Regeling vrijwilligerswerk in de WW

Geldend van 01-01-2019 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 december 2014, 2014-0000185641, tot vaststelling van de Regeling vrijwilligerswerk in de Werkloosheidswet (Regeling vrijwilligerswerk in de WW)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 8, zesde lid, van de Werkloosheidswet;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • algemeen nut beogende instelling: instelling die op grond van artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de daarop berustende bepalingen, door de inspecteur als zodanig is aangemerkt;

  • algemeen nuttige activiteiten: activiteiten, die niet tegen commerciële tarieven worden verricht en die erop zijn gericht de doelstelling van een algemeen belang beogende organisatie of instelling te verwezenlijken of te bevorderen;

  • onbetaalde arbeid: werkzaamheden waar geen vergoedingen of verstrekkingen tegenover staan waarvan de gezamenlijke waarde hoger is dan de bedragen, genoemd in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964;

  • organisatie of instelling zonder winstoogmerk: organisatie of instelling die niet aan een winstbelasting is onderworpen dan wel daarvan is vrijgesteld en die, daadwerkelijk blijkend uit zowel eigen regelgeving als uit de feitelijke werkzaamheden van overwegend algemeen nuttige activiteiten, nagenoeg uitsluitend het algemeen belang dient;

  • sociaal belang behartigende instelling: instelling als bedoeld in artikel 5c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

  • steunstichting SBBI: instelling als bedoeld in artikel 5d van de Algemene wet inzake rijksbelasting en de daarop berustende bepalingen, die door de inspecteur als zodanig bekend is gemaakt;

  • werklocatie: een vestiging van de instelling indien de desbetreffende instelling meer dan één vestiging heeft.

Artikel 2. Vrijwilligerswerk

  • 1 Er is sprake van vrijwilligerswerk als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Werkloosheidswet, indien:

    • a. er sprake is van onbetaalde arbeid;

    • b. de onbetaalde arbeid bestaat uit gebruikelijk onbetaalde werkzaamheden als bedoeld in artikel 3; en

    • c. de onbetaalde arbeid wordt uitgevoerd bij een algemeen nut beogende instelling, een organisatie of instelling zonder winstoogmerk, een sociaal belang behartigende instelling of een steunstichting SBBI.

  • 2 Het UWV kan artikel 2, eerste lid, onderdeel c, buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van het bevorderen van vrijwilligerswerk met behoud van een uitkering op grond van de Werkloosheidswet zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

  • 3 Als vrijwilligerswerk wordt tevens aangemerkt onbetaalde arbeid die de persoon, die recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, reeds voor zijn eerste werkloosheidsdag verrichtte, voor zover de werkzaamheden niet wijzigen en de omvang niet wordt uitgebreid.

Artikel 3. Gebruikelijk onbetaalde werkzaamheden

  • 1 Gebruikelijk onbetaalde werkzaamheden zijn werkzaamheden die gedurende minimaal één jaar voorafgaand aan het moment van aanvang van het vrijwilligerswerk uitsluitend als onbetaalde arbeid werden verricht binnen de instelling op de desbetreffende werklocatie en waarvoor gedurende dat jaar geen vacatures voor werknemers hebben opengestaan.

  • 2 Indien de instelling, de werklocatie of de functie nog geen jaar bestaat, wordt gekeken of de werkzaamheden gebruikelijk onbetaalde werkzaamheden zijn bij:

    • a. de dichtstbijzijnde werklocatie binnen de desbetreffende instelling, indien de onbetaalde werkzaamheden plaatsvinden bij een werklocatie van die instelling: of

    • b. vergelijkbare instellingen.

  • 3 Vergelijkbare instellingen als bedoeld in het tweede lid, zijn instellingen die hetzelfde doel nastreven en waarvan de activiteiten grotendeels overeenkomen met de activiteiten van de instelling waar de onbetaalde arbeid wordt verricht.

Artikel 4. Samenloop met Participatiewet

Als vrijwilligerswerk wordt aangemerkt door het college van burgemeester en wethouders opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 10 december 2014

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher

Terug naar begin van de pagina