IKAP-regeling Rechterlijke Macht

Geraadpleegd op 02-02-2023.
Geldend van 30-05-2020 t/m heden

Regeling van de Minister van Justitie van 26 juli 2004, nr. 5296620/804, houdende regels inzake individuele keuzen in het arbeidsvoorwaardenpakket (IKAP) voor de sector Rechterlijke Macht

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. IKAP: Individuele Keuzen in het Arbeidsvoorwaardenpakket;

  • b. arbeidsduur, arbeidsduurfactor, vakantie: hetgeen daaronder wordt verstaan bij of krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

  • c. peildatum: de eerste dag van de maand waarin de rechterlijk ambtenaar op grond van dit besluit een aanvraag heeft ingediend;

  • d. salaris, salaris per uur, vakantie-uitkering: hetgeen daaronder wordt verstaan bij of krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

  • e. jaarsalaris: het salaris gedurende het kalenderjaar waarin van dit besluit gebruik wordt gemaakt;

  • f. plaats van tewerkstelling: de gebruikelijke ingang van het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig waar de betrokkene gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, dan wel, indien de uitoefening van het ambt zich uitstrekt over een ambtsgebied, de door de functionele autoriteit aangewezen plaats.

Artikel 1a. Algemene bepalingen

  • 1 De rechterlijk ambtenaar maakt zijn keuze(n) in het kader van IKAP kenbaar door middel van een aanvraag. De aanvraag wordt ingediend op een door de functionele autoriteit aangegeven wijze.

  • 2 De rechterlijk ambtenaar kan zijn keuze(n) maandelijks kenbaar maken.

  • 3 De aanvraag dient te worden ingediend uiterlijk vóór de eerste dag van de tweede maand die voorafgaat aan de maand waarin aan de keuze uitvoering moet worden gegeven. De functionele autoriteit kan toestaan dat de aanvraag na genoemd tijdstip wordt ingediend.

  • 4 Als de aanvraag betrekking heeft op een bepaalde periode dient in de aanvraag de desbetreffende periode in hele kalendermaanden te worden aangegeven.

  • 5 Een gemaakte keuze dient binnen het kalenderjaar te zijn gerealiseerd.

  • 7 De functionele autoriteit kent de aanvraag toe, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich tegen honorering van de aanvraag verzet.

  • 8 Op een gehonoreerde aanvraag kan gedurende de periode waarop deze betrekking heeft niet meer worden teruggekomen.

  • 9 De vergoeding voor meer uren werken, bedoeld in artikel 1b, alsmede de inhouding voor minder uren werken, bedoeld in artikel 1c, worden berekend op basis van het salaris per uur dat de rechterlijk ambtenaar geniet op de peildatum. Eventuele aanpassingen van het salaris met terugwerkende kracht naar een datum op of voor de peildatum hebben geen invloed op het per de peildatum vastgestelde salaris per uur.

Artikel 1b. Meer uren werken

  • 1 De rechterlijk ambtenaar kan een aanvraag indienen om in een bepaalde periode meer uren te werken dan de voor hem geldende arbeidsduur. Het aantal meer te werken uren is maximaal 200 uur per kalenderjaar. Bij een onvolledige arbeidsduur geldt een naar evenredigheid vastgesteld lager aantal hele uren als maximum. De uitkomst wordt zo nodig afgerond op hele uren naar boven. Het totaal van de arbeidsduur en het ingevolge dit lid toegewezen aantal meer te werken uren bedraagt niet meer dan gemiddeld 40 uur per week. Voor dezelfde periode kan niet een tweede aanvraag om nog meer uren te mogen werken worden ingediend.

  • 2 Per meer gewerkt uur ontvangt de rechterlijk ambtenaar een vergoeding. De vergoeding wordt uitbetaald vóór of bij aanvang van de periode waarin de rechterlijk ambtenaar meer uren werkt.

Artikel 1c. Minder uren werken

  • 1 De rechterlijk ambtenaar kan een aanvraag indienen om in een bepaalde periode minder uren te werken dan de voor hem geldende arbeidsduur. Indien sprake is van een arbeidsduur van meer dan 36 uur per week dient, alvorens de aanvraag in behandeling kan worden genomen, die arbeidsduur teruggebracht te worden tot ten hoogste gemiddeld 36 uur per week. Het aantal minder te werken uren is maximaal 80 uur per kalenderjaar. Bij een onvolledige arbeidsduur geldt een naar evenredigheid vastgesteld lager aantal hele uren als maximum. De uitkomst wordt zo nodig afgerond op hele uren naar boven. Voor dezelfde periode kan niet een tweede aanvraag om nog minder uren te mogen werken worden ingediend.

  • 2 Per minder gewerkt uur vindt een inhouding op het salaris plaats. Het bedrag van de inhouding wordt verrekend in de resterende maanden van het kalenderjaar.

Artikel 1d. Afzien van aanspraken ten behoeve van vastgestelde bestemmingsmogelijkheden

  • 1 De rechterlijk ambtenaar kan bij de functionele autoriteit een aanvraag indienen om in ruil voor een belastingvrije vergoeding voor een of meer in het tweede en derde lid genoemde bestemmingsmogelijkheden geheel of gedeeltelijk af te zien van een of meer van de volgende aanspraken tot de hoogte van het bedrag van die vergoeding:

  • 2 Voor zover de geldende fiscale bepalingen dit mogelijk maken zijn de belastingvrije bestemmingsmogelijkheden:

    • a. bedrijfsfitness;

    • b. een fiets voor het woon-werkverkeer, inclusief fietsaccessoires, en een fietsverzekering;

    • c. de inrichting van een telewerkruimte;

    • d. vakliteratuur;

    • e. een studie/opleiding voor een beroep;

    • f. openbaar vervoerbewijzen die mede voor het werk worden gebruikt;

    • g. vakbondscontributies;

    • h. een aanvulling op de tegemoetkoming voor woon-werkverkeer, overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk overeengekomen collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

  • 3 Van een aanspraak als genoemd in het eerste lid kan slechts worden afgezien als deze aanspraak nog niet tot uitbetaling is gekomen.

  • 4 Voor zover de fiscale bepalingen dit mogelijk maken kan de gevraagde belastingvrije vergoeding in een keer worden uitbetaald voorafgaande aan het moment waarop de ingezette aanspraken tot uitbetaling zouden zijn gekomen.

  • 5 De rechterlijk ambtenaar dient bij de in het eerste lid bedoelde aanvraag bewijsstukken te overleggen waaruit blijkt dat de kosten waarvoor die vergoeding is verstrekt daadwerkelijk zijn gemaakt.

Artikel 1e

  • 1 Voor de in artikel 1d, tweede lid, onder a, genoemde belastingvrije vergoeding voor de bedrijfsfitness gelden de volgende voorwaarden:

    • a. deelneming aan de bedrijfsfitness staat open voor alle of nagenoeg alle rechtelijke ambtenaren of voor alle of nagenoeg alle ambtenaren met dezelfde plaats van tewerkstelling die niet is gelegen in de woning van een van deze rechtelijke ambtenaren;

    • b. de bedrijfsfitness vindt plaats:

      • 1°. in een vestiging van de functionele autoriteit of in een fitnesscentrum dat door de functionele autoriteit is aangewezen voor alle ambtenaren, met dien verstande dat, ingeval de functionele autoriteit voor bedrijfsfitness een overeenkomst sluit met één fitnessbedrijf dat meer dan één vestiging heeft, de bedrijfsfitness kan plaatsvinden in elke vestiging van dat fitnessbedrijf, of

      • 2°. in een fitnesscentrum dat door de functionele autoriteit is aangewezen voor alle ambtenaren met dezelfde niet in de woning van een van deze rechtelijke ambtenaren gelegen plaats van tewerkstelling, met dien verstande dat, ingeval de functionele autoriteit met betrekking tot de rechtelijke ambtenaren op deze arbeidsplaats voor bedrijfsfitness een overeenkomst sluit met één fitnessbedrijf dat meer dan één vestiging heeft, de bedrijfsfitness kan plaatsvinden in elke vestiging van dat fitnessbedrijf.

    • c. onder bedrijfsfitness als bedoeld in de onderdelen a en b wordt verstaan: conditie- of krachttraining van rechtelijke ambtenaren welke plaatsvindt onder deskundig toezicht en welke georganiseerd of geïnitieerd wordt door de functionele autoriteit.

  • 2 De in artikel 1d, tweede lid, onder b, bedoelde belastingvrije vergoeding voor de fiets, inclusief fietsaccessoires, bedraagt maximaal € 750,-. Voor de toepassing van dit lid gelden de volgende voorwaarden:

    • a. de rechterlijk ambtenaar maakt op meer dan de helft van het aantal dagen dat hij pleegt te reizen in het kader van woon-werkverkeer gebruik van de fiets;

    • b. in het kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren is ter zake van de aanschaf van een fiets, inclusief fietsaccessoires, geen belastingvrije vergoeding betaald.

  • 3 De in artikel 1d, tweede lid, onder c, bedoelde belastingvrije vergoeding voor de inrichting van de telewerkruimte bedraagt maximaal € 1.815,– in het kalenderjaar en de vier voorafgaande kalenderjaren. Voor de toepassing van dit lid gelden de volgende voorwaarden:

    • a. de rechterlijk ambtenaar pleegt blijkens een overeenkomst ten minste eenmaal per week, gedurende de gebruikelijke werktijd en zonder dat tevens wordt gereisd naar een buiten de woning gelegen plaats van tewerkstelling, in die werkruimte ter vervulling van de dienstbetrekking te werken met behulp van telematica;

    • b. de in het vorige onderdeel genoemde overeenkomst bevat ten minste naam en adres van de rechterlijk ambtenaar en de functionele autoriteit;

    • c. De inrichting van de werkruimte in de woning voldoet aan de voorwaarden die in de artikelen 5.4, 5.12 en 6.3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn gesteld.

  • 4 Voor de in artikel 1d, tweede lid, onderdeel h, genoemde aanvulling op de tegemoetkoming voor woon-werkverkeer gelden de volgende voorwaarden.

    • a. In afwijking van artikel 1d, eerste lid, betaalt de functionele autoriteit deze vergoeding automatisch uit en zet daartoe de eindejaarsuitkering, genoemd in artikel 1d, eerste lid, onderdeel f, en indien nodig het genoten salaris in de maand november in tot het maximum, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onder a.

    • b. Indien de rechterlijk ambtenaar geheel of gedeeltelijk afziet van de automatische vergoeding, bedoeld in het eerste lid, dan meldt hij dit, voor 1 november van het kalenderjaar waarin wordt overgegaan tot uitkering van deze belastingvrije bestemmingsmogelijkheid bij de functionele autoriteit. De melding wordt gedaan op een door de functionele autoriteit aan te geven wijze.

Artikel 1f. Opschorting als gevolg van het niet verrichten van arbeid

  • 1 Zodra de rechterlijk ambtenaar in verband met ziekte gedurende een aaneengesloten periode van vier weken geheel of gedeeltelijk ongeschikt is zijn dienst te verrichten, wordt voor de verdere duur van de arbeidsongeschiktheid de uitbetaling van de maandelijkse vergoeding voor meer uren werken of de inhouding voor minder uren werken, stopgezet.

  • 2 Zodra de rechterlijk ambtenaar weer volledig arbeidsgeschikt is, besluit de functionele autoriteit, na overleg met de rechterlijk ambtenaar, of en op welke wijze de toegewezen IKAP-aanvraag wordt voortgezet.

  • 3 De voorgaande leden worden op overeenkomstige wijze toegepast zodra de rechterlijk ambtenaar om bijzondere redenen, anders dan vanwege arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, vakantie of verlof, gedurende een aaneengesloten periode van tenminste vier weken geen arbeid verricht.

Artikel 1g. Inhouding, verrekening of uitbetaling

  • 1 In geval van:

    • a. beëindiging van het dienstverband;

    • b. verplaatsing naar een ander tot aanstellen bevoegde functionele autoriteit binnen de sector Rechterlijke Macht;

    • c. structurele wijziging van de arbeidsduur;

    • d. toepassing van artikel 8d van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

    • e. ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 33n van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

    • f. buitengewoon verlof van lange duur, wordt vastgesteld welke in het kader van dit besluit opgebouwde en in geldswaarde uit te drukken aanspraken en aangegane verplichtingen tussen de functionele autoriteit en de rechterlijk ambtenaar op dat moment bestaan. Indien van toepassing, vindt verrekening dan wel uitbetaling plaats.

  • 2 Indien een aanvraag voor meer of minder uren werken niet meer volledig binnen het kalenderjaar kan worden uitgevoerd, heeft een herberekening van de vergoeding of de inhouding plaats op basis van de daadwerkelijk meer of minder gewerkte uren.

  • 3 Bij overlijden van de rechterlijk ambtenaar wordt gehandeld zoals in het tweede lid is aangegeven, waarbij een eventueel saldo ten gunste van de werkgever niet wordt ingevorderd.

Artikel 1h. Meldingsplicht en verhaal loonheffing

  • 1 De rechterlijk ambtenaar is verplicht alle omstandigheden die van betekenis zijn voor de uitvoering van de toegewezen IKAP-aanvraag in het kader van dit besluit terstond bij de functionele autoriteit te melden.

  • 2 Indien achteraf blijkt dat door onjuiste informatie van de rechterlijk ambtenaar een vergoeding ten onrechte belastingvrij is verstrekt, zullen de loonheffingen die over die vergoeding verschuldigd zijn, alsmede de eventuele boetes, op de rechterlijk ambtenaar worden verhaald.

Artikel 1i. Hardheidsclausule

In geval van bijzondere omstandigheden waardoor een strikte toepassing van deze regeling besluit naar het oordeel van de functionele autoriteit in strijd zou zijn met de redelijkheid of de billijkheid, kan door de functionele autoriteit van dit besluit worden afgeweken.

Artikel 2

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Justitie,

J.P.H. Donner

Naar boven