Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NZa

Geraadpleegd op 01-03-2024.
Geldend van 01-08-2023 t/m heden

Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NZa

De Nederlandse Zorgautoriteit,

Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11 van het bestuursreglement van de Nederlandse Zorgautoriteit;

Besluit:

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. Wmg:

    Wet marktordening gezondheidszorg;

  • b. NZa:

    Nederlandse Zorgautoriteit, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wmg;

  • c. Raad van Bestuur:

    voorzitter en de overige leden van de NZa gezamenlijk, als bedoeld in artikel 4 van de Wmg;

  • d. voorzitter:

    voorzitter van de Raad van Bestuur;

  • e. portefeuillehouder:

    lid dat door de Raad van Bestuur voor een bepaald aandachtsgebied is aangewezen als eerst verantwoordelijk bestuurslid;

  • f. directeur:

    leidinggevende van een directie;

  • g. unitmanager:

    leidinggevende van één van de units;

  • h. medewerker:

    persoon in tijdelijke of vaste dienst of als gedetacheerde bij de NZa werkzaam;

  • i. dbc’s:

    diagnose-behandelcombinaties;

  • j. CIO:

  • Chief Information Officer.

Artikel 2. Directie Regulering

  • 1 De directie Regulering is voor de zorgmarkten in de langdurige en de curatieve zorg belast met monitoring, tarief- en prestatieregulering, bekostigingsvraagstukken, het vaststellen van de DBC’s en de verwerking daarvan in het DBC-systeem en met advisering op het gebied van marktordeningsvraagstukken.

  • 2 De directie Regulering kent de units Eerstelijnszorg, Tweedelijns Somatische Zorg 1, Tweedelijns Somatische Zorg 2, Beschikbaarheidbijdragen, Geestelijke Gezondheid en Forensische Zorg, Langdurige Zorg 1, Langdurige Zorg 2, Zorgbrede Regulering en Vernieuwing en een Mt-staf.

Artikel 3. Directie Toezicht

  • 2 De directie Toezicht kent de units Toezicht Zorgaanbieders I, Toezicht Zorgaanbieders II, Toezicht Zorgverzekeraars, Toezicht Wlz-uitvoerders en CAK, de unit Detectie, Casuïstiek en Markttoezicht, de unit Monitoring en Data-analyse, de unit Toezicht Gegevensaanlevering en Jaarverantwoording en een Mt-staf.

Artikel 4. Directie IT en Facilitair

  • 1 De directie IT en Facilitair is belast met het ontwikkelen, uitvoeren van en toezicht houden op het informatievoorzieningsbeleid (IV-beleid). Dit betreft informatietechnologie, uitvoering kennismanagement, data en informatiebeveiliging en het voeren van regie op IV-diensten en producten, waaronder regie op de levering van een passende en fysieke (IV-)werkplek met toegang tot de beschikbare applicaties, het verzamelen, beheren en uitleveren van data ten behoeve van de reguleringsprocessen, de processen op het gebied van toezicht, handhaving en strategie, regie op de interne IV-processen en het afstemmen met leveranciers, het beheren van (maatwerk)applicaties binnen de NZa, ontwikkeling van de NZa-portalen voor de formele interactie tussen NZa en zorgaanbieders, professionals en verzekeraars, het ter beschikking stellen van facilitaire voorzieningen, het verzorgen van alle administratieve processen rondom post, archivering en de verantwoordelijkheid voor het ICT-investeringsbudget en het adviseren en ondersteunen van de directies vanuit een onafhankelijke positie bij het vertalen van het beleid en het vaststellen en uitvoeren van het toetsingskader hiervoor. Het CIO-office ondersteunt, naast de directeur IT en Facilitair, ook de CIO en heeft een strategische adviesrol richting de Raad van Bestuur en de directies op het gebied van informatievoorziening.

  • 2 De directie IT en Facilitair bestaat uit de units Informatiemanagement, Regie, IT-Ontwikkeling en Onderhoud, het CIO-office en een Mt-staf.

Artikel 5. Directie Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning

  • 1 De directie Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning is belast met advisering op economisch, medisch en juridisch gebied van de Raad van Bestuur en de beleidsdirecties, kennisontwikkeling en onderzoek, strategie en communicatie, bestuursondersteuning, de bescherming van persoonsgegevens relatiebeheer, bestuurlijke kaderstelling en control, juridische zaken, de uitvoering van projecten met financiële ondersteuning en met het ondersteunen van medewerkers, unitmanagers en directeuren bij de uitvoering van het HRM-beleid en de advisering van de Raad van Bestuur op het gebied van organisatievraagstukken en personele vraagstukken, in het bijzonder op het gebied van persoonlijke ontplooiing, organisatie-ontwikkeling, arbeidsvoorwaarden, de HR-cyclus, personeels in-, door- en uitstroom, opleiding, coaching, conflictbemiddeling, arbeidsomstandigheden, het verstrekken van informatie en voorlichting betreffende het beleid van de NZa, het beantwoorden van vragen van burgers en zorgprofessionals en het fungeren als meldpunt in de zin van artikel 74 van de Wmg voor het ontvangen van gegevens en inlichtingen omtrent feiten en omstandigheden die mogelijk niet in overeenstemming zijn met het bij of krachtens de wet bepaalde.

  • 2 De directie Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning bestaat uit de units Economisch en Medisch Bureau, Strategie- en Bestuursondersteuning, Communicatie, Informatie en Contact Centrum, Juridische Zaken, Financiën en Control, Human Resource Management en een Mt-staf.

Artikel 5a. Informatie Knooppunt Zorgfraude

De unit Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ) is belast met de werkzaamheden voor het IKZ die voortvloeien uit het Convenant houdende afspraken over de samenwerking in het kader van de verbetering van de bestrijding van zorgfraude: Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ).

Artikel 6. Binnen beleid en begroting

  • 1 De op grond van de artikelen 8, 9, 9a en 10 van dit besluit verleende bevoegdheden gelden voor de uitoefening van taken binnen het door de Raad van Bestuur vastgestelde beleid, de begroting en de personeelsformatie en overeenkomstig de door de Raad van Bestuur vastgestelde richtlijnen, waaronder de richtlijnen opgenomen in bijlage 1 bij dit besluit.

  • 2 Directeuren oefenen hun bevoegdheden uit in overleg met hun portefeuillehouder.

Artikel 7. Afwezigheid of ontstentenis

  • 1 Bij afwezigheid of ontstentenis van een directeur aan wie krachtens dit besluit een bevoegdheid is toegekend, valt deze bevoegdheid toe aan zijn of haar door de Raad van Bestuur benoemde plaatsvervanger.

  • 2 Bij afwezigheid of ontstentenis van een unitmanager aan wie krachtens dit besluit in ondermandaat, ondervolmacht of verdere machtiging een bevoegdheid is toegekend, valt deze bevoegdheid toe aan de unitmanager die door de directeur is benoemd als plaatsvervanger.

Artikel 8. Mandaat

  • 1 Directeuren zijn met inachtneming van het derde en vierde lid, voor de uitvoering van de werkzaamheden van hun directie, bevoegd om namens de NZa beschikkingen te nemen, met uitzondering van beschikkingen als bedoeld in de artikelen 48, 49, 85 tot en met 90 Wmg en beschikkingen op bezwaar.

  • 3 In aanvulling op het eerste lid is de directeur Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning bevoegd om namens de NZa te beslissen op een verzoek in te stemmen met rechtstreeks beroep tegen beschikkingen en in afwijking van het eerste lid is de directeur Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning bevoegd om namens de NZa te beslissen op bezwaar, met uitzondering van beschikkingen van de Raad van Bestuur. De directeur Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning is bevoegd ondermandaat te verlenen aan de unitmanager Juridische Zaken voor het nemen van beslissingen op bezwaar met betrekking tot bezwaren tegen handhavingsbeschikkingen wegens het niet nakomen van de verplichtingen op grond van artikel 40b van de Wet marktordening gezondheidszorg.

  • 4 De portefeuillehouder Toezicht is bevoegd om beschikkingen te nemen tot het ter openbare kennis brengen van een aanwijzing en een last onder dwangsom.

Artikel 9. Volmacht en machtiging personele aangelegenheden

  • 1 De portefeuillehouders hebben voor hun aandachtsgebieden machtiging tot het vaststellen van beoordelingen van het functioneren van unitmanagers en tot het nemen van de daaruit voortvloeiende beslissingen.

  • 2 Directeuren hebben volmacht en machtiging ten aanzien van personeelsaangelegenheden betreffende de onder hen ressorterende medewerkers, met uitzondering van ontslag anders dan ontslag op verzoek van de medewerker zelf en het nemen van ordemaatregelen of het opleggen van straffen als bedoeld in de CAO Rijk.

  • 3 De voorzitter heeft volmacht om te beslissen over het ontslag anders dan ontslag op eigen verzoek.

  • 4 De voorzitter heeft voor wat betreft het secretariaat van de Raad van Bestuur volmacht ten aanzien van de personeelsaangelegenheden als bedoeld in het tweede lid.

  • 5 Directeuren zijn bevoegd tot het verlenen van ondervolmacht en verdere machtiging aan onder hen ressorterende unitmanagers ten aanzien van personeelsaangelegenheden van hun unit met uitzondering van het sluiten van een arbeidsovereenkomst, het bevorderen en het ontslaan van medewerkers, het verlenen van een voorschot op het salaris, het geven van een (gedeeltelijke) jubileumuitkering, eenmalige uitkering, of toelage en het vaststellen van een beoordeling en de daaruit voortvloeiende beslissingen.

Artikel 9a. Volmacht financiële verplichtingen

  • 1 Directeuren onderscheidenlijk leden van de Raad van Bestuur zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden van hun directie onderscheidenlijk het aandachtsgebied waarvoor de portefeuillehouder verantwoordelijk is, bevoegd namens de NZa privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten met inachtneming van de in bijlage 2 opgenomen maxima ten aanzien van de uit die rechtshandelingen voor de NZa voortvloeiende financiële verplichtingen.

  • 2 Directeuren zijn bevoegd tot het verlenen van ondervolmacht aan hun unitmanagers om voor de uitvoering van de werkzaamheden van hun unit namens de NZa privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten met in achtneming van de in bijlage 2 opgenomen maxima ten aanzien van de uit die rechtshandelingen voor de NZa voortvloeiende financiële verplichtingen.

  • 3 De unitmanager Informatie Knooppunt Zorgfraude is bevoegd voor de uitvoering van werkzaamheden van zijn unit, namens de NZa privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten met inachtneming van de in bijlage 2 opgenomen maxima ten aanzien van de uit de rechtshandelingen voor de NZa voortvloeiende financiële verplichtingen.

Artikel 10. Machtiging

  • 1 De leden van de Raad van Bestuur zijn bevoegd namens de NZa handelingen te verrichten, anders dan besluiten en privaatrechtelijke rechtshandelingen.

  • 2 Directeuren zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden van hun directie bevoegd, namens de NZa handelingen te verrichten, anders dan besluiten en privaatrechtelijke rechtshandelingen, voor zover het de normale uitoefening van hun functie betreft.

  • 3 Directeuren zijn, voor de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden, bevoegd verdere machtiging te verlenen aan de unitmanagers onderscheidenlijk medewerkers van hun directie, voor zover het de normale uitoefening van de functie als unitmanager, onderscheidenlijk medewerker betreft.

  • 4 De unitmanager Informatie Knooppunt Zorgfraude is voor de uitoefening van de werkzaamheden van zijn unit bevoegd, namens de NZa handelingen te verrichten, anders dan besluiten en privaatrechtelijke rechtshandelingen, voor zover het de normale uitoefening van zijn functie betreft.

  • 5 De unitmanagers zijn bevoegd voor de bevoegdheden als bedoeld in het derde lid verdere machtiging te verlenen aan de medewerkers van de onder hun verantwoordelijkheid vallende unit, voor zover het de normale functie-uitoefening van die medewerkers betreft.

Artikel 11. Vertegenwoordiging

De juristen van de unit Juridische Zaken zijn bevoegd de NZa te vertegenwoordigen in gerechtelijke procedures en mediation en daartoe alle noodzakelijke proces- en feitelijke handelingen te verrichten.

Artikel 12. Hoorzittingen

  • 1 Behoudens ten aanzien van gevallen waarin een adviescommissie ex artikel 7:13 Awb is ingesteld, maken de portefeuillehouders met de manager van de unit Juridische Zaken afspraken over het voorzitterschap van hoorzittingen in bezwaarprocedures en ter voorbereiding van een boetebesluit.

  • 2 De hoorzittingen zijn niet openbaar.

Artikel 13. Aanwijzing toezichthouders

  • 1 Als medewerkers die belast zijn met het toezicht op de naleving van de bepalingen in de Wmg, de Zvw, de Wlz en de Wet financiering sociale verzekeringen als bedoeld in artikel 72, lid 1, onder b Wmg, zijn aangewezen alle medewerkers van de NZa, met uitzondering van de directeur Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning, de unitmanager Juridische Zaken en de secretaresses van de NZa.

  • 2 De voorzitter ondertekent de legitimatiebewijzen van de ingevolge het eerste lid van dit artikel aangewezen medewerkers.

Artikel 14. Betalingsopdrachten

Overeenkomstig de met de bankinstelling afgesproken betalingsprocedure zijn de leden van de Raad van Bestuur en de door de Raad van Bestuur aangewezen medewerkers bevoegd tot het verstrekken van betalingsopdrachten ter zake van door of namens de NZa aangegane financiële verplichtingen.

Artikel 15. Citeertitel

Dit besluit met inbegrip van de bijlagen wordt aangehaald als: Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NZa.

Artikel 18. Inwerkingtreding en vervanging eerdere versies

[Vervallen per 01-01-2016]

Utrecht, 27 september 2011

De Nederlandse Zorgautoriteit,

T.W. Langejan,

voorzitter Raad van Bestuur.

Bijlage 1. Werkwijze NZa – sturing en verantwoording

1. Inleiding

In deze notitie wordt in het kort de inrichting en werkwijze van de werkorganisatie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) uiteengezet. De inrichting heeft zijn beslag gekregen via het door de Raad van Bestuur vastgestelde Organisatie- en formatieplan (OFP), het Bestuursreglement NZa, het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NZa en andere binnen de NZa vastgestelde regels en richtlijnen. Deze notitie geeft een richtsnoer voor de werkwijze van de werkorganisatie en geeft daarmee de condities aan waaronder de Raad van Bestuur bevoegdheden heeft overgedragen aan de verschillende echelons, zodat daarmee bij de uitoefening van die bevoegdheden rekening dient te worden gehouden.

2. Inrichting organisatie

De Raad van Bestuur heeft ten aanzien van zijn werkzaamheden een taakverdeling aangebracht en voor ieder aandachtsgebied een bestuurslid als portefeuillehouder benoemd. De verdeling van de verschillende portefeuilles over de leden van de Raad van Bestuur is te vinden op de website van de NZa: www.nza.nl.

De organisatie van de NZa kent vier directies: Regulering, Toezicht, Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning en de directie IT en Facilitair. De directies zijn verder onderverdeeld in units1.

De directie Regulering is voor de zorgmarkten in de langdurige en de curatieve zorg belast met monitoring, tarief- en prestatieregulering, bekostigingsvraagstukken, het vaststellen van de DBC’s en de verwerking daarvan in het DBC-systeem en met advisering op het gebied van marktordeningsvraagstukken. De directie Regulering kent de units Eerstelijnszorg, Tweedelijns Somatische Zorg 1, Tweedelijns Somatische Zorg 2, Beschikbaarheidbijdragen, Geestelijke Gezondheid en Forensische Zorg, Langdurige Zorg 1, Langdurige Zorg 2, Zorgbrede Regulering en Vernieuwing, en een Mt-staf.

De directie Toezicht is belast met het in artikel 16 van de Wmg bedoelde toezicht op de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de Wet langdurige zorg, de Zorgverzekeringswet, de Wet financiering sociale verzekeringen, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, met het toezicht op de naleving van hetgeen bij of krachtens de Wmg is bepaald en met de beoordeling van aanmerkelijke marktmacht en concentraties, met het uitbrengen van zienswijzen, met monitoring en met handhaving. De directie Toezicht kent de units Toezicht Zorgaanbieders I, Toezicht Zorgaanbieders II, Toezicht Zorgverzekeraars, Toezicht Wlz-uitvoerders en CAK, de unit Detectie, Casuïstiek en Markttoezicht, de unit Monitoring en Data-analyse, de unit Toezicht Gegevensaanlevering en Jaarverantwoording en een Mt-staf. De directeur Toezicht is bevoegd tot het nemen van beschikkingen betreffende concentraties als bedoeld in artikel 49c van de Wmg en besluiten betreffende ontheffing (artikel 49d van de Wmg) van het verbod op concentraties (als bedoeld in artikel 49a van de Wmg) met inachtneming van een door de Raad van Bestuur vastgestelde richtlijn voor concentraties. Concentratiebesluiten en ontheffingsbesluiten kunnen conform de richtlijn van de Raad van Bestuur en op basis van artikel 8, tweede lid, door de betreffende unitmanager genomen worden, nadat de directeur Toezicht daartoe ondermandaat aan die unitmanager heeft verleend.

De directie IT en Facilitair (I&F) is belast met het ontwikkelen, uitvoeren van en het toezicht houden op het informatievoorzieningsbeleid. Hieronder valt informatietechnologie, uitvoering kennismanagement, data en informatiebeveiliging en het leveren van de IV diensten en producten, waaronder het leveren van een passende en fysieke (IV)-werkplek met toegang tot de beschikbare applicaties, het verzamelen, beheren en uitleveren van data ten behoeve van de reguleringsprocessen, de processen op het gebied van toezicht en handhaving en strategie en regie op de interne IV processen. Ook stemt de directie I&F af met leveranciers en is zij voorts belast met het beheren van (maatwerk)applicaties binnen de NZa, ontwikkeling van de NZa Portalen voor de formele interactie tussen NZa en zorgaanbieders, professionals en verzekeraars, het ter beschikking stellen van facilitaire voorzieningen, het verzorgen van alle administratieve processen rondom post en archivering en het adviseren en ondersteunen van de directies vanuit een onafhankelijke positie bij het vertalen van het beleid en het vaststellen en uitvoeren van het toetsingskader hiervoor.

Het CIO-office ondersteunt, naast de directeur I&F, ook de CIO en werkt NZa-breed. Het CIO-office heeft een centrale rol in de volledige informatievoorziening van de NZa. Het ondersteunt en adviseert de organisatie bij het behalen van de organisatiedoelstellingen door een optimale inrichting van de IV, terwijl de verantwoordelijkheid voor de processen bij de verschillende dienstenonderdelen blijft. Daarnaast biedt het CIO-office ondersteuning op het gebied van digitalisering en informatisering en helpt het bij het maken van procesafspraken. Het zorgt voor afstemming met andere functies, zoals functioneel beheer, informatiemanagement en architectuur, en draagt bij aan de kwaliteit en integraliteit van de informatievoorziening door een holistische benadering van ontwikkelingen. Het CIO-office heeft ook een rol naar buiten de NZa, door de CIO te ondersteunen bij externe stakeholders op het gebied van de informatievoorziening.

De directeur I&F is verantwoordelijk voor het ICT-investeringsbudget en de toekenning van de ICT- investeringsbedragen. De directeur I&F zal aan de hand van het totaal aan geraamde investeringen een advies geven over het meerjarig investeringskader en de daarbij behorende beheerskosten.

De directie I&F bestaat uit de units Informatiemanagement, Regie, IT-Ontwikkeling en Onderhoud, het CIO-office, en een Mt-staf. Het CIO-office valt hiërarchisch onder de directeur I&F en functioneel onder de CIO.

De directie Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning is belast met advisering van de Raad van Bestuur en de beleidsdirecties op economisch, medisch en juridisch gebied en met kennisontwikkeling en onderzoek, strategie en communicatie, bestuursondersteuning de bescherming van persoonsgegevens, relatiebeheer, bestuurlijke kaderstelling en control, juridische zaken, de uitvoering van projecten met financiële ondersteuning en met het ondersteunen van medewerkers, unitmanagers en directeuren bij de uitvoering van het HRM-beleid en de advisering van de Raad van Bestuur op het gebied van organisatievraagstukken en personele vraagstukken in het bijzonder op het gebied van persoonlijke ontplooiing, organisatie-ontwikkeling, arbeidsvoorwaarden, de HR-cyclus, personeels in-, door- en uitstroom, opleiding, coaching, conflictbemiddeling, arbeidsomstandigheden, het verstrekken van informatie en voorlichting betreffende het beleid van de NZa, het beantwoorden van vragen van burgers en zorgprofessionals en het fungeren als meldpunt in de zin van artikel 74 van de Wmg voor het ontvangen van gegevens en inlichtingen omtrent feiten en omstandigheden die mogelijk niet in overeenstemming zijn met het bij of krachtens de wet bepaalde. De directie Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning bestaat uit de units Economisch en Medisch Bureau, Strategie- en Bestuursondersteuning, Communicatie, Informatie en Contact Centrum, Juridische Zaken, Financiën en Control, Human Resource Management en een Mt-staf.

De betreffende partners binnen het samenwerkingsverband Bestuurlijk Overleg Integriteit Zorgsector (BO TIZ) hebben samenwerkingsafspraken gemaakt die zijn vastgelegd in het Convenant houdende afspraken over de samenwerking in het kader van de verbetering van de bestrijding van zorgfraude: Informatie Knooppunt Zorgfraude (IKZ). Deze afspraken zien onder meer op de oprichting van een IKZ en de beheersverantwoordelijkheid van de NZa daarvoor.

Het IKZ is een publiekrechtelijk samenwerkingsverband van de in het convenant genoemde partners die deelnemen aan het samenwerkingsverband BO TIZ. Het IKZ is beheersmatig in de unit IKZ van de NZa ingebed. Het doel van het IKZ zoals opgenomen in het genoemde convenant is het versterken van de integriteit van de zorgsector door het voorkomen en aanpakken van onrechtmatigheden in de zorg die ten laste komen van de voor zorg bestemde middelen. De taken van het IKZ (de unit IKZ) zijn omschreven in dit convenant en de daarbij behorende stukken. Het IKZ draagt zorg voor het verrijken van signalen van een vermoeden van fraude in de zorg, het opstellen van een advies door welke partner het verrijkte signaal moet worden afgehandeld, het doorsturen van het verrijkte signaal naar een of meerdere aangesloten partners, het in behandeling nemen van verrijkte signalen die multidisciplinaire afhandeling vergen binnen het IKZ en monitoren van de status van de melding (procescoördinatie). Ook draagt het IKZ zorg voor het opstellen van een geanonimiseerde rapportage op geaggregeerd niveau met kwantitatieve en kwalitatieve informatie over meldingen die binnenkomen bij het IKZ en het vergroten van de kennis over fraude in de zorg bij de convenantpartners. De taken van het hoofd IKZ (de unitmanager van de unit IKZ) zijn eveneens nader omschreven in het hiervoor genoemde convenant en de daarbij behorende stukken.

De functionaris gegevensbescherming valt onder de verantwoordelijkheid van de directeur Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning/unitmanager Juridische Zaken, voor wat betreft personeelsaangelegenheden en in financieel opzicht. De chief information security officer en de privacy officer vallen onder de verantwoordelijkheid van de directeur I&F/unitmanager CIO-office voor wat betreft personeelsaangelegenheden en in financieel opzicht. Gelet op hun functies leggen zij voor wat betreft de inhoud van hun werkzaamheden direct verantwoording af aan de portefeuillehouder die voor beveiliging c.q. privacy is aangewezen als eerst verantwoordelijk bestuurslid binnen de Raad van Bestuur. Gelet op hun onafhankelijke positie kunnen zij los daarvan direct escaleren naar de voorzitter van de Raad van Bestuur.

3. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden

Directeuren zijn verantwoordelijk voor een goede uitvoering van de werkzaamheden die tot het aandachtsgebied van hun directie behoren. Binnen de kaders van het door de Raad van Bestuur vastgestelde werkprogramma, de begroting en de personeelsformatie is het de verantwoordelijkheid van directeuren om sturing te geven aan de werkzaamheden van hun directie en daarbij prioriteiten te stellen. De NZa werkt op basis van de VBTB-systematiek (Van Beleidsbegroting Tot Beleidsverantwoording), hetgeen betekent dat via de wettelijke taken, de missie van de NZa en de geformuleerde hoofddoelstellingen, in het werkprogramma processen en projecten worden benoemd en worden gekoppeld aan de begroting. In het jaarverslag van de NZa wordt vervolgens verantwoording afgelegd over de bereikte resultaten. Ten behoeve van dit plannings- en verantwoordingsproces leggen de directies via voortgangsrapportages (zowel inhoudelijk als financieel) verantwoording af over de werkzaamheden.

De Raad van Bestuur geeft leiding aan de organisatie via het beginsel van integraal management, hetgeen inhoudt dat directeuren en unitmanagers integraal aansturen en verantwoordelijk zijn voor in- en output van directie of unit, zowel beleidsinhoudelijk en financieel, als op het terrein van de personele organisatie. Binnen het kader van de in het werkprogramma gemaakte afspraken hebben directeuren de vrijheid om prioriteiten te stellen op voorwaarde dat het gehele werkprogramma wordt gerealiseerd. Het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NZa biedt directeuren mogelijkheden om bevoegdheden over te dragen aan hun unitmanagers, die op hun beurt ook bevoegdheden aan medewerkers kunnen overdragen, teneinde tot een zo doelmatig mogelijke werkwijze en aansturing van de organisatie te komen. Ondanks het sturingsconcept van het integraal management kunnen directeuren en unitmanagers bevoegdheden ook aan zich houden als dat in verband met specifieke omstandigheden aangewezen is.

Belangrijk uitgangspunt voor de uitoefening van bevoegdheden is dat op elk niveau van de organisatie geldt, van medewerker tot directeur, dat aangelegenheden die meerdere projecten, units- of directies aangaan, onderling dienen te worden afgestemd. Deze afstemmingsverplichting geldt als een richtlijn in het kader van het Besluit organisatie, mandaat, volmacht en machtiging NZa, en daarmee als conditie waaronder bevoegdheden worden verleend. De portefeuillehouders maken met directeuren afspraken over het detailniveau van de vereiste afstemming, hetgeen mutatis mutandis ook geldt voor directeuren met hun unitmanagers en de unitmanagers met hun medewerkers.

De unitmanagers spreken aldus met hun medewerkers af welke zaken zelfstandig kunnen worden behandeld en verzorgen tevens de afstemming met hun collega-unitmanagers en de verantwoordelijke directeur(en). Zonodig vindt overleg plaats met de portefeuillehouder. Bij verschillen van inzicht dienen de verschillen expliciet te worden gemaakt en aan de RvB ter besluitvorming te worden voorgelegd.

Aldus betekent een handtekening onder een brief of besluit dat de ondertekenaar zich ervan heeft vergewist dat het ingenomen standpunt overeenstemt met het door de Raad van Bestuur vastgesteld beleid, in- en zonodig extern is afgestemd en dat eventuele financiële consequenties passen binnen de afgesproken financiële kaders. Ook de portefeuillehouders zullen attent moeten zijn op de (tijdige) inschakeling van de vereiste disciplines. Aldus worden gebreken in de beleidsinhoudelijke, financiële of juridische voorbereiding zo veel mogelijk voorkomen.

Bij gebruik van een handtekeningenstempel in situaties van grote aantallen brieven of besluiten, geldt uiteraard dat instemming is vereist van degene wiens handtekening het betreft en die persoon bevoegd dient te zijn tot ondertekening.

Bijlage 2. Volmachten op grond van artikel 9a

Directeuren onderscheidenlijk leden van de Raad van Bestuur en unitmanagers zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden van hun directie onderscheidenlijk het aandachtsgebied waarvoor de portefeuillehouder verantwoordelijk is, of van hun unit bevoegd namens de NZa privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten met inachtneming van de volgende maxima ten aanzien van de uit die rechtshandelingen voor de NZa voortvloeiende financiële verplichtingen:

 

Rechtshandeling

RvB

Lid RvB

Portefeuillehouder IKZ

Directeur

Unitmanager

1.

Vanaf € 200.000 (incl. BTW)

X

       

2.

Van € 10.000 tot € 200.000 (incl. BTW)

X

   

X

 

3.

Van € 10.000 tot € 100.000 (incl. BTW)

X

 

X

X

 

4.

Tot € 10.000 (incl. BTW)

X

X

X

X

X

(Onder)volmachten kunnen uitsluitend worden uitgeoefend met in achtneming van de door de Raad van Bestuur vastgestelde budgetten en met inachtneming van de door de Raad van Bestuur vastgestelde richtlijnen.

  1. Zie het organogram op de website van de NZa ^ [1]
Naar boven