Werkliedenwet 1944 BES

Geldend van 30-08-2011 t/m heden

Werkliedenwet 1944 BES

Hoofdstuk I. Algemene Bepalingen

Artikel 1A

In deze wet en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Artikel 2

Wanneer ingevolge artikel 2, zevende lid, van de Onderlinge regeling deelgenoten van het Werkliedenpensioenfonds, de verplichtingen jegens hen en het in verband met die verplichtingen gereserveerde vermogen aan de Staat der Nederlanden zijn toegewezen en de activa en passiva van het Werkliedenpensioenfonds zijn verdeeld, kunnen bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorschriften worden gegeven die noodzakelijk zijn om het recht op pensioen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Onderlinge regeling, de verplichtingen op grond van opgebouwde rechten op pensioen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Onderlinge regeling, en het recht op nabestaanden- en wezenpensioen, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Onderlinge regeling te garanderen.

Hoofdstuk II. Pensioenen

[Vervallen per 30-08-2011]

Terug naar begin van de pagina