Besluit gebruik van het regeringsvliegtuig en luchtvaartuigen van de krijgsmacht

Geraadpleegd op 19-05-2024.
Geldend van 14-09-2010 t/m 31-12-2013

Besluit van de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Defensie van 3 september 2010, nr. 3095255, tot gebruik van het regeringsvliegtuig en luchtvaartuigen van de krijgsmacht

De Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Defensie,

Overwegende dat het wenselijk is regels vast te stellen met betrekking tot het gebruik, de gebruiksvolgorde en de gebruiksvergoeding van het regeringsvliegtuig, alsmede nadere regels te stellen voor de taakuitoefening van de vluchtcoördinator;

Besluiten:

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • IMOC: Index materiële overheidsconsumptie van het voorgaande jaar;

  • positioning uren: de reistijd van het zonder passagiers vliegen met als doel het luchtvaartuig te verplaatsen naar de gewenste locatie;

  • privé-vlucht: een vlucht die onderdeel uitmaakt van een reis waarvan het doel geen openbaar belang dient;

  • vluchtcoördinator: een door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen ambtenaar;

  • regeringsvliegtuig: het vliegtuig met de registratie PH-KBX.

§ 2. Luchtvaartuigen

Artikel 2

Het gebruik van het regeringsvliegtuig is beperkt tot vluchten ten behoeve van:

  • a. de leden van het koninklijk huis;

  • b. de Minister-President, ministers en staatssecretarissen ter uitoefening van hun functie;

  • c. door de Minister van Verkeer en Waterstaat te bepalen doeleinden.

Artikel 3

Voor vluchten ten behoeve van de in artikel 2 bedoelde personen en doeleinden kan de Minister van Defensie toestemming verlenen tot het beschikbaar stellen van luchtvaartuigen van de krijgsmacht, indien:

  • a. de aard, de bestemming of doelmatigheid van de vlucht, het gebruik van andere luchtvaartuigen dan het regeringsvliegtuig noodzakelijk of gewenst maakt; en

  • b. hieraan geen redenen van operationele of technische aard in de weg staan.

Artikel 4

Indien de in de artikelen 2 en 3 bedoelde luchtvaartuigen niet beschikbaar of geschikt zijn gebleken, kan de vluchtcoördinator in overleg met de aanvrager een luchtvaartuig huren op commerciële basis.

§ 3. Procedure

Artikel 5

  • 1 De prioriteitstelling bij een samenloop van aanvragen voor vluchten met het regeringsvliegtuig geschiedt met inachtneming van deze volgorde:

    • a. de Koning en echtgenoot of echtgenote, dan wel andere leden van het koninklijk huis indien zij de Koning vertegenwoordigen;

    • b. de vermoedelijke opvolger van de Koning wanneer de vlucht onderdeel is van een reis uit oriënterend oogpunt in het licht van zijn toekomstige functie;

    • c. de Minister-President, ministers en staatssecretarissen wanneer de vlucht onderdeel is van een reis waarvan het doel een openbaar belang dient;

    • d. leden van het koninklijk huis behoudens de Koning en echtgenoot of echtgenote, wanneer de vlucht onderdeel is van een reis waarvan het doel een openbaar belang dient;

    • e. de vermoedelijke opvolger van de Koning, de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan en hun echtgenoten, wanneer het een privé-vlucht betreft;

    • f. overige vluchten.

  • 2 Dit artikel is, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel f, van overeenkomstige toepassing op het gebruik van luchtvaartuigen van de krijgsmacht in het kader van dit besluit.

Artikel 6

  • 1 Een aanvraag voor een vlucht wordt schriftelijk bij de vluchtcoördinator ingediend.

  • 2 Indien de aanvraag voor een vlucht in spoedeisende gevallen telefonisch is ingediend, dient deze schriftelijk te worden bevestigd.

  • 3 De aanvraag voor een vlucht als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, b en e, wordt ingediend door de Dienst Koninklijk Huis, met uitzondering van vluchten ten behoeve van staatsbezoeken waarvoor de aanvraag wordt ingediend door de Minister van Buitenlandse Zaken.

  • 4 De aanvraag voor een vlucht ten behoeve van de in artikel 2, onderdelen a en b, bedoelde personen behoudens de Koning en echtgenoot of echtgenote, als onderdeel van een reis waarvan het doel een openbaar belang dient, wordt ingediend door de minister die het, gezien het door de reis gediende belang, als eerstverantwoordelijke aangaat.

  • 5 Indien een vlucht wordt aangevraagd ten behoeve van de in artikel 2, onderdelen a en b, bedoelde personen behoudens de Koning en echtgenoot of echtgenote, wordt op het aanvraagformulier door of vanwege de aanvrager tenminste vermeld welk belang met de reis wordt gediend.

  • 6 Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3, zendt de vluchtcoördinator na overleg met betrokkenen de aanvraag door aan de Minister van Defensie. De vluchtcoördinator verstrekt daarbij aan de Minister van Defensie de door deze verlangde gegevens.

Artikel 7

  • 1 De aanvrager van de vlucht vermeldt op het aanvraagformulier wie als passagier met de desbetreffende vlucht mee kan reizen.

  • 2 Op grond van redenen van operationele of technische aard kan de Minister van Defensie bepalen dat voor vluchten met luchtvaartuigen van de krijgsmacht geen gebruik kan worden gemaakt van de in het eerste lid bedoelde beslissingsbevoegdheid van de aanvrager.

§ 4. Kosten

Artikel 8

  • 1 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 4 kunnen de Koning en echtgenoot of echtgenote onbeperkt gebruik maken van de in genoemde artikelen bedoelde luchtvaartuigen.

  • 2 Aan de leden van het koninklijk huis, zoals genoemd in artikel 5, eerste lid, onder e, worden gezamenlijk voor privé-vluchten per kalenderjaar vlieguren respectievelijk budget ter beschikking gesteld voor het gebruik van de artikelen 2, 3 en 4 bedoelde luchtvaartuigen.

  • 3 De in het tweede lid bedoelde beschikbare uren respectievelijk het beschikbare budget zijn:

    • regeringsvliegtuig: 25 uren;

    • luchtvaartuigen van de krijgsmacht: 47,5 uren;

    • inhuur van luchtvaartuigen, inclusief de positioning uren: € 75.000,=. Dit bedrag wordt met ingang van 1 januari 2010 jaarlijks geïndexeerd op basis van de IMOC.

  • 4 Indien een in de artikelen 2 of 3 bedoeld luchtvaartuig voor het uitvoeren van een andere vlucht wordt teruggeroepen, worden de positioning uren niet afgeboekt van het aantal ter beschikking gestelde franchise-uren noch in rekening gebracht.

  • 5 Indien het aantal vlieguren dan wel het budget, bedoeld in het derde lid, is overschreden, worden de kosten van vluchten van de leden van het koninklijk huis, zoals genoemd in artikel 5, eerste lid, onder e, wanneer het privé-vluchten betreft, aan de betrokken leden van het koninklijk huis in rekening gebracht.

Artikel 9

  • 1 De kosten behorende bij de in artikel 8, eerste lid, bedoelde vluchten ten behoeve van de Koning en echtgenoot of echtgenote, alsmede de in artikel 5, eerste lid, onder b, bedoelde vluchten ten behoeve van de vermoedelijke opvolger van de Koning komen ten laste van de begroting De Koning, met uitzondering van vluchten ten behoeve van staatsbezoeken, waarvan de kosten ten laste komen van de begroting van de Minister van Buitenlandse Zaken.

  • 2 De kosten van vluchten behorende bij de in artikel 8, derde lid, bedoelde beschikbaar gestelde vlieguren en budget komen, voor zover deze zijn benut, ten laste van de begroting De Koning.

  • 3 De kosten van vluchten ten behoeve van leden van het koninklijk huis behoudens de Koning en echtgenoot of echtgenote waarvan het doel een openbaar belang dient, alsmede andere vluchten komen ten laste van de begroting van de minister die ingevolge artikel 6, vierde lid, de aanvraag voor een vlucht heeft ingediend.

§ 5. Bijzondere omstandigheden

Artikel 10

In bijzondere omstandigheden kan de Minister van Verkeer en Waterstaat, dan wel de Minister van Defensie indien het luchtvaartuigen van de krijgsmacht betreft, na overleg met de Minister-President, een van dit besluit afwijkend besluit nemen.

§ 6. Slot- en overgangsbepalingen

Artikel 11

  • 1 In afwijking van artikel 5, eerste lid, onder e moet tot en met 31 december 2010 onder genoemd artikellid worden begrepen de leden van het koninklijk huis behoudens de Koning en echtgenoot of echtgenote, wanneer het een privé-vlucht betreft.

  • 2 In afwijking van artikel 8, derde lid, gelden tot en met 31 december 2010 op grond van genoemd artikellid de volgende beschikbare uren respectievelijk het beschikbare budget:

    • regeringsvliegtuig: 50 uren;

    • luchtvaartuigen van de krijgsmacht: 95 uren;

    • inhuur van luchtvaartuigen, inclusief de positioning uren: € 150.000,=. Dit bedrag wordt met ingang van 1 januari 2010 jaarlijks geïndexeerd op basis van de IMOC.

Artikel 12

De volgende regelingen worden ingetrokken:

  • a. het Besluit gebruik van het regeringsvliegtuig en andere luchtvaartuigen in beheer bij het Rijk;

  • b. de Regeling gebruiksvolgorde en -vergoedingen meevliegen krijgsmacht, en

  • c. de Beschikking van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 20 april 1972 houdende instelling van de functie en vaststelling van de taak van regeringsvertegenwoordiger voor het regeringsvliegtuig PH-PBX.

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2010.

Artikel 14

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gebruik van het regeringsvliegtuig en luchtvaartuigen van de krijgsmacht.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister-President, Minister

van Algemene Zaken,

J.P. Balkenende

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings

De

Minister

van Defensie,

E. van Middelkoop

Naar boven