Subsidieregeling internationaal excelleren

[Regeling vervallen per 01-07-2017.]
Geraadpleegd op 06-02-2023.
Geldend van 09-03-2013 t/m 31-12-2013

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 13 december 2009, nr. WJZ/9178621, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten op het terrein van internationaal excelleren (Subsidieregeling internationaal excelleren)

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Artikel 1.1

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • DAC-land: land dat voorkomt op de door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling vastgestelde lijst van ontvangers van officiële ontwikkelingshulp (DAC Lijst);

  • doelland: land waarop de internationaliseringsstrategie gericht is;

  • eerste wezenlijke toeleverancier: directe leverancier van producten, halfproducten of grondstoffen die voor het productieproces dat het subsidieproject beoogt op te zetten van substantiële betekenis zijn;

  • internationaliseringsstrategie: een strategie ten behoeve van een samenwerkingsverband die gericht is op positionering in een buitenlandse markt, waarin de kansen, risico’s en knelpunten die zich voordoen op de buitenlandse markt worden beschreven en wordt aangegeven welke activiteiten zullen worden uitgevoerd en welke niet-financiële ondersteuning van de overheid nodig is, om de doelstellingen van de strategie te realiseren;

  • kinder- of dwangarbeid: elke vorm van arbeid die de Internationale Arbeidsorganisatie beoogt te verhinderen met het Verdrag betreffende den gedwongen of verplichten arbeid, 1930 (C29, Stb. 1933, 236), het Verdrag betreffende de afschaffing van gedwongen arbeid, 1957 (C105, Trb. 1957, 210), het Verdrag betreffende de minimumleeftijd, 1973 (C138, Trb. 1974, 71) of het Verdrag betreffende de ergste vormen van kinderarbeid, 1999 (C182, Trb. 2000, 152);

  • minister: de Minister van Economische Zaken;

  • tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatssteun: Mededeling van de Commissie – Tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatssteun ter stimulering van de toegang tot financiering in de huidige financiële en economische crisis (PbEU 22 januari 2009, C 16/1).

Artikel 1.2

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Indien door de minister op grond van deze regeling een subsidie wordt verleend van minder dan € 25.000, wordt de subsidie ambtshalve vastgesteld.

Hoofdstuk 2. Basismodule 2getthere

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Artikel 2.1

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een deelnemer in een samenwerkingsverband die één of meer activiteiten ten behoeve van een internationaliseringsstrategie uitvoert.

  • 2 Voor subsidie komen uitsluitend de volgende activiteiten in aanmerking:

    • a. informatiestudies: verrichten van diensten door adviseurs die ervaren zijn op het gebied van commerciële, juridische, politieke of technische haalbaarheid van projecten, die specifieke kennis hebben over de wijze waarop opdrachten voor grote projecten gericht op het doelland worden verkregen of het vertalen van voor de doelen van de internationaliseringsstrategie relevante documenten;

    • b. bezoeken en bijeenkomsten: bezoeken van het doelland en het ontvangen van delegaties vanuit het doelland en het bezoeken en organiseren van seminars en bijeenkomsten;

    • c. beurzen en tentoonstellingen: deelname aan en het bezoeken van beurzen en tentoonstellingen;

    • d. economische missie: deelname met ten minste zes deelnemers aan een Nederlandse economische missie die niet onder leiding staat van een bewindspersoon of ambtenaar;

    • e. plaatsing van studenten: het inschakelen van één of meer studenten van een instelling voor middelbaar beroepsonderwijs, hoger beroepsonderwijs of universitair onderwijs, die een voor de uitvoering van de internationaliseringsstrategie relevante studieopdracht uitvoeren in het doelland en studenten vanuit het doelland die een relevante studieopdracht uitvoeren in Nederland;

    • f. inhuren van adviseurs: tijdelijke inhuur van één of meer adviseurs of begeleiders met voor de uitvoering van de internationaliseringsstrategie relevante ervaring ter ondersteuning van de uitvoering van de internationaliseringsstrategie;

    • g. investeringsproject: samenhangend geheel van activiteiten dat aanvangt met de investering in een duurzaam kapitaalgoed in een onderneming in het doelland en eindigt als het kapitaalgoed drie maanden productie heeft geleverd;

    • h. coördinatie: coördinatie van de uitvoering van de internationaliseringsstrategie door het samenwerkingsverband.

Artikel 2.2

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Een samenwerkingsverband bestaat uit ten minste acht niet in een groep verbonden in Nederland gevestigde ondernemers.

Artikel 2.3

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De subsidie bedraagt:

    • a. 100 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op de organisatie van economische missies;

    • b. 50 procent in het eerste jaar, 50 procent in het tweede jaar en 50 procent in het derde jaar van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op coördinatie of het inhuren van adviseurs waarbij de subsidie voor beide categorieën afzonderlijk niet meer dan € 150.000 bedraagt;

    • c. 50 procent van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op de overige activiteiten.

  • 2 Het maximumsubsidiebedrag bedraagt € 450.000 per subsidie-ontvanger.

  • 3 De subsidie bedraagt voorts:

    • a. 50 procent van de kosten voor het huren, opzetten en gebruiken van een standplaats voor de eerste keer dat een MKB-ondernemer aan een bepaalde vakbeurs of tentoonstelling deelneemt;

    • b. 50 procent van de kosten van door externe adviseurs verrichte diensten ten gunste van een MKB-ondernemer voor zover de betrokken diensten niet van permanente of periodieke aard zijn en niet tot de gewone bedrijfsuitgaven van de onderneming behoren.

  • 4 Indien verscheidene aanvragen worden gedaan die betrekking hebben op dezelfde internationaliseringsstrategie en die tezamen een subsidiebedrag van meer dan € 1.500.000 betreffen, wordt het meerdere naar rato in mindering gebracht op de aan de betrokken aanvragers te verstrekken subsidie.

  • 5 De subsidie wordt verlaagd voor zover dit nodig is op basis van de tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatssteun.

Artikel 2.4

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De kosten die in aanmerking komen voor subsidie op grond van dit hoofdstuk zijn: het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gemaakt, vermenigvuldigd met een vast uurtarief van € 87,50, waarin zowel de directe loonkosten als daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen, en vermeerderd met:

    • a. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn;

    • b. de aan derden betaalde kosten.

Artikel 2.5

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 2.6

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 Er is een Adviescommissie 2getthere, die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent de afwijzingsgronden, bedoeld in artikel 2.7, derde lid.

  • 2 De commissie bestaat uit ten minste vier en ten hoogste acht leden.

  • 3 De voorzitter en de andere leden worden benoemd voor een termijn van ten hoogste vijf jaar.

Artikel 2.7

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 Een aanvraag wordt niet ingediend dan nadat daarover door de Adviescommissie 2getthere aan de aanvrager advies is uitgebracht op basis van een vooraanmelding, dan wel nadat er zes weken verstreken zijn na indiening van de vooraanmelding.

  • 2 In de vooraanmelding wordt aangegeven:

    • a. de gewenste te subsidiëren activiteiten;

    • b. de wijze waarop naar verwachting aan de voorwaarden en verplichtingen op grond van deze regeling zal kunnen worden voldaan;

    • c. de kern van de internationaliseringsstrategie.

Artikel 2.9

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. subsidieverstrekking niet is toegestaan onder toepassing van de tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatsteun, de algemene groepsvrijstellingsverordening of de verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379);

  • b. onvoldoende vertrouwen bestaat in de politieke haalbaarheid van de activiteiten in het doelland;

  • c. er onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

  • d. indien de activiteiten in strijd zijn met de door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling vastgestelde Richtlijnen voor multinationale ondernemingen ten aanzien van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen of met de door de Internationale Arbeidsorganisatie vastgestelde Verklaring Fundamentele Beginselen en Rechten op het Werk;

  • e. bij een investeringsproject in een DAC-land sprake is van het gebruik van kinder- of dwangarbeid door een subsidie-ontvanger, de onderneming waar het project wordt uitgevoerd of de eerste wezenlijke toeleverancier;

  • f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de wijze waarop systematisch wordt gecontroleerd en geborgd dat in het kader van de uitvoering van een investeringsproject in een DAC-land geen gebruik wordt gemaakt van kinder- of dwangarbeid door een subsidie-ontvanger, de onderneming waar het project wordt uitgevoerd of de eerste wezenlijke toeleverancier;

  • g. er bij de posten in het doelland, in de betreffende sector in het doelland of door een of meer deelnemers in het samenwerkingsverband te veel internationaliseringsstrategieën worden uitgevoerd, waardoor er onvoldoende capaciteit is om de activiteiten uit te voeren;

  • h. de internationaliseringsstrategie niet ziet op de verwezenlijking van ten minste twee van de volgende doelen:

    • 1°. starten van commerciële activiteiten op een voor het samenwerkingsverband nieuwe markt;

    • 2°. substantieel vergroten van het bestaande marktaandeel op een markt;

    • 3°. aantrekken van kenniswerkers en hoogwaardige investeringen vanuit die markt ten behoeve van het samenwerkingsverband;

    • 4°. starten of intensiveren van een samenwerking tussen deelnemers in het samenwerkingsverband en lokale partijen op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en productie;

  • i. het samenwerkingsverband onvoldoende onderscheidend is in de betreffende sector of nichemarkt.

Artikel 2.9a

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De beschikking tot subsidieverlening kan de bepaling bevatten dat subsidie voor in latere jaarwerkplannen te identificeren projectactiviteiten wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat het betreffende jaarwerkplan – indien het bij de aanvraag zou zijn ingediend – niet zou hebben geleid tot afwijzing van de aanvraag.

Artikel 2.10

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

In afwijking van artikel 38, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies voert de subsidie-ontvanger een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:

  • a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden;

  • b. de specifiek ten behoeve van de activiteiten gemaakte en betaalde kosten.

Artikel 2.11

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 Binnen twee maanden na de subsidieverlening wordt een afschrift verstrekt van de overeenkomst waarin de samenwerking tussen de deelnemers in het samenwerkingsverband is geregeld.

  • 2 De subsidie-ontvanger maakt bij de uitvoering van de internationaliseringsstrategie gebruik van promotiematerialen beschikbaar gesteld door de EVD.

Artikel 2.12

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De subsidie-ontvanger dient jaarlijks een rapportage in over de voortgang van de uitvoering van de internationaliseringsstrategie.

  • 2 Een rapportage bevat in ieder geval een verantwoording over de in het afgelopen jaar uitgevoerde activiteiten gerelateerd aan de doelstellingen van de internationaliseringsstrategie en een vooruitblik op de in het komende jaar uit te voeren activiteiten gerelateerd aan de doelstellingen van de internationaliseringsstrategie.

Artikel 2.12a

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 Een subsidie-ontvanger maakt bij de uitvoering van een investeringsproject in een DAC-land geen gebruik van kinder- of dwangarbeid.

  • 2 De subsidie-ontvanger zorgt ervoor dat noch de eerste wezenlijke toeleverancier noch de onderneming waar het project wordt uitgevoerd bij de uitvoering van een investeringsproject in een DAC-land gebruik maken van kinder- of dwangarbeid.

  • 3 De subsidie-ontvanger meldt aanwijzingen die hij heeft of redelijkerwijs behoort te hebben voor het gebruik van kinder- of dwangarbeid in de onderneming waar het project wordt uitgevoerd of in een onderneming van de eerste wezenlijke toeleverancier zo spoedig mogelijk aan de Minister.

  • 4 Na afloop van het project zorgt de subsidie-ontvanger ervoor dat de onderneming waar het kapitaalgoed in productie is en de eerste wezenlijke toeleverancier geen gebruik zullen maken van kinder- of dwangarbeid.

  • 5 De verplichting, bedoeld in het vierde lid, geldt gedurende 2 jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 2.12b

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Een subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de activiteiten ter uitvoering van een investeringsproject voldoen aan de in het doelland geldende wetgeving gericht op de bescherming van mensenrechten, milieu en consumentenrechten, wetgeving gericht op het tegengaan van corruptie en wetgeving op het gebied van arbeidsverhoudingen en tewerkstelling.

Artikel 2.13

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

Hoofdstuk 3. Demonstratieprojecten

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Artikel 3.1

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een Nederlandse ondernemer die deelneemt aan een samenwerkingsverband dat een demonstratieproject uitvoert.

  • 2 Een demonstratieproject is een project waarmee Nederlandse technologie wordt gedemonstreerd die het samenwerkingsverband in een bepaalde sector in het doelland te bieden heeft, waaruit opdrachten kunnen voortvloeien waarmee Nederlandse export van kapitaalgoederen of diensten of Directe Buitenlandse Investeringen (DBI) van substantiële omvang gerealiseerd zullen kunnen worden.

  • 3 Het demonstratieproject wordt uitgevoerd ten behoeve van ten minste één buitenlandse potentiële klant.

  • 4 De aanvrager maakt in de aanvraag voldoende onderbouwd aannemelijk dat de in het tweede lid bedoelde opdrachten uit het demonstratieproject voortvloeien en dat daarmee Nederlandse export van kapitaalgoederen of diensten of Directe Buitenlandse Investeringen (DBI) van substantiële omvang gerealiseerd zullen kunnen worden.

  • 5 Het demonstratieproject zelf omvat geen activiteiten die als export- of investeringsactiviteiten kunnen worden aangemerkt.

Artikel 3.2

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste twee niet in een groep verbonden in Nederland gevestigde exporterende of investerende ondernemers.

Artikel 3.3

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

  • 2 Het maximumsubsidiebedrag bedraagt € 200.000 per project.

  • 3 Het bedrag van de subsidie wordt verlaagd voor zover dit nodig is op basis van de tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatssteun.

Artikel 3.4

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De kosten die in aanmerking komen voor subsidie op grond van dit hoofdstuk zijn: het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gemaakt, vermenigvuldigd met een vast uurtarief van € 87,50, waarin zowel de directe loonkosten als daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen, en vermeerderd met:

    • a. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn;

    • b. de aan derden betaalde kosten.

Artikel 3.5

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 3.7

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. subsidieverstrekking niet is toegestaan onder toepassing van de algemene groepsvrijstellingsverordening of de verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379);

  • b. onvoldoende vertrouwen bestaat in de politieke haalbaarheid van de activiteiten in het doelland;

  • c. onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

  • d. de activiteiten in strijd zijn met de door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling vastgestelde richtlijnen ten aanzien van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen;

  • e. in het desbetreffende land geen reële mogelijkheden zijn voor de realisatie van projecten na het demonstratieproject, met betrokkenheid van in Nederland gevestigde bedrijven;

  • f. de activiteiten vrijwel identiek zijn aan eerdere deels door de Nederlandse overheid gefinancierde activiteiten en de activiteiten onvoldoende toegevoegde waarde hebben voor de positionering van het Nederlandse bedrijfsleven in het doelland;

  • g. de activiteiten de bekendheid van de buitenlandse partij met het aanbod van het Nederlandse bedrijfsleven onvoldoende vergroot;

  • h. onvoldoende kans is op orderverwerving van substantiële omvang door het Nederlandse bedrijfsleven in de uitvoeringsfase van het project;

  • i. onvoldoende kans is op financiering van de exportorders of Directe Buitenlandse Investeringen (DBI) die uit het demonstratieproject kunnen voortvloeien.

Artikel 3.8

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

In afwijking van artikel 38, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies voert de subsidie-ontvanger een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:

  • a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden;

  • b. de specifiek ten behoeve van de activiteiten gemaakte en betaalde kosten.

Artikel 3.9

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De subsidie-ontvanger maakt bij de uitvoering van het project gebruik van promotiematerialen beschikbaar gesteld door de EVD.

Artikel 3.9a

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Een subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de activiteiten ter uitvoering van het project voldoen aan de in het doelland geldende wetgeving gericht op de bescherming van mensenrechten, milieu en consumentenrechten, wetgeving gericht op het tegengaan van corruptie en wetgeving op het gebied van arbeidsverhoudingen en tewerkstelling.

Artikel 3.10

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

Hoofdstuk 4. Haalbaarheidsstudie

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Artikel 4.1

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een Nederlandse ondernemer die deelneemt aan een samenwerkingsverband dat een haalbaarheidsstudie uitvoert.

  • 2 Een haalbaarheidsstudie is een onderzoek waarmee wordt bepaald of het technisch en commercieel haalbaar is een project uit te voeren, waarmee Nederlandse export van kapitaalgoederen of diensten of Directe Buitenlandse Investeringen (DBI) van substantiële omvang gerealiseerd zullen kunnen worden.

  • 3 De haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd ten behoeve van ten minste één buitenlandse potentiële klant.

  • 4 De aanvrager maakt in de aanvraag voldoende onderbouwd aannemelijk dat de in het tweede lid bedoelde export van kapitaalgoederen of diensten of Directe Buitenlandse Investeringen (DBI) van substantiële omvang gerealiseerd zullen kunnen worden.

  • 5 De haalbaarheidsstudie zelf omvat geen activiteiten die als export- of investeringsactiviteiten kunnen worden aangemerkt.

Artikel 4.2

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Het samenwerkingsverband bestaat uit ten minste twee niet in een groep verbonden in Nederland gevestigde exporterende of investerende ondernemers.

Artikel 4.3

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De subsidie bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten.

  • 2 Het maximumsubsidiebedrag bedraagt € 100.000 per haalbaarheidsstudie.

  • 3 Het bedrag van de subsidie wordt verlaagd voor zover dit nodig is op grond van Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379).

Artikel 4.4

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De subsidiabele kosten worden berekend door het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gemaakt te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 87,50, waarin zowel de directe loonkosten als daaraan toegerekende indirecte kosten zijn begrepen, vermeerderd met:

    • a. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn;

    • b. de aan derden betaalde kosten.

Artikel 4.5

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van aanvragen.

Artikel 4.7

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. subsidieverstrekking niet is toegestaan onder toepassing van de tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatsteun, de algemene groepsvrijstellingsverordening of de verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379);

  • b. onvoldoende vertrouwen bestaat in de politieke haalbaarheid van de activiteiten in het doelland;

  • c. er onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;

  • d. de activiteiten in strijd zijn met de door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling vastgestelde richtlijnen ten aanzien van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen;

  • e. er in het desbetreffende land geen reële mogelijkheden zijn voor de realisatie van het project na de informatiestudie, met betrokkenheid van in Nederland gevestigde bedrijven;

  • f. de activiteiten vrijwel identiek zijn aan eerdere deels door de Nederlandse overheid gefinancierde activiteiten en de activiteiten onvoldoende toegevoegde waarde hebben voor de positionering van het Nederlandse bedrijfsleven in het doelland;

  • g. de activiteiten de bekendheid van de buitenlandse partij met het aanbod van het Nederlandse bedrijfsleven onvoldoende vergroot;

  • h. er onvoldoende kans is op orderverwerving van substantiële omvang door het Nederlandse bedrijfsleven in de uitvoeringsfase van het project;

  • i. onvoldoende kans is op financiering van de exportorders of Directe Buitenlandse Investeringen (DBI) die uit de haalbaarheidsstudie kunnen voortvloeien.

Artikel 4.8

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

In afwijking van artikel 38, eerste lid, van het Kaderbesluit EZ-subsidies voert de subsidie-ontvanger een zodanige administratie dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze is af te leiden:

  • a. de aard, inhoud en voortgang van de verrichte werkzaamheden;

  • b. de specifiek ten behoeve van de activiteiten gemaakte en betaalde kosten.

Artikel 4.9

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De subsidie-ontvanger dient halverwege de uitvoering van de studie, bedoeld in artikel 4.1 een rapportage in over de voortgang, waarbij wordt ingegaan op de tot dan toe uitgevoerde activiteiten en de voorlopige resultaten van de haalbaarheidsstudie.

Artikel 4.9a

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Een subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de activiteiten ter uitvoering van een investeringsproject voldoen aan de in het doelland geldende wetgeving gericht op de bescherming van mensenrechten, milieu en consumentenrechten, wetgeving gericht op het tegengaan van corruptie en wetgeving op het gebied van arbeidsverhoudingen en tewerkstelling.

Artikel 4.10

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor:

Hoofdstuk 5. Opkomende markten

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

§ 1. Definities

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Artikel 5.1

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • lening: een geldlening aan een ondernemer ter financiering van nieuwe activiteiten in daartoe aangewezen landen;

  • externe deskundige: een deskundige die niet is verbonden aan een onderneming van de subsidieaanvrager noch aan een onderneming die tot dezelfde groep als de subsidieaanvrager behoort;

  • verstrekken van financiering: verstrekken van geld in contanten in de vorm van storting op aandelen of een lening.

§ 2. Financiering van nieuwe activiteiten in opkomende markten

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Artikel 5.2

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie in de vorm van een Finance for International Business-lening aan een MKB-ondernemer die een rechtspersoon is.

Artikel 5.3

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Aan de subsidie wordt ten minste de voorwaarde verbonden, dat

  • a. binnen een maand na de dagtekening van de beschikking de bij de beschikking behorende uitvoeringsovereenkomst door de subsidieaanvrager ondertekend is geretourneerd, en

  • b. binnen zes maanden na dagtekening van de beschikking is gebleken dat de subsidie-ontvanger met een of meer partijen waaronder ten minste één financier overeenkomsten heeft gesloten op basis waarvan hem door partijen ten behoeve van de nieuwe activiteiten financiering wordt verstrekt ter grootte van een bedrag in contanten dat zich verhoudt tot het subsidiebedrag als ten minste 65 staat tot 35.

Artikel 5.4

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 5.5

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, indien

  • a. en voor zover de totale subsidie, krachtens deze paragraaf aan de subsidie-ontvanger verstrekt, meer bedraagt dan € 875.000 per land;

  • b. de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven van de subsidie-ontvanger niet bevredigend zijn;

  • c. de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven van de nieuwe activiteiten van de subsidie-ontvanger in het betrokken land niet bevredigend zijn;

  • d. in de voorafgaande periode van twaalf maanden meer middelen aan de ondernemer onttrokken zijn dan een redelijk te achten bedrijfsvoering meebrengt dan wel een verplichting tot een zodanige onttrekking is aangegaan;

  • e. de financiering, bedoeld in artikel 5.3, onderdeel b, niet geheel wordt verstrekt in geld;

  • f. de financiering kan leiden tot de gehele of gedeeltelijke afwenteling van bestaande risico’s op de Staat;

  • g. de activiteiten in overwegende mate betrekking hebben op het behalen van resultaten door waardestijging van onroerend goed of andere activa zonder dat er sprake is van significante waardetoevoeging door eigen productieve activiteiten;

  • h. de subsidie-ontvanger het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf uitoefent of een participatiemaatschappij heeft;

  • i. onvoldoende aannemelijk is dat de subsidie zal bijdragen aan expansie van de in Nederland gevestigde ondernemingen van de subsidie-ontvanger;

  • j. indien de subsidie-ontvanger een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert zoals bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening;

  • k. de subsidie-ontvanger handelt in strijd met de door de OESO vastgestelde Richtlijnen voor multinationale ondernemingen ten aanzien van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen of de door de Internationale Arbeidsorganisatie vastgestelde Verklaring Fundamentele Beginselen en rechten op het Werk;

  • l. in verband met de nieuwe activiteiten sprake is van het gebruik van kinder- of dwangarbeid door de subsidie-ontvanger, in de onderneming waarin de nieuwe activiteiten worden verricht of in enige onderneming van de ondernemer of de eerste wezenlijke toeleverancier voor de nieuwe activiteiten;

  • m. onvoldoende vertrouwen bestaat in de wijze waarop systematisch wordt gecontroleerd en geborgd dat in verband met de nieuwe activiteiten geen gebruik wordt gemaakt van kinder- of dwangarbeid door een subsidie-ontvanger, de onderneming waarin de nieuwe activiteiten worden verricht of in enige onderneming van de ondernemer of de eerste wezenlijke toeleverancier voor de nieuwe activiteiten;

  • n. de subsidie-ontvanger ook een financiering heeft met een garantie krachtens hoofdstuk 3 (Groeifaciliteit) van de Subsidieregeling starten, groeien en overdragen van een onderneming, indien het risicoprofiel van deze garantie toeneemt door verstrekking van de aangevraagde subsidie.

Artikel 5.6

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie, indien

  • a. de subsidie-ontvanger niet heeft aangetoond dat de verstrekker van financiering of, indien er meerdere verstrekkers van financiering zijn, de verstrekker van de meeste financiering binnen de groep verstrekkers van financiering, financier is, gevestigd in de Europese Unie, en dat zijn deskundigheid, betrouwbaarheid, financiële draagkracht en stabiliteit voldoende zijn gewaarborgd;

  • b. onvoldoende vertrouwen bestaat in de betrouwbaarheid en stabiliteit van een of meer van de overige verstrekkers van financiering.

Artikel 5.7

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De subsidie-ontvanger maakt in verband met de nieuwe activiteiten geen gebruik van kinder- of dwangarbeid.

  • 2 De subsidie-ontvanger zorgt ervoor dat noch de eerste wezenlijke toeleverancier noch de onderneming waarin de nieuwe activiteiten worden verricht gebruik maken van kinder- of dwangarbeid.

  • 3 De subsidie-ontvanger meldt feiten en omstandigheden die duiden op het gebruik van kinder- of dwangarbeid in de onderneming waar de nieuwe activiteiten worden verricht of in een van zijn ondernemingen, dan wel in enige onderneming van de eerste wezenlijke toeleverancier voor de nieuwe activiteiten zo spoedig mogelijk aan de minister.

  • 4 De in de voorgaande leden genoemde verplichtingen gelden gedurende de looptijd van de lening.

Artikel 5.8

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de nieuwe activiteiten voldoen aan de in het betrokken land geldende wetgeving gericht op de bescherming van mensenrechten, milieu en consumenten, wetgeving gericht op het tegengaan van corruptie en wetgeving op het gebied van arbeidsverhoudingen en tewerkstelling.

Artikel 5.10

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 Het formulier voor het indienen van een aanvraag om subsidie is opgenomen in bijlage 5.1.

§ 3. Investeringsprojecten

[Vervallen per 15-07-2012]

§ 4. Kennisverwerving

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Artikel 5.19

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De minister verstrekt aan een MKB-ondernemer op aanvraag een subsidie voor advisering en begeleiding door een externe deskundige, indien dat redelijkerwijs noodzakelijk is voor het wegnemen van knelpunten bij het verwezenlijken van zijn ondernemingsbeleid gericht op marktentree en positionering van zijn onderneming in daartoe aangewezen landen.

  • 2 De advisering en begeleiding liggen op de gebieden specifieke marktinformatie, het selecteren van lokale partners, de strategie op het gebied van marktentree en positionering, wet- en regelgeving en juridisch advies.

Artikel 5.20

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1 De subsidie bedraagt 50% van de begrote aan de externe deskundige verschuldigde kosten.

  • 3 Het maximumsubsidiebedrag bedraagt € 50.000 per subsidieontvanger of groep waartoe de subsidieontvanger behoort per land.

  • 4 Geen subsidie wordt verstrekt indien het subsidiebedrag minder bedraagt dan € 10.000.

Artikel 5.21

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De subsidie valt onder de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 5.22

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 5.23

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de in de offerte genoemde activiteiten niet passen binnen de bedrijfsstrategie van de aanvrager dan wel onvoldoende verband houden met de huidige bedrijfsactiviteiten van de aanvrager;

  • b. de in de offerte genoemde activiteiten leiden tot het verplaatsen van arbeidsplaatsen van Nederland naar een opkomende markt;

  • c. de aanvrager, of een tot dezelfde groep als de aanvrager behorende onderneming, tevens als externe deskundige van de in de offerte genoemde activiteiten optreedt;

  • d. de externe deskundige tevens als een door de aanvrager gemachtigde partij optreedt voor indiening van een subsidieaanvraag;

  • e. de aanvrager vóór indiening van de subsidieaanvraag ten behoeve van de in de offerte genoemde activiteiten reeds een contractuele verplichting is aangegaan;

  • f. de hoogte van het offertebedrag in relatie tot de genoemde activiteiten onredelijk hoog wordt geacht;

  • g. de bij de aanvraag gevoegde offerte van de externe deskundige onvoldoende inzicht biedt in de te verrichten werkzaamheden;

  • h. de aanvrager of een externe deskundige in een opkomende markt niet handelt volgens de door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling vastgestelde richtlijnen ten aanzien van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en de door de Internationale Arbeidsorganisatie vastgestelde Verklaring inzake Fundamentele Beginselen en Rechten op het Werk;

  • i. ter zake van de activiteiten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van Europese gemeenschappen aan de subsidieontvanger subsidie is verstrekt;

  • j. de activiteiten verboden zijn in Nederland of in een opkomende markt;

  • k. indien de aanvrager minder dan drie fulltime equivalents in dienst heeft.

Artikel 5.24

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De subsidie wordt ambtshalve vastgesteld acht weken na de datum waarop de activiteiten volgens de beschikking tot subsidieverlening moeten zijn verricht.

Artikel 5.25

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Aan de subsidie zijn de volgende verplichtingen verbonden:

  • a. de subsidiabele activiteiten moeten zijn verricht binnen een jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening;

  • b. de subsidieontvanger doet onverwijld een schriftelijke melding aan de minister zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig, of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de verplichtingen, verbonden aan de subsidie, zal worden voldaan;

  • c. de subsidieontvanger verstrekt desgevraagd aan de minister een verklaring van werkelijke kosten, waarin wordt aangegeven dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht, dat is voldaan aan de verplichtingen, verbonden aan de subsidie, en wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is;

  • d. de subsidieontvanger verleent de minister desgevraagd inzage in de niet bedrijfsgevoelige resultaten van de advisering door de externe deskundige;

  • e. de subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de activiteiten ter uitvoering van een investeringsproject voldoen aan de in de opkomende markt geldende wetgeving gericht op de bescherming van mensenrechten, milieu en consumentenrechten, wetgeving gericht op het tegengaan van corruptie en wetgeving op het gebied van arbeidsverhoudingen en tewerkstelling.

Artikel 5.26

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Het formulier voor het indienen van een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 5.19 is opgenomen in bijlage 5.5.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Artikel 6.1

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2010.

Artikel 6.2

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling internationaal excelleren.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 13 december 2009

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

F. Heemskerk

Vooraanmeldingsformulier 2g@there

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 2.1 van de Subsidieregeling internationaal excelleren

Stuur het volledig ingevulde formulier naar:

 

2getthere@info.evd.nl

Voor nadere informatie over de regeling:

 

– website: www.evd.nl/2getthere

– telefoon: 070-778 8030

U kunt het formulier ook uitprinten en opsturen naar:

EVD

unit 2g@there

Postbus 20105

2500 EC Den Haag

Toelichting

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Met behulp van dit vooraanmeldingsformulier kunt u de procedure voor 2g@there opstarten. Deze vooraanmelding is een vereiste voor aanvragers die willen bepalen of hun programma-idee mogelijk past binnen 2g@there. Zonder deze vooraanmelding is het niet mogelijk een Internationaliseringstrategie en de bijbehorende subsidieaanvraag bij 2g@there in te dienen.

De door u verstrekte informatie geldt niet als officiële 2g@there subsidieaanvraag. De informatie zal vertrouwelijk worden behandeld en voor geen ander doel worden gebruikt dan de 2g@there intake procedure.

Na ontvangst van uw formulier neemt een van de 2g@there-medewerkers contact met u op.

Vragen vooraf

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Indien alle vragen met 'JA' kunnen worden beantwoord is 2g@there wellicht iets voor u. Als een of meer van de vragen worden beantwoord met 'NEE' en u nadere uitleg wilt, neem dan contact op met een van de 2g@there-medewerkers of bezoek de 2g@there-website (www.evd.nl/2getthere).

Wilt u een internationaliseringstrategie ontwikkelen, dwz een meerjarig plan voor het samenwerkingsverband om op een markt te starten, groeien, investeren, of acquireren?

□ Ja □ Nee

Dient u het voorstel in namens minimaal 8 bedrijven en/of kennisinstellingen, die een samenwerkingsverband willen aan gaan?

□ Ja □ Nee

Is niet-financiële ondersteuning van de overheid

(dwz ondersteuning door het brengen van kennis over beleid, wetgeving en handhaving en economische diplomatie/lobby) essentieel voor het realiseren van uw strategie?

□ Ja □ Nee

Zijn de plannen ambitieus en gericht op de betreffende markt en zijn Nederlandse ondernemers op dit gebied internationaal onderscheidend?

□ Ja □ Nee

Biedt de strategie voldoende potentie (groeimogelijkheden) voor Nederlandse ondernemers?

□ Ja □ Nee

1. Penvoerder

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Onderneming
 

Naam onderneming:

 

Telefoon:

 

Website:

Inschrijfnummer KvK:

 

Reguliere bedrijfsactiviteiten

 
Contactpersoon
 

Naam:

 

□ Dhr. □ Mw.

Titel(s):

 

Functie:

 

Telefoon:

 

Mobiel:

E-mail adres:

 

2. Samenwerkingsverband

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

In artikel 2.2 van de Subsidieregeling internationaal excelleren is opgenomen dat een samenwerkingsverband dient te bestaan uit minimaal 8 niet in een groep verbonden in Nederland gevestigde ondernemers

Naam samenwerkingsverband:

 
 
 

Naam onderneming:

Kernactiviteit:

Onderneming 1

   

Onderneming 2

   

Onderneming 3

   

Onderneming 4

   

Onderneming 5

   

Onderneming 6

   

Onderneming 7

   

Onderneming 8

   
     
     
     
     

3. Land Sector combinatie

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

 

Land:

 

Sector:

 

Motivatie:

 

4. Strategie

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Geef een korte omschrijving van de Internationaliseringsstrategie.

Houd het kort.

Denk aan in totaal +/- 600 woorden voor de beantwoording van de vragen hiernaast.

Beoogde doelen en resultaten:

 

Verwachte bijdrage aan duurzame economische groei:

 

Verwachte kansen en knelpunten:

 

Beoogde activiteiten:

 

Waaruit blijkt dat de genoemde ondernemingen (bedrijven, kennisinstellingen) graag zouden willen meewerken om de bovengenoemde doelen en resultaten te bereiken?

 

Legitimatie voor overheidsrol:

 

5. Financiën

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Geef een schatting

Totale kosten:

 

Eigen bijdrage ondernemingen:

 

Subsidie:

 

Bijlage 2.2 behorende bij artikel 2.13, onderdeel b, van de Subsidieregeling internationaal excelleren

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 247244.png
Bijlage 247245.png
Bijlage 247246.png
Bijlage 247247.png
Bijlage 247248.png
Bijlage 247249.png
Bijlage 247250.png
Bijlage 247251.png
Bijlage 247252.png
Bijlage 247253.png
Bijlage 247254.png
Bijlage 247255.png
Bijlage 247256.png
Bijlage 247257.png
Bijlage 247258.png
Bijlage 247259.png
Bijlage 247260.png
Bijlage 247261.png
Bijlage 247262.png

Bijlage 2.3 behorende bij artikel 2.13, onderdeel c, van de Subsidieregeling internationaal excelleren

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 247263.png
Bijlage 247264.png
Bijlage 247265.png
Bijlage 247266.png
Bijlage 247267.png

Bijlage 3.1 behorende bij artikel 3.10, onderdeel a, van de Subsidieregeling internationaal excelleren

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 250695.png
Bijlage 250698.png
Bijlage 250701.png
Bijlage 250704.png
Bijlage 250707.png

Bijlage

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 250710.png
Bijlage 250713.png

Bijlage 3.2 behorende bij artikel 3.10, onderdeel b, van de Subsidieregeling internationaal excelleren

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 250716.png
Bijlage 250718.png

Bijlage 4.1 behorende bij artikel 4.10, onderdeel a, van de Subsidieregeling internationaal excelleren

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 250696.png
Bijlage 250699.png
Bijlage 250702.png
Bijlage 250705.png
Bijlage 250708.png

Bijlage

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 250711.png
Bijlage 250714.png

Bijlage 4.2 behorende bij artikel 4.10, onderdeel b, van de Subsidieregeling internationaal excelleren

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 250717.png
Bijlage 250719.png

Bijlage 5.1

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 250633.png
Bijlage 250634.png
Bijlage 250635.png
Bijlage 250636.png

Bijlage 5.2. , behorende bij artikel 5.10 van de Subsidieregeling internationaal excelleren

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

OVEREENKOMST VAN GELDLENING

TUSSEN

De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

‘Kredietgever’

EN

’Kredietnemer’

Met Kenmerk [ kenmerk ]

DE ONDERGETEKENDEN:

  • 1. De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, vertegenwoordigd door [ naam ], [ functie ], hierna te noemen: ‘Kredietgever’;

    en

  • 2. [naam], statutair gevestigd te [ plaats ], en kantoorhoudende te [ plaats ] aan de [ straat en huisnummer ] [ postcode ], rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar bestuurder de heer / mevrouw [ naam ], ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer [ nummer ], hierna te noemen ‘Kredietnemer’;

hebben het volgende overwogen:

  • A. Bij beschikking van [ datum ], met kenmerk [ kenmerk ], (‘subsidiebeschikking’) heeft de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie aan Kredietnemer subsidie verleend in de vorm van een lening voor een bedrag groot EUR [ bedrag ] voor nieuwe activiteiten in [India/China/Colombia/ Vietnam/Zuid-Afrika] op grond van artikel 5.2 van de Subsidieregeling internationaal excelleren, hierna te noemen ‘Subsidieregeling’;

  • B. Partijen wensen de bij de beschikking behorende uitvoeringsovereenkomst aan te gaan.

Partijen komen het volgende overeen

Artikel 1. Reikwijdte en definities

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1. In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

    • a. het verstrekken van financiering: het verstrekken van geld in contanten in de vorm van storting op aandelen of een lening ter financiering door Kredietnemer van nieuwe activiteiten in China, Colombia, India, Vietnam of Zuid-Afrika;

    • b. een rechtspersoon: een privaatrechtelijke rechtspersoon die MKB-ondernemer is als bedoeld in het Kaderbesluit EZ-subsidies,

      [alternatief ter keuze]

    • [c. de financier: [naam]; de partij die voor een bedrag groot [bedrag] EUR financiering verstrekt aan de Kredietnemer en daarmee

      tevens voor een bedrag dat zich verhoudt tot het bedrag van de bij deze overeenkomst verstrekte lening als ten minste 65 staat tot 35;]

      of

    • [c. de financier: [naam];de partij die voor een bedrag groot [bedrag] EUR financiering verstrekt aan de Kredietnemer en daarmee samen met de overige verstrekkers van financiering financiering verstrekt tot een bedrag dat zich verhoudt tot het bedrag van de hoodsom als ten minste 65 staat tot 35, en die tevens een groter bedrag aan financiering verstrekt dan de overige verstrekkers van financiering;

    • d. de overige verstrekkers van financiering: de partijen bedoeld in onderdeel c die samen met de financier financiering verstrekken aan de Kredietnemer voor voor de volgende bedragen financiering:

      [naam financier] : [bedrag] EUR;

      [naam financier] : [bedrag] EUR, enz.]

  • 2. Voor de toepassing en de uitleg van deze overeenkomst zijn de begripsbepalingen die voorkomen in de Subsidieregeling en in het Kaderbesluit EZ-subsidies zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2. Lening

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1. De Staat verstrekt aan de Kredietnemer een lening in contanten (hierna: FIB-lening) ter hoogte van EUR [bedrag], welke lening de Kredietnemer aanvaardt, met in achtneming van de bepalingen van deze overeenkomst.

  • 2. De feitelijke opname van het krediet in contanten zal, gelet op de storting van geld door de overige verstrekkers van financiering, als volgt plaatsvinden:

    [tijdstippen en bedragen]

  • 3. Indien en voor zover de voorgenomen stortingen door derden die tevens kapitaal verstrekken in de zin van de regeling per saldo later plaatsvinden zal de overeenkomstige uitbetaling in de verhouding 65 staat tot 35 worden opgeschort.

Artikel 3. Doel

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De FIB-lening is uitsluitend bestemd en zal uitsluitend worden aangewend voor de financiering van de ‘nieuwe activiteiten’ in India/China/Colombia /Vietnam/Zuid-Afrika middels een belang in de nieuwe activiteiten van [percentage] %, zoals omschreven in de aanvraag op basis waarvan de subsidiebeschikking is geslagen.

Artikel 4. Rente

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1. De Kredietnemer is over de FIB-lening een rente verschuldigd groot [ rente ] % per jaar, die telkens zal worden berekend over het bedrag van de uitstaande lening.

  • 2. De jaarlijkse rente wordt verschuldigd op 31 december van ieder jaar, voor het eerst op 31 december [jaar] en zo vervolgens.

  • 3. Voor de berekening van de rente zal de maand op 30 dagen en het jaar op 360 dagen worden gesteld.

  • 4. Indien enig bedrag inzake rente en aflossing niet tijdig door de Kredietnemer wordt voldaan, is de Kredietnemer rente op rente verschuldigd, te berekenen over het betreffende bedrag dat de Kredietnemer nog dient te voldoen vanaf de dag van verschuldigd worden tot de dag der voldoening.

  • 5. Op verzoek van Kredietnemer kan maximaal 24 maanden uitstel op de aflossing worden verstrekt, dit naar uitsluitend oordeel van Kredietgever.

Artikel 5. Aflossing

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1. De FIB-lening wordt verstrekt voor een termijn van 60 maanden, welke in gaat met ingang van de datum van de eerste opname van contanten op basis van deze overeenkomst.

  • 2. Kredietnemer is gerechtigd op de FIB-lening boetevrij af te lossen.

Artikel 6. Equity Kicker

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1. In aanvulling op de in artikel 4 genoemde rente is de Kredietnemer een zogenaamde ‘equity kicker’ verschuldigd aan Kredietgever.

  • 2. De equity kicker is een vergoeding die wordt berekend op basis van onderstaande formule waarbij X is vastgesteld op [getal] en Y op [getal].

  • 3. De equity kicker is verschuldigd per de datum waarop de lening moet worden afgelost en is gelijk aan: X/(X+100) * Y * EBITA (zijnde de winst voor belastingen, goodwill afschrijving en rente over vreemd vermogen) – netto rentedragende schuld, waarbij voor de betreffende factoren steeds wordt uitgegaan van de meest recent beschikbare vastgestelde jaarrekening ten tijde van het verschuldigd worden van de equity kicker.

  • 4. De Kredietgever kan op verzoek van Kredietnemer het tijdstip waarop de equity kicker verschuldigd is uitstellen onder het stellen van nadere voorwaarden.

  • 5. Betaling aan de Kredietgever vindt plaats op de wijze zoals is bepaald in art 7 van de overeenkomst van geldlening.

Artikel 7. Betaling

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

De Kredietnemer zal alle bedragen die hij ter zake van de FIB-lening verschuldigd is, aan Kredietgever voldoen zonder opschorting, inhouding, korting, tegenvordering en/of verrekening, door overmaking van desbetreffende bedragen naar rekeningnummer [rekeningnummer] of op zodanige rekening als door Kredietgever wordt aangegeven.

Artikel 8. Volgorde Betalingen

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Al hetgeen Kredietgever ter zake van de FIB-lening van de Kredietnemer zal ontvangen, zal hij in mindering brengen op het door de Kredietnemer uit hoofde van deze overeenkomst verschuldigde, in de eerste plaats op de rente, vervolgens op hetgeen de Kredietnemer verschuldigd is vanwege artikel 5, en vervolgens op hetgeen de Kredietnemer verschuldigd is vanwege artikel 6.

Artikel 9. Verplichtingen van de Kredietnemer gedurende de looptijd van de lening

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1. De Kredietnemer zal geen uitkeringen hoe ook genaamd doen of toezeggen aan zijn aandeelhouders behoudens voorafgaande schriftelijke goedkeuring van Kredietgever en onder voorwaarde dat de Kredietnemer een aanvullende vergoeding betaalt aan Kredietgever die als volgt wordt berekend: X /(X+100) * de totale uitkering aan aandeelhouders waarbij X gelijk is aan het in artikel 6, tweede lid, vermelde getal. Artikel 6, lid 4 en 5 zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de aanvullende vergoeding.

  • 2. De subsidieontvanger zal niet handelen in strijd met de door de OESO vastgestelde Richtlijnen voor multinationale ondernemingen ten aanzien van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen of met de door de Internationale Arbeidsorganisatie vastgestelde Verklaring Fundamentele Beginselen en rechten op het Werk.

  • 3. De subsidieontvanger zorgt er voor dat er in verband met de nieuwe activiteiten geen sprake is van het gebruik van kinder- of dwangarbeid in de onderneming waarin de nieuwe activiteiten worden verricht of in enige van zijn ondernemingen noch ook in de ondernemingen van de eerste wezenlijke toeleverancier voor de nieuwe activiteiten.

  • 4. De subsidieontvanger zorgt er voor dat systematisch wordt gecontroleerd en geborgd dat er in verband met de nieuwe activiteiten geen gebruik wordt gemaakt van kinder- of dwangarbeid door ,hemzelf,binnen enige van zijn ondernemingen, noch ook binnen de onderneming waarin de nieuwe activiteiten worden verricht of in de onderneming van de eerste wezenlijke toeleverancier voor de nieuwe activiteiten.

Artikel 10. Opeisbaarheid

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1. Kredietgever kan de onderhavige overeenkomst opzeggen zonder dat daarbij enige opzegtermijn in acht hoeft te worden genomen

    • a. zodra Kredietnemer in verzuim is met het voldoen aan één of meer bepalingen van deze overeenkomst;

    • b. bij zijn aanvraag van surseance van betaling;

    • c. het aanvragen van zijn faillissement of eigen aangifte daartoe;

    • d. aanbieding van enig akkoord aan crediteuren

    • e. executoriaal beslag op enig belangrijk gedeelte van de vermogensbestanddelen van de Kredietnemer;

    • f. een besluit tot ontbinding of feitelijke liquidatie

    • g. de overdracht of de staking van een of meer van zijn ondernemingen geheel of gedeeltelijk;

    • h. Indien de financier zijn aandeel in de financiering geheel of voor een aanzienlijk deel beëïndigt.

  • 2. Bij een opzegging is Kredietnemer de hoofdsom, rente, boeten en kosten, alsmede de equity kicker bedoeld in artikel 6 verschuldigd.

  • 3. De lening is terstond geheel opeisbaar zonder dat enige voorafgaande ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst zal zijn vereist indien er sprake is van een opzegging op grond van het eerste lid, onderdeel b tot en met g, of het tweede lid, of indien er sprake is van een opzegging in verband met de niet naleving van artikel 9.

Artikel 11. Financiële Informatie en overige verplichtingen

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1. De Kredietnemer is verplicht aan door de minister als toezichthouder in de zin van de Algemene wet bestuursrecht aangewezen personen voor zover dezen dit redelijkerwijs noodzakelijk achten voor de vervulling van hun taak:

    • inlichtingen te verstrekken en inzage in zakelijke gegevens en bescheiden te verstrekken en de gelegenheid te bieden daarvan kopieën te maken;

    • toegang te verlenen tot plaatsen niet zijnde woningen;

    • anderszins binnen de door hen gestelde termijn alle door hen gewenste medewerking te verlenen.

  • 2. De Kredietnemer is gehouden jaarlijks binnen 2 maanden na vaststelling van de jaarrekening deze jaarrekening te verstrekken aan Kredietgever en alle inlichtingen over zijn financiële positie te verstrekken die de Kredietgever redelijkerwijze van hem kan verlangen.

Artikel 12. Kennisgevingen

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Kennisgevingen en mededelingen met betrekking tot deze overeenkomst dienen, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, te worden gedaan aan de hierna vermelde adressen:

   

Kredietnemer

KREDIETNEMER

[naam, adres, plaats]

   

Kredietgever

KREDIETGEVER

[naam, adres, plaats] ]

   

Artikel 13. Diversen

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1. De Kredietnemer verklaart dat het aangaan van deze overeenkomst niet strijdig is met enige door hem aangegane verbintenis en verklaart voorts dat de algemene vergadering van aandeelhouders geen besluit heeft genomen inzake de vertegenwoordigingsbevoegdheid bij tegenstrijdig belang.

  • 2. Behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van Kredietgever is Kredietnemer niet gerechtigd de rechten en verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst aan derden over te dragen. De rechten en verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst zijn één geheel en derhalve ondeelbaar.

  • 3. De nietigheid van enig beding opgenomen in deze overeenkomst zal niet de nietigheid van de gehele overeenkomst met zich meebrengen.

  • 4. Op deze overeenkomsten en haar uitvoering is Nederlands recht van toepassing. Alle geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van deze overeenkomst, zullen uitsluitend worden voorgelegd aan de arrondissementsrechtbank te Den Haag.

Artikel 14. Inwerkingtreding

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

  • 1. Deze overeenkomst is aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat door Kredietnemer is aangetoond dat

    • a. hij beschikt over de financiering die overeen komt met de informatie die hij in zijn aanvraag om subsidie heeft verstrekt;

    • b. de daartoe gesloten financieringovereenkomst(en) door Kredietnemer aan Kredietgever zijn overlegd en

    • c. uit de financieringovereenkomst(en) blijkt dat

      • 1e de rentevergoeding waarop deze verstrekkers van financiering recht hebben niet hoger is dan de rente bedoeld in artikel 4 of -indien deze hoger is- een marktconforme rente, en

      • 2e dat Kredietgever op de punten looptijd van de financiering, de eventuele zekerheden en mogelijke preferentie of achterstelling ten opzichte van andere financiering geen groter financieel risico loopt dan de financier of de overige verstrekkers van financiering, ieder voor zich.

  • 2. Kredietgever bericht Kredietnemer zo spoedig mogelijk na toezending van kopieën van de financieringovereenkomst(en) of nog voorzien dient te worden in aanvullende stukken. Kredietnemer bericht kredietgever zo spoedig mogelijk ten aanzien van de vraag of naar genoegen is aangetoond dat is voldaan aan het eerste lid.

  • 3. Deze overeenkomst treedt in werking door de schriftelijke bevestiging door Kredietgever bedoeld in het tweede lid, tweede volzin of -indien dat later is- de inwerkingtreding van de laatst inwerking tredende financieringovereenkomst(en) als bedoeld in het eerste lid.

  • 4. Indien deze overeenkomst ingevolge dit artikel niet uiterlijk [datum] na de datum van de verzending van de subsidiebeschikking in werking is getreden vervalt deze overeenkomst van rechtswege volledig en zonder dat partijen nog iets van elkander te vorderen hebben.

Aldus in tweevoud ondertekend te [plaats] op [datum]

   

KREDIETNEMER

 
   

Door: [naam]

 

[functie]

 
   
 

Voor gezien:

KREDIETGEVER

FINANCIER

   

Door:

Door: [naam]

De Minister van Economische zaken Landbouw en Innovatie,

[Functie]

namens deze

 

Bijlage 5.3

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

[Red: Vervallen.]

Bijlage 5.4

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

[Red: Vervallen.]

Bijlage 5.5. behorende bij artikel 5.26 van de Subsidieregeling internationaal excelleren

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 250697.png
Bijlage 250700.png
Bijlage 250703.png
Bijlage 250706.png
Bijlage 250709.png

Bijlage

[Regeling vervallen per 01-07-2017]

Bijlage 250712.png
Bijlage 250715.png
Naar boven