Subsidieregeling LerarenOntwikkelFonds

[Regeling vervalt per 01-01-2022.]
Geldend van 12-05-2020 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 september 2015, nr. PO/779628, houdende regels met betrekking tot subsidieverstrekking aan de Onderwijscoöperatie en aan bevoegde gezagsorganen ten behoeve van activiteiten van leraren ter bevordering van de onderwijskwaliteit, de versterking van de beroepsgroep en de professionalisering van leraren (Subsidieregeling LerarenOntwikkelFonds)

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Doel

  • 1 Deze regeling heeft tot doel:

    • a. bevorderen van de vernieuwing en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs door leraren of docenten;

    • b. organiseren van kennisdeling van kleinschalige kwaliteitsverbetering door leraren of docenten;

    • c. versterken van professionalisering leraren of docenten; en

    • d. versterken van de beroepsgroep.

  • 2 De subsidie voor de doelstellingen, bedoeld in het eerste lid, is bestemd voor activiteiten uitgevoerd door leraren als bedoeld in artikel 3.1 en voor de uitvoering van deze regeling door het CAOP voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.

Paragraaf 2. Subsidie CAOP

Artikel 2.1. Activiteiten

De minister verstrekt aan het CAOP subsidie voor:

  • a. het instellen van een onafhankelijke jury, die is belast met het beoordelen van de aanvragen op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 3.5, en met het adviseren aan de minister over de ingediende subsidieaanvragen;

  • b. het geven van voorlichting over deze regeling en het stimuleren van aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.1;

  • c. activiteiten rond het aanvraagproces, het voorbereiden van de jury beoordeling en doorgeleiding van jury adviezen naar de minister;

  • d. de organisatie van de begeleiding van leraren of docenten door coaches en het organiseren van bijeenkomsten waar leraren of docenten elkaar verder helpen;

  • e. de organisatie van kennisdeling;

  • f. het verrichten van onderzoek naar de effecten van de subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt.

Artikel 2.2. Subsidiebedrag

Het subsidieplafond voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2.1, die verband houden met het schooljaar 2018–2019 bedraagt vanaf 1 januari 2019 € 500.000 per jaar.

Artikel 2.3. Subsidieverlening, besteding, voorschot en betaling

  • 1 De subsidie wordt verleend binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2 De minister verleent een voorschot van 100 procent en betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag.

  • 3 De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend.

Artikel 2.4. Verplichting

Het CAOP verstrekt de minister de adviezen van de jury uiterlijk vijf weken na de sluitingsdatum van de desbetreffende aanvraagronde.

Artikel 2.5. Verantwoording en vaststelling

  • 1 De verantwoording van de subsidie geschiedt aan de hand van een activiteitenverslag en de jaarrekening, bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarin op herkenbare wijze rekening en verantwoording wordt afgelegd en inzicht wordt gegeven in de besteding.

  • 2 De subsidie wordt vastgesteld binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling.

Artikel 2.6. Evaluatie

Het CAOP werkt mee aan een evaluatie naar de uitvoering van de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1.

Paragraaf 3. Subsidie LerarenOntwikkelFonds

Artikel 3.1. Activiteiten

De minister kan aan het bevoegd gezag subsidie verstrekken voor activiteiten opgesteld en uitgevoerd door leraren of docenten die gericht zijn op:

  • a. de vernieuwing en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs;

  • b. het versterken van professionalisering leraren of docenten; en

  • c. het versterken van de beroepsgroep.

Artikel 3.2. Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor het schooljaar 2020–2021 wordt vastgesteld op € 825.000,–, waarvan een derde bestemd is voor activiteiten in het primair onderwijs, een derde voor activiteiten in het voortgezet onderwijs en een derde voor activiteiten in het middelbaar beroepsonderwijs.

Artikel 3.3. Aanvraag

  • 1 De aanvraagronde voor het schooljaar 2020–2021 vangt aan op 13 mei 2020 om 7.00 uur en loopt tot en met 27 mei 2020.

  • 2 Een leraar of docent kan in deze aanvraagronde eenmaal een subsidieaanvraag indienen.

  • 3 Voor de indiening van een aanvraag wordt gebruik gemaakt van het hiervoor bestemde aanvraagformulier dat wordt gepubliceerd op de website van DUS-I.

  • 4 De subsidie wordt door een leraar of docent aangevraagd met goedkeuring van en namens het bevoegd gezag van de school of instelling waar hij werkzaam is.

  • 5 Aanvragen van leraren of docenten aan wie op grond van deze regeling of vanwege het programma Onderwijs Pioniers MBO eerder subsidie is verleend, worden afgewezen.

  • 6 Aanvragen die na sluiting van het aanvraagmoment zijn ontvangen, worden afgewezen.

Artikel 3.4. Jury

  • 2 De leden van de jury verrichten hun werkzaamheden in onafhankelijkheid zonder last of ruggespraak.

Artikel 3.5. Beoordeling van de subsidieaanvraag door de jury

  • 1 Een subsidieaanvraag wordt door de jury als positief of negatief beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

    • a. de mate waarin de activiteiten het onderwijs vernieuwen en de onderwijskwaliteit verbeteren;

    • b. de mate waarin de activiteiten innovatief en creatief zijn binnen de context waar de leraar of de docent werkzaam is;

    • c. de mate waarin de leraar of de docent en de leraren of de docenten in zijn directe omgeving een leerproces gaan doormaken;

    • d. de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de versterking van de beroepsgroep;

    • e. de mate waarin de activiteiten door leraren of docenten zelf worden uitgevoerd;

    • f. de kosten van de activiteiten staan in een redelijke verhouding tot de voorgenomen doelstellingen en de daarvan te verwachten resultaten.

  • 2 De criteria en beslisregels zijn nader uitgewerkt in een beoordelingskader, dat wordt gepubliceerd op de website van het CAOP.

  • 3 Indien meerdere aanvragen zijn ingediend door leraren van een school zoals geregistreerd in de Basisregistratie Instellingen, beoordeelt de jury maximaal één van deze aanvragen positief.

Artikel 3.6. Rangschikking aanvragen

De minister rangschikt de aanvragen, bedoeld in artikel 3.3, zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate deze eerder is ontvangen en volledig is.

Artikel 3.7. Besluitvorming door de minister

  • 1 De minister besluit over de subsidieverstrekking op basis van het advies van de jury en wijkt hier slechts om zwaarwegende redenen van af.

  • 2 Indien het totaal van de door de jury positief beoordeelde aanvragen per sector het voor die sector geldende subsidieplafond, bedoeld in artikel 3.2, overschrijdt, wijst de minister op basis van de rangschikking, bedoeld in artikel 3.6, de aanvragen die op basis daarvan niet gehonoreerd kunnen worden, af.

  • 3 In het eerste en tweede aanvraagmoment van schooljaar 2015–2016, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, onder a en b, kunnen per aanvraagmoment, maximaal 100 positief beoordeelde aanvragen van beide sectoren tezamen worden gehonoreerd op basis van de rangschikking. De minister wijst die aanvragen af waarmee het aantal van 100 wordt overschreden. De, in de vorige volzin bedoelde, afgewezen aanvragen komen in het eerstvolgende aanvraagmoment binnen hun sector wederom en als eerste in aanmerking voor subsidie.

  • 4 De minister verstrekt slechts subsidie indien de aanvraag die het betreft binnen het subsidieplafond volledig kan worden gehonoreerd.

  • 5 De afgewezen aanvragen binnen een bepaalde sector, bedoeld in het tweede lid, komen na afloop van de laatste aanvraagronde in een bepaald schooljaar wederom in aanmerking voor subsidie, indien het subsidieplafond dat betrekking heeft op de andere sector in die aanvraagronde niet is bereikt.

  • 6 Indien het totaal van de afgewezen aanvragen het resterende bedrag overschrijdt, neemt de minister op basis van de rangschikking, bedoeld in artikel 3.6, de aanvragen die op basis hiervan niet in aanmerking komen, niet in heroverweging.

  • 7 Indien na toepassing van het tweede of vijfde lid, aanvragen op een gelijke positie worden gerangschikt en slechts één van de aanvragen kan worden gehonoreerd, beslist de minister op basis van loting.

  • 8 De minister besluit, stelt de subsidie vast en verstrekt deze uiterlijk binnen 22 weken na de sluitingsdatum van de betreffende aanvraagperiode, bedoeld in artikel 3.3, vijfde en zesde lid.

Artikel 3.9. Subsidiebedrag

De hoogte van de subsidie betreft het bedrag dat gemoeid is met het uitvoeren van de activiteiten als bedoeld in artikel 3.1 zoals opgenomen in de aanvraag en door de jury aanvaardbaar geacht, en bedraagt minimaal € 4.000,– en maximaal € 30.000,–.

Artikel 3.10. Besteding van de subsidie en uitvoering activiteiten

De activiteiten, bedoeld in artikel 3.1, worden uitgevoerd in het schooljaar 2020–2021. Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging is verstrekt.

Artikel 3.11. Subsidieverplichting

Het bevoegd gezag stelt de leraar of de docent in staat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend volledig uit te voeren en komt met de leraar of de docent overeen dat hij deelneemt aan de door het CAOP in het kader van de regeling te organiseren activiteiten tijdens de looptijd van zijn project.

Artikel 3.12. Verantwoording

De verantwoording van de subsidie geschiedt,

  • a. voor zover het een subsidie tot € 25.000 betreft, overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs in de jaarverslaggeving. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;

  • b. voor zover het een subsidie van € 25.000 tot en met € 75.000 betreft, overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs in de jaarverslaggeving met model G1. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;

  • c. vanaf schooljaar 2020–2021, overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G1.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 4.1. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S. Dekker

Terug naar begin van de pagina