Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels

[Regeling vervallen per 01-01-2015.]
Geldend van 01-04-2012 t/m 31-12-2014

Besluit van 11 mei 2006, houdende regels met betrekking tot de veiligheid van voor het wegverkeer toegankelijke tunnels (Besluit aanvullende regels veiligheid wegtunnels)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 23 januari 2006, nr. HDJZ/I&O/2006-4, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Gelet op de Richtlijn nr. 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet (PbEU L 167, gerectificeerd in PbEU L 201);

Gelet op de artikelen 3 en 12 van de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels, de artikelen 7, 40a, 120 en 120a van de Woningwet en artikel 14 van de Wegenverkeerswet 1994;

De Raad van State gehoord (advies van 16 februari 2006, nr. W09.06.0003/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 28 april 2006, nr. HDJZ/I&O/2006-591, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen

[Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1

[Vervallen per 01-01-2015]

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

richtlijn: de Richtlijn nr. 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet (PbEU L 167, gerectificeerd in PbEU L 201);

wet: Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels;

commissie: de Commissie voor de tunnelveiligheid, bedoeld in artikel 3 van de wet.

Artikel 2

[Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De commissie bestaat uit deskundigen op het gebied van de veiligheid met betrekking tot tunnels.

  • 2 De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en de overige leden van de commissie worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, benoemd en ontslagen.

  • 3 De benoeming van de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en de andere leden van de commissie geschiedt voor een tijdvak van vijf jaar. Zij zijn terstond wederbenoembaar.

  • 4 De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter en de overige leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen door een schriftelijke kennisgeving aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

  • 5 De commissie wijst een secretaris aan. Deze is geen lid van de commissie.

  • 6 Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat worden nadere regels gesteld ten aanzien van de werkwijze van de commissie.

§ 2. Regels over het veilige gebruik van wegtunnels

[Vervallen per 01-04-2012]

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 mei 2006

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat ,

K. M. H. Peijs

Uitgegeven de drieëntwintigste mei 2006

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner

Terug naar begin van de pagina