Wet herindeling gemeenten Rotterdam en Rozenburg

[Regeling materieel uitgewerkt per 11-11-2011.]
Geldend van 01-10-2010 t/m heden

Wet van 29 oktober 2009 tot herindeling van de gemeenten Rotterdam en Rozenburg

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de gemeente Rozenburg door een grenswijziging toe te voegen aan de gemeente Rotterdam;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

§ 2. Overige bepalingen

Artikel 4

Voor de op te heffen gemeente Rozenburg wordt de gemeente Rotterdam aangewezen voor de toepassing van de volgende bepalingen van de Wet algemene regels herindeling:

  • a. artikel 39, tweede lid, in verband met de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen;

  • b. artikel 41, derde lid, in verband met de deelneming aan gemeenschappelijke regelingen;

  • c. artikel 45, tweede lid, in verband met de overgang van rechten en verplichtingen in verband met de voorziening van drinkwater, elektriciteit en gas.

Artikel 5

  • 3 Voorafgaand aan de datum van herindeling vinden de reguliere raadsverkiezingen, die ingevolge de Kieswet moeten worden gehouden niet plaats in de op te heffen gemeente Rozenburg en de gemeente Rotterdam.

Artikel 6

  • 1 Na de datum van herindeling wordt gedurende het jaar 2010 de algemene uitkering uit het gemeentefonds, bedoeld in artikel 6 van de Financiële-verhoudingswet, voor de gewijzigde gemeente Rotterdam berekend aan de hand van de maatstaven die krachtens artikel 8, derde lid van de Financiële-verhoudingswet zijn vastgesteld, met dien verstande dat voor zover de peildatum van de maatstaven voor de datum van herindeling ligt, de maatstaven worden berekend aan de hand van de gegevens van de op te heffen gemeente Rozenburg en de gemeente Rotterdam tezamen.

Artikel 10

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te

’s-Gravenhage, 29 oktober 2009

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst

Uitgegeven de tiende november 2009

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

Terug naar begin van de pagina