Regeling aquacultuur

[Regeling vervallen per 21-04-2021.]
Geldend van 06-06-2020 t/m 20-04-2021

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 11 juli 2008, nr. TRCJZ/2008/2015, houdende regels inzake aquacultuur (Regeling aquacultuur)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op Verordening (EG) nr. 136/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 22 januari 2004 tot vaststelling van procedures voor de veterinaire controles in de grensinspectieposten van de Gemeenschap bij het binnenbrengen van producten uit derde landen (PbEU 21), Verordening (EG) nr. 282/2004 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 18 februari 2004 betreffende de vaststelling van een document voor de aangifte en de veterinaire controle van uit derde landen afkomstige dieren die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEU L 49), Richtlijn nr. 89/662/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 11 december 1989 inzake veterinaire controles in het intracommunautaire handelsverkeer in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 395/13), Richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224/29), Richtlijn nr. 91/496/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen nrs. 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG (PbEG L 268/56), Richtlijn nr. 96/22/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 betreffende het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen nrs. 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PbEG L 125), Richtlijn nr. 97/78/EG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG L 24), Richtlijn nr. 2006/88/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 oktober 2006 betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PbEG L 328);

Gelet op artikel 2b van de Visserijwet 1963, artikel 19 van de Landbouwwet, en de artikelen 10, 11, 13, 15, 19, tweede lid, 25, 26, 30, 78, 100, 102, 107 en 111 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Gelet op artikel 3 van het Reglement zee- en kustvisserij, de artikelen 2 en 4 van het Besluit inzake het in de handel brengen van dieren en producten en de toepassing van maatregelen met betrekking tot in Nederland gebrachte dieren en producten, artikel 3, onderdeel hh, en artikel 5, eerste lid, onderdeel ff, van het Besluit verdachte dieren;

Besluit:

Titel 1. Algemeen

[Vervallen per 21-04-2021]

§ 1.1. Definities

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 1.1.1

[Vervallen per 21-04-2021]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. [Red: vervallen;]

  • b. [Red: vervallen;]

  • c. [Red: vervallen;]

  • d. richtlijn nr. 96/22/EG: Richtlijn nr. 96/22/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1996 betreffende het gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met thyreostatische werking, alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de Richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG en 88/299/EEG (PbEG L 125);

  • e. [Red: vervallen;]

  • g. richtlijn nr. 2006/88/EG: Richtlijn nr. 2006/88/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 oktober 2006, betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren (PbEG L 328);

  • h. [Red: vervallen;]

  • i. [Red: vervallen;]

  • j. [Red: vervallen;]

  • k. verordening nr. 853/2004: Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (Pb L 139);

  • l. beschikking 93/444/EEG: Beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 2 juli 1993 houdende toepassingsbepalingen inzake het intracommunautaire handelsverkeer van bepaalde levende dieren en produkten die bestemd zijn voor uitvoer naar derde landen (PbEG L 208);

  • m. verordening (EU) 2017/625: verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PbEU L 95);

  • n. uitvoeringsverordening 2019/1013: uitvoeringsverordening (EU) 2019/1013 van de Commissie van 16 april 2019 betreffende de voorafgaande kennisgeving van zendingen van bepaalde categorieën dieren en goederen die de Unie binnenkomen (PbEU L 165);

  • o. gedelegeerde verordening (EU) 2019/1602: gedelegeerde verordening (EU) 2019/1602 van de Commissie van 23 april 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het gemeenschappelijk gezondheidsdocument van binnenkomst dat zendingen van dieren en goederen tot hun bestemming vergezelt (PbEU L 250);

  • p. gedelegeerde verordening (EU) 2019/1666: gedelegeerde verordening (EU) 2019/1666 van de Commissie van 24 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorwaarden voor de monitoring van het vervoer en de aankomst van zendingen van bepaalde goederen van de grenscontrolepost van aankomst tot de inrichting op de plaats van bestemming in de Unie (PbEU L 255);

  • q. gedelegeerde verordening (EU) 2019/625: gedelegeerde verordening (EU) 2019/625 van de Commissie van 4 maart 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorwaarden voor de binnenkomst in de Unie van zendingen van bepaalde voor menselijke consumptie bestemde dieren en goederen (PbEU L 313);

  • r. uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715: uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715 van de Commissie van 30 september 2019 tot vaststelling van regels inzake de werking van het informatiemanagementsysteem voor officiële controles en de systeemcomponenten ervan (de Imsoc-verordening) (PbEU L 261);

  • s. uitvoeringsverordening (EU) 2019/1973: uitvoeringsverordening (EU) 2019/1793 van de Commissie van 22 oktober 2019 betreffende de tijdelijke verhoging van de officiële controles en noodmaatregelen met betrekking tot de binnenkomst in de Unie van bepaalde goederen uit bepaalde derde landen tot uitvoering van de Verordeningen (EU) 2017/625 en (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 669/2009), (EU) nr. 884/2014, (EU) 2015/175, (EU) 2017/186 en (EU) 2018/1660 van de Commissie (PbEU L 11);

  • t. gedelegeerde verordening (EU) 2019/2122: gedelegeerde verordening (EU) 2019/2122 van de Commissie van 10 oktober 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft bepaalde categorieën dieren en goederen die van officiële controles aan grenscontroleposten zijn vrijgesteld, en specifieke controles van de persoonlijke bagage van passagiers en van kleine zendingen goederen die aan natuurlijke personen worden gezonden en niet bestemd zijn om in de handel te worden gebracht en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 van de Commissie (PbEU L 321);

  • u. gedelegeerde verordening (EU) 2019/2124: gedelegeerde verordening (EU) 2019/2124 van de Commissie van 10 oktober 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft voorschriften voor officiële controles van zendingen van dieren en goederen bij doorvoer, overlading en verder vervoer door de Unie, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 798/2008, (EG) nr. 1251/2008, (EG) nr. 119/2009, (EU) nr. 206/2010, (EU) nr. 605/2010, (EU) nr. 142/2011 en (EU) nr. 28/2012 van de Commissie, Uitvoeringsverordening (EU) 2016/759 van de Commissie, en Beschikking 2007/777/EG van de Commissie (PbEU L 321);

  • v. gedelegeerde verordening (EU) 2019/2125: gedelegeerde verordening (EU) 2019/2125 van de Commissie van 10 oktober 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor de uitvoering van specifieke officiële controles van houten verpakkingsmateriaal, de kennisgeving van bepaalde zendingen en de te nemen maatregelen in geval van niet-naleving (PbEU L 321);

  • w. uitvoeringsverordening (EU) 2019/2128: uitvoeringsverordening (EU) 2019/2128 van de Commissie van 12 november 2019 tot vaststelling van het model van officieel certificaat en van de regels voor de afgifte van officiële certificaten voor goederen die worden geleverd aan vaartuigen die de Unie verlaten en bestemd zijn voor bevoorrading van een schip of voor consumptie door de bemanning en passagiers, of aan een militaire basis van de NAVO of de Verenigde Staten van Amerika (PbEU L 321).

Artikel 1.1.2

[Vervallen per 21-04-2021]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Minister: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • b. NVWA: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;

  • c. ambtenaar: ambtenaar als bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

  • d. lidstaat: land, niet zijnde Nederland, dat lid is van de Europese Gemeenschappen;

  • e. derde land: land, niet zijnde Nederland en niet zijnde een lidstaat;

  • f. communautaire maatregel: verordening, richtlijn of beschikking als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

  • g. communautaire uitvoeringsmaatregel: verordening, richtlijn of beschikking als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, vastgesteld krachtens een communautaire maatregel, genoemd in artikel 1.1.1;

  • h. aquacultuurdier: aquacultuurdier als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • i. aquacultuurproductiebedrijf: aquacultuurproductiebedrijf als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • j. waterdier: waterdier als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • k. aquacultuurverwerkingsbedrijf: levensmiddelenbedrijf dat overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 853/2004 erkend is met het oog op het verwerken van aquacultuurdieren voor voedingsdoeleinden;

  • l. kwekerij: kwekerij als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel h, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • m. kweekgebied van weekdieren: kweekgebied van weekdieren als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel j, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • n. waterdier voor sierdoeleinden: waterdier voor sierdoeleinden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel k, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • o. in de handel brengen: de verkoop, met inbegrip van het te koop aanbieden, of enige andere vorm van al dan niet gratis overdracht, alsmede iedere vorm van verplaatsing van aquacultuurdieren in Nederland en in een lidstaat;

  • p. put-en-take-visbedrijven: put-en-take-visbedrijven als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel n, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • q. wild waterdier: wild waterdier als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel p, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • r. compartiment: compartiment als bedoeld in bijlage I, onderdeel a, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • s. epizoötiologische eenheid: epizoötiologische eenheid als bedoeld in bijlage I, onderdeel g, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • t. verdere verwerking: verdere verwerking als bedoeld in bijlage I, onderdeel i, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • u. verhoogde sterfte: een onverklaarbaar aantal sterfgevallen dat aanzienlijk boven het onder gegeven omstandigheden voor de kwekerij of het kweekgebied van weekdieren in kwestie normale niveau ligt;

  • v. quarantaine: quarantaine als bedoeld in bijlage I, onderdeel m, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • w. gevoelige soort: gevoelige soort als bedoeld in bijlage I, onderdeel n, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • x. gebied: gebied als bedoeld in bijlage I, onderdeel p, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

  • y. grenscontrolepost: grenscontrolepost als bedoeld in artikel 3, onderdeel 38, van verordening (EU) 2017/625;

  • z. importeur: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die aquacultuurdieren of producten daarvan met het oog op de invoer of doorvoer bij een grenscontrolepost ten onderzoek aanbiedt dan wel zijn gemachtigde;

  • aa. partij aquacultuurdieren: hoeveelheid aquacultuurdieren van dezelfde soort die met een zelfde vervoermiddel wordt vervoerd en afkomstig is uit een zelfde land;

  • bb. partij producten van aquacultuurdieren: hoeveelheid aquacultuurprodukten van dezelfde soort die met een zelfde vervoermiddel wordt vervoerd en afkomstig is uit een zelfde land;

  • cc. doorvoer: vervoer over Nederlands grondgebied van een partij afkomstig uit een lidstaat of een derde land, naar een lidstaat of derde land;

  • dd. punt van uitgang: douanekantoor van uitgang, of een in een andere lidstaat gelegen plaats als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel a, van beschikking 93/444/EEG, van waaruit de betrokken partij aquacultuurdieren of producten daarvan rechtstreeks naar het derde land van bestemming worden doorgevoerd;

  • ee. douane-entrepot: opslagruimte als bedoeld in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269);

  • ff. [Red: vervallen;]

  • gg. [Red: vervallen;]

  • hh. diergezondheidscertificaat: certificaat als bedoeld in artikel 14 van richtijn nr. 2006/88/EG.

§ 1.2. Communautaire aspecten

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 1.2.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 De bevoegde autoriteit, bedoeld in een communautaire maatregel, die is genoemd in artikel 1.1.1, en in een communautaire uitvoeringsmaatregel, is de Minister.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, is ingeval een communautaire maatregel of een communautaire uitvoeringsmaatregel de bevoegde autoriteit een taak opdraagt die niet bestaat uit het nemen van een besluit, de bevoegde autoriteit de NVWA.

Artikel 1.2.2

[Vervallen per 21-04-2021]

Ingeval in een bepaling van deze regeling is verwezen naar een communautaire uitvoeringsmaatregel, maar niet een dergelijke communautaire uitvoeringsmaatregel geldt, geldt voor de toepassing van deze regeling dat er is voldaan aan de desbetreffende bepaling van deze regeling.

Artikel 1.2.3

[Vervallen per 21-04-2021]

Een communautaire uitvoeringsmaatregel, of een wijziging daarvan, treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop daaraan uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven, of bij gebreke daarvan, de dag waarop de maatregel is vastgesteld.

Artikel 1.2.4

[Vervallen per 21-04-2021]

Het is verboden aquacultuurdieren en producten in Nederland te brengen in geval op grond van een communautaire maatregel voor lidstaten een verplichting geldt om:

  • a. het binnenbrengen van de desbetreffende aquacultuurdieren, dan wel het desbetreffende product, uit het desbetreffende land of deel daarvan te schorsen;

  • b. bijzondere voorwaarden aan het binnenbrengen van desbetreffende aquacultuurdieren, dan wel producten uit het desbetreffende land of een deel daarvan te stellen, indien niet is voldaan aan de bij deze communautaire maatregel voorgeschreven voorwaarden.

§ 1.3. Overige algemene bepalingen

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 1.3.1

[Vervallen per 21-04-2021]

Op het brengen in en buiten Nederland van aquacultuurdieren en de producten daarvan vanuit, onderscheidenlijk naar Noorwegen en IJsland zijn:

  • a. de bepalingen inzake de handel met derde landen niet van toepassing;

  • b. de bepalingen inzake de intracommunautaire handel van overeenkomstige toepassing.

Artikel 1.3.2

[Vervallen per 21-04-2021]

Deze regeling is niet van toepassing op:

  • a. waterdieren voor sierdoeleinden gekweekt in niet-commerciële aquaria;

  • b. waterdieren uit het wild verzameld of gevangen die rechtstreeks voor de voedselketen bestemd zijn, en

  • c. waterdieren gevangen voor de productie van vismeel, visvoer, visolie en soortgelijke producten.

Artikel 1.3.3

[Vervallen per 21-04-2021]

Titel 2, 3, 5, paragrafen 5.1 tot en met 5.4, en 5.6 zijn niet van toepassing wanneer waterdieren voor sierdoeleinden worden gehouden in dierenwinkels, tuincentra, tuinvijvers, commerciële aquaria of bij groothandelaren:

  • a. waarvan het water niet in rechtstreeks contact staat met natuurlijke wateren, of

  • b. die over een systeem voor de behandeling van effluenten beschikken waardoor het risico van de overdracht van ziekten naar natuurlijke wateren tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht.

Titel 2. Aquacultuurproductiebedrijven, aquacultuurverwerkingsbedrijven en vervoerders van aquacultuurdieren

[Vervallen per 21-04-2021]

§ 2.1. Vergunning- en registratieplicht

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 2.1.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het is verboden om een aquacultuurproductiebedrijf, of een aquacultuurverwerkingsbedrijf dat aquacultuurdieren slacht met het oog op ziektebestrijding, te exploiteren zonder een door de Minister verleende vergunning.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op:

    • a. andere voorzieningen dan aquacultuurproductiebedrijven en aquacultuurverwerkingsbedrijven, waar niet voor de handel bestemde waterdieren worden gehouden;

    • b. put-en-take-visbedrijven, en

    • c. aquacultuurproductiebedrijven die aquacultuurdieren uitsluitend voor menselijke consumptie in de handel brengen overeenkomstig artikel 1, derde lid, onderdeel c, van verordening (EG) nr. 853/2004;

    mits deze aquacultuurproductiebedrijven zijn geregistreerd door de Minister.

Artikel 2.1.2

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 De vergunning, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, wordt door de Minister op aanvraag verleend aan een aquacultuurproductiebedrijf, indien de exploitant van dit bedrijf bij de aanvraag:

    • a. op afdoende wijze aantoont dat het bedrijf gedurende de exploitatie kan voldoen aan de eisen gesteld in artikel 2.1.5, en

    • b. de gegevens, genoemd in bijlage II, deel I, onderdeel 1, subonderdelen a en c tot en met g, van richtlijn nr. 2006/88/EG, verstrekt.

  • 2 Indien meerdere aquacultuurproductiebedrijven voor weekdieren zich bevinden in één kweekgebied van weekdieren, kan op aanvraag één collectieve vergunning worden verleend, mits door alle aanvragende aquacultuurproductiebedrijven aan de voorwaarden uit het eerste lid wordt voldaan.

  • 3 Het tweede lid is niet van toepassing op verzendingscentra, zuiveringscentra of soortgelijke bedrijven.

  • 4 Bij een aanvraag voor een collectieve vergunning als bedoeld in het tweede lid worden, in afwijking van het eerste lid, onderdeel b, de gegevens, genoemd in bijlage II, deel I, onderdeel 1, subonderdelen c tot en met g van richtlijn nr. 2006/88/EG, voor het hele kweekgebied verstrekt.

Artikel 2.1.3

[Vervallen per 21-04-2021]

De vergunning, bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, wordt door de Minister op aanvraag verleend aan een aquacultuurverwerkingsbedrijf dat aquacultuurdieren slacht met het oog op ziektebestrijding, indien dit bedrijf bij de aanvraag:

  • a. op afdoende wijze aantoont dat het bedrijf gedurende de exploitatie kan voldoen aan de eisen gesteld in artikel 2.1.6, en

  • b. de gegevens, genoemd in bijlage II, deel II, onderdelen a en c tot en met e, van richtlijn nr. 2006/88/EG, verstrekt.

Artikel 2.1.4

[Vervallen per 21-04-2021]

In afwijking van de artikelen 2.1.2 en 2.1.3 wordt een vergunning niet verleend indien uit de vergunningaanvraag blijkt dat de activiteiten van het bedrijf leiden tot een onaanvaardbaar risico van verspreiding van de ziekten naar kwekerijen, kweekgebieden van weekdieren of bestanden van wilde waterdieren in de omgeving van kwekerijen of kweekgebieden van weekdieren.

Artikel 2.1.5

[Vervallen per 21-04-2021]

Een vergunninghoudend aquacultuurproductiebedrijf:

  • a. past goede hygiënische methoden toe om de insleep en de verspreiding van ziekten te voorkomen;

  • b. past in alle tot het bedrijf behorende kwekerijen en kweekgebieden voor weekdieren een programma voor de bewaking van de diergezondheid als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG, toe;

  • c. houdt een register bij met daarin de volgende gegevens:

    • 1°. alle verplaatsingen van aquacultuurdieren en producten daarvan, naar en van de kwekerij of het kweekgebied van weekdieren, op zodanige wijze dat het traceren van de plaatsen van oorsprong en bestemming kan worden gewaarborgd;

    • 2°. de mortaliteit in iedere epizoötiologische eenheid, al naar gelang het productietype;

    • 3°. de resultaten van het op het bedrijf toegepaste programma voor de bewaking van de diergezondheid, en

  • d. hanteert een systeem waaruit blijkt dat aan de vereisten genoemd in de onderdelen a tot en met c is voldaan.

Artikel 2.1.6

[Vervallen per 21-04-2021]

Een vergunninghoudend aquacultuurverwerkingsbedrijf:

  • a. houdt een register bij met daarin gegevens over alle verplaatsingen van aquacultuurdieren en producten daarvan, naar en van het bedrijf, en

  • b. past goede hygiënische methoden toe om de insleep en de verspreiding van ziekten te voorkomen.

Artikel 2.1.7

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Indien een vergunninghoudend aquacultuurproductiebedrijf of een vergunninghoudend aquacultuurverwerkingsbedrijf niet meer voldoet aan de eisen gesteld in artikel 2.1.5 respectievelijk artikel 2.1.6, kan de Minister de vergunning schorsen of intrekken.

  • 2 De schorsing kan worden beëindigd indien ten genoegen van de Minister is aangetoond dat het aquacultuurproductiebedrijf of het aquacultuurverwerkingsbedrijf dat aquacultuurdieren slacht met het oog op ziektebestrijding, weer volledig aan de eisen gesteld in artikel 2.1.5 respectievelijk artikel 2.1.6 voldoet.

Artikel 2.1.8

[Vervallen per 21-04-2021]

Bij een aanvraag tot registratie als bedoeld in artikel 2.1.1, tweede lid, worden door de exploitant de gegevens, genoemd in bijlage II, deel I, onderdeel 1, subonderdelen a en f, van richtlijn nr. 2006/88/EG, verstrekt.

§ 2.2. Openbaar register

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 2.2.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 De Minister houdt een openbaar register bij van aquacultuurproductiebedrijven en vergunninghoudende aquacultuurverwerkingsbedrijven.

  • 2 In het register, bedoeld in het eerste lid, worden opgenomen:

    • a. voor vergunninghoudende aquacultuurproductiebedrijven, de gegevens omschreven in bijlage II, deel I, onderdeel I, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

    • b. voor geregistreerde aquacultuurproductiebedrijven, de gegevens omschreven in bijlage II, deel I, onderdeel I, subonderdelen a, b en f, van richtlijn nr. 2006/88/EG;

    • c. voor vergunninghoudende aquacultuurverwerkingsbedrijven, de gegevens omschreven in bijlage II, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG.

§ 2.3. Vervoer van aquacultuurdieren

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 2.3.1

[Vervallen per 21-04-2021]

Vervoerders van aquacultuurdieren houden een register bij met daarin de volgende gegevens:

  • a. de mortaliteit tijdens het vervoer, voor zover dit voor het soort vervoer en de vervoerde soorten in de praktijk mogelijk is;

  • b. naam en adres van de door het vervoermiddel bezochte kwekerijen, kweekgebieden voor weekdieren en aquacultuurverwerkingsbedrijven, en

  • c. gegevens ten aanzien van waterverversing tijdens het vervoer, met name de herkomst van nieuw water en de plaats van lozing van gebruikt water.

Artikel 2.3.2

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Bij vervoer van aquacultuurdieren neemt de vervoerder zodanige beschermingsmaatregelen dat:

    • a. de gezondheidsstatus van de aquacultuurdieren gedurende het vervoer van die dieren niet wijzigt;

    • b. het risico van verspreiding van de in bijlage IV, deel II, vermelde ziekten afneemt, en

    • c. de gezondheidsstatus van aquacultuurdieren op de plaats van bestemming of op de doorvoerplaatsen, niet in gevaar wordt gebracht.

  • 2 Het verversen van water tijdens het vervoer van aquacultuurdieren geschiedt op zodanige wijze dat de gezondheidsstatus van de vervoerde aquacultuurdieren, van de waterdieren op de plaats waar water wordt ververst en van de waterdieren op de plaats van bestemming, niet in gevaar wordt gebracht.

Titel 3. Ziektevrij verklaren en goedkeuring bewakingsprogramma

[Vervallen per 21-04-2021]

§ 3.1. Ziektevrij verklaren

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 3.1.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 2 De Minister geeft de verklaring, bedoeld in het eerste lid, slechts af voor een gebied of compartiment:

    • a. dat 75% of minder van het Nederlands grondgebied omvat;

    • b. dat niet bestaat uit een met een andere lidstaat of derde land gedeeld stroomgebied, en

    • c. waar de op dat gebied of compartiment van toepassing zijnde voorschriften inzake bewaking, bemonstering en diagnosemethoden uit de krachtens artikel 50, vierde lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregel, zijn toegepast.

  • 3 De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt door de Minister geschorst indien de Minister redenen heeft om aan te nemen dat niet wordt voldaan aan de eisen genoemd in het eerste lid.

  • 4 De schorsing, bedoeld in het derde lid, wordt opgeheven indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 53, tweede lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG.

  • 5 De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt door de Minister ingetrokken indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 53, derde lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG.

  • 6 Na intrekking als bedoeld in het vijfde lid, kan de Minister een gebied of compartiment opnieuw ziektevrij verklaren indien aan de voorwaarden van bijlage V, deel II, bij richtlijn nr. 2006/88/EG is voldaan.

Titel 4. Handel in aquacultuurdieren en de producten daarvan

[Vervallen per 21-04-2021]

§ 4.1. Diergezondheidscertificering

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 4.1.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het is verboden om aquacultuurdieren die gevoelig zijn voor één of meer van de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG vermelde ziekten in de handel te brengen voor de kweek, de uitzetting in het wild of de verdere verwerking met het oog op menselijke consumptie in een lidstaat, respectievelijk een gebied of een compartiment:

    • a. die op grond van artikel 49 van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk dat op grond van artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of

    • b. waar een bewakings- of uitroeiingsprogramma als bedoeld in artikel 44 van richtlijn nr. 2006/88/EG geldt voor desbetreffende ziekte of ziekten.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op het in de handel brengen van aquacultuurdieren voor verdere verwerking met het oog op menselijke consumptie van vis indien de vis voorafgaand aan verzending is geslacht en gestript, en van weekdieren en schaaldieren indien deze in de vorm van niet-verwerkte of verwerkte producten zijn verzonden.

  • 3 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien door de Minister ten aanzien van de dieren een diergezondheidscertificaat is afgegeven.

§ 4.1.a. Communautaire uitvoeringsmaatregelen

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 4.1.1a

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het is verboden aquacultuurdieren, of producten daarvan, in de handel te brengen.

  • 2 Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien is voldaan aan de op grond van artikel 61, derde lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen ten aanzien van het in de handel brengen van de betreffende dieren of producten.

§ 4.2. Handel in aquacultuurdieren bestemd voor de kweek, voor uitzetting in het wild of voor uitzetting in put-en-take-visbedrijven

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 4.2.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het is verboden om aquacultuurdieren die gevoelig zijn voor één of meer van de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG vermelde ziekten, voor kweekdoeleinden in de handel te brengen, die:

    • a. niet klinisch gezond zijn, of

    • b. afkomstig zijn van een kwekerij of kweekgebied van weekdieren waar zich een onopgeloste verhoogde sterfte voordoet.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan de Minister toestaan dat bedoelde aquacultuurdieren in de handel worden gebracht indien zij afkomstig zijn uit een gedeelte van deze kwekerij of dit kweekgebied van weekdieren dat onafhankelijk is van de epizoötiologische eenheid waar de verhoogde sterfte zich heeft voorgedaan.

Artikel 4.2.2

[Vervallen per 21-04-2021]

Het is verboden om aquacultuurdieren die gevoelig zijn voor één of meer van de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG vermelde ziekten, voor uitzetting in het wild of voor uitzetting in put-en-take-visbedrijven in de handel te brengen, die:

  • a. niet klinisch gezond zijn;

  • b. afkomstig zijn van een kwekerij of kweekgebied van weekdieren waar zich een onopgeloste verhoogde sterfte voordoet, of

  • c. afkomstig zijn uit een kwekerij of kweekgebied van weekdieren met een gezondheidsstatus als bedoeld in bijlage III, deel A, van richtlijn nr. 2006/88/EG, die lager is dan de gezondheidsstatus van de wateren waarin zij worden uitgezet.

Artikel 4.2.3

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het is verboden om aquacultuurdieren die gevoelig zijn voor één of meer van de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG vermelde ziekten, in de handel te brengen voor de kweek of voor uitzetting in het wild in een lidstaat, respectievelijk een gebied of een compartiment:

    • a. die op grond van artikel 49 van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk dat op grond van artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of

    • b. waar een bewakings- of uitroeiingsprogramma als bedoeld in artikel 44 van richtlijn nr. 2006/88/EG geldt voor de betreffende ziekte of ziekten.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:

    • a. de aquacultuurdieren afkomstig zijn uit een lidstaat die, of een gebied of compartiment dat, op grond van artikel 49, of artikel 50, van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of

    • b. de bedoelde aquacultuurdieren behoren tot soorten en zich bevinden in de levensstadia die voorkomen op de lijst die is vastgesteld op grond van artikel 16, tweede lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG.

Artikel 4.2.4

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het is verboden om aquacultuurdieren die behoren tot soorten en zich bevinden in levensstadia die voorkomen op de lijst die is vastgesteld op grond van artikel 17, tweede lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG, in de handel te brengen voor de kweek of voor uitzetting in het wild in een lidstaat, respectievelijk een gebied of een compartiment:

    • a. die op grond van artikel 49 van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk dat op grond van artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of

    • b. waar een bewakings- of uitroeiingsprogramma als bedoeld in artikel 44 van richtlijn nr. 2006/88/EG geldt voor de betreffende ziekte of ziekten.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:

    • a. de aquacultuurdieren afkomstig zijn uit een lidstaat die, of een gebied of compartiment dat, op grond van artikel 49, of artikel 50, van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of

    • b. de aquacultuurdieren gedurende een passende tijd op zodanige wijze in quarantainevoorzieningen worden gehouden in water dat vrij is van het desbetreffende pathogeen, dat het risico van overdracht van de betreffende ziekte of ziekten tot een aanvaardbaar niveau is teruggebracht.

  • 3 Ten aanzien van de quarantaine, bedoeld in het tweede lid, wordt voldaan aan de op grond van artikel 61, derde lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen.

§ 4.3. Handel in, en opslaan van aquacultuurdieren en producten daarvan, bestemd voor menselijke consumptie

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 4.3.1

[Vervallen per 21-04-2021]

Deze paragraaf is niet van toepassing op de handel in aquacultuurdieren die gevoelig zijn voor één of meer van de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG vermelde ziekten, of de producten daarvan, die:

  • a. zonder verdere verwerking zijn bedoeld voor menselijke consumptie, en

  • b. zijn verpakt in detailverpakkingen die voldoen aan de bepalingen inzake verpakking en etikettering van verordening nr. 853/2004.

Artikel 4.3.2

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het is verboden om aquacultuurdieren die gevoelig zijn voor één of meer van de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG vermelde niet-exotische ziekten, of de producten daarvan, in de handel te brengen voor verdere verwerking met het oog op menselijke consumptie in een lidstaat, respectievelijk een gebied of een compartiment:

    • a. die op grond van artikel 49 van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk dat op grond van artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of

    • b. waar een bewakings- of uitroeiingsprogramma als bedoeld in artikel 44 van richtlijn nr. 2006/88/EG geldt voor de betreffende ziekte of ziekten.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:

    • a. de aquacultuurdieren of producten daarvan, afkomstig zijn uit een lidstaat die, of een gebied of compartiment dat, op grond van artikel 49, of artikel 50, van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk artikel 3.1.1, vrij is verklaard van desbetreffende ziekte of ziekten;

    • b. de aquacultuurdieren of producten daarvan, zijn verwerkt in een vergunninghoudend aquacultuurverwerkingsbedrijf onder omstandigheden die de verspreiding van ziekten voorkomen;

    • c. vis voorafgaand aan verzending is gestript, of

    • d. weekdieren en schaaldieren in de vorm van niet-verwerkte of van verwerkte producten zijn verzonden.

Artikel 4.3.3

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het is verboden om levende aquacultuurdieren die gevoelig zijn voor één of meer van de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG vermelde niet-exotische ziekten, of de producten daarvan, op de plaats van verwerking op te slaan wanneer deze in de handel worden gebracht voor verdere verwerking in een lidstaat, respectievelijk een gebied of een compartiment:

    • a. die op grond van artikel 49 van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk dat op grond van artikel 3.1.1, vrij is verklaard van desbetreffende ziekte of ziekten, of

    • b. waar een bewakings- of uitroeiingsprogramma als bedoeld in artikel 44 van richtlijn nr. 2006/88/EG geldt voor de betreffende ziekte of ziekten.

  • 2 Het is verboden om levende weekdieren en schaaldieren die gevoelig zijn voor één of meer van de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG vermelde ziekten, in wateren uit te zetten of in verzendingscentra, zuiveringscentra of soortgelijke bedrijven binnen te brengen.

  • 3 De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing indien de dieren of producten daarvan:

    • a. afkomstig zijn uit een lidstaat die, of een gebied of compartiment dat, op grond van artikel 49, of artikel 50, van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of

    • b. tijdelijk in verzendingscentra, zuiveringscentra of soortgelijke bedrijven worden gehouden die over systemen voor de behandeling van effluenten beschikken waarmee de desbetreffende pathogenen geïnactiveerd worden of waar de effluenten andere behandelingen ondergaan, waardoor het risico van overdracht van de betreffende ziekte of ziekten naar de natuurlijke wateren tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht.

§ 4.4. Uitzetten van wilde waterdieren in een kwekerij of een kweekgebied van weekdieren

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 4.4.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het is verboden om wilde waterdieren die gevoelig zijn voor één of meer van de in bijlage IV, deel II, van richtlijn nr. 2006/88/EG vermelde ziekten en die zijn gevangen in een lidstaat die niet, of een gebied of compartiment dat niet, op grond van artikel 49, of artikel 50, van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, uit te zetten in een kwekerij of kweekgebied van weekdieren in een lidstaat, respectievelijk een gebied of een compartiment:

    • a. die op grond van artikel 49 van richtlijn nr. 2006/88/EG, respectievelijk dat op grond van artikel 3.1.1, vrij is verklaard van de betreffende ziekte of ziekten, of

    • b. waar een bewakings- of uitroeiingsprogramma als bedoeld in artikel 44 van richtlijn nr. 2006/88/EG geldt voor de betreffende ziekte of ziekten.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de wilde waterdieren voordat deze worden uitgezet in een kwekerij of kweekgebied als bedoeld in het eerste lid in quarantainevoorzieningen worden gehouden gedurende een periode die lang genoeg is om het risico van overdracht van de ziekte of ziekten tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen.

  • 3 Ten aanzien van de quarantaine, bedoeld in het tweede lid, wordt voldaan aan de op grond van artikel 61, derde lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen.

§ 4.5. Handel in waterdieren voor sierdoeleinden

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 4.5.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het is verboden om waterdieren voor sierdoeleinden in de handel te brengen.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de gezondheidsstatus van waterdieren met betrekking tot de in bijlage IV, deel II, vermelde ziekten, door het in de handel brengen niet in gevaar komt.

§ 4.6. Ontheffing

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 4.6.1

[Vervallen per 21-04-2021]

De verboden, bedoeld in deze titel, zijn niet van toepassing op het in de handel brengen van aquacultuurdieren en de producten daarvan voor wetenschappelijke doeleinden, mits de Minister daarvoor op aanvraag toestemming heeft verleend.

Titel 5. Binnenbrengen van aquacultuurdieren en de producten daarvan uit derde landen

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 5.1.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het is verboden om aquacultuurdieren, of de producten daarvan, uit derde landen in Nederland te brengen.

  • 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:

    • a. de aquacultuurdieren of de producten daarvan afkomstig zijn uit een derde land dat voorkomt op de lijst die is vastgesteld op grond van artikel 22 van richtlijn nr. 2006/88/EG;

    • b. de aquacultuurdieren of de producten daarvan vergezeld gaan van een gezondheidscertificaat als bedoeld in artikel 24 van richtlijn 2006/88/EG, in welk certificaat in ieder geval:

      • 1°. wordt bevestigd dat bedoelde aquacultuurdieren voldoen aan de voorschriften van richtlijn nr. 2006/88/EG, en

      • 2°. wordt bevestigd dat bedoelde aquacultuurdieren voldoen aan de bijzondere invoer- en andere voorwaarden gesteld in de krachtens artikel 25 van richtlijn nr. 2006/88/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregel, en

    • c. ten aanzien van de aquacultuurdieren is voldaan aan de op grond van de artikelen 25 en 61, derde lid, van richtlijn nr. 2006/88/EG vastgestelde communautaire uitvoeringsmaatregelen inzake de quarantaine van de betreffende dieren.

Titel 6. De in- en doorvoer van aquacultuurdieren

[Vervallen per 21-04-2021]

§ 6.1. Algemeen

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 6.1.1

[Vervallen per 21-04-2021]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ‘handelaar’ verstaan elke natuurlijke of rechtspersoon die aquacultuurdieren met het oog op de verhandeling onder zich heeft.

§ 6.2. In- en doorvoer vanuit Lid-Staten

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 6.2.1

[Vervallen per 21-04-2021]

Het verbod, bedoeld in artikel 6.1.2, is niet van toepassing op de in- en doorvoer van aquacultuurdieren die zijn verzonden:

  • a. vanuit een lidstaat;

  • b. vanuit een derde land, en via het grondgebied van een lidstaat in het kader van de in- of doorvoer op Nederlands grondgebied worden gebracht;

mits, voor zover van toepassing, wordt voldaan aan verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, en aan artikel 6.2.7.

Artikel 6.2.7

[Vervallen per 21-04-2021]

Indien de aquacultuurdieren zijn verzonden vanuit een lidstaat en bestemd zijn voor een derde land:

  • a. blijft het vervoer van de betreffende partij, indien zij onder douanetoezicht is geplaatst, onder dat toezicht tot de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten;

  • b. gaat, indien het punt van uitgang is gelegen in Nederland, de betreffende partij, vergezeld van het diergezondheidscertificaat, in die gevallen waar artikel 4.1.1 dit voorschrijft;

  • c. wordt de betreffende partij, indien de doorvoer vanuit Nederland rechtstreeks naar het derde land van bestemming plaatsvindt, doorgevoerd via het punt van uitgang dat op het in onderdeel b bedoelde document is vermeld;

  • d. geldt ter zake van het in onderdeel b bedoelde document dat:

    • 1°. zij in ten minste één van de talen van de lidstaat van oorsprong is gesteld en in de Nederlandse taal of, indien de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere lidstaat, tevens in één van de talen van de lidstaat waar zich het punt van uitgang bevindt;

    • 2°. daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;

    • 3°. daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de handelaar, bedoeld in onderdeel e, dan wel, ingeval de partij bestemd is om te worden doorgevoerd via een andere lidstaat, de ontvanger bij het punt van uitgang;

  • e. gaat de partij vergezeld van veterinaire documenten of certificaten die aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoen, tenzij op het document, bedoeld in onderdeel b, de vermelding ‘Dieren of producten voor uitvoer naar (naam van het derde land)’ voorkomt, waarbij de naam van het derde land van bestemming als het gedeelte tussen haakjes is opgenomen, en

  • f. vindt het vervoer van de partij, indien deze niet aan de voorschriften van richtlijn nr. 2006/88/EG voldoet, slechts plaats indien de Minister daartoe vooraf toestemming heeft verleend.

§ 6.3. In- en doorvoer uit derde landen

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 6.3.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het verbod, bedoeld in artikel 6.1.2, is niet van toepassing op de invoer van aquacultuurdieren:

    • a. die voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen worden gebracht, en

    • b. verzonden zijn vanuit een derde land of een deel van een derde land;

    mits, voor zover van toepassing, is voldaan aan de in artikel 5.1.1 gestelde voorschriften, aan verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie en aan de artikelen 6.3.2 en 6.3.9.

  • 2 Het verbod, bedoeld in artikel 6.1.2, is niet van toepassing op de doorvoer van aquacultuurdieren:

    • a. die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen worden gebracht, en

    • b. zijn verzonden uit een derde land of een deel van een derde land, dat is vermeld op de krachtens artikel 22 van richtlijn nr. 2006/88/EG opgestelde lijst of die, zolang die lijst niet is vastgesteld, zijn verzonden uit derde landen;

    mits, voor zover van toepassing, is voldaan aan verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie en de artikelen 6.3.2 en 6.3.9.

Artikel 6.3.2

[Vervallen per 21-04-2021]

In geval een partij aquacultuurdieren of een partij producten van aquacultuurdieren afkomstig is uit Nieuw-Zeeland, mag deze vergezeld gaan van een certificaat dat is vastgesteld bij een communautaire maatregel ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57), indien:

  • a. een partij aquacultuurdieren of een partij producten van aquacultuurdieren ingevolge de vorenbedoelde overeenkomst in elk geval op het gebied van de diergezondheid als gelijkwaardig erkend is, en

  • b. een partij aquacultuurdieren of een partij producten van aquacultuurdieren aan de ingevolge vorenbedoelde communautaire maatregel gestelde bijkomende voorwaarden voldoet.

Artikel 6.3.9

[Vervallen per 21-04-2021]

De ingevoerde aquacultuurdieren die voor een derde land zijn bestemd, gaan tijdens het vervoer vanaf een grenscontrolepost, per partij, vergezeld van het document, bedoeld in artikel 5.1.1, tweede lid, onderdeel b.

Titel 7. De in- en doorvoer van producten van aquacultuurdieren

[Vervallen per 21-04-2021]

§ 7.1. Algemeen

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 7.1.1

[Vervallen per 21-04-2021]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder ‘handelaar’ verstaan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon zijnde de eerste ontvanger op Nederlands grondgebied van een partij producten van aquacultuurdieren.

Artikel 7.1.2

[Vervallen per 21-04-2021]

De in- en doorvoer van producten van aquacultuurdieren is verboden.

§ 7.2. De in- en doorvoer vanuit lidstaten

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 7.2.1

[Vervallen per 21-04-2021]

Het verbod, bedoeld in artikel 7.1.2, is niet van toepassing op de in- en doorvoer van producten van aquacultuurdieren die zijn verzonden:

  • a. vanuit een lidstaat;

  • b. vanuit een derde land, en via het grondgebied van een lidstaat in het kader van de in- of doorvoer op Nederlands grondgebied worden gebracht;

mits, voor zover van toepassing, voldaan is aan verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie.

§ 7.3. De in- en doorvoer van producten van aquacultuurdieren afkomstig uit derde landen

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 7.3.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Het verbod, bedoeld in artikel 7.1.2, is niet van toepassing op de invoer van producten van aquacultuurdieren:

    • a. die daarbij voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen worden gebracht, en

    • b. die zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land;

    mits, voor zover van toepassing, is voldaan aan verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie en aan artikel 7.3.2.

  • 2 Het verbod, bedoeld in artikel 7.1.2, is niet van toepassing op de doorvoer van producten van aquacultuurdieren, bestemd voor een lidstaat die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen worden gebracht, mits, voor zover van toepassing, is voldaan aan verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie en aan artikel 7.3.2.

  • 3 Het verbod, bedoeld in artikel 7.1.2, is niet van toepassing op de doorvoer van producten van aquacultuurdieren bestemd voor een derde land:

    • a. die via Nederland voor het eerst op het grondgebied van de Europese Gemeenschappen worden gebracht, en

    • b. die zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land;

    mits, voor zover van toepassing, voldaan wordt aan verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie en aan artikel 7.3.2.

Artikel 7.3.2

[Vervallen per 21-04-2021]

In geval een partij aquacultuurdieren afkomstig is uit Nieuw-Zeeland, mag deze vergezeld gaan van een certificaat dat is vastgesteld bij een communautaire maatregel ter uitvoering van de Overeenkomst van 17 december 1996 tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland inzake sanitaire maatregelen voor de handel in levende dieren en dierlijke producten (PbEG 1997, L 57), indien:

  • a. de partij aquacultuurdieren ingevolge de vorenbedoelde overeenkomst in elk geval op het gebied van de diergezondheid als gelijkwaardig erkend is, en

  • b. de partij aquacultuurdieren aan de ingevolge vorenbedoelde communautaire maatregel gestelde bijkomende voorwaarden voldoet.

Titel 8. De uitvoer van aquacultuurdieren en producten daarvan

[Vervallen per 21-04-2021]

§ 8.2. De uitvoer van aquacultuurdieren

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 8.2.1

[Vervallen per 21-04-2021]

Het vervoeren van een in Nederland verzamelde partij aquacultuurdieren van enige plaats in Nederland naar het grondgebied van en bestemd voor een lidstaat is verboden.

Artikel 8.2.2

[Vervallen per 21-04-2021]

De partij aquacultuurdieren dient, in de gevallen, bedoeld in artikel 14 van richtlijn nr. 2006/88/EG, vergezeld te gaan van het diergezondheidscertificaat.

Artikel 8.2.3

[Vervallen per 21-04-2021]

Indien de aquacultuurdieren zijn bestemd om via het grondgebied van een lidstaat naar een derde land te worden vervoerd:

  • a. blijft het vervoer van de betreffende partij, indien zijn onder douanetoezicht is geplaatst, onder dat toezicht tot de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten;

  • b. gaat de betreffende partij, vergezeld van het diergezondheidscertificaat, in de gevallen waarin artikel 4.1.1 dit certificaat voorschrijft;

  • c. geldt ter zake van het in onderdeel b bedoelde document tevens dat:

    • a. dit in de Nederlandse taal en in ten minste één van de talen van de lidstaat waar zich het punt van uitgang bevindt, zijn gesteld;

    • b. daarop het punt van uitgang als plaats van bestemming is vermeld;

    • c. daarop als ontvanger is vermeld, met naam en adres, de ontvanger bij het punt van uitgang;

  • d. gaat de partij vergezeld van veterinaire documenten of certificaten, die aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoen, tenzij de NVWA niet over die voorschriften beschikt, in welk geval op de documenten, bedoeld in onderdeel b, de vermelding ‘Dieren of producten voor uitvoer naar (naam van het derde land)’ is opgenomen, waarbij de naam van het derde land van bestemming als het gedeelte tussen haakjes is ingevuld, en

  • e. is het vervoer daarvan, indien de aquacultuurdieren niet voldoen aan de voorwaarden van richtlijn nr. 2006/88/EG, slechts toegestaan indien de Minister daartoe vooraf toestemming heeft verleend.

§ 8.3. De uitvoer van aquacultuurproducten

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 8.3.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 Indien een in Nederland verzamelde partij producten van aquacultuurdieren bestemd is om te worden vervoerd naar een lidstaat gaat de betreffende partij, vergezeld van het diergezondheidscertificaat, in de gevallen waarin artikel 4.1.1 dit certificaat voorschrijft.

  • 2 Indien een in Nederland verzamelde partij producten van aquacultuurdieren bestemd is om te worden vervoerd naar een derde land:

    • a. blijft het vervoer van de betreffende partij, indien zijn onder douanetoezicht is geplaatst, onder dat toezicht tot de plaats waar het Nederlands grondgebied wordt verlaten;

    • b. is het vervoer daarvan, indien de aquacultuurdieren niet voldoen aan de voorwaarden van richtlijn nr. 2006/88/EG, slechts toegestaan indien de Minister daartoe vooraf toestemming heeft verleend.

Titel 8a. Voorschriften ter uitvoering van verordening (EU) 2017/625 en daarop gebaseerde verordeningen

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 8a.1

[Vervallen per 21-04-2021]

Dit hoofdstuk heeft betrekking op het brengen in Nederland van aquacultuurdieren en producten daarvan.

Artikel 8a.2

[Vervallen per 21-04-2021]

Als voorschriften als bedoeld in artikel 4 van het Besluit uitvoering verordening officiële controles diergezondheid worden aangewezen:

  • a. de artikelen 15, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 47, vijfde lid, 50, eerste en derde lid, 56, eerste en vierde lid, 57, eerste lid, en 69, eerste lid, van verordening (EU) 2017/625;

  • b. artikel 1, eerste lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2019/1013;

  • c. de artikelen 3, 4, onderdelen a en b, 5, eerste lid, onderdelen a, b, d en e, en tweede lid, onderdeel a en c, en 6, onderdelen a en b, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/1602;

  • d. de artikelen 2, tweede lid, onderdeel b en c, en 3, eerste lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/1666;

  • e. de artikelen 3, 5, eerste lid, 7, 8, 10, 12, 13, eerste lid, en 14, eerste lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/625;

  • f. artikel 41, eerste lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2019/1715;

  • g. de artikelen 7, eerste, tweede en derde lid, artikel 9, eerste en tweede lid, artikel 10, eerste en derde, vierde en vijfde lid, en artikel 11, eerste, tweede, derde en vijfde lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2019/1793;

  • h. de artikelen 8, derde lid, onderdeel a, en 10, derde lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/2122;

  • i. de artikelen 3, eerste lid, 5, 6, 14, 16, eerste en derde lid, 17, tweede lid, 22, vierde lid, 24, 27, eerste en vierde lid, 28, 29, 31, tweede en vierde lid, 32, 35, eerste lid, 36, derde lid, 37, tweede en vijfde lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/2124;

  • j. artikel 5, tweede lid, van gedelegeerde verordening (EU) 2019/2125;

  • k. de artikelen 3 tot en met 5 van uitvoeringsverordening (EU) 2019/2128.

Artikel 8a.3

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 De minister wijst grenscontroleposten aan als bedoeld in artikel 59, eerste lid, van verordening (EU) 2017/625.

  • 2 De minister kan andere controlepunten aanwijzen als bedoeld in artikel 53, eerste lid, van verordening (EU) 2017/625.

  • 3 Aanwijzingen als bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen worden ingetrokken of worden geschorst, ter uitvoering van artikel 62 en 63 van de verordening (EU) 2017/625.

Titel 9. Administratieve bepalingen

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 9.1.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 De documenten, bedoeld in de de titels 4 en 5, worden, voor zover van toepassing, afgegeven door de Minister.

  • 2 Een document wordt niet afgegeven indien voor de partij de gezondheidsverklaring, vermeld op het document, niet kan worden gegeven dan wel indien de zending niet voldoet aan aanvullende eisen die op de plaats van bestemming in overeenstemming met het bepaalde in de richtlijn dan wel in andere communautaire maatregelen ter voorkoming of bestrijding van dierziekten, zijn gesteld.

Titel 10. Wijzigingen andere regelingen en slotbepalingen

[Vervallen per 21-04-2021]

§ 10.1. Wijzigingen andere regelingen

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 10.1.1

[Vervallen per 21-04-2021]

[Red: Wijzigt de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.]

Artikel 10.1.2

[Vervallen per 21-04-2021]

[Red: Wijzigt de Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria.]

Artikel 10.1.3

[Vervallen per 21-04-2021]

[Red: Wijzigt het Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit.]

Artikel 10.1.6

[Vervallen per 21-04-2021]

[Red: Wijzigt de Regeling veterinairrechtelijke voorschriften handel dierlijke producten.]

§ 10.2. Overgangsrecht

[Vervallen per 21-04-2021]

Artikel 10.2.1

[Vervallen per 21-04-2021]

  • 1 De Minister kan op aanvraag een voorlopige vergunning verlenen aan aquacultuurproductiebedrijven als bedoeld in artikel 2.1.1, eerste lid, die:

    • a. geen aquacultuurproductiebedrijven als bedoeld in het tweede lid van dat artikel zijn, en

    • b. die op het moment van inwerkingtreding van deze regeling in bedrijf zijn.

  • 2 Aan een voorlopige vergunning kunnen voorwaarden en voorschriften worden verbonden.

  • 3 Een voorlopige vergunning vervalt van rechtswege op 1 januari 2009.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

G. Verburg

Terug naar begin van de pagina