Besluit aanwijzing toezichtautoriteiten ex de Wet ter voorkoming van witwassen en [...] inzake handhaving en sanctionering van die wet

Geraadpleegd op 25-02-2026.
Geldend van 01-01-2026 t/m heden.

Besluit van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, van 21 december 2012, kenmerk: FM 2012-1985 M, tot aanwijzing van toezichtautoriteiten in de zin van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES en bekendmaking van de mandaatverlening inzake handhaving en sanctionering van die wet

Artikel 1

Als toezichtautoriteit in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel p, onder 1°, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES worden aangewezen de hierna te noemen bestuursorganen voor zover het betreft de diensten bedoeld in de daarbij te noemen onderdelen van Bijlage A bij die wet:

  • a. de Stichting Autoriteit Financiële Markten: onderdelen e, voor zover het betreft het bemiddelen bij het sluiten van een levensverzekering tegen een premie als bedoeld in de Wet financiële markten BES, u en v;

  • b. De Nederlandsche Bank N.V.: onderdelen a tot en met d, e, voor zover het betreft het sluiten van een levensverzekering tegen een premie als bedoeld in de Wet financiële markten BES, f tot en met k, p tot en met t en w.

Artikel 2

Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de hoofdstukken 1 tot en met 3 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES gestelde regels, voor zover het betreft de diensten, bedoeld in de onderdelen l tot en met o van Bijlage A bij die wet, worden belast de medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.

Artikel 3

Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens hoofdstuk 4 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES gestelde regels, worden, naast de bij of krachtens de Douane- en Accijnswet BES aangewezen personen, belast de medewerkers van de Belastingdienst/Caribisch Nederland.

Artikel 4

  • 2 De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, ondermandaat verlenen aan de medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.

  • 4 De directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het derde lid, ondermandaat verlenen aan de medewerkers van de Belastingdienst/Caribisch Nederland.

Artikel 5

  • 1 Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten in het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, eerste lid, met uitzondering van het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning.

  • 2 Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

  • 3 De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat respectievelijk ondervolmacht verlenen aan medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.

Artikel 6

  • 1 Aan de algemeen directeur van het CJIB wordt machtiging verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

  • 2 In het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt aan de algemeen directeur van het CJIB mandaat verleend voor het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning, alsmede voor het treffen van betalingsregelingen en het verlenen van uitstel van betaling.

  • 3 De algemeen directeur van het CJIB kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden machtiging respectievelijk ondermandaat verlenen aan medewerkers van het CJIB.

Artikel 7

  • 1 Aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland wordt machtiging en volmacht verleend voor het verrichten van feitelijke handelingen of rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, derde lid.

  • 2 Aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheid om verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, derde lid, in te vorderen bij dwangbevel.

  • 3 De directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en tweede lid, ondermachtiging, respectievelijk ondervolmacht of ondermandaat verlenen aan medewerkers van de Belastingdienst/Caribisch Nederland.

Artikel 8

  • 1 Aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën wordt mandaat verleend om te beslissen op bezwaarschriften tegen op grond van de artikelen 4, eerste lid, en 5, tweede lid, in mandaat genomen besluiten.

  • 2 De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën kan ondermandaat verlenen aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit voor de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid, voor zover dit ziet op besluiten die de directeur niet in mandaat neemt. De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan het aan hem verleende ondermandaat aan onder hem ressorterende medewerkers doormandateren.

  • 3 Aan de directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland wordt mandaat verleend om te beslissen op bezwaarschriften tegen op grond van de artikelen 4, derde lid, en 6, tweede lid, in mandaat genomen besluiten.

  • 4 De directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland kan ondermandaat verlenen aan de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland voor de bevoegdheid bedoeld in het derde lid, voor zover dit ziet op besluiten die de directeur niet in mandaat neemt. De directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland kan het aan hem verleende ondermandaat aan onder hem ressorterende medewerkers doormandateren.

Artikel 9

  • 1 De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën en de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit zijn gemachtigd tot het voeren van verweer in gerechtelijke procedures die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, eerste lid. Zij kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermachtiging verlenen.

  • 2 De directeur-generaal van de Belastingdienst Nederland en de directeur van de Belastingdienst/Caribisch Nederland zijn gemachtigd tot het voeren van verweer in gerechtelijke procedures die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in artikel 4, derde lid. Zij kunnen aan onder hen ressorterende medewerkers ter zake ondermachtiging verlenen.

Artikel 10

Het krachtens mandaat, machtiging of volmacht ondertekenen van stukken geschiedt als volgt:

DE MINISTER VAN FINANCIËN,

namens deze,

(handtekening)

gevolgd door naam en functie van de gemandateerde, gemachtigde of gevolmachtigde functionaris

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Financiën,

J.R.V.A. Dijsselbloem