Vakantieregeling WW en IOW

Geraadpleegd op 28-11-2022.
Geldend van 27-10-2017 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 4 december 2003, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/F&W/2003/90418A, houdende vaststelling van het begrip vakantie en de perioden van vakantie met behoud van recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet (Vakantieregeling WW)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 19, vijfde lid, van de Werkloosheidswet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 2 In deze regeling wordt verstaan onder dagen: maandag tot en met vrijdag danwel dinsdag tot en met zaterdag.

Artikel 2. Vakantie met behoud van uitkering

  • 1 De werknemer kan per kalenderjaar gedurende 20 dagen vakantie genieten met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet.

Artikel 3. In mindering brengen

  • 1 Op het aantal dagen, bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, wordt in mindering gebracht:

    • a. vijf maal het aantal hele weken voor de eerste werkloosheidsdag in het desbetreffende kalenderjaar, gedeeld door 13;

    • b. het aantal dagen waarop de werknemer in het desbetreffende kalenderjaar vakantie heeft genoten met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet, met uitzondering van vakantiedagen die tevens nationale of christelijke feestdagen zijn.

  • 2 Op het aantal dagen, bedoeld in artikel 2, tweede en vierde lid, wordt in mindering gebracht:

    • a. vijf maal het aantal hele weken voor de eerste dag waarop recht op een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen bestond in het desbetreffende kalenderjaar, gedeeld door 13;

    • b. het aantal dagen waarop de werknemer in het desbetreffende kalenderjaar vakantie heeft genoten met behoud van zijn recht op uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, met uitzondering van vakantiedagen die tevens nationale of christelijke feestdagen zijn.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 4 december 2003

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

A.J. de Geus

Naar boven