Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving

Geraadpleegd op 08-02-2023.
Geldend van 18-12-2015 t/m 30-09-2016

Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 november 2012, G&VW/AA/2012/16953, tot vaststelling van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 33, eerste en tweede lid, en 34 van de Arbeidsomstandighedenwet;

Besluit:

Artikel 1. Boeteoplegging

  • 1 In deze beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen overtredingen, te weten:

    • a. een zware overtreding (ZO), oftewel een overtreding die in de bijlage als ZO is aangemerkt en waarvoor direct een boete wordt gegeven;

    • b. een overtreding met directe boete (ODB), oftewel een overtreding die in de bijlage als ODB is aangemerkt en waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt gegeven; en

    • c. een overige overtreding (OO), oftewel een overtreding die in de bijlage als OO is aangemerkt en waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven of een eis wordt gesteld en pas, nadat dezelfde of soortgelijke overtreding opnieuw wordt geconstateerd, wordt overgegaan tot boeteoplegging.

  • 2 Hiernaast geldt in deze beleidsregel als overtreding met directe boete de overtreding die de directe aanleiding is geweest voor een arbeidsongeval als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.

  • 3

    • a. Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 33, eerste en tweede lid, en artikel 34 van de Arbeidsomstandighedenwet worden zeven categorieën normbedragen onderscheiden, te weten:

      • 1°. het 1e normbedrag € 340;

      • 2°. het 2e normbedrag € 750;

      • 3°. het 3e normbedrag € 1500;

      • 4°. het 4e normbedrag € 3000;

      • 5°. het 5e normbedrag € 4500;

      • 6°. het 6e normbedrag € 9000;

      • 7°. het 7e normbedrag € 13500;

    • b. In afwijking van onderdeel a wordt voor het door een werkgever niet onverwijld melden van een arbeidsongeval als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet en waarbij de toezichthouder geen onderzoek meer kan verrichten, een boetenormbedrag opgenomen van € 50000.

  • 4 Overtredingen die meermalen voorkomen, kunnen maximaal drie keer in de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete worden meegenomen.

  • 5 De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, in geval er sprake is van meer dan één overtreding, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.

  • 6 De bestuurlijke boete die per boetebeschikking aan een werknemer kan worden opgelegd, bedraagt maximaal € 450.

  • 7 In de bijlage bij deze beleidsregel is per artikel, artikellid of onderdeel daarvan, dat is aangemerkt als overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet, aangegeven welk categorie normbedrag zal worden opgelegd en om welk type overtreding het gaat.

    Tevens is in de bijlage aangegeven voor welke overtredingen een boete aan een werknemer kan worden opgelegd.

  • 8 De in het derde lid genoemde normbedragen zijn uitgangspunt voor de berekening van op te leggen bestuurlijke boetes voor bedrijven of instellingen met 500 of meer werknemers. Voor bedrijven of instellingen van geringere omvang geldt het volgende:

    • a. bedrijven of instellingen met minder dan 5 werknemers betalen 10 procent;

    • b. bedrijven of instellingen met 5 tot en met 9 werknemers betalen 20 procent;

    • c. bedrijven of instellingen met 10 tot en met 39 werknemers betalen 30 procent;

    • d. bedrijven of instellingen met 40 tot en met 99 werknemers betalen 50 procent;

    • e. bedrijven of instellingen met 100 tot en met 249 werknemers betalen 60 procent;

    • f. bedrijven of instellingen met 250 tot en met 499 werknemers betalen 80 procent.

    Een al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerd normbedrag is het uitgangsbedrag voor eventuele verdere boeteberekening.

    Bij overtredingen begaan door anderen dan de werkgever, te weten: de opdrachtgever, de ontwerpende partij en de uitvoerende partij bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, wordt niet gecorrigeerd naar het aantal werknemers. In dat geval zijn de in de bijlage genoemde normbedragen uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete.

    Bij overtredingen begaan door werknemers of zelfstandigen geldt als uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete een normbedrag dat is gecorrigeerd voor bedrijven of instellingen met minder dan 5 werknemers of zelfstandigen.

  • 9

    • a. Voor de boeteberekening van overtredingen geconstateerd op locaties of in filialen, wordt als bedrijfs/instellingsgrootte het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd;

    • b. Voor een bestuurlijke boete die wordt opgelegd aan degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn wordt voor de bedrijfsgrootte uitgegaan van het aantal vrijwilligers dat ten tijde van de overtreding werkzaam was op de locatie waar de overtreding heeft plaatsgevonden. Indien bij degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn, ook werknemers werkzaam zijn, wordt voor de bedrijfsgrootte uitgegaan van het totaal aantal werknemers en vrijwilligers.

  • 10 Bij de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete kunnen één of meer van de volgende factoren aan de orde zijn en leiden tot verhoging van het al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerde normbedrag:

    • a. bij een arbeidsongeval dat leidt tot de dood worden de boetenormbedragen van de daaraan ten grondslag liggende overtredingen vermenigvuldigd met vijf;

    • b. bij een arbeidsongeval dat leidt tot een blijvend letsel of een ziekenhuisopname als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet worden de boetenormbedragen van de daaraan ten grondslag liggende overtredingen vermenigvuldigd met vier;

    • c. in het geval van zware overtredingen (ZO), wordt het normbedrag vermenigvuldigd met twee;

    • d. indien meer dan tien, respectievelijk meer dan vijftig werknemers aan een niet-administratieve overtreding zijn blootgesteld wordt het normbedrag vermenigvuldigd met anderhalf, respectievelijk twee.

  • 11 Indien de werkgever aantoont dat hij inspanningen heeft verricht, gericht op het voorkomen van de overtreding in het concrete geval, kan dit leiden tot matiging van het al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerde normbedrag. De volgende inspanningen kunnen leiden tot een matiging van 25% per onderdeel:

    • a. als de risico’s van de concrete werkzaamheden voldoende zijn geïnventariseerd en een veilige werkwijze is ontwikkeld die voldoet aan de vereisten van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet;

    • b. als de noodzakelijke randvoorwaarden zijn gecreëerd voor het toepassen van een veilige werkwijze;

    • c. als er adequate instructies zijn gegeven;

    • d. als er adequaat toezicht is gehouden.

  • 12 Als werkgever in de zin van het elfde lid wordt mede begrepen degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn.

  • 13 Bij de vaststelling of sprake is van herhaling van dezelfde of soortgelijke overtredingen wordt bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen gehandeld alsof deze afzonderlijke ondernemingen zijn.

  • 14 Indien rechtspersonen langer dan zes aaneengesloten maanden op dezelfde bouwlocatie werkzaamheden verrichten, wordt die bouwlocatie beschouwd als nevenvestiging als bedoeld in het dertiende.

Artikel 4. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving.

Deze beleidsregel zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 27 november 2012

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

L.F. Asscher.

Bijlage behorend bij de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving

Tarieflijst bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwetgeving

 

tarieven Arbowet

 

tarieven Arbobesluit

 

tarieven Arboregeling

  • * Ten aanzien van de feiten waar een asterisk (*) achter de boetenormbedragen is geplaatst, kan ook een werknemer worden beboet, indien deze op grond van de desbetreffende bepalingen:

    • a. de ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen en hulpmiddelen niet overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften gebruikt en zindelijk houdt (zie artikel 9.3, eerste lid, Arbobesluit, juncto artikel 11, aanhef en onder a en b. Arbowet of

    • b. de betreffende voorschriften en verboden niet naleeft (zie artikel 9.3, tweede lid, Arbobesluit).

Leeswijzer:

In de hieronder staande tabel wordt per beboetbaar artikel van de Arboregelgeving aangegeven welke categorie boetenormbedrag van toepassing is en of op grond van dit artikel tevens een werknemersboete kan worden opgelegd. In de laatste kolom staat ZO voor zware overtreding, ODB voor een overtreding waarvoor direct een boete volgt en OO voor een overige overtreding (OO). Een actuele versie van de regelgeving is te vinden op www.overheid.nl

Artikel

Lid

Onderdeel

Categorie normbedrag

Werknemersboete

Type overtreding

Arbowet

         

3

1

 

4

 

OO

 

2

 

3

 

OO

 

3 en 4

 

2

 

OO

4

1

 

4

 

OO

5

1

 

4

 

OO

 

2 t/m 4

 

2

 

OO

 

5

 

3

 

OO

 

6

 

1

 

OO

8

1 t/m 3

 

2

 

OO

 

4

 

4

 

ODB1

 

5

 

3

 

OO

9

1

 

50.000 euro, 5 en 3, afhankelijk van de situatie2

 

ODB3

 

2

 

2

 

OO

10

   

7

 

ZO4

11

   

2

*

ZO5

13

1 t/m 3

 

3

 

OO

 

4

 

4

 

OO

 

9

 

2

 

OO

 

10

 

3

 

OO

14

1 en 2

 

3

 

OO

 

7

 

2

 

OO

14a

2 en 3

 

3

 

OO

 

4

 

2

 

OO

15

1 en 3

 

4

 

OO

18

   

1

 

OO

19

1

 

2

 

OO

 

2

 

1

 

OO

Arbobesluit

         

1.5ha

   

3

*

OO/ODB5a

1.36

1 en 2

 

2

 

OO

1.37

1

 

4

 

ODB6

 

2

 

5

 

ODB7

1.38

   

1

 

OO

Afdeling 9

         

1.41

   

2

 

OO

1.42

1 t/m 4

 

3

 

OO

1.42a

   

2

 

OO

Afdeling 10

         

1.44

   

1

 

OO

1.46

2, 3, 4 en 12

 

2

 

OO

 

5, 6, 7, 9, 10 en 11

 

6

 

ZO (lid 59,

610, 710a, en 911)/OO (lid 10 en 11)

 

8

 

4

 

OO

1.48

   

2

 

OO

1.49

2, 3

 

6

 

ZO (lid 212) OO (3)

 

4, 5, 6

 

4

 

OO

1.51

   

1

 

OO

1.52

   

3

 

OO

1.53

   

2

*

OO

Afdeling 1

         

2.1

1 en 2

 

2

 

OO

Afdeling 3

         

2.13

1 en 2

 

1

 

OO

2.14a

1 en 2

 

4

 

OO

Afdeling 4

         

2.15

1

 

5

 

OO

 

2

 

2

 

OO

Afdeling 5

         

2.26

   

4

 

OO

2.27

1

 

4

 

ODB13

 

2

 

1

 

OO

2.28

1 en 2

 

4

 

ODB14 (lid 1)

2.29

   

4

 

OO

2.32

1 en 2

 

4

 

OO

2.33

   

4

 

OO

2.34

   

4

 

OO

2.35

1

a t/m d

4

 

OO

   

e

2

 

OO

   

f

4

 

OO

   

g en h

2

 

OO

   

i en j

5

 

OO

 

2

 

4

 

OO

 

3

 

5

 

OO

Afdeling 6

         

2.41

1 t/m 3

 

4

 

OO

 

4

 

2

 

OO

 

5

 

3

 

OO

 

6

 

2

 

OO

2.42

2 en 3

 

4

 

ODB15(lid 2)/OO

 

4

 

3

 

OO

 

6

 

4

 

OO

2.42a

1

 

4

 

OO

 

2

 

4

 

OO

2.42b

   

1

 

OO

2.42c

1

 

6

 

OO

 

2

 

1

 

OO

Afdeling 6a

         

2.42e

1

 

7

 

ZO16

2.42f

1 en 3

 

7

 

ZO17

 

2

 

4

 

OO

2.42g

   

2

*

OO

2.42h

1

 

4

 

ODB18

 

2 t/m 4

 

2

 

OO

Afdeling 7

         

2.43

2

 

1

 

OO

Afdeling 1

         

3.1b

   

4

 

OO

3.2

1 bij aanrijdgevaar

 

6

 

ZO19 (lid 1)

3.2

Overig 1 t/m 3

 

4

 

OO

3.3

1 en 2

 

6

 

ZO20

3.4

1 en 2

 

5

 

ZO21 (lid 2)/OO

 

3

 

1

 

OO

3.5

1 en 2

 

4

*

OO

 

3, 4 en 7

 

5

*

ZO22 (lid 3, 4 en 7)/OO

3.5b

2

 

4

 

OO

3.5c

1 t/m 3

 

3

 

OO

 

4

 

2

 

OO

3.5d

1 t/m 3

 

6

 

ZO23 (lid 1 en 2)/OO

 

4

 

4

 

OO

 

5

 

3

 

OO

 

6

 

2

 

OO

3.5e

 

a, b, e en h

6

 

ZO24 (a, b en e)/OO

   

c, d, f, g en i

4

 

OO

3.5f

 

a en b

2

 

OO

   

c, d en e

4

 

OO

   

f

5

 

ODB25

3.5g

1 en 2

 

7

*(lid 1)

ZO26

 

4

 

6

 

OO

3.5h

2 en 4

 

4

*

OO/ODB27(lid 4)

 

3

 

6

 

ZO28

 

5

 

1

*

OO

3.6

1 en 2

 

5

 

ZO (lid 1)29/OO

3.7

1 en 2

 

5

 

ZO30 (lid 1 en 2)

 

3 t/m 6

 

2

 

OO

3.8

1 en 2

 

3

 

OO

 

3 en 4

 

2

 

OO

3.9

   

4

 

OO

3.10

   

5

 

OO

3.11

1 en 4

 

2

 

OO

 

2 en 3

 

1

 

OO

3.12

1 en 2

 

2

 

OO

3.13

1 t/m 4 en

8 t/m 10

 

2

 

OO

 

5 t/m 7

 

3

 

OO

3.14

1 t/m 7

 

3

 

OO

3.15

1

 

2

 

OO

 

2

 

3

 

OO

3.16

1 en 5

 

6

 

ZO (lid 131 en 531a)

3.17

   

6

 

ZO32

3.18

1

 

5

 

OO

 

2

 

2

 

ZO33

3.19

1 t/m 3

 

2

 

OO

3.20

   

2

 

OO

3.21

   

2

 

OO

3.22

1 t/m 4

 

2

 

OO

3.23

1 t/m 3

 

2

 

OO

3.24

1 t/m 3

 

2

 

OO

3.25

1 t/m 6

 

2

 

OO

Afdeling 2

         

3.27

1 t/m 3

 

2

 

OO

3.28

1

 

6

 

ZO34

 

2

 

4

 

OO

3.29

1 en 4

 

4

 

OO

 

2, 3 en 5

 

5

 

ZO35 (lid 2 en 5)/OO

3.30

1 en 2

 

5

 

ZO36 (lid 1 en 2)/OO

3.31

1

 

4

 

OO

 

2

 

5

 

ZO37

Afdeling 3

         

3.33

   

2

 

OO

3.34

   

2

 

OO

3.35

1 en 2

 

5

 

OO

 

3

 

2

 

OO

Afdeling 3a

         

3.37

1 en 2

 

3

 

OO

Afdeling 3b

         

3.37b

1 en 2

 

2

 

OO

3.37c

1 en 2

 

5

 

ZO (lid1 )38/OO

3.37d

1 en 2

 

6

 

OO

3.37e

1

 

5

 

ZO39

 

2 en 3

 

3

 

OO

3.37f

1 en 2

 

5

 

OO

3.37g

1

 

6

 

OO

 

2

 

4

 

OO

 

3

 

5

 

OO

3.37h

   

2

 

OO

3.37i

   

1

 

OO

Afdeling 3c

         

3.37k

1 en 2

 

5

 

OO

3.37m

   

6

 

OO

3.37n

1

 

5

 

OO

 

2

 

2

 

OO

3.37p

1 en 2

 

6

 

OO

3.37q

1 en 3

 

4

 

OO

3.37r

1 t/m 4

 

5

 

OO

3.37s

1, 5 en 6

 

1

 

OO

 

2 en 3

 

6

 

OO

 

4

 

4

 

OO

3.37t

1, 2 en 4

 

5

 

ODB40

 

3

 

3

 

OO

3.37u

   

5

 

OO

3.37v

1 t/m 3

 

7

 

ZO41

3.37w

1 en 3

 

2

 

OO

 

2

a

6

 

OO

   

b t/m e

4

 

OO

 

4

 

2

 

OO

3.37y

   

5

 

OO

Afdeling 5

         

3.46

   

5

 

ODB42

3.48

   

2

 

OO

Afdeling 1

         

4.1b

1 en 243

 

6

 

OO

4.1c

1

a t/m g, i, j en l

6

* (sub l)

ZO (f44 en g44a) /OO

   

h

3

*

OO

   

k

2

*

OO

 

2

 

6

 

OO

4.1d

   

2

 

OO

4.2

1 t/m 7

 

3

 

OO

 

8

 

4

 

OO

4.2a

   

2

 

OO

4.3

2 t/m 4

 

6

 

OO

4.4

1 t/m 5

 

6

 

ZO (lid 1)45/OO

 

6

 

4

 

OO

4.5

1

 

4

 

OO

 

2 en 3

 

7

 

ZO46

4.6

1 en 2

 

6

 

ZO47 (lid 1)/OO

4.7

1

 

4

 

OO

 

2

 

6

 

OO

 

3

a

6

 

OO

   

b

6

 

ZO48

   

f

2

 

OO

   

c en d

6

*

OO

   

e

4

 

OO

 

4 en 5

 

1

 

OO

4.8

1 t/m 3

 

4

* Lid 2 en 3

OO /ODB (lid 2 en 3)49

 

4

 

1

*

OO

4.9

1

 

6

 

ZO50

 

2

 

4

*

ODB51

 

3

 

1

*

OO

4.10

2

 

4

 

ODB51a

 

3

 

1

 

OO

4.10a

1, 2, 4 en 5

 

3

 

OO

4.10b

1 en 2

 

3

 

OO

4.10c

4 en 5

 

3

 

OO

4.10d

1, 3 en 4

 

3

 

OO

 

2

 

3

 

OO

Afdeling 2

         

4.13

   

2

 

OO

4.15

1 en 2

 

1

 

OO

4.16

2 t/m 4

 

6

 

OO/ZO (lid 352 en 453)

4.17

   

6

 

OO

4.18

1 t/m 3

 

6

 

OO

 

4

 

4

 

OO

4.19

a en b

 

4

* sub a

OO

 

c

 

2

 

OO

 

d en e

 

6

 

OO

4.20

1 t/m 5

 

4

 

OO

4.23

2

 

1

 

OO

Afdeling 5

         

4.45

1

 

6

*

ZO54

4.45a

   

3

 

OO

4.45b

1 en 2

 

3

 

OO

4.46

   

6

 

ZO55

4.47

1,2, 5 en 6

 

3

 

OO

 

7 en 8

 

4

 

OO

4.47a

1 en 3

 

6

* Lid 3

ZO56

 

4 t/m 6 en 8

 

3

 

OO

4.47b

1

 

4

 

OO

 

2

 

3

 

OO

4.47c

1 en 2

 

4

 

ODB57

4.48a

1 en 4

 

6

*

ZO58

 

2 onderdeel b

 

2

*

OO

4.50

1 t/m 4

 

4

 

ODB (lid 1 en 4)59/ OO

 

5

 

6

*

ZO60

 

6

 

1

*

OO

4.51

1 t/m 3

 

4

*

OO

4.51a

1 t/m 4

 

4

 

ZO61

4.52

1 en 4

 

1

 

OO

 

3

 

6

 

ODB62

 

4

 

1

 

OO

4.53

1 t/m 3

 

1

 

OO

4.54

   

4

 

ZO63

4.54a

1

 

4

 

ZO64/ODB65

 

2

 

4

 

ODB66

 

3 en 4

 

4

 

OO/ODB (lid 4)66a

 

5 en 6

 

1

 

OO

4.54d

1, 5 en 7

 

7

 

ZO67

 

3

 

1

 

ODB68

 

4

 

4

*

OO

 

6 en 8

 

4

*

ODB69

 

9

 

1

 

OO

Afdeling 6

         

4.58

1 en 2

 

7

 

ZO70

4.59

1 en 2

 

7

 

ZO71

4.60

1 en 3

 

7

 

ZO72

4.61

2

 

7

 

ZO73

 

3 t/m 5

 

5

*

ZO74(lid 3 en 5)/OO

4.61a

1 en 3

 

7

 

ZO75

4.61b

1

 

7

 

ZO76

Afdeling 7

         

4.62b

   

6

 

ODB77

Afdeling 9

         

4.85

1 en 2

 

3

 

OO

 

3

 

3

 

OO

4.86

3

 

3

*

OO

4.87

   

6

 

OO

4.87a

1 en 2

 

6

 

ZO78 (lid 1)/OO

 

3

 

Lid 3 wordt beboet via lid 2

* onder d

 

4.87b

1

 

6

 

OO

 

2

 

3

 

OO

4.88

   

2

 

OO

4.89

1 t/m 7

 

4

* Lid 1 en 4

OO

4.90

1

 

2

 

OO

 

2 t/m 6

 

1

 

OO

4.91

1 t/m 3, 10

 

1

 

OO

 

5

 

6

 

OO

 

6

 

4

 

OO

4.94

1, 3 en 5

 

4

 

ODB79

4.95

   

4

 

ODB80

4.96

   

1

 

OO

4.97

1 en 2

 

2

 

OO

4.98

   

6

 

OO

4.99

1 en 2

 

6

 

OO

4.100

1

 

6

 

OO

4.101

   

6

 

OO

4.102

1

 

2

 

OO

 

2

 

1

 

OO

Afdeling 10

         

4.105

1 t/m 3

 

7

 

ZO81

4.106

   

5

 

ODB82

4.108

1 en 2

 

7

 

ZO83

4.109

   

7

 

ZO84

Afdeling 1

         

5.2

   

5

 

OO

5.3

a

 

5

 

ODB bij verschillende fysiek belastende werkzaamheden, per 01-09-201285, OO

 

b

 

2

 

OO

5.4

   

2

 

OO

5.5

1 en 2

 

2

 

OO

Afdeling 2

         

5.9

1

 

2

 

OO

 

2

 

4

 

OO

5.10

   

2

 

OO

5.11

1 t/m 3

 

1

 

OO

 

4

 

2

 

OO

5.13a

a. t/m d.

 

7

 

ZO86

Afdeling 1

         

6.1

1 en 2

 

2

 

OO

6.2

1 t/m 4

 

2

 

OO

 

6

 

4

 

OO

Afdeling 2

         

6.3

1 t/m 4

 

2

 

OO

6.4

   

2

 

OO

Afdeling 3

         

6.7

1 t/m 4

 

3

 

OO

 

6 en 8

 

1

 

OO

6.8

1, 3, 7 10 en 11

 

5

 

OO/ZO (lid 10)87

 

4 en 5

 

2

 

OO

 

6

 

3

 

OO

 

9

 

4

 

ZO88

6.9

   

5

 

OO

6.10

1 t/m 8

 

1

 

OO

6.10a

1

 

1

 

OO

 

2

 

3

 

OO

6.11

   

2

 

OO

Afdeling 3a

         

6.11b

1 t/m 3 en 6

 

3

 

OO

 

4

 

1

 

OO

6.11c

1

 

3

 

OO

 

2 en 3

 

6

 

ZO89

6.11d

   

2

 

OO

6.11e

1,2 en 4

 

1

 

OO

Afdeling 4

         

6.12

1 t/m 4

 

5

 

OO

 

5

 

4

 

OO

Afdeling 4a

         

6.12e

1

 

5

 

OO

 

2

 

3

 

OO

 

3

 

2

 

OO

 

4

 

6

 

ZO90

 

5

 

1

 

OO

6.12f

1 en 2

 

2

 

OO

6.12g

1 t/m 4

 

1

 

OO

Afdeling 5

         

6.14

   

2

*

OO

6.14a

1 t/m 3

 

4

 

OO/ ODB91 (lid 3)

 

5

 

6

*

ZO92

6.15

1

a

2

 

OO

   

b en d

6

 

ZO93 (onder b)

   

c

4

*

OO

 

2

 

4

 

OO

6.15a

1

 

4

 

OO

 

2

 

1

 

OO

6.16

1

 

6

*

ZO94

 

2, 3, 6 en 7

 

4

*

OO/ODB95 (lid 3, 6 en 7)

 

5 en 8

 

1

*

OO

6.17

1 en 2

 

4

 

ODB96 (lid 1)/OO

 

3

 

1

 

OO

6.18

1 t/m 4

 

6

* Lid 4

ZO97(lid 1 en 2)/OO

6.19

1

 

6

*

ZO98

 

2 t/m 4

 

4

 

ODB 99 (lid 2)/OO

6.20

1 t/m 4

 

6

* Lid 4

ZO (lid 1 en 2100)/OO

Afdeling 5a

         

6.20b

1 en 2

 

6

 

OO

 

3

a

3

 

OO

   

b

1

 

OO

 

4

 

1

 

OO

Afdeling 5b

         

6.20e

   

2

 

OO

6.27

1 t/m 4

 

7

 

ZO101

6.29

   

7

 

ZO102

6.29a

   

7

 

ZO103

6.29b

   

7

 

ZO104

6.29c

   

7

 

ZO105

Afdeling 1

         

7.2

1

 

6

 

OO

Afdeling 2

         

7.3

1 t/m 4

 

4

 

OO /ZO (lid 2106 en 4107)

7.4

1 t/m 4

 

6

 

OO /ZO (lid 3108 en 4109)

7.4a

1 t/m 5

 

4

 

OO

 

6

 

1

 

OO

7.5

1 t/m 3 en 5

 

6

* Lid 2 en 3

OO/ZO (lid 2110,3111 en 5112)

 

4

 

1

 

OO

7.6

1 en 2

 

4

 

OO

7.7

1 t/m 7

 

6

 

ZO (lid 1113)/OO

7.8

   

4

 

OO

7.9

   

6

 

ZO114

7.10

   

2

 

OO

7.11

1 en 2

 

6

 

OO/ZO (lid 2115)

7.11a

1 en 2

 

1

 

OO

Afdeling 3

         

7.13

1 t/m 7

 

4

* Lid 7

OO

7.14

1

 

6

 

OO

7.15

1 t/m 3

 

6

 

OO

7.16

   

6

 

ZO116

Afdeling 4

         

7.17a

1, 2, 4, 5, 6

 

6

 

ZO (lid 1117, 2118 en 5119) /OO

 

7

 

4

 

OO

7.17b

2a

 

4

 

OO

 

2b, c, d, e, 5 en 6

 

6

 

ZO (lid 2c en d120)/OO

 

3

 

4

 

OO

 

4

 

3

 

OO

7.17c

1 en 8

 

4

* Lid 8

ODB (lid 1121)/OO

 

2, 3 en 7

 

6

*

ZO (lid 2122)/OO

 

4, 5, 6

 

4

 

OO

7.17d

   

4

 

OO

7.18

1 en 5

 

2

 

OO

 

2, 4, 6, 7 en 8

 

6

*

ZO (lid 2123, 6124 en 7125)/ODB (lid 4126)/OO (lid 8)

 

3 en 9

 

4

* Lid 9

OO

7.18a

2, 3, 11 en 13

 

6

* Lid 2, 3 en 13

ZO (lid 3127 en 13128)/OO

 

4, 5, 6, 7, 9 en 12

 

4

 

OO

 

8 en 10

 

2

* Lid 10

OO

7.18b

1, 2 en 3

 

6

 

ZO (lid 1129)/OO

 

4

 

4

 

OO

7.20

1 en 4

 

6

* Lid 4

OO/ZO (lid 4130)

 

2 en 3

 

2

 

OO

 

5 en 6

 

4

 

OO

 

7

 

1

 

OO

7.21

1 en 2

 

6

* Lid 2

ZO131

7.23

1 t/m 11

 

6

 

ZO (lid 1132, 5133, 6134, 7135, 9136 en 11137)/OO

7.23a

1 t/m 3

 

6

 

ZO138

7.23b

1

 

3

 

OO

 

2 en 9

 

4

 

OO

 

3 t/m 7

 

6

 

ZO (lid 3139, 4140, 5141, 7142)/OO

 

8

 

2

 

OO

 

10

 

1

 

OO

7.23c

1a tm e en 2

 

6

* Lid 1b

ZO (lid 1a en d143)/OO

 

1f en g

 

4

 

OO /ODB (lid 1g144)

7.23d

1, 2, 3, 4, 5 en 6 a en b

 

Een bestuurlijke boete volgt in combinatie (juncto) artikel 7.18 lid 4

 

ZO145

7.24

1 en 2

 

4

* Lid 1

OO

7.25

1, 3, 4, 5 en 7

 

4

 

ZO (lid 1146 en 7147)/OO

 

2

 

2

 

OO

 

6

 

6

*

ZO148

7.26

1 en 2

 

6

 

OO

7.27

1

 

1

 

OO

 

2

 

6

 

ZO149

7.28

   

4

 

ZO150

7.29

2, 3, 4, 5 en 6

 

4

 

OO

 

7 en 8

 

3

 

ODB (lid 7151)/OO

 

10

 

1

 

OO

7.30

1

 

2

 

OO

Afdeling 5

         

7.32

1

 

4

*

ODB152

 

2

 

1

*

OO

7.34

1

 

4

 

OO

 

2 en 3

 

6

 

ZO153

7.35

1 en 2

 

4

 

OO

Afdeling 5a

         

7.36b

1 tm 4, tweede volzin

 

4

 

OO

 

4, eerste volzin

 

2

 

OO

 

4, derde volzin

 

1

 

OO

Afdeling 6

         

7.39

   

5

 

ZO154

Afdeling 1

         

8.1

1 en 6

 

1

 

OO

 

2, 3, 4, 5, 7 en 8

 

3

* Lid 4, 5, 7 en 8

OO

8.2

   

2

 

OO

8.3

1 t/m 4

 

3

* Lid 1 en 3

ZO (lid 1155 en 2156)/OO

Afdeling 2

         

8.4

   

2

 

OO

Arboregeling

         

Paragraaf 3.2

         

3.4

1

 

4

 

OO

 

2

 

2

 

OO

3.5

1 en 2

 

2

 

OO

3.11

1 t/m 5

 

4

 

OO

3.12

1 t/m 3

 

4

 

OO

3.13

1 en 2

 

4

 

OO

 

3

 

2

 

OO

3.14

2

 

1

 

OO

Paragraaf 4.1

         

4.3

   

6

 

OO

4.4

1 t/m 3

 

6

 

OO

 

4

 

4

 

OO

4.5

   

4

 

OO

4.6

1 en 2

 

6

 

OO

4.7

1 t/m 6

 

6

 

OO

4.9

1 t/m 3

 

4

 

OO

 

4

 

1

 

OO

4.11

   

6

 

OO

4.12

1 en 2

 

6

 

OO

4.13

   

4

 

OO

Paragraaf 4.3

         

4.18

   

3

 

OO

Paragraaf 4.4

         

4.19

2

 

3

 

OO

4.20

2

 

3

 

OO

4.20a

1 en 2

 

3

 

OO

4.20b

1, 3, 4 en 5

 

3

 

OO

Paragraaf 4.5

         

4.22

   

3

 

OO

4.23

   

3

 

OO

4.24

1 en 2

 

3

 

OO

4.25

   

3

 

OO

4.26

1 en 2

 

3

 

OO

Hoofdstuk 5

         

5.1

a t/m n

 

1

 

OO

5.2

a t/m g

 

1

 

OO

5.3

a t/m f

 

1

 

OO

Hoofdstuk 8

         

8.2

1 t/m 5

 

2

 

OO

8.3

1 en 2

 

2

 

OO

8.4

3

 

2

 

OO

8.5

   

2

 

OO

8.6

   

2

 

OO

8.7

1 t/m 3

 

2

 

OO

8.8

   

2

 

OO

8.9

1 t/m 3

 

2

 

OO

8.10

1 t/m 7

 

2

 

OO

8.11

1 t/m 3

 

2

 

OO

8.12

1 en 2

 

2

 

OO

8.13

   

2

 

OO

8.14

1 en 2

 

2

 

OO

8.15

1 en 2

 

2

 

OO

8.16

   

2

 

OO

8.17

1 t/m 3

 

2

 

OO

8.18

1 t/m 4

 

2

 

OO

8.19

1 t/m 3

 

2

 

OO

8.20

1 t/m 5

 

2

 

OO

8.21

   

2

 

OO

8.22

1 en 2

 

2

 

OO

8.23

1 t/m 4

 

2

 

OO

8.24

   

2

 

OO

8.25

   

2

 

OO

8.26

   

2

 

OO

8.27

1 en 2

 

2

 

OO

8.28

   

2

 

OO

8.29

1 en 2

 

2

 

OO

1 De ODB luidt: het onvoldoende toezien op de naleving van instructies en voorschriften bij werkzaamheden waaraan risico’s voor werknemers zijn verbonden.

2 Bij het niet onverwijld melden van een arbeidsongeval kunnen zich drie situaties voordoen, die, tot een verschillend boetenormbedrag kunnen leiden, deze betreffen:

1. te laat gemeld en niet meer te onderzoeken (50.000 euro);

2. te laat gemeld door een ander dan de werkgever en nog wel te onderzoeken (categorie 5);

3. te laat gemeld door de werkgever en nog wel te onderzoeken (categorie 3).

3 De ODB luidt: het niet (direct) melden van een dodelijk arbeidsongeval of een arbeidsongeval dat leidt tot een blijvend letsel of een ziekenhuisopname.

4 De ZO luidt: het niet nemen van doeltreffende maatregelen indien bij of in rechtstreeks verband met de arbeid die de werkgever door zijn werknemers doet verrichten in een bedrijf of een inrichting of in de onmiddellijke omgeving daarvan gevaar kan ontstaan voor de veiligheid of de gezondheid van andere personen dan die werknemers.

5 De ZO luidt: Het niet of onjuist gebruiken van ter beschikking gestelde noodzakelijke beveiligingen of persoonlijke beschermingsmiddelen door een werknemer, waardoor ernstig gevaar bestaat voor de werknemer zelf of voor andere personen dan de werknemer.

5a De ODB luidt: Het bij tijdelijke en incidentele dienstverlening in gereglementeerde beroepen onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal.

6 De ODB luidt: Het ontbreken van adequaat deskundig toezicht op jeugdige werknemers.

7 De ODB luidt: Het ontbreken van adequaat deskundig toezicht op jeugdige werknemers om specifieke gevaren voor jeugdige werknemers te voorkomen.

8De ZO luidt: Het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid met gevaarlijke stoffen die niet zijn toegestaan

9 De ZO luidt: Het blootstellen van werknemers die plaatsonafhankelijke arbeid verrichten, aan concentraties van stoffen in de individuele ademhalingszone van een werknemer aan meer dan twee maal de (wettelijke of door de werkgever vastgestelde) grenswaarde of aan meer dan de ceilingwaarde.

10 De ZO luidt: Het door werknemers die plaatsonafhankelijke arbeid verrichten, laten werken met stoffen als bedoeld in artikel 1.46, zesde lid, waarbij direct contact met de huid mogelijk is en die kunnen leiden tot ernstige schade aan de gezondheid.

10a De ZO luidt: Het door werknemers die plaatsonafhankelijke arbeid verrichten, laten werken met stoffen als bedoeld in artikel 1.46, zesde lid, waarbij direct contact met de ogen mogelijk is en die kunnen leiden tot ernstige schade aan de gezondheid.

11 De ZO luidt: Onvoldoende of onjuiste maatregelen of voorzieningen treffen bij plaatsonafhankelijke arbeid met gevaarlijke stoffen waardoor ernstig gevaar bestaat voor brand of explosie of gezondheidsbedreigende blootstelling aan gevaarlijke stoffen, dampen en gassen.

12 De ZO luidt: Het bij plaatsonafhankelijke arbeid ontbreken of het onjuist toepassen van voorgeschreven beveiligingen, alsmede het overbruggen dan wel buiten werking stellen van noodzakelijke beveiligingen aan arbeidsmiddelen.

13 De ODB luidt: Het aanvangen met werkzaamheden op een bouwplaats zonder schriftelijke kennisgeving aan de Inspectie SZW over de voorgenomen totstandbrenging van het bouwwerk.

14 De ODB luidt: Het ontbreken van een veiligheids- en gezondheidsplan ten aanzien van bouwwerken zoals gedefinieerd in het Arbobesluit.

15 De ODB luidt: Het ontbreken van een veiligheids- en gezondheidsdocument ten aanzien van werkzaamheden verricht in de winningsindustrie in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen.

16 De ZO luidt: het niet aanwezig hebben van een Veiligheids- en zorgsysteem als bedoeld in artikel 2.42e Arbobesluit.

17 De ZO luidt: het ontbreken van samenwerking bij het opstellen van een adequaat Veiligheids- en Gezondheidsdocument conform artikel 2.42f, derde lid.

18 De ODB luidt: Het ontbreken van trainingen voor het uitvoeren van noodhandelingen bij winningsindustrieën met behulp van boringen.

19 De ZO luidt: Het werken op, aan of in de nabijheid van wegen waarbij ernstig gevaar bestaat voor aanrijden.

20 De ZO luiden: Het werken in gebouwen, waarvan wanden, vloeren, plafonds of installaties in zodanige staat verkeren, dat ernstig gevaar bestaat voor instorten, verschuiven, omvallen of kantelen. (artikel 3.3, lid 1, Arbobesluit)

Het werken op plaatsen, waar ernstig gevaar bestaat voor instorten, verschuiven, omvallen of kantelen van opgeslagen voorwerpen en stoffen. (artikel 3.3, lid 2, Arbobesluit)

21 De ZO luidt: Het aanwezig zijn van niet afgeschermde, direct aanraakbare spanningvoerende delen met een spanning hoger dan 50 volt bij wisselspanning of 120 volt bij zuivere gelijkspanning.

22 De ZO luiden: Het verrichten van werkzaamheden aan of in de nabijheid van onder spanning staande elektrische installaties, toestellen of leidingen met een spanning van hoger dan 50 volt bij wisselspanning of 120 volt bij zuivere gelijkspanning zonder het treffen van de nodige veiligheidsmaatregelen (lid 3 en lid 4), en

Het verrichten van werkzaamheden aan of in de nabijheid van onder hoogspanning staande elektrische installaties, toestellen of leidingen zonder het treffen van de nodige veiligheidsmaatregelen (lid 7).

23 De ZO luiden: Het ontbreken van doeltreffende maatregelen om het ontstaan van een explosieve atmosfeer op de arbeidsplaats te voorkomen. (artikel 3.5d, lid 1, Arbobesluit)

Het niet nemen van de volgende maatregelen in de hieronder aangegeven volgorde, indien het voorkomen van het ontstaan van een explosieve atmosfeer, gezien de aard van het werk, niet mogelijk is:

a. de ontsteking van explosieve atmosferen wordt voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met elektrostatische ontladingen die van werknemers of de arbeidsplaats als ladingsdrager of ladingsproducent kunnen uitgaan;

b. de schadelijke gevolgen van een explosie worden beperkt. (artikel 3.5d, lid 2, Arbobesluit)

24 De ZO luiden: Het ontbreken van de volgende maatregelen in de gevarenzones, bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid, en met betrekking tot de installaties in gebieden zonder explosiegevaar die vereist zijn voor, of bijdragen tot het explosieveilig gebruik van installaties die zich op plaatsen bevinden waar explosiegevaar heerst:

a. vrijkomende gassen, dampen, nevels of brandbaar stof die explosiegevaar kunnen doen ontstaan, worden op passende wijze afgevoerd en onschadelijk gemaakt;

b. indien een explosieve atmosfeer meerdere soorten brandbare stoffen bevat, wordt bij de veiligheidsmaatregelen uitgegaan van het grootste mogelijke risico. (artikel 3.5e, onder a. en b, Arbobesluit)

Het in de gevarenzones niet gebruiken en toepassen van apparaten en beveiligingssystemen overeenkomstig de categorieën als bedoeld in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel volgens de navolgende principes:

1°. gevarenzone 0 of 20: categorie 1-apparatuur;

2°. gevarenzone 1 of 21: categorie 1- of categorie 2-apparatuur;

3°. gevarenzone 2 of 22: categorie 1-, categorie 2- of categorie 3-apparatuur. (artikel 3.5e, onder e, Arbobesluit)

25 De DBO luidt: Het niet beschikbaar en gebruiksklaar houden van vluchtmiddelen zodat werknemers de gevaarlijke gebieden snel en veilig kunnen verlaten.

26 De ZO luiden: Het niet verrichten van onderzoek naar gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie op een plaats of in een ruimte waar een werknemer zich bevindt, indien kan worden vermoed dat de atmosfeer op die plaats of in die ruimte in zodanige mate stoffen bevat dat daardoor gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie (lid 1).

Het niet nemen van doeltreffende maatregelen indien uit onderzoek blijkt dat er sprake is van gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie op een plaats of in een ruimte waar een werknemer zich bevindt (lid 2).

27 De DBO luidt: Het verrichten van onderzoek naar de veiligheid aan, op of in tankschepen door een persoon die niet beschikt over het certificaat van vakbekwaamheid gasdeskundige.

28 De ZO luidt: Het schoonmaken, onderhouden, verbouwen, herstellen en slopen van K1-, K3-, KT- of T-schepen, zonder veiligheids- en gezondheidsverklaring van een gasdeskundige.

29 De ZO luidt: Het werken op arbeidsplaatsen waar een doeltreffende vluchtweg ontbreekt en waarbij ernstig gevaar bestaat op brand, explosie of plotselinge blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

30 De ZO voor lid 1 luidt: Het werken op arbeidsplaatsen waar een doeltreffende vluchtweg is geblokkeerd en waarbij ernstig gevaar bestaat op brand, explosie of plotselinge blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

De ZO voor lid 2 luidt: Het werken op arbeidsplaatsen waarbij een nooduitgang niet kan worden geopend en waarbij ernstig gevaar bestaat op brand, explosie of plotselinge blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

31 De ZO luidt: Het werken op hoogten van meer dan 2.50 meter waarbij geen of onvoldoende voorzieningen zijn getroffen tegen vallen (lid 1).

N.B. Indien het valgevaar gepaard gaat met risicoverhogende omstandigheden, zoals het gevaar te vallen op of langs uitstekende delen, de aanwezigheid van verkeer, het vallen in water e.d., dan kan er, afhankelijk van de toename van het risico, ook bij geringere werkhoogte sprake zijn van een ZO.

31a De ZO luidt: Het werken op hoogten van meer dan 2.50 meter waarbij geen of onvoldoende voorzieningen zijn getroffen tegen de gevolgen van vallen (lid 5).

32 De ZO luidt: Het zodanig ingericht zijn van een arbeidsplaats dat daardoor ernstig gevaar bestaat getroffen of geraakt te worden door voorwerpen, producten of onderdelen daarvan dan wel vloeistoffen of gassen, of het gevaar bekneld te raken tussen voorwerpen, producten of onderdelen daarvan.

33 De ZO luidt: Het toepassen van een laadplatform dat niet is afgestemd op de te vervoeren lading.

34 De ZO luidt: Het werken op hoogten van meer dan 2.50 meter op instabiele en onvoldoende stevige werkplekken op bouwplaatsen.

35 De ZO luiden: Het werken op een bouwplaats indien bovengrondse elektriciteitsleidingen niet omgeleid zijn of spanningsloos zijn gemaakt of, indien dit niet mogelijk is, hekken of waarschuwingsborden ontbreken. (artikel 3.29, lid 2, Arbobesluit).

Het werken op bouwplaatsen waarbij ernstig gevaar bestaat voor personen als gevolg van beschadiging van ondergrondse elektriciteitsleidingen en -kabels. (artikel 3.29, lid 5, Arbobesluit).

36 De ZO luiden: Het werken in bouwputten, tunnels, bij uitgravingen of andere ondergrondse werkzaamheden waarbij onvoldoende stut- of taludvoorzieningen zijn getroffen tegen instortings- of overstromingsgevaar. (artikel 3.30, lid 1, Arbobesluit).

Het bij grondverzetwerkzaamheden niet op veilige afstand houden van de uitgegraven aarde, gebruikte materialen en voertuigen, waardoor werknemers ernstig gevaar lopen bedolven te worden. (artikel 3.30, lid 2, Arbobesluit).

37 De ZO luidt: Onvoldoende draagkrachtige bekistingen, tijdelijke stutten of schoren op een bouwwerkplek, waardoor werknemers ernstig gevaar lopen bekneld te raken of bedolven te worden.

38 De ZO luidt: het ontbreken van twee afzonderlijke uitgangen in verbinding met de oppervlakte bij een ondergrondse ontginning.

39 De ZO luidt: Het niet zo spoedig mogelijk na het delven ondersteuningen aanbrengen, terwijl dit vanwege de instabiliteit van het terrein noodzakelijk is voor de veiligheid van de werknemers.

40 De ODB luidt: het ontbreken van voldoende geschikte reddingsmiddelen op een mijnbouwinstallatie.

41 De ZO luiden: het niet hebben van een adequaat noodplan (lid 1).

Het niet voldoen aan de eisen van artikel 3.37v lid 2 m.b.t. het noodplan (lid 2).

42 De ODB luiden: Het ontbreken van deskundig toezicht op jeugdige werknemers die arbeid verrichten waarbij gevaar voor instorting bestaat. (sub a)

Het ontbreken van deskundig toezicht op jeugdige werknemers die arbeid verrichten aan, met of in de directe nabijheid van een hoogspanningsinstallatie. (sub b)

43Lid 2 wordt beboet via lid 1

44 De ZO luiden: Het werken met stoffen, waarbij direct contact met de huid mogelijk is, die voldoen aan de criteria genoemd in artikel 4.1c, onderdeel f, Arbobesluit, en die kunnen leiden tot ernstige schade aan de gezondheid.

44a Het werken met stoffen, waarbij direct contact met de ogen mogelijk is, die voldoen aan de criteria genoemd in artikel 4.1c, onderdeel g, Arbobesluit, en die kunnen leiden tot ernstige schade aan de gezondheid.