Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

Geraadpleegd op 12-04-2026.
Toekomstige tekst van 01-01-2031 t/m 31-03-2031.
Ga naar eerste onderdeel, gewijzigd per 01-01-2031.

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 11 juli 2014, nr. WJZ / 13125043, houdende vaststelling van nationale subsidie-instrumenten op het terrein van Economische Zaken (Regeling nationale EZ-subsidies)

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, 4, 5, 6, eerste lid, 7, 10, 12, vierde lid, 13, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, 14, 14a, eerste en vierde lid, 15, 16, 17, 18, eerste en vijfde lid, 19, 21, eerste en derde lid, 23, eerste lid, onderdeel c, 23, tweede lid, 25, 30, derde, vierde en vijfde lid, 32, derde lid, 33, tweede lid, 34, 42, eerste en tweede lid, 44, 48, 50 en 53 van het Kaderbesluit nationale EZ-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • afzet van landbouwproducten: afzet van landbouwproducten als bedoeld in artikel 2, onderdeel 8, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, artikel 2, onderdeel 35, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw, deel I, paragraaf 2.4, onderdeel 33, onder 38, van het landbouwsteunkader en artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de algemene de-minimisverordening;

  • algemene de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

  • algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);

  • besluit: Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies;

  • daadwerkelijke samenwerking: daadwerkelijke samenwerking als bedoeld in artikel 2, onderdeel 90, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder h, van het O&O&I-steunkader;

  • energie uit hernieuwbare energiebronnen: energie uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 109, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, en paragraaf 2.4, onderdeel 19, onder 35, van het klimaat, milieu- en energiesteunkader;

  • energie-efficiëntie: energie-efficiëntie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 103, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, en paragraaf 2.4, onderdeel 19, onder 31, van het klimaat, milieu- en energiesteunkader;

  • experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder k, van het O&O&I-steunkader;

  • fundamenteel onderzoek: fundamenteel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 84, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder n, van het O&O&I-steunkader;

  • groepsvrijstellingsverordening landbouw: verordening (EU) nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327);

  • groepsvrijstellingsverordening visserij: verordening (EU) 2022/2473 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327);

  • grote onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 24, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • haalbaarheidsstudie: haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder l, van het O&O&I-steunkader;

  • hernieuwbare energiebronnen: hernieuwbare energie als bedoeld in paragraaf 2.4, onderdeel 19, onder 69 van het klimaat, milieu- en energiesteunkader;

  • hooggekwalificeerd personeel: hooggekwalificeerd personeel als bedoeld in artikel 2, onderdeel 93, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder p, van het O&O&I-steunkader;

  • industrieel onderzoek: industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder r, van het O&O&I-steunkader;

  • innovatieadviesdiensten: innovatieadviesdiensten als bedoeld in artikel 2, onderdeel 94, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder s, van het O&O&I-steunkader;

  • IPCEI-steunkader: Mededeling van de Commissie betreffende criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang, PBEU 2021 C 528/02;

  • kleine onderneming: kleine onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • klimaat, milieu- en energiesteunkader: Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie 2022 nr. 2022/C 80/01 (PbEU 2022, C 80);

  • landbouw de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PB L 352);

  • landbouwonderneming: onderneming waarin de primaire productie van landbouwproducten plaatsvindt;

  • landbouwproduct: product als bedoeld in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met uitzondering van een visserijproduct of een aquacultuurproduct vermeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PbEU 2013, L 354);

  • landbouwsteunkader: Richtsnoeren voor staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden (PbEU 2022, C 485);

  • middelgrote onderneming: middelgrote onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • minister:

    • a. Minister van Economische Zaken, voor zover het een subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen b, c, d, e, f en g, en tweede lid, van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies betreft;

    • b. Minister van Klimaat en Groene Groei, voor zover het een subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en h, en tweede lid, van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies betreft; of

    • c. Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, voor zover het een subsidie als bedoeld in artikel 2a van de Kaderwet EZK- en LNV-subsidies betreft;

  • MKB-ondernemer: ondernemer die een kleine onderneming of een middelgrote onderneming in stand houdt;

  • O&O&I-steunkader: Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie nr. 2022/C 414/01 (PbEU 2022, C 414);

  • organisatie-innovatie: organisatie-innovatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 96, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • primaire landbouwproductie: primaire landbouwproductie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 9, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, artikel 2, onderdeel 44, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw en deel I, paragraaf 2.4, onderdeel 33, onder 46, van het landbouwsteunkader;

  • procesinnovatie: procesinnovatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 97, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • tijdelijk crisiskader:Tijdelijk crisis- en transitiekader voor staatssteunmaatregelen ter ondersteuning van de economie na de Russische agressie tegen Oekraïne (PbEU 2023, C 101);

  • Unienorm: Unienorm als bedoeld in artikel 2, onderdeel 102, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, en paragraaf 2.4, onderdeel 19, onder 89, van het klimaat, milieu- en energiesteunkader;

  • universiteit: onder a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs, alsmede een onder i van de bijlage van die wet genoemd academisch ziekenhuis;

  • verklaring de-minimissteun: verklaring van de subsidieaanvrager waarin deze bevestigt dat subsidieverlening niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene de-minimisverordening;

  • verklaring landbouw de-minimissteun: verklaring van de subsidieaanvrager waarin deze bevestigt dat subsidieverlening niet zal leiden tot een overschrijding van het de-minimisplafond, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de landbouw de-minimisverordening;

  • verwerking van landbouwproducten: verwerking van landbouwproducten als bedoeld in artikel 2, onderdeel 10, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, artikel 2, onderdeel 45, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw, deel I, paragraaf 2.4, onderdeel 33, onder 47, van het landbouwsteunkader en artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de algemene de-minimisverordening;

  • visserijsteunkader: Richtsnoeren voor staatssteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU 2023, C 107).

Artikel 1.2. Rapport van feitelijke bevindingen

  • 1 Het rapport van feitelijke bevindingen, bedoeld in artikel 12, derde lid, van het besluit, wordt opgesteld overeenkomstig het protocol dat is opgenomen in bijlage 1.1.

  • 2 Als rapport als bedoeld in artikel 12, derde lid, van het besluit, wordt aangewezen een afschrift van het rapport van feitelijke bevindingen van een externe accountant inzake de actueel gebruikte methode voor berekening van de personeelskosten en indirecte kosten dat is opgesteld in het kader van verordening (EG) nr. 1906/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 december 2006 tot vaststelling van de regels voor de deelname van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten aan acties op grond van het zevende kaderprogramma, en voor verspreiding van onderzoeksresultaten (2007–2013) (PbEU 2006, L 391) en, indien de subsidieontvanger daarover beschikt, een afschrift van de goedkeuring door de Europese Commissie van dat rapport.

Artikel 1.3. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-07-2016]

Artikel 1.4. Vaste opslag voor indirecte kosten

De vaste opslag voor indirecte kosten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, bedraagt 50 procent van de loonkosten.

Artikel 1.5. Controleprotocol

De accountant of accountant-administratiefconsulent controleert en stelt de controleverklaring vast met inachtneming van de voorschriften, gesteld in bijlage 1.3.

Artikel 1.6. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2016]

Artikel 1.7. In aanmerking komende kosten

  • 1 In aanvulling op artikel 10, vierde lid, van het besluit, worden, indien de subsidie valt onder de algemene groepsvrijstellingsverordening, respectievelijk de groepsvrijstellingsverordening landbouw, respectievelijk het landbouwsteunkader, respectievelijk de groepsvrijstellingsverordening visserij, respectievelijk het visserijsteunkader:

    • a. de in aanmerking komende kosten berekend en gestaafd met bewijsstukken, overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, respectievelijk artikel 7, eerste lid, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw, respectievelijk deel I, paragraaf 3.2, onderdeel 87, van het landbouwsteunkader, respectievelijk artikel 7, eerste lid, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, respectievelijk deel I, paragraaf 3.2, onderdeel 85, van het visserijsteunkader;

    • b. indien de steun in meerdere tranches wordt uitgekeerd, de in aanmerking komende kosten gedisconteerd overeenkomstig artikel 7, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, respectievelijk artikel 7, vijfde lid, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw, respectievelijk deel I, paragraaf 3.2, onderdelen 90 en 91, van het landbouwsteunkader, respectievelijk artikel 7, derde lid, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, respectievelijk deel I, paragraaf 3.2, onderdeel 88, van het visserijsteunkader;

    • c. indien de steun wordt toegekend in de vorm van belastingvoordelen, de steuntranches gedisconteerd overeenkomstig artikel 7, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, respectievelijk artikel 7, zesde lid, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw, respectievelijk deel I, paragraaf 3.2.3, onderdeel 92, van het landbouwsteunkader, respectievelijk artikel 7, vierde lid, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, respectievelijk deel I, paragraaf 3.2, onderdeel 89, van het visserijsteunkader.

  • 2 In aanvulling op artikel 10, vierde lid, van het besluit, worden, indien de subsidie valt onder het O&O&I-steunkader, respectievelijk het klimaat, milieu- en energiesteunkader:

    • a. de in aanmerking komende kosten berekend overeenkomstig paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder c, van het O&O&I-steunkader, respectievelijk paragraaf 2.4, onderdeel 19, onder 2, van het klimaat, milieu- en energiesteunkader;

    • b. indien de steun in meerdere tranches wordt uitgekeerd, de in aanmerking komende kosten gedisconteerd overeenkomstig paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder c, van het O&O&I-steunkader, respectievelijk paragraaf 2.4, onderdeel 19, onder 2, van het klimaat, milieu- en energiesteunkader.

Artikel 1.8. Bekendmaking van gegevens inzake steunverlening

  • 1 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die door de algemene groepsvrijstellingsverordening wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend:

    • a. de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a en b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, en

    • b. de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan € 100.000, of voor steun vervat in door het InvestEU-fonds krachtens deel 16 van de algemene groepsvrijstellingsverordening ondersteunde financiële producten, meer dan € 500.000, of voor niet onder deel 2 bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening vallende begunstigden die in de primaire landbouwproductie of in de visserij en de aquacultuur actief zijn, meer dan € 10.000.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing, indien het staatssteun betreft die gerechtvaardigd wordt door projecten voor Europese territoriale samenwerking als bedoeld in artikel 20 bis van de algemene groepsvrijstellingsverordening, of door projecten voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling als bedoeld in artikel 19 ter van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 3 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die door de artikelen 16, 21 bis of 22 van de algemene groepsvrijstellingsverordening wordt gerechtvaardigd, worden de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, geacht te zijn bekendgemaakt indien de individuele steunbedragen bekend zijn gemaakt volgens de tranches, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 4 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die door de groepsvrijstellingsverordening landbouw wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend:

    • a. de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a en b van de groepsvrijstellingsverordening landbouw, en

    • b. de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan:

      • 1°. € 10.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie, of

      • 2°. € 100.000 voor begunstigden die actief zijn in de sector verwerking van landbouwproducten, de sector afzet van landbouwproducten of de bosbouwsector, of die activiteiten uitoefenen die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen.

  • 5 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die door de groepsvrijstellingsverordening visserij wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend:

    • a. de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen a en b, van de groepsvrijstellingsverordening visserij; en

    • b. de gegevens, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de groepsvrijstellingsverordening visserij, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan € 10.000.

  • 6 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die door het O&O&I-steunkader wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de gegevens, bedoeld in paragraaf 3.2.4, onderdeel 100, van het O&O&I-steunkader, bekend, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan € 100.000.

  • 7 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die door het landbouwsteunkader wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend:

    • a. de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.2.4, onderdeel 112, onder a en b, van het landbouwsteunkader, en

    • b. de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.2.4, onderdeel 112, onder c, van het landbouwsteunkader, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan:

      • 1°. € 10.000 voor begunstigden die actief zijn in de primaire landbouwproductie, of

      • 2°. € 100.000 voor begunstigden in de sectoren van de verwerking van landbouwproducten, de afzet van landbouwproducten, de bosbouwsector of activiteiten die buiten het toepassingsgebied van artikel 42 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen.

  • 8 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die door het klimaat, milieu- en energiesteunkader wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de gegevens, bedoeld in paragraaf 3.2.1.4, onderdeel 58, van het klimaat, milieu- en energiesteunkader, bekend, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan € 100.000.

  • 9 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die wordt gerechtvaardigd door de Tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter ondersteuning van de economie vanwege de huidige COVID-19-uitbraak (PbEU 2020, C 91 I), maakt de minister na de datum van subsidieverlening de gegevens bekend, bedoeld in paragraaf 4, onderdeel 103, van die kaderregeling.

  • 10 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die door het IPCEI-steunkader wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de gegevens, bedoeld in paragraaf 4.3, onderdeel 48, van het IPCEI-steunkader bekend, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan € 100.000.

  • 11 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatsteun bevat die wordt gerechtvaardigd door het tijdelijk crisiskader, maakt de minister na de datum van subsidieverlening de gegevens bekend, bedoeld in paragraaf 3, onderdeel 87, van het tijdelijk crisiskader.

  • 12 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die door het visserijsteunkader wordt gerechtvaardigd, maakt de minister binnen zes maanden na de datum van subsidieverlening de volgende gegevens bekend:

    • a. de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.2.4, onderdeel 105, onder a en b, van het visserijsteunkader, en

    • b. de gegevens, bedoeld in deel I, paragraaf 3.2.4, onderdeel 105, onder c, van het visserijsteunkader, voor zover de individuele steun meer bedraagt dan € 10.000.

  • 13 De gegevens, bedoeld in het eerste, en derde tot en met twaalfde lid, blijven voor ten minste tien jaar openbaar beschikbaar.

Artikel 1.9. Onderzoeksorganisatie

  • 1 Indien een geheel of gedeeltelijk van overheidswege gefinancierde onderzoeksorganisatie deelneemt aan een project dat wordt uitgevoerd in daadwerkelijke samenwerking, sluiten de deelnemers voorafgaand aan het project een overeenkomst over de wijze waarop wordt omgegaan met de bijdrage in de kosten, het delen in de risico’s en uitkomsten, de verspreiding van de resultaten en de toegang tot en de regels voor de toewijzing van intellectuele eigendomsrechten.

  • 2 Indien een project als bedoeld in het eerste lid gezamenlijk door ondernemingen en van overheidswege gefinancierde onderzoeksorganisaties of onderzoeksinfrastructuren wordt uitgevoerd, legt de penvoerder de afspraken voor aan de minister, tenzij:

    • a. de deelnemende ondernemingen de volledige kosten van het project dragen;

    • b. de resultaten van de samenwerking die geen intellectuele eigendomsrechten opleveren, breed kunnen worden verspreid en alle intellectuele eigendomsrechten die de activiteiten van de onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur opleveren, volledig worden toegekend aan die entiteiten;

    • c. uit het project ontstane intellectuele eigendomsrechten, alsmede daarmee verband houdende toegangsrechten aan de verschillende deelnemers worden toegekend op een wijze die een passende afspiegeling is van hun werkpakketten, bijdragen en respectieve belangen, of

    • d. de van overheidswege gefinancierde onderzoeksorganisaties of onderzoeksinfrastructuren een vergoeding ontvangen die gelijkwaardig is aan de marktprijs voor de intellectuele eigendomsrechten die uit hun activiteiten ontstaan en worden toegewezen aan de deelnemende ondernemingen of waartoe de deelnemende ondernemingen toegangsrechten kregen toegewezen.

  • 3 Op de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, kan het absolute bedrag van financiële en niet-financiële bijdragen van de deelnemende ondernemingen in de kosten van de activiteiten van de van overheidswege gefinancierde onderzoeksorganisatie of onderzoeksinfrastructuur die de betrokken intellectuele-eigendomsrechten hebben opgeleverd, in mindering worden gebracht.

  • 4 Indien uit de aan de minister op basis van het tweede lid voorgelegde afspraken blijkt dat sprake is van staatssteun als gevolg van de overdracht van kennis of andere resultaten uit activiteiten, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het in de beschikking tot subsidieverlening aangegeven bedrag dat ten hoogste mag worden verstrekt ingevolge een Europees steunkader.

Artikel 1.10. Openstelling

  • 1 De minister kan op grond van deze regeling uitsluitend subsidie verstrekken indien hij de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening heeft opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en een periode voor indiening van de aanvraag.

  • 2 De minister kan de openstelling beperken tot bepaalde activiteiten, categorieën van aanvragers of een bepaald aantal aanvragen.

  • 3 De minister kan verschillende subsidieplafonds vaststellen voor verschillende activiteiten of categorieën van aanvragers.

Hoofdstuk 2. Agro, natuur en visserij

Titel 2.1. Algemene bepaling

Artikel 2.1.1. Uurtarief

Voor de toepassing van dit hoofdstuk bedraagt het uurtarief, bedoeld in artikel 13, tweede lid, en 14 van het besluit, € 60.

Artikel 2.1.2. Begripsomschrijvingen

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • glasopstand: kas en toebehorende installaties;

  • glastuinbouwonderneming: landbouwonderneming met glasopstanden;

  • vervangingsinvestering: investering voor het eenvoudige vervangen van een bestaand gebouw of een bestaande machine, of delen daarvan, door een nieuw modern gebouw of een nieuwe moderne machine, zonder dat daarbij de productiecapaciteit met meer dan 25% wordt verhoogd of de betrokken productie of technologie fundamenteel wordt gewijzigd.

Artikel 2.1.3. Afwijzingsgronden groepsvrijstellingsverordening visserij

Onverminderd de artikelen 22 en 23 van het besluit beslist de minister afwijzend op een aanvraag om subsidie die staatssteun bevat die door de groepsvrijstellingsverordening visserij wordt gerechtvaardigd indien:

  • a. sprake is van verrichtingen of activiteiten als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel e, van de groepsvrijstellingsverordening visserij; of

  • b. de aanvrager activiteiten heeft verricht als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel f, van de groepsvrijstellingsverordening visserij.

Artikel 2.1.4. Subsidieverplichtingen groepsvrijstellingsverordening visserij

  • 1 Indien een subsidie die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die door de groepsvrijstellingsverordening visserij wordt gerechtvaardigd, leeft de subsidieontvanger de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid na.

  • 2 Indien een subsidie voor een vissersvaartuig die op grond van deze regeling wordt verleend, staatssteun bevat die door de groepsvrijstellingsverordening visserij wordt gerechtvaardigd, wordt het vissersvaartuig niet binnen vijf jaar na de datum van de laatste betaling naar buiten de Europese Unie overgedragen of omgevlagd.

Artikel 2.1.5. Niet-naleving subsidieverplichting groepsvrijstellingsverordening visserij

  • 1 Indien de subsidieontvanger de in artikel 2.1.4, eerste lid, bedoelde regels niet naleeft, wordt de subsidieverlening of de subsidievaststelling ingetrokken of ten nadele van de ontvanger gewijzigd, in verhouding tot de ernst van de inbreuk.

  • 2 Indien de subsidieontvanger de in artikel 2.1.4, tweede lid, bedoelde verplichting niet naleeft, wordt de subsidieverlening of de subsidievaststelling ingetrokken of ten nadele van de ontvanger gewijzigd, naar rato van de periode waarin niet aan die verplichting is voldaan.

Titel 2.2. Onderzoek Kas als Energiebron

Artikel 2.2.1. Begripsomschrijving

In deze titel wordt verstaan onder:

  • kennisdelingsactiviteiten: een proces voor het verzamelen en delen van kennis, met inbegrip van vaardigheden en competenties voor zowel economische als niet-economische activiteiten;

  • onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten: een samenhangend geheel van activiteiten bestaande uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling onafhankelijk uitgevoerd door een onderzoeksorganisatie met het oog op het verwerven van meer kennis en een beter inzicht.

Artikel 2.2.2. Subsidieverlening

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een onderzoeksinstelling of een deelnemer aan een samenwerkingsverband van onderzoeksinstellingen, voor een project dat past binnen de hoofdthema’s in bijlage 2.2.1 en bijdraagt aan concrete inzichten, systemen, technieken of een aanpak om glastuinbouwbedrijven in staat te stellen om de CO2-doelen te behalen door middel van:

  • a. onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, of

  • b. een combinatie van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten en kennisdelingsactiviteiten.

Artikel 2.2.3. Subsidiabele kosten

  • 1 Voor subsidie komen uitsluitend in aanmerking:

    • a. de kosten voor onderzoeksactiviteiten, bedoeld in artikel 38, zevende lid van de groepsvrijstellingsverordening landbouw, of

    • b. de kosten voor kennisdelingsactiviteiten, bedoeld in artikel 21, derde lid, onderdeel a en d, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw.

  • 2 In afwijking van art. 2.1.1 bedraagt het uurtarief, bedoeld in artikel 13, tweede lid, en artikel 14 van het besluit, voor de toepassing van deze titel:

    • a. € 60 voor een gewas- en oogstverzorger of een teeltondersteuner;

    • b. € 95 voor een onderzoeks- of technisch assistent, junior onderzoeker of een technisch onderzoeker;

    • c. € 150 voor een medior wetenschappelijk onderzoeker, teeltmanager of een projectleider;

    • d. € 160 voor senior wetenschappelijk onderzoeker of senior projectleider.

Artikel 2.2.4. Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt 100 procent van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat dit percentage wordt verminderd met het daadwerkelijke percentage eigen bijdrage.

Artikel 2.2.5. Verdeling subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 2.2.6. Realisatietermijn

  • 1 Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde activiteiten wordt uiterlijk binnen 6 maanden na de subsidieverlening gestart.

  • 2 De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel b, van het besluit, is vijf jaar na de datum van subsidieverlening.

Artikel 2.2.7. Afwijzingsgronden

De minister besluit afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de verlening van subsidie niet in overeenstemming is met de artikelen 21 en 38 van de groepsvrijstellingsverordening landbouw;

  • b. de subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 25.000;

  • c. de subsidiabele kosten van een deelnemer van een samenwerkingsverband minder bedragen dan € 25.000;

  • d. het voorstel niet aantoonbaar aansluit op of niet gebruik maakt van relevante bestaande kennis en activiteiten, tenzij het een geheel nieuw onderzoeksveld is;

  • e. het een project betreft dat lager is gerangschikt dan een project met een zelfde techniek en aanpak, met een zelfde gewas en een gelijk doel of vallend binnen een gelijk hoofdthema, genoemd in bijlage 2.2.1;

  • f. er eerder op grond van deze titel subsidie is verstrekt voor een soortgelijk project binnen een gelijk hoofdthema, genoemd in bijlage 2.2.1;

  • g. de aanvrager niet beschikt over de juiste expertise en ervaring voor de onderzoeksactiviteiten, of in onvoldoende mate derden inhuurt die beschikken over deze expertise en ervaring, of

  • h. het totaal aantal punten voor de onder artikel 2.2.8, eerste lid, genoemde criteria minder bedraagt dan:

Artikel 2.2.8. Rangschikkingscriteria

  • 1 De minister kent aan een aanvraag een hoger aantal punten toe, naarmate:

    • a. de bijdrage aan de realisatie van de CO2-doelen groter is, omdat:

      • 1°. de beoogde onderzochte en ontwikkelde technieken en processen van het project naar verwachting een hogere bijdrage kunnen leveren aan de CO2-reductie, en

      • 2°. het voorstel:

        • meer gericht is op nieuwe technieken of processen of op potentiële doorbraak- of grensverleggende oplossingen gericht op de langere termijn, of

        • op kortere termijn meer bijdraagt aan verdere doorontwikkeling en een bredere toepassing van een techniek of van kennis inclusief demonstraties;

    • b. de kwaliteit van het project hoger is, blijkend uit:

      • 1°. de uitwerking van de aanpak, methodiek en te behalen resultaten en onderbouwing hiervan;

      • 2°. de omvang van het draagvlak bij de doelgroep, en

      • 3°. de gemotiveerde inschatting van de economische en technische haalbaarheid van de resultaten;

    • c. de kosteneffectiviteit van het project groter is, waarbij meer punten worden toegekend naarmate:

      • 1°. de kosten van de voorgestelde activiteiten en de gevraagde subsidie meer in verhouding zijn, en

      • 2°. het percentage van de eigen bijdrage van de sector meer in overeenstemming is met de richtlijn, berekend overeenkomstig en beschreven in bijlage 2.2.2.

  • 2 De minister kent per subonderdeel van onderdeel a, b en c van het eerste lid ten minste één en ten hoogste vijf punten toe.

  • 3 Indien aan twee of meer aanvragen in totaal een gelijk aantal punten is toegekend, rangschikt de minister een aanvraag hoger naarmate meer punten zijn toegekend voor het criterium, genoemd in het eerste lid, onderdeel a.

Artikel 2.2.9. Informatieverplichtingen

  • 1 Een aanvraag voor subsidie bevat ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw.

  • 2 Onverminderd het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

    • a. gegevens over de aanvrager, voor zover van toepassing het nummer waaronder de onderneming is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer, een uitdraai van de statuten en de SBI-code;

    • b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;

    • c. in geval van een samenwerkingsverband de gegevens over de contactpersoon bij de penvoerder, waaronder de naam, het telefoonnummer, het e-mailadres en het postadres;

    • d. een onderzoeksplan in een door de minister beschikbaar gesteld middel;

    • e. een bijbehorende begroting in een door de minister beschikbaar gesteld middel, en

    • f. een appreciatie van de ondernemersgroep van Glastuinbouw Nederland.

Artikel 2.2.10. Verplichtingen subsidieontvanger

  • 1 De subsidieontvanger, of in het geval van een samenwerkingsverband de penvoerder, dient jaarlijks een tussenrapportage in bij de minister met gebruikmaking van een middel dat hiervoor door de minister beschikbaar wordt gesteld, te beginnen uiterlijk zes maanden na aanvang van de subsidiabele activiteiten.

  • 2 Een tussenrapportage en een eindrapport bevatten ten minste de volgende gegevens:

    • a. het verloop en de behaalde (deel)resultaten van het project;

    • b. een planning voor de komende 6 maanden;

    • c. een overzicht van de uitgevoerde activiteiten;

    • d. de activiteiten die zijn uitgevoerd in het kader van kennisdeling, waaronder het soort en aantal activiteiten en het aantal en type deelnemers en de gepubliceerde artikelen, en

    • e. een voor een breed tuinbouwpubliek begrijpelijke samenvatting en een internetsamenvatting. De internetsamenvatting beslaat maximaal 300 woorden.

  • 3 De subsidieontvanger verspreidt de resultaten van het project via conferenties, publicaties, openbare websites, of gratis opensource software.

  • 4 De resultaten, bedoeld in het derde lid, blijven op het internet beschikbaar gedurende ten minste vijf jaar nadat de subsidiabele activiteiten zijn uitgevoerd.

  • 5 De subsidieontvanger verleent op verzoek van de minister medewerking aan het verspreiden van de resultaten van de op grond van deze titel gesubsidieerde activiteiten.

  • 6 Indien kennisdelingsactiviteiten worden uitgeoefend dan zijn deze voor eenieder zonder onderscheid toegankelijk.

  • 7 Uitingen omtrent het onderzoek en de resultaten van het onderzoek worden voorzien van de vermelding dat het project wordt uitgevoerd met subsidie van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur in het kader van het programma Kas als Energiebron en de bijbehorende logo’s.

Artikel 2.2.11. Aanvraag subsidievaststelling

Een aanvraag voor een subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat hiervoor door de minister beschikbaar wordt gesteld en bevat, onverminderd artikel 50, tweede lid, van het besluit ten minste:

  • a. het onderzoeksrapport;

  • b. een evaluatie;

  • c. een factsheet;

  • d. een gespecificeerde opgave van alle rechtstreeks aan het project toe te rekenen werkelijk gemaakte kosten, opgesteld conform de begroting;

  • e. het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten, inclusief bijdragen van derden, waaronder subsidies; en

  • f. het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage.

Artikel 2.2.12. Staatssteun

De subsidie, bedoeld in artikel 2.2.2, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door de artikelen 21 en 38 van de groepsvrijstellingsverordening Landbouw.

Artikel 2.2.13. Vervaltermijn

Deze titel en de bijlages 2.2.1 en 2.2.2 vervallen met ingang van 1 april 2031, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Titel 2.3. Energie-efficiëntie glastuinbouw

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.3.1. Begripsomschrijving

[Vervallen per 22-08-2016]

Artikel 2.3.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.3.3. Subsidievoorwaarden

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.3.3a. Eén aanvraag per glastuinbouwonderneming

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.3.4. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.3.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.3.6. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.3.7. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.3.9. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2027]

Titel 2.4. Emissieloos landbouwmaterieel

Artikel 2.4.1. Begripsomschrijvingen

In deze titel wordt verstaan onder:

  • aanschaf: verkrijging van de eigendom als bedoeld in artikel 3:84, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek krachtens koop of financial leasing als bedoeld in paragraaf 3.2 van het Besluit heffing omzetbelasting bij leasing;

  • agrarisch loonwerkbedrijf: onderneming die in opdracht van een landbouwonderneming werkzaamheden verricht in de primaire landbouwproductie;

  • DC-laadstation: laadstation als bedoeld in artikel 2, punt 52, van Verordening (EU) 2023/1804 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU, met ingebouwde converter;

  • kentekenregister: het register, bedoeld in artikel 42 Wegenverkeerswet 1994;

  • landbouwmachine: volledig batterij-elektrisch of via netstroom aangedreven machine, niet zijnde een landbouwtractor, die is ontworpen voor het uitvoeren van taken in de primaire landbouwproductie;

  • landbouwtractor: volledig batterij-elektrisch aangedreven landbouwvoertuig als bedoeld in artikel 4, eerste tot en met achtste lid, van verordening (EU) 167/2013.

Artikel 2.4.2. Subsidieverstrekking

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een landbouwonderneming of agrarisch loonwerkbedrijf voor de aanschaf van een of meerdere nieuwe:

  • a. landbouwmachines met een continu elektrisch motorvermogen van ten minste anderhalf kW;

  • b. landbouwtractoren met een continu elektrisch motorvermogen van 29 tot en met 74 kW, oftewel 40 tot en met 100 pk, al dan niet inclusief een DC-laadstation; of

  • c. landbouwtractoren met een continu elektrisch motorvermogen van meer dan 74 kW, oftewel 100 pk, al dan niet inclusief een DC-laadstation;

indien deze investering is gericht op het verminderen of het voorkomen van de uitstoot van broeikasgassen.

Artikel 2.4.3. Maximumaantal aanvragen

Een landbouwonderneming of agrarisch loonwerkbedrijf kan per dag ten hoogste:

laadstation.

Artikel 2.4.4. Hoogte subsidie

  • 1 De subsidie bedraagt:

    • a. voor de aanschaf van een landbouwmachine: 25% van de subsidiabele kosten;

    • b. voor de aanschaf van een landbouwtractor met een continu elektrisch motorvermogen van 29 tot en met 74 kW, oftewel 40 tot en met 100 pk: 35% van de subsidiabele kosten;

    • c. voor de aanschaf van een landbouwtractor met een continu elektrisch motorvermogen van meer dan 74 kW, oftewel 100 pk: 55% van de subsidiabele kosten;

    • d. voor de aanschaf van een DC-laadstation:

      • 1°. € 9.760, – voor een DC-laadstation met een vermogen van 50 tot 100 kW;

      • 2°. € 17.700, – voor een DC-laadstation met een vermogen van 100 tot 150 kW;

      • 3°. € 24.400,– voor een DC-laadstation met een vermogen vanaf 150 kW.

  • 2 De subsidie bedraagt ten minste € 3.000, – per aanvraag en ten hoogste € 600.000, – per landbouwonderneming of agrarisch loonwerkbedrijf per kalenderjaar.

Artikel 2.4.5. Subsidiabele kosten

De subsidiabele kosten zijn:

  • a. voor de aanschaf van een landbouwmachine of landbouwtractor: de aanschafkosten, inclusief af-fabriekopties;

  • b. voor de aanschaf van een DC-laadstation: de kosten voor de aanschaf, bouw en installatie van een DC-laadstation.

Artikel 2.4.6. Verdeling subsidieplafond

  • 1 De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen om subsidieverlening.

  • 2 Indien na afloop van de openstelling blijkt dat het totale bedrag van de te verlenen subsidies voor een van de investeringen als bedoeld in artikel 2.4.2 lager is dan het daarvoor vastgestelde subsidieplafond, wordt het overblijvende bedrag zo nodig toegevoegd aan het subsidieplafond voor andere investeringen als bedoeld in artikel 2.4.2.

Artikel 2.4.7. Realisatietermijn

  • 1 De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel b, van het besluit, is een jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

  • 2 De minister kan op gemotiveerd verzoek van de subsidieontvanger de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengen tot anderhalf jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 2.4.8. Afwijzingsgronden

De minister besluit afwijzend op een aanvraag om subsidie indien de aanvrager kwalificeert als een grote onderneming.

Artikel 2.4.9. Subsidieverplichtingen

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht:

    • a. een aangeschafte landbouwtractor op zijn naam te stellen in het kentekenregister;

    • b. ervoor zorg te dragen dat een aangeschafte landbouwtractor gedurende een periode van drie jaar na de vaststelling van de subsidie op zijn naam is gesteld in het kentekenregister; en

    • c. een aangeschafte landbouwtractor voor ten minste 70% van de tijd in de landbouw te gebruiken gedurende een periode van drie jaar na de vaststelling van de subsidie.

  • 2 De verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, geldt niet indien de subsidieontvanger de aangeschafte landbouwtractor vervangt door een andere landbouwtractor die ook in aanmerking zou zijn gekomen voor subsidie op grond van deze titel en deze vervangende landbouwtractor gedurende de nog resterende termijn van de periode, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, op zijn naam is gesteld. In dit geval wordt de vaststellingsbeschikking op verzoek van de subsidieontvanger, na verstrekking van het kenteken, de overeenkomst en de factuur van deze andere landbouwtractor, dienovereenkomstig gewijzigd.

  • 3 De uitzondering van het tweede lid geldt niet wanneer de subsidieontvanger voor de vervangende landbouwtractor subsidie aanvraagt.

Artikel 2.4.10. Terugvordering

  • 1 Indien niet is voldaan aan artikel 2.4.9, eerste en tweede lid, kan de minister, onverminderd de artikelen 4:46, 4:49 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, de subsidievaststelling wijzigen en het onverschuldigd betaalde deel van de subsidie terugvorderen.

  • 2 Indien niet is voldaan aan de verplichting, genoemd in artikel 2.4.9, eerste lid, onderdeel b, wordt het terug te vorderen bedrag bepaald door de subsidie te verminderen met 1/36e van het verstrekte subsidiebedrag vermenigvuldigd met het aantal volledige maanden waarin niet is voldaan aan de verplichting.

Artikel 2.4.11. Informatieverplichtingen

  • 1 Een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 2.4.2 bevat ten minste de gegevens bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de groepsvrijstellingsverordening landbouw.

  • 2 Onverminderd het eerste lid bevat een aanvraag voor subsidie ten minste:

    • a. gegevens over de aanvrager, waaronder de naam, de van toepassing zijnde SBI-code of SBI-codes, het rekeningnummer, het telefoonnummer, het e-mailadres en het bezoek- en postadres;

    • b. een mkb-verklaring;

    • c. een offerte en technische specificatie waaruit het merk, het type, de aanschafkosten, eventueel inclusief af-fabriekopties, de accucapaciteit en het continu elektrisch motorvermogen in kW van de aan te schaffen landbouwmachine of landbouwtractor blijken;

    • d. een offerte en technische specificatie waaruit het merk, het type, de aanschaf- en installatiekosten en het vermogen in kW van het aan te schaffen DC-laadstation blijken; en

    • e. een verklaring dat de aanvrager de landbouwtractor voor minstens 70% in de landbouw zal gebruiken gedurende een periode van drie jaar, te rekenen vanaf de datum van de vaststelling van de subsidie;

    • f. een verklaring waaruit blijkt dat de onderneming niet in moeilijkheden verkeert.

  • 3 Een offerte als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, is ten hoogste 90 dagen voorafgaand aan de dag van de subsidieaanvraag opgesteld.

Artikel 2.4.12. Aanvraag subsidievaststelling

Onverminderd artikel 50, tweede lid, van het besluit bevat de aanvraag voor subsidievaststelling een afschrift van de factuur en van het betaalbewijs van de aangeschafte landbouwmachine, landbouwtractor of DC-laadstation, het serienummer van de aangeschafte landbouwmachine en het kenteken van de aangeschafte landbouwtractor.

Artikel 2.4.13. Staatssteun

De subsidie, bedoeld in artikel 2.4.2, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 14 van de groepsvrijstellingsverordening landbouw.

Artikel 2.4.14. Vervaltermijn

Deze titel vervalt met ingang van 1 april 2031, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Titel 2.5. Borgstelling MKB-landbouw- en visserijkredieten

[Vervallen per 31-12-2030]

Artikel 2.5.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 31-12-2030]

Artikel 2.5.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 31-12-2030]

Artikel 2.5.3. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 31-12-2030]

Artikel 2.5.5. Subsidiemaximum en verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 31-12-2030]

Artikel 2.5.6. Omvang borgstelling

[Vervallen per 31-12-2030]

Artikel 2.5.7. LV-borgstellingsovereenkomst

[Vervallen per 31-12-2030]

Titel 2.6. Garantstelling landbouwondernemingen werkkapitaal

[Vervallen per 01-01-2016]

Artikel 2.6.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2016]

Artikel 2.6.2. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-01-2016]

Artikel 2.6.3. Omvang en voorwaarden garantstelling

[Vervallen per 01-01-2016]

Artikel 2.6.4. Maximum garantstelling

[Vervallen per 01-01-2016]

Artikel 2.6.5. Garantstellingsovereenkomst

[Vervallen per 01-01-2016]

Artikel 2.6.6. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2016]

Artikel 2.6.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2016]

Artikel 2.6.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2016]

Artikel 2.6.10. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2016]

Artikel 2.6.11. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2016]

Titel 2.7. Groen en doen

[Vervallen per 01-10-2020]

Artikel 2.7.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-10-2020]

Artikel 2.7.2. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-10-2020]

Artikel 2.7.3. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-10-2020]

Artikel 2.7.4. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-10-2020]

Artikel 2.7.5. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-10-2020]

Artikel 2.7.6. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-10-2020]

Artikel 2.7.7. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-10-2020]

Artikel 2.7.9. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-10-2020]

Titel 2.8. Genotypering TSE bij schapen

[Vervallen per 01-07-2017]

Artikel 2.8.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-07-2017]

Artikel 2.8.2. Verstrekking voucher genotypering TSE

[Vervallen per 01-07-2017]

Artikel 2.8.3. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2017]

Artikel 2.8.4. Verdeling vouchers genotypering TSE

[Vervallen per 01-07-2017]

Artikel 2.8.5. Verstrekking van subsidie aan erkende laboratoria

[Vervallen per 01-07-2017]

Artikel 2.8.6. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-07-2017]

Artikel 2.8.8. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2017]

Titel 2.9. Subsidie kosten vaccinatie pluimvee ter bestrijding van salmonella

[Vervallen per 01-02-2021]

Artikel 2.9.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-02-2021]

Artikel 2.9.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-02-2021]

Artikel 2.9.3. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-02-2021]

Artikel 2.9.4. Indiening aanvraag tot vaststelling

[Vervallen per 01-02-2021]

Artikel 2.9.5. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-02-2021]

Artikel 2.9.6. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-02-2021]

Artikel 2.9.6a. Afwijzingsgrond

[Vervallen per 01-02-2021]

Artikel 2.9.8. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-02-2021]

Titel 2.10. Marktintroductie energie-innovaties

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.10.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.10.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.10.3. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.10.4. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.10.5. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.10.6. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.10.7. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.10.8. Verplichtingen

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.10.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.10.10. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.10.11. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2027]

Titel 2.11. Innovatieprestatiecontracten ten behoeve van een duurzame visserij

[Vervallen per 01-07-2027]

Titel 2.12*. Tijdelijke ondersteuning nationale parken

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.12.1*. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.12.2*. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.12.3*. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.12.4*. Niet-subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.12.5*. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.12.6*. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.12.7*. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.12.8*. Verplichtingen subsidieontvangers

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.12.10*. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.12.11*. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.12.12*. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2025]

Titel 2.12. Subsidie pluimveevaccinatie ter voorkoming van salmonella

[Vervallen per 15-08-2025]

Artikel 2.13.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 15-08-2025]

Artikel 2.12.2. Subsidiabele activiteit

[Vervallen per 15-08-2025]

Artikel 2.13.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 15-08-2025]

Artikel 2.12.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 15-08-2025]

Artikel 2.12.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 15-08-2025]

Artikel 2.12.6. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 15-08-2025]

Artikel 2.12.7. Staatssteun

[Vervallen per 15-08-2025]

Artikel 2.12.8. Vervaltermijn

[Vervallen per 15-08-2025]

Titel 2.14. Zeldzame melkkoeien

[Vervallen per 01-07-2023]

Artikel 2.14.1. Begripsomschrijving

[Vervallen per 01-07-2023]

Artikel 2.14.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-07-2023]

Artikel 2.14.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-07-2023]

Artikel 2.14.4. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2023]

Artikel 2.14.5. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-07-2023]

Artikel 2.14.6. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2023]

Artikel 2.14.7. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2023]

Titel 2.15. Versneld natuurherstel

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.7a. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.8. Adviescommissie

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.9. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.9a. Modelovereenkomst

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.10. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.11. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.15.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2026]

Titel 2.16. Innoveren in visserijtechnieken

[Vervallen per 01-07-2030]

Artikel 2.16.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-07-2030]

Artikel 2.16.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-07-2030]

Artikel 2.16.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-07-2030]

Artikel 2.16.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-07-2030]

Artikel 2.16.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2030]

Artikel 2.16.6. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2030]

Artikel 2.16.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2030]

Artikel 2.16.8. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-07-2030]

Artikel 2.16.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-07-2030]

Artikel 2.16.10. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2030]

Artikel 2.16.11. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2030]

Titel 2.17. Programma jong leren eten 2022–2024

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.1. Begripsomschrijving

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.5. Verdeling per provincie

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.6. Starttermijn

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.7. Afwijzingsgrond

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.8. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.10. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.11. Staatssteun

[Vervallen per 28-01-2027]

Artikel 2.17.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 28-01-2027]

Titel 2.18. Hoogwaardige mestverwerking

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.6. Start en realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.8. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.9. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.10. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.11. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.12. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2027]

Artikel 2.18.13. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2027]

Titel 2.19. Behoud graslandareaal

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.19.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.19.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.19.4. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.19.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.19.6. Subsidievoorwaarden/verplichtingen ontvanger

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.19.7. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.19.8. Bijzondere voorziening ingeval van bedrijfsoverdracht

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.19.9. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2026]

Artikel 2.19.10. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2026]

Titel 2.20. Overbrugging voor de visserij

[Vervallen per 01-01-2025]

Artikel 2.20.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2025]

Artikel 2.20.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2025]

Artikel 2.20.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2025]

Artikel 2.20.4. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2025]

Artikel 2.20.5. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2025]

Artikel 2.20.6. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2025]

Artikel 2.20.7. Subsidievaststelling

[Vervallen per 01-01-2025]

Artikel 2.20.8. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2025]

Artikel 2.20.9. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2025]

Titel 2.21. Verbetering energie-efficiëntie van vissersvaartuigen

[Vervallen per 01-07-2028]

Artikel 2.21.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-07-2028]

Artikel 2.21.2. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-07-2028]

Artikel 2.21.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-07-2028]

Artikel 2.21.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-07-2028]

Artikel 2.21.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2028]

Artikel 2.21.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2028]

Artikel 2.21.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2028]

Artikel 2.21.8. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-07-2025]

Artikel 2.21.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-07-2028]

Artikel 2.21.10. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-07-2028]

Artikel 2.21.11. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2028]

Artikel 2.21.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2028]

Titel 2.22. Geïntegreerde gewasbescherming

[Vervallen per 31-12-2025]

§ 2.22.1. Algemene bepalingen

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.1. begripsbepalingen

[Vervallen per 31-12-2025]

§ 2.22.2. Innovatie

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.2.1. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.2.2. Hoogte subsidie

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.2.3. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.2.4. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.2.5. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.2.6. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.2.7. Voorschot

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.2.8. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.2.9. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.2.10. Staatssteun

[Vervallen per 31-12-2025]

§ 2.22.3. Investeringen

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.3.1. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.3.2. Hoogte subsidie

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.3.3. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.3.4. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.3.5. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.3.6. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.3.7. Voorschot

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.3.8. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.3.9. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.3.10. Staatssteun

[Vervallen per 31-12-2025]

§ 2.22.4. Slotbepalingen

[Vervallen per 31-12-2025]

Artikel 2.22.4.1. Vervaltermijn

[Vervallen per 31-12-2025]

Titel 2.23. Warmte-infrastructuur glastuinbouw

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.6. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.7. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.8. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.10. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.11. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.23.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2029]

Titel 2.24. Agenda natuurinclusief

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.24.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.24.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.24.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.24.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.24.7. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.24.8. Subsidievaststelling

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.24.9. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2029]

Artikel 2.24.10. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2029]

Titel 2.25. Experimenteerlocaties

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.1. Begripsomschrijving

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.2. Subsidieverlening

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.3. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.4. Hoogte subsidie

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.8. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.9. Adviescommissie

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.10. Subsidievoorwaarden

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.11. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.12. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.13. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-04-2026]

Artikel 2.25.14. Staatssteun

[Vervallen per 02-12-2029]

Artikel 2.25.15. Vervaltermijn

[Vervallen per 02-12-2029]

Titel 2.26. Sanering garnalenvisserij

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 2.26.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 2.26.2. Subsidieverstrekking sanering garnalenvisserij

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 2.26.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 2.26.4. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 2.26.5. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 2.26.6. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 2.26.7. Informatieverplichtingen bij aanvraag

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 2.26.9. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 2.26.10. Vaststelling subsidie

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 2.26.11. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 2.26.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Titel 2.27. Afzet van biologische landbouwproducten

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.2. Subsidieverlening

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.6. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.7. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.8. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.9. Beoordelingscriteria

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.10. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.11. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.12. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2031]

Artikel 2.27.13. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2031]

Titel 2.28. Hygiënisatie- en drooginstallaties

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.6. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.8. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.9. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.10. Aanvraag subsidieverlening

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.11. Bevoorschotting

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.12. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.13. Vergoeding voor vermogensvorming

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.14. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 2.28.15. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2028]

Hoofdstuk 3. Innovatie en ondernemerschap

Titel 3.1. Algemene bepaling

Artikel 3.1.1. Uurtarief

Voor de toepassing van dit hoofdstuk bedraagt het uurtarief, bedoeld in artikel 13, tweede lid, en 14 van het besluit, € 60.

Titel 3.2. PPS-innovatie

[Vervallen per 01-11-2027]

§ 3.2.1. Algemene bepalingen

[Vervallen per 01-11-2027]

§ 3.2.2. PPS-programmasubsidie

[Vervallen per 01-11-2027]

§ 3.2.3. Overige bepalingen PPS-programmasubsidie

[Vervallen per 01-11-2027]

Titel 3.3. TKI MKB-versterking

[Vervallen per 01-01-2025]

§ 3.3.1. Algemene bepalingen

[Vervallen per 01-01-2025]

§ 3.3.2. Netwerkactiviteiten

[Vervallen per 01-01-2025]

§ 3.3.3. Ondersteuning door innovatiemakelaars

[Vervallen per 01-01-2025]

Titel 3.4. MKB innovatiestimulering topsectoren

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.4.1. Algemene bepalingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.3. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.4.2. MIT-haalbaarheidsstudies

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.5. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.6. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.4.3. MIT-kennisvouchers

[Vervallen per 08-04-2025]

§ 3.4.3.1. Verstrekking van een MIT-kennisvoucher aan MKB-ondernemers

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.8. Subsidie MIT-kennisvoucher

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.10. Besteding MIT-kennisvoucher

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.11. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.12. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 08-04-2025]

§ 3.4.3.2. Verstrekking van subsidie aan kennisinstellingen

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.13. Verzilvering MIT-kennisvoucher door kennisinstellingen

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.14. Steunintensiteit

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.15. Aanvraag verzilvering MIT-kennisvoucher

[Vervallen per 08-04-2025]

§ 3.4.4. Hooggekwalificeerd personeel

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.16. Subsidie hooggekwalificeerd personeel

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.17. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.18. Subsidievoorwaarden

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.19. Subsidieomvang

[Vervallen per 08-04-2025]

§ 3.4.5. MIT-R&D-samenwerkingsprojecten

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.20. MIT-R&D-samenwerkingsverband

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.22. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.23. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.24. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.25. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.4.6. MIT-innovatieprestatiecontracten

[Vervallen per 08-04-2025]

Artikel 3.4.26. Overeenkomstige toepassing

[Vervallen per 08-04-2025]

§ 3.4.7. Slotbepalingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.28. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.29. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.4.30. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Titel 3.5. Connecting Europe Facility-projecten (CEF-projecten)

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.7. Rangschikkingscriterium

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.8. Opschortende voorwaarde

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.9. Verplichtingen betreffende economisch gebruik van onderzoeksinfrastructuur

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.10. Verplichtingen betreffende economische investeringsactiviteiten

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.11. Verplichtingen betreffende samenwerking bij niet-economische onderzoeksactiviteiten door onderzoeksorganisaties

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.12. Verplichtingen betreffende niet-economisch gebruik van onderzoeksinfrastructuur

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.13. Verplichtingen betreffende administratie, rapportage en kennisverspreiding

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.14. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.15. Aanvraag tot subsidievaststelling

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.16. Staatssteun

[Vervallen per 01-10-2030]

Artikel 3.5.17. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-10-2030]

Titel 3.6. Maritieme innovatieprojecten

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.6. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.8. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.9. Adviescommissie

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.10. Verplichtingen betreffende samenwerking bij economische activiteiten door maritieme ondernemingen of onderzoeksorganisaties

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.11. Verplichtingen betreffende samenwerking bij niet-economische activiteiten door onderzoeksorganisaties

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.12. Verplichtingen betreffende verstrekking van een samenwerkingsovereenkomst, voortgangsrapportages en kennisverspreiding

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.13. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.14. Aanvraag tot subsidievaststelling

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.15. Staatssteun

[Vervallen per 24-10-2029]

Artikel 3.6.16. Vervaltermijn

[Vervallen per 24-10-2029]

Titel 3.7. Eurostarsprojecten

[Vervallen per 01-01-2031]

Titel 3.8. Internationaal innoveren

[Vervallen per 01-01-2031]

Titel 3.9. Innovatiekredieten

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.4. Subsidiemaximum

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.4a. In aanmerking komende kosten

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.8. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.9. Rente en opslag

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.10. Versnelde aflossing

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.11. Verhoging subsidie

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.12. Evaluatieverplichting

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.13. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.14. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.9.15. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Titel 3.10. Seed capital technostarters

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.10.1. Algemene bepalingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.10.2. Seed capital startersfondsen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.3. Subsidievoorwaarden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.4. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.6. Adviescommissie

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.8. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.9. Termijn voor sluiten overeenkomst

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.10. Vergoeding

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.11. Modelovereenkomst

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.10.3. Seed business angel fondsen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12a. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12b. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12c. Subsidievoorwaarden en zekerheidsstelling

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12d. Subsidievoorwaarde

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12e. Maximum subsidiebedrag

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12f. Adviescommissie

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12g. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12h. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12ha. Termijn voor sluiten overeenkomst

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12i. Vergoeding

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12j. Modelovereenkomst

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.12k. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.10.4. Slotbepalingen

[Vervallen per 01-01-2030]

3.10.12l. Evaluatieverplichting

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.13a. Overgangsrecht

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.10.13b. Vervalbepaling deep tech technostarter

[Vervallen per 01-05-2025]

Artikel 3.10.14. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Titel 3.11. Borgstelling MKB-kredieten

[Vervallen per 01-07-2027]

Titel 3.12. Garantie gericht op financiering met risicokapitaal voor ondernemers (groeifaciliteit)

[Vervallen per 31-12-2024]

Titel 3.13. Garantie ondernemingsfinanciering

[Vervallen per 01-07-2026]

Titel 3.13a. Garantie ondernemingsfinanciering energietransitie financieringsfaciliteit

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.3. Uitsluitingen

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.4. Omvang garantstelling

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.5. Maximum lening voor garantstelling

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.6. Adviescommissie

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.7. Garantstellingsovereenkomst

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.8. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.9. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.11. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.12. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2020]

Artikel 3.13a.13. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2020]

Titel 3.13b. Garantie ondernemingsfinanciering uitbraak coronavirus

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.3. Uitsluitingen

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.4. Omvang garantstelling

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.5. Hoogte lening voor garantstelling

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.6. Adviescommissie

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.7. Garantstellingsovereenkomst

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.8. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.9. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.11. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.12. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.12a. Overgangsrecht

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 3.13b.13. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2022]

Titel 3.14. Garantstelling gericht op bankgaranties

[Vervallen per 01-07-2026]

Titel 3.15. Beter Aanbesteden

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.6. Starttermijn en realisatietermijn

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.8. Verplichting subsidieontvanger

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.10. Subsidievaststelling

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.11. Staatssteun

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 3.15.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 31-12-2024]

Titel 3.16. Vroegefasefinanciering en haalbaarheidsstudie

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.16.1. Algemene bepalingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.1a. Adviescommissie vroegefasefinanciering MKB-ondernemers en innovatieve starters

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.1b. Adviescommissie vroegefasefinanciering academische innovatieve starters, hbo-innovatieve starters en TO2-innovatieve starters

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.16.1a. Regionale financier

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.1c. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.1d. Subsidieomvang

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.1e. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.1f. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.1g. Rente of vergoeding

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.1i. Subsidievoorwaarden

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.16.2. MKB-ondernemer

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.3. Subsidieomvang

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.3a. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.4. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.6. Subsidievoorwaarden

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.16.3. Innovatieve starter

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.7. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.8. Subsidieomvang

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.8a. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.9. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.10. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.11. Subsidievoorwaarden

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.16.3a. Haalbaarheidsstudie TO2-innovatieve starter

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.11a. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.11b. Subsidieomvang

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.11c. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.11d. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.11e. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.11f. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.16.4. Academische innovatieve starter, hbo-innovatieve starter en TO2-innovatieve starter

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.12. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.13. Subsidieomvang

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.14. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.15. Adviescommissie

[Vervallen per 15-06-2017]

Artikel 3.16.16. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.17. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.18. Subsidievoorwaarden

[Vervallen per 01-01-2030]

§ 3.16.5. Slotbepalingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.19. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.20. Uitvoeringsovereenkomst

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.21. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.16.21a. Overgangsrecht

De wijzigingen van artikel 3.16.1e en artikel 3 in bijlage 3.16.1a ingevolge de Regeling van de Minister van Economische Zaken van 8 december 2024, nr. WJZ/ 89466783 tot wijziging van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies in verband met het toevoegen van een tender gericht op deep tech technostarters en het doorvoeren van inflatiecorrecties in de subsidiemodule Seed capital technostarters alsmede het doorvoeren van inflatiecorrecties in de subsidiemodule Vroegefasefinanciering en haalbaarheidsstudie (Stcrt. 2024, 40486) zijn eveneens van toepassing op aanvragen die in de periode 1 september 2024 tot en met 1 december 2024 zijn ingediend op grond van artikel 3.16.1c.

Artikel 3.16.22. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Titel 3.17. Opschaling supportprogramma’s startups en scale-ups

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.3a. Subsidiabele kosten voor de exploitatie van een innovatiecluster

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.4. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.5. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.6. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.7. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.8. Adviescommissie

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.8a. Verplichtingen voor de beheerder van een innovatiecluster

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.10. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.11. Staatssteun

[Vervallen per 01-09-2025]

Artikel 3.17.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-09-2025]

Titel 3.18. Mijn digitale zaak

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.8. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.10. Subsidievaststelling

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.11. Staatssteun

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 3.18.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 31-12-2026]

Titel 3.18a. Mijn cyberweerbare zaak

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.18a.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.18a.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.18a.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.18a.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.18a.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.18a.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.18a.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.18a.8. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.18a.9. Subsidievaststelling

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.18a.10. Staatssteun

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.18a.11. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-09-2028]

Titel 3.19. Duurzame innovatieve scheepsbouw

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.4. Subsidiabele kosten en uurtarief

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.6. Subsidievoorwaarden, start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.7. Adviescommissie

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.8. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.9. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.10. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.11. Verplichting subsidieontvanger

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.12. Staatssteun

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 3.19.13. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-06-2030]

Titel 3.20. Omscholing naar ICT- en techniek-kansrijke beroepen

[Vervallen per 01-07-2026]

Artikel 3.20.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-07-2026]

Artikel 3.20.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-07-2026]

Artikel 3.20.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-07-2026]

Artikel 3.20.4. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2026]

Artikel 3.20.5. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2026]

Artikel 3.20.6. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2026]

Artikel 3.20.7. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-07-2026]

Artikel 3.20.8. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2026]

Artikel 3.20.9. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2026]

Titel 3.21. Beleidsexperiment menselijk kapitaal

[Vervallen per 01-01-2023]

Artikel 3.21.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2023]

Artikel 3.21.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2023]

Artikel 3.21.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2023]

Artikel 3.21.4. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2023]

Artikel 3.21.5. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2023]

Artikel 3.21.6. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2023]

Artikel 3.21.7. Adviescommissie

[Vervallen per 09-07-2020]

Artikel 3.21.8. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2023]

Artikel 3.21.9. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-01-2023]

Artikel 3.21.10. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2023]

Artikel 3.21.11. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2023]

Artikel 3.21.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2023]

Titel 3.22. Thematische Technology Transfer

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.1. Algemene begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.2a. Thematisch technology transferplan pandemische paraatheid

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.2b. Thematisch Technology transferplan gericht op dual-use en defensiethema’s

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.3a. Hoogte subsidie Thematisch technology transferplan pandemische paraatheid

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.3b. Hoogte subsidie Thematisch technology transferplan gericht op dual-use en defensiethema’s

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.4. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.5. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.6. Rangschikking

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.7. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.8. Subsidieverplichtingen onderzoeksorganisaties

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.9. Subsidieverplichtingen thematisch technology transferfonds

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.10. Vergoeding

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.11. Modelovereenkomst

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.12. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.13. Voorlichtings- en publiciteitsmaatregelen

[Vervallen per 01-01-2030]

Artikel 3.22.14. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2030]

Titel 3.23. Venture Challenge

[Vervallen per 01-01-2030]

Titel 3.24. Mkb-werkplaatsen

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.4. Niet-subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.8. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.9. Adviescommissie

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.10. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.11. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.12. Staatssteun

[Vervallen per 01-04-2025]

Artikel 3.24.13. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-04-2025]

Titel 3.25. High-performance computing-projecten (HPC-projecten)

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.7. Afwijzingsgrond

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.8. Rangschikkingscriterium

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.10. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.11. Staatssteun

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 3.25.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-10-2028]

Titel 3.26. Regeneratief geneeskundige onderzoeksprojecten

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.6. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.8. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.9. Opschortende voorwaarde

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.10. Verplichtingen betreffende verstrekking samenwerkingsovereenkomst, voortgangsrapportages en kennisverspreiding

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.11. Verplichtingen betreffende de aflossing en rentebetaling bij een geldlening

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.12. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.13. Aanvraag tot subsidievaststelling

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.14. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2029]

Artikel 3.26.15. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2029]

Titel 3.27. Important Projects of Common European Interest (IPCEI)

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.6. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.8. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.9. Verplichtingen voor onderzoeksorganisaties

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.10. Verplichtingen betreffende de subsidiabele activiteiten van ondernemingen

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.11. Verplichtingen betreffende voortgangsrapportages en kennisverspreiding

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.12. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.13. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.14. Staatssteun

[Vervallen per 23-12-2026]

Artikel 3.27.15. Vervaltermijn

[Vervallen per 23-12-2026]

Titel 3.28. Programma Digitaal Europa

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.7. Subsidievoorwaarden

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.7a. Europese verplichtingen

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.7b. Europese informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.10. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 3.28.11. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2027]

Titel 3.29. Opschaling verduurzaamde PPS in het beroepsonderwijs

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.2. Subsidieverstrekking en voorschot

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.3. Verduurzaamde PPS

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.4. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.6. Niet-subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.7. Informatieverplichting

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.8. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.9. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.10. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.11. Adviescommissie

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.13. Voortgangsrapportage

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.14. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.15. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.16. Staatssteun

[Vervallen per 01-09-2027]

Artikel 3.29.17. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-09-2027]

Titel 3.30. Circular Plastics NL

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.30.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.30.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.30.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.30.4. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.30.5. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.30.6. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.30.7. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.30.8. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.30.8a. verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.30.9. Staatssteun

[Vervallen per 01-09-2028]

Artikel 3.30.10. Horizonbepaling

[Vervallen per 01-09-2028]

Titel 3.31. Circular Batteries

[Vervallen per 08-11-2029]

Artikel 3.31.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 08-11-2029]

Artikel 3.31.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 08-11-2029]

Artikel 3.31.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 08-11-2029]

Artikel 3.31.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 08-11-2029]

Artikel 3.31.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 08-11-2029]

Artikel 3.31.6. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 08-11-2029]

Artikel 3.31.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 08-11-2029]

Artikel 3.31.8. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 08-11-2029]

Artikel 3.31.9. Informatieverplichtingen subsidieaanvraag

[Vervallen per 08-11-2029]

Artikel 3.31.10. Staatssteun

[Vervallen per 08-11-2029]

Artikel 3.31.11. Vervaltermijn

[Vervallen per 08-11-2029]

Titel 3.32. Biobased circular: testen van circulaire biopolyesters

[Vervallen per 15-02-2030]

Artikel 3.32.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 15-02-2030]

Artikel 3.32.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 15-02-2030]

Artikel 3.32.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 15-02-2030]

Artikel 3.32.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 15-02-2030]

Artikel 3.32.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 15-02-2030]

Artikel 3.32.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 15-02-2030]

Artikel 3.32.8. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 15-02-2030]

Artikel 3.32.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 15-02-2030]

Artikel 3.32.10. Subsidievaststelling

[Vervallen per 15-02-2030]

Artikel 3.32.11. Staatssteun

[Vervallen per 15-02-2030]

Artikel 3.32.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 15-02-2030]

Hoofdstuk 4. Energie en klimaat

Titel 4.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.1.1. Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • milieubescherming: milieubescherming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 101, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties: fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie van deze vormen, onafhankelijk uitgevoerd door onderzoeksorganisaties en in de boekhouding van deze organisaties opgenomen als niet-economische activiteiten;

  • ondernemer in de landbouwsector: ondernemer die activiteiten verricht op het gebied van de productie, verwerking en afzet van landbouwproducten als bedoeld in bijlage 1 bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met uitzondering van ondernemers in de visserij- en aquacultuursector en in de bosbouwsector;

  • onderzoeksorganisatie: organisatie voor onderzoek en kennisverspreiding als bedoeld in artikel 2, onderdeel 83, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en paragraaf 1.3, onderdeel 16, onder ff, van het O&O&I-steunkader, bestaande uit:

    • a. onder a, b, g of h van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;

    • b. andere dan onder subonderdeel a bedoelde geheel of gedeeltelijk meerjarig door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksorganisatie die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden;

    • c. geheel of gedeeltelijk door een andere staat gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs gelijkwaardig aan een instelling als bedoeld onder subonderdeel a; of

    • d. geheel of gedeeltelijk door een andere staat meerjarig gefinancierde onderzoeksorganisatie die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden gelijkwaardig aan een instelling als bedoeld onder subonderdeel b.

Artikel 4.1.2. Berekening van de kosten

[Vervallen per 01-07-2016]

Artikel 4.1.3. Uurtarief

Voor de toepassing van dit hoofdstuk bedraagt het uurtarief, bedoeld in artikel 13, tweede lid, en 14 van het besluit, € 60.

Titel 4.2. Topsector energieprojecten

§ 4.2.1. Algemene bepalingen

Artikel 4.2.1. Cumulatie

  • 1 Bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het besluit worden bij het verlenen van subsidie op basis van deze titel buiten beschouwing gelaten:

    • a. subsidies op grond van:

      • 1°. het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie;

      • 2°. de Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, de Tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid of de Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid;

    • b. bijdragen van de Europese Commissie op grond van:

      • 1°. verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 - het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014 2020) en tot intrekking van Besluit nr. 1982/2006/EG (PbEU 2013, L 347);

      • 2°. verordening (EU) 2019/856 van de Europese commissie van 26 februari 2019 houdende aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de werking van het innovatiefonds (PbEU 2019, L 140/6);

      • 3°. verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013;

    • c. bijdragen van een managementautoriteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies die worden gefinancierd door de Europese Unie overeenkomstig de artikelen 92 bis en 92 ter van verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L347).

  • 2 Bijdragen van gemeenten, provincies, waterschappen en openbare lichamen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, worden aangemerkt als publieke cofinanciering, en blijven bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het besluit buiten beschouwing voor zover het de berekening betreft van het maximum bedrag dat krachtens deze titel per project kan worden verstrekt.

Artikel 4.2.1a. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie op grond van deze titel, indien de aanvrager voornemens is het eigen aandeel in de projectkosten te financieren uit het deel van de aangevraagde subsidie voor subsidiabele kosten, waarvoor het uurtarief, bedoeld in artikel 4.1.3, wordt gehanteerd.

Artikel 4.2.2. Starttermijn, evaluatie en transparantie

  • 1 Met de uitvoering van de op grond van deze titel gesubsidieerde activiteiten wordt gestart binnen zes maanden na de verlening.

  • 2 Op verzoek van de minister verleent de subsidieontvanger medewerking aan het verspreiden van de resultaten en medewerking aan een evaluatie van de effecten van de op grond van deze titel gesubsidieerde activiteiten.

  • 3 De subsidieontvanger maakt de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project wordt opgedaan na afloop van het project openbaar in een, naar het oordeel van de minister, kwalitatief voldoende verslag.

  • 4 Iedere publicatie door of met medewerking van de deelnemers in het project of hun medewerkers wordt voorzien van de vermelding dat het project wordt uitgevoerd met subsidie van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, en voor zover van toepassing het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 4.2.3. Informatieverplichtingen

  • 1 Een aanvraag om subsidie op grond van deze titel bevat ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

  • 2 Onverminderd het eerste lid bevat een aanvraag om subsidie op grond van deze titel ten minste:

    • a. gegevens over de aanvrager, waaronder de naam van de organisatie, het nummer waarmee de onderneming is geregistreerd bij de Kamer van Koophandel, het post- en bezoekadres en het rekeningnummer;

    • b. gegevens over de contactpersoon bij de aanvrager, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;

    • c. kerngegevens over het project;

    • d. informatie over de wijze waarop de aanvrager en indien van toepassing de deelnemers van een samenwerkingsverband hun eigen aandeel in de projectkosten financieren;

    • e. een verklaring dat de aanvrager geen onderneming in moeilijkheden als bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening is, inclusief een ingevuld door de minister beschikbaar gesteld beslisschema, tenzij de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is.

  • 3 De aanvraag voor de vaststelling van een subsidie die krachtens deze titel is verleend bevat in ieder geval:

    • a. gegevens over de aanvrager, waaronder de naam van de aanvrager en het door de minister verstrekte referentienummer;

    • b. de omvang van de vast te stellen subsidie;

    • c. de kerngegevens voor de onderbouwing van de subsidievaststelling;

    • d. indien de omvang van de vast te stellen subsidie € 25.000 tot € 125.000 bedraagt, een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten, waarin de subsidieontvanger aangeeft:

      • 1°. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting;

      • 2°. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;

      • 3°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;

      • 4°. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.

Artikel 4.2.4. Investeringssubsidie

De artikelen 10, derde lid, en 38, eerste lid, onderdelen b tot en met d, van het besluit zijn niet van toepassing op de subsidiabele kosten voor investeringen als bedoeld in de artikelen 26bis, 36, 38, 38bis, 41, 46, 47 en 56 van de algemene groepsvrijstellingsverordening waarvoor op grond van deze titel subsidie wordt verleend.

Artikel 4.2.5. Subsidie aan een samenwerkingsverband

  • 1 Indien het totale subsidiebedrag voor de deelnemers van een samenwerkingsverband meer bedraagt dan het in de relevante paragraaf van deze titel genoemde maximum subsidiebedrag per project, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

  • 2 Een samenwerkingsverband bestaat uit:

    • a. subsidieontvangers die activiteiten voor een project uitvoeren, of

    • b. een subsidieontvanger of subsidieontvangers, bedoeld in onderdeel a, en partijen:

      • 1°. niet-zijnde subsidieontvangers, die voor eigen rekening en risico activiteiten voor een project uitvoeren, of

      • 2°. niet-zijnde subsidieontvangers en niet-zijnde financiers, die voor eigen rekening en risico een bijdrage leveren aan de financiering van een project.

Artikel 4.2.6. Uurtarief

In afwijking van artikel 4.1.3 bedraagt het uurtarief, bedoeld in de artikelen 13, tweede lid, en 14 van het besluit, voor de toepassing van deze titel € 80.

Artikel 4.2.7. Vervaltermijn

  • 2 Paragraaf 4.2.19 en bijlage 4.2.18 vervallen met ingang van 1 april 2031, met dien verstande dat deze van toepassing blijven op subsidies die voor die tijd zijn verleend.

§ 4.2.2. Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO)

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.8. Begripsbepaling

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.9. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.10. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.11. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.12. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.13. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.14. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.14a. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.14b. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2028]

§ 4.2.3. Hernieuwbare energietransitie (HER+)

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 4.2.15. Begripsomschrijving

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 4.2.16. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 4.2.17. Steunintensiteit

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 4.2.18. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 4.2.19. Realisatietermijn

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 4.2.20. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 31-12-2024]

Artikel 4.2.21. Staatssteun

[Vervallen per 31-12-2024]

§ 4.2.4. Samenwerken Topsector Energie en Maatschappij

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.22. Begripsomschrijving

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.23. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.24. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.25. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.26. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.27. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.28. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.28a. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2022]

§ 4.2.5. Carbon capture, utilisation and storage (CCUS)

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.29. Begripsomschrijving

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.30. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.31. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.32. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.33. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.34. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.35. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.35a. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2022]

§ 4.2.6. Upstream Gas

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.36. Begripsomschrijving

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.37. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.38. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.39. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.40. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.41. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.42. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.42a. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2022]

§ 4.2.7. Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI)

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.43. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.44. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.45. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.46. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.47. Verdeling van de subsidieplafonds

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.48. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.49. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.49a. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.49b. Adviescommissie

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.49c. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.49d. Kennisverspreiding

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.49e. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2028]

§ 4.2.8. Waterstof

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.50. Begripsomschrijving

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.51. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.52. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.53. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.54. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.55. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.56. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.56a. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2022]

§ 4.2.9. TSE Gebouwde omgeving

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.57. Begripsomschrijving

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.58. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.59. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.60. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.61. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.62. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.63. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.63a. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 21-02-2019]

Artikel 4.2.63b. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2024]

§ 4.2.10. Demonstratie energie- en klimaatinnovatie (DEI+)

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.64. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.65. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.66. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.67. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.68. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.69. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.70. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.70a. Informatieverplichtingen voor de aanvraag om subsidie voor projecten binnen het in paragraaf 4.9 van bijlage 4.2.9, onderdeel B, opgenomen thema ‘Waterstof en groene chemie’

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.70b. Informatieverplichtingen voor de aanvraag om subsidievaststelling en tot vijf jaar na subsidievaststelling voor projecten binnen het in paragraaf 4.9 van bijlage 4.2.9, onderdeel B, opgenomen thema ‘Waterstof en groene chemie’

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.70a. Kennisverspreiding

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.70b. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2028]

§ 4.2.11. Systeemintegratie

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.71. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.72. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.73. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.73a. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.74. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.75. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.76. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.77. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.77a. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.77b. Kennisverspreiding

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.77c. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2024]

§ 4.2.12. Energiebesparing industrie: joint industry projects

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.78. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.79. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.80. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.81. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.82. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.83. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.84. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.84a. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2022]

§ 4.2.13. Wind op zee: R&D-projecten

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.85. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.86. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.87. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.88. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.89. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.90. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.91. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-01-2024]

Artikel 4.2.91a. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2024]

§ 4.2.14. EnerGO: compacte conversie en opslag

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.92. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.93. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.94. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.95. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.96. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.97. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.98. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.98a. Staatssteun

[Vervallen per 01-04-2015]

§ 4.2.15. Smart grids

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.99. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.100. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.101. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.102. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.103. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.104. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.105. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-04-2015]

Artikel 4.2.105a. Staatssteun

[Vervallen per 01-04-2015]

§ 4.2.16. Energiebesparing industrie: Early adopterprojecten

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.106. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.107. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.108. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.109. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.110. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.111. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.111a. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-07-2022]

Artikel 4.2.111b. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2022]

§ 4.2.17. TSE Industrie studies

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.112. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.113. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.114. Steunintensiteit

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.114a. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.115. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.116. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.117. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.117a. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.118. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.119. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2028]

§ 4.2.18. Horizon Europe Partnership (HEP)

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.120. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.121. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.122. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.123. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.124. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.125. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.126. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.2.127. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-01-2028]

§ 4.2.19. TSH Vliegtuigmaakindustrie

Artikel 4.2.129. Begripsomschrijving

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • internationaal TSH vliegtuigmaakindustrie-samenwerkingsverband: samenwerkingsverband waarbij ten minste één van de partijen een in Nederland gevestigde ondernemer is en ten minste één van de partijen een ondernemer of onderzoeksorganisatie is die is gevestigd in een strategisch partnerland en bijdraagt aan de doelstellingen passend binnen de in bijlage 4.2.18 opgenomen beschrijving;

  • klimaatakkoord: klimaatakkoord van 28 juni 2019, zoals opgenomen in de Kamerstukken II 2018/19, 32 813, nr. 342;

  • strategisch partnerland: landen waarmee Nederland een strategische samenwerking heeft op het gebied van duurzame luchtvaart:

    • a. Brazilië;

    • b. Canada;

    • c. de landen van de Europese Unie;

    • d. het Verenigd Koninkrijk; en

    • e. de Verenigde Staten van Amerika;

  • TSH Vliegtuigmaakindustrieproject: project bestaande uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of een combinatie van deze vormen, dat past binnen de in bijlage 4.2.18 (TSH Vliegtuigmaakindustrieproject) opgenomen beschrijving.

Artikel 4.2.130. Subsidieverstrekking

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een deelnemer in een samenwerkingsverband of een internationaal TSH vliegtuigmaakindustrie-samenwerkingsverband voor het uitvoeren van een TSH Vliegtuigmaakindustrieproject.

  • 2 Een samenwerkingsverband bevat tenminste één onderneming.

Artikel 4.2.131. Steunintensiteit

  • 1 De subsidie bedraagt voor een TSH Vliegtuigmaakindustrieproject:

    • a. 100% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek;

    • b. 50% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek;

    • c. 25% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling;

  • 2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, worden verhoogd met:

    • a. 10 procentpunten, indien de aanvrager een middelgrote onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door de middelgrote onderneming; of

    • b. 20 procentpunten, indien de aanvrager een kleine onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door de kleine onderneming.

  • 3 De subsidie bedraagt:

    • a. ten minste:

      • i. € 125.000 per deelnemer aan het samenwerkingsverband; of

      • ii. € 125.000 per in Nederland gevestigde deelnemer aan het internationaal TSH vliegtuigmaakindustrie-samenwerkingsverband; en

    • b. ten minste € 500.000 en maximaal € 4.000.000 per TSH Vliegtuigmaakindustrieproject.

Artikel 4.2.132. Verdeling van het subsidieplafond

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

Artikel 4.2.133. Realisatietermijn

De termijn, bedoeld in artikel 23, onderdeel b, van het besluit, is 5 jaar.

Artikel 4.2.134. Afwijzingsgronden

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. na toepassing van artikel 4.2.135, eerste lid, minder dan 3 punten aan één van de criteria is toegekend;

  • b. eerder op grond van deze titel subsidie is verstrekt voor een soortgelijk project;

  • c. er geen afspraken zijn gemaakt over het intellectueel eigendom van het TSH Vliegtuigmaakindustrieproject.

Artikel 4.2.135. Rangschikkingscriteria

  • 1 De minister kent aan een project een hoger aantal punten toe naarmate:

    • a. het project meer bijdraagt aan de doelstelling van de subsidie, opgenomen in bijlage 4.2.18;

    • b. de slaagkans van de innovatie in de internationale markt groter is;

    • c. de bijdrage aan de Nederlandse economie groter is;

    • d. het project meer bijdraagt aan versterking van de positie van Nederlandse partijen in samenwerking met strategische partnerlanden;

    • e. de kwaliteit van het project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risico’s, de uitvoerbaarheid, het samenwerkingsverband en de deelnemende partijen;

    • f. het project meer bijdraagt aan de realisatie van de klimaatdoelstellingen voor 2030 zoals vastgelegd in het klimaatakkoord.

  • 2 De minister kent per onderdeel van het eerste lid ten minste één en ten hoogste vijf punten toe.

  • 3 De minister rangschikt de aanvragen waarop niet afwijzend is beslist hoger naarmate in totaal meer punten aan het project zijn toegekend.

  • 4 Geen subsidie wordt verleend voor een project dat lager is gerangschikt dan een soortgelijk project.

Artikel 4.2.136. Staatssteun

De subsidie, bedoeld in artikel 4.2.130, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 25 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Titel 4.3. Risico’s dekken voor aardwarmte

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.2. Subsidieverstrekking en verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.3. Realisatietermijn en afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.4. Subsidiemaximum

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.5. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.6. Subsidieomvang doublet

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.7. Subsidieomvang half-doublet

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.8. Berekening subsidie-omvang

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.9. Berekening subsidie-omvang

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.11. Aanvangstermijn

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.12. Verbeter- of alternatiefwerkzaamheden en alternatief gebruik

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.14. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.16. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.17. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.3.18. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2027]

Titel 4.4. Indirecte emissiekosten ETS

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.6. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.7. Subsidievoorwaarden

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.8. Co2-reductieplan

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.9. Monitoringsrapportage

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.10. Overgangsrecht

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.11. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.12. Subsidievaststelling

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.13. Staatssteun

[Vervallen per 31-12-2026]

Artikel 4.4.14. Vervaltermijn

[Vervallen per 31-12-2026]

Titel 4.5. Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE)

[Vervallen per 01-01-2031]

Titel 4.6. Versnelde klimaatinvesteringen in de industrie

[Vervallen per 01-08-2030]

Artikel 4.6.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 20-04-2024]

Titel 4.7. Investeringssubsidie maakindustrie klimaatneutrale economie (IMKE)

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.2. Doelstelling

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.3. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.4. Hoogte subsidie

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.5. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.6. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.7. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.8. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.10. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.12. Staatssteun

[Vervallen per 19-07-2029]

Artikel 4.7.13. Vervaltermijn

[Vervallen per 19-07-2029]

Titel 4.8. Energie-efficiëntieplannen

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4.8.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4.8.2. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4.8.3. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4.8.4. Hoogte subsidie en steunintensiteit

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4.8.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4.8.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4.8.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4.8.8. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4.8.10. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2019]

Titel 4.9. Gasopslagprojecten

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.4. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.5. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.6. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.7. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.8. Afwijzingsgronden betreffende de inhoud van het project

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.9. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.10. Verplichting subsidieontvanger

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.12. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.13. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-09-2023]

Artikel 4.9.14. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-09-2023]

Titel 4.10. Warmtenetten Investeringssubsidie

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.8. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.10. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.11. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2028]

Artikel 4.10.12. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2028]

Titel 4.11. Beperking ammoniakemissie bij industriële piekbelasters

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.3. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.4. Hoogte van de subsidie

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.6. Rangschikking

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.7. Realisatie van het project

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.8. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.9. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.10. Informatieverplichtingen met betrekking tot de aanvraag

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.11. Informatieverplichting voortgangsverslag

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.12. Informatieverplichting bij aanvraag tot subsidievaststelling

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.13. Staatssteun

[Vervallen per 01-07-2027]

Artikel 4.11.14. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-07-2027]

Titel 4.12. Flexibel elektriciteitsverbruik (Flex-e)

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.5. Verdeling subsidieplafond

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.6. Realisatietermijn

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.8. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.9. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.10. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.11. Staatssteun

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.12. Gegevensverwerking

[Vervallen per 01-04-2030]

Artikel 4.12.13. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-04-2030]

Titel 4.13. Nationale Investeringsmodule Klimaatprojecten Industrie (NIKI)

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.3. Verdeling van het subsidieplafond en hoogte subsidie

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.5. Realisatietermijnen

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.6. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.7. Rangschikkingscriterium

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.8. Verplichtingen subsidieontvanger

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.10. Informatieverplichtingen subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.11. Voorschot investeringsactiviteiten

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.12. Voorschot exploitatieactiviteiten

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.13. Bijstelling voorschot exploitatieactiviteiten

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.14. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.15. Kennisverspreiding

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.16. Staatssteun

[Vervallen per 01-06-2030]

Artikel 4.13.17. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-06-2030]

Hoofdstuk 4a. Telecommunicatie

Titel 4a.1. Verbetering telecommunicatievoorzieningen Caribisch Nederland

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4a.1.1. Begripsomschrijvingen

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4a.1.2. Subsidieaanvraag

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4a.1.3. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4a.1.4. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4a.1.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4a.1.6. Start- en realisatietermijn

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4a.1.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4a.1.8. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4a.1.9. Administratie

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4a.1.10. Staatssteun

[Vervallen per 01-01-2019]

Artikel 4a.1.11. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-01-2019]

Titel 4a.2. Beleidsexperiment cyberweerbaarheid

[Vervallen per 01-04-2026]

Titel 4a.3. Cyberbeveiligingsinnovatieprojecten

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.1. Begripsbepalingen

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.2. Subsidieverstrekking

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.3. Hoogte subsidie

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.4. Subsidiabele kosten

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.5. Verdeling van het subsidieplafond

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.6. Start- en Realisatietermijn

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.7. Afwijzingsgronden

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.8. Rangschikkingscriteria

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.9. Verplichtingen betreffende niet-economische activiteiten door een onderzoeksorganisatie

[Vervallen per 09-12-2025]

Artikel 4a.3.10. Verplichtingen betreffende proces- en organisatie-innovatie door een grote onderneming

[Vervallen per 09-12-2025]

Artikel 4a.3.11. Verplichtingen betreffende voorlichting

[Vervallen per 09-12-2025]

Artikel 4a.3.12. Informatieverplichtingen

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.13. Aanvraag subsidievaststelling

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.14. Staatssteun

[Vervallen per 01-10-2028]

Artikel 4a.3.15. Vervaltermijn

[Vervallen per 01-10-2028]

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1

  • 1 De Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van ondernemingen wordt ingetrokken.

  • 2 De Subsidieregeling sterktes in innovatie wordt ingetrokken.

  • 3 De Subsidieregeling innoveren wordt ingetrokken.

  • 4 De Subsidieregeling energie en innovatie wordt ingetrokken.

  • 5 De Regeling steunintensiteit wordt ingetrokken.

  • 6 De Regeling sterktes in de regio wordt ingetrokken.

Artikel 5.3

  • 1 Op aanvragen om subsidie die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn ingediend, op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend en op subsidies die vóór de inwerkingtreding van deze regeling zijn vastgesteld blijft het recht van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk vóór dat tijdstip.

  • 2 Op subsidies die vóór 1 januari 2015 zijn verleend en op subsidies die vóór 1 januari 2015 zijn vastgesteld blijft het recht van toepassing zoals dat luidde vóór dat tijdstip.

Artikel 5.4. Overgangsrecht

Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van een wijziging van deze regeling, op subsidies die voor dat tijdstip zijn verleend en op subsidies die voor dat tijdstip zijn vastgesteld, blijft deze regeling van toepassing zoals deze luidde voor dat tijdstip tenzij de wijziging met terugwerkende kracht in werking treedt.

Artikel 5.5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat titel 2.2 terugwerkt tot en met het tijdstip waarop de Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 30 juni 2014, nr. WJZ / 14104248, houdende wijziging van de Regeling LNV-subsidies in verband met de openstelling van de mogelijkheid van subsidies ten behoeve van de verduurzaming van de veehouderij in werking is getreden.

Artikel 5.6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 juli 2014

De

Minister

van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

Bijlage 1.1. behorende bij artikel 1.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

Het rapport van feitelijke bevindingen wordt opgesteld in overeenstemming met de Nederlandse Standaard 4400N ‘Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden’. In het rapport van feitelijke bevindingen rapporteert de accountant over de hieronder genoemde aspecten en aandachtspunten van de integrale kostensystematiek.

1. Beschrijving integrale kostensystematiek

Opzet systematiek

1.1

Welke kostendragers gebruikt de organisatie in de integrale kostensystematiek?

1.2

Hoe worden de indirecte kosten toegerekend aan de kostendragers?

1.3

Worden de jaarlijkse tarieven op basis van de integrale kostensystematiek voorcalculatorisch vastgesteld? Als de subsidie-ontvanger jaarlijks vooraf de tarieven vaststelt, is aan het begin van het jaar duidelijk wat de tarieven van dat jaar zijn. Deze tarieven worden gehanteerd bij begroting en ook bij de vaststelling van projecten. Als de subsidie-ontvanger niet met voorcalculatorische tarieven werkt dan toelichten.

1.4

Hoe worden de uitgangscijfers bepaald die voor de jaarlijkse berekening van de tarieven gebruikt worden?

1.5

Sinds wanneer wordt deze integrale kostensystematiek door de organisatie toegepast?

1.6

Is er een wijziging van de integrale kostensystematiek gepland en zo ja wanneer?

Over personeelskosten

1.7

Is het personeel ingedeeld in tariefgroepen? Zo ja, welke?

1.8

Hoe wordt het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer berekend en wat is het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer? Is dit aantal gelijk voor alle personen? Zo nee, licht toe.

Over machines en apparatuur

1.9

Zijn de kosten voor machines en apparatuur onderdeel van de integrale kostensystematiek? Zo ja, geldt dat voor alle machines en apparatuur of zijn er ook machines en apparaten die in projecten als aparte post worden begroot?

2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek

2.1

De toerekeningssystematiek en -principes (verdeelsleutels en -mechanismen van indirecte kosten; normen voor percentages, etc.) worden in de hele organisatie stelselmatig toegepast.

2.2

Kosten worden op een bedrijfseconomische aanvaardbare en stelselmatige wijze aan kostendragers toegerekend. Deze toerekening is transparant en controleerbaar.

2.3

Specifieke indirecte kosten van bepaalde activiteiten worden niet toegerekend aan andere activiteiten. Bijvoorbeeld: specifieke indirecte kosten van onderwijsactiviteiten worden niet toegerekend aan onderzoeksactiviteiten en specifieke indirecte kosten van de marketingafdeling worden niet toegerekend aan R&D activiteiten.

2.4

Toerekenbare indirecte kosten worden evenredig omgeslagen over de activiteiten.

2.5

Directe kosten worden niet nogmaals meegenomen in de indirecte kosten.

2.6

In de systematiek zijn geen winstopslagen opgenomen1

2.7

In de systematiek zijn geen toeslagen voor risico’s opgenomen.

1Winstopslagen bij transacties binnen een groep worden wel in aanmerking genomen, maar alleen voor zover het gebruikelijk is die winstopslagen ook bij soortgelijke transacties buiten de groep in rekening te brengen (art. 10 lid 5 Kaderbesluit nationale EZ subsidies).

3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten

3.1

Kosten van algemene research.1

3.2

Kosten die al door de overheid of derden zijn of worden gefinancierd. Bijvoorbeeld afschrijvingskosten van reeds gefinancierde gebouwen, installaties en apparatuur.

3.3

Kosten die het gevolg zijn van buitensporige of roekeloze uitgaven.2

3.4

Kosten die door crediteuren in rekening worden gebracht bij te laat betalen.

3.5

Kosten van incourante voorraden.

3.6

Kosten van vaste activa als gevolg van leegstand buiten de normale bezetting.

3.7

Kosten van externe subsidie-adviseurs voor zover deze specifiek betrokken zijn bij de aanvraag van individuele projecten.

3.8

Voorzieningen en reserveringen voor verliezen en schulden3.

3.9

Alle indirecte belastingen, waaronder BTW, voor zover die kunnen worden teruggevorderd of verrekend.

3.10

Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het afsluiten van leningen.

3.11

Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het beleggen van geld.

3.12

Rentekosten, met uitzondering van rente voor gebouwen en technische installaties, mits toerekenbaar aan de subsidiabele activiteiten.

3.13

Rekenrente op met eigen vermogen gefinancierde activa4

3.14

Wisselkoersverliezen.

1Onder algemene research valt basisonderzoek, waaronder het eerste geldstroom onderzoek van universiteiten. De directe kosten van algemene research mogen niet zonder meer deel uitmaken van de integrale kostensytematiek. De indirecte kosten die aan algemene research zijn verbonden kunnen wel deel uitmaken van de systematiek, mits deze kosten evenredig worden omgeslagen over alle activiteiten.

2Van buitensporige uitgaven is sprake als subsidie-ontvanger beduidend meer betaalt voor producten, diensten of personeel dan tegen de gangbare markttarieven, waardoor een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald. Roekeloze uitgaven betreft het onzorgvuldig omgaan met het selecteren van producten, diensten of personeel waardoor eveneens een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald.

3Deze uitsluiting betreft reserveringen en voorzieningen die niet rechtstreeks aan kosten voor normale bedijfsuitoefening verbonden zijn. Overlopende activa en passiva zijn dus niet uitgesloten.

4Voor universiteiten geldt hier een uitzondering, voor zover activa van universiteiten beslag leggen op eigen vermogen en voor zover die activa toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten. Als rekenrente moet dan de 10-jaars rente van de Bank Nederlandse Gemeenten per primo van een betreffend jaar gehanteerd worden.

Bijlage 1.2. , behorende bij artikel 1.3 van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 01-07-2016]

Bijlage 1.3. behorende bij artikel 1.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

Controleprotocol Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

1. Uitgangspunten

1.1. Doelstelling

Dit protocol heeft als doel het geven van aanwijzingen over de reikwijdte en de diepgang van de controle aan de accountant, belast met de controle van de door de subsidieontvanger bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in te dienen financiële verantwoording opgenomen in de aanvraag om subsidievaststelling. Financiële afrekening door EZK of LNV vindt plaats op basis van de in de aanvraag tot subsidievaststelling opgenomen financiële verantwoording als bedoeld in artikel 50 van het Kaderbesluit nationale EZK-en LNV-subsidies, voorzien van een controleverklaring van de accountant.

1.2. Definities

  • accountant: een Registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aan wie de subsidieontvanger de opdracht heeft verleend de aanvraag tot subsidievaststelling te controleren;

  • subsidieontvanger: een natuurlijke of rechtspersoon of diens gemachtigde aan wie namens EZK of LNV een subsidie is verstrekt

  • object van controle: de financiële verantwoording;

  • controleverklaring: een schriftelijke verklaring van de accountant inhoudende een oordeel omtrent de naleving van de verplichtingen en voorwaarden in de individuele beschikking tot subsidieverlening (en wijzigingen daarin) door de subsidieontvanger en voor zover die een financieel effect op de financiële verantwoording hebben.

1.3. Wet- en regelgeving

Voor de controle van de financiële verantwoording is de volgende wet- en regelgeving van toepassing, voor zover deze financiële verantwoording onderdeel van het verzoek tot subsidievaststelling van de subsidieontvanger is:

  • de voorwaarden en verplichtingen in (de bijlage(n) bij) de beschikking tot subsidieverlening (of wijzigingen daarin), voor zover die een financieel effect op de financiële verantwoording hebben;

  • indien de subsidieontvanger een aanbestedende dienst is volgens artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012: de Aanbestedingswet 2012, het Aanbestedingsbesluit en de Gids Proportionaliteit.

2. Controleaanpak

De controle van de financiële verantwoording moet voldoen aan de controlestandaarden die onderdeel zijn van de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden (NV COS), die door de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) zijn vastgesteld en aan de aanwijzingen zoals opgenomen in dit protocol. De controle van de financiële verantwoording is een opdracht die wordt uitgevoerd op basis van Standaard 800 ‘Bijzondere overwegingen – controles van financiële overzichten die zijn opgesteld in overeenstemming met de stelsels voor bijzondere doeleinden’ en Standaard 805 ‘Bijzondere overwegingen – controles van enkel financieel overzicht en controles van specifieke elementen, rekeningen of posten van een financieel overzicht’.

Bij de uitvoering van de controle stelt de accountant vast dat:

  • a. de informatie in de financiële verantwoording geen afwijkingen van materieel belang bevat;

  • b. in de financiële verantwoording:

    • 1°. geen kosten als subsidiabel zijn opgenomen die niet voor subsidie in aanmerking komen;

    • 2°. uitsluitend kosten als subsidiabel zijn opgenomen die zijn gemaakt binnen de subsidiabele periode en voor rekening komen van de subsidieontvanger;

    • 3°. ingeval interne kosten als subsidiabele kosten zijn aangemerkt:

      • voor personeel, de verantwoorde uren te relateren zijn aan de prestatie, aansluiten op de urenregistratie en er voldoende waarborgen zijn dat geen uren van andere projecten onder het gesubsidieerde project zijn geschoven;

      • voor het gebruik van specifieke apparatuur, de gehanteerde (uur)tarieven voor het gebruik van apparatuur gebruikelijk zijn binnen de onderneming en geen kosten bevatten die ook separaat in rekening zijn gebracht.

    De accountant dient voldoende en geschikte controle informatie te verkrijgen om de juistheid van de verantwoorde interne kosten (personeelskosten en interne kosten voor het gebruik van specifieke apparatuur) vast te kunnen stellen. De accountant bepaalt zelf, op basis van onder andere zijn risicoanalyse, aanwijzingen vanuit de jaarrekeningcontrole of andere onderzoeken, hoe hij zijn controle inricht en op welke wijze hij voldoende en geschikte controle-informatie verzamelt. Daarbij wordt de Handleiding subsidiecontroles van de Subsidy Audits Community (SAC) gehanteerd.

    De accountant mag er van uitgaan dat de subsidieverstrekker zich ervan bewust is dat bij interne kosten (personeelskosten en interne kosten voor het gebruik van specifieke apparatuur) een tolerantie van 2% niet altijd toepasbaar is maar dat naar mate het aandeel van deze kosten in de verantwoording groter is de diepgang van de controle door de accountant groter wordt.

  • c. ingeval de subsidie strekt tot uitvoering van een project, kosten en opbrengsten aantoonbaar zijn gemaakt en in overeenstemming en vergelijkbaar zijn met de informatie verstrekt ten behoeve van de beschikking tot subsidieverlening, zoals het projectplan met bijbehorende projectbegroting. Daarbij geldt dat vastgesteld moet worden dat de prestatie aantoonbaar is geleverd maar dat niet beoordeeld wordt of het gewenste resultaat is bereikt;

  • d. de subsidieontvanger – ter voorkoming van dubbelfinanciering – opgave heeft gedaan van alle opbrengsten, waaronder subsidies (ook die van het subsidieverstrekkend departement), waarmee het programma/de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft, mede is gefinancierd;

  • e. ingeval de subsidieontvanger een aanbestedende dienst is, kosten aantoonbaar zijn gemaakt in overeenstemming met aanbestedingswet- en regelgeving. Voor de controle wordt de Handleiding subsidiecontroles van de SAC gehanteerd.

3. Betrouwbaarheid en materialiteit

Betrouwbaarheid betreft de mate van zekerheid. Materialiteit of tolerantie betreft de vereiste nauwkeurigheid die de accountant hierbij moet hanteren.

Bij zijn oordeelsvorming over de naleving van de subsidievoorwaarden streeft de accountant naar een redelijke mate van zekerheid. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, wordt een betrouwbaarheid van 95 procent gehanteerd.

Een controleverklaring met een goedkeurende strekking impliceert dat, gegeven eerder genoemde betrouwbaarheid, de som van de afwijking en de onzekerheid niet groter is dan twee procent van het totaalbedrag aan subsidiabele kosten dat in de financiële verantwoording wordt verantwoord. De hierna vermelde materialiteitsgrenzen zijn in dit kader van toepassing voor de bepaling van de strekking van de af te geven controleverklaring.

Materialiteitstabel

Goedkeurende controleverklaring

Verklaring met beperking

Verklaring van oordeelonthouding/Afkeurende verklaring

Fouten (afwijkingen) in de financiële verantwoording en onzekerheden in de controle

≤ 2%

> 2% en ≤ 4%

> 4%

4. Verslaglegging

De accountant legt de uitkomsten van de controle vast in een controleverklaring. Hiervoor wordt de meest actuele NBA-voorbeeldtekst als basis gehanteerd.

5. Reviewbeleid

De minister heeft als subsidieverstrekker altijd de mogelijkheid een review uit te voeren of te laten uitvoeren bij de accountant belast met het onderzoek naar de informatie opgenomen in de aanvraag tot subsidievaststelling, teneinde na te gaan of het onderzoek met inachtneming van de relevante regelgeving van de NBA en dit controleprotocol is uitgevoerd. Deze reviews komen niet in de plaats van andere controles dan wel reviews uitgevoerd door de Algemene Rekenkamer.

De accountant die belast is met het onderzoek en verantwoordelijk is voor het verstrekken van het accountantsproduct bij de aanvraag tot subsidievaststelling stemt er mee in dat de onderzoeksdossiers ten behoeve van bovengenoemde reviews integraal aan de reviewers ter inzage worden gegeven. Voorts zal de accountant, schriftelijk dan wel mondeling, alle gevraagde gegevens verstrekken die in het kader van voornoemde reviews worden opgevraagd. In dit kader wordt verwezen naar de bepalingen in hoofdstuk 6, paragraaf 1, van de Comptabiliteitswet 2016.

Bijlage 2.2. behorende bij artikel 2.2.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (lijst overbelaste Natura 2000-gebieden)

[Vervallen per 20-05-2025]

Bijlage 2.2.1. behorende bij artikel 2.2.2

Hoofdthema’s onderzoek Kas als Energiebron:

  • 1. Energiebesparing en efficiënt gebruik van energie, onder andere:

    • duurzame kas- en teeltconcepten;

    • schermen en kasdekmaterialen;

    • ontvochtiging en terugwinning latente warmte;

    • warmteopslag;

    • verdamping en vochtbeheersing, of

    • belichting.

  • 2. Duurzame opwek en energiebronnen, onder andere:

    • duurzame energiebronnen, zoals geothermie, acquathermie, zonne-energie, waterstof;

    • gebruik restwarmte, of

    • warmtepompen.

  • 3. Besparing CO2-verbruik en nieuwe bronnen, onder andere:

    • CO2 doseren, of

    • nieuwe bronnen van duurzame CO2.

  • 4. Digitalisering, smart grid en lokale energie- en CO2-systemen.

Toelichting op hoofdthema’s en subthema’s

De hoofdthema’s worden hieronder nader toegelicht aan de hand van een aantal voorbeeld subthema’s. Dit is geen limitatieve lijst van subthema’s. Onderzoeksvoorstellen kunnen breder zijn dan deze subthema’s, of zelfs betrekking hebben op een geheel nieuw subthema, zo lang zij binnen de hoofdthema’s blijven.

Bij alle (sub)thema’s is het van belang om rekening te houden met de praktijk en de toepasing van Het Nieuwe Telen en de samenhang en het integrale karakter van de verschillende teeltfactoren in praktijkonderzoek en onderzoek in proefkassen. Het Nieuwe Telen combineert energiezuinig telen met het behalen van een optimale productie. Hierbij staat de plant centraal waardoor een gezond en weerbaar gewas met hoge opbrengst en kwaliteit samen kan gaan met een laag energiegebruik. Bij onderzoek naar energiebesparing en energie-efficientie is ook aandacht nodig voor de plantgezondheid, weerbaar telen, de rol van mineralen, water en het wortelmilieu.1

Duurzame kas- en teeltconcepten

Dit subthema richt zich op het bepalen van het optimale kasconcepten of teeltconcepten voor verschillende gewasgroepen. Het doel is energiebesparing en zo efficient mogelijk gebruik van energie of zelfs klimaatneutraliteit, met behoud van kwaliteit en kwantiteit van de gewasproductie.

Binnen een kas- of teeltconcept zijn de volgende aspecten van belang voor het energiegebruik en de gewasgroei: temperatuur (verwarming/koeling), luchtvochtigheid, licht, ventilatie en CO2 niveau. Aan al deze aspecten kan gesleuteld worden om het energiegebruik en de CO2 uitstoot omlaag te brengen.

Daarbij zijn onder andere de volgende vragen van belang:

Welke kas- en teeltconcepten dragen bij aan een zo energiezuinig mogelijke teelt per gewasgroep? Welke aspecten zijn daarbij van belang en hoe kunnen die geadresseerd worden? Welke restvraag aan energie blijft er nog over voor de verschillende gewasgroepen en hoe kan die klimaatneutraal worden ingevuld? Welke stappen kunnen bestaande kassen maken inclusief economische haalbaarheid nu en in de toekomst? Welke stappen en opties zijn er voor nieuwe kassen? Wat zijn no-regret maatregelen, wat zijn mogelijke vervolgstappen en met welke aspecten moet rekening worden gehouden bij (ver)nieuwbouw? Welke knelpunten zijn er nog bij de ontwikkeling van techniek, kennis en configuratie?

Ook onderzoeksvoorstellen gericht op het ontwikkelen en demonstreren van nieuwe kas- en teeltconcepten gericht op energiebesparing en efficient gebruik van energie passen binnen dit subthema. Daarnaast is onderzoek naar compleet nieuwe teeltsystemen gericht op energiebesparing mogelijk.

Schermen en kasdekmaterialen

Schermen en kasdekmaterialen kunnen in belangrijke mate bijdragen aan energiebesparing, maar brengen ook uitdagingen met zich mee op het gebied van lichtdoorlatendheid en ontvochtiging. Onderzoek dat zich bezig houdt met het ontwikkelen of testen van nieuwe kasdekken, schermen of materialen passen binnen dit subthema. Te denken valt aan hoog isolerende schermen met goede lichtdoorlating, andere vormen van flexibele isolatie, de combinatie van schermen met ontvochtigingsinstallaties en belichting, terugwinning van latente warmte en dergelijke. Het effect op zowel energie als op gewas(productie) is daarbij van belang.

Ontvochtiging en terugwinning latente warmte

Met name voor belichte- en koelere teelten is ontvochtiging en de (terug)winning van latente warmte interessant. De inpassing qua klimaat en economische aspecten (dimensionering bijvoorbeeld) is nog een uitdaging, met name de samenhang tussen de water- en voedingshuishouding van het gewas en de gebruikte schermen. Belangrijke aspecten daarbij zijn een constant klimaat in samenhang met de luchtbeweging en de invloed daarvan op de verdamping van het gewas. Onderzoeken naar nieuwe ontwikkelingen rondom de verschillende ontvochtigingsystemen en doorbraken die deze toepassing (sneller) mogelijk maken voor de glastuinbouw in de nabije toekomst passen ook binnen dit subthema. Ook de toepassing van technieken die zich in kleiner proefkassen bewezen hebben op grotere schaal is van belang. Er is daarom behoefte aan meer demonstratieprojecten in de praktijk inclusief monitoring.

Warmteopslag

De seizoensopslag van warmte om warmte vanuit de zomer op te kunnen slaan voor gebruik in winter kan een belangrijke mogelijkheid zijn om bij te dragen aan de energiebalans. Hiervoor zijn al diverse opties onderzocht, waaronder warmte koude opslag in acquifers. Onderzoeken naar het toepassen van middelhogetemperatuuropslag (MTO) en hogetemperatuuropslag (HTO) vallen ook binnen dit thema, inclusief het ontwikkelen van beheerstrategieen per type teelt en het optimaliseren van de warmteopslag en restwarmte. Ideeën over vervolgonderzoek of nieuwe mogelijkheden zijn welkom.

Verdamping en vochtbeheersing

Als een kas heel goed geïsoleerd is, is de verdamping of vochtbeheersing de grootste warmtevrager. Het is daarom van belang om deze verdamping te beperken en/of goed te beheersen en zo mogelijk de latente warmte terug te winnen. Daarnaast heeft het overschakelen op LED-belichting ook gevolgen voor de verdamping en de warmtevraag. Hoe kan dat in de praktijk goed gemeten worden, wat zijn de grenzen van verdamping van het gewas en wat zijn de effecten van verschillende klimaatbeheersingssystemen op de verdamping? Hoe kan de teler datagedreven beslissingen nemen over de benodigde verdamping?

Belichting

Belichting is na warmte de belangrijkste energievrager in de glastuinbouw, hoewel dit sterk verschilt per teelt. Het is van belang om zoveel mogelijk te besparen op belichting en de resterende energievraag zo efficient en duurzaam mogelijk in te vullen. Door over te schakelen van SON-T op LED wordt een belangrijke besparing bereikt. Uit de praktijk blijkt dat de inzet van LED echter allerlei vraagstukken met zich mee brengt. Van belang hierbij is onder andere de samenhang van lichtintensiteit, spectrum, daglengte, warmte en vocht. Voorbeelden zijn wat het gemis aan warmtestraling betekent voor de energie, vocht- en assimilatenbalans van het gewas, maar ook voor de balansen van de kas en de (verticale) temperatuurverdeling. Bij LED moet ook nagedacht worden over wat dat betekent voor de voedings- en wateropname van het gewas en de gevolgen voor de gift. Ook kan LED spectrale effecten hebben op bijvoorbeeld de plantweerbaarheid en biologische bestrijders en zijn er vragen rondom de lichtbenuttingsefficientie. Onderzoek naar oorzaken en mogelijke oplossingen van deze vraagstukken zijn nodig. Onderzoek in proefkassen en/of monitoring in de praktijk kan daarbij ondersteunend zijn.

Duurzame opwek en energiebronnen

In de glastuinbouw wordt al gewerkt met diverse duurzame energiebronnen waaronder geothermie, acquathermie, gebruik van restwarmte, zonnepanelen, gebruik van eigen reststromen voor opwek van energie. Welke gevolgen heeft de inzet van deze bronnen voor energiegebruik en gewasproductie? Hoe kunnen deze bronnen door zoveel mogelijk tuinders gebruikt worden? Welke nieuwe mogelijkheden zijn er nog meer voor tuinders om zelf te voorzien in behoefte aan duurzame energie? Hoe passen duurzame energiebronnen in de kas en teeltsystemen? Welke mogelijkheden zijn er om de kas te elektrificeren per type bedrijf met of zonder collectieve warmte? Welke rol kunnen warmtepompen met en zonder WKO daarbij spelen?

Besparen CO2-verbruik en nieuwe bronnen van CO2

Onderzoek naar efficiënt doseren, het tijdelijk bufferen van CO2 en alternatieve CO2-bronnen vallen onder dit subthema. CO2 is van groot belang voor de gewasproductie. De hoeveelheid doseerbare CO2 uit aardgas neemt af door minder en efficienter gebruik van de WKK. Het aanbod van (groene) CO2 uit de industrie neemt eveneens af doordat opslag van CO2 voor de industrie gunstiger wordt dan hergebruik. Een optimale dosering en een optimalere benutting door het gewas en minimalisatie van het verlies van CO2 is daarom van groot belang. Daarvoor zijn nieuwe ideeën nodig en aandacht voor bewustwording/kennisoverdracht rond efficiënt CO2 doseren. Daarnaast is er onderzoek nodig naar de mogelijkheden voor en het gebruik van nieuwe externe CO2 bronnen, zoals direct air capture en het tijdelijk bufferen van CO2. Dit laatste is met name van belang bij het overbruggen van perioden waar geen vraag is vanuit het gewas (bijvoorbeeld ’s nachts) en er wel productie is van CO2. Een belangrijke voorwaarde bij gebruik van CO2 uit nieuwe bronnen is dat de kwaliteit van de CO2 voldoende is en veilig is voor plant en mens.

Digitalisering

Een goed energiemanagementsysteem is van groot belang voor efficient energiegebruik. Meten is weten. Data spelen daarin een belangrijke rol. De ontwikkeling van sensoren, energiesystemen, data-analyse, gebruik van artificial intelligence en monitoring is daarbij van belang. Door realtime monitoring van energiegebruik en gewasgroei kan energie zo efficient mogelijk ingezet worden en kan de teler datagedreven teeltbeslissingen nemen.

Smart grid en lokale energie- en CO2-systemen

Een smart grid is een intelligent elektriciteitsnetwerk dat energieaanbod en -vraag slim op elkaar afstemt. Dat kan binnen het bedrijf, maar hier wordt dit gedefinieerd als een slim systeem waarmee tuinders bedrijfsoverstijgend energie kunnen uitwisselen en daarmee efficiënter met energie kunnen omgaan en kosten kunnen besparen. Welke mogelijkheden en uitdagingen zijn er voor bedrijven om met anderen energie uit te wisselen, gezamenlijk duurzame energie op te wekken of op te slaan (batterij, WKO), restenergie in te kopen (warmte van industrie, biomassa), overtollige energie te verhandelen, energie efficiënter te gebruiken of in te spelen op fluctuaties in het energiesysteem? Het ontwikkelen van algemene kennis voor de aanpak van een lokaal energiesysteem kan het onderwerp van een onderzoek zijn. Het ontwikkelen van een concrete lokale gebiedsaanpak valt echter niet binnen dit subthema.

Bijlage 2.2.2. behorende bij artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 2

Berekening indicatie gewenste omvang eigen bijdrage vanuit de sector

Onderdeel

Hoeveelheid punten

Verwachte bijdrage aan CO2-reductie, als bedoeld in artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1

1 punt

(beperkt)

2 punten

(gemiddeld)

3 punten

(groot/essentieel)

Aandeel niet-energie gerelateerde aspecten in project, als bedoeld in artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1

1 punt

(veel)

2 punten

(beperkt)

3 punten

(geen)

Voorbeeldwerking/ gewas-overstijgendheid, als bedoeld in artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1

1 punt

(klein)

2 punten

(redelijk)

3 punten

(groot/breed)

Praktijkrijpheid na onderzoek/project, als bedoeld in artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, ten tweede

1 punt

(groot)

2

(beperkt)

3 punten

(klein)

Deze tabel wordt gebruikt bij de berekening van de gewenste omvang van de eigen bijdrage van de sector. Dit is een onderdeel van het rangschikkingscriterium in artikel 2.2.8, eerste lid, onderdeel c.

Op elk van de vier onderdelen wordt een score toegekend. Er kunnen minimaal 4 en maximaal 12 punten behaald worden.

Score ≥10: geen eigen bijdrage noodzakelijk en 100% subsidie

score 8–9: 10% eigen bijdrage en 90% subsidie

score 6–7: 50% eigen bijdrage en 50% subsidie

score 0≤5: meer dan 50% eigen bijdrage en minder dan 50% subsidie

Hoe meer het onderzoek bijdraagt aan de specifieke doelen van Kas als Energiebron en daarmee aan het maatschappelijk doel van CO2-reductie, hoe groter de bijdrage vanuit de overheid gerechtvaardigd is. Voor onderzoek dat weliswaar bijdraagt aan CO2-reductie, maar dat daarnaast ook diverse andere doelen dient die niet direct gerelateerd zijn aan energie, zoals bijvoorbeeld circulariteit, beperking gewasbescherming, zuivering afvalwater of hergebruik reststromen, ligt een grote bijdrage vanuit deze subsidieregeling minder voor de hand. Er wordt dan een eigen bijdrage van andere partijen verwacht. Dat kunnen tuinders of leveranciers zijn, maar ook bijvoorbeeld producentenorganisaties. Een grotere eigen bijdrage van bijvoorbeeld een gewascoöperatie wordt verwacht als het onderzoek weinig gewasoverstijgend is of een beperkte voorbeeldwerking heeft voor andere gewassen. De resultaten komen dan ten goede aan een beperkt deel van de totale glastuinbouwsector waardoor een grotere eigen bijdrage van dat deel van de sector gerechtvaardigd is. Dat geldt ook voor een onderzoek dat dichter tegen de markt aan zit en waarvan de resultaten redelijk praktijkrijp zijn en snel door tuinders toegepast kunnen worden. Tuinders profiteren dan sneller van het onderzoek.

Bijlage 2.2.3. behorende bij artikel 2.2.33, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (pluimveedichtgebied)

[Vervallen per 03-09-2024]

Bijlage 2.3.1. behorende bij artikel 2.3.2, tweede lid, onderdeel i, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2027]

Bijlage 2.5.1. behorende bij artikel 2.5.7 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

[Vervallen per 31-12-2030]

Model voor een LV-borgstellingsovereenkomst

Bijlage 2.6.1. , behorende bij de artikelen 2.6.5 en 2.6.7, onderdeel b, van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 01-01-2016]

Bijlage 2.15.1. behorende bij artikel 2.15.9a van de Regeling nationale EZK-en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2026]

Overeenkomst kwalitatieve verplichting

Bijlage 2.18.1. bij artikel 2.18.2 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2027]

Bijlage 2.22. als bedoeld in artikel 2.22.3.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV subsidies

[Vervallen per 31-12-2025]

Bijlage 2.23.1. behorende bij artikel 2.23.6 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2029]

Bijlage 2.25. behorende bij artikel 2.25.2, tweede lid

Postcodegebieden

Deelnemers in een samenwerkingsverband dat het zwaartepunt van de subsidiabele activiteiten heeft liggen in een of meer van de volgende postcodegebieden, kunnen een subsidieaanvraag indienen:

1026

1027

1028

112x

113x

114x

115x

13xx

14xx

16xx

17xx

18xx

19xx

298x

299x

316x

317x

32xx

33xx

389x

391x

392x

394x

395x

396x

397x

398x

399x

40xx

41xx

42xx

43xx

44xx

45xx

46xx

473x

474x

475x

476x

477x

478x

479x

49xx

514x

515x

516x

522x

523x

524x

525x

530x

531x

532x

533x

535x

536x

537x

539x

607x

61xx

62xx

63xx

64xx

65xx

774x

775x

776x

78xx

79xx

820x

821x

822x

823x

824x

825x

826x

83xx

84xx

85xx

86xx

87xx

88xx

89xx

90xx

91xx

92xx

93xx

94xx

95xx

96xx

97xx

98xx

99xx

Bijlage 2.26. behorende bij artikel 2.26.3 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2030]

Bijlage 2.28.1. bij artikel 2.28.2 van de Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

[Vervallen per 01-01-2028]

Bijlage 3.4.1. behorende bij artikelen 3.3.2, eerste lid, en 3.4.2, eerste lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2030]

Bijlage 3.6. behorende bij artikel 3.6.2 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (R&D-mobiliteitssectoren)

[Vervallen per 01-07-2022]

Bijlage 3.6.1. , behorende bij de artikelen 3.6.2, eerste lid, en 3.6.3, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 01-01-2015]

Bijlage 3.6.2. , behorende bij artikel 3.6.2, tweede lid, van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 01-01-2015]

Bijlage 3.6.3. , behorende bij artikel 3.6.3, eerste lid, onder a en b, van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 01-01-2015]

Bijlage 3.10.1. behorende bij artikel 3.10.11 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2030]

Bijlage 3.10.1a. behorende bij artikel 3.10.11, tweede en derde lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2021]

Bijlage 3.10.2. behorende bij artikel 3.10.12j van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2030]

Bijlage 3.13a.1. behorende bij artikel 3.13a.7. en 3.13a.9. van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 01-07-2020]

Bijlage 3.13b.1. behorende bij de artikelen 3.13b.7 en 3.13b.9, onderdeel b, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-07-2022]

Bijlage 3.15.1. , behorende bij artikel 3.15.8 van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 3.18.1. behorende bij artikel 3.18.4 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 31-12-2026]

Bijlage 3.18a.1. behorende bij artikel 3.18a.1 van de Regeling nationale EZK en LNV-subsidies

Cyberweerbaarheid

1

Veilige netwerktoegang/wifi

 

2

Wachtwoordmanager

 

3

Tweefactorauthenticatie (2FA), tweestapsverificatie en multifactortauthenticatie (MFA)

 

4

Patch-management: tools of diensten voor het automatisch controleren, beheren en uitvoeren van beveiligingsupdates op systemen en software

 

5

Antivirussoftware

 

6

Back-ups instellen en testen

 

7

Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)

 

8

Cyber awareness trainingen

Bijlage 3.19.1. behorende bij artikel 3.19.2 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-06-2030]

Bijlage 3.20. behorende bij artikel 3.20.1, eerste lid, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (ICT- en techniek-kansrijke beroepen)2

Beroepssegment Techniek-Industrie

Beroepsgroep

Kansrijk beroep

Adviseurs marketing, public relations en sales

Accountmanagers techniek

Assemblagemedewerkers

Assemblagemedewerkers

Assemblagemonteurs

Voormannen, teamleiders assemblage / werktuigbouw

Bedrijfskundigen en organisatieadviseurs – Industrie

Kwaliteitsmedewerkers (onderdeel van bedrijfskundigen en organisatieadviseurs)

Elektrotechnisch ingenieurs – Industrie

Ontwerpers industriële automatisering, PLC-programmeurs, embedded software engineers

Projectleiders elektronica en industriële automatisering

Grafisch vormgevers en productontwerpers

Industrieel ontwerpers (technisch)

Ingenieurs – industrie

Proces-, levensmiddelentechnologen, productontwikkelaars procesindustrie

Projectleiders, ontwerper-constructeurs werktuigbouw / machines / gereedschappen

Lassers en plaatwerkers – industrie

Lassers, lasrobotoperators

Plaatwerkers, (CNC-)metaalbuigers

Loodgieters en pijpfitters – industrie

Pijpfitters

Machinemonteurs – industrie

Monteurs industriële machines en installaties / mechatronica (storing, service, installatie)

Managers gespecialiseerde dienstverlening

Hoofden technische dienst

Managers verkoop en marketing

Managers research & development (R&D)

Medewerkers drukkerij en kunstnijverheid

Instrumentmakers / fijnmechanici

Metaalbewerkers en constructiewerkers

CNC-machinebedieners

CNC-verspaners, CNC-programmeurs

Constructiebankwerkers, constructiemedewerkers, carrosseriebouwers

Conventioneel verspaners

Gereedschapsmakers

Meubelmakers, kleermakers en stoffeerders – industrie

Machinaal houtbewerkers

Productcontroleurs

Kwaliteitsmedewerkers, QA functionarissen, QA managers

Productieleiders industrie en bouw – industrie

Productieleiders proces- en levensmiddelenindustrie

Productiemachinebedieners – industrie

Operators proces- en levensmiddelenindustrie

Schilders en metaalspuiters – industrie

Verf- en lakspuiters

Technici bouwkunde en natuur – industrie

Biochemisch en microbiologisch analisten

Chemisch analisten

Tekenaars werktuigbouw

Timmerlieden – Industrie

Jachtbouwers / Scheepstimmerlieden

Transportplanners en logistiek medewerkers – industrie

Orderbegeleiders industrie (binnendienst)

Productieplanners

Werkvoorbereiders en calculatoren werktuigbouw / procestechniek

Beroepssegment Techniek-Bouw

Beroepsgroep

Kansrijk beroep

Architecten – bouw

Landmeters, projectleiders landmeetkunde

Auteurs en taalkundigen

EMVI-schrijvers, EMVI-coördinatoren

Bedieners mobiele machines

Grondverzetmachinisten (shovel/wiellaadschop, hydraulische graafmachine)

Heiers

Kraanmachinisten (mobiele kraan)

Biologen en natuurwetenschappers

Bodemkundig onderzoekers en -saneerders

Bouwarbeiders afbouw – bouw

(Technisch) isoleerders

Dakdekkers

Glaszetters

Stukadoors

Tegelzetters

Bouwarbeiders ruwbouw

Betonreparateurs, betonstaalverwerkers

Deskundig asbestverwijderaars, slopers bouw

Metselaars

Steigerbouwers

Hulpkrachten bouw en industrie

Oppermannen / hulparbeiders bouw

Oppermannen / hulparbeiders grond-, weg- en waterbouw

Stratenmakers, rioleringsmedewerkers, vakmannen grond-, weg- en waterbouw

Ingenieurs – bouw

Adviseurs / ontwerper-constructeurs civiele techniek, Projectleiders grond-, weg- en waterbouw

Adviseurs en constructeurs bouwkunde

Managers productie

(Hoofd)uitvoerders grond-, weg- en waterbouw (gww)

Projectleiders bouw

Meubelmakers, kleermakers en stoffeerders – bouw

Werkplaatstimmermannen, interieurbouwers/meubelmakers, standbouwers, wand- en plafondmonteurs, rolluik- en zonweringinstallateurs

Productieleiders industrie en bouw – industrie

(Hoofd)uitvoerders bouw en installatie

Productiemachinebedieners – bouw

Boormeesters bronbemaling

Schilders en metaalspuiters – bouw

Onderhoudsschilders

Technici bouwkunde en natuur – bouw

Betontechnologen

BIM modelleurs, tekenaars bouwkunde

Bouwkundig inspecteurs / EPA adviseurs / BENG adviseurs

Opzichters weg- en waterbouw, medewerkers civiele techniek

Tekenaars grond-, weg- en waterbouw (gww)

Timmerlieden – bouw

Betontimmermannen, bouwtimmermannen

Transportplanners en logistiek medewerkers – bouw

Werkvoorbereiders, calculatoren bouw

Werkvoorbereiders, calculatoren grond-, weg- en waterbouw (gww)

Werkvoorbereiders, tekenaars interieurbouwbedrijf

Beroepssegment Voertuigentechniek

Beroepsgroep

Kansrijk beroep

Automonteurs

Automonteurs (personenauto / bedrijfswagen), keurmeesters, werkplaatschefs

Revisiemotortechnici auto's

Dekofficieren en piloten

Scheepswerktuigkundigen

Elektriciens en elektronicamonteurs – voertuigentechniek

Elektromonteurs schepen en treinen

Lassers en plaatwerkers – voertuigentechniek

Autoschadeherstellers, autoruitschademonteurs

Machinemonteurs – voertuigentechniek

Monteurs mobiele werktuigen (incl. landbouwvoertuigen)

Rijwielmonteurs

Schilders en metaalspuiters – voertuigentechniek

Autospuiters

Beroepssegment Techniek-Installatie

Beroepsgroep

Kansrijk beroep

Bouwarbeiders afbouw – installatie

Installateurs / monteurs luchtbehandeling, ventilatie en koeltechniek

Elektriciens en elektronicamonteurs – installatie

Elektriciens, monteurs elektrische installaties (incl. zonnepanelen en laadpalen)

Grond- en kabelwerkers / leidingleggers datacommunicatie

Liftmonteurs

Medewerkers technische dienst elektrotechnisch

Monteurs beveiligingsinstallaties

Monteurs elektriciteitsnetten

Monteurs telecommunicatiesystemen, glasvezelmonteurs

Elektrotechnisch ingenieurs – installatie

Ontwerpers elektronica en elektrotechnische installaties

Telecom engineers

Ingenieurs – Installatie

Projectleiders installatie- en elektrotechniek

Loodgieters en pijpfitters – installatie

Loodgieters / monteurs gas, water, sanitair, verwarming (incl. warmtepompen)

Monteurs / leidingleggers gas en water

Technici bouwkunde en natuur – installatie

Controleurs / inspecteurs elektrische installaties

Meet- en regeltechnici, monteurs meet- en regeltechniek

Tekenaars installatie- en elektrotechniek

Transportplanners en logistiek medewerkers – installatie

Werkvoorbereiders en calculatoren elektrotechniek

Beroepssegment ICT

Beroepsgroep

Kansrijk beroep

Architecten – ICT

GEO / GIS specialisten (geografisch informatiesysteem)

Bedrijfskundigen en organisatieadviseurs – ICT

BI specialisten

Data analisten

Data analisten, data scientists

Databank- en netwerkspecialisten

Applicatie- en functioneel beheerders

Database administrators

Datawarehouse ontwikkelaars

Security specialisten

Specialisten technische infrastructuur en netwerkengineers

Systeembeheerders

Gebruikersondersteuning ICT

Ict-servicedeskmedewerkers

Netwerkbeheerders

Software- en applicatieontwikkelaars

Architecten ict, systeemontwikkelaars

Programmeurs / developers specifieke talen (o.a.NET, java, C#, PHP, javascript)

Software consultants ERP / CRM

Software testers, testmanagers

Webdevelopers (backend/technisch)

Bijlage 3.21.1. Behorende bij artikel 3.21.1 van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 08-03-2019]

Bijlage 3.22.1. behorende bij artikel 3.22.11 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2030]

Bijlage 3.25.1. behorende bij de artikelen 3.25.2, derde lid onderdeel e, en 3.25.7 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-07-2022]

Bijlage 3.26. Modelovereenkomst van geldlening behorende bij artikel 3.26.2, vierde lid

[Vervallen per 01-07-2029]

Bijlage 3.29.1. behorend bij artikel 3.29.10 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-09-2027]

Bijlage 3.30.1. behorende bij de artikelen 3.30.1, 3.30.3, 3.30.4 en 3.30.7 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Circular Plastics NL)

[Vervallen per 01-09-2028]

Bijlage 3.31.1. behorende bij artikel 3.31.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Circular Batteries)

[Vervallen per 08-11-2029]

Bijlage 4.2.1. behorende bij artikel 4.2.8 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Energie & Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling (EKOO))

[Vervallen per 01-01-2028]

Bijlage 4.2.2. behorende bij artikel 4.2.15 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Hernieuwbare energietransitie (HER+))

[Vervallen per 31-12-2024]

Bijlage 4.2.3. behorende bij artikel 4.2.22 van de Regeling nationale EZ-subsidies (Programma Mvi energie)

[Vervallen per 01-07-2022]

Bijlage 4.2.4. behorende bij artikel 4.2.29 van de regeling nationale Ez-subsidies (Programmalijn Carbon Capture, Utilisation and Storage (Ccus))

[Vervallen per 01-07-2022]

Bijlage 4.2.5. behorende bij artikel 4.2.36 van de Regeling nationale EZ-subsidies (Programmalijn Geo-energie)

[Vervallen per 01-07-2022]

Bijlage 4.2.6. behorende bij artikel 4.2.43 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2028]

Bijlage 4.2.7. behorende bij artikel 4.2.51 van de Regeling nationale EZ-subsidies (Programmalijn Waterstof)

[Vervallen per 01-07-2022]

Bijlage 4.2.8. behorende bij artikel 4.2.57 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (TSE Gebouwde Omgeving)

[Vervallen per 01-01-2024]

Bijlage 4.2.9. behorende bij artikel 4.2.64 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Demonstratie energie- en klimaatinnovatie (DEI+))

[Vervallen per 01-01-2028]

Bijlage 4.2.10. behorende bij artikel 4.2.71 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Programmalijnen Systeemintegratie)

[Vervallen per 01-01-2024]

Bijlage 4.2.11. behorende bij artikel 4.2.78 van de Regeling nationale EZ-subsidies (Programmalijnen Energie en industrie: joint industry projects (JIP))

[Vervallen per 01-07-2022]

Bijlage 4.2.12. behorende bij artikel 4.2.85 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Programmalijnen Wind op Zee)

[Vervallen per 01-01-2024]

Bijlage 4.2.13. , behorende bij artikel 4.2.92 van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 01-04-2015]

Bijlage 4.2.14. , behorende bij artikel 4.2.99 van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 01-04-2015]

Bijlage 4.2.15. behorende bij artikel 4.2.106 van de Regeling nationale EZ-subsidies (Programmalijnen Energie en industrie: Early adopterprojecten)

[Vervallen per 01-07-2022]

Bijlage 4.2.16. behorende bij artikel 4.2.112 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Programmalijnen TSE Industrie studies)

[Vervallen per 01-01-2028]

Bijlage 4.2.17. , behorende bij artikel 4.2.119 van de Regeling nationale EZ-subsidies (prioriteitsthema’s pv-projecten)

[Vervallen per 01-04-2015]

Bijlage 4.2.18. behorende bij artikel 4.2.129 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (TSH Vliegtuigmaakindustrieproject)

Doelstelling en subsidiabele projecten

Het doel van deze subsidiemodule is onderzoeks- en ontwikkelprojecten te stimuleren die bijdragen aan de verduurzaming van de luchtvaart en daarmee ook ten goede komen aan de positionering van de Nederlandse vliegtuigmaakindustrie in de supply chains van Original Equipment Manufacturer (OEM’s). Alle type vliegtuigen worden meegenomen in deze subsidiemodule, inclusief Advanced Air Mobility.

Onderzoeks- en technologieontwikkelingsprojecten die zich kunnen kwalificeren voor subsidie op grond van deze subsidiemodule dienen gericht te zijn op:

  • 1. Systemen waarmee de toepassing van alternatieve brandstoffen of voortstuwing mogelijk wordt gemaakt. Hiermee wordt specifiek gedoeld op de motor en daarmee direct verband houdende technologie;

  • 2. Aan punt 1 ondersteunende technologieën niet zijnde voortstuwingstechnologie;

  • 3. Projecten gericht op lichtgewicht materialen;

  • 4. Maintenance Repair and Overhaul (MRO);

  • 5. Technologieën en processen ondersteunende bij de productie van systemen en MRO en in lijn met de algemene doelstellingen van deze subsidiemodule.

Bijlage 4.3.1. behorend bij artikel 4.3.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-07-2027]

Bijlage 4.3.2. behorend bij artikel 4.3.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-07-2027]

Bijlage 4.4.1. behorende bij de artikelen 4.4.1, 4.4.2 en 4.4.4 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 31-12-2026]

Bijlage 4.4.2. behorende bij de artikelen 4.4.1 en 4.4.3 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 31-12-2026]

Bijlage 4.4.3. behorende bij artikel 4.4.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 31-12-2026]

Bijlage 4.5.1. , behorend bij titel 4.5 en 4.6 van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 01-04-2015]

Bijlage 4.7.1. behorende bij artikel 4.7.9 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 19-07-2029]

Bijlage 4.8.1. , behorende bij artikel 4.8.6 van de Regeling nationale EZ-subsidies

[Vervallen per 01-01-2019]

Bijlage 4.10.1. behorende bij artikel 4.10.9 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-01-2028]

Bijlage 4.12.1. behorende bij artikel 4.12.2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-04-2030]

Bijlage 4.12.2. behorende bij artikel 4.12.2, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-04-2030]

Bijlage 4.13.1. behorende bij artikel 4.13.1 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-06-2030]

Bijlage 4.13.2. behorende bij artikel 4.13.1 van de Regeling Nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-06-2030]

Bijlage 4.13.3. behorende bij aikel 4.13.1 van de Regeling Nationale EZK- en LNV-subsidies

[Vervallen per 01-06-2030]

  1. https://www.kasalsenergiebron.nl/besparen-hnt/het-nieuwe-telen/. ^ [1]
  2. Deze lijst is gebaseerd op de lijst met een inventarisatie van kansrijke beroepen van het UWV. Deze is te vinden op www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/kansen-arbeidsmarkt/kansrijke-beroepen. UWV maakt regelmatig een update. Voor deze regeling is gebruik gemaakt van de versie van december 2021. ^ [2]