Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang

Geldend van 01-01-2018 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 mei 2012, nr. KO/2012/7794 , tot uitvoering van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen)

Paragraaf 2. Kwaliteitseisen kindercentra

[Vervallen per 01-01-2018]

Artikel 2. Inventarisatie van risico’s met betrekking tot veiligheid en gezondheid

[Vervallen per 01-01-2018]

Artikel 6. Aantal beroepskrachten en de groepsgrootte in buitenschoolse opvang

[Vervallen per 01-01-2018]

Paragraaf 3. Kwaliteitseisen gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang

Artikel 11. Inventarisatie van risico’s voorzieningen voor gastouderopvang

  • 1 Bij elke voorziening voor gastouderopvang is een originele door de bemiddelingsmedewerker en de gastouder ondertekende versie van de in artikel 7, tweede lid, van het besluit bedoelde inventarisatie van de veiligheids- en gezondheidsrisico’s aanwezig. De inventarisatie bevat in ieder geval de risico’s, bedoeld in artikel 7, derde lid, van het besluit.

  • 2 De gastouder draagt er zorg voor dat de maatregelen uit het plan van aanpak bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van het besluit binnen de gestelde termijn zijn, respectievelijk worden genomen.

  • 3 De inventarisatie van risico’s bedoeld in artikel 7, derde lid, van het besluit bevat in ieder geval:

    • a. de beschrijving van de risico's op het terrein van de veiligheid van kinderen ten aanzien van verbranding, vergiftiging, verdrinking, valongevallen, verwondingen, beknelling, botsen, stoten, steken en snijden;

    • b. de beschrijving van de risico's op het terrein van de gezondheid van kinderen ten aanzien van het voorkomen van ziektekiemen, het binnenmilieu en het buitenmilieu bij de voorziening voor gastouderopvang en medisch handelen;

    • c. een lijst van ongevallen die hebben plaatsgevonden waarop, voor zover de oorzaak van het ongeval niet louter gelegen is in de medische gesteldheid van het desbetreffende kind, de plaats en de aard van het ongeval, het jaar waarin het ongeval zich heeft voorgedaan wordt geregistreerd alsmede een overzicht van de maatregelen die de gastouder naar aanleiding van elk ongeval heeft getroffen ter voorkoming van verdere ongevallen.

  • 4 De gastouder draagt er zorg voor dat de lijst, bedoeld in het derde lid, onder c, actueel is.

Artikel 11a. Gesprekken gastouderbureau

  • 1 De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat:

    • a. een intakegesprek met de gastouder plaatsvindt bij de voorgenomen voorziening voor gastouderopvang;

    • b. een intakegesprek met de vraagouder plaatsvindt;

    • c. een koppelingsgesprek plaatsvindt bij een koppeling tussen een vraagouder en de gastouder. Het koppelingsgesprek vindt plaats bij de voorziening van gastouderopvang;

    • d. ten minste jaarlijks een voortgangsgesprek met de gastouder plaatsvindt. Het voortgangsgesprek vindt plaats bij de voorziening van gastouderopvang;

    • e. de gastouderopvang jaarlijks mondeling met de vraagouders wordt geëvalueerd en legt deze evaluatie schriftelijk vast;

    • f. een bemiddelingsmedewerker van het gastouderbureau in ieder geval twee maal per jaar de adressen bezoekt waar opvang door de gastouder plaatsvindt.

  • 2 De gesprekken, bedoeld in het eerste lid, onder a, b, c en d, worden gevoerd door een bemiddelingsmedewerker van het gastouderbureau.

Artikel 11b. Zorgplicht gastouderbureaus

  • 1 De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat per voorziening voor gastouderopvang wordt beoordeeld of de samenstelling van de groep kinderen die wordt opgevangen, bedoeld in artikel 14 van het besluit, verantwoord is.

  • 2 De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat per gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:

  • 3 De houder van een gastouderbureau draagt er zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraagouder en de gastouder en verstrekt hen hierover informatie.

Artikel 12. Adequate vervanging bij calamiteiten

Een adequate vervanging bij calamiteiten, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het besluit, houdt in dat in ieder geval bij de opvang van meer dan drie aanwezige kinderen een achterwachtregeling wordt getroffen waarin een achterwacht beschikbaar is die bij calamiteiten binnen 15 minuten bij het opvangadres aanwezig is. Deze persoon is tijdens opvangtijden altijd telefonisch bereikbaar.

Artikel 12a. Pedagogisch beleidsplan

  • 1 Een pedagogisch beleidsplan als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van:

    • a. de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen om persoonlijke en sociale competenties te ontwikkelen en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt;

    • b. het aantal kinderen dat door een gastouder wordt opgevangen en de leeftijden van die kinderen, met dien verstande, dat een gastouder ten hoogste zes kinderen opvangt, waaronder begrepen de eigen kinderen tot de leeftijd van 10 jaar en minimaal conform de eisen die bij of krachtens artikel 14 van het besluit gesteld worden aan de groepsgrootte;

    • c. de eisen die aan de voorzieningen voor gastouderopvang worden gesteld.

  • 2 De houder van een gastouderbureau informeert de vraagouder over de inhoud van het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 13. Aantal op te vangen kinderen

  • 1 Bij een gastouder worden maximaal zes kinderen in de leeftijd tot 13 jaar gelijktijdig opgevangen. Eigen kinderen tot 10 jaar worden meegerekend.

  • 2 In de groep, bedoeld in het eerste lid, worden maximaal vijf kinderen tot 4 jaar gelijktijdig opgevangen.

  • 3 In de groep, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden maximaal 4 kinderen tot 2 jaar gelijktijdig opgevangen, waarvan maximaal 2 kinderen tot 1 jaar.

Artikel 14. Eisen ruimtes gastouderopvang

  • 1 De voorziening voor gastouderopvang:

    • a. beschikt over voldoende speel- en slaapruimte voor kinderen, waaronder begrepen een voor kinderen tot de leeftijd van 1,5 jaar op het aantal kinderen afgestemde afzonderlijke slaapruimte;

    • b. beschikt over voldoende buitenspeelmogelijkheden, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen;

    • c. is voorzien van voldoende en goed functionerende rookmelders conform de eisen uit het vigerende Bouwbesluit;

    • d. is te allen tijde rookvrij.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde eisen worden jaarlijks door de houder van een gastouderbureau getoetst op naleving tijdens een bezoek aan de voorzieningen voor gastouderopvang.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 29 mei 2012

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H.G.J. Kamp

Terug naar begin van de pagina