Aanpassingswet veiligheidsregio’s

Geldend van 01-01-2015 t/m heden

Wet van 11 maart 2010 tot aanpassing van een aantal wetten aan de Wet veiligheidsregio’s en enkele wijzigingen in de Wet veiligheidsregio’s (Aanpassingswet veiligheidsregio’s)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in verband met de invoering van de Wet veiligheidsregio’s een aantal wetten aan te passen en enkele bepalingen van de Wet veiligheidsregio’s te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk II. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Artikel Xa

  • 1 [Red: Wijzigt de Wet herindeling gemeenten Horst aan de Maas, Meerlo-Wanssum, Sevenum en Venray, de Wet samenvoeging gemeenten Reiderland, Scheemda en Winschoten, de Wet samenvoeging gemeenten Helden, Kessel, Maasbree en Meijel, de Wet samenvoeging gemeenten Arcen en Velden en Venlo en een deel van het grondgebied van de gemeente Bergen Lb en de Wet samenvoeging gemeenten Moordrecht, Nieuwerkerk aan den IJssel en Zevenhuizen-Moerkapelle.]

  • 2 [Red: Wijzigt de Wet tot samenvoeging van de gemeenten Abcoude, Breukelen, De Ronde Venen en Loenen (Kst. 31 840).]

  • 3 [Red: Wijzigt de Wet herindeling gemeenten Rotterdam en Rozenburg.]

Hoofdstuk V. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel XXXV

  • 1 Op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XI, onderdelen G tot en met I, zijn de personeelsleden van de baten-lastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde lijst, van rechtswege ontslagen en aangesteld als ambtenaar in dienst van het Nederlands instituut fysieke veiligheid.

  • 2 De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XI, onderdelen G tot en met I, krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht behoren tot het personeel van de baten-lastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding, en van wie naam en functie zijn vermeld op een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vastgestelde lijst, zijn op dat tijdstip van rechtswege ontslagen en aangesteld in dienst van het Nederlands instituut fysieke veiligheid met een rechtspositie die in totaliteit ten minste gelijkwaardig is aan die welke voor elk van hen gold bij de baten-lastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding.

Artikel XXXVI

  • 1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepaalt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën welke vermogensbestanddelen van de Staat die aan de baten-lastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding worden toegerekend, worden toebedeeld aan het Nederlands instituut fysieke veiligheid.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen gaan met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel XI, onderdelen G tot en met I, onder algemene titel over op het Nederlands instituut fysieke veiligheid tegen een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister van Financiën te bepalen waarde.

Artikel XXXVII

Archiefbescheiden van de baten-lastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding betreffende zaken die op de datum van inwerkingtreding van artikel XI, onderdelen G tot en met I, nog niet zijn afgedaan, worden overgedragen aan het Nederlands instituut fysieke veiligheid, voor zover zij niet overeenkomstig de Archiefwet 1995 zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats.

Artikel XXXVIII

  • 1 In wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij de baten-lastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel XI, onderdelen G tot en met I, het Nederlands instituut fysieke veiligheid dan wel het bestuur van het Nederlands instituut fysieke veiligheid in de plaats van de Staat dan wel Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 2 In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel XI, onderdelen G tot en met I, aan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan de batenlastendienst Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding, treedt het bestuur van het Nederlands instituut fysieke veiligheid op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de Wet Nationale ombudsman in de plaats van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel XXXIX

Artikel XLI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 11 maart 2010

Beatrix

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

,

A. Th. B. Bijleveld-Schouten

Uitgegeven de eerste april 2010

De Minister van Justitie

E. M. H. Hirsch Ballin

Terug naar begin van de pagina