Wet dualisering provinciale medebewindsbevoegdheden

Geldend van 08-03-2006 t/m heden

Wet van 6 oktober 2005 tot aanpassing van bijzondere wetten aan de Wet dualisering provinciebestuur (Wet dualisering provinciale medebewindsbevoegdheden)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is de bevoegdheidsverdeling in bijzondere wetten in overeenstemming te brengen met de Wet dualisering provinciebestuur;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 4. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Hoofdstuk 5. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Hoofdstuk 8. Slot- en overgangsbepalingen

Artikel XXXIV

  • 1 Deze wet heeft geen gevolgen voor de rechtskracht van vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet genomen beslissingen, ten aanzien waarvan na dat tijdstip een ander bestuursorgaan bevoegd is.

  • 2 In afwijking van het eerste lid vervallen besluiten tot delegatie van een bevoegdheid van provinciale staten aan gedeputeerde staten en mandaatbesluiten op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van rechtswege.

  • 3 In afwijking van het eerste lid vervallen besluiten tot instelling van commissies als bedoeld in de artikelen 81 en 82 van de Provinciewet die op 12 maart 2005 niet aan de in die artikelen gestelde eisen voldoen, op die datum van rechtswege.

  • 4 Terzake van beslissingen die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zijn genomen, ten aanzien waarvan na dat tijdstip een ander bestuursorgaan bevoegd is, wordt het bezwaar of beroep behandeld door dat andere bestuursorgaan.

  • 5 Gemeenschappelijke regelingen tot het treffen waarvan na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet een ander bestuursorgaan van de deelnemende provincie bevoegd is, worden met ingang van dat tijdstip geacht te zijn getroffen door dat andere bestuursorgaan.

Artikel XXXVI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

Artikel XXXVII

Deze wet wordt aangehaald als: Wet dualisering provinciale medebewindsbevoegdheden.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage, 6 oktober 2005

Beatrix

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

A. Pechtold

Uitgegeven de eerste november 2005

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner

Terug naar begin van de pagina