Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen

Geldend van 02-05-2019 t/m heden

Besluit van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 2 december 2014, nr. IENM/BSK-2014/255126, houdende vaststelling van beleidsregels tot uitvoering van hoofdstuk IIA van de Wegenverkeerswet 1994 (Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen)

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

  • 1 In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    • bijzondere bromfiets: bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder d, van de wet waarvoor een aanvraag voor een aanwijzing op grond van artikel 20b van de wet is ingediend bij de minister;

    • conformiteitsverklaring: document dat is opgesteld volgens de administratieve procedures die gelden voor een certificaat van overeenstemming als bedoeld in Verordening (EU) nr. 901/2014 dat bij een bijzondere bromfiets wordt afgegeven en dat aangeeft dat de bijzondere bromfiets in overeenstemming is met het aangewezen type bijzondere bromfiets;

    • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

    • RDW: Dienst Wegverkeer;

    • Verordening (EU) nr. 168/2013: Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2013, L 60);

    • Verordening (EU) nr. 901/2014: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 901/2014 van de Commissie van 18 juli 2014 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de administratieve voorschriften voor de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PbEU 2004, L 249);

    • VIN: voertuigidentificatienummer;

    • VN/ECE-reglement: reglement van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties;

    • wet: Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2

Wijzigingen van en amendementen op de richtlijnen, verordening en VN/ECE-reglementen1 genoemd in deze beleidsregel gaan voor de toepassing van deze beleidsregel gelden met ingang van de datum waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn of -verordening of het betrokken amendement uitvoering moet zijn gegeven.

§ 2. Aanwijzingsprocedure

Artikel 3

Een aanvraag voor een aanwijzing van een bijzondere bromfiets in verband met de toelating tot het verkeer op de weg in Nederland, wordt ingediend bij de minister.

Artikel 3a

  • 1 De aanvraag wordt per type of per individuele bijzondere bromfiets ingediend.

  • 2 De aanvraag vermeldt of de bijzondere bromfiets is bedoeld voor individueel vervoer, voor personenvervoer of voor goederenvervoer.

Artikel 4

  • 1 De aanvraag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, vermeldt waarom voor het betreffende motorvoertuig, al dan niet met aanpassingen, geen typegoedkeuring als bedoeld in Verordening (EU) nr. 168/2013 vereist is.

  • 2 De aanvraag beschrijft aan welke technische eisen uit Verordening (EU) nr. 168/2013 niet kan worden voldaan door het innovatieve karakter van het voertuig of door de toepassing van innovatieve technieken. Bij de aanvraag wordt met een risicobeoordeling aangetoond op welke wijze het veiligheids- en milieubeschermingsniveau dat ingevolge Verordening (EU) nr. 168/2013 wordt vereist wordt gewaarborgd. In de risicobeoordeling wordt in ieder geval aandacht besteed aan de constructie en de werking van de mechanische en elektronische onderdelen van het voertuig.

  • 3 Bij de aanvraag wordt tevens met een rapport van een deskundige en onafhankelijke instantie op basis van een risicobeoordeling aangetoond hoe aandacht is besteed aan het gebruik van het voertuig in het verkeer, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan de stabiliteit van het voertuig en de veiligheid in het verkeer. Voor het opstellen van het rapport worden rijproeven uitgevoerd.

  • 5 De aanvraag voor een type gaat tevens vergezeld van een:

    • a. model van de conformiteitsverklaring van de bijzondere bromfiets;

    • b. verklaring waarin de aanvrager bevestigt dat de duurzaamheid van de systemen, voertuigonderdelen en uitrustingsstukken die essentieel zijn voor de functionele veiligheid afdoende is getest en voor een periode van ten minste vijf jaar of 20.000 gereden kilometers worden gegarandeerd bij normaal gebruik;

    • c. dossier dat aantoont dat de aanvrager of de fabrikant indien de aanvrager niet de fabrikant is, beschikt over een kwaliteitssysteem waarin afdoende regelingen inzake incident-, configuratie- en probleemmanagement zijn getroffen om te waarborgen dat de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden in productie conform zijn met de aan te wijzen bijzondere bromfiets;

    • d. indien de aanvrager niet de fabrikant is, documentatie waaruit de zakelijke relatie tussen de aanvrager en de fabrikant blijkt, waaruit blijkt dat de fabrikant:

      • 1°. de aanvrager heeft gemachtigd om de fabrikant voor de minister en de RDW te vertegenwoordigen;

      • 2°. instemt met de aanvraag tot aanwijzing van het voertuig;

      • 3°. mee zal werken aan controles op de conformiteit van de productie; en

    • e. gebruiksaanwijzing van de bijzondere bromfiets.

  • 6 Indien door het innovatieve karakter van het voertuig of door de toepassing van innovatieve technieken niet aan de technische toetsingscriteria, bedoeld in paragraaf 4, wordt voldaan, gaat de aanvraag vergezeld van een rapport van een deskundige en onafhankelijke instantie dat op basis van een risicobeoordeling beschrijft aan welke toetsingscriteria niet wordt voldaan en hoe eenzelfde niveau van veiligheid wordt gewaarborgd door middel van daarbij te beschrijven innovatieve oplossingen.

Artikel 5

  • 1 De minister kan een deskundige en onafhankelijke instantie advies vragen in verband met de beoordeling van:

  • 3 Indien de RDW niet op basis van de documentatie, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdeel c, kan beoordelen of het kwaliteitssysteem voldoende waarborgen biedt, kan de RDW zijn onderzoek uitbreiden met een bezoek aan de in de documentatie genoemde productielocatie.

Artikel 6

  • 1 De aanvrager is bij de fysieke beoordeling van het betreffende motorvoertuig aanwezig.

  • 2 Tijdens de fysieke beoordeling desgevraagd en op aanwijzing van de tester:

    • a. voert de aanvrager noodzakelijke rijtesten zelf uit;

    • b. demonteert de aanvrager onderdelen door middel van door hem meegebracht gereedschap.

Artikel 7

De kosten voor de beoordeling van een aanvraag en de instandhouding van en het toezicht op de aanwijzing in de productiefase komen voor rekening van de aanvrager.

Artikel 8

De minister vraagt een advies als bedoeld in artikel 5 binnen een termijn van twee weken na ontvangst van de aanvraag. De minister neemt binnen een termijn van vier weken na ontvangst van het advies, bedoeld in artikel 5, een besluit.

Artikel 9

Van een besluit tot aanwijzing alsmede van een besluit tot wijziging, schorsing of intrekking van een aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

§ 3. Algemene toetsingscriteria

Artikel 10

De bijzondere bromfiets valt buiten het toepassingsgebied van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 168/2013.

Artikel 11

Toelating van de bijzondere bromfiets stemt overeen met de volgende doeleinden van de wet:

  • a. het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • c. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade, alsmede de gevolgen voor het milieu;

  • d. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden; en

  • e. het bevorderen van een doelmatig of zuinig energiegebruik.

Artikel 12

De bijzondere bromfiets is compleet en, in het geval van een aanvraag tot aanwijzing per type, productierijp.

§ 4. Technische toetsingscriteria

Artikel 13

  • 1 De bijzondere bromfiets is voorzien van een VIN dat in het frame, in het chassis of in een vergelijkbare constructie is ingeslagen en goed leesbaar is. Het VIN voldoet aan Verordening (EU) nr. 901/2014.

  • 2 Indien het VIN is ingeslagen op een plek die bij de technische beoordeling niet direct zichtbaar is, heeft de aanvrager bij de fysieke beoordeling, bedoeld in artikel 6, eerste lid, adequaat gereedschap voor handen om de onderdelen die het zicht op het VIN belemmeren, te verwijderen.

Artikel 13a

De bijzondere bromfiets is voorzien van een constructieplaat overeenkomstig Verordening (EU) nr. 901/2014, met dien verstande dat als voertuigcategorie wordt vermeld 'bb' en in plaats van het EU-typegoedkeuringsnummer wordt vermeld een uniek nummer van het type aangewezen bijzondere bromfiets als bedoeld in artikel 44d, derde lid, tweede zin.

Artikel 14

  • 1 De langs- en dwarsliggers en chassisversterkingsdelen van het chassisraam, dan wel de daarvoor in de plaats tredende delen van de mee- of zelfdragende carrosserie:

    • a. vertonen geen breuken of scheuren;

    • b. zijn niet zodanig bevestigd, vervormd of door corrosie aangetast, dat de stijfheid en de sterkte van het chassisraam of van de mee- of zelfdragende carrosserie in gevaar worden gebracht dan wel dat het weggedrag van de bijzondere bromfiets nadelig wordt beïnvloed.

  • 3 Indien de bijzondere bromfiets is opgebouwd uit een frame met een voor- of achtervork, mag dat frame met die voor- of achtervork:

    • a. geen breuken of scheuren vertonen;

    • b. niet zijn doorgeroest; en

    • c. niet zodanig zijn vervormd dat de stijfheid en de sterkte ervan in gevaar worden gebracht.

  • 4 De onderdelen die deel uitmaken van het frame of van de zelfdragende constructie, zijn deugdelijk bevestigd.

  • 5 De bovenbouw van de bijzondere bromfiets is deugdelijk op het frame dan wel het onderstel bevestigd.

Artikel 15

  • 1 De bijzonder bromfiets is:

    • a. voor individueel vervoer:

      • 1°. niet langer dan 3,00 m;

      • 2°. niet breder dan 1,10 m;

      • 3°. niet hoger dan 2,00 m;

    • b. voor personenvervoer of goederenvervoer:

      • 1°. niet langer dan 3,00 m;

      • 2°. niet breder dan 1,15 m;

      • 3°. niet hoger dan 2,00 m.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel a, aanhef en onder 2°, is een bijzondere bromfiets op minder dan drie wielen voor individueel vervoer niet breder dan 0,75 m.

  • 3 De massa in rijklare toestand, bedoeld in artikel 5 van Verordening (EU) nr. 168/2013, van de bijzondere bromfiets is ten hoogste:

    • a. voor individueel vervoer 125 kg;

    • b. voor personenvervoer of goederenvervoer, indien de bijzondere bromfiets minder dan vier wielen heeft, 270 kg;

    • c. voor personenvervoer of goederenvervoer, indien de bijzondere bromfiets vier of meer wielen heeft, 425 kg.

  • 4 Op de bijzondere bromfiets staat duidelijk zichtbaar vermeld met hoeveel massa de bijzondere bromfiets kan worden beladen zonder dat de technisch toegestane maximummassa wordt overschreden. De technisch toegestane maximummassa is ten hoogste 200 kg voor bijzondere bromfietsen voor individueel vervoer en 565 kg voor bijzondere bromfietsen voor personenvervoer of goederenvervoer.

Artikel 16

  • 1 De bijzondere bromfiets heeft een door de constructie bepaalde snelheid van niet meer dan 25 km/h.

  • 2 Onverminderd het eerste lid bereikt de bijzondere bromfiets door middel van de aandrijving geen hogere snelheid dan de maximumconstructiesnelheid die de aanvrager in de aanvraag heeft aangegeven.

  • 3 Indien de bijzondere bromfiets kan worden aangedreven door een combinatie van motorische aandrijving en spierkracht schakelt de motorische aandrijving uit bij het bereiken van een snelheid van 25 km/h.

  • 4 De bijzondere bromfiets is niet voorzien van een voorziening met het kennelijke doel de controle op de constructiesnelheid te bemoeilijken of te beïnvloeden.

Artikel 17

  • 1 Een bijzondere bromfiets voorzien van een verbrandingsmotor, heeft een cilinderinhoud van niet meer dan 50 cm³.

  • 2 Een bijzondere bromfiets voorzien van een elektromotor:

    • a. heeft een nominaal continu maximumvermogen van:

      • 1°. niet meer dan 1 kW als de bijzondere bromfiets voor individueel vervoer bedoeld is;

      • 2°. niet meer dan 4 kW als de bijzondere bromfiets voor personenvervoer of goederenvervoer bedoeld is;

    • b. is voor wat betreft de invloed van elektromagnetische straling getest volgens VN/ECE-reglement nr. 10;

    • c. heeft een motor die is goedgekeurd volgens VN/ECE-reglement nr. 136.

Artikel 18

  • 1 Alle onderdelen van de brandstofsystemen zijn veilig en deugdelijk bevestigd.

  • 2 De aanwezige brandstofsystemen vertonen geen lekkage.

  • 3 De vulopening van een brandstofreservoir is afgesloten met een passende tankdop.

  • 4 De onderdelen van de elektrische aandrijflijn van een elektrisch aangedreven of hybride elektrische bijzondere bromfiets zijn goedgekeurd volgens VN/ECE-reglement nr. 136 en zijn:

    • a. deugdelijk;

    • b. deugdelijk bevestigd;

    • c. niet beschadigd;

    • d. vrij van lekkage;

    • e. goed afgeschermd, met uitzondering van de kabelset; en

    • f. goed geïsoleerd.

Artikel 19

Een bijzondere bromfiets voorzien van een installatie voor Liquid Petroleum Gas (LPG), Liquid Natural Gas (LNG) of Compressed Natural Gas (CNG), voldoet onderscheidenlijk aan de VN/ECE-reglementen nr. 67 (LPG), dan wel nr. 110 (CNG), en aan nr. 115 (LPG en CNG) zoals geldend op het moment van de technische beoordeling, alsmede aan artikel 5.6.10, tweede tot en met achtste lid (LPG), dan wel artikel 5.6.10a, tweede tot en met negende lid (CNG), van de Regeling voertuigen.

Artikel 20

  • 1 Een bijzondere bromfiets voorzien van een verbrandingsmotor, is uitgerust met een uitlaatsysteem dat over de gehele lengte, met uitzondering van de afwateringsgaatjes, gasdicht is.

  • 2 Het uitlaatsysteem is deugdelijk bevestigd.

Artikel 21

  • 1 De accu’s zijn deugdelijk bevestigd, zijn goedgekeurd volgens VN/ECE-reglement nr. 136 en in geval van gevaar kan de stroom gemakkelijk worden onderbroken.

  • 2 De elektrische bedrading is deugdelijk bevestigd en goed geïsoleerd.

  • 3 De motor is deugdelijk bevestigd.

  • 4 De motorsteunen zijn niet in ernstige mate beschadigd, de rubbers zijn niet doorgescheurd en de vulkanisatie is niet geheel losgeraakt.

  • 5 Een defect in de energievoorziening leidt niet tot gevaarlijke situaties.

Artikel 21a

De bedieningsorganen zijn:

  • a. zichtbaar;

  • b. herkenbaar;

  • c. voorzien van pictogrammen conform VN/ECE-reglement nr. 60; en

  • d. eenvoudig te bedienen.

Artikel 22

  • 1 De snelheid van de bijzondere bromfiets is op eenvoudige en doeltreffende wijze regelbaar. De bedieningsorganen voor versnellen en vertragen zijn zodanig ontworpen dat er een logisch verband bestaat tussen de beweging van het bedieningsorgaan en het bewerkstelligde effect.

  • 2 Indien een elektronisch systeem wordt toegepast voor de regeling van de snelheid, dient deze redundant te zijn uitgevoerd. In geval van een storing mag het voertuig in ieder geval niet abrupt versnellen of vertragen.

  • 3 Bij optrekken, afremmen of snelheidsvermindering komen de wielen niet los van de ondergrond en maakt de bijzondere bromfiets geen zijwaartse beweging.

  • 4 De bijzondere bromfiets komt niet in beweging of komt tot stilstand, indien deze in beweging is, als deze niet wordt bediend, de bestuurder zich niet op de bestuurdersplaats bevindt dan wel het contact niet aanstaat.

Artikel 23

  • 1 De voor de transmissie noodzakelijke onderdelen zijn deugdelijk bevestigd.

  • 2 De aandrijving van de bijzondere bromfiets met in langsrichting achter elkaar geplaatste wielen mag niet via het voorwiel of de voorwielen plaatsvinden.

  • 3 De stofhoezen van de aandrijfassen zijn deugdelijk bevestigd en zijn niet zodanig beschadigd dat die hoezen niet meer afdichten.

Artikel 24

  • 1 De assen zijn deugdelijk bevestigd en vertonen geen breuken of scheuren.

  • 2 De assen zijn niet zodanig vervormd dat de sterkte ervan in gevaar wordt gebracht.

  • 3 De assen zijn niet zodanig bevestigd, beschadigd of vervormd dat het weggedrag nadelig wordt beïnvloed.

  • 4 De assen zijn niet zodanig door corrosie aangetast, dat de sterkte ervan in gevaar wordt gebracht.

Artikel 25

  • 1 De fuseepennen, -lageringen, -bussen en -kogels zijn deugdelijk bevestigd.

  • 2 De stofhoezen van fuseekogels zijn deugdelijk bevestigd en niet zodanig beschadigd dat die hoezen niet meer afdichten.

  • 4 Indien een gedeelte van de binnenkant van het fuseekogelhuis en de fuseekogel zichtbaar is doordat de hoes is beschadigd of ontbreekt, vertoont dit gedeelte geen corrosie.

Artikel 27

  • 1 De wielen, alsmede de onderdelen daarvan, vertonen geen breuken, scheuren, ernstige corrosie of ernstige vervorming.

  • 2 De wielen en velgen zijn met alle daarvoor bestemde bevestigingsmiddelen deugdelijk bevestigd.

Artikel 28

  • 1 De wielen zijn voorzien van luchtbanden.

  • 2 De luchtbanden, bedoeld in het eerste lid, zijn van een type dat is goedgekeurd volgens VN/ECE-reglement nr. 75.

  • 3 Het karkas van de luchtbanden is niet zichtbaar.

  • 4 Het loopvlak van de luchtbanden bevat geen metalen elementen die tijdens het rijden daarbuiten kunnen uitsteken.

  • 5 De luchtbanden zijn over de gehele omtrek en breedte van het loopvlak voorzien van profilering.

  • 6 De wielen en luchtbanden lopen niet aan.

Artikel 29

Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een veersysteem, is dat veersysteem goed werkend, vertonen de onderdelen daarvan geen breuken of scheuren en zijn die onderdelen niet door corrosie aangetast.

Artikel 30

  • 1 De bijzondere bromfiets is voorzien van een goed werkende mechanische stuurinrichting.

  • 2 De stofhoezen zijn niet zodanig beschadigd dat die hoezen niet meer afdichten.

  • 3 De koppelingen en verbindingen zijn spelingsvrij.

  • 4 De voor overbrenging van de stuurkrachten noodzakelijke onderdelen zijn deugdelijk bevestigd.

  • 5 De bediening van de stuurinrichting, alsmede de koppelingen, worden door geen enkel onderdeel van de bijzondere bromfiets belemmerd.

Artikel 31

  • 1 De bijzondere bromfiets is voorzien van ten minste twee onafhankelijke en goed werkende remsystemen, is getest overeenkomstig VN/ECE-reglement nr. 78 en voldoet aan de daarin genoemde remvertragingen en remafstanden.

  • 2 De remvertraging wordt ook behaald als de aandrijving van de bijzondere bromfiets uitvalt.

  • 3 Ten minste één van de remsystemen werkt op basis van frictieremmen.

  • 4 De onderdelen van de remsystemen:

    • a. zijn deugdelijk bevestigd;

    • b. lopen niet aan;

    • c. schuren niet langs voertuigdelen; en

    • d. zijn niet door corrosie aangetast.

  • 5 De remhendel of het rempedaal maakt geen zodanige slag dat deze tot een aanslag kan worden ingedrukt of ingetrapt.

  • 6 Alle wielen zijn geremd. Remmen van wielen op één as worden door dezelfde remhendel of hetzelfde rempedaal bediend.

  • 7 Van een bijzondere bromfiets op meer dan twee wielen, kan één van de remmen in aangezette toestand worden vastgezet, tenzij een afzonderlijke vastzetinrichting aanwezig is. Deze zogenaamde parkeerrem is mechanisch en voldoet aan VN/ECE-reglement nr. 78.

  • 8 De bijzondere bromfiets heeft een noodstopsysteem als daardoor het risico op een gevaarlijke situatie minder wordt.

  • 9 De remkabels zijn niet gerafeld en goed gangbaar.

  • 10 De bediening van het remsysteem wordt door geen enkel onderdeel van de bijzondere bromfiets belemmerd.

  • 11 Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een hydraulisch remsysteem, bevindt het remvloeistofniveau zich niet onder het minimum.

Artikel 31a

  • 1 Een bijzondere bromfiets die is bedoeld voor individueel vervoer of goederenvervoer biedt geen ruimte voor passagiers.

  • 2 Een bijzondere bromfiets die is bedoeld voor personenvervoer biedt ten hoogste acht zitplaatsen voor passagiers.

  • 3 De zitplaats:

    • a. biedt voldoende ruimte voor de te vervoeren persoon;

    • b. is voorzien van een heupgordel; en

    • c. indien die is bedoeld voor een kind, is voorzien van een duidelijke vermelding van het maximale gewicht waarvoor de zitplaats is bedoeld.

  • 4 Het materiaal, de sluiting en de bevestiging van de gordel voldoen aan VN/ECE-reglement nr. 16 of nr. 44.

  • 5 De bevestigingspunten van de heupgordel zijn zodanig gepositioneerd dat de gordel effectief op de heup van de passagier kan aanliggen.

  • 6 De bevestiging van de gordel voldoet voor wat betreft de sterkte aan VN/ECE-reglement nr. 14, ongeacht de plaatsing van de zitplaatsen, waarbij voor de belasting die op de bevestiging van de gordel wordt uitgeoefend rekening gehouden mag worden met de maximumconstructiesnelheid van het voertuig en indien van toepassing het gewicht, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, met dien verstande dat als gewicht minimaal 36 kg wordt gebruikt.

Artikel 31b

De bestuurdersplaats van een bijzondere bromfiets die is bedoeld voor personenvervoer of goederenvervoer is voorzien van een bescherming die kan voorkomen dat de bestuurder van het voertuig valt.

Artikel 32

  • 1 Windschermen, stroomlijnkappen en permanent aangebrachte inrichtingen om personen of lading mee te vervoeren, zijn deugdelijk bevestigd.

  • 2 Een bijzondere bromfiets die is bedoeld voor goederenvervoer is voorzien van een laadruimte die voldoende sterk is om goederen mee te vervoeren en die is voorzien van middelen om te voorkomen dat goederen tijdens het rijden uit het voertuig kunnen vallen.

Artikel 33

Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie:

  • a. hebben de deuren of kappen die toegang geven tot de personen- of goederenruimte een deugdelijke sluiting, welke sluiting wordt gewaarborgd door goed werkende sloten en scharnieren;

  • b. kunnen de deuren en kappen, bedoeld onder a, op normale wijze vanaf zowel de binnen- als de buitenzijde van het voertuig worden geopend;

  • c. is deze voorzien van een deugdelijk bevestigde linkerbuitenspiegel van een type dat is goedgekeurd volgens VN/ECE-reglement nr. 81, waarvan het glas geen verschijnselen van breuk vertoont en niet is verweerd;

  • d. mag deze zijn voorzien van een deugdelijk bevestigde rechterbuitenspiegel;

  • e. is deze voorzien van een deugdelijk bevestigde achteruitkijkspiegel waarvan het glas geen verschijnselen van breuk vertoont, indien zicht naar achteren mogelijk is.

Artikel 34

Indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen:

  • a. vertonen die ramen geen beschadigingen of verkleuringen;

  • b. zijn die ramen niet voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren;

  • c. is de lichtdoorlatendheid van die ruiten niet minder dan 55%; en

  • d. is de voorruit voorzien van een goed werkende:

    • 1°. ruitenwisserinstallatie die bij inschakeling de bestuurder voldoende uitzicht geeft;

    • 2°. ruitensproeierinstallatie; en

    • 3°. ontwasemings- en ontdooiingsinstallatie, indien het een gesloten carrosserie betreft.

Artikel 35

De bijzondere bromfiets heeft geen scherpe delen die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor de bestuurder, passagiers of andere weggebruikers kunnen opleveren.

Artikel 36

  • 1 De bijzondere bromfiets is voorzien van:

    • a. rode opvallende retroreflecterende lijnmarkering of één of twee rode retroreflectoren, aangebracht aan de achterzijde van het voertuig op een hoogte van minimaal 0,15 m en maximaal 0,90 m;

    • b. witte of gele opvallende retroreflecterende markering of één of twee ambergele zijretroreflectoren, aangebracht aan de zijkant van het voertuig.

Artikel 37

De bijzondere bromfiets is voorzien van:

  • a. één of twee lichten aan de voorzijde van het voertuig;

  • b. één of twee achterlichten;

  • c. één of twee remlichten;

  • d. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde van het voertuig; en

  • e. één of twee witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig.

Artikel 38

  • 1 Het licht aan de voorzijde straalt niet anders dan wit of geel.

  • 2 Het achterlicht en het remlicht stralen niet anders dan rood.

  • 3 De richtingaanwijzers stralen niet anders dan ambergeel.

Artikel 39

  • 1 De bijzondere bromfiets is niet voorzien van verblindende lichten.

  • 2 De bijzondere bromfiets is, met uitzondering van de richtingaanwijzers, niet voorzien van knipperende lichten.

Artikel 40

Artikel 41

Artikel 42

De bijzondere bromfiets is niet voorzien van meer retroreflecterende voorzieningen en lichten dan op grond van de artikelen 36 en 37 is voorgeschreven of toegestaan.

Artikel 43

  • 1 De bijzondere bromfiets is voorzien van een goed werkende bel of van een goed werkende hoorn met vaste toonhoogte.

  • 2 De bijzondere bromfiets mag zijn voorzien van een geluidssignaalinrichting die er toe strekt ongeoorloofd gebruik of diefstal van het voertuig te voorkomen.

  • 3 Een bijzondere bromfiets mag zijn voorzien van een akoestisch voertuigwaarschuwingssysteem.

  • 4 De bijzondere bromfiets is niet voorzien van andere geluidssignaalinrichtingen dan die bedoeld in het eerste tot en met het derde lid.

Artikel 44

De bijzondere bromfiets is niet voorzien van een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen.

§ 4a. Voorschriften en beperkingen aanwijzing

Artikel 44b

In de aanwijzing wordt als beperking opgenomen dat de aanwijzing niet kan worden overgedragen.

Artikel 44c

  • 1 Een aanwijzing geldt in beginsel voor onbepaalde tijd. In de aanwijzing kan de beperking worden opgenomen dat de aanwijzing betrekking heeft op bijzondere bromfietsen die binnen een daarbij te bepalen periode zijn geproduceerd.

  • 2 De beperking tot een bepaalde periode, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval gesteld als een aanscherping plaatsvindt van de technische toetsingscriteria, bedoeld in paragraaf 4. De minister kan de aanwijzing zodanig aanpassen dat die betrekking heeft op een bijzondere bromfiets die is aangepast aan de gewijzigde toetsingscriteria. Daartoe kan de aanvrager een aangepaste bijzondere bromfiets aanbieden aan de minister ter beoordeling of is voldaan aan de gewijzigde toetsingscriteria.

  • 3 Bij de oplegging van een beperking als bedoeld in het tweede lid wordt een overgangstermijn van twaalf maanden in acht genomen om de aanvrager de gelegenheid te bieden het productieproces aan te passen en een nieuw voertuig ter beoordeling aan te bieden als bedoeld in het tweede lid.

  • 4 In de aanwijzing wordt als beperking opgenomen dat de aanvrager, mits die daarom verzoekt, tot uiterlijk twee jaar na afloop van de in het eerste lid bedoelde geldigheidsduur ten hoogste 10% van het aantal van de in de laatste twee jaar voor het einde van de geldigheidsduur op de markt aangeboden bijzondere bromfietsen op de markt mag aanbieden onder de desbetreffende aanwijzing, met een maximum van 100 bijzondere bromfietsen.

Artikel 44d

  • 2 In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat de aanvrager de documenten, genoemd in artikel 4, vierde en vijfde lid, bewaart ten minste tien jaar nadat de aanwijzing is gegeven.

  • 3 In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat de aanvrager alle geproduceerde bijzondere bromfietsen voorziet van een VIN en uniek nummer van de aangewezen bijzondere bromfiets op de constructieplaat, bedoeld in artikel 13a. Dit nummer bestaat uit het jaartal en het vijfcijferige nummer van de publicatie in de Staatscourant waarin de mededeling van het besluit tot aanwijzing van de desbetreffende bijzondere bromfiets conform artikel 9 is gedaan, gescheiden door een schuine streep.

  • 4 In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat de aanvrager voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden zorgt dat de conformiteit van de bijzondere bromfietsen met de aanwijzing niet in het gedrang komt.

  • 5 In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat de aanvrager bij ieder voertuig een conformiteitsverklaring verstrekt.

  • 6 In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat de aanvrager de afnemer actief in het Nederlands informeert over het gebruik van de aangewezen bijzondere bromfiets op de openbare weg, onder meer over hoe de bijzondere bromfiets moet worden bediend en welke regels uit het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 van toepassing zijn.

  • 7 In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat de aanvrager:

    • a. een registratie bijhoudt van de voertuigen die op de markt worden aangeboden; en

    • b. elk jaar aan de RDW informatie verstrekt over:

      • 1°. het aantal geproduceerde voertuigen en de bij de voertuigen verstrekte conformiteitsverklaring;

      • 2°. het kwaliteitssysteem, bedoeld in het eerste lid; en

      • 3°. incidenten en problemen met reeds in gebruik genomen voertuigen, waarbij wordt aangetoond dat de incidenten en problemen adequaat zijn geadresseerd.

Artikel 44e

  • 1 De aanwijzing specificeert het type van de aangewezen bijzondere bromfiets. In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat alle exemplaren die van dat type op de markt worden aangeboden wat betreft de onderdelen en eigenschappen, genoemd in het tweede lid, conform zijn aan het door de RDW beoordeelde en in de aanwijzing gespecificeerde type.

  • 2 In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat de aanvrager een voorgenomen wijziging van de aangewezen bijzondere bromfiets meldt aan de minister, tenzij het betreft:

    • a. het wijzigen van de kleur van de bijzondere bromfiets;

    • b. het aanbrengen van andere handvatten, mits de afmetingen van het voertuig niet veranderen;

    • c. het aanbrengen van bestickering, reclame en dergelijke, mits die niet reflecterend of retroreflecterend is;

    • d. het aanbrengen van banden van een ander merk dan was gemonteerd op het beoordeelde voertuig, mits de specificaties van de banden overeenstemmen met die van het beoordeelde voertuig.

  • 3 De minister beoordeelt aan de hand van de melding of de aanwijzing wordt gewijzigd of dat een nieuwe aanwijzing nodig is voor toelating van de gewijzigde bijzondere bromfiets tot het verkeer op de weg.

  • 4 In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat als de aanvrager de productie van de aangewezen bijzondere bromfiets vrijwillig stopzet, hij dit terstond meldt aan de minister. De minister past in de aanwijzing de geldigheidsduur, bedoeld in artikel 44c, eerste lid, overeenkomstig aan, opdat geen nieuwe bijzondere bromfietsen onder de desbetreffende aanwijzing vallen.

Artikel 44f

  • 1 In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat als de aanvrager van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een aangewezen bijzondere bromfiets die in de handel is gebracht of in het verkeer is gebracht niet conform is met de aanwijzing, hij onmiddellijk corrigerende maatregelen neemt om dat voertuig conform te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen.

  • 2 Bij het voorschrift, genoemd in het eerste lid, wordt aanvullend opgenomen dat de aanvrager de minister onmiddellijk op de hoogte brengt van maatregelen als bedoeld in het eerste lid, waarbij hij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijft. Als de bijzondere bromfiets een ernstig risico vormt, brengt de aanvrager tevens de RDW daarvan onmiddellijk op de hoogte, waarbij hij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen uitvoerig beschrijft.

  • 3 In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat de aanvrager, als dat gezien de ernstige risico's van een voertuig passend wordt geacht, met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten een onderzoek instelt naar en zo nodig een register bijhoudt van klachten en teruggeroepen voertuigen.

Artikel 44g

In de aanwijzing wordt als voorschrift opgenomen dat de aanvrager aan door de minister aangewezen ambtenaren van de RDW medewerking verleent tot:

  • a. jaarlijks een evaluatie van de informatie, bedoeld in artikel 44d, zevende lid;

  • b. minimaal eens per drie jaar een bezoek in het kader van toezicht op het bepaalde in de aanwijzing; en

  • c. controles of tests op monsters van de geproduceerde bijzondere bromfietsen die in de bedrijfsgebouwen, inclusief de productiefaciliteiten, van de aanvrager of fabrikant zijn genomen om te beoordelen of de voertuigen overeenstemmen met de aanwijzing.

Artikel 44h

  • 1 Het niet voldoen aan de in deze paragraaf opgenomen of andere voorschriften en beperkingen die worden opgenomen in de aanwijzing door de aanvrager of het niet meer voldoen van de aangewezen bijzondere bromfiets aan de doeleinden, genoemd in artikel 11, kan grond zijn voor een wijziging, schorsing of intrekking van de aanwijzing, afhankelijk van de ernst van het niet voldoen aan de voorschriften, beperkingen of doeleinden.

  • 2 Indien de aanwijzing wordt gewijzigd, geschorst of ingetrokken, wordt daarbij als voorschrift opgenomen dat de aanvrager zich inspant om de bij hem bekende afnemers en gebruikers van bijzondere bromfietsen hierover te informeren.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Infrastructuur en Milieu,
namens deze,

de directeur-generaal Bereikbaarheid,

L.M.C. Ongering

Bijlage behorend bij de Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen

Inlichtingenformulier betreffende de aanvraag van een door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan te wijzen bromfiets als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder d, van de Wegenverkeerswet 1994

  • a) Ten aanzien van het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de Beleidsregel aanwijzing bijzondere bromfietsen (hierna: beleidsregel):

    De aanvrager is van mening dat voor het voertuig waarvoor de aanvraag wordt ingediend, al dan niet met aanpassingen, geen (type)goedkeuring op grond van Verordening (EU) nr. 168/2013 kan worden afgegeven, omdat:

    ............

    ............

    ............

    ............

    N.B. Het betreft hier de vraag of het voertuig op basis van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 168/2013 buiten het toepassingsgebied valt van die verordening, bijvoorbeeld door het innovatieve ontwerp van het voertuig. Het enkele feit dat het voertuig niet voldoet aan één van de technische eisen uit Verordening (EU) nr. 168/2013 is onvoldoende om te concluderen dat het voertuig buiten het toepassingsgebied valt.

  • b) Ten aanzien van het bepaalde in artikel 4, tweede lid, eerste zin, van de beleidsregel:

    De aanvrager is voorts van mening dat het voertuig aan één of meer eisen van Verordening (EU) nr. 168/2013 niet kan voldoen door het innovatieve karakter van het voertuig of door de toepassing van innovatieve technieken, te weten:

    Verordening (EU) nr. 168/2013 en de bijbehorende deelrichtlijnen, artikelnummer:

    Onderwerp:

    Motivatie waarom door het innovatieve karakter van het voertuig of door toepassing van innovatieve technieken niet aan het betreffende artikel kan worden voldaan:

         
         
         
         
  • c) Ten aanzien van het bepaalde in artikel 4, tweede lid, tweede zin, en zesde lid, van de beleidsregel:

    De aanvrager is voorts van mening dat het bij de aanvraag gevoegde dossier aantoont dat een ten minste even hoog veiligheids- en milieubeschermingsniveau wordt gewaarborgd als bedoeld in Verordening (EU) nr. 168/2013, omdat:

    ............

    ............

    ............

    ............

De aanvrager vraagt de minister het aangeboden voertuig individueel / per type2 aan te wijzen.

De aanvrager verklaart bekend te zijn met de voorschriften en beperkingen die aan de aanwijzing zullen worden verbonden ingevolge paragraaf 4a van de Beleidsregel en deze te accepteren.

De aanvrager verklaart te accepteren dat de kosten van de beoordeling van de geleverde documentatie en de risicobeoordeling, de fysieke beoordeling van het voertuig, het opstellen van de rapportage van deze beoordeling, het beoordelen het kwaliteitssysteem, het periodiek controleren van de conformiteit van de productie en bedrijfsbezoeken gedurende de geldigheid van de aanwijzing voor diens rekening komen.

De volgende gegevens over het voertuig waarvoor de aanwijzing wordt aangevraagd, worden door de aanvrager in tweevoud verstrekt.

Daar waar foto’s zijn vereist, zijn deze voldoende gedetailleerd.

1.

Algemene gegevens

1.1.

Merk:

1.2.

Type (één type per aanvraag):

1.3.

VIN:

1.3.1.

Plaats van het VIN:

1.4.

Handelsbenaming(en) (indien van toepassing):

1.5

Voertuig voor individueel vervoer, personenvervoer of goederenvervoer (één keuze mogelijk):.

1.6.

Naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van de fabrikant:

1.6.1.

Naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van de eventuele gevolmachtigde van de fabrikant:

1.6.2.

Naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres van de aanvrager als deze niet de fabrikant of gevolmachtigde van de fabrikant is:

 

2.

Algemene constructie van het voertuig

2.1.

Foto's en/of tekeningen van het te beoordelen voertuig:

2.2.

Wielbasis:

2.3.

Aantal assen en wielen:

2.4.

Plaats en opstelling van de motor:

2.5.

Aantal zitplaatsen:

2.5.1.

Maximum gewicht per zitplaats (indien van toepassing):

 

3.

Massa's (in kg) en afmetingen

3.1.

Ledige massa:

3.2.

Massa rijklaar:

3.3.

Technisch toelaatbare maximummassa volgens opgave van de fabrikant:

3.4.

Lengte:

breedte:

hoogte:

 

4.

Motor

4.1.

Fabrikant:

4.2.

Merk:

4.2.1.

Type (zoals op de motor vermeld, of andere identificatiemiddelen):

4.2.2.

Plaatsing van het motornummer (in voorkomend geval):

4.3.

Motor met elektrische / compressie-ontsteking: (1)

4.3.1.

Specifieke gegevens over de motor

4.3.1.1.

Werkingsprincipe: elektrische ontsteking / compressie-ontsteking, viertakt / tweetakt (1)

4.3.1.2.

Aantal, opstelling en ontstekingsvolgorde van de cilinders:

4.3.1.3.

Cilinderinhoud: ............... cm3 (g)

4.3.1.4.

Nettomaximumvermogen: ............... kW bij ............... minG1

4.3.1.5.

Nettomaximumkoppel: ............... Nm bij ............... minG1

4.3.2.

Brandstof: diesel / benzine / mengsmering / LPG / andere (1)

4.3.3.

Brandstofreservoir:

4.3.3.1.

Maximale inhoud:

4.3.4.

Uitlaatsysteem:

4.3.4.1.

Tekening van het volledige uitlaatsysteem:

4.3.5.

Voorzieningen tegen luchtverontreiniging:

4.3.5.1.

Additionele anti-verontreinigingsinrichtingen (indien aanwezig en niet onder een ander hoofdstuk vallend):

4.3.5.2.

Katalysator: ja / nee (1):

4.3.5.3.

Aantal katalysatoren en elementen:

4.4.

Elektrische aandrijfmotor:

4.4.1.

Type (wikkeling, bekrachtiging):

4.4.1.1.

Maximaal continu vermogen (k): ............... kW

4.4.1.2.

Bedrijfsspanning: ............... volt

4.4.2.

Accu:

4.4.2.1.

Aantal cellen:

4.4.2.2.

Massa: ............... kg

4.4.2.3.

Capaciteit: ............... Ah (ampère-uur)

4.4.2.4.

Plaats: ...............

4.5.

Andere motoren of combinaties daarvan of combinaties met aandrijving door spierkracht (specifieke gegevens over de onderdelen van dergelijke motoren):

 

5.

Overbrenging

5.1.

Maximumsnelheid van het voertuig en versnelling waarin deze wordt bereikt (in km/h):

5.2.

Snelheidsmeter:

5.2.1.

Merk(en):

5.2.2.

Type(s):

 

6.

Ophanging

6.1.

Standaard gemonteerde banden (categorie, afmetingen en maximale belasting) en velgen:

6.1.2.

Door de fabrikant aanbevolen bandenspanning: ............... kPa

6.1.3.

Combinatie(s) van banden en velgen:

6.2.

Symbool voor de laagste snelheidscategorie die overeenkomt met de theoretische maximumsnelheid van het voertuig:

6.3.

Laagste belastingsindex die overeenkomt met de maximumbelasting op elke band:

 

7.

Stuurinrichting

7.1.

Mechanisme en bediening:

7.1.1.

Soort mechanisme:

7.1.2.

Korte beschrijving van de eventuele elektrische en/of elektronische onderdelen van de besturing:

 

8.

Reminrichting

8.1.

Schema van de reminrichting:

8.2.

Voor- en achterrem(men): schijven / trommels: (1)

8.2.1.

Merk(en):

8.2.2.

Type(n):

8.2.3.

Remhandels / -pedalen: (1)

8.2.4.

Remvloeistofreservoir(s) (indien van toepassing):

8.3.

Andere inrichtingen (indien van toepassing): tekening en beschrijving:

8.4.

Korte beschrijving van de eventuele elektrische en/of elektronische onderdelen van de reminrichting:

 

9.

Carrosserie

9.1.

Carrosserietype:

9.2.

Aantal deuren:

9.3.

Aantal spiegels:

9.4.

Aantal ruitenwissers:

9.5.

Type ruitensproeierinstallatie:

9.6.

Type ontwasemings- en ontdooiingsinstallatie:

 

10.

Lichten en retroreflecterende voorzieningen

10.1.

Tabel lichten en retroreflectoren:

Naam:

Merk:

Type:

Aantal / Kleur:

Typegoedkeurnummer:

Koplampen:

       

Achterlichten:

       

Richtingaanwijzers voorzijde:

       

Richtingaanwijzers achterzijde:

       

Retroreflector achterzijde:

       

Retroreflector zijkant:

       

Retroreflector voorzijde:

       

11.

Uitrusting

11.1.

Plaatsing en identificatie van de bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters:

11.1.1.

Foto’s en/of tekeningen van de plaatsing van symbolen, bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters:

11.2.

Voorgeschreven opschriften:

11.2.1.

Foto’s en/of tekeningen van het chassisnummer (met afmetingen):

11.2.2.

Foto’s en/of tekeningen van de constructieplaat (met afmetingen):

11.3.

Beveiligingsinrichting tegen gebruik van het voertuig door onbevoegden:

11.3.1.

Type:

11.3.2.

Korte beschrijving:

11.4.

Geluidssignaalinrichting:

(1) S.v.p. doorhalen wat niet van toepassing is.

Ondergetekende verklaart dat al deze bij de aanvraag behorende gegevens naar waarheid zijn ingevuld en dat het voertuig volledig conform die gegevens ter keuring bij de RDW zal worden aangeboden.

 

Plaats:

Datum:

   
   
   

Naam:

Handtekening

  1. VN/ECE-reglementen zijn te raadplegen via United Nations Economic Commission for Europe/Transport/Areas of Work/Vehicle Regulations/Agreements and Regulations/UN Regulations (1958 Agreement): http://www.unece.org/trans/main/wp29/wp29regs.html.

    ^ [1]
  2. S.v.p. doorhalen wat niet van toepassing is.

    ^ [2]
Terug naar begin van de pagina