Fiscale vereenvoudigingswet 2010

Geldend van 01-01-2014 t/m heden

Wet van 23 december 2009 tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale vereenvoudigingswet 2010)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om fiscale vereenvoudigingen door te voeren ter vermindering van de administratieve lasten van burgers en bedrijven en de uitvoeringskosten van de Belastingdienst alsmede ter vermindering van de regeldruk;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel XIII

Artikel XIV

De bij de artikelen IX en XI van deze wet gewijzigde artikelen van de Wet op de accijns en de Wet belastingen op milieugrondslag zoals deze luidden onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing voor zover zij betrekking hebben op:

  • a. de heffing van accijns en energiebelasting waarvan de feiten die aanleiding geven tot het ontstaan van de verschuldigdheid van die accijns of energiebelasting zich hebben voorgedaan vóór de dag van de inwerkingtreding van deze wet;

  • b. strafbare feiten en feiten die aanleiding kunnen zijn tot het opleggen van een bestuurlijke boete welke zich hebben voorgedaan vóór de dag van de inwerkingtreding van deze wet.

Artikel XXVa

Onze Minister zendt begin 2013 aan de Staten Generaal een verslag over het gebruik van de vergoedingen en verstrekkingen als eindheffingsbestanddelen (werkkostenregeling), bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f en onderdeel g, artikel 31a en artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel XXVI

[Red: Wijzigt de Wijzigingswet Wet op de accijns, enz. (Implementatie horizontale richtlijn accijns) en de Wet belastingen op milieugrondslag.]

Artikel XXVIa

Met betrekking tot een op 31 december 2010 bestaande kapitaalverzekering die op grond van artikel 3.116 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dat artikel luidde op 31 december 2010, als kapitaalverzekering eigen woning wordt aangemerkt en op grond van artikel 3.116 van de Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dat artikel luidt op 1 januari 2011, niet meer als kapitaalverzekering eigen woning wordt aangemerkt, blijft artikel 10bis.4, derde lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001 buiten toepassing indien de verzekering niet meer voldoet aan de voorwaarden van het tweede lid van dat artikel uitsluitend doordat degene met wie de belastingplichtige tot 1 januari 2011 een gezamenlijke huishouding voerde, vanaf 1 januari 2011 niet als partner als bedoeld in artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen of artikel 1.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van de belastingplichtige wordt aangemerkt.

Artikel XXVIb

Artikel 3.119a, tweede lid, Wet inkomstenbelasting 2001, zoals dit luidde op 31 december 2009, blijft van toepassing indien:

  • a. de belastingplichtige krachtens een vóór 1 oktober 2009 gesloten schriftelijke overeenkomst de nieuwe woning, bedoeld in dat lid, heeft gekocht, en

  • b. de vorige eigen woning, bedoeld in dat lid, op enig tijdstip na 31 december 2009 voor de belastingplichtige de bestemming als eigen woning verliest.

Artikel XXVII

  • 1 Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2010, met dien verstande dat:

    • a. artikel I, onderdelen S en T, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot belastingaanslagen inkomstenbelasting ter zake van tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2010;

    • b. artikel XV, onderdelen A en B, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot inkomensgegevens over het kalenderjaar 2010;

    • c. artikel XV, onderdeel C, voor het eerst toepassing vindt met betrekking tot belastingaanslagen ter zake van tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2010;

    • d. artikel XV, onderdeel D, en artikel XVII, onderdeel B, voor het eerst toepassing vinden met betrekking tot belastingaanslagen ter zake van tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2010.

  • 2 In afwijking van het eerste lid treden de artikelen XIX tot en met XXI in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 23 december 2009

Beatrix

De Staatssecretaris van Financiën,

J. C. de Jager

Uitgegeven de negenentwintigste december 2009

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Terug naar begin van de pagina