Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

Geraadpleegd op 26-02-2024.
Geldend van 01-04-2023 t/m heden

Nadere regeling van de Autoriteit Financiële Markten van 15 november 2006, houdende regels voor het gedragstoezicht op financiële ondernemingen op grond van de Wet op het financieel toezicht (Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft)

Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1:1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. administratieve kosten: kosten die zijn gemaakt in het kader van het administreren van een beleggingsobject;

  • b. andere voordelen: andere posten dan opbrengsten die aan de definitie van baten voldoen;

  • c. bankspaarhypotheek: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing eigenwoningschuld, dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een spaarrekening;

  • d. baten: vermeerderingen van het economisch potentieel gedurende de verslagperiode in de vorm van instroom van nieuwe of verhoging van bestaande activa, dan wel vermindering van vreemd vermogen, een en ander uitmondend in een toename van het eigen vermogen;

  • e. beheerskosten: kosten die zijn gemaakt om een beleggingsobject in stand te houden of te onderhouden;

  • f. beleggingsobjectkosten: geprognosticeerde of eventuele reeds gemaakte administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten, alsmede de geprognosticeerde of reeds voldane rentelasten;

  • g. het besluit: het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft;

  • h. complex beleggingsproduct: complex product voor zover het een verzekering met een beleggingscomponent of verpakt retailbeleggingsproduct is, niet-zijnde een derdepijlerpensioenproduct;

  • i. contractuele looptijd: duur van de overeenkomst inzake een complex product;

  • j. direct ingaande lijfrente: product waarbij in geval van een spaarvariant per direct levenslang een vaste periodieke uitkering wordt ontvangen en in geval van een beleggingsvariant een uitkering wordt ontvangen waarvan de hoogte en/of de duur afhankelijk is van de opbrengst van de beleggingen;

  • k. direct ingaande uitkering: product als bedoeld in de Wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale facilitering banksparen ten behoeve van pensioenopbouw of aflossing eigenwoningschuld, waarbij in geval van een spaarvariant per direct gedurende een bepaald aantal jaren een vaste periodieke uitkering wordt ontvangen en in geval van een beleggingsvariant een uitkering wordt ontvangen waarvan de hoogte en/of de duur afhankelijk van de opbrengst van de beleggingen;

  • l. garantie: garantie op het product die wordt afgegeven door een instelling die onder kapitaaltoereikendheidstoezicht staat, waarbij ingeval van een schuldproduct de aflossing van de schuld van de consument volledig of gedeeltelijk is gegarandeerd en in geval van een opbouwproduct een bepaalde opbrengst is gegarandeerd;

  • m. gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten: gedelegeerde verordening (EU) 2017/653 van de Commissie van 8 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1286/2014 van het Europees Parlement en de Raad over essentiële-informatiedocumenten voor verpakte retailbeleggingsproducten en verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten (priip’s) door de vaststelling van technische reguleringsnormen voor de presentatie, de inhoud, de evaluatie en de herziening van essentiële-informatiedocumenten en de voorwaarden voor het voldoen aan het vereiste om dergelijke documenten te verstrekken (PbEU 2014, L 352/1);

  • n. guise: gemiddelde uitkering in de slechtste 10 procent van de gevallen, berekend op de in bijlage 4 aangegeven wijze;

  • o. hybride hypotheek, ook wel spaarbeleggingshypotheek: schuldproduct, waarbij de consument de mogelijkheid heeft om de premie of inleg naar eigen inzicht te gebruiken voor sparen of voor beleggen;

  • p. ingelegde gelden: totaal van gelden belegd door consumenten voor het verkrijgen van beleggingsobjecten;

  • q. kapitaaltoereikendheidstoezicht: wettelijk bedrijfseconomisch toezicht uit hoofde van:

  • r. netto-rendementspercentage: percentage dat bij de bepaalde looptijd, gegeven de omvang en frequentie van de inleg leidt tot de uitkering van een complex product;

  • s. omloopfactor: indicator van de omloopsnelheid van de portefeuille van een beleggingsinstelling of icbe in enig boekjaar;

  • t. onderliggende waarden: financiële instrumenten waarin de consument direct of indirect met het complexe product belegt of doet beleggen;

  • u. opbouwproduct: complex product, dat wordt aangewend om kapitaal te doen groeien, niet zijnde een recht van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe;

  • v. opbrengsten: baten die ontstaan bij uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming;

  • w. opbrengstscenario: voorspelling van de uitkering aan de consument op basis van een bepaald rendement;

  • x. overwaardeconstructie: schuldproduct waarbij een deel van het krediet wordt aangewend ter belegging, niet zijnde aflossing van het krediet of een combinatie van een schuldproduct en een onttrekkingsdepot dat dient ter financiering van inkomensaanvulling;

  • y. productiekosten: kosten die zijn gemaakt in het kader van het verhogen van het economisch potentieel of de waarde van een beleggingsobject;

  • z. rentedervingskosten: dat deel van de kosten dat de aanbieder van het complexe product in rekening brengt bij of ten laste laat komen van de consument in geval van vervroegde beëindiging en dat verband houdt met gederfde rente-inkomsten;

  • aa. restschuld: overblijvende financiële verplichting van de consument jegens de aanbieder van een complex product uit hoofde van een opbouwproduct;

  • ab. schuldproduct: complex product, bestaande uit een combinatie van krediet, met uitzondering van krediet dat wordt aangewend voor het verschaffen van het genot van een complex product dat overwegend tot doel heeft kapitaal te doen groeien, en een bestanddeel, dat wordt aangewend om te voorzien in de gehele of gedeeltelijke aflossing van het krediet;

  • ac. spaarbeleggingsproduct: opbouwproduct dat bestaat uit een combinatie van een spaar- en een beleggingsrekening;

  • ad. spaarhypotheek: complex product dat bestaat uit een combinatie van een hypothecair krediet en een levensverzekering met een garantiekapitaal dat in hoogte overeenkomt met de omvang van het krediet;

  • ae. uitkering: uitbetaling door de aanbieder van een complex product aan de consument van de waarde van het complexe product onder aftrek van kosten bij beëindiging door de consument aangevuld met voor zover van toepassing de onttrekkingen gedaan door de consument vóór beëindiging;

  • af. verkoopkosten: kosten die direct kunnen worden gerelateerd aan de verkoop van het beleggingsobject aan de consument;

  • ag. vermeldingsverplichting: de verplichting een vermelding, als bedoeld in artikelen 2:59, derde lid; 2:66a; 2:74, tweede lid; 2:79, derde lid; 2:85, derde lid; 4:7, tweede lid; 5:4 van de wet, op te nemen in de toepasselijke vermeldingsuitingen;

  • ah. vermeldingsuitingen: de in de artikelen 2:59, derde lid; 2:66a; 2:74, tweede lid; 2:79, derde lid; 2:85, derde lid; 4:7, tweede lid; 5:4 van de wet, bedoelde aanbiedingen, documenten, reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie;

  • ai. voorbeeldwaarde: waarde van de opbrengst bij verkoop van een recht van deelneming in de beleggingsinstelling of icbe, waarbij verkoopkosten al zijn afgetrokken;

  • aj. waarde: som van alle door de consument onderscheidenlijk deelnemer verrichte betalingen voor een complex product aan de aanbieder plus een bepaald jaarlijks rendement over het deel van die betalingen dat wordt aangewend ten einde rendement te genereren ten behoeve van de consument onderscheidenlijk deelnemer;

  • ak. de wet: de Wet op het financieel toezicht.

Hoofdstuk 2. Precontractuele Informatie

§ 2.1. Regels met betrekking tot vermeldingsverplichtingen

Artikel 2:1

  • 1 Indien een vermeldingsuiting op schrift is gesteld, op internet is geplaatst, of op televisie wordt getoond of ten gehore wordt gebracht, wordt de in het tweede lid gespecificeerde afbeelding, onverminderd de overige leden van dit artikel, goed leesbaar opgenomen bij de vermeldingsuiting. Indien een vermeldingsuiting ten gehore wordt gebracht via internet of radio wordt het in het tweede lid gespecificeerde geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting.

  • 2 Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtens artikel 2:59, 2:66a, 2:74, 2:79, 2:85 of 4:7 van de wet is gesteld, wordt één van de in de in bijlage 1.1 weergegeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.1 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. Indien een vermeldingsverplichting bij of krachtens artikel 5:4 van de wet is gesteld, wordt één van de in de in bijlage 1.2 weergegeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.2 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. Indien in de vermeldingsuiting zowel bij of krachtens artikel 2:66a of 2:74 van de wet als bij of krachtens artikel 5:4 van de wet een in die artikelen genoemde vermelding moet worden opgenomen, wordt één van de in de in bijlage 1.3 weergeven afbeeldingen opgenomen in de vermeldingsuiting, of, indien van toepassing, wordt het in bijlage 1.3 weergegeven geluidsfragment ten gehore gebracht na de vermeldingsuiting. De verschillende afbeeldingen en geluidsfragmenten zijn te downloaden vanaf www.afm.nl/vrijstellingsvermelding en www.afm.nl/exemption-notification.

  • 3 Indien een vermeldingsuiting in de Nederlandse taal wordt weergegeven of ten gehore wordt gebracht, is de in het eerste lid bedoelde afbeelding respectievelijk het in dat lid bedoelde geluidsfragment Nederlandstalig. Indien een vermeldingsuiting in een andere taal dan de Nederlandse taal wordt weergegeven of ten gehore wordt gebracht, is de in het eerste lid bedoelde afbeelding respectievelijk het in dat lid bedoelde geluidsfragment Engelstalig.

  • 4 De oorspronkelijke verhouding van de afbeelding als bedoeld in het eerste lid, wordt niet gewijzigd. Onverminderd het vijfde lid mag de afbeelding worden vergroot of verkleind, waarbij bij een vermeldingsuiting op schrift een lettergrootte van de afbeelding van 7 punten niet wordt onderschreden.

  • 5 De afbeelding als bedoeld in het eerste lid, wordt opgenomen op de volgende wijze:

    • a. Indien de vermeldingsuiting op schrift is gesteld, wordt de afbeelding gecentreerd onderaan getoond, waarbij de breedte van de afbeelding gelijk is aan de breedte van de vermeldingsuiting en de hoogte van de afbeelding minimaal 10% bedraagt van de hoogte van de vermeldingsuiting met inbegrip van de afbeelding. Indien de vermeldingsuiting meerdere pagina's beslaat, wordt de afbeelding op de eerste pagina van de vermeldingsuiting weergegeven op de wijze als in dit onderdeel bepaald.

    • b. Indien de vermeldingsuiting de definitieve voorwaarden van een basisprospectus betreft, wordt de afbeelding op een inlegvel, of een kaft, weergegeven op de wijze als in onderdeel a bepaald.

    • c. Indien de vermeldingsuiting op internet is geplaatst, wordt de afbeelding gecentreerd bovenaan getoond, waarbij de breedte van de afbeelding gelijk is aan de breedte van de vermeldingsuiting en de hoogte van de afbeelding minimaal 10% bedraagt van de hoogte van de vermeldingsuiting met inbegrip van de afbeelding. De afbeelding dient zodanig te worden weergegeven op de internetpagina dat deze altijd zichtbaar is.

    • d. Gedurende een vermeldingsuiting die op televisie wordt getoond of ten gehore wordt gebracht, wordt gecentreerd onderaan in het televisiescherm de afbeelding getoond, waarbij de breedte van de afbeelding gelijk is aan de breedte van het beeld dat op het televisiescherm wordt getoond en de hoogte minimaal 10 % van het televisiescherm beslaat.

  • 6 Direct aansluitend aan een vermeldingsuiting die via radio of internet ten gehore wordt gebracht, wordt het in het eerste lid bedoelde geluidsfragment ten gehore gebracht. Het geluidsfragment wordt op oorspronkelijke snelheid afgespeeld met eenzelfde volume als de vermeldingsuiting zelf.

  • 7 Indien geen afbeelding kan worden opgenomen in de vermeldingsuiting op internet wordt, met in achtneming van de voorschriften, bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid, een tekst opgenomen als bedoeld in bijlagen 1.1, 1.2 of 1.3.

  • 8 Indien geen tekst als bedoeld in het zevende lid kan worden opgenomen in de vermeldingsuiting op internet wordt een ingekorte tekst opgenomen als bedoeld in bijlagen 1.1, 1.2 of 1.3, waarbij de ingekorte tekst onderaan in dezelfde lettergrootte als de overige tekst in de vermeldingsuiting wordt getoond, in de kleur zwart of rood en indien mogelijk vetgedrukt en gecentreerd onderaan weergegeven. De ingekorte tekst is duidelijk leesbaar, zichtbaar en herkenbaar.

§ 2.2. Regels met betrekking tot reclame-uitingen als bedoeld in artikel 53, zevende lid, van het besluit

Artikel 2:2

  • 1 In een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, zevende lid, van het besluit, die op schrift is gesteldwordt gecentreerd onderaan de in het vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond in zijn oorspronkelijke verhouding, waarbij de breedte van de waarschuwing gelijk is aan de breedte van de reclame-uiting en de hoogte van de waarschuwing minimaal 10% van de hoogte van reclame-uiting inclusief waarschuwing bedraagt. Indien een reclame-uiting meerdere pagina’s beslaat, dient onderaan op de eerste pagina van die reclame-uiting de in het vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond te worden.

  • 2 In een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, zevende lid, van het besluit, die op internet is geplaatst, wordt gecentreerd bovenaan de in het vijfde lid bedoelde waarschuwing getoond in zijn oorspronkelijke verhouding, waarbij de breedte van de waarschuwing gelijk is aan de breedte van de reclame-uiting en de hoogte van de waarschuwing minimaal 10% van de hoogte van reclame-uiting inclusief waarschuwing bedraagt.

  • 3 Direct aansluitend aan een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, zevende lid, van het besluit, die via radio of internet ten gehore wordt gebracht, wordt een waarschuwingszin opgenomen door het afspelen van een geluidsbestand, te downloaden vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing. Het geluidsbestand wordt op oorspronkelijke snelheid afgespeeld en met eenzelfde volume als de reclame-uiting.

  • 4 Gedurende een reclame-uiting als bedoeld in artikel 53, zevende lid, van het besluit, die via televisie wordt getoond of ten gehore wordt gebracht, wordt gecentreerd onderaan in het beeld dat op het televisiescherm wordt getoond een waarschuwing getoond. Deze waarschuwing is de vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing te downloaden afbeelding. Deze afbeelding wordt in zijn oorspronkelijke verhouding afgebeeld, waarbij de breedte van de afbeelding gelijk is aan de breedte van het beeld dat op het televisiescherm wordt getoond.

  • 5 De in het eerste en tweede lid genoemde waarschuwing is de vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing te downloaden afbeelding. De hoogte van de te downloaden afbeelding, zoals geplaatst in de reclame-uiting overeenkomstig het eerste dan wel het tweede lid, beslaat minimaal 10% van de hoogte van de reclame-uiting inclusief waarschuwing. De afbeelding mag vergroot en verkleind worden, met als uiterste minimumwaarde een lettergrootte van 7 punten voor de letters welke gebruikt zijn in de afbeelding.

  • 6 Indien geen afbeelding kan worden opgenomen in de reclame-uiting op internet wordt, met in achtneming van de voorschriften, bedoeld in het tweede en vijfde lid, een waarschuwingstekst opgenomen die vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing te downloaden is.

  • 7 Indien geen tekst, als bedoeld in het zesde lid, of geen afbeelding kan worden opgenomen in de reclame-uiting op internet wordt een ingekorte waarschuwingstekst opgenomen die vanaf www.afm.nl/kredietwaarschuwing te downloaden is, waarbij de ingekorte waarschuwingstekst onderaan in dezelfde lettergrootte als de overige tekst in de reclame-uiting wordt getoond, in de kleur zwart of rood en indien mogelijk vetgedrukt en gecentreerd onderaan weergegeven. De ingekorte waarschuwingstekst is duidelijk leesbaar, zichtbaar, en herkenbaar.

§ 2.3. Regels met betrekking tot de presentatie en formulering van reclame-uitingen met betrekking tot complexe beleggingsproducten en derdepijlerpensioenproducten

Artikel 2:3

  • 1 De risico-indicator in een reclame-uiting, anders dan via de televisie of de radio, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van het besluit wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 1. De risico-indicatoren zijn te downloaden van www.afm.nl/reclameteksten.

  • 2 De risico-indicator in een reclame-uiting via de televisie, bedoeld in artikel 52, tweede lid, van het besluit wordt weergegeven gedurende de gehele reclame-uiting onderaan in beeld en wordt opgesteld conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 2. De risico-indicatoren zijn te downloaden van www.afm.nl/reclameteksten.

  • 3 Informatie over de belangrijkste financiële risico’s van een complex beleggingsproduct of derdepijlerpensioenproduct in een reclame-uiting via de radio, bedoeld in artikel 52, derde lid, van het besluit, wordt weergegeven aan het einde van de reclame-uiting door overneming van het geluidsbestand, te downloaden van www.afm.nl/reclameteksten.

  • 4 De waarden voor de risico-indicatoren, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden berekend conform bijlage II van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.

  • 5 De Autoriteit Financiële Markten kan de risico-indicator voor gebruik in reclame-uitingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, of een geluidsbestand als bedoeld in het derde lid geheel of gedeeltelijk wijzigen. De aanbieder van een complex beleggingsproduct of derdepijlerpensioenproduct verwerkt een dergelijke wijziging uiterlijk de eerste dag van de vierde kalendermaand na bekendmaking daarvan.

Artikel 2:3a

  • 1 De risico-indicator, bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, voor schriftelijke reclame-uitingen anders dan via internet, wordt rechtsboven in de reclame-uiting in de kleur zwart of rood weergegeven. Voor uitingen met een oppervlakte kleiner of gelijk aan A4, heeft de risico-indicator een minimale diameter van vier centimeter. Voor uitingen met een oppervlakte groter dan A4, heeft de risico-indicator een oppervlakte van minimaal vijf procent van de totale oppervlakte van de reclame-uiting.

  • 2 De risico-indicator, bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, in een reclame-uiting via internet wordt weergegeven in een minimale grootte van 180 pixels bij 180 pixels, in de kleur zwart of rood, met dien verstande dat voor de bepaling van de grootte een ingestelde beeldschermresolutie van 1024 × 768 beeldlijnen als uitgangspunt wordt genomen. De risico-indicator wordt tevens in de onmiddellijke nabijheid van de informatie over de opbrengsten geplaatst en verwijst de consument door middel van een hyperlink naar www.afm.nl/eid, afhankelijk van de risico-indicator die het betreft.

  • 3 De risico-indicator, bedoeld in artikel 2:3, tweede lid, heeft een oppervlakte van minimaal tien procent van de totale oppervlakte van de reclame-uiting.

  • 4 Indien geen afbeelding als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, met inachtneming van het tweede lid, kan worden opgenomen in een reclame-uiting via internet, wordt een tekst opgenomen. In lijn met artikel 2:3, vierde lid, met betrekking tot de berekening van de waarde van de risico-indicator, wordt een tekst opgenomen conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 3a, met dien verstande dat de risico-indicator de consument door middel van een hyperlink verwijst naar www.afm.nl/eid.

  • 5 Indien geen tekst als bedoeld in het vierde lid of afbeelding als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, kan worden opgenomen in de reclame-uiting via internet wordt een ingekorte tekst opgenomen, waarbij de ingekorte tekst onderaan in dezelfde lettergrootte als de overige tekst in de reclame-uiting wordt getoond, in de kleur zwart of rood conform de vormgeving van bijlage 1.4, onder 3b.

  • 6 Indien mogelijk wordt de ingekorte tekst, bedoeld in het vijfde lid, vetgedrukt en gecentreerd onderaan weergegeven. De ingekorte tekst is duidelijk leesbaar, zichtbaar en herkenbaar.

§ 2.4. Regels met betrekking tot de berekening van werkelijke en toekomstige rendementen, kosten en risico’s

Artikel 2:4

Indien informatie over een werkelijk rendement als bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid, van het besluit, met uitzondering van een beleggingsinstelling of icbe, wordt gepresenteerd:

  • a. wordt de referentieperiode vermeld;

  • b. worden rendementscijfers die betrekking hebben op meerdere jaren teruggebracht tot een gemiddeld jaarrendement of als afzonderlijke jaarrendementen vermeld. Indien een gemiddeld jaarrendement over meer dan één jaar wordt gepresenteerd, wordt een meetperiode van minimaal drie jaar gehanteerd. Indien de aanbieder nog niet zo lang actief is, kan gerekend worden vanaf het moment van initiële uitgifte van het complexe beleggingsproduct of derdepijlerpensioenproduct;

  • c. kunnen resultaten over kortere perioden dan 12 maanden worden gepresenteerd, mits de presentatie geschiedt op consistente wijze en de resultaten niet worden geëxtrapoleerd naar rendementen op jaarbasis;

  • d. wordt bij vergelijking van de resultaten met een vergelijkingsmaatstaf (een benchmark) genoemd en is de referentieperiode van de benchmark gelijk aan de genoemde referentieperiode van het complexe beleggingsproduct of derdepijlerpensioenproduct;

  • e. worden de rendementscijfers gepresenteerd in procenten waardeverandering van het product, rekening houdend met de distributies aan aandeelhouders of deelnemers in de betreffende periode(s) waarbij die distributies mogen worden opgerent naar het einde van het boekjaar of de periode. Indien de waarde van het product, welke ten grondslag ligt aan de rendementscijfers, significant afwijkt van de verkoop- dan wel afkoopwaarde, dan dient dit expliciet te worden vermeld;

  • f. indien gebruik wordt gemaakt van gesimuleerde rendementscijfers: certificeert een deskundige, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dat de simulatie rekenkundig juist, objectief meetbaar en representatief is. Bij de informatie over het werkelijke rendement wordt melding gemaakt van het feit dat gebruik is gemaakt van een simulatie. De certificering van de deskundige behoeft niet in de informatie te worden opgenomen; en

  • g. indien de rendementscijfers niet in euro’s luiden wordt de gebruikte valuta vermeld.

Artikel 2:5

Indien in een reclame-uiting van een beheerder of beleggingsinstelling of icbe, waaronder lijfrentebeleggingsrechten werkelijke rendementscijfers worden gepresenteerd:

  • a. wordt de referentieperiode vermeld;

  • b. worden de werkelijke rendementscijfers vermeld voor de voorafgaande tien jaar of, indien de icbe of beleggingsinstelling voor minder dan tien jaar wordt aangeboden, worden de werkelijke rendementscijfers vermeld voor de gehele periode waarin de icbe of beleggingsinstelling wordt aangeboden;

  • c. dient de informatie over resultaten uit het verleden gebaseerd te zijn op volledige perioden van 12 maanden. Deze informatie mag worden aangevuld met de resultaten voor het lopende jaar, bijgewerkt aan het einde van het meest recente kwartaal;

  • d. wordt bij vergelijking van de resultaten met een vergelijkingsmaatstaf (benchmark) deze benchmark genoemd en is de referentieperiode van de benchmark gelijk aan de genoemde referentieperiode van de beleggingsinstelling of icbe;

  • e. worden de rendementscijfers berekend met inachtneming van het bepaalde in bijlage VIII, onder 2, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten;

  • f. worden gesimuleerde rendementscijfers enkel gebruikt in de situaties zoals beschreven onder punt 3 van bijlage VIII van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten;

  • g. indien de rendementscijfers niet in euro’s luiden wordt de gebruikte valuta vermeld.

Artikel 2:6

  • 1 Informatie over een toekomstig rendement als bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid, van het besluit, wordt berekend conform één of meer scenario’s zoals beschreven in bijlage IV van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten. Indien slechts één scenario wordt getoond, dan is dit niet het gunstige scenario. Het is voor PRIIPs in categorie 3, als bedoeld in Bijlage II, deel I, onder 6 van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten, mogelijk om voor informatie die geïndividualiseerd is, af te wijken van de in bijlage IV van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten beschreven rekenmethode. De wijze waarop mag worden afgeweken van deze rekenmethode staat beschreven in bijlage 14 bij deze regeling.

  • 2 Informatie over de kosten, bedoeld in artikel 52, vijfde of zesde lid, van het besluit, wordt verstrekt in absolute getallen indien de aanbieder van het product de rendementen bedoeld in het eerste of tweede lid in absolute getallen weergeeft dan wel in percentages indien de betreffende financiële onderneming de rendementen in percentages weergeeft. De informatie over de kosten wordt berekend met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, tweede lid, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.

  • 3 Informatie over de belangrijkste financiële risico’s als bedoeld in artikel 52, vijfde lid, van het besluit wordt, indien de belegging verloren kan gaan of het totale verlies aanzienlijk hoger kan zijn dan de oorspronkelijke inleg, weergegeven door het opnemen van de waarschuwingszinnen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.

  • 4 De informatie, bedoeld in het derde lid, kan worden vervangen door een risico-indicator die is berekend op basis van gegevens van de consument.

  • 5 De informatie bedoeld in het derde en vierde lid wordt weergegeven op een duidelijk en herkenbare wijze in de onmiddellijke nabijheid van de informatie over rendementen, als bedoeld in het eerste lid en de artikelen 2:4 en 2:5.

Hoofdstuk 3. Essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten en jaarlijkse waardebepaling voor levensverzekeringen

Artikel 3:1

Het essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten, wordt opgesteld overeenkomstig artikel 3:2 en wordt ten minste één keer per jaar geactualiseerd en als daar aanleiding toe is.

Artikel 3:2

  • 1 Het essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten wordt opgesteld conform de artikelen 6 en 7 van de verordening essentiële-informatiedocumenten en de uitwerking van deze artikelen in de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.

  • 2 De informatie over de onderwerpen als bedoeld in artikel 66, eerste lid, van het besluit, met uitzondering van onderdeel i, wordt opgesteld conform artikel 8 van de verordening essentiële-informatiedocumenten en de uitwerking van dit artikel in de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.

  • 3 De informatie over het onderwerp bedoeld in artikel 66, eerste lid, onderdeel i, van het besluit, dient als volgt te worden opgenomen:

    Na de subtitel ‘Wat zijn de kosten?’ wordt de subtitel ‘Wat zijn de fiscale kenmerken van dit product?’ opgenomen. Onder deze subtitel worden de volgende waarschuwingszinnen opgenomen:

    • a. Let op! Het bedrag dat u voor dit product inlegt, is in sommige gevallen fiscaal aftrekbaar. Aan de aftrekbaarheid is een maximum verbonden. Vraag hiernaar. Met het bedrag dat u met dit product opbouwt, moet u te zijner tijd een direct ingaande lijfrente aankopen. Daarmee wordt het opgebouwde bedrag periodiek uitgekeerd. Over de lijfrente-uitkeringen bent u inkomstenbelasting en (sociale) premies verschuldigd.

      Het bedrag dat u opbouwt mag alleen voor uw pensioen gebruikt worden. Gebruikt u de rekening niet voor uw pensioen, dan heeft dit fiscale gevolgen. In dat geval moet u namelijk over het opgenomen bedrag inkomstenbelasting betalen. Daarnaast moet u meestal een fiscale boete betalen over het opgenomen bedrag; of

    • b. Let op! Over de periodieke uitkeringen van dit product bent u inkomstenbelasting en (sociale) premies verschuldigd. Er gelden specifieke fiscale voorwaarden voor dit product. Vraag hiernaar.

Artikel 3:9

  • 1 De jaarlijkse waardebepaling van het eindkapitaal van overeenkomsten als bedoeld in artikel 73, eerste lid, onderdeel f, onder 1, van het besluit, wordt berekend op basis van

    • a. een historisch opbrengstscenario, onder het kopje ‘Historisch scenario’ indien sub 1° of sub 2° van toepassing is danwel ‘Voorbeeld scenario’ indien sub 3° van toepassing is, boven de streep en onder het kopje ‘De opbrengst bij een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging van gemiddeld < > per jaar onder invulling van hetgeen toepasselijk is uitgaande van:

      • 1°. het gemiddelde rendement over de afgelopen twintig jaren indien een historie van rendementen voor het complexe product beschikbaar is van twintig jaren of langer;

      • 2°. het gemiddelde rendement over twintig jaren waarbij de eigen historie wordt aangevuld met de van toepassing zijnde parameter of gewogen gemiddelde van parameters onder ‘verwacht rendement’, bedoeld in bijlage 5, tabel 0, voor de ontbrekende periode indien een historie beschikbaar is van tussen de twintig en vier jaren; of

      • 3°. de toepasselijke parameter of gewogen gemiddelde van parameters als bedoeld onder ‘verwacht rendement’ in bijlage 5, tabel 0 indien een historie beschikbaar is van korter dan vier jaren.

    • b. een pessimistisch opbrengstscenario door middel van de guise onder het kopje ‘Pessimistisch scenario’ boven de streep en onder het kopje ‘De opbrengst bij een voorspelling op basis van een waardevermeerdering van de belegging van gemiddeld < > per jaar onder de streep. Indien voor opbouwproducten op spaarbasis een pessimistisch opbrengstscenario op basis van de guise misleidend is, wordt een pessimistisch opbrengstscenario getoond op basis van een eigen alternatieve berekening. De alternatieve berekening van het pessimistische opbrengstscenario mag niet uitkomen boven de pessimistische opbrengst volgens de guise-berekening.

  • 2 De jaarlijkse prognose van het eindkapitaal van overeenkomsten, bedoeld in artikel 73, eerste lid, onderdeel f, onder 2, van het besluit, wordt berekend conform het ongunstige en het gematigde scenario zoals beschreven in artikel 3, derde lid, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten. Het is voor categorie 3 PRIIPs, als bedoeld in Bijlage II, deel I, onder 6 van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten, mogelijk om met inachtneming van het bepaalde in Bijlage 14 af te wijken van de rekenmethode zoals beschreven in artikel 3, derde lid, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.

Hoofdstuk 4. Vergelijkingskaart als bedoeld in artikel 86f van het besluit

§ 4.1. Inleidende bepalingen

Artikel 4:1

  • 2 Een vergelijkingskaart heeft betrekking op de gevraagde dienstverlening. Onder de gevraagde dienstverlening vallen de volgende dienstverleningsvragen:

    • a. hypotheekvraag;

    • b. vraag over risico’s afdekken;

    • c. vraag over vermogen opbouwen; of

    • d. pensioenvraag werkgever.

§ 4.2. Regels met betrekking tot de afstemming van de vergelijkingskaart op de dienstverleningsvraag

Artikel 4:2

  • 1 Een financiëledienstverlener stelt per dienstverleningsvraag een vergelijkingskaart op dat is afgestemd op de gevraagde dienstverlening.

  • 2 Een financiëledienstverlener stelt een vergelijkingskaart op indien de gevraagde dienstverlening van de consument of, indien het gaat om een verzekering, de cliënt betrekking heeft op een financieel product als bedoeld in artikel 86c, eerste lid van het besluit.

  • 3 Indien een financiëledienstverlener een vergelijkingskaart opstelt voor de hypotheekvraag, als bedoeld in artikel 4:1, tweede lid, onderdeel a, maakt de vraag over risico’s afdekken, als bedoeld in artikel 4:1, tweede lid, onderdeel b, en de bijhorende antwoorden integraal deel uit van de vergelijkingskaart.

§ 4.3. Regels met betrekking tot de inhoud en de vorm van de vergelijkingskaart

Artikel 4:3

  • 1 Een vergelijkingskaart als bedoeld in artikel 4:2 wordt opgesteld en vormgegeven overeenkomstig het in bijlage 6 opgenomen model.

  • 2 Een financiëledienstverlener draagt er zorg voor dat de vergelijkingskaart te allen tijde actueel is. Indien de financiëledienstverlener over een website of andere digitale kanalen beschikt, is de vergelijkingskaart goed vindbaar op de website of andere digitale kanalen.

  • 3 De Autoriteit Financiële Markten biedt ondersteuning middels een applicatie voor het opstellen van de vergelijkingskaart.

Artikel 4:4

Een financiëledienstverlener bepaalt op basis van bijlage 7 of hij een toereikend aantal op de markt verkrijgbare financiële producten beoordeelt die voldoende divers zijn wat type en aanbieder betreft zodat een voor de consument of, indien het een verzekering betreft, de cliënt een geschikt product kan worden geadviseerd als bedoeld in artikel 86f, vierde lid, onderdeel a, BGfo.

Hoofdstuk 5. Aanvullende regels betreffende het aanbieden van beleggingsobjecten

§ 5.1. Regels met betrekking tot het beleggingsobjectprospectus

Artikel 5:1

  • 1 Het beleggingsobjectprospectus bevat een samenvatting van de kerngegevens bestaande uit maximaal 1000 woorden. Deze samenvatting bevat ten minste de volgende gegevens:

    • a. gegevens over de aanbieder van het beleggingsobject:

      • 1°. naam, rechtsvorm, datum oprichting en plaats van vestiging hoofdkantoor,

      • 2°. overzicht van de bedrijfsactiviteiten; en

      • 3°. beschrijving van de groep waar de aanbieder van een beleggingsobject deel van uitmaakt;

    • b. gegevens over de serie van beleggingsobjecten:

      • 1°. aard;

      • 2°. bestaansduur;

      • 3°. een overzicht van de voornaamste risico’s; en

      • 4°. een overzicht van de voornaamste algemene respectievelijke bijzondere voorwaarden;

    • c. financiële informatie:

      • 1°. informatie over de beleggingsobjectkosten;

      • 2°. de te verwachten waardeontwikkeling van het beleggingsobject conform het stress, het ongunstige, het gematigde en het gunstige scenario zoals beschreven in artikel 3, derde lid, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten; en

      • 3°. de gegevens bedoeld in artikel 110 eerste lid onderdeel j, van het besluit;

    • d. indien van toepassing: een overzicht van de belangrijke transacties met gelieerde partijen; en

    • e. ingeval van een aanpassing van het beleggingsobjectprospectus: een korte toelichting op de in de desbetreffende versie van het beleggingsobjectprospectus doorgevoerde wijziging ten opzichte van de voorgaande versie.

  • 2 Indien het beleggingsobjectprospectus uit maximaal 7.500 woorden bestaat, is de samenvatting, bedoeld in het eerste lid, facultatief.

Artikel 5:2

  • 1 Een beleggingsobjectprospectus wordt opgesteld overeenkomstig bijlage 8.

  • 2 De informatie betreffende de beleggingsobjectkosten per serie van beleggingsobjecten, bedoeld in artikel 110, eerste lid onderdeel i, van het besluit wordt overeenkomstig tabel 1 van bijlage 9 in het beleggingsobjectprospectus opgenomen, waarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject. De beleggingsobjectkosten dienen voor de gehele bestaansduur van de serie van beleggingsobjecten te worden weergegeven. Indien de beleggingsobjectkosten voor een reeks jaren gelijk zijn, kunnen deze jaren en de bijhorende beleggingsobjectkosten op basis van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject samengevoegd worden in een kolom als bedoeld in tabel 1 van bijlage 9.

  • 4 De beleggingsobjectkosten en de gegevens, bedoeld in artikel 110, eerste lid, onderdelen i en j, van het besluit worden onderbouwd in het beleggingsobjectprospectus door vermelding van de aannames die daaraan ten grondslag liggen. De tekst waarin de aannames worden vermeld en toegelicht, wordt direct onder de tabellen van bijlage 9 opgenomen.

  • 5 Het beleggingsobjectprospectus vermeldt een datum en een versienummer. Ingeval van een wijziging in een beleggingsobjectprospectus wordt deze toegelicht in het aangepaste beleggingsobjectprospectus met inbegrip van de consequentie(s) van de desbetreffende wijziging. De toelichting bevat een verwijzing naar het voorgaande beleggingsobjectprospectus dat is gewijzigd.

Artikel 5:3

Bij berekening van de beleggingsobjectkosten, bedoeld in artikel 5:2, worden opbrengsten en andere voordelen op deze kosten niet in mindering gebracht.

§ 5.2. Regels met betrekking tot de jaarrekening

Artikel 5:4

  • 1 De administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten worden per serie van beleggingsobjecten per boekjaar in de toelichting op de jaarrekening verantwoord overeenkomstig de kruistabel van bijlage 10. Eventuele valutakoersverschillen dienen in de bedoelde kosten te worden verantwoord. De ingelegde gelden per serie van beleggingsobjecten per boekjaar, bedoeld in artikel 67, eerste lid, onderdeel a, van het besluit worden separaat in de toelichting op de jaarrekening vermeld.

  • 2 Indien het totaal van de in een boekjaar verantwoorde kosten niet gelijk is aan het totaal van de kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt dit verschil toegelicht in de jaarrekening.

  • 3 Bij berekening van de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden opbrengsten en andere voordelen niet in mindering gebracht.

Hoofdstuk 6. Aanvullende regels met betrekking tot beheerders van beleggingsinstellingen en beheerders van icbe’s, beleggingsinstellingen en icbe’s

§ 6.2. Regels met betrekking tot de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van een beleggingsinstelling

Artikel 6:2

  • 1 In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de lopende kosten van de beleggingsinstelling en eventueel in rekening gebrachte prestatievergoedingen. De berekening van de lopende kosten geschiedt conform de bepaling over lopende kosten in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van verordening nr. 583/2010 van de Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft essentiële beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan papier of via een website wordt verstrekt (PbEU L 176) en de uitwerking daarvan door de Europese Autoriteit voor effecten en markten.

  • 2 In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de omloopsnelheid van de activa door middel van de omloopfactor.

  • 3 De omloopfactor, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door het totaal van transacties in financiële instrumenten (aankopen + verkopen van financiële instrumenten = Totaal 1) minus het totaal aan transacties (uitgifte + inkopen = Totaal 2) van rechten van deelneming te delen door de gemiddelde intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling (X) volgens de formule [(Totaal 1 – Totaal 2) / X] * 100.

  • 4 De gemiddelde intrinsieke waarde, bedoeld in het derde lid, is de som van de intrinsieke waarden gedeeld door het aantal waarnemingen en wordt op dezelfde manier bepaald als door de Europese Autoriteit voor effecten en markten is voorgeschreven voor de berekening van de lopende kosten, bedoeld in het eerste lid.

§ 6.3. Regels met betrekking tot risicobeheersing door instellingen voor collectieve beleggingen in effecten

Artikel 6:3

Een beheerder berekent het totale risico van een door hem beheerde icbe overeenkomstig de artikelen 6:4 tot en met 6:6.

Artikel 6:4

  • 1 Het totale risico van een icbe, bedoeld in artikel 133, zesde lid, van het besluit wordt berekend op een van de volgende wijzen:

    • a. de verhoogde blootstelling en het hefboomeffect die door de icbe worden gegenereerd door van financiële derivaten, met inbegrip van ingepaste derivaten gebruik te maken, waarbij de totale intrinsieke waarde van de icbe niet mag worden overschreden; of

    • b. het marktrisico van de portefeuille van de icbe.

  • 2 Het totale risico wordt berekend door gebruik te maken van de benadering op basis van de aangegane verplichtingen, de benadering op basis van risicowaarde of door een andere geavanceerde methode voor risicometing, wanneer die beter aansluit bij de beleggingen.

  • 3 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder risicowaarde het volgende verstaan: een raming van het maximale potentiële verlies dat binnen een bepaalde tijdshorizon met een bepaalde zekerheidsgraad zal worden geleden.

  • 4 Wanneer een icbe technieken en instrumenten, inclusief retrocessieovereenkomsten of effectenkrediet, aanwendt om voor een extra hefboomeffect of een extra blootstelling aan marktrisico te zorgen, worden deze transacties in aanmerking genomen bij de berekening van het totale risico.

Artikel 6:5

  • 1 Indien voor de berekening van het totale risico van de benadering op basis van de aangegane verplichtingen wordt gebruikgemaakt, wordt deze benadering toegepast op alle posities in financiële derivaten, met inbegrip van derivaten die ingepast zijn in effecten of geldmarktinstrumenten, ongeacht of deze worden gebruikt als onderdeel van het algemene beleggingsbeleid van de icbe, ter vermindering van het risico, dan wel met het oog op een goed portefeuillebeheer.

  • 2 Indien voor de berekening van het totale risico van de benadering op basis van de aangegane verplichtingen wordt gebruikgemaakt, wordt elke financiële derivatenpositie omgezet in de marktwaarde van een gelijkwaardige positie in het onderliggende activum van dat derivaat. Dit is de standaardbenadering op basis van de aangegane verplichtingen.

  • 3 Het gebruik van andere berekeningsmethoden is toegestaan indien deze gelijkwaardig zijn aan de standaardbenadering op basis van de aangegane verplichtingen.

  • 4 Het is toegestaan verrekening- en risicodekkingsregelingen in aanmerking te nemen bij de berekening van het totale risico, indien deze regelingen voor de hand liggende en wezenlijke risico’s niet negeren en in een duidelijke vermindering van het totale risico resulteren.

  • 5 Indien het gebruik van financiële derivaten niet in een verhoogde blootstelling voor de icbe resulteert, hoeft het onderliggende risico bij de berekening van de verplichtingen niet in aanmerking te worden genomen.

  • 6 Indien van de benadering op basis van de aangegane verplichtingen gebruik wordt gemaakt, hoeven kortlopende leningen die in naam van de icbe zijn aangegaan, niet in aanmerking te worden genomen bij de berekening van het totale risico indien wordt voldaan aan artikel 133, tweede lid, van het besluit.

Artikel 6:6

  • 1 Tegenpartijrisico dat voortvloeit uit een financieel derivaat dat niet op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten wordt verhandeld wordt onderworpen aan de in artikel 134 van het besluit beschreven begrenzingen.

  • 2 Indien een beheerder het door een icbe gelopen tegenpartijrisico overeenkomstig de in artikel 134, tweede lid, van het besluit beschreven begrenzingen berekent, gebruikt de beheerder de positieve marktwaarde van het met de betrokken tegenpartij afgesloten contract betreffende een financieel derivaat, bedoeld in het eerste lid.

    Een beheerder mag de derivatenposities van een icbe met eenzelfde tegenpartij verrekenen, mits zij in staat zijn verrekeningsovereenkomsten met de tegenpartij juridisch af te dwingen namens de icbe. Verrekening is enkel toegestaan met betrekking tot financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid, met dezelfde tegenpartij en niet met betrekking tot andere risicoposities die de icbe jegens dezelfde tegenpartij kan hebben.

  • 3 Het tegenpartijrisico dat een icbe wegens een transactie in financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid, loopt, kan door middel van de ontvangst van zekerheden worden beperkt. De ontvangen zekerheden zijn voldoende liquide zodat zij snel kunnen worden verkocht tegen een prijs die hun waardering van voor de verkoop sterk benadert.

  • 4 Een beheerder neemt zekerheden in aanmerking bij de berekening van het in artikel 134, tweede lid, van het besluit bedoelde tegenpartijrisico wanneer de beheerder namens de icbe zekerheden aan een tegenpartij in financiële derivaten, bedoeld in het eerste lid, doorgeeft. Doorgegeven zekerheden mogen enkel op nettobasis in aanmerking worden genomen indien de beheerder in staat is verrekeningsovereenkomsten met deze tegenpartij juridisch af te dwingen namens de icbe.

  • 5 Een beheerder berekent de in artikel 134 van het besluit bedoelde begrenzingen voor concentraties van beleggingen in één uitgevende instelling overeenkomstig de benadering op basis van de aangegane verplichtingen, op grond van het onderliggende risico dat uit het gebruik van financiële derivaten voortvloeit.

  • 6 Met betrekking tot het risico dat voortvloeit uit in artikel 134, derde lid, van het besluit bedoelde transacties in financiële derivaten die niet op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten worden verhandeld, neemt een beheerder elk aan die financiële derivaten verbonden tegenpartijrisico bij de berekening in aanmerking.

§ 6.4. Regels met betrekking tot het beloningsbeleid voor de uitvoering van het beloningsbeleid als bedoeld in artikel 1:117 van de wet door beheerders van beleggingsinstellingen en beheerders van icbe’s

Artikel 6:7

  • 1 Een beheerder van een beleggingsinstelling stelt een beloningsbeleid vast en voert dit uit met inachtneming van artikel 13, eerste lid, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen.

  • 2 Een beheerder van een icbe stelt een beloningsbeleid vast, en voert dit uit, met inachtneming van artikel 14 bis, eerste tot en met derde lid, en artikel 14 ter, eerste, derde en vierde lid, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten.

Hoofdstuk 7. Regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten

§ 7.1. Inleidende bepaling

Artikel 7:1

Voor de toepassing van de voorschriften van dit hoofdstuk wordt onderscheid gemaakt tussen een vermogensbeheerder die in het kader van het beheer van een individueel vermogen:

  • a. op naam en voor rekening van de cliënt orders doorgeeft met betrekking tot financiële instrumenten aan een andere beleggingsonderneming; of

  • b. voor rekening van de cliënt transacties uitvoert of doet uitvoeren met betrekking tot financiële instrumenten.

§ 6.3. Informatieverstrekking door een beleggingsonderneming

Artikel 7:3

  • 1 Een beleggingsonderneming houdt zich aan de in bijlage 12 opgenomen regels met betrekking tot reclame-uitingen.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien het reclame-uitingen met betrekking tot complexe producten betreft.

§ 6.4. Overige bepalingen met betrekking tot de zorgvuldige dienstverlening door een beleggingsonderneming

[Vervallen per 18-03-2016]

§ 6.5. Regels met betrekking tot de bescherming van de rechten, financiële instrumenten of gelden van de cliënt

Artikel 7:15

  • 1 Een beleggingsonderneming, die de beleggingsdienst verleent als bedoeld in onderdeel a van de definitie van verlenen van beleggingsdiensten in artikel 1:1 van de wet of vermogensbeheer als bedoeld in onderdeel a van de definitie van vermogensbeheer in artikel 7:1, kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, van de wet indien:

    • a. de gelden en financiële instrumenten die een cliënt toebehoren en waarop de diensten van de beleggingsonderneming betrekking hebben, op een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een bank worden aangehouden;

    • b. bij de op naam en voor rekening van de cliënt verrichte transacties geen geldrekeningen of rekeningen voor financiële instrumenten van de beleggingsonderneming worden gebruikt; en

    • c. de schriftelijke volmacht van de cliënt aan de beleggingsonderneming uitdrukkelijk beperkt is tot de bevoegdheid om over de onder a bedoelde gelden en financiële instrumenten te beschikken voorzover dit noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van de beleggingsonderneming voor de cliënt.

  • 2 Onder schriftelijk in het eerste lid, sub c wordt mede verstaan langs elektronische weg als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek indien de overeenkomst:

    • raadpleegbaar is door partijen;

    • de authenticiteit van de overeenkomst in voldoende mate is gewaarborgd;

    • het moment van totstandkoming van de overeenkomst met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld en

    • de identiteit van partijen met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld.

  • 3 Dit artikel is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.

Artikel 7:16

  • 1 Een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst verleent als bedoeld in onderdeel b of c van de definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet, kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, van de wet door het sluiten van een overeenkomst met de cliënt, waarin tenminste is bepaald dat:

    • a. de gelden en financiële instrumenten die een cliënt toebehoren en waarop de diensten van de beleggingsonderneming betrekking hebben, worden aangehouden op een of meer rekeningen ten name van de cliënt bij een bank;

    • b. creditering of debitering van de rekening in financiële instrumenten van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van het ingevolge de nota te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt; en

    • c. de beleggingsonderneming uitsluitend bevoegd is om over de in onderdeel a bedoelde gelden en financiële instrumenten te beschikken voorzover dit noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van de beleggingsonderneming voor de cliënt.

  • 2 Dit artikel is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.

Artikel 7:17

  • 1 Een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst verleent als bedoeld in onderdeel a, b of c van de definitie van het verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 van de wet kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, van de wet door het sluiten van een schriftelijke overeenkomst met een cliënt, waarin tenminste is bepaald dat:

    • a. de door de beleggingsonderneming aangehouden financiële instrumenten die de cliënt toebehoren worden bewaard en geadministreerd:

    • b. de gelden, als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, onderdeel a, van de wet, worden aangehouden op een of meer rekeningen bij een bank ten name van de cliënt, of in een bewaarinstelling, indien de gelden ter uitvoering van een transactie in financiële instrumenten worden aangehouden;

    • c. creditering of debitering van de bij de beleggingsonderneming aangehouden rekening in financiële instrumenten van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van het te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt of de rekening ten name van de bewaarinstelling; en

    • d. de beleggingsonderneming uitsluitend bevoegd is om over de financiële instrumenten, bedoeld in onderdeel a, en de gelden, bedoeld in onderdeel b, te beschikken voor zover dit noodzakelijk is ter uitvoering van de diensten van de beleggingsonderneming voor de cliënt.

  • 2 De beleggingsonderneming draagt er zorg voor dat de bewaarinstelling, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • a. de bewaarinstelling is een rechtspersoon naar Nederlands recht;

    • b. een ieder die de bewaarinstelling krachtens statuten of reglementen vertegenwoordigt dan wel het dagelijks beleid van de bewaarinstelling bepaalt, is geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van bewaarinstelling. Tevens dient de betrouwbaarheid van de in dit onderdeel bedoelde personen, alsmede van de personen die rechtstreeks of middellijk bevoegd zijn om die personen te benoemen of te ontslaan buiten twijfel te staan;

    • c. degenen die ten behoeve van de bewaarinstelling werkzaamheden verrichten mogen niet werkzaam zijn voor het bedrijfsonderdeel van de financiële onderneming dat beleggingsdiensten verleent, of daarvoor (eind)verantwoordelijkheid dragen;

    • d. de bewaarinstelling verricht geen andere activiteiten dan het bewaren en administreren van de financiële instrumenten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of de gelden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;

    • e. de bewaarinstelling treedt uitsluitend op in het belang van de cliënten van wie financiële instrumenten en gelden door de beleggingsonderneming bij de bewaarinstelling in bewaring zijn gegeven;

    • f. transacties in financiële instrumenten voor rekening van de cliënt geschieden slechts indien het saldo op de bij de bewaarinstelling aangehouden rekening ten name van die cliënt toereikend is;

    • g. de financiële instrumenten, bedoeld in het eerst lid, onderdeel a, en gelden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangehouden op een of meer rekeningen op naam van de bewaarinstelling bij een bank, waarbij de bewaarinstelling een strikte administratieve scheiding toepast ten aanzien van gelden die toebehoren aan de cliënten van de beleggingsonderneming en de gelden die toebehoren aan de bewaarinstelling;

    • h. de som van de rechten van cliënten op financiële instrumenten onderscheidenlijk gelden, komt overeen met de som van de door de bewaarinstelling voor cliënten bewaarde financiële instrumenten onderscheidenlijk gelden;

    • i. de nakoming van de verplichtingen van de bewaarinstelling is gegarandeerd door de beleggingsonderneming;

    • j. de bewaarinstelling is jegens de cliënten aansprakelijk voor de door hen geleden schade, voor zover die schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming van haar verplichtingen;

    • k. de bewaarinstelling wordt in de risicobeoordelings-, meet- en controleprocedures van de beleggingsonderneming betrokken;

    • l. de bewaarinstelling die financiële instrumenten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bewaart en administreert beschikt over een bedrag aan eigen vermogen van ten minste 125.000 euro. De bewaarinstelling die uitsluitend gelden, bedoeld in het eerste lid, onder b, bewaart en administreert beschikt over een bedrag aan eigen vermogen van ten minste 50.000 euro.

  • 3 Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op beleggingsondernemingen die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning hebben, of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank op grond van het Deel prudentieel toezicht financiële ondernemingen verleende verklaring van ondertoezichtstelling hebben.

Artikel 7:18

  • 1 Een beleggingsonderneming die voor de uitoefening van het bedrijf van bank een door de Europese Centrale Bank of een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft, of voor de uitoefening van het bedrijf van financiële instelling een door de Nederlandsche Bank verleende verklaring van ondertoezichtstelling heeft, kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, van de wet door het sluiten van een overeenkomst met een cliënt, waarin tenminste is bepaald dat:

    • a. de door de beleggingsonderneming aangehouden financiële instrumenten die de cliënt toebehoren worden bewaard en geadministreerd:

    • b. creditering of debitering van de bij de beleggingsonderneming aangehouden rekening in financiële instrumenten van de cliënt uitsluitend geschiedt tegen gelijktijdige debitering of creditering van het te ontvangen of verschuldigde bedrag op de daarvoor bestemde geldrekening van de cliënt; en

    • c. de beleggingsonderneming uitsluitend bevoegd is om over de financiële instrumenten, bedoeld in onderdeel a, te beschikken voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de diensten van de beleggingsonderneming voor de desbetreffende cliënt.

  • 2 De beleggingsonderneming draagt er zorg voor dat de bewaarinstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, voldoet aan de volgende voorwaarden:

    • a. de bewaarinstelling is een rechtspersoon naar Nederlands recht;

    • b. een ieder die de bewaarinstelling krachtens statuten of reglementen vertegenwoordigt dan wel het dagelijks beleid van de bewaarinstelling bepaalt is geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van bewaarinstelling. Tevens dient de betrouwbaarheid van de in dit onderdeel bedoelde personen, alsmede van de personen die rechtstreeks of middellijk bevoegd zijn om die personen te benoemen of te ontslaan buiten twijfel te staan;

    • c. degenen die ten behoeve van de bewaarinstelling werkzaamheden verrichten mogen niet werkzaam zijn voor het bedrijfsonderdeel van de financiële onderneming dat beleggingsdiensten verleent, of daarvoor (eind)verantwoordelijkheid dragen;

    • d. de bewaarinstelling verricht geen andere activiteiten dan het bewaren en administreren van financiële instrumenten, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, van cliënten van de beleggingsonderneming;

    • e. de bewaarinstelling treedt uitsluitend op in het belang van de cliënten van wie financiële instrumenten door de beleggingsonderneming bij de bewaarinstelling in bewaring zijn gegeven;

    • f. de som van de rechten van cliënten op financiële instrumenten komt overeen met de som van de door de bewaarinstelling voor cliënten bewaarde financiële instrumenten;

    • g. de nakoming van de verplichtingen van de bewaarinstelling is gegarandeerd door de beleggingsonderneming;

    • h. de bewaarinstelling is jegens de cliënten aansprakelijk voor de door hen geleden schade, voor zover die schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming van haar verplichtingen;

    • i. de bewaarinstelling wordt in het risicobeoordelings-, meet- en controleprocedures van de beleggingsonderneming betrokken;

    • j. de bewaarinstelling beschikt over een bedrag aan eigen vermogen van ten minste 125.000 euro.

Artikel 7:19

  • 1 Een beleggingsonderneming die door het sluiten van een lease-overeenkomst voor financiële instrumenten cliënten de mogelijkheid biedt financiële instrumenten te verkrijgen, kan voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, van de wet door te voorzien in een regeling krachtens welke de rechten van cliënten op grond van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten cliënten door middel van een eerste pandrecht van deze cliënten op de desbetreffende financiële instrumenten zijn gewaarborgd.

  • 2 Het pandrecht dient tot zekerheid te strekken voor:

    • a. de betaling van vervangende schadevergoeding, indien de overdracht van de financiële instrumenten niet tot stand komt;

    • b. de eventuele vordering die de cliënt in geval van ontbinding van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten op de beleggingsonderneming heeft, indien deze ontbinding het gevolg is van een toerekenbare tekortkoming van de beleggingsonderneming;

    • c. betaling van de op de financiële instrumenten betaalbaar gestelde renten en dividenden; en

    • d. voldoening van de wettelijke rente over de vorderingen, bedoeld in de onderdelen a, b en c, over de periode dat de beleggingsonderneming met de voldoening daarvan in verzuim is.

  • 3 In geval van ontbinding van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten dient de rekenregel op grond waarvan de financiële rechten van de cliënt ten opzichte van de beleggingsonderneming worden bepaald, de rechten van de cliënt op grond van de lease-overeenkomst voor financiële instrumenten voldoende te beschermen.

Artikel 7:20

Teneinde te voldoen aan het vereiste dat zij adequate maatregelen treft ter bescherming van de rechten van cliënten op aan hen toebehorende gelden of financiële instrumenten en ter voorkoming van het ongeoorloofd gebruik daarvan als bedoeld in artikel 4:87, eerste lid, van de wet, kan de beleggingsonderneming andere regelingen treffen dan de regelingen als bedoeld in artikel 4:87aa, eerste lid, van de wet, en de artikelen 7:15 tot en met 7:19. Deze andere regelingen behoeven de voorafgaande goedkeuring van de Autoriteit Financiële Markten.

§ 6.6. Regels met betrekking tot het vermijden van belangenconflicten tussen de beleggingsonderneming en haar cliënten en tussen haar cliënten onderling

[Vervallen per 01-04-2016]

Hoofdstuk 8. Regels betreffende de verplichting van levensverzekeraars als bedoeld in artikel 81b van het besluit

§ 8.1. Regels met betrekking tot activeren van cliënten

Artikel 8:1

De levensverzekeraar draagt zorg voor een adequate informatieverstrekking aan cliënten. Hieronder wordt in deze regeling verstaan dat:

  • a. de cliënt op duidelijke wijze wordt geïnformeerd over het verschil tussen de verwachte waarde van de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat op de einddatum zoals deze bij aanvang van de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat aan de cliënt is voorgerekend en de waarde op de einddatum zoals die naar de huidige verwachting zal bedragen. De levensverzekeraar maakt daarbij concreet hoe laatstgenoemde waarde zich verhoudt tot het oorspronkelijke doel van cliënt;

  • b. de cliënt zo wordt geïnformeerd dat deze in staat zal zijn de generieke financiële gevolgen te overzien indien hij zijn levensverzekering die een beleggingscomponent bevat:

    • 1°. ongewijzigd voortzet;

    • 2°. wijzigt; of

    • 3°. afkoopt.

  • c. de cliënt wordt gewezen op de urgentie om een weloverwogen keuze te maken met betrekking tot zijn levensverzekering die een beleggingscomponent bevat.

Artikel 8:2

Om te voldoen aan zijn inspanningsverplichting als bedoeld in artikel 81b van het besluit vergewist de levensverzekeraar zich ervan dat de cliënt daadwerkelijk de consequenties van zijn keuze overziet.

Artikel 8:3

Een levensverzekeraar wordt geacht eveneens te hebben voldaan aan zijn inspanningsverplichting als bedoeld in artikel 81b van het besluit ingeval de adviseur of bemiddelaar deze inspanningen heeft verricht en de levensverzekeraar in zijn cliëntdossier heeft vastgelegd:

  • a. de gegevens van de adviseur of bemiddelaar bij wie het volledige cliëntdossier is opgeslagen;

  • b. de gemaakte keuze van de cliënt;

  • c. welk contact hieraan ten grondslag heeft gelegen; en

  • d. wat de onderbouwing is van de cliënt voor de gemaakte keuze.

§ 8.2. Voldoende inspanning met betrekking tot activeren van cliënten

Artikel 8:4

  • 1 Wanneer de cliënt niet kan worden bereikt of de cliënt geen weloverwogen keuze aan de levensverzekeraar kenbaar heeft gemaakt, heeft de levensverzekeraar desondanks voldaan aan zijn inspanningsverplichting als bedoeld in artikel 81b van het besluit, indien hij kan aantonen dat door hem of door de adviseur of bemiddelaar voldoende inspanningen zijn geleverd om de cliënt een weloverwogen keuze te kunnen laten maken. Daartoe toont de levensverzekeraar in ieder geval aan:

    • a. dat de cliënt een of meerdere brieven heeft ontvangen met de informatie zoals bedoeld in artikel 8:1;

    • b. dat de cliënt binnen een redelijke termijn na het verzenden van de onder a genoemde brieven, en over een langere periode, verschillende malen telefonisch is benaderd;

    • c. welke handelingen zijn verricht, wanneer andere handelingen zijn verricht door de levensverzekeraar of adviseur of bemiddelaar om de cliënt een bewuste keuze te kunnen laten maken;

    • d. dat een slotbrief aan de cliënt is gestuurd, waarin de verrichte inspanningen zijn weergegeven, de urgentie en de mogelijke consequenties van het niet maken van een keuze worden benadrukt en waarin de cliënt alsnog, blijvend, de mogelijkheid wordt geboden om een weloverwogen keuze te maken.

  • 2 Behoudens cliënten die in het bezit zijn van een niet opbouwende levensverzekering die een beleggingscomponent bevat, zoals bedoeld in artikel 8:5, tweede lid, mag de levensverzekeraar de cliënt als bedoeld in het eerste lid meetellen voor het in Bijlage 13 vastgestelde vereiste resultaat.

§ 8.3. Niet opbouwende levensverzekering die een beleggingscomponent bevat

Artikel 8:5

  • 1 Voor cliënten met een niet opbouwende levensverzekering die een beleggingscomponent bevat geldt dat aan hen een passende oplossing moet worden geboden alvorens de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat meetelt voor het in Bijlage 13 vastgestelde vereiste resultaat.

  • 2 Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 8:4, tweede lid, wordt onder een niet opbouwende levensverzekering die een beleggingscomponent bevat verstaan een voor 1 januari 2013, de peildatum, afgesloten levensverzekering die een beleggingscomponent bevat waarvoor premie wordt betaald op hiervoor vermelde datum, waarbij de verwachte aangroei in vermogen tussen de peildatum en einddatum, berekend op 4% per jaar als in Modellen De Ruiter, op 1 januari 2013, lager is dan de door de cliënt naar verwachting nog in te leggen premies tussen de peildatum en de einddatum.

  • 3 Met passende oplossing zoals vermeld in het eerste lid wordt bedoeld dat, indien de cliënt met een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat als bedoeld in het tweede lid niet kan worden bereikt of de cliënt geen weloverwogen keuze kenbaar heeft gemaakt, de levensverzekeraar ervoor zorg draagt dat het niet opbouwende karakter van de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat wordt weggenomen.

Artikel 8:6

  • 1 De levensverzekeraar monitort zijn portefeuille eenmaal per jaar op een door hem gekozen meetmoment op cliënten die voor 1 januari 2013 een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat hebben afgesloten waarvoor premie wordt betaald op de hiervoor vermelde datum, en waarbij eerst op dit jaarlijkse meetmoment naar voren komt dat de verwachte aangroei in vermogen tussen het meetmoment en einddatum, berekend op 4% per jaar overeenkomstig de Modellen De Ruiter, lager is dan door de cliënt naar verwachting nog in te leggen premies tussen het meetmoment en de einddatum.

  • 2 De cliënt als bedoeld in het eerste lid wordt een passende oplossing geboden als bedoeld in artikel 8:5, derde lid, voor zover niet eerder een oplossing is geboden als bedoeld in artikel 8:5, derde lid.

  • 3 De oplossing als bedoeld in het tweede lid wordt geboden binnen zes maanden nadat is vastgesteld dat de cliënt met deze levensverzekering die een beleggingscomponent bevat behoort tot de categorie als bedoeld in het eerste lid.

§ 8.4. Vereist resultaat voor te activeren cliënten

Artikel 8:7

Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 81b, derde lid van het besluit, stelt de AFM een vereist resultaat vast voor verschillende categorieën beleggingsverzekeringen. Het vereiste resultaat en de daarbij behorende einddata zijn opgenomen in de in Bijlage 13 weergeven tabel. Ten aanzien van het activeren van cliënten met een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat wordt in het vereiste resultaat een onderscheid gemaakt in:

  • a. cliënten met beleggingsverzekeringen zoals bedoeld in artikel 8:5, tweede lid (rij 1 van de tabel in Bijlage 13);

  • b. cliënten met hypotheekgebonden beleggingsverzekeringen die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom (rij 2 van de tabel in Bijlage 13);

  • c. cliënten met pensioengebonden beleggingsverzekeringen, niet zijnde een collectieve verzekering, die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en die:

    • premiebetalend zijn, gesloten zijn op basis van een koopsom of premievrij gemaakt en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 40.000 of hoger, ongeacht de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 3.500 of meer was (rij 3 van de tabel in bijlage 13);

    • niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c, onder 1, premiebetalend zijn dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 25.000 of hoger, ongeacht de hoogte van de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 1.000- of meer was (rij 4 van de tabel in Bijlage 13);

    • niet in de categorie beleggingsverzekeringen vallen als bedoeld in sub c, onder 1 en 2, premiebetalend zijn, dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hebben van minder dan € 25.000 of waarvan de totale inleg in 2013 minder dan € 1.000 was (rij 5 van de tabel in Bijlage 13).

  • d. cliënten met een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat die niet valt in de categorie bedoeld in onderdelen b en c, die zijn gesloten voor 1 januari 2013 en die:

    • premiebetalend dan wel gesloten zijn op basis van een koopsom en op 1 januari 2013 een verwachte eindwaarde hadden van € 40.000 of hoger, ongeacht de jaarlijkse inleg, of waarvan de totale inleg in 2013 € 500 of meer was (rij 6 van de tabel in Bijlage 13); of

    • niet in de categorie levensverzekeringen die een beleggingscomponent bevatten vallen als bedoeld in sub d, onder 1°, en premiebetalend dan wel zijn gesloten op basis van een koopsom (rij 7 van de tabel in Bijlage 13).

Artikel 8:8

  • 2 Een levensverzekeraar heeft voor cliënten die in het bezit zijn van een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat als bedoeld in artikel 8:7, sub b voldaan aan zijn inspanningsverplichting als bedoeld in artikel 81b van het besluit, wanneer de levensverzekeraar kan aantonen dat de cliënt zijn oorspronkelijke doelkapitaal zal behalen en de cliënt vanaf aanvang van de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat gedurende de hele looptijd volledig in een spaarfonds belegt.

  • 3 Een levensverzekeraar heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting als bedoeld in artikel 81b van het besluit voor cliënten die in het bezit zijn van een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat als bedoeld in artikel 8:7, sub b tot en met d, voor zover voor deze cliënten niet reeds is voldaan aan de inspanningsverplichting, bedoeld in het eerste en tweede lid, wanneer de levensverzekeraar kan aantonen dat de desbetreffende cliënt zijn oorspronkelijke doelkapitaal zal behalen en dat hij deze cliënten de informatie, bedoeld in artikel 8:1, sub a en b, heeft verstrekt.

§ 8.5. Regels met betrekking tot de vastlegging

Artikel 8:9

  • 1 Een levensverzekeraar houdt voldoende gegevens bij over het in artikel 81b van het besluit genoemde proces om de toezichthouder in staat te stellen na te gaan of de in artikel 81b van het besluit opgenomen verplichtingen door de levensverzekeraar worden nageleefd.

  • 2 De gegevens als bedoeld in het eerste lid omvatten in elk geval:

    • a. de door de levensverzekeraar aan de individuele cliënt verstrekte informatie;

    • b. de door de levensverzekeraar verrichte inspanningen om cliënt te bereiken en van informatie te voorzien;

    • c. de van de individuele cliënt ontvangen informatie waaronder in ieder geval wordt verstaan vastlegging van de keuze van de cliënt en de door de cliënt gegeven onderbouwing van deze gemaakte keuze.

  • 3 De levensverzekeraar bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid en bedoeld in artikel 8:3 en artikel 8:8, gedurende ten minste vijf jaar na het verstrijken van de einddatum van het vereiste resultaat van de categorie waar de desbetreffende levensverzekering die een beleggingscomponent bevat toe behoort, of, indien er geen vereist resultaat gekoppeld is aan de categorie waar de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat toe behoort, ten minste vijf jaar na het in werking treden van artikel 81b van het besluit.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 9:1. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Artikel 9:2. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 15 november 2006

De

Voorzitter

,

A.W.H. Docters van Leeuwen

Bestuurslid

,

P.M. Koster RA

Bijlage 1.1. ter uitvoering van artikel 2:1, houdende de uitvoering van de vermeldingsverplichting

A. afbeelding

Bijlage 249482.png
Bijlage 249483.png
Bijlage 249484.png
Bijlage 249485.png
Bijlage 249486.png
Bijlage 249487.png
Bijlage 249488.png
Bijlage 249489.png
Bijlage 249490.png
Bijlage 249491.png
Bijlage 249492.png
Bijlage 249493.png

B. geluidsfragment

‘Let op! U belegt buiten AFM-toezicht. Geen vergunningplicht voor deze activiteit.’ Het geluidsfragment duurt vier seconden.

‘Attention! This investment falls outside AFM supervision. No license required for this activity.’ Het geluidsfragment duurt zes seconden.

C. tekst

‘Let op! U belegt buiten AFM-toezicht. Geen vergunningplicht voor deze activiteit’

‘Attention! This investment falls outside AFM supervision. No license required for this activity.’

D. ingekorte tekst

‘U belegt buiten AFM-toezicht’

‘This investment falls outside AFM supervision’

Bijlage 1.2. ter uitvoering van artikel 2:1, houdende de uitvoering van de vermeldingsverplichting

A. afbeelding

Bijlage 249494.png
Bijlage 249495.png
Bijlage 249496.png
Bijlage 249497.png
Bijlage 249498.png
Bijlage 249499.png
Bijlage 249500.png
Bijlage 249501.png
Bijlage 249502.png
Bijlage 249503.png
Bijlage 249504.png
Bijlage 249505.png

B. geluidsfragment

‘Let op! U belegt buiten AFM-toezicht. Geen prospectusplicht voor deze activiteit.’ Het geluidsfragment duurt vijf seconden.

‘Attention! This investment falls outside AFM supervision. No prospectus required for this activity.’ Het geluidsfragment duurt zes seconden.

C. tekst

‘Let op! U belegt buiten AFM-toezicht. Geen prospectusplicht voor deze activiteit.’

‘Attention! This investment falls outside AFM supervision. No prospectus required for this activity.’

D. ingekorte tekst

‘U belegt buiten AFM-toezicht’

‘This investment falls outside AFM supervision’

Bijlage 1.3. ter uitvoering van artikel 2:1, houdende de uitvoering van de vermeldingsverplichting

A. afbeelding

Bijlage 249506.png
Bijlage 249507.png
Bijlage 249508.png
Bijlage 249509.png
Bijlage 249510.png
Bijlage 249511.png
Bijlage 249512.png
Bijlage 249513.png
Bijlage 249514.png
Bijlage 249515.png
Bijlage 249516.png
Bijlage 249517.png

B. geluidsfragment

‘Let op! U belegt buiten AFM-toezicht. Geen vergunning- en prospectusplicht voor deze activiteit.’ Het geluidsfragment duurt vijf seconden.

‘Attention! This investment falls outside AFM supervision. No license and no prospectus required for this activity.’ Het geluidsfragment duurt zes seconden

C. tekst

‘Let op! U belegt buiten AFM-toezicht. Geen vergunning- en prospectusplicht voor deze activiteit’

‘Attention! This investment falls outside AFM supervision. No license and no prospectus required for this activity’

D ingekorte tekst

‘U belegt buiten AFM-toezicht’

‘This investment falls outside AFM supervision’

D. ingekorte tekst

‘U belegt buiten AFM-toezicht’

‘This investment falls outside AFM supervision’

Bijlage 1.4. Bijlage ter uitvoering van artikel 2:3

1. Schriftelijke reclame-uiting of reclame-uiting op internet

Bijlage 269966.png

2. Reclame-uiting op televisie

Bijlage 269967.png

3a. Reclame-uiting in de vorm van een tekst op internet

‘Loop geen onnodig risico. Lees het essentiële-informatiedocument. Hierin staat dat het risico van dit product [zeer groot] is, namelijk [7] op een schaal van 7.’

3b. Reclame-uiting in de vorm van een ingekorte tekst op internet

‘Risico van dit product is [zeer groot]’

Bijlage 4. Toelichting op de berekening van de ‘GUISE’

De GUISE is de Gemiddelde Uitbetaling In geval van Slechte Eventualiteiten. Dit wordt gedefinieerd als de gemiddelde uitbetaling in de slechtste 10% van de gevallen. De slechtste 10% van de gevallen kunnen bepaald worden onder aanname van normaal verdeelde meetkundige rendementen met parameters μ (gemiddelde) en σ (standaarddeviatie, ook wel volatiliteit) voor rendementen van de onderliggende waarden waarin belegd wordt. De te gebruiken parameters voor verschillende onderliggende waarden, alsmede enkele bepalingen in welke gevallen welke klasse van onderliggende waarden moet worden gekozen, zijn te vinden in Bijlage 5.

De methode van bepaling van de GUISE hangt af van het type product waarvoor de GUISE berekend moet worden. Hierbij moet een onderscheid gemaakt worden tussen lineaire en niet-lineaire producten en tussen de manier van inleggen (eenmalig versus periodiek). Lineaire producten zijn producten waarbij geen gebruik wordt gemaakt van derivaten (opties en garanties en dergelijke). Niet-lineaire producten zijn producten die wel derivaten als onderdeel hebben van het product of de constructie. Dit leidt tot de volgende productclassificaties

  • Lineair product met eenmalige inleg

  • Lineair product met periodieke inleg

  • Niet-lineair product met eenmalige inleg

  • Niet-lineair product met periodieke inleg.

De GUISE kan voor lineaire producten met behulp van de volgende mathematische benadering (driepuntbenadering) worden bepaald.

Bijlage 241817.png

Hierin is

x0,01 de waarde van het 1% kans scenario

x0,05 de waarde van het 5% kans scenario

x0,10 de waarde van het 10% kans scenario

Voor niet-lineaire producten kan deze benadering niet worden gebruikt en moet er gesimuleerd worden. De methode hiervoor staat hieronder globaal beschreven. Uitzondering is een product met een vast gegarandeerd bedrag op einddatum (dit valt in de categorie niet-lineair product met eenmalige inleg). Hiervoor kan wel de driepuntbenadering worden gebruikt.

Lineair product met eenmalige inleg

Het is mogelijk om met behulp van de volgende mathematische benadering de waarden van de 1%, 5% en 10% kans scenario’s te berekenen:

Bijlage 241818.png

waar

I = Inleg

H = aantal jaren dat het product al heeft gelopen

μ = verwacht rendement

σ = volatiliteit

dk = doorlopende kosten

UK = uitstapkosten

IK = instapkosten

z0.01 = 1% kwantiel van de standaardnormale verdeling

z0.05 = 5% kwantiel van de standaardnormale verdeling

z0.10 = 10% kwantiel van de standaardnormale verdeling

Tabel 1a geeft de GUISE voor een lineair product met eenmalige inleg zonder kosten. Voor elk van de beleggingsklassen uit tabel 0, bijlage 5 wordt de GUISE gegeven. Het bijbehorende pessimistische rendement wordt gegeven in tabel 1b. De GUISE van een lineair product met eenmalige inleg en met kosten kan worden afgeleid van tabel 1b. Dit gebeurt door met het aangegeven rendement bij de betreffende looptijd voor de juiste beleggingsklasse te rekenen als jaarlijks rendement. Als dan de kosten in mindering worden gebracht, resulteert direct de GUISE. Hierbij is van belang de kosten juist in rekening te brengen. Eenmalige kosten aan het begin die dus ook niet belegd worden kunnen direct in mindering worden gebracht op de eenmalige inleg; Eenmalige kosten aan het eind, die ingehouden worden op de opgebouwde waarde kunnen in mindering gebracht worden op de resulterende guise; Doorlopende kosten kunnen in mindering worden gebracht op het gemiddelde volume, dat benaderd kan worden op basis van het begin- en eindvolume. Naast het gebruik van tabel 1a en tabel 1b is het altijd mogelijk om formule 2 te gebruiken.

Lineair product met periodieke inleg

Er zijn twee methoden om de GUISE van producten met een periodieke inleg te berekenen, namelijk met behulp van een simulatie of met een benadering. Tabel 2a geeft de GUISE van een product zonderkosten op basis van een simulatie (op maandbasis). Deze GUISE is ‘vertaald’ naar een pessimistisch rendement in Tabel 2b. Het pessimistisch rendement uit deze tabel kan worden gebruikt om de GUISE van een product met doorlopende kosten uit te rekenen. Het is niet mogelijk om deze tabel te gebruiken voor producten met eenmalige kosten. Om de GUISE van producten met periodieke inleg en met eenmalige kosten te bepalen, moet de instelling zelf een simulatie uitvoeren of gebruik maken van onderstaande benadering.

De andere mogelijkheid is om gebruik te maken van een benadering. Bij deze benadering wordt de looptijd geschaald om rekening te houden met het feit dat niet de volledige inleg aan het begin wordt ingelegd maar in verschillende perioden. De formule is als volgt:

Bijlage 241819.png

waar

EL = effectieve looptijd

It = inleg per jaar

Jaar = totale looptijd

IK = inlegkosten

Dk = doorlopende kosten

μ = verwacht rendement

σ = volatiliteit

zj = waarde standaardnormale verdeling voor punt j (j=1%, 5%, 10%)

Naast x0,01 moeten ook nog de 5% en 10% (x0,05 en x0,10) worden uitgerekend. Om de GUISE te berekenen moeten vervolgens de opbrengsten van de 1%, 5% en 10% (x0,01, x0,05 en x0,10) worden gemiddeld volgens formule 1.

Niet-lineair product met eenmalige inleg

Een niet-lineair product kan soms onderverdeeld worden in lineaire en niet-lineaire elementen. De methode voor de waardering van het lineaire element is hetzelfde als de methode voor het waarderen van een lineair product met eenmalige inleg. Dit betekent dat voor het lineaire deel, tabellen 1a en 1b kunnen worden gebruikt.

Bij de contractuele looptijd is de verrekening van het niet-lineaire element vaak eenvoudig aangezien het een bepaling is van het al dan niet ‘in the money’ zijn van de optie en het corrigeren van de GUISE hiervoor. De niet-lineaire elementen worden gewaardeerd op dezelfde wijze zoals ze ook met de klant worden verrekend. Dit betekent dat het slechts een niet-lineair product is bij tussentijdse looptijden indien de optiewaarde bij vervroegde beëindiging ook daadwerkelijk met de klant wordt verrekend. Indien dit niet het geval is, kan volstaan worden met de eenvoudige berekening voor lineaire producten zoals hierboven beschreven.

Voor producten met een garantie op einddatum is het overigens toegestaan om de garantie mee te nemen en toch alleen te werken met de rendementen gebaseerd op formule (1), dus zoals weergegeven in tabel 1. Hierbij wordt de GUISE echter iets onderschat.

Niet-lineaire producten met andere constructies dan de garantie op einddatum (bijvoorbeeld een clickfonds) kunnen niet op deze wijze berekend worden. Indien het niet-lineaire deel niet kan leiden tot een lagere uitkering, mag dit deel verwaarloosd worden. Er kan ook worden gekozen voor simulatie. In dat geval moeten de parameters gebruikt worden van de onderliggende waarde en de condities van het derivaat.

Ook voor de berekeningen van de GUISE mogen garanties slechts dan worden meegenomen indien de instelling die de garanties afgeeft onder kapitaaltoereikendheidstoezicht of ander vergelijkbaar adequaat bedrijfseconomisch toezicht valt.

Niet- lineair product met periodieke inleg

Het is niet mogelijk om met een benadering de GUISE van niet-lineaire producten met periodieke inleg te bepalen. Hiervoor moet gesimuleerd worden. Indien het niet lineaire element van het product niet leidt tot een lagere uitkering dan mag het niet-lineaire element verwaarloosd worden en resulteert een lineair product met periodieke inleg. In het geval van simulatie moeten de parameters gebruikt worden van de onderliggende waarde en de condities van het derivaat.

Bijlage 256667.png
Bijlage 256668.png
Bijlage 256669.png
Bijlage 256670.png

Bijlage 5. Bepaling van de beleggingsklasse en parameters

Voor de berekening van de GUISE en historische opbrengsten wordt gebruik gemaakt van parameters μ (gemiddelde) en σ (standaarddeviatie, ook wel volatiliteit) van de rendementen van de onderliggende waarden. Bij berekening van de GUISE op basis van de tabellen zijn de parameterwaarden van de verschillende beleggingscategorieën uiteraard al verwerkt. In die gevallen is het van belang om de juiste beleggingsklasse te bepalen (op basis van de onderliggende waarden waarin belegd wordt).

1. Bepaling beleggingsklasse

Er worden zes beleggingsklassen onderscheiden:

  • 1. beleggingen in deposito’s en geldmarktfondsen;

  • 2. beleggingen in investment grade obligaties/obligatiefondsen in OESO-landen;

  • 3. vastgoedfondsen/beleggingen in vastgoed;

  • 4. mixfondsen/gemengde beleggingen;

  • 5. breed gespreide beleggingen in aandelen/aandelenfondsen; breed gespreide beleggingen in obligaties/obligatiefondsen voor zover niet ingedeeld in categorie 2 en

  • 6. emerging country en emerging sector fondsen/beleggingen; beperkt gespreide aandelenfondsen/beleggingen; beleggingen in niet-liquide aandelen; ‘low grade’ investments; beperkt gespreide beleggingen in obligaties/obligatiefondsen voor zover niet ingedeeld in categorie 2; beleggingen in grondstoffen/natuurproducten.

Categorie 1 zijn de beleggingen in overwegend deposito’s, verhandelbaar geldmarktpapier en kortlopende obligaties. In categorie 2 vallen de fondsen en beleggingen die overwegend beleggen in obligaties en obligatiefondsen in OESO-landen. Het gaat hierbij om ‘investment grade’ obligaties, dat wil zeggen beleggingen die een hoge waardering krijgen van bureaus die de kredietwaardigheid van onder andere bedrijven inschatten. Bij categorie 3, vastgoedfondsen en beleggingen in vastgoed, wordt overwegend belegd in vastgoed, ongeacht de landen waar het vastgoed zich bevindt in OESO-landen, niet zijnde een beleggingsobject als bedoeld in artikel 1, onder d, ten vijfde van het besluit. Categorie 4 betreft de ‘Mixfondsen’, de zogenaamde gemengde fondsen of beleggingen. Gemengde fondsen of beleggingen hebben een spreiding over meerdere (mogelijk alle 5) andere categorieën. Categorie 5 betreft de breed gespreide beleggingen in aandelen/aandelenfondsen. Een fonds is een breed gespreid aandelenfonds als overwegend wordt belegd in meerdere grote bedrijven uit verschillende sectoren gevestigd in OESO-landen. Een fonds dat bijvoorbeeld investeert in grote ondernemingen in verschillende sectoren in de VS valt in deze categorie. Ook breed gespreide beleggingen in obligaties en obligatiefondsen, voor zover deze obligaties niet vallen onder categorie 2, vallen onder categorie 5. Categorie 6 betreft de beleggingen met significant hogere risico’s dan de beleggingen in de andere categorieën, zoals de emerging market of emerging sector fondsen/beleggingen en beperkt gespreide aandelenfondsen/beleggingen. Bij emerging markets wordt gedacht aan opkomende landen met soms een nog in opkomst zijnde aandelenmarkt. Het gaat hierbij om niet OESO-landen. Bij emerging sector fondsen wordt bijvoorbeeld gedacht aan fondsen die beleggen in vaak kleinere bedrijven, eventueel binnen de OESO-landen. Voorbeelden van deze bedrijven zijn ICT-, internet-, kleinere telecommunicatie- en biotechnologie bedrijven. Bij een beperkt gespreid fonds of beperkt gespreide beleggingen wordt bijvoorbeeld gedacht aan investeringen in één sector en (cumulatief) in één of een beperkt aantal landen. Ook beleggingen in niet-liquide aandelen, ‘low grade’ investments (aandelen die een lage waardering krijgen van bureaus die de kredietwaardigheid van o.a. bedrijven inschatten) en beleggingen in grondstoffen/natuurproducten (zoals teakfondsen) vallen onder categorie 6. Beperkt gespreide beleggingen in obligaties en obligatiefondsen, voor zover deze obligaties niet vallen onder categorie 2, vallen eveneens onder categorie 6.

De toewijzing van een product aan een beleggingsklasse geschiedt als volgt:

  • Een fonds of belegging valt binnen een categorie als voor meer dan 70% in de betreffende categorie wordt geïnvesteerd.

  • Een fonds of belegging valt in een mixfonds (categorie 4) als er in minstens twee en in maximaal vijf van de overige categorieën belegd wordt. Hierbij moet minimaal één belegging in de categorie 1, 2 of 3 vallen en minimaal één belegging in de categorie 5 of 6. Verder geldt dat voor allocatie in categorie 4 dat maximaal 70% in de categorieën 1, 2 en 3 tezamen, de ‘laag risico’-categorieën (waarvan minimaal de helft in categorie 1 of 2), dan wel maximaal 70% in de categorieën 5 en 6 tezamen, de ‘hoog risico’-categorieën (waarvan minimaal de helft in categorie 5) wordt belegd.

  • Indien de gezamenlijke belegging in de ‘hoog risico’- of de ‘laag risico’-categorieën meer dan 70% van de portefeuille beslaat, is er sprake van een situatie waarbij overwegend in de betreffende categorieën wordt geïnvesteerd. Er is dan geen sprake van een mixfonds/gemengde belegging en er moet dan aansluiting worden gezocht bij de hoogste categorie binnen de betreffende categorieën.

  • Indien het fonds of de belegging niet op bovenstaande wijze gecategoriseerd kan worden en wanneer de categorieën van een fonds of belegging een vaste verhouding kennen en elkaars ‘directe buren’zijn dan moet een gewogen gemiddelde van de betreffende beleggingscategorieen genomen worden. Indien bijvoorbeeld sprake is van een 50% investering in beleggingscategorie 2 (beleggingen in investment grade obligaties/obligatiefondsen in OESO-landen) en een 50% investering in beleggingscategorie 3 (vastgoedfondsen/beleggingen in vastgoed) moet op basis van een gewogen gemiddelde van de betreffende beleggingscategorieën (categorie 2 en 3), de corresponderende percentages van de tabellen worden gehanteerd. Deze ‘vaste verhoudingen’ regel geldt ook in geval van een kleine ‘range’ (bijvoorbeeld 40–50% investering in beleggingscategorie 1 en 50–60% investering in beleggingscategorie 2).

  • Indien het fonds of de belegging volgens vaste verhoudingen in verschillende categorieën belegt en deze vaste verhouding verandert gedurende de looptijd dan wordt het fonds of de belegging geclassificeerd als een ‘lifecycle product’ (zie sectie lifecycle producten). Het gaat hierbij om een vaste verhouden alsmede een verandering in die verhouding die representatief is voor het product. Indien het tijdstip van de wijziging van de samenstelling van beleggingen en/of de wijziging van de vaste verhouding niet representatief is voor het betreffende product, dan is er geen sprake van een ‘lifecycle product’.

  • Indien geen sprake is van vaste verhoudingen in de samenstelling van de belegging en de belegging of het fonds is ook niet te rubriceren onder de ‘mix’categorie, dan dient de belegging of het fonds gecategoriseerd te worden in de hoogste beleggingscategorie waarin wordt belegd. De mogelijkheid tot switchen betekent niet dat er sprake is van geen vaste verhoudingen. Er is geen sprake van vaste verhoudingen in de samenstelling van een belegging indien het beleggingsbeleid binnen een fonds of belegging sterk variërende bandbreedtes kent. Een voorbeeld ter verduidelijking: een belegging is als volgt samengesteld: 0–40% investering in categorie 1, 25–60% investering in categorie 2, 0–75% investering in categorie 3. Deze belegging wordt gerubriceerd in beleggingscategorie 3. Voor de corresponderende pessimistische jaarrendementen dient in dit voorbeeld gebruik te worden gemaakt van de percentages die vermeld staan in kolom 3 van de tabellen.

  • Bij twijfel valt een belegging of fonds in de categorie met het hoogste rangnummer. Bij twijfel of een fonds of belegging een gespreid aandelenfonds is of een mixfonds, valt het fonds of de belegging dus in de categorie gespreide aandelenfondsen en krijgt dan de daarbij behorende voorbeeldrendementen.

Valutarisico

Een fonds wordt geacht een valutarisico te hebben als er aanmerkelijke posities (ontvangsten/bezittingen) bestaan die niet luiden in Euro. Als aanmerkelijk wordt beschouwd een percentage van meer dan 15%.

Voor alle categorieën geldt dat wordt doorgekeken naar de onderliggende investering. Een fonds of belegging dat overwegend belegt in aandelen van vastgoedfondsen valt dus in categorie 3 (vastgoed fondsen) en niet in categorie 5.

De parameters voor de betreffende beleggingscategorieën zijn als volgt:

Tabel 0

Beleggingsklasse

Verwacht bruto rendement

Volatiliteit

Vol. Incl. valuta risico

1. Deposito

3,7%

0,6%

10,4%

2. Obligatie

4,2%

4,4%

11,3%

3. Vastgoed

6,7%

11,8%

15,7%

4. Mixfonds

6,2%

12,9%

16,6%

5. Aandelen

8,3%

25,5%

27,5%

6. Emerging

8,3%

30,5%

32,2%

Welke beleggingsklasse is gekozen bij het maken van de financiële bijsluiter, moet in de financiële bijsluiter worden toegelicht. Met andere woorden, de aannames moeten worden vermeld. Deze aannames worden aangegeven in de inleiding van de financiële bijsluiter. Hieronder wordt in tabel 1 en 2 aangegeven welke keuze gemaakt moet worden naar gelang de beleggingsklasse, zoals voorgeschreven in artikel 3:3.

Tabel 1

Beleggingsklasse

Voorgeschreven zin:

1

, met 100% beleggingen in deposito’s

2

, met 100% beleggingen in obligaties

3

, met 100% beleggingen in vastgoed

4

, met 50% beleggingen in aandelen en met 50% beleggingen in obligaties

5

, met 100% beleggingen in aandelen

6

, met 100% beleggingen in emerging markets

Tabel 2

Beleggingsklasse

Voorgeschreven zin:

1

en met 100% beleggingen in deposito’s

2

en met 100% beleggingen in obligaties

3

en met 100% beleggingen in vastgoed

4

en met beleggingen in een mix van aandelen en obligaties. Hierbij wordt uitgegaan van 50% beleggingen in aandelen en 50% beleggingen in obligaties

5

en met 100% beleggingen in aandelen.

6

en met 100% beleggingen in emerging markets

Derivaten

Zodra in een product gebruik wordt gemaakt van derivaten is de standaard allocatie in beleggingsklassen niet meer toe te passen. In bijlage 4 staat beschreven hoe de GUISE van producten met derivaten erin verwerkt berekend moet worden. De parameters die hier gebruikt moeten worden zijn de parameters van de beleggingsklasse waarop de derivaten van toepassing zijn. Als bijvoorbeeld een product met opties op aandelen werkt, moet voor de parameters van beleggingsklasse 5 gekozen worden. Als het niet mogelijk is vast te stellen op welke beleggingsklasse de derivaten van toepassing zijn, dan moet voor de parameters van beleggingsklasse 6 gekozen worden.

Lifecycle producten

Indien een product niet in één van bovenstaande zes beleggingsklassen valt omdat de samenstelling van de beleggingsportefeuille over de looptijd van het complex product varieert, moet een gewogen gemiddelde genomen worden van de verschillende beleggingsklassen. Dit is alleen het geval bij zogenaamde ‘lifecycle’ producten, waar de beleggingsportefeuille zodanig wordt gevormd dat het beleggingsrisico afneemt naar mate de einddatum van het product nadert. Voor de ‘lifecycle producten’ moeten de volgende formules worden gebruikt:

Bijlage 241824.png

waar

VRi = verwacht rendement van periode i

gi = aandeel van periode i in volledige looptijd

Volatiliteiti = volatiliteit van periode i

n = aantal perioden

Een voorbeeld, een product heeft een looptijd van 20 jaar. De eerste vijf jaar valt het in beleggingsklasse 5, daarna 10 jaar in beleggingsklasse 2 en daarna vijf jaar in beleggingsklasse 1. Hier moet een gewogen gemiddelde genomen van de drie perioden waarin een andere beleggingsklasse geldt. Invullen van de formules geeft de volgende parameters:

Bijlage 241825.png

2. Bepaling fondsspecifieke parameters

Zodra in een product gebruik wordt gemaakt van een fonds dat vier jaar of langer bestaat, moet er gebruik worden gemaakt van fondsspecifieke parameters. Dit geldt voor zowel de berekening van de risicoindicator (GUISE) als voor de berekening van de historische rendementen. De parameters worden dan als volgt bepaald, afhankelijk van het aantal jaren historie.

μ

= μFB in jaar 1 tot en met 3

 

= μFB * (20-i)/20 + μF * i/20 in jaar i, met i = 4,…,19 en

 

= μF in jaren 20 en meer, en

σ

= σFB als fonds minder dan vier jaar bestaat

 

= σF als fonds vier jaar of langer bestaat.

waarbij:

μFB, σFB de standaardparameters zijn zoals gehanteerd bij de financiële bijsluiter, en μF het gemiddelde fondsrendement inhoudt en σFde standaarddeviatie van het fondsrendement inhoudt. De fondsparameters worden bepaald als:

Bijlage 241826.png

waarbij

rj = het meetkundige maandrendement in historie maand j,

n = het aantal maanden historie, met een maximum van 12*20 = 240,

m = 12 (maanden per jaar) *4 (jaar) = 48 maanden

Voor de bepaling van de fondsspecifieke parameters moet altijd de meest recente historie worden gebruikt en moeten de parameters minimaal eens per vierentwintig kalendermaanden worden geactualiseerd dan wel vaker indien de gebruikte parameters door omstandigheden of veranderingen niet meer representatief zijn.

Bijlage 6

Bijlage ter uitvoering van artikel 4:3 houdende een standaardmodel wat betreft de vormgeving en de inhoud van de vergelijkingskaart.

Hieronder wordt eerst de algemene vormgeving en inhoud voor de vergelijkingskaart getoond. Vervolgens wordt per gevraagde dienstverlening voor elk onderdeel aangegeven welke informatie dient te worden opgenomen in de vergelijkingskaart.

De vergelijkingskaart bevat vaste en variabele teksten. Per onderdeel of subonderdeel wordt aangegeven of de betreffende informatie een vaste tekst of afbeelding betreft. Een vaste tekst of afbeelding moet altijd in de vergelijkingskaart worden opgenomen. Telkens als ‘indien van toepassing’ wordt vermeld, dient de financiëledienstverlener de tekst op te nemen wanneer die op de aangeboden dienstverlening van toepassing is.

Alle teksten in de vergelijkingskaart worden in het standaard lettertype (Arial), standaard lettergrootte (10 pt) en standaardkleur (#000000) opgesteld, tenzij anders aangegeven.

1. Algemene specificaties standaardmodel vergelijkingskaart

De vergelijkingskaart voldoet aan de volgende algemene eisen:

  • Lettertype Arial of een ander, op Arial gelijkend, lettertype

  • Lettergrootte standaard: 10 pt

  • Lettergrootte afwijkend: 8, 12 en 14 pt (dit wordt aangegeven in onderstaande instructies)

  • Uitlijning standaard: links

  • Uitlijning afwijkend: gecentreerd (dit wordt aangegeven in onderstaande instructies)

  • Regelafstand: 14

  • Kleurgebruik tekst standaard zwart: #000000

  • Kleurgebruik afwijkend: grijs #A6A6A6, blauw #0070C0, groen #00B050 en wit #FFFFFF (dit wordt aangegeven in onderstaande instructies)

  • Formaat: A4

  • Omvang: maximaal 4 pagina’s

  • Linksboven iedere pagina met inhoud de volgende tekst: Vergelijkingskaart Hypotheek OF Vergelijkingskaart Risico’s afdekken OF Vergelijkingskaart Vermogen opbouwen OF Vergelijkingskaart Pensioenvraag werkgever

  • Rechtsboven aan iedere pagina met inhoud de mogelijkheid tot tonen van een bedrijfslogo met maximale afmeting van 2,5 cm × 2,5 cm.

  • Uitlijning pagina boven: 2,5 cm

  • Uitlijning pagina onder: 1,5 cm

  • Uitlijning pagina links: 1,5 cm

  • Uitlijning pagina rechts: 1,5 cm

De vergelijkingskaart bestaat uit zes onderdelen in een vaste volgorde:

  • Onderdeel 1: Inleiding en algemene gegevens financiële dienstverlener

  • Onderdeel 2: Wat kan deze financiële dienstverlener voor je doen?

  • Onderdeel 3: Hoe kun je advies krijgen bij deze financiële dienstverlener?

  • Onderdeel 4: Geeft deze financiële dienstverlener onafhankelijk advies?

  • Onderdeel 5: Waarom moet deze financiële dienstverlener kiezen?

  • Onderdeel 6: Wat betaal je aan deze financiële dienstverlener?

  • Onderdeel 7: Wat kan deze financiële dienstverlener in de toekomst voor je betekenen?

2. Instructies standaardmodel vergelijkingskaart Hypotheek

Hieronder wordt het standaardmodel van de vergelijkingskaart bij een Hypotheekvraag getoond.

LET OP: dit betreft slechts een voorbeeld.

Bijlage 270446.png
Bijlage 270447.png
Bijlage 270448.png

2.1. Onderdeel 1: Inleiding en algemene gegevens financiële dienstverlener

Linksboven iedere pagina de titel in lettergrootte 14 pt: ‘Vergelijkingskaart Hypotheek’ waarbij ‘Hypotheek’ dikgedrukt is.

Daaronder op de eerste pagina de tekst: ‘Op deze vergelijkingskaart staat informatie over onze financiële dienstverlening. Als je meerdere vergelijkingskaarten verzamelt, kun je financiële dienstverleners met elkaar vergelijken. Door oriëntatiegesprekken te voeren met verschillende financiële dienstverleners, kun je bepalen welke het beste bij je past.’

Rechtsboven, indien van toepassing, de mogelijkheid tot tonen bedrijfslogo met maximale afmeting van 2,5 cm × 2,5 cm.

Daaronder, indien van toepassing, de volgende gegevens: naam financiëledienstverlener, adres, website, telefoonnummer en e-mailadres.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een hypotheekvraag ter illustratie.

2.2. Onderdeel 2: Wat kan deze financiële dienstverlener voor je doen?

Subtitel: ‘Wat kan deze financiële dienstverlener voor je doen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met onderstaande informatie.

Tabel met drie kolommen en vier rijen. In de linker kolom staat de dienstverlening die u aanbiedt dikgedrukt in de kleur zwart met toelichting niet dikgedrukt en de dienstverlening die u niet aanbiedt dikgedrukt in de kleur grijs met toelichting niet dikgedrukt:

Advies geven én contract regelen

We kijken naar jouw persoonlijke situatie. Daarna adviseren we welke hypotheek/verzekering geschikt is. Ook zorgen we ervoor dat je het contract kunt afsluiten.

Alleen contract regelen

Jij kiest zelf een hypotheek/verzekering. Wij zorgen ervoor dat je het contract kunt afsluiten.

Alleen advies geven

We kijken naar jouw persoonlijke situatie. Daarna adviseren we welke hypotheek/verzekering geschikt is.’

In de eerste rij van deze tabel in de tweede kolom staat gecentreerd dikgedrukt in blauw ‘Hypotheek’ en in de derde kolom gecentreerd dikgedrukt in blauw ‘Verzekeringen bij de hypotheek’. Daaronder staat de dienstverlening die u wel of niet aanbiedt voor zowel de hypotheek als de verzekeringen bij de hypotheek met een groen vinksymbool of grijs kruis aangeduid. De symbolen in de tabel zijn gecentreerd uitgelijnd.

Onder de tabel de tekst: ‘Benieuwd bij welk soort hypotheken en verzekeringen de financiële dienstverlener deze dienstverlening biedt? De dienstverlening van deze financiële dienstverlener geldt bij:’

Daaronder twee kolommen waarin de aangeboden producten bij de dienstverlening met een groen vinksymbool worden aangeduid. Producten die niet worden aangeboden, zijn in grijs aangeduid met een grijs kruis. In de rechterkolom staat de toelichting: ‘Op deze vergelijkingskaart staan alleen verzekeringen naast je hypotheek. De financiële dienstverlener kan ook nog andere verzekeringen bieden. Vraag daarnaar in het gesprek.’

Onder het grijze kader de tekst met daarin een hyperlink: ‘Weten waar je op moet letten bij je keuze voor een financiële dienstverlener? Kijk op www.wijzeringeldzaken.nl/vergelijkingskaart‘.

Onder het grijze kader worden alleen de verzekeringen inhoudelijk toegelicht middels een voetnoot: ‘Als je een hypotheek afsluit kan je ook een overlijdensrisicoverzekering afsluiten. Bij een overlijdensrisicoverzekering krijgen nabestaanden een bedrag als jij overlijdt. Met dit bedrag kunnen ze bijvoorbeeld (een deel van) de hypotheek aflossen.’ en ‘Als je een hypotheek afsluit, kun je ook een betalingsbeschermer afsluiten. Bij een betalingsbeschermer (ook woonlastenverzekering genoemd) krijg je bijvoorbeeld een uitkering voor je woonlasten als je arbeidsongeschikt of werkloos wordt.’

Tot slot de volgende tekst inclusief datum van opstellen in lettergrootte 8 pt: ‘Op deze vergelijkingskaart staat informatie die de financiële dienstverlener je moet geven op basis van de wet. Deze vergelijkingskaart is samengesteld op [datum].’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een hypotheekvraag ter illustratie.

2.3. Onderdeel 3: Hoe kun je advies krijgen bij deze financiële dienstverlener?

Subtitel: ‘Hoe kun je advies krijgen bij deze financiële dienstverlener?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met OF, als je geen advies geeft, de tekst: ‘Niet van toepassing, omdat deze financiële dienstverlener geen advies geeft.’ OF, als je wel advies geeft, de tekst: ‘Je kunt op verschillende manieren advies krijgen. De blauwe iconen geven aan wat er bij deze financiële dienstverlener mogelijk is. Een combinatie is soms ook mogelijk. De manier van advies geven kan invloed hebben op de kosten. Vraag de financiële dienstverlener naar de verschillen in kosten.’

Zie het voorbeeld van de vergelijkingskaart bij een hypotheekvraag voor de gebruikte iconen inclusief toelichting. De manieren van advies die niet van toepassing zijn, worden aangeduid in de kleur grijs.

2.4. Onderdeel 4: Geeft deze financiële dienstverlener een onafhankelijk advies?

Subtitel: ‘Geeft deze financiële dienstverlener een onafhankelijk advies?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met OF, als je geen advies geeft, de tekst: ‘Niet van toepassing, omdat deze financiële dienstverlener geen advies geeft.’ OF, als je wel advies geeft, ‘Onafhankelijk advies over producten moet aan twee voorwaarden voldoen.’

Als je wel advies geeft, volgt onderstaande toelichting.

In het kader een tabel voor het product ‘Hypotheek’ dikgedrukt in lettergrootte 12 pt in blauw. Tekst in de tabel links dikgedrukt: ‘Voorwaarde 1: genoeg hypotheken vergelijken’.

Daaronder OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet aan deze voorwaarde. Hij vergelijkt genoeg hypotheken’ OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet niet aan deze voorwaarde, omdat [toelichting in leeg tekstveld met max 150 karakters]’.

Tekst in de tabel links dikgedrukt: ‘Voorwaarde 2: niet uitsluitend hypotheken van verbonden aanbieders’.

Daaronder OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet aan deze voorwaarde.’ OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet niet aan deze voorwaarde, omdat [toelichting in leeg tekstveld met maximaal 150 karakters].’

Indien wordt voldaan aan de voorwaarden, wordt dit rechts aangeduid met een gecentreerd groen vinksymbool. Indien twee groene vinksymbolen van toepassing zijn, wordt de conclusie ‘Ja, onafhankelijk’ verticaal in dikgedrukt wit, lettergrootte 12 pt, rechts in een blauw vak getoond. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, wordt dit links aangeduid met een gecentreerd grijs kruissymbool. Indien minimaal één grijs kruissymbool van toepassing is, wordt de conclusie ‘Nee, niet onafhankelijk’ verticaal in dikgedrukt wit, lettergrootte 12 pt, rechts in een blauw vak getoond.

Daaronder in het kader een tabel voor het product ‘Verzekeringen bij de Hypotheek’ dikgedrukt in lettergrootte 12 pt in blauw. Tekst in de tabel dikgedrukt: ‘Voorwaarde 1: genoeg verzekeringen vergelijken’.

Daaronder OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet aan deze voorwaarde. Hij vergelijkt genoeg verzekeringen.’ OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet niet aan deze voorwaarde, omdat [toelichting in leeg tekstveld met maximaal 150 karakters]’.

Tekst in de tabel dikgedrukt: ‘Voorwaarde 2: niet uitsluitend verzekeringen van verbonden aanbieders’.

Daaronder OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet aan deze voorwaarde.’ OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet niet aan deze voorwaarde, omdat [toelichting in leeg tekstveld met max 150 karakters].’

Indien wordt voldaan aan de voorwaarden, wordt dit aangeduid met een groen vinksymbool. Indien twee groene vinksymbolen van toepassing zijn, wordt de conclusie ‘Ja, onafhankelijk’ verticaal in dikgedrukt wit, lettergrootte 12 pt in een blauw vak getoond met icoon. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, wordt dit aangeduid met een grijs kruissymbool. Indien minimaal één grijs kruissymbool van toepassing is, wordt de conclusie ‘Nee, niet onafhankelijk’ verticaal in dikgedrukt wit, lettergrootte 12 pt, in een blauw vak getoond.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart inclusief gebruikt icoon bij een hypotheekvraag ter illustratie.

2.5. Onderdeel 5: Waarom moet je deze financiële dienstverlener kiezen?

Subtitel: ‘Waarom moet je deze financiële dienstverlener kiezen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met leeg tekstveld van maximaal 300 karakters.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een hypotheekvraag ter illustratie.

2.6. Onderdeel 6: Wat betaal je aan deze financiële dienstverlener?

Subtitel: ‘Wat betaal je aan deze financiële dienstverlener?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met tekst: ‘Je vindt hier alleen gemiddelde prijzen. De gemiddelde prijs is de prijs die klanten betalen in een vergelijkbare situatie. Hoe complexer je financiële situatie, hoe meer je meestal betaalt. Je financiële dienstverlener informeert je over precieze prijs. Laat afspraken ook altijd vastleggen, zodat je weet wat de financiële dienstverlener voor je doet en hoeveel je daarvoor betaalt.’

Daaronder tabel met vijf kolommen en vijf rijen. In de linker kolom staat de dienstverlening die u aanbiedt dikgedrukt in de kleur zwart en de dienstverlening die u niet aanbiedt dikgedrukt in de kleur grijs met de volgende tekst: ‘Advies geven én contract regelen’ en ‘Alleen contract regelen’ en ‘Alleen advies geven’. Tekst eerste rij: ‘In loondienst’ en in de tweede rij uitgesplitst naar: ‘Niet eerder woning gekocht’ en Wel eerder woning gekocht.’ Tekst eerste rij: ‘Zelfstandig ondernemer’ en in de tweede rij uitgesplitst naar: ‘Niet eerder woning gekocht’ en ‘Wel eerder woning gekocht.’

Indien van toepassing worden in de tabel de gemiddelde prijzen in hele Euro’s in blauw getoond. Indien niet van toepassing wordt een grijs kruis opgenomen.

Onder de tabel in het kader een leeg tekstveld van maximaal 200 karakters voor eventuele toelichting.

Indien van toepassing daaronder tekst wit in blauw vlak met uitroeptekenicoon: ‘Bij een contract regelen zonder advies doe je een kennis- en ervaringstoets*. Je kiest zelf het product. Dit betekent dat jezelf – zonder hulp van een adviseur – beoordeelt of het product geschikt is voor jouw situatie.’

Onder het grijze kader indien van toepassing de voetnoot: ‘*De kennis- en ervaringstoets is een verplichte toets bij veel financiële producten. In de toets geef je antwoord op vragen over het product en de risico’s bij het product. Zo zie je of je voldoende weet over de risico’s. De uitkomst van de toets helpt je om in te schatten of het verantwoord is om een contract te regelen zonder advies.’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een hypotheekvraag ter illustratie.

2.7. Onderdeel 7: Wat kan deze financiële dienstverlener in de toekomst voor je betekenen?

Subtitel: ‘Wat kan deze financiële dienstverlener in de toekomst voor je betekenen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met tekst: ‘Ga bij veranderingen in je persoonlijke situatie altijd terug naar een financiële dienstverlener. Door deze veranderingen past de hypotheek/verzekering misschien niet meer bij je situatie. Bijvoorbeeld omdat je gezinssituatie of inkomen verandert. Dan betaal je misschien te veel of loop je meer risico dan je wilt.

Voor een oriëntatiegesprek kun je altijd bij een financiële dienstverlener terecht. Is er een belangrijke verandering in je hypotheek en/of verzekering? Dan neemt de financiële dienstverlener of aanbieder contact met je op, zonder dat je daarvoor betaalt.’

Daaronder een tabel met twee kolommen en één rij. In de linker kolom dikgedrukt: ‘Biedt deze financiële dienstverlener ook onderhoudsdiensten aan?x’ Daaronder de toelichting indien van toepassing:

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement, vast tarief of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief of een abonnement.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je geen extra kosten.’ OF

Witregel, omdat niet van toepassing.

In de rechter kolom indien van toepassing aangeduid met een groen vinksymbool en indien niet van toepassing een grijs kruis.

Onder de tabel de tekst: ‘Kijk voor meer informatie over andere dienstverlening in de toekomst op de website van jouw financiële dienstverlener www.url.nl.’

Onder het kader de voetnoot: ‘x Met onderhoudsdiensten kan een financiële dienstverlener samen met jou in de gaten houden of er veranderingen zijn waardoor een aanpassing in je hypotheek of verzekering nodig is.’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een hypotheekvraag ter illustratie.

3. Instructies standaardmodel vergelijkingskaart Risico’s afdekken

Hieronder wordt het standaardmodel voor de vergelijkingskaart bij een vraag over risico’s afdekken getoond.

LET OP: Dit betreft slechts een voorbeeld.

Bijlage 270449.png
Bijlage 270450.png
Bijlage 270451.png

3.1. Onderdeel 1: Inleiding en algemene gegevens financiële dienstverlener

Linksboven iedere pagina de titel in lettergrootte 14 pt: ‘Vergelijkingskaart Risico’s afdekken’ waarbij ‘Risico’s afdekken’ dikgedrukt is.

Daaronder op de eerste pagina de tekst: ‘Op deze vergelijkingskaart staat informatie over onze financiële dienstverlening. Als je meerdere vergelijkingskaarten verzamelt, kun je financiële dienstverleners met elkaar vergelijken. Door oriëntatiegesprekken te voeren met verschillende financiële dienstverleners, kun je bepalen welke het beste bij je past.’

Rechtsboven, indien van toepassing, de mogelijkheid tot tonen bedrijfslogo met maximale afmeting van 2,5 cm × 2,5 cm.

Daaronder, indien van toepassing, de volgende gegevens: naam financiëledienstverlener, adres, website, telefoonnummer en e-mailadres.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een vraag over risico’s afdekken ter illustratie.

3.2. Onderdeel 2: Wat kan deze financiële dienstverlener voor je doen?

Subtitel: ‘Wat kan deze financiële dienstverlener voor je doen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met onderstaande informatie.

Tabel met twee kolommen en vier rijen. In de linker kolom staat de dienstverlening die u aanbiedt dikgedrukt in de kleur zwart met toelichting niet dikgedrukt en de dienstverlening die u niet aanbiedt dikgedrukt in de kleur grijs met toelichting niet dikgedrukt:

Advies geven én contract regelen

We kijken naar jouw persoonlijke situatie. Daarna adviseren we welke verzekering geschikt is. Ook zorgen we ervoor dat je het contract kunt afsluiten.

Alleen contract regelen

Jij kiest zelf een verzekering. Wij zorgen ervoor dat je het contract kunt afsluiten.

Alleen advies geven

We kijken naar jouw persoonlijke situatie. Daarna adviseren we welke verzekering geschikt is.’

In de eerste rij van deze tabel in de rechter kolom staat gecentreerd dikgedrukt in blauw ‘Verzekering’. Daaronder staat de dienstverlening die u wel of niet aanbiedt met een groen vinksymbool of grijs kruis aangeduid. De symbolen in de tabel zijn gecentreerd uitgelijnd.

Onder tabel de tekst: ‘Benieuwd bij welk soort verzekeringen de financiële dienstverlener deze dienstverlening biedt? De dienstverlening van deze financiële dienstverlener geldt bij:’

Daaronder een overzicht van de aangeboden producten bij de dienstverlening aangeduid met een groen vinksymbool. Producten die niet worden aangeboden, zijn in grijs aangeduid met een grijs kruis.

Onder het grijze kader de tekst met daarin een hyperlink: ‘Weten waar je op moet letten bij je keuze voor een financiële dienstverlener? Kijk op www.wijzeringeldzaken.nl/vergelijkingskaart‘.

Tot slot de volgende tekst inclusief datum van opstellen in lettergrootte 8 pt: ‘Op deze vergelijkingskaart staat informatie die de financiële dienstverlener je moet geven op basis van de wet. Deze vergelijkingskaart is samengesteld op [datum].’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een vraag over risico’s afdekken ter illustratie

3.3. Onderdeel 3: Hoe kun je advies krijgen bij deze financiële dienstverlener?

Subtitel: ‘Hoe kun je advies krijgen bij deze financiële dienstverlener?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met OF, als je geen advies geeft, de tekst: ‘Niet van toepassing, omdat deze financiële dienstverlener geen advies geeft.’ OF, als je wel advies geeft, de tekst: ‘Je kunt op verschillende manieren advies krijgen. De blauwe iconen geven aan wat er bij deze financiële dienstverlener mogelijk is. Een combinatie is soms ook mogelijk. De manier van advies geven kan invloed hebben op de kosten. Vraag de financiële dienstverlener naar de verschillen in kosten.’

Zie het voorbeeld van vergelijkingskaart bij de vraag over risico’s afdekken voor de gebruikte iconen inclusief toelichting. De manieren van advies die niet van toepassing zijn, worden aangeduid in de kleur grijs.

3.4. Onderdeel 4: Geeft deze financiële dienstverlener een onafhankelijk advies?

Subtitel: ‘Geeft deze financiële dienstverlener een onafhankelijk advies?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met OF, als je geen advies geeft, de tekst: ‘Niet van toepassing, omdat deze financiële dienstverlener geen advies geeft.’ OF, als je wel advies geeft, ‘Onafhankelijk advies over producten moet aan twee voorwaarden voldoen.’

Als je wel advies geeft, volgt onderstaande toelichting.

In het kader een tabel voor het product ‘Verzekering’ dikgedrukt in lettergrootte 12 pt in blauw. Tekst in de tabel links dikgedrukt: ‘Voorwaarde 1: genoeg verzekeringen vergelijken’.

Daaronder OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet aan deze voorwaarde. Hij vergelijkt genoeg verzekeringen’ OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet niet aan deze voorwaarde, omdat [toelichting in leeg tekstveld met max 150 karakters]’.

Tekst in de tabel links dikgedrukt: ‘Voorwaarde 2: niet uitsluitend verzekering van verbonden aanbieders’.

Daaronder OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet aan deze voorwaarde.’ OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet niet aan deze voorwaarde, omdat [toelichting in leeg tekstveld met maximaal 150 karakters].’

Indien wordt voldaan aan de voorwaarden, wordt dit rechts aangeduid met een gecentreerd groen vinksymbool. Indien twee groene vinksymbolen van toepassing zijn, wordt de conclusie ‘Ja, onafhankelijk’ verticaal in dikgedrukt wit, lettergrootte 12 pt, rechts in een blauw vak getoond. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, wordt dit links aangeduid met een gecentreerd grijs kruissymbool. Indien minimaal één grijs kruissymbool van toepassing is, wordt de conclusie ‘Nee, niet onafhankelijk’ verticaal in dikgedrukt wit, lettergrootte 12 pt, rechts in een blauw vak getoond.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart inclusief gebruikt icoon bij een vraag over risico’s afdekken ter illustratie.

3.5. Onderdeel 5: Waarom moet je deze financiële dienstverlener kiezen?

Subtitel: ‘Waarom moet je deze financiële dienstverlener kiezen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met leeg tekstveld van maximaal 300 karakters.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een vraag over risico’s afdekken ter illustratie.

3.6. Onderdeel 6: Wat betaal je aan deze financiële dienstverlener?

Subtitel: ‘Wat betaal je aan deze financiële dienstverlener?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met tekst: ‘Je vindt hier alleen gemiddelde prijzen. De gemiddelde prijs is de prijs die klanten betalen in een vergelijkbare situatie. Hoe complexer je financiële situatie, hoe meer je meestal betaalt. Je financiële dienstverlener informeert je over precieze prijs. Laat afspraken ook altijd vastleggen, zodat je weet wat de financiële dienstverlener voor je doet en hoeveel je daarvoor betaalt.’

Daaronder tabel met vier kolommen en vier rijen. In de linker kolom staat de dienstverlening die u aanbiedt dikgedrukt in de kleur zwart en de dienstverlening die u niet aanbiedt dikgedrukt in de kleur grijs met de volgende tekst: ‘Advies geven én contract regelen’ en ‘Alleen contract regelen’ en ‘Alleen advies geven’. Tekst eerste rij: ‘Consument’, ‘Ondernemer’ en ‘Anders’

Indien van toepassing worden in de tabel de gemiddelde prijzen in hele Euro’s in blauw getoond. Indien niet van toepassing wordt een grijs kruis opgenomen.

Onder de tabel in het kader een leeg tekstveld van maximaal 200 karakters voor eventuele toelichting.

Indien van toepassing daaronder tekst wit in blauw vlak met uitroeptekenicoon: ‘Bij een contract regelen zonder advies doe je een kennis- en ervaringstoets*. Je kiest zelf het product. Dit betekent dat jezelf – zonder hulp van een adviseur – beoordeelt of het product geschikt is voor jouw situatie.’

Onder het grijze kader indien van toepassing de voetnoot: ‘*De kennis- en ervaringstoets is een verplichte toets bij veel financiële producten. In de toets geef je antwoord op vragen over het product en de risico’s bij het product. Zo zie je of je voldoende weet over de risico’s. De uitkomst van de toets helpt je om in te schatten of het verantwoord is om een contract te regelen zonder advies.’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een vraag over risico’s afdekken ter illustratie.

3.7. Onderdeel 7: Wat kan deze financiële dienstverlener in de toekomst voor je betekenen?

Subtitel: ‘Wat kan deze financiële dienstverlener in de toekomst voor je betekenen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met tekst: ‘Ga bij veranderingen in je persoonlijke situatie altijd terug naar een financiële dienstverlener. Door deze veranderingen past de verzekering misschien niet meer bij je situatie. Bijvoorbeeld omdat je gezinssituatie of inkomen verandert. Dan betaal je misschien te veel of loop je meer risico dan je wilt.

Voor een oriëntatiegesprek kun je altijd bij een financiële dienstverlener terecht. Is er een belangrijke verandering in je verzekering? Dan neemt de financiële dienstverlener of aanbieder contact met je op, zonder dat je daarvoor betaalt.’

Daaronder een tabel met twee kolommen en één rij. In de linker kolom dikgedrukt: ‘Biedt deze financiële dienstverlener ook onderhoudsdiensten aan?x’ Daaronder de toelichting indien van toepassing:

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement, vast tarief of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief of een abonnement.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je geen extra kosten.’ OF

Witregel, omdat niet van toepassing.

In de rechter kolom indien van toepassing aangeduid met een groen vinksymbool en indien niet van toepassing een grijs kruis.

Onder de tabel de tekst: ‘Kijk voor meer informatie over andere dienstverlening in de toekomst op de website van jouw financiële dienstverlener www.url.nl.’

Onder het kader de voetnoot: ‘x Met onderhoudsdiensten kan een financiële dienstverlener samen met jou in de gaten houden of er veranderingen zijn waardoor een aanpassing in je verzekering nodig is.’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een vraag over risico’s afdekken ter illustratie.

4. Instructies standaardmodel vergelijkingskaart Vermogen opbouwen

Hieronder wordt het standaardmodel voor de vergelijkingskaart bij de vraag over vermogen opbouwen getoond.

LET OP: Dit betreft slechts een voorbeeld.

Bijlage 270452.png
Bijlage 270454.png
Bijlage 270455.png

4.1. Onderdeel 1: Inleiding en algemene gegevens financiële dienstverlener

Linksboven iedere pagina de titel in lettergrootte 14 pt: ‘Vergelijkingskaart Vermogen opbouwen’ waarbij ‘Vermogen opbouwen’ dikgedrukt is.

Daaronder op de eerste pagina de tekst: ‘Op deze vergelijkingskaart staat informatie over onze financiële dienstverlening. Als je meerdere vergelijkingskaarten verzamelt, kun je financiële dienstverleners met elkaar vergelijken. Door oriëntatiegesprekken te voeren met verschillende financiële dienstverleners, kun je bepalen welke het beste bij je past.’

Rechtsboven, indien van toepassing, de mogelijkheid tot tonen bedrijfslogo met maximale afmeting van 2,5 cm × 2,5 cm.

Daaronder, indien van toepassing, de volgende gegevens: naam financiëledienstverlener, adres, website, telefoonnummer en e-mailadres.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een vraag over vermogen opbouwen ter illustratie.

4.2. Onderdeel 2: Wat kan deze financiële dienstverlener voor je doen?

Subtitel: ‘Wat kan deze financiële dienstverlener voor je doen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met onderstaande informatie.

Tabel met twee kolommen en vier rijen. In de linker kolom staat de dienstverlening die u aanbiedt dikgedrukt in de kleur zwart met toelichting niet dikgedrukt en de dienstverlening die u niet aanbiedt dikgedrukt in de kleur grijs met toelichting niet dikgedrukt:

Advies geven én contract regelen

We kijken naar jouw persoonlijke situatie. Daarna adviseren we welk vermogensopbouwproduct geschikt is. Ook zorgen we ervoor dat je het contract kunt afsluiten.

Alleen contract regelen

Jij kiest zelf een vermogensopbouwproduct. Wij zorgen ervoor dat je het contract kunt afsluiten.

Alleen advies geven

We kijken naar jouw persoonlijke situatie. Daarna adviseren we welk vermogensopbouwproduct geschikt is.’

In de eerste rij van deze tabel in de rechter kolom staat gecentreerd dikgedrukt in blauw ‘vermogensopbouwproduct’. Daaronder staat de dienstverlening die u wel of niet aanbiedt met een groen vinksymbool of grijs kruis aangeduid. De symbolen in de tabel zijn gecentreerd uitgelijnd.

Onder tabel de tekst: ‘Benieuwd bij welk soort vermogensopbouwproducten de financiële dienstverlener deze dienstverlening biedt? De dienstverlening van deze financiële dienstverlener geldt bij:’

Daaronder een overzicht van de aangeboden producten bij de dienstverlening aangeduid met een groen vinksymbool. Producten die niet worden aangeboden, zijn in grijs aangeduid met een grijs kruis.

Onder het grijze kader de tekst met daarin een hyperlink: ‘Weten waar je op moet letten bij je keuze voor een financiële dienstverlener? Kijk op www.wijzeringeldzaken.nl/vergelijkingskaart‘.

Tot slot de volgende tekst inclusief datum van opstellen in lettergrootte 8 pt: ‘Op deze vergelijkingskaart staat informatie die de financiële dienstverlener je moet geven op basis van de wet. Deze vergelijkingskaart is samengesteld op [datum].’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een vraag over vermogen opbouwen ter illustratie

4.3. Onderdeel 3: Hoe kun je advies krijgen bij deze financiële dienstverlener?

Subtitel: ‘Hoe kun je advies krijgen bij deze financiële dienstverlener?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met OF, als je geen advies geeft, de tekst: ‘Niet van toepassing, omdat deze financiële dienstverlener geen advies geeft.’ OF, als je wel advies geeft, de tekst: ‘Je kunt op verschillende manieren advies krijgen. De blauwe iconen geven aan wat er bij deze financiële dienstverlener mogelijk is. Een combinatie is soms ook mogelijk. De manier van advies geven kan invloed hebben op de kosten. Vraag de financiële dienstverlener naar de verschillen in kosten.’

Zie het voorbeeld van vergelijkingskaart bij de vraag over vermogen opbouwen voor de gebruikte iconen inclusief toelichting. De manieren van advies die niet van toepassing zijn, worden aangeduid in de kleur grijs.

4.4 Onderdeel 4: Geeft deze financiële dienstverlener een onafhankelijk advies?

Subtitel: ‘Geeft deze financiële dienstverlener een onafhankelijk advies?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met OF, als je geen advies geeft, de tekst: ‘Niet van toepassing, omdat deze financiële dienstverlener geen advies geeft.’ OF, als je wel advies geeft, ‘Onafhankelijk advies over producten moet aan twee voorwaarden voldoen.’

Als je wel advies geeft, volgt onderstaande toelichting.

In het kader een tabel voor het product ‘Vermogensopbouwproduct’ dikgedrukt in lettergrootte 12 pt in blauw. Tekst in de tabel links dikgedrukt: ‘Voorwaarde 1: genoeg vermogensopbouwproducten vergelijken’.

Daaronder OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet aan deze voorwaarde. Hij vergelijkt genoeg vermogensopbouwproducten’ OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet niet aan deze voorwaarde, omdat [toelichting in leeg tekstveld met max 150 karakters]’.

Tekst in de tabel links dikgedrukt: ‘Voorwaarde 2: niet uitsluitend vermogensopbouwproducten van verbonden aanbieders’.

Daaronder OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet aan deze voorwaarde.’ OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet niet aan deze voorwaarde, omdat [toelichting in leeg tekstveld met maximaal 150 karakters].’

Indien wordt voldaan aan de voorwaarden, wordt dit rechts aangeduid met een gecentreerd groen vinksymbool. Indien twee groene vinksymbolen van toepassing zijn, wordt de conclusie ‘Ja, onafhankelijk’ verticaal in dikgedrukt wit, lettergrootte 12 pt, rechts in een blauw vak getoond. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, wordt dit links aangeduid met een gecentreerd grijs kruissymbool. Indien minimaal één grijs kruissymbool van toepassing is, wordt de conclusie ‘Nee, niet onafhankelijk’ verticaal in dikgedrukt wit, lettergrootte 12 pt, rechts in een blauw vak getoond.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart inclusief gebruikt icoon bij een vraag over vermogen opbouwen ter illustratie.

4.5. Onderdeel 5: Waarom moet je deze financiële dienstverlener kiezen?

Subtitel: ‘Waarom moet je deze financiële dienstverlener kiezen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met leeg tekstveld van maximaal 300 karakters.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een vraag over vermogen opbouwen ter illustratie.

4.6. Onderdeel 6: Wat betaal je aan deze financiële dienstverlener?

Subtitel: ‘Wat betaal je aan deze financiële dienstverlener?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met tekst: ‘Je vindt hier alleen gemiddelde prijzen. De gemiddelde prijs is de prijs die klanten betalen in een vergelijkbare situatie. Hoe complexer je financiële situatie, hoe meer je meestal betaalt. Je financiële dienstverlener informeert je over precieze prijs. Laat afspraken ook altijd vastleggen, zodat je weet wat de financiële dienstverlener voor je doet en hoeveel je daarvoor betaalt.’

Daaronder tabel met vier kolommen en vier rijen. In de linker kolom staat de dienstverlening die u aanbiedt dikgedrukt in de kleur zwart en de dienstverlening die u niet aanbiedt dikgedrukt in de kleur grijs met de volgende tekst: ‘Advies geven én contract regelen’ en ‘Alleen contract regelen’ en ‘Alleen advies geven’. Tekst eerste rij: ‘Consument’, ‘Ondernemer’ en ‘Anders’

Indien van toepassing worden in de tabel de gemiddelde prijzen in hele euro’s in blauw getoond. Indien niet van toepassing wordt een grijs kruis opgenomen.

Onder de tabel in het kader een leeg tekstveld van maximaal 200 karakters voor eventuele toelichting.

Indien van toepassing daaronder tekst wit in blauw vlak met uitroeptekenicoon: ‘Bij een contract regelen zonder advies doe je een kennis- en ervaringstoets*. Je kiest zelf het product. Dit betekent dat jezelf – zonder hulp van een adviseur – beoordeelt of het product geschikt is voor jouw situatie.’

Onder het grijze kader indien van toepassing de voetnoot: ‘*De kennis- en ervaringstoets is een verplichte toets bij veel financiële producten. In de toets geef je antwoord op vragen over het product en de risico’s bij het product. Zo zie je of je voldoende weet over de risico’s. De uitkomst van de toets helpt je om in te schatten of het verantwoord is om een contract te regelen zonder advies.’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een vraag over risico’s afdekken ter illustratie.

4.7. Onderdeel 7: Wat kan deze financiële dienstverlener in de toekomst voor je betekenen?

Subtitel: ‘Wat kan deze financiële dienstverlener in de toekomst voor je betekenen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met tekst: ‘Ga bij veranderingen in je persoonlijke situatie altijd terug naar een financiële dienstverlener. Door deze veranderingen past het vermogensopbouwproduct misschien niet meer bij je situatie. Bijvoorbeeld omdat je gezinssituatie of inkomen verandert. Dan betaal je misschien te veel of loop je meer risico dan je wilt.

Voor een oriëntatiegesprek kun je altijd bij een financiële dienstverlener terecht. Is er een belangrijke verandering in je vermogensopbouwproduct? Dan neemt de financiële dienstverlener of aanbieder contact met je op, zonder dat je daarvoor betaalt.’

Daaronder een tabel met twee kolommen en één rij. In de linker kolom dikgedrukt: ‘Biedt deze financiële dienstverlener ook onderhoudsdiensten aan?x’ Daaronder de toelichting indien van toepassing:

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement, vast tarief of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief of een abonnement.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je geen extra kosten.’ OF

Witregel, omdat niet van toepassing.

In de rechter kolom indien van toepassing aangeduid met een groen vinksymbool en indien niet van toepassing een grijs kruis.

Onder de tabel de tekst: ‘Kijk voor meer informatie over andere dienstverlening in de toekomst op de website van jouw financiële dienstverlener www.url.nl.’

Onder het kader de voetnoot: ‘x Met onderhoudsdiensten kan een financiële dienstverlener samen met jou in de gaten houden of er veranderingen zijn waardoor een aanpassing in je vermogensopbouwproduct nodig is.’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een vraag over vermogen opbouwen ter illustratie.

5. Instructies standaardmodel vergelijkingskaart Pensioenvraag Werkgever

Hieronder wordt het standaardmodel voor de vergelijkingskaart bij de pensioenvraag werkgever getoond.

LET OP: Dit betreft slechts een voorbeeld.

Bijlage 270456.png
Bijlage 270457.png
Bijlage 270458.png

5.1. Onderdeel 1: Inleiding en algemene gegevens financiële dienstverlener

Linksboven iedere pagina de titel in lettergrootte 14 pt: ‘Vergelijkingskaart Pensioenvraag Werkgever’ waarbij ‘Pensioenvraag Werkgever’ dikgedrukt is.

Daaronder op de eerste pagina de tekst: ‘Op deze vergelijkingskaart staat informatie over onze financiële dienstverlening. Als je meerdere vergelijkingskaarten verzamelt, kun je financiële dienstverleners met elkaar vergelijken. Door oriëntatiegesprekken te voeren met verschillende financiële dienstverleners, kun je bepalen welke het beste bij je past.’

Rechtsboven, indien van toepassing, de mogelijkheid tot tonen bedrijfslogo met maximale afmeting van 2,5 cm × 2,5 cm.

Daaronder, indien van toepassing, de volgende gegevens: naam financiëledienstverlener, adres, website, telefoonnummer en e-mailadres.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een bij een pensioenvraag werkgever ter illustratie.

5.2. Onderdeel 2: Wat kan deze financiële dienstverlener voor je doen?

Subtitel: ‘Wat kan deze financiële dienstverlener voor je doen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met onderstaande informatie.

Tabel met twee kolommen en vier rijen. In de linker kolom staat de dienstverlening die u aanbiedt dikgedrukt in de kleur zwart met toelichting niet dikgedrukt en de dienstverlening die u niet aanbiedt dikgedrukt in de kleur grijs met toelichting niet dikgedrukt:

Advies geven én contract regelen

We kijken naar jouw situatie. Daarna adviseren we welk pensioenproduct geschikt is. Ook zorgen we ervoor dat je het contract kunt afsluiten.

Alleen contract regelen

Jij kiest een pensioenproduct dat je wilt afsluiten. Wij zorgen ervoor dat je het contract kunt afsluiten.

Alleen advies geven

We kijken naar jouw situatie. Daarna adviseren we welk pensioenproduct geschikt is.’

In de eerste rij van deze tabel in de rechter kolom staat gecentreerd dikgedrukt in blauw ‘pensioenproduct’. Daaronder staat de dienstverlening die u wel of niet aanbiedt met een groen vinksymbool of grijs kruis aangeduid. De symbolen in de tabel zijn gecentreerd uitgelijnd.

Onder tabel de tekst: ‘Benieuwd bij welk soort pensioenproducten de financiële dienstverlener deze dienstverlening biedt? De dienstverlening van deze financiële dienstverlener geldt bij:’

Daaronder een overzicht van de aangeboden producten bij de dienstverlening aangeduid met een groen vinksymbool. Producten die niet worden aangeboden, zijn in grijs aangeduid met een grijs kruis.

Tot slot de volgende tekst inclusief datum van opstellen in lettergrootte 8 pt: ‘Op deze vergelijkingskaart staat informatie die de financiële dienstverlener je moet geven op basis van de wet. Deze vergelijkingskaart is samengesteld op [datum].’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een pensioenvraag werkgever ter illustratie

5.3. Onderdeel 3: Hoe kun je advies krijgen bij deze financiële dienstverlener?

Subtitel: ‘Hoe kun je advies krijgen bij deze financiële dienstverlener?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met OF, als je geen advies geeft, de tekst: ‘Niet van toepassing, omdat deze financiële dienstverlener geen advies geeft.’ OF, als je wel advies geeft, de tekst: ‘Je kunt op verschillende manieren advies krijgen. De blauwe iconen geven aan wat er bij deze financiële dienstverlener mogelijk is. Een combinatie is soms ook mogelijk. De manier van advies geven kan invloed hebben op de kosten. Vraag de financiële dienstverlener naar de verschillen in kosten.’

Zie het voorbeeld van vergelijkingskaart bij een pensioenvraag werkgever voor de gebruikte iconen inclusief toelichting. De manieren van advies die niet van toepassing zijn, worden aangeduid in de kleur grijs.

5.4. Onderdeel 4: Geeft deze financiële dienstverlener een onafhankelijk advies?

Subtitel: ‘Geeft deze financiële dienstverlener een onafhankelijk advies?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder een grijs kader met OF, als je geen advies geeft, de tekst: ‘Niet van toepassing, omdat deze financiële dienstverlener geen advies geeft.’ OF, als je wel advies geeft, ‘Onafhankelijk advies over producten moet aan twee voorwaarden voldoen.’

Als je wel advies geeft, volgt onderstaande toelichting.

In het kader een tabel voor het product ‘Pensioenproduct’ dikgedrukt in lettergrootte 12 pt in blauw. Tekst in de tabel links dikgedrukt: ‘Voorwaarde 1: genoeg pensioenopbouwproducten vergelijken’.

Daaronder OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet aan deze voorwaarde. Hij vergelijkt genoeg pensioenproducten’ OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet niet aan deze voorwaarde, omdat [toelichting in leeg tekstveld met max 150 karakters]’.

Tekst in de tabel links dikgedrukt: ‘Voorwaarde 2: niet uitsluitend pensioenproducten van verbonden aanbieders’.

Daaronder OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet aan deze voorwaarde.’ OF: ‘Deze financiële dienstverlener voldoet niet aan deze voorwaarde, omdat [toelichting in leeg tekstveld met maximaal 150 karakters].’

Indien wordt voldaan aan de voorwaarden, wordt dit rechts aangeduid met een gecentreerd groen vinksymbool. Indien twee groene vinksymbolen van toepassing zijn, wordt de conclusie ‘Ja, onafhankelijk’ verticaal in dikgedrukt wit, lettergrootte 12 pt, rechts in een blauw vak getoond. Indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, wordt dit links aangeduid met een gecentreerd grijs kruissymbool. Indien minimaal één grijs kruissymbool van toepassing is, wordt de conclusie ‘Nee, niet onafhankelijk’ verticaal in dikgedrukt wit, lettergrootte 12 pt, rechts in een blauw vak getoond.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart inclusief gebruikt icoon bij een pensioenvraag werkgever ter illustratie.

5.5. Onderdeel 5: Waarom moet je deze financiële dienstverlener kiezen?

Subtitel: ‘Waarom moet je deze financiële dienstverlener kiezen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met leeg tekstveld van maximaal 300 karakters.

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een pensioenvraag werkgever ter illustratie.

5.6. Onderdeel 6: Wat betaal je aan deze financiële dienstverlener?

Subtitel: ‘Wat betaal je aan deze financiële dienstverlener?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met tekst: ‘Je vindt hier alleen gemiddelde prijzen. De gemiddelde prijs is de prijs die klanten betalen in een vergelijkbare situatie. Hoe complexer je financiële situatie, hoe meer je meestal betaalt. Je financiële dienstverlener informeert je over precieze prijs. Laat afspraken ook altijd vastleggen, zodat je weet wat de financiële dienstverlener voor je doet en hoeveel je daarvoor betaalt.’

Daaronder tabel met drie kolommen en vier rijen. In de linker kolom staat de dienstverlening die u aanbiedt dikgedrukt in de kleur zwart en de dienstverlening die u niet aanbiedt dikgedrukt in de kleur grijs met de volgende tekst: ‘Advies geven én contract regelen’ en ‘Alleen contract regelen’ en ‘Alleen advies geven’. Tekst eerste rij: ‘Minder dan 250 medewerkers’ en ‘Meer dan 250 medewerkers’.

Indien van toepassing worden in de tabel de gemiddelde prijzen in hele euro’s in blauw getoond. Indien niet van toepassing wordt een grijs kruis opgenomen.

Onder de tabel in het kader een leeg tekstveld van maximaal 200 karakters voor eventuele toelichting.

Indien van toepassing daaronder tekst wit in blauw vlak met uitroeptekenicoon: ‘Bij een contract regelen zonder advies doe je een kennis- en ervaringstoets*. Je kiest zelf het product. Dit betekent dat jezelf – zonder hulp van een adviseur – beoordeelt of het product geschikt is voor jouw situatie.’

Onder het grijze kader indien van toepassing de voetnoot: ‘xDe kennis- en ervaringstoets is een verplichte toets bij veel financiële producten. In de toets geef je antwoord op vragen over het product en de risico’s bij het product. Zo zie je of je voldoende weet over de risico’s. De uitkomst van de toets helpt je om in te schatten of het verantwoord is om een contract te regelen zonder advies.’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een pensioenvraag werkgever ter illustratie.

5.7. Onderdeel 7: Wat kan deze financiële dienstverlener in de toekomst voor je betekenen?

Subtitel: ‘Wat kan deze financiële dienstverlener in de toekomst voor je betekenen?’ in lettergrootte 12 pt in blauw.

Daaronder grijs kader met tekst: ‘Ga bij veranderingen in je situatie altijd terug naar een financiële dienstverlener. Door deze veranderingen past het pensioenproduct misschien niet meer bij je situatie. Dan betaal je misschien te veel of loop je meer risico dan je wilt.

Voor een oriëntatiegesprek kun je altijd bij een financiële dienstverlener terecht. Is er een belangrijke verandering in je vermogensopbouwproduct? Dan neemt de financiële dienstverlener of aanbieder contact met je op, zonder dat je daarvoor betaalt.’

Daaronder een tabel met twee kolommen en één rij. In de linker kolom dikgedrukt: ‘Biedt deze financiële dienstverlener ook onderhoudsdiensten aan?x’ Daaronder de toelichting indien van toepassing:

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement, vast tarief of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief of een abonnement.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement of een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een vast tarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een abonnement.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je een bedrag via een uurtarief.’ OF

‘Voor onderhoudsdiensten betaal je geen extra kosten.’ OF

Witregel, omdat niet van toepassing.

In de rechter kolom indien van toepassing aangeduid met een groen vinksymbool en indien niet van toepassing een grijs kruis.

Onder de tabel de tekst: ‘Kijk voor meer informatie over andere dienstverlening in de toekomst op de website van jouw financiële dienstverlener www.url.nl.’

Onder het kader de voetnoot: ‘x Met onderhoudsdiensten kan een financiële dienstverlener samen met jou in de gaten houden of er veranderingen zijn waardoor een aanpassing in je pensioenproduct nodig is.’

Zie het voorbeeld van een vergelijkingskaart bij een pensioenvraag werkgever ter illustratie.

Bijlage 7

Bijlage ter uitvoering van artikel 4:4, houdende toelichting voor de bepaling van een toereikend aantal op de markt verkrijgbare producten die voldoende divers zijn wat type en aanbieder betreft, zoals bedoeld in artikel 86f, vierde lid, onder a, van het besluit.

Bij de verschillende dienstverleningsvragen, als bedoeld in artikel 4:1, tweede lid, wordt als volgt voldaan aan het vereiste als bedoeld in artikel 86f, vierde lid, onder a, van het besluit, zijnde op de markt verkrijgbare financiële producten die voldoende divers zijn wat type en aanbieder:

  • 1. Bij de ‘Hypotheekvraag’:

    • a) betreft dit ten minste één aflossingsvrije hypotheek, één annuïteitenhypotheek, één lineaire hypotheek en één andersoortige hypotheek; en

    • b) betreft dit hypotheekproducten van minimaal 20 aanbieders.

  • 2. Bij de ‘Vraag over risico’s afdekken’ geldt het volgende.

    • a) Indien de financiëledienstverlener een overlijdensrisicoverzekering adviseert:

      • i) betreft dit ten minste één overlijdensrisicoverzekering met een gelijkblijvende uitkering, één overlijdensrisicoverzekering met een annuïtair dalende uitkering en één overlijdensrisicoverzekering met een lineair dalende uitkering; en

      • ii) betreft dit de overlijdensrisicoverzekering van minimaal 9 aanbieders.

    • b) Indien de financiëledienstverlener een individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering adviseert:

      • i) betreft dit ten minste één individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering op basis van een sommenverzekering en ten minste één individuele arbeidsongeschiktheidsverzekering op basis van een schadeverzekering; en

      • ii) betreft dit de individuele arbeidsongeschiktheidsverzekeringen van minimaal 6 aanbieders.

    • c) Indien de financiëledienstverlener een betalingsbeschermer adviseert:

      • i) betreft dit ten minste één betalingsbeschermer met de dekking voor arbeidsongeschiktheid, ten minste één betalingsbeschermer met de dekking voor werkloosheid en ten minste één betalingsbeschermer met de dekking voor ongeval; en

      • ii) betreft dit de betalingsbeschermers van minimaal 4 aanbieders.

    • d) Indien de financiëledienstverlener een uitvaartverzekering adviseert:

      • i) betreft dit ten minste één sommen-uitvaartverzekering en ten minste één natura-uitvaartverzekering; en

      • ii) betreft dit uitvaartverzekeringen van minimaal 4 aanbieders.

  • 3. Bij de ‘Vraag over vermogen opbouwen’:

    • a) betreft dit ten minste één kapitaalverzekering, ten minste één deelnemingsrecht van een beleggingsinstelling of icbe en ten minste één vermogensopbouwproduct waarop het depositogarantiestelsel van toepassing is; en

    • b) betreft dit vermogensopbouwproducten van minimaal 20 aanbieders.

  • 4. Bij de ‘Pensioenvraag werkgever’:

    • a) betreft dit ten minste één pensioenproduct van een levensverzekeraar, ten minste één pensioenproduct van een premiepensioeninstelling en ten minste één pensioenproduct bij een algemeen pensioenfonds; en

    • b) betreft dit pensioenproducten van minimaal 10 aanbieders.

Bijlage 8. Bijlage ter uitvoering van artikel 5:2, houdende het model voor beleggingsobjectprospectus

De informatie die een beleggingsobjectprospectus ingevolge artikel 10:2 van het besluit dient te bevatten,wordt in onderstaande volgorde opgenomen. De onderstaande titels van de hoofdstukken dienen te worden gehanteerd. Hieronder wordt per hoofdstuk aangegeven welke informatie ten minste in het betreffende hoofdstuk dient te worden opgenomen.

Samenvatting

I. Algemene gegevens betreffende de aanbieder van een beleggingsobject

II. Gegevens betreffende de kenmerken van een serie van beleggingsobjecten

III. Gegevens over het risicoprofiel van de serie van beleggingsobjecten

IV. Gegevens betreffende de beleggingsobjectkosten, bruto waarde en onttrekkingen

V. Gegevens betreffende het beleggingsbeleid en de activiteiten

VI. Gegevens betreffende wijzigingen in de voorwaarden

Samenvatting

Zie artikel 5:1.

I. Algemene gegevens betreffende de aanbieder van het beleggingsobject

  • De rechtsvorm van de aanbieder van het beleggingsobject.

  • De naam van de aanbieder van het beleggingsobject, de statutaire zetel en plaats van het hoofdkantoor van de aanbieder van een beleggingsobject, alsmede de oprichtingsdatum.

  • Een beschrijving van de groep waartoe de aanbieder van een beleggingsobject behoort en de daaraan gelieerde partijen.

II. Gegevens betreffende de kenmerken van de serie van beleggingsobjecten

  • De aard, de bestaansduur en de voornaamste kenmerken van de desbetreffende serie van beleggingsobjecten.

  • Een omschrijving van de algemene en bijzondere voorwaarden van de serie van beleggingsobjecten.

III. Gegevens over het risicoprofiel van de serie van beleggingsobjecten

– Een beschrijving van alle risico’s, die consumenten kunnen lopen met de door hun ingelegde gelden en de (eventuele) gevolgen hiervan op het rendement. Een en ander voor zover deze risico’s relevant zijn in het licht van de gevolgen en de waarschijnlijkheid ervan. Deze beschrijving dient een begrijpelijke uitleg te bevatten van ieder specifiek risico dat voortvloeit uit het beleggingsbeleid of dat verband houdt met specifieke voor de desbetreffende serie van beleggingsobjecten relevante markten. De risico’s verbonden aan de serie van beleggingsobjecten kunnen onder meer inzichtelijk worden gemaakt met de risico-indicator op grond van bijlage II van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.

IV. gegevens betreffende de beleggingsobjectkosten, bruto waarde en onttrekkingen

  • Invoegen tabel 1 van bijlage 9: overzicht van de beleggingsobjectkosten per serie van beleggingsobjecten op jaarbasis op basis van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject. Een en ander voor de gehele bestaansduur van het beleggingsobject. Direct onder de tabel een tekst invoegen waarin de aannames worden vermeld en toegelicht, die ten grondslag liggen aan de bedoelde beleggingsobjectkosten.

  • Invoegen tabel 2 bijlage 9: overzicht van de gegevens bedoeld in artikel 10:2, derde lid onder j, van het besluit per serie van beleggingsobjecten op jaarbasis op basis van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject. Een en ander voor de gehele bestaansduur van het beleggingsobject. Direct onder de tabel een tekst invoegen waarin de aannames worden vermeld en toegelicht, die ten grondslag liggen aan de bedoelde gegevens.

V. Gegevens betreffende het beleggingsbeleid en de activiteiten

  • Een beschrijving van de activiteiten van de aanbieder van het beleggingsobject per serie van beleggingsobjecten, indien mogelijk te onderscheiden in:

    • a. operationele activiteiten van de aanbieder van het beleggingsobject, alsmede waar deze plaatsvinden;

    • b. financieringsactiviteiten. Indien van toepassing: te onderscheiden in als kredietnemer aangaan van overeenkomsten inzake krediet en het als crediteur uitzetten van gelden; en

    • c. uitbestedingsactiviteiten en het beleid inzake de eventuele uitbesteding van activiteiten aan derden.

  • Indien opdracht aan een derde is of wordt verleend om één of meer werkzaamheden in het kader van het beheer of de bewaring van de serie van beleggingsobjecten te verrichten ten minste de volgende gegevens:

    • a. een beschrijving van de werkzaamheden ten aanzien waarvan opdracht is verleend;

    • b. indien reeds bekend de naam en de statutaire zetel van de derde aan wie opdracht is verleend; en

    • c. indien van toepassing: de mededeling dat de betreffende derde een gelieerde partij is.

  • De wijze waarop wordt bepaald of de (tussentijdse) opbrengsten van een beleggingsobject worden uitgekeerd.

  • Indien van toepassing: een beschrijving van de door de aanbieder van het beleggingsobject te verstrekken garanties die aan consumenten in het vooruitzicht worden gesteld.

  • Indien transacties worden verricht met gelieerde partijen:

    • a. of de transacties met gelieerde partijen onder marktconforme voorwaarden plaatsvinden en zo nee, de reden daarvoor.

  • Indien transacties met gelieerde partijen buiten een gereglementeerde markt of een andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markt worden verricht, aangeven:

    • a. of in alle gevallen een onafhankelijke waardebepaling ten grondslag ligt aan de transactie of dat een waardebepaling door een of meer bij de transactie betrokken partijen ook mogelijk is.

VI. Gegevens betreffende wijzigingen in de voorwaarden

  • Indien van toepassing: op welke wijze tussen de aanbieder van het beleggingsobject en de consumenten geldende voorwaarden kunnen worden gewijzigd.

  • De wijze waarop een wijziging van de voorwaarden van de aanbieder van het beleggingsobject bekend wordt gemaakt.

Bijlage 9. Bijlage ter uitvoering van artikel 5:2, houdende tabellen overzicht beleggingsobjectkosten, bruto waarde en onttrekkingen betreffende het beleggingsobject

Tabel 1: op basis van gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject [invullen betreffende bedrag in euro’s]
 

Beleggingsobjectkosten

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Overige Jaren1

Totale kosten

1

Administratieve kosten

             

2

Beheerskosten

             

3

Productiekosten

             

4

Verkoopkosten

             

5

Rentelasten

             
 

Totale beleggingsobjectkosten

             

1 De tabel dient een overzicht te geven van de geprognosticeerde en eventueel reeds gemaakte kosten betreffende de gehele bestaansduur van het beleggingsobject. Het is niet de bedoeling dat in de kolom ‘overige jaren’ de geprognosticeerde en eventueel reeds gemaakte kosten voor het resterende deel van de bestaansduur van het beleggingsobject samen worden genomen, tenzij de bedoelde kosten gelijk zijn voor de overige jaren (zie ook artikel 5:2).

Tabel 2: op basis van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject [invullen betreffende bedrag in euro’s1].
 

Waardeontwikkeling en onttrekkingen2

t/m Jaar 1

t/m Jaar 2

t/m Jaar 3

t/m Jaar 4

t/m Jaar 5

Overige jaren3

5

bruto waarde

           

6

Rentebaten

           

7

Financieringen

           

8

Prestatievergoedingen

           
 

Netto waarde

           

2 De op te nemen bedragen bij de posten rentebaten, financieringen en prestatievergoedingen in tabel 2 betreffen eveneens geprognosticeerde en/of reeds betaalde bedragen.

3Zie voetnoot 1.

Toelichting op bovenstaande posten

Het doel van de bovenstaande tabellen is om consumenten inzicht te verschaffen in de door de aanbieder van het beleggingsobject geprognosticeerde en eventueel reeds gemaakte kosten/voldane bedragen gerelateerd aan de serie van beleggingsobjecten bij een gemiddelde inleg gebruikelijk voor de desbetreffende serie van beleggingsobjecten. De tabellen geven de informatie weer voor de gehele bestaansduur van het beleggingsobject.

Daarnaast hebben de bovenstaande tabellen tot doel de consument inzicht te verschaffen in de geprognosticeerde waardeontwikkeling van een serie van beleggingsobjecten, zodat de consument de beleggingsobjectkosten tegen de geprognosticeerde waardeontwikkeling van een serie van beleggingsobjecten kan afzetten. Op deze manier kan een consument zich een beter beeld vormen van het mogelijk te behalen rendement. Op basis van onder meer deze informatie wordt de consument in staat gesteld een weloverwogen beslissing te nemen over het al dan wel of niet beleggen in een bepaalde serie van beleggingsobjecten. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de in de bovenstaande tabellen genoemde posten. Een en ander voor zover het begrippen betreft die niet reeds zijn gedefinieerd.

Daarbij is het voor de consument van belang dat de prestatiescenario’s waarvan wordt uitgegaan gelijk zijn aan de prestatiescenario’s zoals die aan de consument getoond zijn in het essentiële-informatiedocument dat de aanbieder opgesteld heeft op grond van de verordening essentiële-informatiedocumenten. De aanbieder van het beleggingsobject dient daarom in bovenstaande tabellen uit te gaan van het stress, ongunstige, gematigde en gunstige scenario zoals berekend op grond van artikel 3, derde lid, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.

Kosten

Rentelasten: de geprognosticeerde kosten die dienen te worden vergoed voor het ter beschikking verkrijgen van een bepaalde geldlening, alsmede andere kosten die daarmee verband houden.

Bruto waarde-onttrekkingen

Bruto waarde: de geprognosticeerde bruto waarde van een beleggingsobject.

Financieringen: de geprognosticeerde bedragen van leningen die een aanbieder van een beleggingsobject aangaat dan wel verwacht aan te gaan en/of reeds is aangegaan in hoedanigheid van debiteur ter financiering van een beleggingsobject, waarbij de aflossing(en) van de leningen in mindering worden gebracht op de opbrengsten van het desbetreffende beleggingsobject.

Prestatievergoedingen: geprognosticeerde vergoedingen, in welke vorm dan ook, ter zake van beheer of bewaring van het beleggingsobject voor zover deze rechtstreeks in mindering worden gebracht op de waarde van het beleggingsobject.

Rentebaten: eventuele (geprognosticeerde) voordelen die ontstaan doordat een deel van de aan het beleggingsobject verbonden gelden niet onmiddellijk geïnvesteerd worden in het beleggingsobject.

Bijlage 10. Bijlage ter uitvoering van artikel 5:4, houdende de kruistabel overzicht kosten per serie van beleggingsobject

Kostensoorten

Serie beleggingsobjecten I

Serie beleggingsobjecten II

Serie beleggingsobjecten III

Serie X

Totale kosten

Administratieve kosten

         

Beheerskosten

         

Productiekosten

         

Verkoopkosten

         

Totale kosten

         

Bijlage 11. Bijlage ter uitvoering van artikel 7:2, houdende nadere regels voor de bedrijfsvoering

9.1.

[Red: Vervallen.]

9.2.

[Red: Vervallen.]

9.3.

[Red: Vervallen.]

9.4.

[Red: Vervallen.]

9.5.

[Red: Vervallen.]

9.6.

[Red: Vervallen.]

9.7.

[Red: Vervallen.]

9.8.

[Red: Vervallen.]

9.9.

[Red: Vervallen.]

9.10.

[Red: Vervallen.]

9.11.

[Red: Vervallen.]

9.12.

[Red: Vervallen.]

9.13.

[Red: Vervallen.]

9.14

[Red: Vervallen.]

9.15.

[Red: Vervallen.]

9.16.

[Red: Vervallen.]

9.17.

[Red: Vervallen.]

9.18.

[Red: Vervallen.]

9.19.

[Red: Vervallen.]

9.20.

[Red: Vervallen.]

9.21.

[Red: Vervallen.]

9.22.

[Red: Vervallen.]

9.23

[Red: Vervallen.]

9.24

[Red: Vervallen.]

9.25

[Red: Vervallen.]

9.26. Bewaaradministratie inzake financiële instrumenten

1. Een rechtspersoon die overeenkomstig artikel 7:17 of 7:18 financiële instrumenten van cliënten van beleggingsondernemingen bewaart, voorziet in een systematische en toegankelijke administratie van de in bewaring genomen financiële instrumenten en, voor zover van toepassing, gelden, waaruit op dagelijkse basis per cliënt inzicht blijkt in de voor rekening van die cliënt bewaarde financiële instrumenten, onderverdeeld naar:

  • de financiële instrumenten in open respectievelijk gesloten bewaarneming;

  • de financiële instrumenten die dienen als onderpand dan wel anderszins als zekerheid voor aangegane verplichtingen;

  • de financiële instrumenten die in opdracht van de desbetreffende cliënt zijn uitgeleend.

2. De in 9.26.1 bedoelde administratie voorziet tevens in een vastlegging van de rechten die behoren bij de in bewaring genomen financiële instrumenten, daaronder dividenden en coupons.

3. De in 9.26.1 bedoelde instelling voorziet in procedures krachtens welke de wijze waarop de bewaaradministratie aansluit op de van belang zijnde externe bescheiden is vastgelegd en waarbij eventuele afwijkingen worden verklaard en gedocumenteerd, inclusief de eventueel te nemen correctieve maatregelen naar aanleiding van de geconstateerde afwijkingen.

4. [Red: Vervallen.]

9.27.

[Red: Vervallen.]

Bijlage 12. Bijlage ter uitvoering van artikel 7:3, houdende voorschriften voor reclame-uitingen van beleggingsondernemingen

10.1.

[Red: Vervallen.]

10.2.

[Red: Vervallen.]

10.3.

[Red: Vervallen.]

10.4. Verwachtingen en resultaten

1. In de reclame-uiting waarin verwachtingen omtrent de toekomst worden uitgesproken dan wel wordt gerefereerd aan in het verleden behaalde resultaten worden de volgende twee zinnen opgenomen: ‘De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.’

2. De twee zinnen als bedoeld in lid 1 worden duidelijk zichtbaar, goed leesbaar en apart van de overige tekst in de reclame-uiting opgenomen. De twee zinnen worden bovendien opgenomen in de directe nabijheid van de plaats waar gerefereerd wordt aan in het verleden behaalde resultaten dan wel de verwachtingen omtrent de toekomst, waarbij de gebruikte letter niet kleiner is dan de grootte van de letter in de nabije tekst.

3. Indien op meerdere plaatsen in de reclame-uiting wordt gesproken over in het verleden behaalde resultaten respectievelijk verwachtingen omtrent de toekomst, worden de twee zinnen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel in de tekst, opgenomen in de directe nabijheid van de eerste gelegenheid.

4. In afwijking van de leden 2 en 3 geldt voor radio- en televisieboodschappen dat de twee zinnen naar ratio van het eerste tot en met het tweede lid kunnen worden toegepast.

10.5.

[Red: Vervallen.]

10.6.

[Red: Vervallen.]

Bijlage 13

 

Categorie levensverzekeringen die een beleggingscomponent bevatten

Vereist resultaat en termijn

Vereist resultaat en termijn resterend percentage

1.

Niet opbouwende levensverzekeringen die een beleggingscomponent bevatten, artikel 8:7, sub a

100% oplossing per 21 augustus 2015

n.v.t.

2.

Hypotheekgebonden levensverzekeringen die een beleggingscomponent bevatten, artikel 8:7, sub b

80% per

21 augustus 2015

100% per einde Q4 2016

3.

Pensioengebonden levensverzekeringen die een beleggingscomponent bevatten, artikel 8:7, sub c, onder 1

100% per einde Q4 2016

n.v.t.

4.

Pensioengebonden levensverzekeringen die een beleggingscomponent bevatten, artikel 8:7, sub c, onder 2

100% per einde Q4 2016

n.v.t.

5.

Pensioengebonden levensverzekeringen die een beleggingscomponent bevatten, artikel 8:7, sub c, onder 3

100% geïnformeerd per einde Q4 2016

n.v.t.

6.

Overige levensverzekeringen die een beleggingscomponent bevatten, artikel 8:7, sub d, onder 1

100% per einde Q4 2017

n.v.t.

7.

Overige levensverzekeringen die een beleggingscomponent bevatten, artikel 8:7, sub d, onder 2

100% geïnformeerd per einde Q4 2017

n.v.t.

Bijlage 14. Bijlage ter uitvoering van artikel 2:4, tweede lid, en artikel 3:9, tweede lid, inhoudende de berekening van toekomstige rendementen voor categorie 3 PRIIPs, als bedoeld in Bijlage II, deel I, onder 6 van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten

Voor het berekenen van toekomstige rendementen ten behoeve van reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie wordt in principe voorgeschreven dat moet worden aangesloten bij de rekenmethode als beschreven in artikel 3, derde lid, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten. Ditzelfde geldt voor het berekenen van de jaarlijkse prognose van het eindkapitaal van overeenkomsten, als bedoeld in artikel 73, eerste lid, onderdeel e, onder 2, van het besluit. Het is voor categorie 3 PRIIPs, als bedoeld in Bijlage II Deel I, onder 6, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten, in geïndividualiseerde informatie echter mogelijk om af te wijken van deze rekenmethode. Onderstaand wordt de wijze beschreven waarop mag worden afgeweken van deze rekenmethode.

  • 1. De informatie over een toekomstig rendement voor categorie 3 PRIIPs, als bedoeld in Bijlage II, deel I, onder 6 van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten, niet zijnde een beleggingsinstelling of icbe, wordt voor een aantal standaardproducten berekend conform één of meer scenario’s als beschreven in artikel 3, derde lid, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten. Voor ieder standaardproduct zal per scenario een rendementscijfer worden berekend (r_std(pos), r_std(neu), r_std(neg) en r_std(str)). Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met een initiële inleg (X_std) en een periodieke inleg (Y_std) gedurende de aanbevolen periode van bezit (Z_std).

  • 2. Vervolgens wordt bepaald welk standaardproduct het beste aansluit bij het product waarvoor de geïndividualiseerde informatie moet worden opgesteld. Hierbij is het uiteraard van belang dat de producten onder meer qua (initiële en periodieke) inleg, specifieke kenmerken die maken dat dit een categorie 3 PRIIPs betreft, als bedoeld in Bijlage II, deel I, onder 6 van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten, de aanbevolen periode van bezit en de onderliggende beleggingen, vergelijkbaar zijn. Wanneer er geen valide vergelijking met een standaardproduct mogelijk is, zal de aanbieder alsnog het toekomstig rendement berekenen conform één of meer scenario’s zoals beschreven in artikel 3, derde lid, van de gedelegeerde verordening essentiële-informatiedocumenten.

  • 3. De rendementscijfers van de verschillende scenario’s van het standaardproduct (r_std(pos), r_std(neu), r_std(neg) en/of r_std(str)) worden gebruikt bij de berekening van de rendementscijfers ten behoeve van de geïndividualiseerde informatie over het product. Hierbij rendeert de initiële inleg (X_ind) en de periodieke inleg (Y_ind) gedurende de aanbevolen periode van bezit (Z_ind) met r_std(pos), r_std(neu), r_std(neg) en/of r_std(str), afhankelijk van de te tonen rendementen. Dat levert per scenario een bedrag op in EUR voor het geïndividualiseerde product.

  • 4. Wanneer er naast het rendement aan het einde van de aanbevolen periode van bezit ook een kortere periode van bezit wordt getoond, dan zal voor deze periode ook moeten worden voldaan aan de artikelen 1 tot en met 3 van deze bijlage.

  1. Het bedrag van de gemiddelde inleg is voor beide tabellen gelijk. ^ [1]
Naar boven