Financieel besluit handelsregister 2014

Geldend van 01-07-2021 t/m heden

Besluit van 11 februari 2014, houdende de inschrijfvergoeding en retributies voor het handelsregister (Financieel besluit handelsregister 2014)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 13 januari 2014, nr. WJZ / 13208946;

Gelet op de artikelen 49, eerste, tweede en vijfde lid, en 50, eerste en vierde lid, van de Handelsregisterwet 2007;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 januari 2014, nr. W15.14.0005/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 6 februari 2014, nr. WJZ / 14016626;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

  • 1 Een onderneming of rechtspersoon die een opgave doet tot eerste inschrijving in het handelsregister, is daarvoor eenmalig een inschrijfvergoeding verschuldigd.

  • 2 Bij ministeriële regeling wordt het bedrag vastgesteld van de inschrijfvergoeding, bedoeld in het eerste lid. De hoogte van de inschrijfvergoeding is gelijk voor alle ondernemingen of rechtspersonen, ongeacht de rechtsvorm van de onderneming of rechtspersoon en de wijze waarop opgave wordt gedaan.

Artikel 2

  • 1 Bij ministeriële regeling worden de bedragen vastgesteld die verschuldigd zijn voor het inzien van gegevens uit het handelsregister en de bescheiden die daarbij krachtens wettelijk voorschrift zijn ingeschreven of gedeponeerd. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar:

    • a. het ten kantore inzien;

    • b. het door middel van het internet inzien;

    • c. het door middel van een online-verbinding inzien;

    • d. het door middel van een speciaal afgeschermd kanaal inzien van gegevens;

    • e. het telefonisch verstrekken van inlichtingen over hetgeen in het handelsregister is opgenomen.

  • 2 Bij ministeriële regeling worden de bedragen vastgesteld die zijn verschuldigd voor het verstrekken van een afschrift of een uittreksel van hetgeen in het handelsregister is ingeschreven of daarbij krachtens wettelijk voorschrift is gedeponeerd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar:

    • a. het maken van fotokopieën;

    • b. het maken van afdrukken van een elektronisch bestand;

    • c. het doen van een schriftelijke mededeling over hetgeen in het handelsregister is opgenomen;

    • d. het verstrekken van een papieren uittreksel;

    • e. het verstrekken van een elektronisch gewaarmerkt uittreksel.

  • 3 Bij ministeriële regeling wordt de vergoeding vastgesteld die verschuldigd is voor overzichten van ondernemingen of rechtspersonen. De vergoeding wordt vastgesteld onderscheiden naar het aantal en de soort gegevens.

  • 6 Het abonnement geldt uitsluitend voor een bij ministeriële regeling te bepalen wijze van inzien of verstrekking van gegevens. Hieronder worden in ieder geval begrepen de wijze van inzien of verstrekking, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en d, en het tweede lid, onderdeel e, voor zover de ontwikkelkosten daarvan zijn terugverdiend en het inzien of de verstrekking niet leidt tot aanvullende kosten voor de Kamer.

  • 7 De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het vijfde lid, wordt voor een bestuursorgaan vastgesteld op het bedrag dat in 2012 aan het bestuursorgaan in rekening is gebracht voor de wijze van inzien of de verstrekking van gegevens, bedoeld in het zesde lid, tweede volzin, die in dat jaar beschikbaar waren.

  • 8 Indien aan het bestuursorgaan in 2012 geen bedragen in rekening zijn gebracht als bedoeld in het zevende lid, wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld op het bedrag dat in rekening is gebracht in het jaar volgend op het derde jaar dat deze bedragen voor het eerst in rekening zijn gebracht.

  • 9 De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het zevende en achtste lid, wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de voor de rijksbegroting gehanteerde prijsbijstelling en afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.

Artikel 3

  • 1 Indien de opgave ter eerste inschrijving in het handelsregister wordt gedaan ten kantore van de Kamer van Koophandel, is de betalingstermijn, bedoeld in artikel 49, vijfde lid, van de Handelsregisterwet 2007, gelijk aan de termijn van de opgave tot eerste inschrijving.

  • 2 Indien de opgave ter eerste inschrijving in het handelsregister wordt ingediend via een notaris, wordt de betalingstermijn, bedoeld in artikel 49, vijfde lid, van de Handelsregisterwet 2007 vastgesteld op vier weken, gerekend vanaf de dag van de opgave tot eerste inschrijving.

  • 6 De vergoeding, bedoeld in artikel 50, zesde lid, van de wet wordt voldaan uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar van levering van de diensten en producten, bedoeld in artikel 2, zesde lid, bij gebreke waarvan de vergoeding voor de levering plaatsvindt zoals vastgesteld op grond van artikel 2, eerste tot en met derde lid.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 11 februari 2014

Willem-Alexander

De Minister van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

Uitgegeven de veertiende februari 2014

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I.W. Opstelten

Terug naar begin van de pagina