigingen in de gegevens als bedoeld in artikel 2, tweede lid, zo spoedig mogelijk elektronisch of schriftelijk aan de minister mede.

    • b. de geschilleninstantie publiceert het reglement en verstrekt degene die daarom verzoekt, kosteloos een exemplaar van het reglement.

    • c. de geschilleninstantie publiceert jaarlijks een verslag over haar werkzaamheden in het voorgaande jaar, dat onder meer inzicht biedt in de bij de geschilleninstantie aangesloten zorgaanbieders, het aantal en de aard van de geschillen die aan haar zijn voorgelegd en de wijze waarop deze zijn afgedaan, en zendt daarvan een afschrift aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd.

  • 2 Aan de erkenning kunnen nadere voorschriften worden verbonden die ertoe strekken een goede behandeling van geschillen te waarborgen.

Artikel 4

  • 1 De minister trekt een erkenning in op aanvraag.

  • 2 De minister kan voorts een erkenning intrekken indien:

    • a. bij de aanvraag om erkenning zodanig onjuiste of onvolledige informatie is verstrekt dat de minister bij de beslissing op een aanvraag om erkenning een andere beslissing zou hebben genomen indien hem de juiste informatie was verstrekt;

    • b. niet langer wordt voldaan aan de in de artikelen 19 tot en met 22 van de wet en deze regeling gestelde eisen;

    • c. niet wordt voldaan aan de aan de erkenning verbonden voorschriften.

Artikel 5

Van een beslissing tot erkenning of intrekking van een erkenning van een geschilleninstantie wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

§ 2. Erkenningseisen

Artikel 6

  • 1 Het reglement bevat in ieder geval regels over:

    • a. de wijze waarop een geschil aanhangig wordt gemaakt, de termijn waarbinnen dit kan plaatsvinden en het bedrag dat daarbij dient te worden voldaan;

    • b. de wijze waarop de wederpartij op de hoogte wordt gesteld van het aanhangig maken van het geschil en van de behandeling daarvan;

    • c. de mogelijkheid voor alle betrokken partijen op voet van gelijkheid hun standpunt mondeling, elektronisch of schriftelijk, desgewenst met bijstand van derden, kenbaar te maken en kennis te nemen van alle standpunten en alle feiten die door de andere partij naar voren zijn gebracht en eventueel van de verklaringen van getuigen en deskundigen;

    • d. de mogelijkheid om een deskundige een advies te laten uitbrengen;

    • e. de mogelijkheid om getuigen en deskundigen te horen;

    • f. de wijze waarop de besluitvorming in de geschilleninstantie plaatsvindt;

    • g. de mogelijkheid om partijen in de kosten van de behandeling van een geschil te veroordelen en vaststelling van een hierbij geldend maximumbedrag;

    • h. de vorm, inhoud en bekendmaking van de uitspraak en de termijn waarbinnen deze wordt gedaan.

  • 2 De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, bepalen in elk geval dat de uitspraak met redenen is omkleed, is ondertekend, elektronisch of schriftelijk wordt gedaan en aan partijen wordt meegedeeld, alsmede elektronisch openbaar wordt gemaakt.

  • 3 In het reglement kan worden bepaald dat de geschilleninstantie bevoegd is een geschil niet in behandeling te nemen indien degene die het geschil aanhangig heeft gemaakt naar haar oordeel geen redelijk belang heeft bij een uitspraak van de geschilleninstantie.

  • 4 Het reglement kan voor te onderscheiden categorieën van geschillen verschillende regels bevatten.

  • 5 Het reglement kan bepalen dat de geschilleninstantie bevoegd is op gezamenlijk verzoek van alle betrokken partijen een voorlopige uitspraak te doen.

  • 6 Het reglement kan bepalen dat de geschilleninstantie bevoegd is een minnelijke schikking tussen partijen te beproeven alvorens een uitspraak te doen.

  • 7 Het reglement bevat regels over de mogelijkheid van wraking van een lid van de geschilleninstantie door partijen, op grond van feiten of omstandigheden die een onpartijdig of onafhankelijk oordeel van dat lid zouden bemoeilijken.

Artikel 7

  • 1 Het reglement bevat regels omtrent de procedure die wordt gevolgd:

    • a. bij de benoeming tot lid van de geschilleninstantie;

    • b. bij de aanwijzing van de leden van de geschilleninstantie die een geschil zullen behandelen.

  • 2 Het reglement waarborgt dat de geschilleninstantie bij de behandeling van een geschil bestaat uit één lid dan wel uit een oneven aantal leden. Indien de geschilleninstantie bestaat uit één lid, bezit dit lid de hoedanigheid van meester in de rechten bezit; in andere gevallen bezit de voorzitter die hoedanigheid.

  • 3 Het reglement waarborgt dat aan geen der bij het geschil betrokken partijen een bevoorrechte positie bij de samenstelling van de geschilleninstantie is toegekend.

Hoofdstuk 3a. Acute zorg

§ 3.1. Regionaal overleg acute zorgketen

Artikel 8a

  • 2 Het traumacentrum organiseert daarnaast het regionaal overleg acute zorgketen zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken nadat het door een zorgaanbieder is geïnformeerd overeenkomstig artikel 8h, vierde lid, tenzij sprake is van:

    • a. een gehele of gedeeltelijke opschorting die redelijkerwijs ten hoogste twee weken zal duren; of

    • b. een gedeeltelijke beëindiging of gedeeltelijke opschorting, die redelijkerwijs een afname van minder dan 25% van de behandelcapaciteit voor de acute zorg in zal houden en het traumacentrum van oordeel is dat de continuïteit van de zorg in de regio daardoor niet in gevaar is.

  • 3 In aanvulling op het tweede lid wordt alsnog zo spoedig mogelijk een regionaal overleg acute zorgketen georganiseerd zodra een gehele of gedeeltelijke opschorting langer blijkt te duren dan twee weken, of zodra toch 25% of meer van de behandelcapaciteit voor de acute zorg blijkt te worden opgeschort of beëindigd.

  • 4 De zorgaanbieder informeert het traumacentrum onmiddellijk indien hij voorziet dat sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid.

  • 5 Het traumacentrum organiseert voorts een regionaal overleg acute zorgketen zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee weken nadat het door een zorgaanbieder is geïnformeerd overeenkomstig artikel 8k, indien het traumacentrum van oordeel is dat de continuïteit van de zorg in de regio in gevaar is.

  • 6 Het tweede, derde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing in geval van een opschorting of beëindiging van de acute zorg op een locatie van het traumacentrum.

Artikel 8b

  • 3 Het traumacentrum nodigt voor elk regionaal overleg acute zorgketen ten minste de zorgverzekeraar uit met het grootste marktaandeel in de regio. Het traumacentrum informeert alle zorgverzekeraars over het regionaal overleg acute zorgketen en nodigt ook de zorgverzekeraars uit die zich melden om bij het regionaal overleg acute zorgketen aanwezig te zijn.

  • 4 Het traumacentrum nodigt voor elk regionaal overleg acute zorgketen de GHOR of GHORs uit die in de regio werkzaam is, onderscheidenlijk zijn. Indien een onderwerp geagendeerd staat dat naar het oordeel van het traumacentrum een gemeente, een patiëntenorganisatie, een Wlz-uitvoerder, de politie of een andere organisatie aangaat, nodigt het ook deze organisatie uit.

  • 5 Een zorgaanbieder die een uitnodiging ontvangt en die behoort tot een van de in artikel 8A.1 van het uitvoeringsbesluit aangewezen categorieën is verplicht bij het regionaal overleg acute zorgketen aanwezig te zijn, tenzij het traumacentrum de zorgaanbieder heeft gemeld dat deelname, gezien de geagendeerde onderwerpen, niet nodig is.

  • 6 In afwijking van het vijfde lid behoeft een zorgaanbieder niet bij het regionaal overleg acute zorgketen aanwezig te zijn, indien deze zorgaanbieder zich laat vertegenwoordigen door een organisatie die schriftelijk of elektronisch is gemachtigd om namens hem afspraken te maken.

  • 7 Gemeentelijke gezondheidsdiensten dragen er zorg voor dat de directeur publieke gezondheid die tevens de leiding heeft over de GHOR in de regio hen vertegenwoordigt in het regionaal overleg acute zorgketen. Indien in de regio meerdere gemeentelijke gezondheidsdiensten werkzaam zijn, kunnen zij zich laten vertegenwoordigen door één van de directeuren publieke gezondheid in die regio, mits deze gemachtigd is overeenkomstig het zesde lid.

Artikel 8c

  • 1 Indien een zorgaanbieder, een zorgverzekeraar, een GHOR, een gemeente, een patiëntenorganisatie, een Wlz-uitvoerder, de politie of een andere organisatie een onderwerp voordraagt voor bespreking in het regionaal overleg acute zorgketen dat past binnen het in artikel 8A.2, eerste lid, van het uitvoeringsbesluit omschreven doel, agendeert het traumacentrum dat onderwerp voor het overleg.

  • 2 Indien risico’s voor de beschikbaarheid of bereikbaarheid van acute zorg redelijkerwijze voorzienbaar zijn, dragen zorgaanbieders die behoren tot de in artikel 8A.1 van het uitvoeringsbesluit aangewezen categorieën deze risico’s als onderwerp aan om te bespreken in het regionaal overleg acute zorgketen.

  • 3 Het traumacentrum maakt van het regionaal overleg acute zorgketen een schriftelijk of elektronisch verslag, waarin in ieder geval het volgende wordt weergegeven:

    • a. de aanwezigen en wie zij vertegenwoordigen;

    • b. de besproken onderwerpen;

    • c. de kern van de inbreng van de deelnemers; en

    • d. de hoofdlijnen van de gemaakte afspraken.

  • 4 In het volgende overleg acute zorgketen dient het verslag te worden vastgesteld, eventueel na aanvulling of wijziging op verzoek van deelnemers aan het overleg waar het verslag op ziet.

  • 5 Traumacentra informeren elkaar over onderwerpen en conclusies uit het regionaal overleg acute zorgketen die van belang kunnen zijn voor elkaars regio.

Artikel 8d

Zorgaanbieders die behoren tot de in artikel 8A.1 van het uitvoeringsbesluit aangewezen categorieën maken met elkaar en zo nodig met andere deelnemers aan het regionale overleg acute zorgketen in ieder geval afspraken over:

  • a. de bereikbaarheid van de acute zorg in de regio, mede in relatie tot de normen, genoemd in artikel 8f;

  • b. maatregelen die de druk op de acute zorgketen beperken met het oog op de beschikbaarheid van de acute zorg in de regio;

  • c. de beschikbaarheid van de acute zorg in de regio, ook tijdens piekperiodes, zoals tijdens griep- en vakantieperiodes en bij crises en rampen;

  • d. het inzicht voor zorgverleners in welke zorgaanbieder in de regio welke specifieke competenties, expertises en faciliteiten heeft voor het bieden van acute zorg aan cliënten met specifieke toestandsbeelden;

  • e. de informatie die zorgaanbieders in de regio beschikbaar stellen over de specifieke competenties, expertise en faciliteiten die zij hebben voor het bieden van acute zorg aan cliënten met specifieke toestandsbeelden;

  • f. de informatie die zorgaanbieders met elkaar delen teneinde inzicht te bieden in de actuele voor acute zorg en intensive care beschikbare capaciteit in de regio;

  • g. het inzicht in de opleidingsinspanningen van zorgaanbieders als bedoeld in artikel 8A.1 van het uitvoeringsbesluit in de regio; en

  • h. crisisplannen als bedoeld in artikel 8A.5 van het uitvoeringsbesluit van zorgaanbieders in de regio.

§ 3.3. Normen van bereikbaarheid

Artikel 8f

  • 1 De normen inzake de bereikbaarheid van acute zorg, bedoeld in artikel 8A.4, eerste lid, onderdeel g, van het uitvoeringsbesluit, zijn:

    • a. het aantal inwoners dat in spoedgevallen met een ambulance niet binnen 45 minuten op een afdeling spoedeisende hulp kan zijn, neemt niet toe;

    • b. het aantal inwoners dat in spoedgevallen met een ambulance niet binnen 45 minuten op een afdeling acute verloskunde kan zijn, neemt niet toe;

    • c. ten minste 90% van de inwoners in het verzorgingsgebied van een huisartsenpost kan in de avond, nacht- en weekenduren binnen 30 minuten per auto een huisartsenpost of dienstdoende huisarts bereiken, of een dienstdoende huisarts kan in de avond, nacht- en weekenduren 90% van de inwoners in het verzorgingsgebied binnen 30 minuten met de auto bereiken;

    • d. ten minste 90% van de inwoners in het verzorgingsgebied kan in spoedgevallen met een ambulance binnen 60 minuten een beoordelingslocatie acute psychiatrie bereiken.

  • 2 Voor de toepassing van de bereikbaarheidsnormen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, worden uitsluitend afdelingen spoedeisende hulp, onderscheidenlijk afdelingen acute verloskunde, in aanmerking genomen die gedurende zeven dagen per week 24 uur open zijn.

§ 3.4. Voorgenomen beëindiging of opschorting

Artikel 8g

  • 1 Indien er een gerede kans is dat een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 8A.4, eerste lid, van het uitvoeringsbesluit de acute zorg op een bepaalde locatie geheel of gedeeltelijk gaat beëindigen of opschorten, informeert de zorgaanbieder de Inspectie daarover. Dit informeren geschiedt schriftelijk of elektronisch via e-mailadres meldpunt@igj.nl.

  • 2 Bij het informeren, bedoeld in het eerste lid, verstrekt de zorgaanbieder in ieder geval de volgende gegevens:

    • a. de naam en contactgegevens van de zorgaanbieder en van de contactpersoon bij de zorgaanbieder;

    • b. de vorm van acute zorg die het betreft;

    • c. de locatie of locaties die het betreft;

    • d. of het gaat om een gehele of gedeeltelijke, opschorting of beëindiging van de zorg en op welke termijn deze eventueel zal plaatsvinden;

    • e. wat de reden is dat er een gerede kans bestaat dat een gehele of gedeeltelijke opschorting of beëindiging plaats moet vinden;

    • f. of de opschorting of beëindiging onderdeel is van een grotere reorganisatie van het aanbod van zorg en zo ja, hoe die reorganisatie eruit ziet; en

    • g. of de zorgaanbieder voornemens is te streven naar het borgen van de continuïteit van de betrokken acute zorg in de regio.

Artikel 8h

  • 1 Nadat de zorgaanbieder de Inspectie overeenkomstig artikel 8g heeft geïnformeerd, vraagt de zorgaanbieder een bereikbaarheidsanalyse aan bij het RIVM.

  • 2 Een bereikbaarheidsanalyse als bedoeld in het eerste lid hoeft niet te worden aangevraagd als sprake is van:

    • a. een gehele of gedeeltelijke opschorting van redelijkerwijs ten hoogste twee weken, met dien verstande dat artikel 8a, derde lid, van overeenkomstige toepassing is;

    • b. een gedeeltelijke opschorting of gedeeltelijke beëindiging van de acute zorg; of

    • c. een gehele of gedeeltelijke opschorting of gehele of gedeeltelijke beëindiging van de acute zorg door een dienstapotheek.

  • 3 In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, wordt wel een bereikbaarheidsanalyse aangevraagd bij een gedeeltelijke opschorting of gedeeltelijke beëindiging van de acute zorg die bestaat uit:

    • a. een inperking van de openingstijden van een afdeling acute verloskunde of een afdeling spoedeisende hulp die gedurende zeven dagen per week 24 uur geopend is; of

    • b. een inperking van 25% of meer van de openingstijden van een locatie voor acute zorg door een traumacentrum, een andere aanbieder van medisch specialistische zorg die acute zorg verleent, niet zijnde een afdeling als bedoeld in onderdeel a, of een aanbieder van geestelijke gezondheidszorg die acute zorg verleent.

  • 4 De zorgaanbieder informeert het traumacentrum, onderscheidenlijk de traumacentra, van de regio of regio’s waarin de zorgaanbieder zorg verleent, over de mogelijke gehele of gedeeltelijke opschorting of gehele of gedeeltelijke beëindiging van het aanbod van de acute zorg op het moment dat er nog wezenlijke invloed kan worden uitgeoefend op het besluit en er voldoende tijd is voor het nemen van de benodigde maatregelen door zorgverzekeraars en zorgaanbieders en het organiseren van een regionaal overleg acute zorgketen. Artikel 8g, tweede lid, over de bij het informeren te verstrekken gegevens is van overeenkomstige toepassing, waarbij de zorgaanbieder tevens de ideeën weergeeft die er zijn om de continuïteit en beschikbaarheid van acute zorg in de regio te borgen.

  • 5 Indien naar aanleiding van de informatieverstrekking, bedoeld in het vierde lid, geen regionaal overleg wordt georganiseerd, start de zorgaanbieder de in artikel 8A.4, eerste lid, onderdeel c, van het uitvoeringsbesluit bedoelde overleggen op het moment dat nog wezenlijke invloed kan worden uitgeoefend op het besluit en betrokkenen voldoende tijd hebben om de benodigde maatregelen te nemen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op het overleg met de zorgverzekeraar waarmee de zorgaanbieder ter zake van de betrokken acute zorg een overeenkomst heeft gesloten, als die zorgverzekeraar niet aanwezig of vertegenwoordigd is bij het door het traumacentrum georganiseerde overleg.

  • 6 Bij de overleggen, waaronder het regionaal overleg acute zorgketen, over de mogelijke opschorting of beëindiging betrekt de zorgaanbieder het regiobeeld, indien voor de betrokken regio een regiobeeld beschikbaar is.

Artikel 8i

  • 1 De zorgaanbieder, bedoeld in artikel 8A.4, eerste lid, van het uitvoeringsbesluit, organiseert een bijeenkomst voor colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten in de omgeving, alsmede in het geval, bedoeld in artikel 8A.4, eerste lid, onderdeel e, van het uitvoeringsbesluit, voor de voorzitter van de veiligheidsregio, over het voornemen tot opschorting of beëindiging van de acute zorg op een bepaalde locatie. In de bijeenkomst informeert de zorgaanbieder betrokkenen over de plannen alsmede de uitkomsten van de bereikbaarheidsanalyse en stelt hij hen in de gelegenheid vragen daarover te stellen en hun visies, wensen en zorgen daarover te uiten. De bijeenkomst wordt op een zodanig tijdstip georganiseerd dat de inbreng van betrokkenen van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming door de zorgaanbieder.

  • 2 In afwijking van het eerste lid hoeft geen bijeenkomst georganiseerd te worden indien sprake is van:

    • a. een gehele of gedeeltelijke opschorting die redelijkerwijs ten hoogste twee weken zal duren; of

    • b. een gedeeltelijke beëindiging of gedeeltelijke opschorting die redelijkerwijs een afname van minder dan 25% van de behandelcapaciteit voor de acute zorg inhoudt, met dien verstande dat artikel 8a, derde lid, van overeenkomstige toepassing is.

  • 3 In het geval overeenkomstig het tweede lid geen bijeenkomst wordt georganiseerd, worden de colleges van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten, en in het in het eerste lid bedoelde geval de voorzitter van de veiligheidsregio, schriftelijk of elektronisch geïnformeerd door de zorgaanbieder, waarbij wordt aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn zij desgewenst kunnen reageren richting de zorgaanbieder.

  • 4 Bij het informeren, bedoeld in het derde lid, verstrekt de zorgaanbieder in ieder geval de gegevens en ideeën, bedoeld in artikel 8h, vierde lid. Dit gebeurt in een voor betrokkenen geschikte vorm.

  • 5 Indien de zorgaanbieder een bijeenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft georganiseerd dan wel de zorgaanbieder een schriftelijke of elektronische reactie heeft gekregen van colleges van burgemeester en wethouders of de voorzitter van de veiligheidsregio, deelt de zorgaanbieder aan de betrokkenen schriftelijk of elektronisch gemotiveerd mee wat met de door hen naar voren gebrachte visies, wensen en zorgen zal worden gedaan.

Artikel 8j

  • 1 De inspanning, bedoeld in artikel 8A.4, eerste lid, onderdeel f, van het uitvoeringsbesluit, om tevoren onzekerheid te voorkomen bij de inwoners uit de omgeving die belang hebben bij de door de zorgaanbieder geboden zorg, houdt in dat de zorgaanbieder een bijeenkomst organiseert voor die inwoners. In de bijeenkomst informeert de zorgaanbieder de inwoners over de plannen alsmede de uitkomsten van de bereikbaarheidsanalyse en stelt hij hen in de gelegenheid vragen daarover te stellen en hun visies, wensen en zorgen daarover te uiten. De bijeenkomst wordt op een zodanig tijdstip georganiseerd dat de inbreng van de inwoners van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming door de zorgaanbieder.

  • 2 In afwijking van het eerste lid hoeft geen bijeenkomst georganiseerd te worden in het geval, bedoeld in artikel 8i, tweede lid. In dat geval worden de inwoners geïnformeerd door de zorgaanbieder via een bericht in de plaatselijke krant en op de website van de zorgaanbieder en wordt aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn zij richting de zorgaanbieder kunnen reageren.

  • 3 Indien de zorgaanbieder een bijeenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft georganiseerd, dan wel de zorgaanbieder een schriftelijke of elektronische inbreng heeft gekregen van inwoners, informeert de zorgaanbieder de inwoners via diens website over wat met de naar voren gebrachte visies, wensen en zorgen zal worden gedaan.

Artikel 8k

Na afloop van de in de artikelen 8i en 8j bedoelde bijeenkomsten, onderscheidenlijk nadat de zorgaanbieder heeft gereageerd op de door de gemeenten, de voorzitter van de veiligheidsregio en de inwoners naar voren gebrachte visies, wensen en zorgen, informeert de zorgaanbieder de Inspectie, het traumacentrum, zorgaanbieders voor wie de voorgenomen beëindiging of opschorting gevolgen kan hebben en alle zorgverzekeraars over een door de zorgaanbieder opgesteld ontwerp van het continuïteitsplan.

Artikel 8l

  • 1 De zorgaanbieder bespreekt het ontwerp continuïteitsplan met de zorgaanbieders voor wie de beëindiging of opschorting gevolgen kan hebben en met zorgverzekeraars.

  • 2 Indien een reactie van de Inspectie op het ontwerp continuïteitsplan dan wel de besprekingen, bedoeld in het eerste lid, daartoe aanleiding geven, past de zorgaanbieder het ontwerp continuïteitsplan aan. De zorgaanbieder zendt het aangepaste continuïteitsplan aan de Inspectie, het traumacentrum, zorgaanbieders voor wie de voorgenomen beëindiging of opschorting gevolgen kan hebben en alle zorgverzekeraars.

Artikel 8m

In het continuïteitsplan wordt in ieder geval omschreven:

  • a. wat er uit de bereikbaarheidsanalyse is gekomen, indien een bereikbaarheidsanalyse moet worden aangevraagd;

  • b. de reden voor de opschorting of beëindiging en de onderbouwing daarvan met feiten en cijfers;

  • c. hoe de voorgenomen beëindiging of opschorting past binnen het regiobeeld indien dat beschikbaar is;

  • d. welk besluitvormingsproces er is gevolgd en wat er gedaan is met de inbreng van de colleges van burgemeester en wethouders, de voorzitter van de veiligheidsregio en inwoners;

  • e. voor welke categorieën en aantallen cliënten met verschillende zorgvragen de voorgenomen beëindiging of opschorting gevolgen heeft en wat de gevolgen zijn;

  • f. welke afspraken er door de zorgaanbieder, andere zorgaanbieders en zorgverzekeraars zijn gemaakt met het oog op de continuïteit in de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de acute zorg voor de verschillende groepen cliënten, ook in opgeschaalde situaties bij een crisis of ramp;

  • g. hoe de zorgaanbieder meldkamers en verwijzers zal informeren over waar cliënten met een bepaalde acute zorgvraag terecht kunnen;

  • h. of er door de gehele of gedeeltelijke beëindiging of opschorting van acute zorgactiviteiten door de zorgaanbieder risico’s voor de patiëntveiligheid ontstaan en hoe deze risico’s zoveel mogelijk worden voorkomen; en

  • i. een draaiboek voor gecontroleerde afbouw en overdracht van de acute zorg alsmede op welke termijn de beëindiging of opschorting zal plaatsvinden.

Artikel 8n

  • 2 In afwijking van het eerste lid vindt het informeren van de inwoners plaats via een bericht in de plaatselijke krant en op de website van de zorgaanbieder.

Deze regeling zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

E.I. Schippers

Terug naar begin van de pagina