Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998

Geldend van 01-10-2018 t/m heden

Besluit van 14 februari 2006, houdende regels inzake voorzieningen in verband met de leveringszekerheid (Besluit leveringszekerheid Elektriciteitswet 1998)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 15 november 2005, nr. WJZ 5712882;

Gelet op de artikelen 16, negende lid, en 95f, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 en op de artikelen 10a, vierde lid en 47, tweede lid, van de Gaswet;

De Raad van State gehoord (advies van 12 januari 2006, nr. W10.05.0503/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 8 februari 2006, nr. WJZ 6009332;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

  • 1 De vergunninghouder doet, indien hij voorziet of behoort te voorzien dat hij niet langer in staat zal zijn om zijn plicht tot levering van elektriciteit aan zijn kleinverbruikers na te komen of indien hij surseance van betaling heeft aangevraagd dan wel te zijnen aanzien faillissement is aangevraagd, daarvan onverwijld mededeling aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en aan Onze Minister.

  • 2 Indien een netbeheerder uit de hem ter beschikking staande gegevens redenen heeft om te vermoeden, dat de continuïteit van de levering door een vergunninghouder in gevaar komt, meldt hij dat zo spoedig mogelijk aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en aan Onze Minister.

  • 3 De vergunninghouder dan wel, indien aan deze surseance van betaling is verleend onderscheidenlijk deze failliet is verklaard, de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen, onderscheidenlijk de curator, plegen op verzoek van Onze Minister overleg met hem en met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet met het oog op zijn leveringsplicht en de toepassing van dit artikel.

  • 4 Een beschikking treedt ten hoogste twintig werkdagen na de dag, waarop die beschikking is genomen, in werking. De vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator geeft daarvan onverwijld bericht aan de kleinverbruikers aan wie hij elektriciteit levert.

  • 5 Tot en met tien werkdagen na het tijdstip waarop een beschikking is genomen, of indien dat korter is, tot het tijdstip waarop een beschikking in werking is getreden, is ingetrokken of tot het tijdstip waarop Onze Minister besluit het zesde lid toe te passen:

    • a. zijn de kleinverbruikers van de betrokken vergunninghouder niet bevoegd hun verbintenis op te schorten, en voert een netbeheerder geen leverancierswisseling op verzoek van die kleinverbruikers uit;

    • b. draagt de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen, onderscheidenlijk de curator het bestand aan kleinverbruikers die gedurende de in aanhef bedoelde periode een verbintenis met de vergunninghouder hebben en dat in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit vergunning levering elektriciteit aan kleinverbruikers omvat, zo spoedig mogelijk over aan één of meer andere vergunninghouders, die de levering van elektriciteit aan de betrokken kleinverbruikers voortzetten;

    • c. staat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet op verzoek van de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en de vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator garant voor de betaling van de inkoop van elektriciteit ten behoeve van de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers in die periode indien de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en de vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator bij het verzoek aantoont dat de bestaande kredietruimte onvoldoende is om te waarborgen dat gedurende de in de aanhef bedoelde periode de levering van elektriciteit kan worden voortgezet.

  • 6 Indien op de elfde werkdag na het tijdstip waarop een beschikking is genomen deze beschikking niet inwerking is getreden of niet is ingetrokken, of indien dat korter is, het tijdstip waarop Onze Minister besluit dit lid toe te passen:

    • a. draagt de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en vergunninghouder tezamen, onderscheidenlijk de curator op de in de aanhef bedoelde dag het bestand aan kleinverbruikers die nog een verbintenis met de vergunninghouder hebben en dat in ieder geval de gegevens, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit vergunning levering elektriciteit aan kleinverbruikers omvat, over aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet;

    • b. draagt netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet er zorg voor dat de levering van elektriciteit aan kleinverbruikers, die gedurende de periode tussen de in aanhef bedoelde dag en het tijdstip van inwerkingtreding van de beschikking nog een overeenkomst met de betrokken vergunninghouder hebben, wordt voortgezet door een andere vergunninghouder waarbij hij de gegevens, bedoeld in onderdeel a, van de betreffende kleinverbruikers overdraagt aan de betrokken vergunninghouders en geeft hij daartoe aanwijzingen aan de netbeheerders. Daartoe coördineert hij de verdeling van die kleinverbruikers over de andere vergunninghouders en geeft daartoe aanwijzingen aan de netbeheerders. Netbeheerders verstrekken aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de gegevens, die deze nodig heeft ter uitvoering van deze taak. De verdeling geschiedt naar evenredigheid van het totale aantal kleinverbruikers dat de andere vergunninghouders reeds beleveren, tenzij Onze Minister tot een andere wijze van verdeling besluit;

    • c. zet de aldus aangewezen vergunninghouder met een overeenkomst voor onbepaalde tijd en verder onder zijn voorwaarden de levering van elektriciteit aan de aan hem toegewezen kleinverbruikers vanaf de datum van toedeling voort;

    • d. zijn de kleinverbruikers van de betrokken vergunninghouder tot de datum van toedeling aan de aangewezen leverancier niet bevoegd hun verbintenis op te schorten, en voert een netbeheerder geen leverancierswisseling op verzoek van die kleinverbruikers uit;

    • e. staat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is om te waarborgen dat gedurende de periode tussen de in aanhef bedoelde dag en het tijdstip van inwerkingtreding van de beschikking de levering van elektriciteit kan worden voortgezet, op verzoek van de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en de vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator garant voor de betaling van de inkoop van elektriciteit ten behoeve van de levering aan kleinverbruikers die in die periode nog een overeenkomst met de betrokken vergunninghouder hebben indien de vergunninghouder dan wel de bewindvoerder en de vergunninghouder tezamen onderscheidenlijk de curator bij het verzoek aantoont dat de bestaande kredietruimte onvoldoende is om te waarborgen dat gedurende deze periode de levering van elektriciteit kan worden voortgezet;

    • f. staat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is om te waarborgen dat gedurende de periode tussen de in de aanhef bedoelde dag en het tijdstip van inwerkingtreding van de beschikking en ten hoogste de daaropvolgende twee maanden de levering van elektriciteit kan worden voortgezet, op verzoek van een vergunninghouder aan wie op grond van onderdeel b kleinverbruikers zijn toegedeeld garant voor de betaling van de inkoop van elektriciteit ten behoeve van de levering van elektriciteit aan de toebedeelde kleinverbruikers in die periode indien de vergunninghouder bij het verzoek aantoont dat de bestaande kredietruimte onvoldoende is om te waarborgen dat gedurende in deze periode en in de daaropvolgende twee maanden de levering van elektriciteit aan de toegedeelde kleinverbruikers kan worden voortgezet.

  • 7 De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet brengt aan alle vergunninghouders, naar evenredigheid van het aantal kleinverbruikers dat zij beleveren, een deel van de te zijnen laste blijvende kosten, gemaakt ter uitvoering van zijn taak bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c en zesde lid, onderdelen e en f, in het geval dat de vergunninghouder de verplichtingen uit de garantstelling niet nakomt vanwege surseance van betaling of faillissement, in rekening. Elke vergunninghouder berekent het desbetreffende bedrag door aan de kleinverbruikers die hij elektriciteit levert, waarbij elke kleinverbruiker een gelijk bedrag in rekening wordt gebracht.

  • 8 Vergunninghouders hanteren in hun overeenkomsten met kleinverbruikers voorwaarden die in overeenstemming zijn met hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald.

  • 9 De inkoopcontracten van vergunninghouders bevatten geen beding tot ontbinding van rechtswege van die overeenkomsten ingeval aan de vergunninghouder surseance van betaling is verleend of deze failliet is verklaard, dan wel ingeval diens surseance of faillissement is aangevraagd, dan wel ingeval diens vergunning zal worden ingetrokken, noch bedingen die het de toeleverende producent of handelaar mogelijk maken in die gevallen de nakoming van de verbintenis op te schorten of te ontbinden of onder gewijzigde voorwaarden voort te zetten, een en ander voor zover betrekking hebbend op de levering van elektriciteit ten behoeve van kleinverbruikers.

Artikel 4

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 14 februari 2006

Beatrix

De Minister van Economische Zaken ,

L. J. Brinkhorst

Uitgegeven de tweede maart 2006

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner

Terug naar begin van de pagina