Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen

Geldend van 01-04-2021 t/m heden

Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 24 juni 2013, kenmerk 399920, tot uitvoering van de Wet op de kansspelen (Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen)

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Wervings- en reclameactiviteiten

Artikel 2. Rapportageverplichtingen

  • 1 De houders van een vergunning op grond van de artikelen 3, 9, 14b, 16, 24, 27b, 27h, 30c, eerste lid, onder b, en 31 van de wet, rapporteren jaarlijks aan de raad van bestuur over hun wervings- en reclameactiviteiten overeenkomstig door de raad te stellen regels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de vorm waarin en de wijze waarop wordt gerapporteerd.

  • 2 Houders van een vergunning op grond van artikel 3 van de wet, met een vergunningsduur van maximaal zes maanden, rapporteren in hun eindverantwoording over de totale kosten van hun wervings- en reclameactiviteiten.

  • 3 In de rapportage, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verslag gedaan van in ieder geval de volgende onderwerpen:

    • a. De in het verslagjaar gebruikte methoden van werving en reclame;

    • b. Het gemiddeld aantal gepersonaliseerde benaderingen van geabonneerde of bij de vergunninghouder geregistreerde spelers, uitgesplitst per methode;

    • c. De standaard overeenkomst tot wederverkopers ten aanzien van de overeengekomen wervings- en reclameactiviteiten;

    • d. Het aantal ontvangen meldingen en klachten over wervings- en reclameactiviteiten van de vergunninghouder;

    • e. Het aantal nieuwe inschrijvingen in het recht van verzet-bestand;

    • f. Het aantal aanmeldingen aangeleverd aan het Bel-me-niet-register als bedoeld in artikel 11.7 van de Telecommunicatiewet;

    • g. Het aantal bonussen dat de vergunninghouder heeft uitgekeerd en de totale waarde van deze bonussen uitgedrukt in euro’s.

  • 4 De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal, of tot het organiseren van kansspelen op afstand doet in de rapportage voorts verslag van de wijze waarop hij diens wervings- en reclameactiviteiten heeft afgestemd op de uitkomsten van de risicoanalyse, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit.

  • 5 De raad van bestuur kan in afwijking van het eerste lid bepalen dat een vergunninghouder of de vergunninghouders vaker dan eenmaal per jaar rapporteren. De raad van bestuur geeft in dat geval aan over welke onderwerpen, bedoeld in het tweede tot en met het vierde lid, moet worden gerapporteerd.

Artikel 3. Informatieverplichtingen

  • 1 Bij elke afzonderlijke wervings- en reclameactiviteit wordt op voor de consument voldoende zichtbare wijze gewezen op de minimumleeftijd voor deelname aan een kansspel.

  • 2 Bij elke afzonderlijke wervings- en reclameactiviteit wordt op voor de consument voldoende zichtbare wijze gewezen op de internetpagina van de vergunninghouder alwaar informatie verkregen kan worden over de in artikel 5, eerste en tweede lid, van het besluit, beschreven onderwerpen.

Artikel 4. Verbod op reclame door beroepssporters en andere rolmodellen

  • 1 De vergunninghouder maakt voor wervings- en reclamedoeleinden in ieder geval geen gebruik van individuele beroepssporters of een team bestaande uit beroepssporters. Hij maakt tevens geen gebruik van andere rolmodellen, voor zover die rolmodellen:

    • a. jonger dan 25 jaar zijn; of

    • b. substantieel bereik hebben onder minderjarigen of jongvolwassenen.

  • 2 Ter beoordeling van het substantieel bereik als bedoeld in het eerste lid, onder a, onderzoekt de vergunninghouder voorafgaand aan de samenwerking met een rolmodel onder welke leeftijdsgroepen dat rolmodel bereik heeft en hoe groot dat bereik is, en hij legt de uitkomsten van dat onderzoek en de gegevens waarop die uitkomsten zijn gebaseerd schriftelijk vast. Hij betrekt bij het onderzoek in ieder geval gegevens over:

    • a. de leeftijd van het publiek dat het rolmodel aantrekt; en

    • b. de doelgroepen van de producten of diensten waarvoor het rolmodel eerder heeft gewerkt of reclame voor heeft gemaakt.

  • 3 Het eerste lid is niet van toepassing op de sponsoring van individuele beroepssporters en teams bestaande uit beroepssporters.

Artikel 5. Verbod op reclame bij informatie inzake verslavingspreventie

  • 1 De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal of tot het organiseren van kansspelen op afstand draagt er zorg voor dat de informatie en voorzieningen, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, van het besluit, geen reclame bevatten.

  • 2 De houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand draagt er tevens zorg voor dat:

    • a. de informatie die de speler ontvangt over de grenzen van zijn speelgedrag als bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, van het Besluit kansspelen op afstand geen reclame bevat;

    • b. de ruimte van de spelersinterface waar de speler de grenzen van zijn speelgedrag kan aangeven of wijzigen geen reclame bevat.

Artikel 6. Verbod op bonussen na interventies

  • 2 Indien de vergunninghouder jegens de speler een andere interventiemaatregel treft dan bedoeld in het eerste lid, biedt hij die speler geen bonus aan binnen een periode:

    • a. die aansluit bij de aard en zwaarte van die interventiemaatregel; en

    • b. die overeenkomt met een periode als bedoeld in een van de onderdelen van het eerste lid.

Hoofdstuk 3. Verslavingspreventie

§ 1. Kennisvereisten

Artikel 7. Kennis en inzicht

Vergunninghouders dragen er zorg voor dat personen als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, van het besluit te allen tijde beschikken over kennis en inzicht met betrekking tot de binnen zijn onderneming beschikbare maatregelen en voorzieningen ter voorkoming van kansspelverslaving en de uitvoering daarvan.

Artikel 8. Basiscursus verslavingspreventie

  • 1 De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal, of tot het organiseren van kansspelen op afstand draagt er zorg voor dat personen als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, van het besluit met goed gevolg een basiscursus verslavingspreventie voltooien, voordat zij werkzaamheden verrichten ter exploitatie van de vergunning.

  • 2 De inhoud van de basiscursus is afgestemd op de functie van de persoon binnen de onderneming van de vergunninghouder en diens rol en verantwoordelijkheden in relatie tot het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder. De cursus bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen:

    • a. de elementen van de door de vergunninghouder georganiseerde kansspelen die deze kansspelen verslavingsgevoelig maken of kunnen maken;

    • b. de signalen van risicovol of problematisch speelgedrag en hetgeen waaraan deze signalen kunnen worden herkend;

    • c. de interventies die de vergunninghouder kan aanbieden passend bij signalen van risicovol of problematisch speelgedrag;

    • d. de maatregelen die kunnen worden geboden door verslavingszorg of met zelfhulp.

  • 3 De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de personen, bedoeld in het eerste lid, telkens voor het einde van een termijn van drie jaar na deelname aan de vorige basiscursus met goed gevolg deelnemen aan een herhalingscursus.

Artikel 9. Aanvullende cursus verslavingspreventie

  • 1 De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal, of tot het organiseren van kansspelen op afstand draagt er zorg voor dat personen als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit tevens met goed gevolg een aanvullende cursus verslavingspreventie voltooien.

  • 2 De inhoud van de aanvullende cursus is te allen tijde afgestemd op de functie van de persoon binnen de onderneming van de vergunninghouder en diens rol en verantwoordelijkheden in relatie tot het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder. De cursus bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen:

    • a. inleiding in communicatie en gespreksvaardigheden;

    • b. basisvaardigheden gespreksvoering;

    • c. oefenen van communicatie en gespreksvaardigheden met gebruikmaking van de communicatiemiddelen die bij het organiseren van het kansspel worden gebruikt;

    • d. oefenen van motiverende gesprekstechnieken gericht op het matigen van speelgedrag en in het bijzonder het speelgedrag van jongvolwassenen;

    • e. verdieping van kennis over signalen van risicovol of problematisch speelgedrag en hetgeen waaraan deze signalen kunnen worden herkend;

    • f. kennis over welke interventiemaatregelen in welke gevallen gepast zijn bij welke signalen van risicovol of problematisch speelgedrag;

    • g. oefenen van het aanbieden van een gepaste interventiemaatregel;

    • h. verdieping van kennis over preventieve maatregelen die kunnen worden geboden door verslavingszorg, anonieme hulp of met zelfhulp;

    • i. kennis over wanneer het gepast is om een speler door te geleiden naar verslavingszorg, anonieme hulp of middelen van zelfhulp.

  • 3 De vergunninghouder draagt er zorg voor dat de personen, bedoeld in het eerste lid, telkens voor het einde van een termijn van drie jaar na deelname aan de vorige aanvullende cursus met goed gevolg deelnemen aan een herhalingscursus. Daarbij wordt, voor zover van toepassing, in het bijzonder aandacht besteed aan:

    • a. de aanpassingen van het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder;

    • b. de meest recente gevallen waarbij het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder is toegepast.

Artikel 10. De kwaliteit van de cursussen

  • 1 De basiscursus en de aanvullende cursus worden ontwikkeld en gegeven door een organisatie die beschikt over actuele expertise op het gebied van het voorkomen en het behandelen van kansspelverslaving.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kunnen de basiscursus en de aanvullende cursus worden ontwikkeld en gegeven door een organisatie die geen actuele expertise beschikt op het gebied van de behandeling van kansspelverslaving, indien zij een daartoe strekkende samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten met een organisatie die voldoet aan de vereisten van het eerste lid. In die overeenkomst worden in ieder geval afspraken vastgelegd met betrekking tot de wijze waarop beide organisaties borgen en bevorderen dat actuele inzichten op het gebied van verslavingspreventie en de behandeling van kansspelverslaving zijn verwerkt in de aan te bieden cursussen.

  • 3 De aanvullende cursus wordt gegeven door een trainer die aantoonbaar gespecialiseerd is in verslavingspreventie.

  • 4 De aanvullende cursus wordt door de trainer in persoon, niet via elektronische weg en in de vorm van een groepstraining gegeven met persoonlijke interactie tussen de trainer en de deelnemers.

Artikel 11. Bewijsstukken

  • 1 Voor de basiscursus en de aanvullende cursus geldt als bewijsstuk, bedoeld in artikel 6, vijfde lid, van het besluit, een certificaat of ander bewijs dat de deelnemer is geslaagd voor de betreffende cursus en dat is afgegeven door de organisatie die de cursus heeft gegeven.

  • 2 Ten aanzien van leidinggevenden en personen op sleutelposities binnen de onderneming van een houder van een vergunning op grond van de artikelen 3, 8, 14a, 15, 23 en 27a van de wet, geldt als bewijsstuk een rapportage van de vergunninghouder over de wijze waarop de kennisvereisten, bedoeld in artikel 6, derde lid, van het besluit, zijn geborgd in zijn organisatie. Dit lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van het besluit.

  • 3 De vergunninghouder stelt de rapportage, bedoeld in het tweede lid, op en zendt deze jaarlijks aan de raad van bestuur overeenkomstig door de raad te stellen regels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de vorm waarin en de wijze waarop wordt gerapporteerd.

§ 2. Verslavingspreventiebeleid

Artikel 12. De beschrijving van het verslavingspreventiebeleid

Het verslavingspreventiebeleid van de houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal, of tot het organiseren van kansspelen op afstand, bevat in ieder geval een beschrijving van de wijze waarop de implementatie van verslavingspreventieve maatregelen en voorzieningen in zijn organisatie alsmede de passende en effectieve toepassing van deze maatregelen en voorzieningen is gewaarborgd. Bij deze beschrijving wordt in ieder geval bijzondere aandacht geschonken aan:

  • a. de samenwerking met deskundigen en ervaringsdeskundigen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit;

  • b. de risicoanalyse, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit, en in ieder geval:

    • 1°. welke wetenschappelijk onderbouwde methoden hiervoor worden gehanteerd;

    • 2°. op welke wijze de resultaten van de risicoanalyse worden verwerkt in het verslavingspreventiebeleid;

  • c. de basiscursus en de aanvullende cursus;

  • d. de verstrekking van de informatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit;

  • e. de samenstelling van de informatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit, overeenkomstig artikel 16 van deze regeling;

  • f. de analyse, bedoeld in de artikelen 27ja, 30v en 31m van de wet, en in ieder geval:

    • 1°. op welke wijze de analyse wordt verricht;

    • 2°. welke methodes en instrumenten hiervoor worden gehanteerd;

    • 3°. op welke wijze wordt gecontroleerd dat de resultaten van de analyse zijn afgestemd op het vertoonde speelgedrag;

    • 4°. op welke wijze is voorzien in de doorontwikkeling van de analyse;

  • g. de interventiemaatregelen, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het besluit;

  • h. de toepassing van verslavingspreventieve maatregelen en voorzieningen ten aanzien van jongvolwassenen;

  • i. de wijze waarop de vergunninghouder voorkomt dat wervings- en reclameactiviteiten gericht zijn op maatschappelijk kwetsbare groepen van personen als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het besluit en jongvolwassenen;

  • j. de onderbouwing van de periode waarbinnen de speler geen bonus wordt aangeboden ter uitvoering van artikel 6, tweede lid, van deze regeling.

Artikel 13. Kwaliteitsmanagementsysteem verslavingspreventiebeleid

  • 1 De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal, of tot het organiseren van kansspelen op afstand, ontwikkelt, implementeert en onderhoudt een kwaliteitsmanagementsysteem dat gericht is op het toetsen, borgen en verbeteren van de kwaliteit en de uitvoering van zijn verslavingspreventiebeleid.

  • 2 Het kwaliteitsmanagementsysteem, bedoeld in het eerste lid, voorziet er in ieder geval in dat de door de vergunninghouder getroffen interventiemaatregelen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het besluit en de door hem aangereikte voorzieningen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onder b, van het besluit:

    • a. ten minste jaarlijks op basis van een statistisch onderbouwde analyse worden beoordeeld op effectiviteit ter zake het tegengaan van onmatige deelname of risico’s op kansspelverslaving;

    • b. worden geactualiseerd zodra de beoordeling, bedoeld onder a, of wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van verslavingspreventie daartoe aanleiding geven.

Artikel 14. Rapportage over het verslavingspreventiebeleid

  • 1 De rapportage, bedoeld in artikel 7, vierde lid, van het besluit, bevat in ieder geval informatie over:

    • a. de effectiviteit en de doelmatigheid van:

      • 1°. de informatie met betrekking tot het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder;

      • 2°. de analyses van gegevens die zijn uitgevoerd met betrekking tot het speelgedrag van spelers als bedoeld in artikel 27ja, 30v of 31m van de wet; en

      • 3°. de interventiemaatregelen als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het besluit.

    • b. de bevindingen van deskundigen en ervaringsdeskundigen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit met betrekking tot het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder en de wijzigingen die naar aanleiding van die bevindingen zijn doorgevoerd in het verslavingspreventiebeleid;

    • c. de uitkomsten van de risico-analyse, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het besluit, en de maatregelen en voorzieningen die naar aanleiding van die risico-analyse zijn getroffen;

    • d. de beoordeling, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onder a, en de wijzigingen die naar aanleiding van die beoordeling zijn doorgevoerd in het verslavingspreventiebeleid van de vergunninghouder;

    • e. andere wijzigingen die zijn doorgevoerd in het verslavingspreventiebeleid.

  • 2 De vergunninghouder stelt de rapportage op en zendt deze binnen een jaar na de ingangsdatum van de vergunning en vervolgens ieder jaar aan de raad van bestuur overeenkomstig door de raad van bestuur te stellen regels. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de vorm en de wijze waarop wordt gerapporteerd.

  • 3 De raad van bestuur kan in afwijking van het tweede lid bepalen dat een vergunninghouder, een aantal vergunninghouders of alle vergunninghouders vaker dan eenmaal per jaar rapporteren. Daarbij geeft hij in ieder geval aan over welke onderwerpen moet worden gerapporteerd.

§ 3. Informatieverplichtingen

Artikel 15. Informatie via de spelersinterface

De houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand bericht de speler in ieder geval op duidelijke wijze middels de spelersinterface over de grenzen van zijn speelgedrag als bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, van het Besluit kansspelen op afstand op het moment waarop de speler zich aanmeldt, zich afmeldt of van spel wisselt.

Artikel 16. Informatie over verslavingspreventie

  • 1 De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal, of tot het organiseren van kansspelen op afstand, stelt de informatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit, met uitzondering van het door hem gevoerde beleid met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de privacy van spelers, op in samenwerking met in ieder geval een organisatie die beschikt over expertise op het gebied van het voorkomen en het behandelen van kansspelverslaving.

  • 2 De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal, of tot het organiseren van kansspelen op afstand, stelt de informatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het besluit, in ieder geval op passende, begrijpelijke en duidelijke wijze beschikbaar in het Nederlands. Afhankelijk van de mate waarin anderstaligen deelnemen aan de door hem georganiseerde kansspelen stelt de vergunninghouder die informatie tevens beschikbaar in een andere voor hen begrijpelijke taal.

§ 4. Het toezicht op en de interventie in het speelgedrag

Artikel 17. Interne en externe signalen

Als interne of externe signalen, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van het besluit, worden in ieder geval beschouwd:

  • a. hoge of toenemende speelfrequentie;

  • b. lange of toenemende speelduur;

  • c. sociaal ongepaste behandeling van of uitingen richting personen;

  • d. inzetten of inzetgedrag die een afwijkend patroon laten zien ten aanzien van reeds door de speler gedane inzetten of reeds door de speler vertoonde inzetgedrag;

  • e. uitingen van frustratie of ongemak;

  • f. afwijkingen in het patroon van speeltijdstippen.

Artikel 18. Interventiemaatregelen

  • 1 Voor de toepassing van artikel 18, eerste lid, van het besluit draagt de houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal of tot het organiseren van kansspelen op afstand, er zorg voor dat hij in staat is in ieder geval de volgende interventiemaatregelen toe te passen:

    • a. de speler middels een gesprek inzicht geven in diens speelgedrag en hem daarbij in het bijzonder wijzen op gesignaleerd onmatig of risicovol speelgedrag;

    • b. de speler adviseren om gebruik te maken van een voorziening waarmee hij op een voor hem eenvoudige wijze zelf inzicht in diens speelgedrag kan verkrijgen;

    • c. de speler adviseren om gebruik te maken van de mogelijkheid om diens toegang tot de door de vergunninghouder georganiseerde kansspelen te beperken overeenkomstig een door die speler te bepalen maximum tijdsduur per bezoek of aanmelding, of gedurende door die speler te bepalen tijdsblokken;

    • d. de speler zonder diens toestemming diens toegang tot de door de vergunninghouder georganiseerde kansspelen te beperken tot een maximum tijdsduur per aanmelding of gedurende bepaalde tijdsblokken;

    • e. de speler adviseren om gebruik te maken van de mogelijkheid om zich voor bepaalde of onbepaalde duur uit te sluiten van deelname aan de door de vergunninghouder georganiseerde kansspelen;

    • f. de speler zonder diens instemming voor bepaalde of onbepaalde duur uitsluiten van deelname aan de door de vergunninghouder georganiseerde kansspelen.

  • 2 Onverminderd het eerste lid draagt de houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand er zorg voor dat hij in staat is in ieder geval de volgende interventiemaatregelen toe te passen:

    • a. de speler op voldoende effectieve wijze middels de spelersinterface berichten te verzenden om hem op diens speelgedrag te wijzen;

    • b. de speler adviseren om gebruik te maken van de mogelijkheid om zich voor bepaalde duur of gedurende bepaalde tijdstippen uit te sluiten van deelname aan één of meerdere door de vergunninghouder georganiseerde kansspelen of spelsoorten;

    • c. de speler zonder diens instemming voor bepaalde duur of gedurende bepaalde tijdstippen uitsluiten van deelname aan één of meerdere door de vergunninghouder georganiseerde kansspelen of spelsoorten.

Artikel 19. De toepassing van interventiemaatregelen

  • 1 Van een passende interventiemaatregel als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het besluit is slechts sprake, indien die maatregel ten minste is afgestemd op:

    • a. de leeftijd van de speler;

    • b. het vertoonde speelgedrag;

    • c. de signalen die duiden op onmatige deelname of risico’s op kansspelverslaving;

    • d. de reactie van de speler op eerder getroffen interventiemaatregelen, voor zover hiervan sprake is.

  • 2 De vergunninghouder betrekt bij de keuze voor de toepassing van een interventiemaatregel of de gelijktijdige dan wel opeenvolgende toepassing van meerdere interventiemaatregelen de noodzakelijkheid, doelmatigheid en de proportionaliteit daarvan.

  • 3 De houder van een vergunning tot het organiseren van kansspelen op afstand treft de interventiemaatregel, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onder a, in ieder geval op het moment waarop de speler een grens als bedoeld in artikel 4.14, tweede lid, onder a of b, van het Besluit kansspelen op afstand bereikt of overschrijdt.

  • 4 De vergunninghouder geeft de speler bij de toepassing van iedere interventiemaatregel op duidelijke en begrijpelijke wijze toelichting over de aanleiding daartoe.

§ 5. De registratie van persoonlijk onderhoud en interventiemaatregelen

Artikel 20. De gegevens over het persoonlijk onderhoud

De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal of de houder van een vergunning het organiseren van kansspelen op afstand, registreert bij ieder persoonlijk onderhoud als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het besluit in ieder geval:

  • a. de identiteit van de speler met wie het persoonlijk onderhoud wordt gevoerd;

  • b. de datum en het tijdstip van het persoonlijk onderhoud;

  • c. de aanleiding voor het persoonlijk onderhoud;

  • d. de gegevens met betrekking tot de uitvoering van artikel 18, tweede lid, van het besluit;

  • e. de reactie van de speler op het persoonlijk onderhoud;

  • f. de conclusies die hij verbindt aan de uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onder c, van het besluit;

  • g. de interventiemaatregelen die voorafgaand aan het persoonlijk onderhoud zijn getroffen, voor zover hiervan sprake is;

  • h. de maatregelen om vervolg te geven aan het persoonlijk onderhoud.

Artikel 21. De gegevens over de toepassing van interventiemaatregelen

De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal of tot het organiseren van kansspelen op afstand, registreert bij iedere toepassing van een interventiemaatregel anders dan een persoonlijk onderhoud in ieder geval:

  • a. de identiteit van de speler ten aanzien van wie de interventiemaatregel wordt toegepast;

  • b. de datum en tijdstip van de interventiemaatregel;

  • c. de aard van de interventiemaatregel;

  • d. de aanleiding voor de interventiemaatregel;

  • e. de reactie van de speler op de interventiemaatregel.

Artikel 22. Het moment van registratie

De vergunninghouder registreert de gegevens, bedoeld in artikel 13 en 14 van het besluit, en in deze paragraaf, op het moment waarop deze gegevens worden gegenereerd of, indien dit niet mogelijk is, onverwijld na dat moment.

Artikel 23. De termijn voor het bewaren gegevens

De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal of tot het organiseren van kansspelen op afstand, bewaart de gegevens van iedere speler ter uitvoering van de artikelen 27ja, eerste lid, 30v, eerste lid, respectievelijk 31m, eerste lid, van de wet, 13 en 14 van het besluit en van deze paragraaf, en vernietigt deze na afloop van drie jaar, gerekend vanaf het moment van het laatste bezoek van de speler aan het speelcasino of de speelautomatenhal dan wel vanaf het moment van de beëindiging van de inschrijving van de speler, voor zover artikel 4.13 van de Regeling kansspelen op afstand niet van toepassing is op deze gegevens en voor zover uit een ander wettelijk voorschrift niet anders voortvloeit.

§ 6. Het register

Artikel 24. Elektronische toegang tot het register

De houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino, tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal of tot het organiseren van kansspelen op afstand gebruikt voor de communicatie met het register elektronische middelen die naar het oordeel van de raad van bestuur voldoende veilig en betrouwbaar zijn.

Artikel 25. Het onderzoek naar de bestendigheid van het register

  • 1 De raad van bestuur betrekt in het onderzoek, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van het besluit, in ieder geval:

    • a. de toereikendheid van de maatregelen, bedoeld in artikel 24, van het besluit;

    • b. de conformiteit aan eisen die voortvloeien uit de Algemene verordening gegevensbescherming; en

    • c. de weerbaarheid van het register tegen ongeautoriseerde toegang.

  • 2 De raad van bestuur laat het onderzoek, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van het besluit, verrichten door deskundigen die niet betrokken zijn of zijn geweest bij de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in artikel 24 van het besluit.

  • 3 De raad van bestuur verricht het onderzoek, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van het besluit, jaarlijks.

§ 7. Persoonsgegevens

Artikel 26. De beveiliging van persoonsgegevens

  • 1 Het informatiebeveiligingssysteem van de houder van een vergunning tot het organiseren van een speelcasino of tot het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten in een speelautomatenhal, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, van het besluit, voldoet ten minste aan de vereisten genoemd in bijlage A bij deze regeling.

  • 2 De raad van bestuur draagt zorg voor het ontwikkelen, het toepassen en het onderhouden van een informatiebeveiligingssysteem ter zake de verwerking van persoonsgegevens dat voldoet aan het normenkader Baseline Informatiebeveiliging Overheid.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 27. Grondslag

Deze regeling berust mede op de artikelen 2a, eerste lid, onder b, 3a, derde lid, 6, vijfde lid, 7, vijfde lid, 10, 11, achtste lid, 16, 18, vierde lid, 19, derde lid, 20, vijfde en achtste lid, 21, derde lid, 22, zesde lid, 24, derde lid, 25, tweede lid, van het besluit.

Artikel 28. Citeertitel

Deze Regeling wordt aangehaald als: Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Veiligheid en Justitie,

F. Teeven

Bijlage A. behorend bij artikel 26 van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen

Beheersaspect

Beheersdoel

Beheer

Informatiebeveiliging

De vergunninghouder beheert informatiebeveiligingsprocedures teneinde activa te beschermen, waaronder begrepen gegevens over spelers, spelen en transacties.

De vergunninghouder heeft een beheercyclus voor informatiebeveiliging opgezet die voorziet in continue verbetering van de informatiebeveiliging.

Het beheer van informatiebeveiliging is gebaseerd op identificatie en beperking van risico's. De vergunninghouder heeft als uitgangspunt voor zijn maatregelen een risicobeoordeling uitgevoerd.

Procedures en beleid ten aanzien van informatiebeveiliging worden gedocumenteerd en onderhouden.

De vergunninghouder heeft ten minste de volgende documentatie beschikbaar:

– beleid ten aanzien van informatiebeveiliging;

– reikwijdte van het informatiebeveiligingsbeheer;

– risicobeoordeling;

– verantwoordelijkheden met betrekking tot informatiebeveiliging;

– beschrijving van beveiligingsmaatregelen;

– beschrijving van uitvoering en resultaten van de beheercyclus.

De vergunninghouder verricht regelmatige controles op de informatiebeheercyclus en penetratietests van zijn systemen.

De vergunninghouder heeft procedures voor het beheer van veiligheidsincidenten opgezet.

De vergunninghouder heeft op basis van een eigen risicobeoordeling maatregelen gespecificeerd betreffende de organisatie van de informatiebeveiliging, waaronder in ieder geval:

– functies en verantwoordelijkheden;

– scheiding van functies;

– mobiele apparaten en telewerken.

   

De vergunninghouder heeft op basis van een eigen risicobeoordeling maatregelen gespecificeerd betreffende personele middelen en veiligheid, waaronder in ieder geval:

– screening;

– arbeidsvoorwaarden;

– managementverantwoordelijkheden;

– bewustzijn van en onderwijs en opleiding betreffende informatiebeveiliging;

– disciplinaire procedures;

– verantwoordelijkheden in verband met beëindiging of wijziging van dienstbetrekking.

   

De vergunninghouder heeft op basis van een eigen risicobeoordeling maatregelen gespecificeerd betreffende beheer van activa, waaronder in ieder geval:

– verantwoordelijkheid voor activa;

– classificatie van informatie;

– het gebruik van gegevensdragers en andere media.

   

De vergunninghouder heeft op basis van een eigen risicobeoordeling maatregelen gespecificeerd betreffende toegangscontrole, waaronder in ieder geval:

– vereisten van toegangscontrole;

– beheer van gebruikerstoegang;

– verantwoordelijkheden van gebruikers;

– toegangscontrole voor systemen en applicaties.

   

De vergunninghouder heeft op basis van een eigen risicobeoordeling maatregelen gespecificeerd betreffende cryptografie, waaronder in ieder geval:

– cryptografiebeleid;

– sleutelbeheer.

   

De vergunninghouder heeft op basis van een eigen risicobeoordeling maatregelen gespecificeerd betreffende operationele beveiliging, waaronder in ieder geval:

– operationele procedures en verantwoordelijkheden;

– bescherming tegen malware;

– reservekopieën of reservebestanden;

– geautomatiseerde verslaglegging, registratie en bewaking;

– beheer van bedrijfssoftware;

– beheer van technische kwetsbaarheden;

– configuraties voor de controle van informatiesystemen.

   

De vergunninghouder heeft op basis van een eigen risicobeoordeling maatregelen gespecificeerd betreffende communicatiebeveiliging, waaronder in ieder geval:

– beheer van netwerkbeveiliging;

– informatieoverdracht.

   

De vergunninghouder heeft op basis van een eigen risicobeoordeling maatregelen gespecificeerd betreffende de aanschaf, ontwikkeling en het onderhoud van systemen, waaronder in ieder geval:

– beveiligingseisen voor informatiesystemen;

– beveiliging bij ontwikkel- en ondersteuningsprocessen;

– testgegevens.

   

De vergunninghouder heeft op basis van een eigen risicobeoordeling maatregelen gespecificeerd betreffende betrekkingen met leveranciers, waaronder in ieder geval:

– informatiebeveiliging;

– beheer van de dienstverlening van leveranciers.

   

De vergunninghouder heeft op basis van een eigen risicobeoordeling maatregelen gespecificeerd betreffende de informatiebeveiligingsaspecten van bedrijfscontinuïteitsmanagement, waaronder in ieder geval:

– continuïteit van informatiebeveiliging;

– terugvalopties ingeval van incidenten.

   

De vergunninghouder heeft op basis van een eigen risicobeoordeling maatregelen gespecificeerd betreffende naleving, waaronder in ieder geval:

– naleving van wettelijke en contractuele vereisten;

– toetsing van informatiebeveiliging.

Terug naar begin van de pagina