Verhuiskostenregeling ambtenaren BES

Geldend van 01-10-2018 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 januari 2011, nr. 2010-0000006667, houdende vaststelling van de reis- en verblijfkosten wegens dienstreizen van ambtenaren in dienst van de staat en werkzaam in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Reis-, verblijf- en verhuiskostenregeling ambtenaren BES)

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 73 en 73a, derde lid, van de Wet materieel ambtenarenrecht BES;

Besluit:

Artikel 3

  • 1 Bij verandering van standplaats, zomede bij eerste vestiging op een standplaats buiten de woonplaats, wordt aan de ambtenaren een vergoeding voor de verhuizing toegekend.

  • 2 Deze vergoeding wordt ook genoten:

    • a. door hen, die omdat zij op non-activiteit of op wachtgeld zijn gesteld, of gepensioneerd, of eervol uit dienst van de staat zijn ontslagen, zich van hun standplaats naar een ander openbaar lichaam, Curaçao, Sint Maarten of Aruba begeven, indien de reis derwaarts plaats vindt binnen drie maanden, nadat zij hun betrekking hebben neergelegd;

    • b. door hen, die van hun op non-activiteit- of op wachtgeldstelling vanuit hun woonplaats hun betrekking weder gaan aanvaarden; en

    • c. door het wettig gezin, nagelaten door een overleden ambtenaar, dat binnen drie maanden na het overlijden van de ambtenaar naar een ander openbaar lichaam, Curaçao, St. Maarten of Aruba verhuist.

  • 3 Onder vergoeding van verhuizing wordt verstaan:

    • a. kosten vereist om in de plaats van vertrek- en in die van bestemming personen en goederen over te brengen naar en van het voor het vervoer bestemde vervoermiddel;

    • b. kosten voor het in- en uitpakken van de verhuisboedel;

    • c. kosten van aanmaak of aanschaffing van verpakkingsmiddelen; en

    • d. overvracht op bagage en (of) inboedel, verzonden per schip.

  • 4 Verpakkingsmiddelen mogen slechts in rekening worden gebracht, wanneer vaststaat, dat deze in de openbare lichamen van overheidswege niet kunnen worden verstrekt en na de verhuizing zijn ingeleverd bij die dienst.

  • 5 Indien van overheidswege geen vervoermiddelen beschikbaar zijn gesteld, worden bovendien de kosten daarvan teruggegeven voor zover ze worden goedgekeurd.

Artikel 4

  • 1 De ambtenaren hebben bij verandering van standplaats eveneens aanspraak op vergoeding van de helft van de onvermijdelijke kosten voor zich en/of hun wettige gezinnen verbonden aan:

    • a. logies in een ander openbaar lichaam dan de oude en nieuwe standplaats, mits van deze kosten uit overgelegde bewijsstukken blijkt;

    • b. logies op de oude en de nieuwe standplaats, mits van deze kosten uit overgelegde bewijsstukken blijkt en met dien verstande, dat de vergoeding slechts verleend wordt voor een verblijf van in totaal ten hoogste zeven dagen.

  • 2 De vergoeding bedoeld in het eerste lid onder b wordt slechts genoten door hen, die wegens voorbereidingen in verband met de verandering van hun standplaats, in een logement of andere inrichting gehuisvest waren.

Artikel 5

Als vergoeding voor de verhuizing wordt door het bevoegd gezag toegekend het bedrag der werkelijk gedane uitgaven volgens over te leggen bewijsstukken.

Artikel 6

Wenst de betrokkene zijn gezin tijdelijk op zijn oude standplaats achter te laten en op een latere datum te doen volgen, dan worden de kosten uit beide verhuizingen voortvloeiende vergoed, mits het gezin binnen een jaar volgt. Het totaal dezer kosten mag echter niet meer bedragen dan hetgeen voor rekening van de staat zou zijn gekomen, indien het gezin tegelijk met de ambtenaar zou zijn verhuisd.

Artikel 8

Het bevoegd gezag kan niet-ambtenaren die in zijn opdracht diensten verrichten voor de toepassing van deze regeling gelijk stellen met ambtenaren.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 10 oktober 2010.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.P.H. Donner

Terug naar begin van de pagina